Juridische grond en bevoegdheden
Het Decreet Lokaal Bestuur en artikel 119 van de Nieuwe Gemeentewet;
In toepassing van het decreet van 28 april 1993 houdende regeling voor het Vlaamse Gewest van het administratief toezicht op de gemeenten;
De artikelen 119, 119 bis, 133 tot 135 van de Nieuwe Gemeentewet;
De wet van 10 april 1990 op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten en latere wijzigingen;
De wet van 7 mei 2004 tot wijziging van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming en de Nieuwe Gemeentewet en latere wijzigingen;
De wet van 17 juni 2004 tot wijziging van de Nieuwe Gemeentewet;
De wet van 17 juni 2004 tot wijziging van de Nieuwe Gemeentewet-erratum;
De wet van 20 juli 2005 houdende diverse bepalingen;
De wet van 25 januari 2007 tot bestraffing van graffiti van onroerende eigendommen en tot wijziging van de Nieuwe Gemeentewet;
De wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties en latere wijzigingen;
Het Koninklijk Besluit van 5 december 2004 houdende vaststelling van de minimumvoorwaarden waaraan gemeenteambtenaren moeten voldoen zoals bepaald in artikel 119 bis § 6, 2de lid, 1° van de Nieuwe Gemeentewet;
Het Koninklijk Besluit van 17 maart 2005 tot vaststelling van de inwerkingtreding van de wet van 17 juni 2004 tot wijziging van de Nieuwe Gemeentewet;
Het Koninklijk Besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de kwalificatie- en onafhankelijkheidsvoorwaarden van de ambtenaar belast met de oplegging van de administratieve geldboete en tot inning van de boetes in uitvoering van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties;
Het Koninklijk Besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de minimumvoorwaarden inzake selectie, aanwerving, opleiding en bevoegdheid van de ambtenaren en personeelsleden die bevoegd zijn tot vaststelling van inbreuken die aanleiding kunnen geven tot de oplegging van een gemeentelijke administratieve sanctie;
Het Koninklijk Besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de bijzondere voorwaarden betreffende het register van de gemeentelijke administratieve sancties ingevoerd bij artikel 44 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties;
Het Koninklijk Besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de nadere voorwaarden en het model van protocolakkoord in uitvoering van artikel 23 van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties;
Het Koninklijk Besluit van 28 januari 2014 houdende de minimumvoorwaarden en modaliteiten voor de bemiddeling in het kader van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties;
Ministeriële omzendbrief van 23 december 2013;
Ministeriële omzendbrief van 22 juli 2014 (B.S. 8 augustus 2014);
De herziene omzendbrief nr. COL 1/2006 dd. 30 januari 2014 van het College van Procureurs-generaal van de hoven van beroep betreffende gemeentelijke administratieve sancties (met erratum dd. 2 juli 2014);
De Omzendbrief WVL 2024/05;
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Feiten, context en argumentatie
Begin 2015 werd er in de zonale politieraad beslist dat het opportuun zou zijn om één zonale politieverordening te hebben voor het volledige grondgebied. Door een zonale algemene politieverordening kunnen we klaar en duidelijk aan de bewoners en bezoekers van de streek meegeven wat kan en niet kan, dit om de rust en veiligheid van alle bewoners en bezoekers van Ieper en bij uitbreiding de streek te garanderen.
In de gemeenteraad van 7 december 2015 werd de nieuwe zonale politieverordening goedgekeurd. Deze politieverordening trad in voege op 1 april 2016. Nadien wordt er ongeveer tweejaarlijks een revisie gedaan (los van de 'algemene pauze' van de corona-periode). Dit jaar werd dit, ongeveer tien jaar na de inwerkingtreding, eens grondiger gedaan.
Voorstel is dan ook om volgende zaken aan te passen:
- Artikel 1.3 : hier werden enerzijds een aantal definities toegevoegd, anderzijds werden bepaalde definities aangepast aan de huidige wetgeving.
- In de ‘oude’ versie van de ZPV waren doorheen de tekst in totaal 41 artikelen met sanctiebepalingen opgenomen, onder te brengen in acht verschillende vorken van geldboetes.
- Deze 41 artikelen (bv. artikelen 2.1.3, 2.1.4,…) werden geschrapt.
- Onderaan de ZPV werden onder Pt. 6 al deze sanctiebepalingen gebundeld.
- Het aantal vorken van geldboetes werd teruggebracht naar vier.
- Geldboetes tot maximum €350 werden verhoogd naar €500.
- Geldboetes vanaf €25 werden opgetrokken naar €40.
- Geldboetes vanaf €75 werden verlaagd naar €70, dit gelet op artikel 25, § 4 van de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties (Indien de sanctionerend ambtenaar van oordeel is dat een administratieve geldboete moet worden opgelegd die niet hoger is dan 70 euro, heeft de meerderjarige overtreder het recht niet om te vragen zijn verweer mondeling uiteen te zetten.).
- Invoeging van artikel die het mogelijk maakt om een GAS-sanctie tot maximum €175 op te leggen aan minderjarigen die de volle leeftijd van veertien jaar hebben bereikt (beperkt tot €175).
- Verwijzingen naar ‘stedenbouwkundige vergunning’ en ‘milieuvergunning’ werden vervangen door ‘omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen’ en ‘omgevingsvergunning voor het exploiteren van ingedeelde inrichtingen of activiteiten'.
- Juridische verwijzingen naar wet- en regelgeving werden volledig uitgeschreven en geactualiseerd waar nodig.
- Artikel 2.3.1.3, 1° werd herschreven omdat in de oorspronkelijke tekst niet was vermeld op wie de verplichting rust om de hinderlijke aanplantingen te snoeien.
- Invoeging tweede lid bij artikel 2.3.1.5 inzake het verbod om kabels op het trottoir te leggen (ook niet voor het opladen van een voertuig).
- In artikel 2.4.1, 2° inzake het verbod om reclame- of publiciteitsmiddelen aan te brengen of te gebruiken op privaat domein en op of aan private eigendommen werd de notie ‘zichtbaar vanaf de openbare weg’ vervangen door ‘herkenbaar vanaf de openbare weg’, dit conform het Besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 (citeertitel: de Publiciteitsverordening). Er wordt ook verduidelijkt wanneer een publiciteitsboodschap herkenbaar is vanaf de openbare weg.
- In artikel 2.4.1, 3° werd een verbod op al dan niet tijdelijke zaakgebonden publiciteitsinrichtingen ingevoerd op of langs de openbare weg zonder uitdrukkelijke toestemming van de wegbeheerder (bv. borden van immokantoren op straatmeubilair of signalisatie).
- In artikel 2.5.2.5, 2° werd in de aanhef “In elke inrichting dient een veiligheidsregister ter inzage te liggen voor de burgemeester of zijn afgevaardigde” vervangen door “De exploitant van elke voor het publiek toegankelijke inrichting dient ten allen tijde een veiligheidsregister te kunnen voorleggen aan de burgemeester of zijn afgevaardigde”.
- Invoeging van een derde pt. bij artikel 2.6.1 teneinde een verbod in te stellen voor het houden van een barbecue op het openbaar domein, tenzij gebruik gemaakt wordt van vaste installaties die door de steden en gemeenten worden voorzien of in het kader van een goedgekeurde activiteit en/of evenement.
- In artikel 2.6.2 werden enkele voorschriften voor het houden van kampvuur of grote vuurhaard verder verduidelijkt.
- Bij punt 2.7 inzake vuurwerk worden de vuurwerkartikelen thans ingedeeld overeenkomstig het KB van 30 oktober 2015 betreffende het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen.
- In artikel 2.7.1.2 werd de uitzondering voor oudejaarsnacht op het verbod om zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming van de burgemeester op de openbare weg, op openbare plaatsen of op private eigendom feestvuurwerk af te steken of te gebruiken geschrapt.
- Artikel 2.7.3.2 inzake het verbod, behoudens voorafgaande schriftelijke toestemming van de burgemeester, om op het openbaar domein of in bepaalde gevallen op private eigendom vrij verkrijgbare wapens en/of vergunningsplichtige vuurwapens te dragen werd herschreven. Thans voorziet dit artikel in een verplichte adviesaanvraag aan de lokale politie (door burgemeester) en de wijze waarop toestemming moet worden gevraagd.
- Artikel 2.9.1.2 bepaalt thans dat feesten en evenementen die voor het publiek toegankelijk zijn minstens twee maanden vooraf moeten worden gemeld i.p.v. één maand.
- Artikel 2.9.1.5 inzake de aanwezigheid van ‘personen met een bewakingsopdracht’ op fuiven, feesten en evenementen die doorgaan in publiek toegankelijke inrichtingen. Vroeger dienden er vanaf 250 aanwezige toeschouwers minstens twee ‘personen met een bewakingsopdracht’ aangesteld te worden. Thans is dit maar verplicht vanaf 500 aanwezigen.
- Artikel 2.9.2.6 inzake de veiligheidsverlichting in inrichtingen waar feesten en ontspanningsactiviteiten worden georganiseerd past de autonomie van deze veiligheidsverlichting aan van één uur naar één uur lux.
- In artikel 2.10.1 wordt het oude pt.4 (“Zij die kwaadaardige of woeste dieren, die onder hun bewaring staan, laten rondzwerven”) en het oude pt. 8 (“Zij die de dieren laten rondzwerven of onbewaakt op de openbare weg en voor het publiek toegankelijke plaatsen laten lopen.”) samengevoegd.
- In artikel 2.10.2 geldt er thans, conform de wetgeving ter zake, een verbod op het verhandelen, bezitten en inhaleren van van ‘vluchtige snuifmiddelen’. Voorheen was er enkel een verbod voor klaviergas, aanstekergas en verdampte alcohol, wat te beperkt was.
- Artikel 3.2.1 inzake het sluikstorten en verbranden van afvalstoffen bepaalde voorheen dat huishoudelijk afval van meer dan de inhoud van een grote huisvuilzak (60 liter) niet kon worden beschouwd als kleine vorm van openbare overlast. Gelet op het feit dat de Omzendbrief WVL 2024/05 thans bepaalt dat huishoudelijk afval van meer dan 1m3 niet kan worden beschouwd als kleine vorm van openbare overlast werd dit criterium aangepast.
- Artikel 4.2.1.1 inzake het stopzettingsuur van de muziek op fuiven, feesten en evenementen in voor het publiek toegankelijke inrichtingen, dat bepaalt dat de muziek om uiterlijk 4 uur stopgezet moet worden, wordt thans een beperking voorzien voor het geval dat er een ander stopzettingsuur wordt bepaald in de specifieke omgevingsvergunning voor het exploiteren van ingedeelde inrichtingen of activiteiten.
- Artikel 4.5.1: het gebruik van vogelschrikkanonnen wordt thans beperkt in de tijd, m.n. vanaf 15 maart tot uiterlijk 1 november.
- De artikelen m.b.t. de inschrijvingen in de bevolkingsregisters werden geschrapt. Deze waren immers ten informatieve titel en horen niet thuis in een GAS-reglement.
- Artikel 5.6.1 werd geschrapt en vervangen door een verbod op wildkamperen behoudens voorafgaande toelating van de grondeigenaar of terreinbeheerder.
- In pt. 7 werd de procedure volledig uitgeschreven, wat vroeger niet het geval was.
Deze politieverordening zal bekend gemaakt worden, zoals voorgeschreven door de vigerende wetgeving.
Deze aanpassingen worden van kracht vanaf 1 maart 2026.
Op voordracht van het college van burgemeester en schepenen