Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
De notulen van de vergadering van 1 december 2025 werden conform de bepalingen van het gemeentedecreet opgemaakt en tijdig ter beschikking gesteld van de raadsleden. Er zijn geen opmerkingen geformuleerd waardoor ze als goedgekeurd kunnen beschouwd worden.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met algemeenheid van stemmen de notulen van de zitting van 1 december 2025 als goedgekeurd te beschouwen.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
In de zitting van 16 december 2024 werd schepen Talpe door de gemeenteraad voorgedragen als lid van het bestuursorgaan van DVV Westhoek.
De geplande vergaderingen van DVV Westhoek vallen echter samen met de vergaderingen van het bestuursorgaan van het Jan Yperman Ziekenhuis, waardoor schepen Talpe verhinderd is om aan deze vergadering deel te nemen.
Om de vertegenwoordiging van de stad Ieper in het bestuursorgaan van DVV Westhoek te blijven verzekeren, is het aangewezen een ander lid van het schepencollege aan te duiden als vervanger.
Het college van burgemeester en schepenen stelt daarom voor om schepen Desmadryl voor te dragen als lid van het bestuursorgaan van DVV Westhoek, ter vervanging van schepen Talpe.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 17 ja stemmen en 12 onthoudingen:
Artikel 1: Schepen Desmadryl voor te dragen als lid van het bestuursorgaan van DVV Westhoek voor de stad Ieper, ter vervanging van schepen Talpe.
Artikel 2: Een afschrift van deze beslissing wordt bezorgd aan DVV Westhoek.
Het Decreet Lokaal Bestuur en artikel 119 van de Nieuwe Gemeentewet;
In toepassing van het decreet van 28 april 1993 houdende regeling voor het Vlaamse Gewest van het administratief toezicht op de gemeenten;
De artikelen 119, 119 bis, 133 tot 135 van de Nieuwe Gemeentewet;
De wet van 10 april 1990 op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten en latere wijzigingen;
De wet van 7 mei 2004 tot wijziging van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming en de Nieuwe Gemeentewet en latere wijzigingen;
De wet van 17 juni 2004 tot wijziging van de Nieuwe Gemeentewet;
De wet van 17 juni 2004 tot wijziging van de Nieuwe Gemeentewet-erratum;
De wet van 20 juli 2005 houdende diverse bepalingen;
De wet van 25 januari 2007 tot bestraffing van graffiti van onroerende eigendommen en tot wijziging van de Nieuwe Gemeentewet;
De wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties en latere wijzigingen;
Het Koninklijk Besluit van 5 december 2004 houdende vaststelling van de minimumvoorwaarden waaraan gemeenteambtenaren moeten voldoen zoals bepaald in artikel 119 bis § 6, 2de lid, 1° van de Nieuwe Gemeentewet;
Het Koninklijk Besluit van 17 maart 2005 tot vaststelling van de inwerkingtreding van de wet van 17 juni 2004 tot wijziging van de Nieuwe Gemeentewet;
Het Koninklijk Besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de kwalificatie- en onafhankelijkheidsvoorwaarden van de ambtenaar belast met de oplegging van de administratieve geldboete en tot inning van de boetes in uitvoering van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties;
Het Koninklijk Besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de minimumvoorwaarden inzake selectie, aanwerving, opleiding en bevoegdheid van de ambtenaren en personeelsleden die bevoegd zijn tot vaststelling van inbreuken die aanleiding kunnen geven tot de oplegging van een gemeentelijke administratieve sanctie;
Het Koninklijk Besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de bijzondere voorwaarden betreffende het register van de gemeentelijke administratieve sancties ingevoerd bij artikel 44 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties;
Het Koninklijk Besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de nadere voorwaarden en het model van protocolakkoord in uitvoering van artikel 23 van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties;
Het Koninklijk Besluit van 28 januari 2014 houdende de minimumvoorwaarden en modaliteiten voor de bemiddeling in het kader van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties;
Ministeriële omzendbrief van 23 december 2013;
Ministeriële omzendbrief van 22 juli 2014 (B.S. 8 augustus 2014);
De herziene omzendbrief nr. COL 1/2006 dd. 30 januari 2014 van het College van Procureurs-generaal van de hoven van beroep betreffende gemeentelijke administratieve sancties (met erratum dd. 2 juli 2014);
De Omzendbrief WVL 2024/05;
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Begin 2015 werd er in de zonale politieraad beslist dat het opportuun zou zijn om één zonale politieverordening te hebben voor het volledige grondgebied. Door een zonale algemene politieverordening kunnen we klaar en duidelijk aan de bewoners en bezoekers van de streek meegeven wat kan en niet kan, dit om de rust en veiligheid van alle bewoners en bezoekers van Ieper en bij uitbreiding de streek te garanderen.
In de gemeenteraad van 7 december 2015 werd de nieuwe zonale politieverordening goedgekeurd. Deze politieverordening trad in voege op 1 april 2016. Nadien wordt er ongeveer tweejaarlijks een revisie gedaan (los van de 'algemene pauze' van de corona-periode). Dit jaar werd dit, ongeveer tien jaar na de inwerkingtreding, eens grondiger gedaan.
Voorstel is dan ook om volgende zaken aan te passen:
Deze politieverordening zal bekend gemaakt worden, zoals voorgeschreven door de vigerende wetgeving.
Deze aanpassingen worden van kracht vanaf 1 maart 2026.
Op voordracht van het college van burgemeester en schepenen
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 17 ja stemmen en 13 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, W. Vandamme, Bossaert, Bibuljica, Deygers, Demeyere, Louwyck, Stubbe en Kinoo):
Artikel 1: goedkeuring te verlenen aan de aanpassingen in de algemene zonale politieverordening waarvan de tekst integraal is opgenomen als bijlage (genaamd Zonale verordening OO - versie ter goedkeuring gemeenteraad).
Artikel 2: de aanpassingen volgens de wettelijke regeling aan de bevolking bekend maken.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Op 15 december 2022 kocht de heer en mevrouw Selfo en Shpresa Hamitaj het lot nummer 46 in de wijk 'De Vloei'. De heer en mevrouw Selfo en Shpresa Hamitaj wensen deze kavel opnieuw terug te verkopen aan de stad. Dit kan en is zo voorzien in de verkoopsvoorwaarden.
Het betreft een perceel bouwgrond (kavel nr. 46), kadastraal gekend als Ieper, tweede afdeling, sectie B, perceelnummer 594C P0000 met een oppervlakte van 275m² en 1/19e onverdeeld in een perceel bestemd als deeltuin gekend als binnengebied IIa en IIb, kadastraal gekend als Ieper, tweede afdeling, sectie B, perceelnummers 588A en 587A respectievelijk.
De stad koopt deze grond terug in aan de aankoopprijs, dit voor een bedrag van vijfenveertig duizend driehonderd en vijfenzeventig EURO (€ 45.375,00).
De akte zal verleden worden door een door de verkoper gekozen notaris zijnde het kantoor Himpe en Himpe.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd deze aankoop om reden van algemeen nut goed te keuren.
De Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie te ontslaan van zijn ambtshalve inschrijving.
Alle wettelijke kosten zijn voor de verkoper.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met algemeenheid van stemmen:
Artikel 1: om akkoord te gaan met de wederinkoop om reden van algemeen nut van een perceel bouwgrond (kavel nr. 46 De Vloei), kadastraal gekend als Ieper, tweede afdeling, sectie B, perceelnummer 594C P0000 met een oppervlakte van 275m² en 1/19e onverdeeld in een perceel bestemd als deeltuin gekend als binnengebied IIa en IIB, kadastraal gekend als Ieper, tweede afdeling, sectie B, perceelnummers 588A en 587A respectievelijk jegens de heer en mevrouw Selfo en Shpresa Hamitaj tegen aankoopprijs, dit voor een bedrag van vijfenveertig duizend driehonderd vijfenzeventig EURO (€ 45.375,00).
Artikel 2: de ontwerpakte hiertoe opgemaakt goed te keuren.
Artikel 3: de akte te laten verlijden door een door de verkoper gekozen notariaat zijnde het kantoor Himpe en Himpe.
Artikel 4: het college van burgemeester en schepenen te belasten met de uitvoering van deze beslissing.
Artikel 5: de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur te machtigen om de stukken met betrekking tot deze aankoop te ondertekenen.
Artikel 6: de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie te ontslaan van de verplichting ambtshalve inschrijving te nemen.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
De raad wordt gevraagd akte te nemen van het meerjarenplan 2026-2031 van Vereniging Ons Tehuis. Dit werd goedgekeurd door de AV van 12/12/2025.
Het meerjarenplan kan als volgt worden samengevat:
Op basis van deze overwegingen neemt de raad akte van het meerjarenplan 2026-2031 van Vereniging Ons Tehuis.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
De raad wordt gevraagd akte te nemen van de meerjarenplanaanpassing 6 2020-2025 van Vereniging Ons Tehuis. Dit werd goedgekeurd door de AV van 12/12/2025.
De meerjarenplanaanpassing 6 kan als volgt worden samengevat:
Op basis van deze overwegingen neemt de raad akte van de meerjarenplanaanpassing 6 2020-2025 van Vereniging Ons Tehuis.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2024 betreffende de invulling van de gemeentelijke saneringsverplichting (in werking getreden op 18 april 2024) legt een aantal openbare dienstverplichtingen op aan de gemeentelijke rioolbeheerders.
In het kader van de overeenkomst betreffende de overdracht van de gemeentelijke saneringsverplichting (het saneringscontract), wordt de rioolbeheerder, bevraagd over de saneringstarieven die men wenst toe te passen voor het kalenderjaar 2026.
Het decretaal maximaal toegelaten tarief voor de gemeentelijke bijdrage is het tarief van de bovengemeentelijke bijdrage vermenigvuldigd met een factor.
Voor het jaar 2026 is deze factor 1,15. Deze is onveranderd gebleven ten opzichte van het jaar 2025.
Ieper besliste reeds in 2007 om dit maximaal toegelaten tarief toe te passen.
Deze bijdrage wordt aangewend voor financiering van de investeringen en kosten van stedelijke waterzuiveringsinfrastructuur (riolering en individuele behandeling afvalwater).
De Watergroep vraagt om dit besluit voortaan jaarlijks aan de gemeenteraad voor te leggen.
De geraamde ontvangsten uit de saneringsbijdragen en -vergoedingen werden voor onderstaande sommen in het meerjarenplan opgenomen:
2026 3.026.363 euro
2027 3.086.891 euro
2028 3.148.629 euro
2029 3.211.601 euro
2030 3.275.833 euro
2031 3.341.350 euro
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met algemeenheid van stemmen akkoord te gaan met het toepassen van het decretaal bepaalde maximale tarief voor de gemeentelijke saneringsbijdrage voor het jaar 2026:
Artikel 1: de gemeentelijke saneringsbijdrage zal, als bijdrage tot de financiering van de investeringen en kosten van stedelijke waterzuiveringsinfrastructuur (riolering en individuele behandeling afvalwater) vanaf 01.01.2026 aangerekend worden voor het afvalwater afkomstig van de abonnees van De Watergroep op het Ieperse grondgebied.
Artikel 2: de gemeentelijke saneringsvergoeding zal, als bijdrage tot de financiering van de investeringen en kosten van stedelijke waterzuiveringsinfrastructuur (riolering en individuele behandeling afvalwater) vanaf 01.01.2026 aangerekend worden voor het afvalwater afkomstig van eigen waterwinners.
Artikel 3: de gemeentelijke saneringsbijdrage en -vergoeding worden bepaald op het decretaal vastgelegde maximale tarief, meer bepaald de bovengemeentelijke saneringsbijdrage vermenigvuldigd met de door de Vlaamse overheid vastgestelde factor.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
De overeenkomst nr. 25/016 inzake de mededeling van persoonsgegevens door de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid aan de stad Ieper voor de automatische toekenning van aanvullende rechten, met toepassing van beraadslaging nr. 16/008 van het sectoraal comité van de sociale zekerheid en van de gezondheid, overeenkomstig artikel 11bis van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispunt van de sociale zekerheid, vervallen is op 31 december 2025
In het reglement betreffende de algemene gemeentebelasting goedgekeurd in de gemeenteraad van 1 december 2025 wordt een vrijstelling verleend van 7,50 euro aan iedere persoon die recht heeft op de verhoogde tegemoetkoming inzake gezondheidszorgen zoals geregistreerd in het bestand van de kruispuntbank van de sociale zekerheid (alle beschikbare categorieën).
In het reglement betreffende de sociaal-pedagogische toelage goedgekeurd in de gemeenteraad van 29 maart 2021 wordt een toelage toegekend aan de persoon die gedomicilieerd is in Ieper en thuis de opvoeding en verzorging opneemt van zijn zorgbehoevend kind die jonger is dan 18 jaar met minstens 4 punten toegekend op pijler 1.
Om zicht te krijgen op wie recht heeft op de verhoogde tegemoetkoming of kinderen met minstens 4 punten toegekend op pijler 1 wordt gebruik gemaakt van de informatie van de Kruispuntbank van de sociale zekerheid. Dit kan enkel mits een overeenkomst hiertoe wordt afgesloten.
Een aanvraag tot machtiging tot het opnieuw bekomen van mededeling van de lijst van personen die recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging, alle beschikbare hoedanigheidscodes, werd door de Stad Ieper ingediend op 13 januari 2026.
Op 22 januari werd de overeenkomst 26/025, inzake de mededeling van persoonsgegevens door de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid aan de Stad Ieper voor de automatische toekenning van aanvullende rechten of de verstrekking van inlichtingen dienaangaande, met toepassing van beraadslaging nr. 16/008 van 2 februari 2016 (meermaals gewijzigd) van de kamer sociale zekerheid en gezondheid van het informatieveiligheidscomité, overeenkomstig artikel 11bis van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, ontvangen.
Voorgesteld wordt deze overeenkomst dan ook goed te keuren.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met algemeenheid van stemmen:
Artikel 1: de overeenkomst 26/025 met tot doel de mededeling door de KSZ aan de stad van de lijst van de inwoners die recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging en de kinderen jonger dan 18 jaar met minstens 4 punten toegekend op pijler 1, uitsluitend met het oog op de automatische toekenning van een belastingvermindering of toekenning van toelage vastgesteld in de gemeentelijke reglementen algemene gemeentebelasting van 1 december 2025 en de sociaal-pedagogische toelage van 29 maart 2021, goed te keuren.
De betrokken partijen verbinden er zich uitdrukkelijk toe om alle bepalingen van beraadslaging nr. 16/008 van het sectoraal comité van de sociale zekerheid en van de gezondheid na te leven en bijgevolg zal de Stad aan de KSZ de lijst meedelen van belastingplichtige inwoners die potentieel in aanmerking komen voor de belastingvermindering, de lijst met kinderen jonger dan 18 jaar die potentieel in aanmerking komen voor de sociaal-pedagogische toelage en een kopie van de hogervermelde gemeentelijk reglementen overmaken.
Artikel 2: De overeenkomst namens de stad te laten tekenen door de voorzitter en de algemeen directeur.
Formele procedure gemeentelijk stedenbouwkundige verordening
| Goedkeuring ontwerp gemeentelijk stedenbouwkundige verordening met planMERscreening |
College 11 augustus 2025 |
| Adviesvraag voor de planMERscreening in toepassing van artikel 4.2.5. aan Departement Omgeving Omgevingsplanning, Provinciale Dienst Ruimtelijke Planning, Provinciale dienst Omgevingsvergunning en Departement Mobiliteit en Openbare Werken |
12 augustus 2025 Advies provinciale dienst Omgevingsvergunningen - 31 augustus 2025: geen opmerkingen op de ingediende planmerscreening. Advies departement MOW - 8 september 2025: Geen advies. Advies departement Omgeving - 9 september 2025: De screeningsnota maakt voldoende inschatting van de milieueffecten. |
| Vraag tot ontheffing planMERplicht in toepassing van artikel 4.2.6. DABM - SCRSV25007 |
19 september 2025 |
| Ontheffingsbeslissing ten aanzien van de planMERplicht in toepassing van artikel 4.2.6. DABM |
21 november 2025 |
| Adviesvraag in toepassing van artikel 2.3.2. §2. VCRO over het ontwerp van verordening aan de deputatie, het Departement en de GECORO |
21 augustus 2025 Advies deputatie - 11 september 2025: voorwaardelijk gunstig advies. Advies departement Omgeving - 22 september 2025: strikt voorwaardelijk gunstig advies. Advies Gecoro - 2 september 2025: voorwaardelijk gunstig advies.
|
| Openbaar onderzoek in toepassing van artikel 2.3.2. §2. VCRO |
3 november 2025 tot en met 3 december 2025 |
| Gemeentelijk stedenbouwkundige verordening - definitieve versie |
College 5 januari 2026 |
| Definitieve vaststelling van de gemeentelijk stedenbouwkundige verordening door de gemeenteraad, in toepassing van artikel 2.3.2. §2. VCRO |
Gemeenteraad 2 februari 2026 |
| Overmaken voor schorsing aan Departement en deputatie, in toepassing van artikel 2.3.2. §2/1. VCRO |
Onmiddellijk na definitieve vaststelling |
| Publicatie BS, in toepassing van artikel 2.3.2. §2/4. VCRO |
Na schorsingsperiode. |
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018).
Decreet op de omgevingsvergunning, art. 75 tem 77.
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), artikel 2.3.1 en 2.3.2, dat de rechtsgrond voor deze verordening biedt.
Aanleiding en context
Het college keurde op 27 juni 2022 het initieel beleidskader vakantiewoningen toe. Dit beleidskader bood houvast voor het beoordelen van de omvorming van een woning naar verblijfsrecratie (vakantiewoning).
Bij aftoetsing van de aanvragen op het initiële beleidskader bleven een groot aantal woningen in aanmerking komen voor de omvorming naar vakantiewoning. Gezien het aantal aanvragen voor een vakantiewoning hoog bleef en het ingevoerde verbod in Heuvelland, Poperinge en Lo-Reninge ertoe leidde dat investeerders uitweken naar Ieper, werd onderzocht of deze functiewijzigingen een doorslaggevende impact hebben waarbij de druk op de woningmarkt om een betaalbare ééngezinswoning te vinden negatief wordt beïnvloed. In tegenstelling tot gastenkamers, B&B’s,… wordt de woonbestemming bij een vakantiewoning geschrapt en verdwijnt de woonentiteit uit het woonaanbod.
Onderzoek impact functiewijziging naar vakantiewoning op woonaanbod
Aantal vakantiewoningen
Op grondgebied van de stad Ieper zijn op heden 163 vakantiewoningen en kamergerelatuurde logies. Kamergerelateerde logies bieden geen ontbijt aan, hier is geen bewoning bij het logement.
Deze vakantiewoningen zijn deels erkend en deels aangemeld, dit duidt op de 2 categorieën bij Toerisme Vlaanderen:
Het aantal wooneenheden in 2024 bedroeg 17.702 (35.648 inwoners). Dit betekent dat er op heden voor Ieper 0,92% vakantiewoningen en kamergerelateerde logies zijn.
De dienst Toerisme bevestigt dat vakantiewoningen populair zijn bij gezinnen en bezoekers uit eigen land.
Naast de vakantiewoningen nemen ook de tweede verblijven 0,99% van het woonaanbod weg, in 2024 waren er 175 tweede verblijven:
Bezetting vakantiewoningen
De bezetting van de vakantiewoningen werd voor het referentiejaar 2019 (voor corona) op 7 december 2021 bevraagd door de dienst toerisme. Daaruit komt een bezetting van 32% naar voor. Deze bezetting ligt in lijn met de bezetting van de vakantiewoningen in de Westhoek, bevraagd door Westtoer voor 2019: 29% bruto bezetting.
Op het overleg met de logiessector op 22 mei 2025 werd aangegeven dat de bezetting van een vakantiewoning op heden op maximum 25% zit, dit door het hoge aanbod aan vakantiewoningen.
De dienst toerisme bevestigt dat het aanbod aan vakantiewoningen binnen het kleinstedelijk gebied en binnen de dorpskernen de vraag voldoende kunnen opvangen. Voor vakantiewoningen die ruimer zijn en net iets meer kunnen aanbieden (grotere groepen, zwembad, rust, uitzicht,…) blijft de vraag hoog, deze vakantiewoningen kennen een grotere bezetting (elk weekend en schoolvakanties volzet).
In die zin kan worden geconcludeerd dat de bestaande vakantiewoningen op grondgebied Ieper binnen het kleinstedelijk gebied en binnen de dorpskernen niet overbevraagd zijn. Het huidige aanbod kan de vraag voldoende opvangen. Het aanbod is in evenwicht met de behoefte.
Toch blijft de interesse van potentiële investeerders die een woning wensen om te vormen naar een vakantiewoning. Bij de dienst Omgeving worden wekelijks vragen gesteld tot omvorming van een specifieke woning naar een vakantiewoning.
In 2024 werden 22 omgevingsvergunningen afgeleverd voor de omvorming van een grondgebonden woning naar een vakantiewoning. In 2025 werden 17 vakantiewoningen aangevraagd. Dit met toepassing van het huidige beleidskader.
Nood aan betaalbare woningen
De stad heeft jonge inwoners nodig. Zij zorgen voor economische activiteit, ondernemerschap en sociale dynamiek. Jonge gezinnen bouwen hier aan hun toekomst: ze wonen, werken, ondernemen, consumeren en dragen bij via belastingen. Zij zijn de motor van een duurzame ruimtelijke ontwikkeling van de stad en haar dorpen en ondersteunen het sociaal weefsel van het stedelijk gebied en de dorpskernen.
Om deze doelgroep aan te trekken én te behouden, is voldoende en betaalbare huisvesting cruciaal. Zonder een toegankelijk woonaanbod verliezen we jonge mensen aan andere steden of gemeenten.
Op 24 december 2025 zijn 403 leegstaande gebouwen waarvan 366 woningen en 37 gebouwen opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister. Het totaal aantal woonentiteiten is 17.861. Door een strikt leegstandsbeleid is het percentage leegstand in Ieper volledig in beeld gebracht. De leegstand is door het nauw opgevolgd beleid beperkt tot 2,05%. Het aantal tweede verblijven is 174 in 2025 of 0,97%.
Het lage leegstandscijfer duidt op de hoge druk op de woningmarkt en verdedigt de doelstelling van deze gemeentelijk stedenbouwkundige verordening om het kwalitatief woonaanbod voor te behouden voor permanent wonen.
De dienst Omgeving wordt wekelijks meermaals geconfronteerd met aanvragen om ééngezinswoningen te herbestemmen tot vakantiewoningen. Deze evolutie heeft een directe en negatieve impact op het betaalbare woonsegment.
De toenemende interesse van investeerders om woningen om te vormen tot vakantiewoningen haalt deze panden weg uit het woonaanbod. Woningen die oorspronkelijk bedoeld zijn voor permanente bewoning door gezinnen, verdwijnen uit de woonmarkt. Dit leidt niet alleen tot een daling van het beschikbare aanbod, maar zet ook extra druk op de prijzen. De vraag stijgt, het aanbod krimpt en betaalbare gezinswoningen worden schaarser.
Om deze trend te keren, is het wenselijk om woningen in het kleinstedelijk gebied en in de dorpen maximaal voor te behouden voor gezinnen die er effectief willen wonen.
Nieuwe evolutie: vakantiewoningen boven winkels
Daarnaast is er een positieve evolutie merkbaar in het kernwinkelgebied waar steeds vaker omgevingsvergunningsaanvragen worden ingediend om de verdiepingen boven gelijkvloerse winkels of horecazaken om te vormen tot vakantiewoningen. Deze investeringen dragen bij tot het bestrijden van leegstand boven winkels en zorgen voor een nuttige herbestemming van vaak onderbenutte ruimtes. Bovendien blijft de mogelijkheid open om deze verdiepingen op termijn alsnog te herbestemmen naar de woonfunctie.
Het beperken van de omzetting van woningen naar vakantiewoningen kan deze positieve trend versterken. In de binnenstad is het aanbod aan vakantiewoningen immers al aanzienlijk. Door bijkomende mogelijkheden in het grondgebonden woonsegment te beperken, vermijden we een overaanbod dat investeringen in vakantiewoningen op bovenverdiepingen zou kunnen afremmen. Zo sturen we de markt richting efficiënter en duurzamer ruimtegebruik, zonder de druk op het aanbod woningen verder te verhogen.
Verbod op vakantiewoningen in andere gemeenten
De volgende gemeenten hebben (gedeeltelijke) maatregelen genomen tegen vakantiewoningen:
Deze maatregelen werden genomen om de druk op de woningmarkt te verlichten, de leefbaarheid van woonwijken te behouden en oneerlijke concurrentie met reguliere logiesvormen tegen te gaan.
Het beleid van Heuvelland en Poperinge leidt ertoe dat potentiële investeerders uitwijken naar Ieper.
Advies dienst Toerisme
Op 22 mei 2025 vond het overleg plaats met de toeristische sector. Hier werd het beleidskader besproken. Er zijn reeds voldoende vakantiewoningen van het type bescheiden omvang in de binnenstad.
Volgend advies wordt verleend:
Herziening beleidskader vakantiewoningen
Het college keurde op 30 juni 2025 de herziening van het beleidskader vakantiewoningen goed om het woonaanbod maximaal voor te behouden voor de vestiging van een gezin.
Gemeentelijk stedenbouwkundige verordening vakantiewoningen - SVO_33011_233_00013_00001 - ontwerp
In functie van het juridisch verankeren van het beleidskader wordt de vertaling ervan naar een gemeentelijk stedenbouwkundige verordening voorgesteld. Deze verordening focust op het vrijwaren van het woonaanbod voor permanent wonen. Daarnaast worden kwaliteitseisen gesteld waaraan een vakantiewoning dient te voldoen.
Voor deze verordening werd een planMERscreening opgesteld.
Ontwerp gemeentelijk stedenbouwkundige verordening vakantiewoningen
Het college heeft op 11 augustus 2025 de ontwerp gemeentelijk stedenbouwkundige verordening vakantiewoningen goedgekeurd.
Openbaar onderzoek
Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 3 november 2025 tot en met 3 december 2025. Er werden geen bezwaren of reacties ontvangen op het ontwerp van gemeentelijk stedenbouwkundige verordening vakantiewoningen.
Adviesvraag
Op 21 november 2025 werd de adviesvraag over het ontwerp van gemeentelijk stedenbouwkundige verordening ter vrijwaring van het woonklimaat en het waardevol bouwkundig erfgoed verstuurd aan Departement Omgeving, deputatie en Gecoro.
Volgende adviezen werden ontvangen:
Voor de evaluatie van de adviezen werd een antwoordnota opgesteld die als bijlage wordt toegevoegd.
Beslissing tot ontheffing planMERplicht
Op 12 augustus 2025 werd de adviesvraag ten aanzien van de planMERscreening verstuurd. Volgende adviezen werden ontvangen.
Op 19 september 2025 werd de vraag tot ontheffing van de planMERplicht verstuurd aan Team Mer Vlaandreren.
Op 21 november 2025 werd door Team Omgevingseffecten bevestigd dat de gemeentelijk stedenbouwkundige verordening vakantiewoningen geen aanleiding geeft tot aanzienlijke negatieve milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is.
Op basis van deze overwegingen besluit de raad met 17 ja stemmen en 1 onthouding (het raadslid Stubbe) tegen 12 neen stemmen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, W. Vandamme, Bossaert, Bibuljica, Deygers, Demeyere, Louwyck en Kinoo) de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening vakantiewoningen, opgemaakt overeenkomstig art. 2.3.1. t.e.m. 2.3.3. van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening, definitief vast te stellen :
Gemeentelijk stedenbouwkundige verordening vakantiewoningen
Artikel 1. Definities
Bestemming wonen en bedrijvigheid
De bestemming wonen en bedrijvigheid wordt gedefinieerd als:
*) Concordantietabel Belgisch Staatsblad 25 augustus 2009 als bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de concordantie van bijzondere bestemmingsvoorschriften van de plannen van aanleg naar de categorieën of subcategorieën van gebiedsaanduiding (29 mei 2009).
Vakantiewoning
Een vakantiewoning is een zelfstandig gemeubeld verblijf (zoals een woning of appartement) dat bedoeld is om tijdelijk aan toeristen of recreanten te verhuren voor vakantie-, recreatie- of ontspanningsdoeleinden. Het is niet bedoeld voor permanente bewoning.
Als toeristen in een vakantiewoning verblijven, hebben zij een persoonlijk gebruiksrecht over de woning. Een vakantiewoning heeft een zitgedeelte, een eigen kookgelegenheid, een eetgedeelte, een eigen badkamer, een toilet en één of meer slaapruimtes. Stedenbouwkundig is er sprake van verblijfsrecreatie zonder dat de woonfunctie er wordt behouden.
Artikel 2. Toepassingsgebied
De gemeentelijk stedenbouwkundige verordening vakantiewoningen heeft betrekking op het volledige grondgebied van de stad Ieper.
De verordening is van toepassing op alle stedenbouwkundige handelingen waarvoor een vergunningsplicht geldt die betrekking heeft op de aanvraag van een functiewijziging naar vakantiewoning of de oprichting van een nieuwe vakantiewoning.
Beschermde monumenten, voorlopig beschermde monumenten en woningen of gebouwen binnen een beschermd dorps- en stadsgezicht worden buiten beschouwing gelaten.
Artikel 3. Hiërarchische bepalingen
Het verbod op functiewijziging naar vakantiewoning op basis van deze gemeentelijk stedenbouwkundige verordening primeert boven de bestemmingsvoorschriften van een BPA, ruimtelijk uitvoeringsplan of verkavelingsvergunning.
Dit betekent dat als de functiewijziging naar een vakantiewoning binnen een zone van een BPA, ruimtelijk uitvoeringsplan of verkaveling toegelaten is als hoofdbestemming, maar de functiewijziging naar vakantiewoning op basis van deze gemeentelijk stedenbouwkundige verordening niet toegelaten is, deze ook niet vergund kan worden.
Artikel 4. Verbod op nieuwe vakantiewoningen
§1. Verbod op nieuwe vakantiewoningen
Er geldt een verbod op nieuwe vakantiewoningen binnen de bestemming wonen en bedrijvigheid.
§2. Uitzonderingsbepalingen
Er kunnen zich bijzondere omstandigheden voordoen waardoor het wel aanvaardbaar is een vakantiewoning toe te staan.
Hieronder volgen de enige aanvaardbare argumenten die een nieuwe vakantiewoning kunnen rechtvaardigen:
Artikel 5. Kwaliteitseisen voor de vakantiewoning
Kwaliteitseisen
Elke nieuwe vakantiewoning dient te voldoen aan specifieke kwaliteitseisen. Er worden geen eigenstandige oppervlaktenormen voor een vakantiewoning gedefinieerd, wel is het belangrijk dat een eventuele latere omvorming naar wonen voldoende kwaliteit biedt. De minimale oppervlaktenormen die Wonen in Vlaanderen voor sociale huisvesting bepaalt, gelden als absoluut minimum om voldoende woonkwaliteit af te dwingen. Elke ontworpen vakantiewoning dient te voldoen aan deze ontwerpleidraad:
Binnen de omgevingsvergunningsaanvraag dient aangetoond dat voldaan wordt aan voormelde kwaliteitseisen.
Slotbepalingen
Artikel 6. De definitief vastgestelde gemeentelijk stedenbouwkundige verordening vakantiewoningen wordt samen met het besluit van de gemeenteraad en het volledige advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening binnen de 10 dagen na de definitieve vaststelling per beveiligde zending bezorgd aan de deputatie van de provincie West-Vlaanderen en aan het departement.
Artikel 7. Overeenkomstig artikel 286 van het decreet lokaal bestuur maakt de burgemeester bekend dat de gemeenteraad deze gemeentelijk stedenbouwkundige verordening heeft vastgesteld in zitting van 2 februari 2025;
Artikel 8. Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van deze beslissing;
Artikel 9. Deze gemeentelijk stedenbouwkundige verordening treedt in werking op de tiende dag na de bekendmaking van de definitieve vaststelling in het Belgisch Staatsblad.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het decreet van 28 januari 1977 tot bescherming van de namen van openbare wegen en pleinen gewijzigd op 1 juli 1987, 4 februari 1997 en 29 november 2002
Op 3 november 2025 heeft de gemeenteraad, na advies van de straatnamencommissie, de nieuwe straatnaam “Tamborynstraat” principieel goedgekeurd. Dit gebeurde om een mogelijk huisnummeringsprobleem in de Klijtestraat op te lossen.
De betrokken diensten “Omgeving” en “Bevolking” hebben naderhand, op basis van bijkomende gegevens en onderzoek, vastgesteld dat de nieuwe straatnaam geen oplossing biedt voor de huisnummering van alle woningen, maar slechts voor een deel ervan. Een hernummering (nummers 1A, 1B, 1C, 1D, enz.) van de Klijtestraat biedt evenwel de beste oplossing.
Hierdoor is de toekenning van een nieuwe straatnaam in de omgeving van de Klijtestraat in Elverdinge overbodig. De in de gemeenteraad op 3 november 2025 principieel goedgekeurde naam "Tamborynstraat" moet derhalve niet definitief goedgekeurd worden. De straatnamencommissie werd hiervan per mail informatief op de hoogte gebracht.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met algemeenheid van stemmen dat de op 3 november 2025 principieel goedgekeurde straatnaam “Tamborynstraat” niet definitief wordt toegekend, aangezien de toekenning van een nieuwe straatnaam overbodig is.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Rvb 16 nov 2018: beslissing om de werking van Pas Partoe in te kantelen binnen de Dienstverlenende Vereniging (DVV)
Overeenkomst goedgekeurd door de Raad van Bestuur van de Dienstverlenende Vereniging DVV Westhoek (9 december 2025)
Pas Partoe is een samenwerkingsverband van 7gemeenten binnen de Westhoek (waaronder Mesen), dat samen een vrijetijdsaanbod voor kinderen en jongeren ontwikkelt. De deelnemende jeugddiensten zijn Alveringem, Heuvelland, Ieper, Mesen, Langemark-Poelkapelle, Poperinge en Vleteren. De werking van Pas Partoe is ingekanteld binnen DVV Westhoek als kostendelende vereniging en volgt volgende principes:
In overleg met de Pas Partoe-leden werd de overeenkomst herzien en aangepast voor de periode 2026-2032, zodat ze beter aansluit bij de huidige praktijk en de werking verder versterkt. Volgende punten werden aangepast en/of geschrapt:
- De passages over de voorgeschiedenis van Pas Partoe zijn geschrapt.
- Nieuwe bepaling: extra opstapplekken voor busvervoer kunnen worden voorzien als minimaal twee gemeenten deelnemen aan een activiteit.
- De bepaling dat activiteiten enkel tijdens schoolvakanties plaatsvinden, is geschrapt, zodat ook op andere momenten activiteiten kunnen worden georganiseerd.
- Het minimumaantal Pas Partoe-gemeenten dat moet deelnemen aan een activiteit is verlaagd van drie naar twee.
- De stuurgroep is uitgebreid met een ondervoorzitter, en de functie ‘penningmeester’ werd hernoemd naar ‘secretaris-penningmeester’.
- De functie van secretaris-penningmeester wordt standaard opgenomen door de medewerker Vrije Tijd – Jeugd van DVV Westhoek, met een takenpakket dat overeenkomt met 0,02 VTE.
- Toegevoegd werd de bepaling dat, indien een jeugddienstmedewerker herhaaldelijk zonder geldige reden afwezig is, de werkgroep kan beslissen om de beschikbare Pas Partoe-plaatsen voor kinderen en jongeren uit die gemeente te herverdelen onder gemeenten die wel structureel vertegenwoordigd zijn.
- Aanpassing van “minimum de organiserende jeugddiensten worden verwacht om aanwezig te zijn op de eigen activiteiten om alles in goede banen te leiden” naar : “de organiserende jeugddienst wordt verwacht verantwoordelijkheid op te nemen voor de eigen activiteiten en ervoor te zorgen dat alles op de dag van de activiteit in goede banen wordt geleid.”
- De afrekening wordt voortaan twee keer per jaar bezorgd in plaats van één keer.
- Aanpassing van de duurtijd: 15 januari 2026 loopt tot en met 31 december 2032
- De overeenkomst kan door elke partij beëindigd worden 6 maanden voor het einde van het kalenderjaar (i.p.v. 9 maanden)
- Er is een extra passage toegevoegd die bepaalt dat gemeenten ook tijdens de looptijd van de overeenkomst kunnen toetreden, op voorwaarde dat zij dit minstens zes maanden vooraf schriftelijk melden aan het bestuur van Pas Partoe (voorzitter, ondervoorzitter en penningmeester-secretaris).
Gevraagd wordt de samenwerkingsovereenkomst voor de periode 2026 - 2032 goed te keuren.
De kosten worden gedragen door JOC Ieper vzw.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met algemeenheid van stemmen om:
Artikel 1: de samenwerkingsovereenkomst betreffende de intergemeentelijke samenwerking Pas Partoe goed te keuren.
Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen te belasten met de uitvoering van deze beslissing.
| Aanvraag tot vrijgave woonuitbreidingsgebied |
De aanvraag tot vrijgave van het woonuitbreidingsgebied werd ontvangen op 3 december 2024. |
| Adviesvraag |
Op 13 december2025 werd via DSI advies gevraagd aan volgende adviesinstanties:
|
| Vooroverleg |
Het vooroverleg vond plaats op 21 januari 2025. |
| Beslissing college over het initiatief tot vrijgave. |
De adviezen en het verslag werden overgemaakt aan het college van burgemeester en schepenen. De aanvraag werd afgetoetst aan de voorwaarden van artikel 5.6.11 van de VCRO. Op basis daarvan heeft het college van burgemeester en schepenen in zitting van 27 januari 2025 beslist het initiatief tot vrijgave voor te leggen aan de gemeenteraad. |
| Plan-MER-screening |
De plan-MER-screening werd opgesteld en aangeleverd op 17 september 2025. De plan-mer-screening is niet geïntegreerd in de procedure van het vrijgavebesluit (in tegenstelling tot een procedure voor het ruimtelijk uitvoeringsplan). Dit impliceert dat er voorafgaand aan de voorlopig vaststelling voor de gemeenteraad een planMERscreening dient opgesteld, dient verstuurd voor adviesvraag waarna de ontheffing van de planMERplicht wordt opgevraagd van Team MER. Pas daarna kan de aanvraag voorgelegd worden aan de gemeenteraad voor voorlopig vaststelling, de organisatie van het openbaar onderzoek en de voorlegging aan de gemeenteraad voor de definitieve vaststelling. |
| Adviesvraag over de planMERscreening |
Het college heeft op 29 september 2025 de adviesvraag over de plan-MER-screening goedgekeurd. De adviesvraag werd verstuurd aan:
|
| Beslissing tot ontheffing plan-MER-plicht |
Na ontvangst van de adviezen over de plan-MER-screening werd op 3 november 2025 de vraag tot ontheffing van de plan-MER-plicht verstuurd aan MER Vlaanderen. Op 19 december 2025 werd op basis van de planMERscreening en de adviezen door Mer Vlaanderen bevestigd dat er geen planMER dient opgesteld. |
| Voorlopige vaststelling |
Conform artikel 5.6.12. §3 VCRO kan de gemeenteraad het besluit tot vrijgave voorlopig vast stellen, met inbegrip van de beoogde voorwaarden en eventuele lasten als vermeld in artikel 5.6.11, §3 en §4, en de norm, vermeld in artikel 5.97 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 Er wordt voorgesteld de voorlopige vaststelling te agenderen voor de gemeenteraad van 2 februari 2026. |
| Openbaar onderzoek en adviesvraag |
Conform artikel 5.6.12. §3. wordt een openbaar onderzoek georganiseerd gedurende 60 dagen waarbij iedere belanghebbende gedurende die termijn schriftelijk of digirtaal opmerkingen of bezwaren kan indienen. De nadere regels voor het openbaar onderzoek, bepaald krachtens artikel 7.4.4/1, §3, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing. Conform artikel 5.6.12. §4 wint het college het voorafgaande advies in van het departement en van de instanties die zijn aangewezen krachtens artikel 7.4.4/1, §4, eerste lid. Conform artikel 5.6.12. §5 is het college na het verstrijken van de onderzoeks- en adviesperiode belast met het bundelen en coördineren van alle adviezen, opmerkingen en bezwaren ten behoeve van de gemeenteraad. Het college van burgemeester en schepenen kan de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening met die taak belasten. |
| Definitieve vaststelling |
Conform artikel 5.6.12. §6 beslist de gemeenteraad over de vrijgave binnen de 90 dagen na het einde van het openbaar onderzoek of het einde van de adviesperiode. |
| Schorisings- of vernietigingsperiode |
Conform artikel 5.6.12. §7. wordt het gemeenteraadsbesluit tot vrijgave van een woonreservegebied onmiddellijk met een beveiligde zending aan het departement bezorgd |
| Publicatie Belgisch Staatsblad |
Als een gemeenteraadsbesluit tot vrijgave van een woonreservegebied niet tijdig is geschorst of vernietigd, wordt het bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en wordt het opgenomen in het plannenregister, vermeld in artikel 5.1.1. |
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Vlaamse codex Ruimtelijke Ordening, in het bijzonder afdeling 4 'Woonreservegebieden'
Decreet Woonreservegebieden
Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels voor aanvragen, adviezen en beslissingen over de vrijgave van woonreservegebieden.
Decreet algemene bepalingen milieubeleid DABM
Verzoek tot vrijgave van het woonuitbreidingsgebied Hollebeke
Op 3 december 2024 werd door Demo-architecten (in opdracht van Hectaar) een verzoek tot initiatief voor vrijgave van het woonuitbreidingsgebied gelegen te Hollebeke-Dorp 20-22 ingediend .
Voorliggende aanvraag betreft een vraag tot vrijgave van woonuitbreidingsgebied, gelegen ter hoogte van de percelen van Hollebeke-dorp 20-22 (kadastraal deel van 15de afdeling, sectie A, nummers 0289E en 0290L) aan de zijde van de Bierboomstraat met de bedoeling deze percelen te kunnen ontwikkelen in functie van woningbouw.
De plaats van de aanvraag is gelegen in de dorpskern van de deelgemeente Hollebeke. Op de percelen die onderwerp uitmaken van voorliggende vraag staan 2 gekoppelde woningen ingeplant. Op het links aanpalende perceel is de voormalige pastorij gelegen met aanpalend de kerk van Hollebeke. Langs de rechterzijde is de Bierboomstraat gelegen. De achterliggende omgeving wordt gekenmerkt door een verkaveling bestaande uit open en halfopen woningen.
De 2 percelen hebben een gezamenlijke oppervlakte van 1.880 m². De voorste helft van deze percelen aan de zijde van Hollebeke-Dorp is gelegen in woongebied met landelijk karakter volgens het gewestplan en de achterste helft ligt in woonuitbreidingsgebied. Voorliggende voorstel tot vrijgavebesluit heeft enkel betrekking op het deel gelegen in woonuitbreidingsgebied van ca 940 m².
Men wenst de 2 bestaande woningen en aanhorigheden te slopen en 7 nieuwe woningen te bouwen. Dit zijn 6 halfopen woningen en 1 woning van het gesloten bebouwingstype. De oppervlakte van de loten ligt tussen 240 m² en 285 m². Loten 1 tot en met 3 worden gericht naar Hollebeke-Dorp en de overige percelen worden ontsloten via de Bierboomstraat. Er dient geen nieuwe wegenis voorzien te worden. Elke woning wordt voorzien van een oprit en stalplaats voor de wagen.
Op 21 januari 2025 werd het vooroverleg georganiseerd. De aanvrager en adviesinstanties werden hierop uitgenodigd. De aanvraag en de ontvangen adviezen werden besproken. Het verslag van het vooroverleg werd overgemaakt aan de aanvrager alsook opgeladen op DSI. Het verslag werd in bijlage opgeladen.
Het college heeft op 27 januari 2025 kennis genomen van het verslag van het vooroverleg. Het college heeft daarbij beslist de vraag voor te leggen aan de gemeenteraad.
De gemeenteraad kan een woonreservegebied slechts volledig of gedeeltelijk vrijgeven als dat in overeenstemming is met het geldende gemeentelijk structuurplan. Het gemeenteraadsbesluit bepaalt de voorwaarden voor een ruimtelijk kwalitatieve ontwikkeling van het vrijgegeven gebied. Deze voorwaarden hebben minstens betrekking op de woningtypologie en -dichtheid, op de vermenging van functies, op de groenvoorzieningen en de waterhuishouding. De voorwaarden garanderen een hoog ruimtelijk rendement en een zuinig ruimtegebruik door een minimale groepering van de woningen en door gedeelde voorzieningen.
PlanMERscreening
Voor de aanvraag tot vrijgavebesluit woonuitbreidingsgebied werd een planMERscreening opgesteld die onderworpen werd aan een adviesvraag conform art. 4.2.5 Decreet algemene bepalingen milieubeleid (DABM).
Tot organisatie van de adviesvraag werd de lijst van adviesinstanties voor plan-m.e.r.-screenings volgens het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de milieueffectrapportage over plannen en programma’s van 12 oktober 2007 gehanteerd. Deze lijst is van toepassing voor adviesvragen over plan-m.e.r.-screenings voor vrijgaven van woonreservegebieden. Volgende instanties werden om advies gevraagd: Provinciebestuur West-Vlaanderen, Dienst Ruimtelijke Planning, Departement Omgeving – Omgevingsplanning - West-Vlaanderen en Departement Mobiliteit en openbare werken. Door deze instanties werd een gunstig advies verleend.
Op 19 december 2025 werd op basis van de planMERscreening en de adviezen door Mer Vlaanderen bevestigd dat er geen planMER dient opgesteld.
Voorlopige vaststelling
De gemeenteraad kan op initiatief van het college van burgemeester en schepenen beslissen dat een woonreservegebied volledig of gedeeltelijk vrijgegeven wordt voor wonen en voor activiteiten en voorzieningen die aan het wonen verwant en ermee verweefbaar zijn, op maat van en inpasbaar in het woonreservegebied en de omgeving. Een gedeeltelijke vrijgave heeft betrekking op een samenhangend en ruimtelijk afzonderbaar onderdeel van het woonreservegebied.
Met voorliggende vraag tot vrijgave wordt een deel van het resterende woonuitbreidingsgebied in de dorpskern Hollebeke voor een oppervlakte van 940 m², aansluitend op de Bierboomstraat, voorgesteld als te ontwikkelen. Deze ontwikkeling maakt deel uit van het voorstel tot oprichting van 7 woningen in het woongebied met landelijk karakter en dit deel van het woonuitbreidingsgebied. Het overige deel van het woonuitbreidingsgebied maakt deel uit van de omgeving van de kerk, de begraafplaats en de speelzone waar de jeugd gevestigd is.
In die zin kan worden verdedigd dat het voorgestelde deel van het woonuitbreidingsgebied als een samenhangend en ruimtelijk afzonderbaar gedeelte kan worden ontwikkeld. De vrijgave legt bovendien geen hypotheek op de latere invulling of herbestemming van de overige delen van het woonuitbreidingsgebied.
Het al dan niet vrijgeven van een woonreservegebied of een deel ervan wordt beoordeeld aan de hand van:
De bepalingen van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan:
De gewenste ruimtelijke structuur voor de dorpskern Hollebeke wordt als volgt bepaald:
Richtinggevend deel p 102 en 103:
5.2.2.9 Hollebeke.
In het te voeren beleid binnen de kernenhiërarchie wordt Hollebeke gezien als een overige kern in het buitengebied. Dit impliceert dat de aanwezige beperkte reserve woongebieden er gefaseerd aangesneden kunnen worden en een beperkte uitbreiding van het woonweefsel in functie van een autonome ontwikkeling.
Er zijn nog behoorlijk wat verdichtingsmogelijkheden op de ruim bemeten percelen binnen het landelijk woongebied. Gelet op de hoge vraag naar wooneenheden binnen Hollebeke, wordt een pleidooi gevoerd voor inbreidingsprojecten in het bestaande woongebied.
De prioritaire aandacht dient ook te gaan naar de versterking van de leefbaarheid. Hollebeke wordt in het “Leefbaarheidsonderzoek in de Plattelandskernen van de Westhoek” immers als een stagnerende kleine kern beschouwd. Daarbij kunnen volgende zaken als strategische aandachtspunten beschouwd worden om de aantrekkelijkheid van de woonomgeving te bestendigen en te verhogen.
Bindende bepalingen p 11 en 12:
3.2. Selectie hoofddorpen en woonkernen
Met voorliggende ontwikkeling wordt een kleinschalige inbreiding binnen de dorpskern voorgesteld.
In relatie tot het GRS kan worden vastgesteld dat het ontwerp in grote lijnen aansluit bij de richtinggevende principes. Hollebeke is aangeduid als een overige kern in het buitengebied, waar beperkte uitbreiding en gefaseerde aansnijding van woonuitbreidingsgebieden mogelijk is. Het project situeert zich in de dorpskern en vormt een beperkte uitbreiding op het bestaande woonaanbod, wat conform is met het beleid voor autonome ontwikkeling. De keuze om het woonuitbreidingsgebied aan te snijden is dus verdedigbaar.
Het ontwerp legt geen nadruk op verticale verdichting. In plaats daarvan kiest men voor grondgebonden woningen. Dit is positief voor het behoud van de dorpsidentiteit.
Wat betreft leefbaarheid en dorpskwaliteit, is het ontwerp beperkt tot de eigen perceelsoppervlakte. Er worden geen specifieke maatregelen voorzien voor de herinrichting van het openbaar domein, de versterking van het traag netwerk of de integratie van groenblauwe structuren. Het waterbeheer en klimaatadaptieve ingrepen, zoals infiltratie of buffering dienen op schaal van de ontwikkeling te voldoen aan de bepalingen van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater
De schaal van dit project is beperkt waardoor de focus ligt op een invulling ter versterking van het woonweefsel op deze locatie. Samenvattend kan worden gesteld dat een verdere invulling in functie van wonen en complementaire functies voldoet aan de basisprincipes van beperkte uitbreiding en kernversterking.
De bepalingen van het ontwerp provinciaal Beleidsplan Ruimte West-Vlaanderen en het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, of een ontwerp daarvan;
De provincieraad van West-Vlaanderen heeft in zitting van 20 juni 2024 het ontwerp van het Beleidsplan Ruimte West-Vlaanderen voorlopig vastgesteld. Met het beleidskader ‘Levendige en verbonden dorps- en stadskernen’ wordt een kwalitatieve versterking van alle dorps- en stadskernen beoogd én een versterking van het netwerk van dorps- en stadskernen.
De beleidslijn ‘Versterken van het netwerk van dorps- en stadskernen’ uit het BK ‘Levendige en verbonden dorps- en stadskernen’ wil werken aan een goed functionerend netwerk van dorps- en stadskernen in West-Vlaanderen. Drie parameters: positie in het netwerk, graad van stedelijkheid en eigenheid van de deelruimte, vormen de basis om een ruimtelijke afweging te maken over hoe om te gaan met ruimtevragen binnen een functioneel geheel en in een specifieke kern.
De kern Hollebeke ligt binnen het functioneel geheel van Ieper-Poperinge en neemt binnen dit functioneel geheel een positie 1 in: de kern is direct afhankelijk van andere kernen, voornamelijk Ieper, voor de dagelijkse activiteiten van werken, studeren en winkelen. De weinige aanwezige voorzieningen in de kern zijn voor de eigen inwoners en trekken weinig inwoners van nabije kernen aan. Daarnaast is de stedelijkheidsgraad van Hollebeke zeer beperkt: er is een lage kritische massa, plaatswaarde en knoopwaarde.
De kleine schaal van deze wooninvulling is op maat van en draagt bij aan levendigheid van deze dorpskern.
De principes en doelstellingen vermeld in artikel 1.1.4. VCRO;
Artikel 1.1.4. van de VCRO bepaalt dat de de ruimtelijke ordening gericht is op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.
De waterhuishouding, in het bijzonder de vrijwaring van het waterbergend vermogen waar dit relevant is.
Het deel woonuitbreidingsgebied ligt niet binnen een overstromingsgevoelig gebied. Vanuit de watertoets worden wel een aantal randvoorwaarden meegegeven die relevant zijn voor het deel woongebied met landelijk karakter. Hiermee wordt de overstromingsgevoeligheid van het perceel benoemd voor het deel aan Hollebeke-Dorp en dient overstromingsveilig gebouwd te worden. Dit impliceert een verhoging van het vloerpeil. Op zich is dit haalbaar. Daarnaast wordt aangegeven dat in functie van de doorstroomfunctie van het zuidelijk deel van het perceel een aangepaste bouwwijze dient te worden aangehouden. Het vrijgavebesluit spreekt zich enkel uit over het deel woonuitbreidingsgebied en hoeft deze procedure zich niet uit te spreken over het deel woongebied met landelijk karakter. Dit betekent dat voormelde aan bod komt bij de omgevingsvergunning voor het bouwen van de woningen in het woongebied met landelijk karakter.
Het bindend sociaal objectief van de gemeente zoals bepaald overeenkomstig hoofdstuk 2 van titel 3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, en de voort- gang van de realisatie ervan.
Ieper heeft zijn Bindend Sociaal Objectief (BSO) met tijdshorizon 31 december 2025 bereikt:
De concrete cijfers zijn:
Uit voorgaande cijfers kan men concluderen dat er een netto-toename van sociale huurwoningen is van 330 woningen (1459 – 1129 = 330 woningen). Op basis van het gerealiseerde aanbod is het BSO aldus bereikt. Naast het BSO, is er wel een grote vraag naar sociale woningen in de stad (op basis van de kandidaat-huurderslijsten).
Voorliggende vraag tot vrijgave werd besproken op het lokaal woonoverleg van 15 december 2025 teneinde deze te toetsen aan de gemeentelijke visie op wonen (woonbeleidsplan, visie op sociaal wonen, visie op budgethuren, actieprogramma, …).
Gezien het bestaande BSO reeds werd ingevuld, dient gesteld dat deze locatie in Hollebeke omwille van de beperkte omvang met een lager uitrustingsniveau minder geschikt is voor extra sociale huisvesting. Naast het initiatief van de woonmaatschappij Ons Onderdak ter hoogte van de Wielewaalstraat is het beter om bijkomend sociaal woonaanbod te voorzien op beter uitgeruste locaties in het kleinstedelijk gebied of de dorpen.
In die zin wordt gesteld dat dit project ingevuld kan worden met een private woonontwikkeling.
Ontwikkelingsvoorwaarden voor een kwalitatieve ontwikkeling
De voorwaarden voor een ruimtelijk kwalitatieve ontwikkeling van het vrijgegeven gebied hebben minstens betrekking op de woningtypologie en -dichtheid, op de vermenging van functies en op de groenvoorzieningen en de waterhuishouding. De voorwaarden garanderen een hoog ruimtelijk rendement en een zuinig ruimtegebruik door een minimale groepering van de woningen en door gedeelde voorzieningen.
De firma Hectaar treedt als ontwikkelaar op voor deze eigendom, in die zin kan aangenomen zijn dat er garanties zijn dat er tot evenwichtige ontwikkeling binnen een aanvaardbaar tijdsperspectief zal worden overgegaan.
Bij verfijning van het ontwerp dienen de bepalingen van de gemeentelijk stedenbouwkundige verordening ter vrijwaring van het woonklimaat en het waardevol bouwkundig erfgoed nageleefd te worden.
In functie van woonkwaliteit dienen de minimale oppervlaktenormen uit de ontwerpleidraad van Wonen in Vlaanderen voor sociale huisvesting als basiskwaliteit nageleefd te worden. Elke ontworpen woonentiteit dient hieraan te voldoen.
Woningtypologie en -dichtheid:
Vermenging van functies:
Groenvoorzieningen:
Waterhuishouding:
Het vrijgavebesluit en de voorwaarden gelden als ordening in de zin van artikel 5.1.1 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.
Lasten
De bouwheer dient in te staan voor de noodzakelijke nutsvoorzieningen, zowel de netuitbreidingen indien van toepassing als de nutsaansluitingen en staat op eigen kosten in voor de (her)aanleg van voetpaden, riolering en opritten.
De gemeentelijk stedenbouwkundige verordening lasten bij omgevingsvergunningen bepaalt een stedenbouwkundige ontwikkelingskost voor bijkomende woonentiteiten. Dit op basis van artikel 75 tot en met 77 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij de omgevingsvergunning wordt deze ontwikkelingskost als last opgenomen.
Milieubeoordeling
Het plan-MER-screeningsdossier bevat de nodige informatie over het voorgenomen plan en over de milieueffecten op de relevante milieudisciplines. De adviesinstanties zijn van mening dat de effecten op het milieu correct en voldoende beschreven zijn of hadden geen bezwaren tegen de vaststelling in de screeningnota dat de vrijgave van het woonuitbreidingsgebied geen aanzienlijke milieueffecten kan genereren. In het screeningsdossier wordt duidelijk aangetoond dat de milieueffecten die het plan genereert niet van die aard zijn dat zij als aanzienlijk beschouwd moeten worden.
Rekening houdend met het bovenvermelde bevestigde het Team Omgevingseffecten dat het vrijgavebesluit geen aanleiding geeft tot aanzienlijke negatieve milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is.
Conclusie
Op basis van deze overwegingen en met algemeenheid van stemmen:
Artikel 1 — Voorwerp en reikwijdte
Stelt de gemeenteraad de gedeeltelijke vrijgave van het woonuitbreidingsgebied Hollebeke-Dorp 22-24 (kadastraal delen van 15de afdeling, sectie A, nummers 0289E en 0290L) zoals cartografisch afgebakend in bijlage 20241204_2428-CAD-VS01-A3-presentatie-241203 voorlopig vast. De vrijgave betreft een samenhangend, ruimtelijk afzonderbaar deelgebied van ca. 940 m². De overige delen van het woonuitbreidingsgebied blijven niet-vrijgegeven (onder de stolp).
Artikel 2 — Bestemmingsdoel en verweefbare functies
De vrijgave betreft wonen en verweefbare, aan wonen verwante voorzieningen. Niet-verweefbare detailhandel/kmo-ontwikkelingen vallen buiten deze vrijgave.
Artikel 3 — Ontwikkelingsvoorwaarden (verordenend karakter)
Voor vergunningverlening binnen het vrij te geven deelgebied gelden volgende bindende voorwaarden:
Vermenging van functies:
Groenvoorzieningen:
Waterhuishouding:
Het vrijgavebesluit en de voorwaarden gelden als ordening in de zin van artikel 5.1.1 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.
Artikel 4 — Lasten en realisatieverplichtingen
De gemeenteraad legt volgende lasten op aan ontwikkelaars/aanvragers:
De bouwheer dient in te staan voor de noodzakelijke nutsvoorzieningen, zowel de netuitbreidingen indien van toepassing als de nutsaansluitingen en staat op eigen kosten in voor de (her)aanleg van voetpaden, riolering en opritten.
De gemeentelijk stedenbouwkundige verordening lasten bij omgevingsvergunningen bepaalt een stedenbouwkundige ontwikkelingskost voor bijkomende woonentiteiten. Dit op basis van artikel 75 tot en met 77 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij de omgevingsvergunning wordt deze ontwikkelingskost als last opgenomen.
Artikel 5 — Verdere procedure
De gemeenteraad vraagt het college de procedure verder te zetten en het openbaar onderzoek met de adviesvraag te organiseren.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de Gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en zijn navolgende wijzigingen, meer bepaald artikel 1.3.3. §8
Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels voor de samenstelling, de organisatie en de werkwijze van de provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening van 19 mei 2000 (Belgisch Staatsblad 3 juni 2000), gewijzigd op 5 juni 2009 (Belgisch Staatsblad 26 augustus 2009).
Besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009 tot vaststelling van een deontologische code voor de leden van de Vlaamse, provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening van 3 juli 2009 (Belgisch Staatblad 25 augustus 2009).
Decreet van 4 april 2014 houdende de wijziging van diverse decreten met betrekking tot de ruimtelijke ordening en het grond- en pandenbeleid (B.S. 15 april 2014).
Het huidige huishoudelijk reglement van de GECORO werd goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 10 mei 2022.
Een aanpassing is gewenst en noodzakelijk, in het bijzonder wat betreft:
Het voorliggend aangepaste huishoudelijk reglement werd unaniem goedgekeurd door de GECORO in zitting van 18 november 2025.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 21 ja stemmen en 9 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Verkruysse, W. Vandamme, Bossaert, Bibuljica, Deygers, Demeyere en Louwyck) het geactualiseerde huishoudelijk reglement van de Gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Ordening goed te keuren als volgt:
Onverminderd de bepaling van artikel 1.3.3, §8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de artikels 4 tot en met 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 mei 2000 en latere wijzigingen tot vaststelling van nadere regels voor de samenstelling, de organisatie en de werkwijze van de provinciale, intergemeentelijke en de gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening, regelt dit huishoudelijk reglement de interne werking van de Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening van de Stad Ieper, hierna de GECORO genoemd.
De samenstelling van de GECORO en de benoeming van de leden zijn verbonden met een gemeentelijke legislatuur.
Na de installatie van een nieuwe gemeenteraad wordt overgegaan tot de samenstelling en de benoeming van een nieuwe GECORO door de gemeenteraad.
De benoeming van de leden is hernieuwbaar.
De nieuwe GECORO treedt pas aan nadat de periode van het administratief toezicht van de gemeenteraadsbeslissing houdende benoeming, is verlopen.
De oude GECORO blijft zolang aan.
De GECORO is samengesteld uit de voorzitter, de commissieleden, waaronder 1 ondervoorzitter, en het secretariaat.
- De voorzitter organiseert de werking van de GECORO en van de eventuele interne werkgroepen. Hij / zij roept de GECORO bijeen, opent en sluit de zittingen van de GECORO, leidt de debatten en waakt over de naleving van het huishoudelijk reglement.
Indien de voorzitter verhinderd is de zitting bij te wonen, wordt het voorzitterschap waargenomen door de ondervoorzitter. Indien ook de ondervoorzitter afwezig is, wordt het voorzitterschap waargenomen door een door de GECORO aan te wijzen commissielid.
- De GECORO telt 17 effectieve commissieleden en 16 plaatsvervangende commissieleden, verder genoemd de ‘plaatsvervangers’ (de voorzitter heeft geen plaatsvervanger).
Tien effectieve commissieleden en hun plaatvervangers zijn voorgedragen door de maatschappelijke geledingen.
Zeven effectieve commissieleden en zes plaatsvervangers zijn door de gemeenteraad benoemd als deskundige leden, met uiteenlopende specialismen.
Het college van burgemeester en schepen draagt de voorzitter en de vast secretaris voor.
Beide worden benoemd door de gemeenteraad.
Onder de effectieve commissieleden heeft de gemeenteraad ook 1 ondervoorzitter benoemd.
- Het secretariaat bestaat uit de vaste secretaris hierbij ondersteund door de Dienst Omgeving. De contactgegevens van het secretariaat zijn:
Dienst Omgeving, secretariaat GECORO, Administratief Centrum van de Stad Ieper, Ter Waarde 1 – 8900 Ieper.
Tel 057 451 671 - gecoro@ieper.be.
De GECORO voert de opdrachten uit die voortvloeien uit de reglementaire procedures, zoals o.a de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
De GECORO kan in uitvoering van deze opdrachten o.m. advies geven over beslissingen m.b.t.:
− het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan of gemeentelijk ruimtelijk beleidsplan in de verschillende fasen van de opmaakprocedure,
− de globale objectieven betreffende de opstart en de voortgang van de gemeentelijke planningsprocessen en de uitvoering van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan of beleidsplan,
− de gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen in de verschillende fasen van de opmaakprocedure,
- de gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen in de verschillende fasen van de opmaakprocedure,
- de aanvragen om planologisch attest op gewestelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau op het grondgebied van de Stad Ieper,
- de globale objectieven betreffende de opstart en de voortgang van provinciale en gewestelijke planningsprocessen en de uitvoering van de gewestelijke of provinciale ruimtelijke structuurplannen of beleidsplannen voor zover zij relevant zijn voor de ruimtelijke ontwikkeling van de Stad Ieper,
- het gewestelijk en provinciaal ruimtelijk structuurplan of beleidsplan voor zover relevant voor de ruimtelijke ontwikkeling van de Stad Ieper,
- de gewestelijke en provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen voor zover relevant voor de ruimtelijke ontwikkeling van de Stad Ieper,
- de gewestelijke en provinciale stedenbouwkundige verordeningen voor zover relevant voor de ruimtelijke ontwikkeling van de Stad Ieper,
- complexe projecten in het kader van het decreet complexe projecten voor zover relevant voor de ruimtelijke ontwikkeling van de Stad Ieper ,
- gevolgen hebben voor de ruimtelijke ontwikkeling van de Stad Ieper.
- De GECORO geeft op verzoek van het college van burgemeester en schepenen of de gemeentelijke omgevingsambtenaren advies over een aanvraag voor een omgevingsvergunning of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden. Het advies van de GECORO wordt gevoegd bij het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
-
Naast de verplichte opdrachten, kan de GECORO op eigen initiatief meewerken aan het ruimtelijke beleid van de gemeente. De GECORO kan los van een adviesvraag opmerkingen maken, voorstellen doen of advies geven over alle aangelegenheden met betrekking tot de gemeentelijke ruimtelijke ordening.
Dit betekent dat de GECORO op eigen initiatief advies kan geven over bijvoorbeeld bepaalde vergunningsvragen of geplande gemeentelijke projecten, actief optreden bij de opmaak van gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen en uitvoeringsplannen, zelf aanzet geven tot de opmaak van bepaalde reglementen, verordeningen of premies, informatie uitwisselen met andere raden of inwoners via folders, informatievergaderingen, enz. …
Bevoegdheden die in kader van een decreet of een uitvoeringsbesluit bijkomend aan de GECORO worden toebedeeld, zijn aanvullend op onderhavig huishoudelijk reglement
De gemeenteraad stelt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening een permanent secretariaat en de nodige middelen ter beschikking.
Dit permanent secretariaat ondersteunt de GECORO bij de uitvoering van haar taken. De vaste secretaris, hierna secretaris genoemd, wordt benoemd door de gemeenteraad. De Dienst Omgeving neemt de organisatorische aspecten van de werking van het secretariaat op zich.
De gemeenteraad stelt jaarlijks de werkingsmiddelen vast om de GECORO toe te laten haar opdrachten naar behoren te kunnen uitvoeren.
Deze werkingsmiddelen dekken, in ieder geval, de volgende uitgaven:
- de betaling van presentiegelden aan de voorzitter, de effectieve commissieleden of, indien deze verhinderd zijn de zitting bij te wonen, hun plaatsvervangers. de kosten van broodjes voor reguliere zittingen en interne werkgroepen van de GECORO,
- de verzekering van GECORO-leden;
− de toelichting door studiebureau’s, externen, …..
− studiedagen
− opleidingen
− ……
Het gemeenteraadsbesluit houdende toekennen van presentiegeld aan de GECORO dateert van 7 mei 2007.
Artikel 1 uit voornoemd besluit stelt dat:
- 50 EUR wordt betaald per deelnemende commissievergadering
- 100 EUR wordt betaald aan de voorzitter per deelnemende commissievergadering
- 50 EUR wordt betaald per deelnemende werkgroepvergadering
- Het huishoudelijk reglement bepaalt aanvullend dat presentiegelden slechts uitbetaald worden op voorwaarde dat minstens twee derden van de duur van de zitting effectief is bijgewoond.
- Presentiegeld wordt betaald aan de leden die in principe effectief zetelen | benoemd zijn als effectief lid in de GECORO-vergaderingen. Indien deze persoon verontschuldigd is, én de plaatsvervanger neemt de effectieve plaats in (inclusief stemrecht), dan wordt het presentiegeld toegekend aan de plaatsvervanger.
- Als beide leden aanwezig zijn in de GECORO-vergadering, dan wordt enkel presentiegeld toegekend aan de persoon die effectief zetelt in de vergadering.
- De presentiegelden wordt 4 x per jaar uitbetaald = betaling per kwartaal.
1. Eind april betaling van de prestaties januari t.e.m. maart
Zowel de effectieve leden als de plaatsvervangende leden worden uitgenodigd op de vergadering van de GECORO en beide mogen dus aanwezig zijn.
De secretaris staat in voor het bijhouden van de aanwezigheden tijdens de zitting. Deze aanwezigheden worden in het verslag genotuleerd en bijgehouden in een excel ifv uitbetaling van de presentatiegelden (zie artikel 5).
Commissieleden die verhinderd zijn om deel te nemen aan de zitting verwittigen zelf hun plaatsvervanger en het secretariaat, via gecoro@ieper.be.
Indien ook de plaatsvervanger verhinderd is de zitting bij te wonen, dan brengt hij/zij het secretariaat, via gecoro@ieper.be, en het effectieve lid hiervan op de hoogte.
De vergaderingen van de GECORO hebben plaats in de lokalen, ter beschikking gesteld door het stadsbestuur. In principe gaat de vergadering fysiek door in de raadzaal van het stadhuis, Ter Waarde 1 – 8900 Ieper.
Indien omstandigheden niet toelaten om fysiek bijeen te komen, dan wordt de vergadering online gehouden.
De GECORO streeft ernaar om een vergaderritme aan te houden van één zitting per maand. Het secretariaat legt jaarlijks de data van de zittingen vast op de tweede dinsdag van de maand voor het komende kalenderjaar, tenzij dit een wettelijke feestdag is.
Gedurende de maanden juli en augustus wordt geen commissiebijeenkomst georganiseerd, tenzij omstandigheden daartoe vragen.
De zittingen beginnen om 19u30 en duren tot 22u00 ten laatste. Bij wijze van uitzondering mag de voorzitter van deze timing afwijken.
De secretaris verstuurt de uitnodiging | agenda ten minste vijf werkdagen voor de zitting.
De agenda vermeldt de locatie, de datum en het tijdstip van aanvang van de zitting.
De agenda wordt digitaal verstuurd naar:
− alle commissieleden (zowel effectieven als plaatsvervangers),
− de vertegenwoordigers van de politieke fracties van de gemeenteraad in de GECORO,
− de bevoegde schepen(en),
− alle betrokkenen noodzakelijk voor een toelichting en eventuele bespreking van één of meerdere agendapunten.
Alle relevante documenten die nodig zijn voor de behandeling van de agendapunten, zoals bv. startnota’s, (voor)ontwerpen, toelichtingsnota’s, stedenbouwkundige voorschriften, grafische plannen, bezwaren, opmerkingen en adviezen, de toelichting door de betrokkenen of het gemotiveerd standpunt voorbereid door de commissieleden, enz…, worden in digitale vorm (One Drive GECORO) ter beschikking gesteld aan de GECORO.
Alle relevante stukken die niet uiterlijk de dag voor de zitting digitaal ter beschikking kunnen worden gesteld, moeten in één exemplaar ter zitting schriftelijk beschikbaar worden gesteld.
De vergadering verloopt niet openbaar. In afwijking hiervan kan de commissie, onverminderd de wettelijke regels inzake de persoonlijke levenssfeer, beslissen met een 2/3 meerderheid dat de vergadering geheel of gedeeltelijk openbaar wordt gehouden. In geen enkel geval kan de beraadslaging en de stemming openbaar zijn.
Elke indiener van een bezwaarschrift of opmerking in het kader van een openbaar onderzoek van een ruimtelijk plan, kan op zijn/haar verzoek door de GECORO worden gehoord.
Daartoe richt zij/hij een schriftelijk verzoek tot de voorzitter van de GECORO binnen de week na de einddatum van het openbaar onderzoek.
De voorzitter organiseert de hoorzitting.
Hij bepaalt de volgorde en de duur van de hoorzitting.
Degenen die wensen gehoord te worden, zullen een week voor de datum van de GECORO verwittigd worden om aanwezig te zijn op een bepaald uur.
De mogelijkheid en de modaliteiten om gehoord te worden, worden vermeld op een ontvangstbewijs (bijlage 1) dat aan de indiener wordt bezorgd bij het afgeven of per post of per mail bestellen van het bezwaar of opmerking aan de GECORO.
Een bezwaar of opmerking ingediend door meerdere personen kan in de GECORO worden toegelicht door maximaal 4 (vier) ondertekenaars.
Zij die wensen kunnen zich laten bijstaan door één persoon naar keuze, niet zijnde een gemeenteraadslid van de stad Ieper alsook geen lid van de GECORO van de stad Ieper.
De agenda van de zitting bevat de punten waarvoor de GECORO wordt bijeengeroepen.
Bij de aanvang van de zitting kunnen de aanwezige commissieleden, bij gewone meerderheid, beslissen om:
- de volgorde van de agenda aan te passen,
- de agenda aan te vullen met punten die een dringende bespreking vereisen,
- de behandeling van een agendapunt uit te stellen wanneer de GECORO van oordeel is dat een behoorlijke behandeling niet kan worden verzekerd.
De bevoegde schepen geeft de GECORO een stand van zaken over de lopende planprocessen. Dit is een vast agendapunt.
De voorzitter vraagt bij de aanvang van de zitting aan de aanwezige commissieleden of er zich deontologische onverenigbaarheden kunnen stellen. Een commissielid dat een persoonlijk of een zakelijk belang heeft bij een te behandelen agendapunt, mag noch de bespreking ervan, noch de beraadslaging, noch de beslissing van de commissie erover bijwonen. De toelichting mag wel bijgewoond worden.
Bovenstaande termen worden als volgt nader omschreven:
- De toelichting betreft een inleiding en verduidelijking van het agendapunt.
- De bespreking beperkt zich tot het bijkomend inwinnen van inlichtingen en het meedelen van meningen.
- Tijdens de beraadslaging wordt geoordeeld over de diverse meningen en beraadslaagd over het in te nemen standpunt.
- Bij de stemming brengt elk lid zijn stem uit over het voorliggend advies.
De voorzitter of, indien hij verhinderd is, de ondervoorzitter, roept de GECORO bijeen binnen de 15 dagen na een schriftelijk verzoek van:
- het college van burgemeester en schepenen
- de gemeenteraad
- de gemeentelijk omgevingsambtenaren
- op verzoek van minstens één derde van de leden van de GECORO, de voorzitter uitgezonderd.
De voorzitter is belast met de handhaving van de orde in de vergadering.
De voorzitter kan bij een eventuele openbare vergadering | hoorzitting, na een voorafgaande waarschuwing, iedere persoon in het publiek dwingen om onmiddellijk de vergadering te verlaten wanneer deze zonder spreekrecht te hebben, openlijk tekens van goedkeuring of afkeuring geeft of op enigerlei wijze wanorde veroorzaakt.
Een lid, evenals de vertegenwoordigers van de politieke fracties die de orde verstoren, worden door de voorzitter tot de orde geroepen. Dit wordt genoteerd in de notulen. Het betrokken lid heeft het recht zich te verantwoorden, waarna de voorzitter beslist of de ter orde roeping wordt gehandhaafd of ingetrokken. Als de voorzitter oordeelt dat de vergadering te rumoerig wordt en daardoor het normale verloop van de bespreking in het gedrang komt, kondigt de voorzitter aan dat de vergadering zal worden geschorst of gesloten indien het rumoer niet ophoudt. Indien na deze verwittiging de wanorde voortduurt zal de voorzitter de vergadering schorsen en/of sluiten en dienen de commissieleden onmiddellijk de zaal te verlaten, wat genoteerd wordt in de notulen. De GECORO kan de gemeenteraad verzoeken tot ontzetting uit het lidmaatschap van een lid wanneer dit tot drie keer toe, in verschillende vergaderingen, tot de orde dient te worden geroepen.
Het ontwerpverslag van de zitting wordt opgemaakt door de secretaris.
Dit verslag moet steeds volgende elementen bevatten:
- het overzicht van de aanwezige, verontschuldigde of afwezige commissieleden, waarnemers van de fracties in de gemeenteraad en andere genodigden;
- de start en het einde van de zitting;
- de agendapunten;
- per agendapunt: de eventuele toelichting en bespreking, de beraadslaging en de beslissing over het agendapunt en, desgevallend, de weergave van de eventuele minderheidsstandpunten. De verslaggeving over de beraadslaging en de beslissing heeft enkel betrekking op de interventies van de aanwezige commissieleden.
De voorzitter legt het ontwerpverslag tijdens de eerstvolgende zitting ter goedkeuring voor aan de GECORO. Het verslag kan ook, eerder dan de eerstvolgende zitting, via digitale weg en binnen een door de voorzitter te bepalen termijn goedgekeurd worden.
Het goedgekeurde verslag wordt digitaal ter beschikking gesteld aan de GECORO, de afgevaardigden van de politieke fracties en de bevoegde schepen(en).
Indien de effectieve commissieleden aanwezig zijn, dan zijn zij stemgerechtigd en hun plaatsvervangers niet stemgerechtigd.
De plaatsvervangers kunnen wel aan de besprekingen en beraadslagingen deelnemen.
Indien de effectieve commissieleden niet aanwezig zijn, dan zijn hun plaatsvervangers stemgerechtigd. Onverminderd het voorgaande, hebben de plaatsvervangers dezelfde rechten als de effectieve commissieleden.
Zowel effectieve commissieleden als hun plaatsvervangers kunnen bij alle vergaderingen van de GECORO of werkgroepen aanwezig zijn. Plaatsvervangers kunnen de hele vergadering, inclusief bespreking, beraadslaging en stemming bijwonen.
De vertegenwoordigers van de politieke fracties, de bevoegde schepen(en), de secretaris en eventuele externe deskundigen zijn niet stemgerechtigd. De vertegenwoordigers van de politieke fracties kunnen geen deel uitmaken van een werkgroep – zie artikel 22.
De ontwerpen van beslissing worden voorbereid door de secretaris en de voorzitter, een daartoe aangeduid commissielid of een interne werkgroep. Deze ontwerpen worden overgemaakt aan de secretaris, die het digitaal ter beschikking stelt aan de GECORO.
De beslissing bevat de weergave van de opmerkingen, de aanbevelingen of het advies en, desgevallend, de weergave van de eventuele minderheidsstandpunten.
De secretaris verzorgt de eindredactie van de beslissing. De beslissing wordt ondertekend door de voorzitter (of de ondervoorzitter, of het commissielid die de zitting heeft voorgezeten) en door de secretaris, en wordt (digitaal) bezorgd aan iedere bevoegde instantie of dienst. De secretaris brengt de GECORO op de hoogte van het gevolg dat aan de door de GECORO uitgebrachte beslissing werd gegeven.
De GECORO neemt haar beslissingen conform de artikelen 6 en 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 mei 2000 en latere wijzigingen tot vaststelling van nadere regels voor de samenstelling, de organisatie en de werkwijze van de provinciale, intergemeentelijke en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening (BVR GECORO):
- Artikel 6 BVR GECORO:
“De GECORO kan slechts rechtsgeldig beslissen wanneer ten minste de helft van haar stemgerechtigde commissieleden aanwezig is.
In de praktijd is dus volgende van toepassing voor de GECORO van de stad Ieper:
GECORO telt 17 stemgerechtigde leden
De stemming is pas geldig wanneer minstens 9 stemgerechtigde leden aanwezig zijn op de vergadering (op de stemming).
Is die voorwaarde niet vervuld, dan kan de GECORO op haar eerstvolgende zitting, ongeacht het aantal aanwezige commissieleden, geldig beslissen over de onderwerpen die waren geagendeerd voor de zitting waarop onvoldoende commissieleden aanwezig waren, op voorwaarde dat de nieuwe zitting niet binnen vierentwintig uur na de eerste plaatsheeft. Voor nieuwe agendapunten is opnieuw de aanwezigheid van tenminste de helft van haar stemgerechtigde commissieleden vereist.”
− Artikel 7 BVR GECORO:
“De GECORO beslist bij meerderheid van stemmen van de aanwezige leden. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter beslissend.” Indien de voorzitter verhinderd is, is, bij staking van stemmen, het commissielid dat het voorzitterschap waarneemt, beslissend.
De secretaris is niet stemgerechtigd.
Onmiddellijk na de bespreking en de beraadslaging van ieder agendapunt legt de voorzitter dit agendapunt voor ter beslissing aan de GECORO.
De beslissing kan de vorm aannemen van een advies, een opmerking, een aanbeveling, een voorstel, enz.
Een advies kan ‘gunstig’, ‘ongunstig’ of ‘gunstig onder voorwaarden’ zijn, waarbij in dit laatste geval de voorzitter deze voorwaarden eenduidig kenbaar maakt alvorens de stemming plaatsvindt.
De stemgerechtigde commissieleden kunnen de door de voorzitter voorgelegde beslissing met betrekking tot het agendapunt al dan niet goedkeuren, ofwel zich onthouden waarbij zij hun keuze kunnen toelichten.
Indien niet bij eenparigheid van stemmen kan worden beslist, dan gebeurt op verzoek van de voorzitter de stemming door middel van handopsteking (cf. artikel 20). Een door de voorzitter voorgelegde beslissing die door minder dan de helft van de stemgerechtigde commissieleden wordt goedgekeurd, wordt ter zitting door de voorzitter ingetrokken.
Een nieuw voorstel dat rekening houdt met de uitgebrachte stemming wordt opnieuw ter stemming voorgelegd, tot het door minstens de helft van de commissieleden kan worden goedgekeurd.
De voorzitter kan, tevens - voor zover de termijnen waarbinnen de GECORO kan beslissen – besluiten om een nieuw voorstel van beslissing ter stemming voor te leggen op de eerstvolgende zitting. Deze nieuwe beslissing gebeurt bij meerderheid van de stemgerechtigde commissieleden. De uitslag van de stemming en de eventuele toelichtingen worden neergeschreven in het verslag.
De stemming van een dossier kan ook digitaal gebeuren.
De GECORO kan tijdens een (al dan niet fysieke of digitale) zitting afspreken om een ontwerp van beslissing over een bepaald agendapunt, na de zitting, binnen een door de voorzitter te bepalen termijn, via digitale weg formeel te beslissen door de GECORO.
De voorwaarden waaronder deze digitale beslissing plaatsvindt, worden in eerst voornoemde zitting bepaald.
Op verzoek van de voorzitter en/of minstens één derde van de commissieleden kan de GECORO beslissen om een interne werkgroep op te richten.
Deze interne werkgroepen hebben tot doel om de beslissingen van de GECORO voor te bereiden.
Het secretariaat legt voor deze interne werkgroepen de nodige lokalen vast. De secretaris of één van de leden van de interne werkgroep brengt over de werkzaamheden van de werkgroep uiterlijk de eerstvolgende zitting verslag uit aan de GECORO. Dit verslag wordt schriftelijk bezorgd aan de secretaris die het digitaal ter beschikking stelt aan de GECORO.
Afgevaardigden van de politieke fracties kunnen géén deel uitmaken van een werkgroep.
De secretaris maakt, samen met de voorzitter, over de activiteiten en het beheer van de werkingsmiddelen van de GECORO van het afgelopen kalenderjaar jaarlijks het jaarverslag op en legt dit, voor 1 april van het daaropvolgende kalenderjaar, ter goedkeuring voor aan de GECORO.
Het jaarverslag wordt bij meerderheid van stemmen door de aanwezige stemgerechtigde commissieleden goedgekeurd én voor aktename voorgelegd aan de gemeenteraad.
Met uitzondering van de ondertekening van de beslissingen en het jaarverslag van de GECORO, kan de voorzitter delegatie verlenen aan de secretaris om alle overige, al dan niet digitale, documenten en briefwisseling van de GECORO rechtsgeldig te ondertekenen.
Alle vragen i.v.m. inzage, afschrift en uitleg van documenten opgesteld in kader van de activiteiten van de GECORO worden behandeld volgens de wetgeving opgenomen in het Bestuursdecreet. De inhoud van beslissingen en verslagen van de GECORO zijn strikt vertrouwelijk en zijn pas af wanneer ze (digitaal) zijn bezorgd aan iedere bevoegde instantie of dienst.
De voorzitter of een commissielid kan door een meerderheid van stemmen van de GECORO worden gemachtigd om de ingenomen standpunten van de GECORO te vertolken. Hierbij onthoudt de gemachtigde zich om persoonlijke standpunten te vertolken. De voorzitter en de commissieleden aanvaarden dat de GECORO slechts advies verstrekt.
De vertrouwelijkheid zoals bepaald in artikel 29 blijft onverkort van toepassing op alle communicatie met derden of de pers.
De voorzitter, de commissieleden en de secretaris onderschrijven de beginselen, gedragsregels en richtlijnen, opgenomen in de deontologische code voor de leden van de Vlaamse, provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening, zoals vastgesteld door de Vlaamse Regering op 3 juli 2009.
De GECORO maakt gebruik van een beveiligde digitale werkomgeving (OneDrive) voor het delen van documenten, verslagen, adviezen en dossiers die verband houden met het plannings- en ruimtelijk beleid van de stad.
De toegang tot deze OneDrive is strikt persoonlijk en beperkt tot de effectieve leden en plaatsvervangende leden van de GECORO en, in voorkomend geval, de ambtelijke ondersteuning die door het stadsbestuur wordt aangeduid.
Alle documenten die via deze OneDrive ter beschikking worden gesteld, worden geacht vertrouwelijk te zijn zolang zij geen definitief statuut hebben (zoals goedgekeurde verslagen, definitieve adviezen of publiek vrijgegeven stukken).
Het is de leden van de GECORO niet toegestaan om de inhoud van deze documenten te verspreiden, te kopiëren, te citeren of te gebruiken voor externe communicatie, waaronder perscontacten of overleg met derden, zolang de documenten niet als definitief zijn bestempeld.
Bij twijfel over het vertrouwelijk karakter van een document beslist de voorzitter van de GECORO, in samenspraak met de stedelijke diensten, over de verdere behandeling of verspreiding ervan.
Elk commissielid dat driemaal achtereenvolgens zonder verantwoording aan het secretariaat en aan de plaatsvervanger afwezig is, is ambtshalve ontslagnemend. Deze schriftelijke of digitale verantwoording van afwezigheid wordt, behoudens overmacht, overgemaakt aan gecoro@ieper.be ten laatste 2 werkdagen voorafgaand aan de dag waarop de zitting plaatsvindt.
Elke plaatsvervanger die, na door het effectief commissielid een verwittiging te hebben ontvangen, driemaal achtereenvolgens zelf nalaat zijn afwezigheid op de zitting te verantwoorden aan het secretariaat, ten laatste één uur voor de aanvang van de zitting, is ambtshalve ontslagnemend.
De voorzitter brengt het ambtshalve ontslagnemend commissielid, en in voorkomend geval de vereniging of maatschappelijke geleding die het commissielid heeft voorgedragen, middels een aangetekende brief op de hoogte.
Tot op de dag van de benoeming van het commissielid dat het ontslagnemend effectief commissielid vervangt, treedt de plaatsvervanger op als waarnemend effectief commissielid.
Het waarnemend effectief commissielid heeft alle rechten en plichten van een effectief commissielid.
Een effectief commissielid dat zelfs met voorafgaande verantwoording op het einde van het kalenderjaar minstens 6 maal afwezig is geweest op een regelmatig georganiseerde zitting ontvangt van het secretariaat een schriftelijke kennisgeving, met verwijzing van de in artikel 28 vermelde Deontologische Code, waarbij het commissielid gewezen wordt op het engagement van de commissieleden om de zittingen van de GECORO zoveel als mogelijk bij te wonen en een actieve inbreng te hebben.
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur bepaalt dat de samenstelling van de adviesraden op de stedelijk website vermeld moeten staan. De Stad Ieper gebruikt de persoonsgegevens (voor- en achternaam) van de voorzitter, de effectieve leden en hun plaatsvervangers om hun lidmaatschap tot de GECORO op de stedelijke website te publiceren – zie https://www.ieper.be/gecoro-2
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018).
De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, in het bijzonder artikel 42, § 1, 1°, a.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten, in het bijzonder de artikels 29/1.
De opdrachtencentrale van Stad Brugge heeft een nieuwe raamovereenkomst met besteknummer "BRUGGE-2025-002-SVC" gelanceerd waarbij de verschillende percelen in 2025 werden gegund. De maximale looptijd bedraagt 6 jaar (inclusief verlengingen). De stad Brugge treedt op als aankoopcentrale voor de lokale overheden die zijn gesitueerd in het Vlaams Gewest, waardoor onze organisatie overeenkomstig artikel 47, § 2, van de wet van 17 juni 2017 vrijgesteld is van de verplichting om zelf een gunningsprocedure te organiseren.
Het is aangewezen om gebruik te maken van de opdrachtencentrale. De in de opdrachtencentrale voorziene ICT-infrastructuur voldoet aan de behoefte van het bestuur. Daarnaast moet de stad zelf geen gunningsprocedure voeren wat een besparing aan tijd en geld betekent. De stad is niet verplicht tot enige afname van de raamovereenkomst.
De raamovereenkomst bevat 4 percelen die aan volgende leveranciers is toegewezen:
Onze organisatie maakte in het verleden gebruik van de raamovereenkomst voor de vernieuwing van de infrastructuur en laat de organisatie toe dit op een (kosten) efficiënte manier te doen. Op elke afname betaalt de organisatie een vergoeding van 1% op het totale factuurbedrag aan Stad Brugge. De organisatie kan rechtstreeks contact opnemen met de leverancier zonder de tussenkomst van de Stad Brugge.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met algemeenheid van stemmen:
Artikel 1: de deelname aan de raamovereenkomst 'Stad Brugge - ICT Raamcontract 2025-2031 - 05 systeeminfrastructuur' - BRUGGE-2025-002-SVC van de stad Brugge goed te keuren voor een looptijd van zes jaar.
Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering.
Eind vorig jaar, op 9 december 2025, kreeg CO7, het overkoepelende samenwerkingsverband voor cultuur en erfgoed tussen de zeven steden en gemeenten Heuvelland, Ieper, Langemark-Poelkapelle, Mesen, Poperinge, Vleteren en Zonnebeke, een bitter eindejaarscadeau te slikken. Vlaams minister Caroline Gennez (Vooruit), bevoegd voor Welzijn en Armoedebestrijding, Cultuur en Gelijke Kansen, besliste immers om de subsidielijn die binnen het Decreet Bovenlokale Cultuurwerking voorzien was voor ondersteuning van ‘kleinschalige bovenlokale cultuurprojecten’ tot 25.000 euro te schrappen vanaf eind 2026 tot (minstens) 2029. De laatste indiendata voor projecten door onze lokale cultuuractoren wordt 1 september 2026, daarna is het afgelopen.
Deze beslissing wordt uitgelegd vanuit de budgettaire krapte en de besparingen die de Vlaamse regering op het beleidsdomein cultuur doorvoert. De minister wil hiermee de structurele middelen voor intergemeentelijke samenwerkingsverbanden omtrent cultuur vrijwaren. Kleinschalige bovenlokale cultuurprojecten die meestal steunen op de inzet van onbezoldigde én gedreven vrijwilligers, vallen uit de boot.
Voor onze intergemeentelijke erfgoedvereniging CO7betekent dit dat de promotie en inhoudelijke ondersteuning van deze bovenlokale cultuurprojecten wegvalt. Ook Ieperse organisatoren konden de voorbije 2 jaar rekenen op een subsidie van ongeveer 25.000 euro, zoals voor het ‘inspringtheater’-project ‘Samen op de planken. Mensen in kansarmoede en mensen in kansrijkdom’ i.s.m. Avansa, Zonnebeke en Langemark-Poelkapelle, ons eigen Cultuurcentrum (Acci vzw) met de fototentoonstelling ‘Shoot me a bird’, of de verfrissende jongerenexpo ‘Westhoek Verhaalt’, i.s.m. CO7.
In de toekomst zal men enkel nog toelagen kunnen aanvragen voor grootschalige bovenlokale cultuurprojecten, dat zijn projecten boven de 25.000 euro. En die zijn, gezien de grotere investering en de vereisten, moeilijk of niet haalbaar binnen de werking van onze lokale cultuurverenigingen.
CO7 blijft wel de eigen kleinere subsidielijnen continueren, tot 1.250 euro voor lokale initiatieven en tot 2.500 euro voor culturele voorbeeldprojecten. Deze subsidielijnen worden gevoed door de jaarlijkse bijdragen van de 7 steden en gemeenten binnen CO7.
Maar deze bedragen zijn ruim onvoldoende om meer ambitieuze initiatieven met een bovenlokale samenwerking of uitstraling, ook vanuit de Ieperse culturele en erfgoedsector, te ondersteunen en te helpen realiseren.
We mogen deze evolutie niet zomaar aan ons laten voorbijgaan. Dit kan enkel leiden tot een systematische frustratie en afbouw van de inspanningen die onze cultuurhistorische en heemkundige erfgoedverenigingen kunnen en willen opbrengen. En dus een verarming van ons cultureel aanbod in de hand werken.
We stellen dan ook voor om vanuit Ieper initiatief te nemen om binnen het werkgebied van CO7 een gezamenlijk ‘steunfonds voor kleine bovenlokale cultuur- en erfgoedprojecten’ op te richten, opgebouwd met middelen die in brede zin voor en door de sector beschikbaar zijn of kunnen gesteld worden. Dit steunfonds moet dus een compensatie opleveren voor de geschrapte Vlaamse subsidie voor kleinschalige, bovenlokale projecten, tot 25.000 euro (het huidige bedrag) per project.
CO7 kan dan, volgens haar reeds jarenlang toegepaste normen en voorwaarden, deze aanvragen opvolgen en de middelen toekennen.
Het zou alvast een duidelijk signaal opleveren tegenover de afbouw door de Vlaamse regering van het waardevolle vrijwilligerswerk op bovenlokaal streekniveau.
Schepen Eva Ryde
Dank u voor de uitgebreide en onderbouwde vraag.
Laat mij beginnen met te benadrukken dat wij het belang van culturele projecten en van samenwerking over gemeentegrenzen heen voluit erkennen. Initiatieven zoals die binnen CO7 tot stand komen, tonen al jaren aan hoe sterk bovenlokale samenwerking kan zijn: ze versterken het culturele weefsel van de regio, bereiken doelgroepen die anders moeilijker betrokken raken en steunen in belangrijke mate op het engagement van vele vrijwilligers. Dat engagement verdient respect en waardering.
De beslissing van de Vlaamse regering om de subsidielijn voor kleinschalige bovenlokale cultuurprojecten op te schorten, betreuren wij dan ook. Deze projecten vormen vaak net de motor voor vernieuwing, participatie en samenwerking, en zijn voor veel lokale actoren haalbaar net omdat ze niet grootschalig of zwaar gestructureerd zijn. In de praktijk zien we dat hier vooral professionele actoren beroep op doen (bvb Shoot me a bird, socio-cultureel theater).
Tegelijk moeten we als lokaal bestuur ook duidelijk zijn over onze rol en verantwoordelijkheden. Het stadsbestuur zal niet ingaan op het voorstel om een nieuw, aanvullend fonds op te richten ter compensatie van deze geschrapte Vlaamse middelen. Niet omdat we het belang van de projecten onderschatten, maar omdat wij ervan overtuigd zijn dat het structureel opvangen van Vlaamse besparingen met lokale middelen geen duurzame of wenselijke oplossing is.
Wanneer steden en gemeenten systematisch middelen beginnen te voorzien voor wat op Vlaams niveau wordt afgebouwd, dreigt dat net een verkeerd signaal te geven. Het verlegt de verantwoordelijkheid van het hogere beleidsniveau naar de lokale besturen, terwijl onze financiële draagkracht beperkt is en al onder druk staat door tal van andere opdrachten. Op die manier dreigt een precedent te ontstaan waarbij lokale besturen moeten bijpassen voor keuzes die elders worden gemaakt, wat de onderhandelingspositie van de sector op Vlaams niveau net verzwakt in plaats van versterkt.
Dat neemt niet weg dat we het belang van CO7 en van bovenlokale samenwerking blijven onderschrijven. We blijven onze engagementen binnen CO7 nakomen en ondersteunen de bestaande subsidielijnen die daaruit voortvloeien. Daarnaast blijven we, samen met andere lokale besturen en partners, het gesprek aangaan met Vlaanderen om het belang van deze kleinschalige bovenlokale cultuurprojecten te blijven benadrukken en te pleiten voor een heroverweging van deze beslissing. Ondertussen kunnen we ook zelf aan de slag met de wèl beschikbare middelen binnen CO7, die ook subsidielijnen voorziet (die niet in alle IGS’en zo is voorzien) en ook de lokale besturen zelf. In Ieper is dit al werking- en projectsubsidies.
Samengevat: wij staan pal achter cultuur, samenwerking en vrijwilligersengagement, maar wij geloven niet dat het lokaal compenseren van Vlaamse besparingen de juiste weg is. Het is net belangrijk om duidelijk te maken dat deze verantwoordelijkheid thuishoort waar het beleidsmatig werd afgebouwd of in dit geval opgeschort.
Raadslid Stubbe
Dank schepen voor antwoord.
Maar welk signaal wordt dan gegeven aan de minister zodat beslissing wordt omgekeerd. Louter aanvaarden is eerder zwak.
Door begeleiding en financiële ondersteuning vaak wel een springplank om dergelijke projecten te laten realiseren. Vaak voor een ruim publiek.
Schepen Ryde
Als je mijn antwoord bekijkt, is er meer gebeurd dan ons neerleggen bij beslissing. Link naar commissieverslag kan bezorgd worden. Er zijn vragen gesteld en wordt verder opgevolgd.
Tuurlijk waren er mooie projecten maar sommige zaken kunnen nog , met vrijwilligers, met creatievelingen. Zelfs als steun er niet opnieuw komt. Zie recent project met scholen rond muziek. We proberen toch nog zaken te realiseren.
Raadslid Stubbe
Tip: er is een klein overschot binnen CO7, kan misschien aangewend worden.
Schepen Ryde
Is suggestie maar te bekijken.
We wensen nog even terug te komen op het turbulente verloop van de voorbije Ieperse Kerstmarkt. Niet met de bedoeling om verwijten rond te strooien, maar wel met voorstellen om de volgende organisaties van de eindejaarsperiode op een positieve, aangename en vooral ‘vredevolle’ wijze te laten verlopen.
Onze voorbije Kerstmarkt kende twee weekends met vechtpartijen en één avond explosief jongerengeweld. De burgemeester zelf ondervond dit aan den lijve en ook schepenen kwamen persoonlijk tussen, toen de maat vol was. Gelukkig keerde de rust uiteindelijk terug, met op vrijdag 19 december zelfs een mooie kerstavond vol samenzang. Zo hoort het!
De voorbije overlast riep veel ergernis op, zowel bij de Ieperlingen als bij het stadsbestuur: dronkenschap, ook bij min 16-jongeren, vandalisme, gewelddadige vechtpartijen met dreigende steekmessen, uitdagend gedrag, wildplassen. De chaos van losgeslagen jeugdzonden en volwassen verontwaardiging roept om begrenzing. De vraag is: hoe kunnen we bakens zetten zonder ons te verliezen in veroordelingen, overmaat aan controle, straf en boetes. Immers, de feestenergie van jonge mensen kan ook iets moois betekenen.
Na het tweede weekend reageerde het stadsbestuur met extra maatregelen: 60 euro boete voor wildplassen, controle op sluitingsuur van 21u voor nachtwinkels, meer politie. Toch liep het daarna volledig uit de hand toen de examenperiode in het secundair onderwijs voorbij was. Op dinsdagavond 16 december werd de Grote Markt een rumoerige festivalweide. De té grote chalets met DJ’s nodigden jongeren uit om te fuiven, te drinken en uit de bol te gaan, tot diep in de nacht. Plezier ontaarde in destructief gedrag, met hoogalcoholische dranken als boosdoener.
Het is zeer ‘ontnuchterend’ om vast te stellen hoe vlotjes jongeren onder de 18 jaar niet enkel op de Kerstmarkt of in nachtwinkels maar ook in grootwarenhuizen hoog alcoholische dranken konden verkrijgen. We pleiten ervoor om, naast de nachtwinkels, ook duidelijk afdwingbare richtlijnen op te leggen aan alle reguliere handelaars en er ook op toe te zien dat deze nageleefd worden.
Voor GROEN Ieper is het duidelijk: het concept van onze kerstmarkt is aan herziening toe, enerzijds structureel, anderzijds qua ordehandhaving.
Er is een mooi gezegde: ‘de trap doet het kind kruipen'. Als de mogelijkheid structureel gecreëerd wordt, dan wordt de Grote Markt 'The place to be' om ongeremd grenzen te overschrijden. Dat is echter niet de bedoeling van een kerstmarkt.
We moeten nadenken over alternatieve mogelijkheden voor onze jongeren om het einde van de examenperiode te vieren. De Fenix was in het verleden een goede feestlocatie die inwoners en bezoekers weinig overlast bezorgde. Hier ligt er een opdracht voor onze jeugddienst om creatief mee aan de slag te gaan.
En wat de toekomst van de kerstmarkt betreft: wij pleiten voor méér kleinschaligheid en een ruimer, uitgezocht aanbod dat een veelheid aan bezoekers kan boeien. Kleinere chalets met stemmige kerstmuziek, een grotere variëteit aan stalletjes die uitnodigen tot een avond- of stadswandeling, ook in de zijstraten van de Grote Markt. Dat kan eventueel gestimuleerd door op geschikte locaties tijdelijke tentoonstellingen te organiseren die ook in de avonduren toegankelijk blijven, of geleide stadswandelingen met aangepaste thema’s.
We stellen ook voor om werk te maken van een aantrekkelijk, gezinsvriendelijk en rustgevend aanbod van podiumkunsten met liefst lokale muzikanten, zangkoren, woordkunstenaars en andere artiesten die sfeervolle optredens brengen. Er zijn in Ieper en de regio voldoende getalenteerde performers en organisaties die dit kunnen opnemen, liefst in samenwerking met onze academie, zangkoren en andere culturele verenigingen.
Om toezicht te houden, jongeren aan te spreken, scholieren weg te houden van alcohol blijft de aanwezigheid van politie, al dan niet in burger, natuurlijk noodzakelijk. Maar ook de stedelijke preventiedienst kan hier zeer nuttig werk verrichten en jongeren sensibiliseren om agressie en storend gedrag te voorkomen.
Geachte collega’s, het is van belang om nu al voorbereidingen te treffen en afspraken te maken zodat de Ieperse Kerstmarkt 2026 geen herhaling wordt van de fuifmarkt eind vorig jaar.
Schepen Peter De Groote - het antwoord is inclusief antwoord op agendapunt 16.
De voorbije kerstmarkt kan je opdelen in een drietal fases:
• Een eerste fase met een massa enthousiaste bezoekers tijdens de geslaagde openingsperiode
• Een volgende fase met een rumoerig weekend gevolgd door een uit de hand gelopen einde van de examens
• Een laatste fase met enkele topevenementen zoals Vlaanderen zingt Kerst en de tractorparade
Zoals zo vaak hadden de sociale media helaas enkel aandacht voor de minpunten:
• 1 bezoeker haalde een mes tevoorschijn (wat uiteraard niet kan), en meteen was er sprake van steekpartijen
• Ook waren er verschillende vechtpartijen, maar die werden meestal uitgelokt door hetzelfde groepje jongeren die al gekend zijn voor gelijkaardige feiten bij de politie
Van zodra er bewaking werd voorzien, kwam de rust terug.
We zijn ervan overtuigd dat, mocht er geen kerstmarkt geweest zijn, dezelfde problemen zich elders in de stad gingen hebben voorgedaan. Bovendien ondervonden we niet enkel in Ieper last van vechtpartijen, ook andere steden leden onder dit fenomeen. Met het einde van de examens moeten we zorgen voor een alternatief waar er meer toezicht gehouden kan worden, zodat de jongsten geen toegang meer hebben tot alcohol. Vroeger werd op dat moment een fuif georganiseerd, misschien doen we dit best opnieuw in de toekomst.
Daarnaast moeten we vaststellen dat er al jaren in België overal een alcoholverbod van kracht is voor -16 en - 18-jarigen, maar toch zijn er altijd creatievelingen die de weg vinden. Met of zonder kerstmarkt. We zijn allemaal jong geweest, maar toen waren er blijkbaar nog grenzen die we respecteerden. Ook opvallend hoeveel erg jonge mensen ’s avonds laat nog op pad zijn. Het is niet aan Stad of Politie om te spelen voor oppas; in de eerste plaats moeten ouders hier hun verantwoordelijkheid nemen en hun kinderen onder handen nemen in geval van intoxicatie door drank of drugs.
Dit zijn de gevraagde vaststellingen door de politie op de kerstmarkt:
| Datum |
Aard van de feiten |
| 2025- 11-30 |
lastigvallend persoon |
| 2025- 11-30 |
geluidshinder - muziek |
| 2025- 11-30 |
opzettelijke slagen en/of verwondingen (niet nader gespecificeerd) |
| 2025- 12-05 |
vechtpartij met steek- of snijwapen |
| 2025- 12-09 |
lastigvallend persoon |
| 2025- 12-12 |
vechtpartij in bende |
| 2025- 12-13 |
opzettelijke slagen - vechtpartij |
| 2025- 12-13 |
dronkenschap in een openbare plaats |
| 2025- 12-13 |
beschadiging van een roerend goed, met geweld of bedreiging, zonder verzwarende omstandigheden |
| 2025- 12-16 |
opzettelijke beschadigingen / vandalisme |
| 2025- 12-16 |
opzettelijke slagen - vechtpartij |
| 2025- 12-18 |
opzettelijke slagen - vechtpartij |
| 2025- 12-26 |
feitelijkheden - discussie - onenigheid |
| 2026- 01-04 |
feest / bal / fuif |
Daarnaast werden nog 3 GAS-boetes opgemaakt voor wildplassen, waarvan 1 voor een minderjarige.
Laat ons echter zeker ook de mooie en geslaagde momenten onthouden en daarop verder werken. Enkele voorbeelden:
• De vernieuwde kerstverlichting en -versiering
• De intrede van de kerstman
• Vlaanderen zingt kerst
• De tractorparade
We zitten intussen alweer met enkele nieuwe ideeën. Los van deze interpellaties stond deze week al een interne evaluatie en een eerste bespreking op de agenda, en binnenkort wordt ook de werkgroep bijeengeroepen. Er wordt dus zeker de nodige aandacht besteed aan de opvolging én vernieuwing van de kerstmarkt. Tegen de zomer willen we hiermee rond zijn.
Tenslotte ook nog een antwoord i.v.m. de vrije doorgang op de voetpaden. Bij het plaatsen van de kerstbomen hebben we al ingegrepen en een aantal bomen zijn verplaatst van de oorspronkelijk voorziene standplaats. Ieper heeft echter smalle straten, die nog deels dateren uit ons rijke middeleeuwse verleden. We hebben zelf ook gemerkt dat er hier en daar nog verbetering mogelijk is. De leverancier was bang voor beschadiging door het verkeer en nam een ruime marge aan de stoeprand. Waar nodig gaan we volgend jaar ingrijpen, zodat er overal genoeg doorgang beschikbaar blijft en iedereen kan genieten van de mooie kerstbomen.
Raadslid Kinoo
Dank voor de antwoorden.
Mbt rolstoelgebruik toch graag bekijken.
En graag ook totale evaluatie van de politiecontroles;
En kan er iets gebeuren met herkende jongeren?
Dank.
Raadslid Stubbe
Graag nog aanbeveling om het niet te grootschalig te willen maken en houden. Groep jongeren van verderaf was aanleiding maar is mede door drankaanbod dat ervoor zorgde dat er meer problemen waren.
Ook nog oproep om cultureel aanbod uit te breiden, verrassende acts, lokale betrokkenheid, voor gezinnen, ...
Schepen De Groote
Zitten op dezelfde golflengte.
Mbt de chalets: niet alles wat slecht en sommige hebben aanzienlijk geïnvesteerd. Ruimer aanbod aan activiteiten is de bedoeling.
De gezellige Kerstperiode ligt ondertussen alweer enkele weken achter ons waardoor we nu enkel nog maar kunnen terugblikken op wat voorbij is…
We willen beginnen met het geven van een pluim voor het investeren in de vele Kerstlichtjes en Kerstbomen die te vinden waren op zowel de Kerstmarkt, de centrumstraten en in de deelgemeenten alsook voor het gevarieerde programma op de Kerstmarkt waar jong en minder jong konden genieten van het aanbod.
Maar er waren ook enkele zaken die voor verbetering vatbaar zijn. Zo denk ik bijvoorbeeld aan de Kerstbomen die op sommige plaatsen de doorgang belemmerden voor rolstoelgebruikers en kinderwagens. Vlaams Belang vraagt zich af of er voorafgaande aan de Kerstmarkt een toegankelijkheidscontrole uitgevoerd werd en dat al dan niet in aanwezigheid van mensen die zich in een rolstoel verplaatsen zeg maar de ervaringsdeskundigen.
Helaas ontsierden enkele incidenten ook de Kerstmarkt gande van openbare dronkenschap tot steek- en vechtpartijen. Wij willen van deze interpellatie gebruik maken om enkele cijfers op te vragen die ons eventueel later bezorgd kunnen worden.
1/ Hoeveel incidenten werden er in ’t totaal geregistreerd tijdens de periode van de Kerstmarkt?
2/ Hoeveel jongeren onder de 18 jaar waren er betrokken bij de incidenten?
3/ Over welke en hoeveel incidenten gaat het? (overlast, vandalisme, agressie, drank- en druggebruik, …).
4/ Hoeveel PV’s en Gemeentelijke Administratieve Sancties werden opgemaakt en wat is het aandeel minderjarigen daarbij?
Wij hopen erop dat voor de volgende Kerstmarkt en het versieren van de winkelstraten meer rekening zal gehouden worden met de toegankelijkheid en het comfort van rolstoelgebruikers én dat er voldoende preventieve maatregelen getroffen zullen worden zodat steek-en vechtpartijen niet als het nieuwe normaal beschouwd zullen worden.
Schepen Peter De Groote
De voorbije kerstmarkt kan je opdelen in een drietal fases:
• Een eerste fase met een massa enthousiaste bezoekers tijdens de geslaagde openingsperiode
• Een volgende fase met een rumoerig weekend gevolgd door een uit de hand gelopen einde van de examens
• Een laatste fase met enkele topevenementen zoals Vlaanderen zingt Kerst en de tractorparade
Zoals zo vaak hadden de sociale media helaas enkel aandacht voor de minpunten:
• 1 bezoeker haalde een mes tevoorschijn (wat uiteraard niet kan), en meteen was er sprake van steekpartijen
• Ook waren er verschillende vechtpartijen, maar die werden meestal uitgelokt door hetzelfde groepje jongeren die al gekend zijn voor gelijkaardige feiten bij de politie
Van zodra er bewaking werd voorzien, kwam de rust terug.
We zijn ervan overtuigd dat, mocht er geen kerstmarkt geweest zijn, dezelfde problemen zich elders in de stad gingen hebben voorgedaan. Bovendien ondervonden we niet enkel in Ieper last van vechtpartijen, ook andere steden leden onder dit fenomeen. Met het einde van de examens moeten we zorgen voor een alternatief waar er meer toezicht gehouden kan worden, zodat de jongsten geen toegang meer hebben tot alcohol. Vroeger werd op dat moment een fuif georganiseerd, misschien doen we dit best opnieuw in de toekomst.
Daarnaast moeten we vaststellen dat er al jaren in België overal een alcoholverbod van kracht is voor -16 en - 18-jarigen, maar toch zijn er altijd creatievelingen die de weg vinden. Met of zonder kerstmarkt. We zijn allemaal jong geweest, maar toen waren er blijkbaar nog grenzen die we respecteerden. Ook opvallend hoeveel erg jonge mensen ’s avonds laat nog op pad zijn. Het is niet aan Stad of Politie om te spelen voor oppas; in de eerste plaats moeten ouders hier hun verantwoordelijkheid nemen en hun kinderen onder handen nemen in geval van intoxicatie door drank of drugs.
Dit zijn de gevraagde vaststellingen door de politie op de kerstmarkt:
| Datum |
Aard van de feiten |
| 2025- 11-30 |
lastigvallend persoon |
| 2025- 11-30 |
geluidshinder - muziek |
| 2025- 11-30 |
opzettelijke slagen en/of verwondingen (niet nader gespecificeerd) |
| 2025- 12-05 |
vechtpartij met steek- of snijwapen |
| 2025- 12-09 |
lastigvallend persoon |
| 2025- 12-12 |
vechtpartij in bende |
| 2025- 12-13 |
opzettelijke slagen - vechtpartij |
| 2025- 12-13 |
dronkenschap in een openbare plaats |
| 2025- 12-13 |
beschadiging van een roerend goed, met geweld of bedreiging, zonder verzwarende omstandigheden |
| 2025- 12-16 |
opzettelijke beschadigingen / vandalisme |
| 2025- 12-16 |
opzettelijke slagen - vechtpartij |
| 2025- 12-18 |
opzettelijke slagen - vechtpartij |
| 2025- 12-26 |
feitelijkheden - discussie - onenigheid |
| 2026- 01-04 |
feest / bal / fuif |
Daarnaast werden nog 3 GAS-boetes opgemaakt voor wildplassen, waarvan 1 voor een minderjarige.
Laat ons echter zeker ook de mooie en geslaagde momenten onthouden en daarop verder werken. Enkele voorbeelden:
• De vernieuwde kerstverlichting en -versiering
• De intrede van de kerstman
• Vlaanderen zingt kerst
• De tractorparade
We zitten intussen alweer met enkele nieuwe ideeën. Los van deze interpellaties stond deze week al een interne evaluatie en een eerste bespreking op de agenda, en binnenkort wordt ook de werkgroep bijeengeroepen. Er wordt dus zeker de nodige aandacht besteed aan de opvolging én vernieuwing van de kerstmarkt. Tegen de zomer willen we hiermee rond zijn.
Tenslotte ook nog een antwoord i.v.m. de vrije doorgang op de voetpaden. Bij het plaatsen van de kerstbomen hebben we al ingegrepen en een aantal bomen zijn verplaatst van de oorspronkelijk voorziene standplaats. Ieper heeft echter smalle straten, die nog deels dateren uit ons rijke middeleeuwse verleden. We hebben zelf ook gemerkt dat er hier en daar nog verbetering mogelijk is. De leverancier was bang voor beschadiging door het verkeer en nam een ruime marge aan de stoeprand. Waar nodig gaan we volgend jaar ingrijpen, zodat er overal genoeg doorgang beschikbaar blijft en iedereen kan genieten van de mooie kerstbomen.
Raadslid Kinoo
Dank voor de antwoorden.
Mbt rolstoelgebruik toch graag bekijken.
En graag ook totale evaluatie van de politiecontroles;
En kan er iets gebeuren met herkende jongeren?
Dank.
Raadslid Stubbe
Graag nog aanbeveling om het niet te grootschalig te willen maken en houden. Groep jongeren van verderaf was aanleiding maar is mede door drankaanbod dat ervoor zorgde dat er meer problemen waren.
Ook nog oproep om cultureel aanbod uit te breiden, verrassende acts, lokale betrokkenheid, voor gezinnen, ...
Schepen De Groote
Zitten op dezelfde golflengte.
Mbt de chalets: niet alles wat slecht en sommige hebben aanzienlijk geïnvesteerd. Ruimer aanbod aan activiteiten is de bedoeling.
Recentelijk werd de nieuwe website van onze stad gelanceerd, inclusief alle bijbehorende functionaliteiten.
Het gebruik zal elke betrokkene in staat stellen te beoordelen of verdere optimalisatie noodzakelijk is. De
eerste indrukken wijzen echter op een significante verbetering van de gebruiksvriendelijkheid.
Dit moment leek dan ook uitermate geschikt om te pleiten voor het tonen van beelden van onze stad via een
webcam die gekoppeld is aan de website van Stad Ieper, vergelijkbaar met initiatieven in tal van andere
gemeenten.
Webcams bieden diverse voordelen voor toeristen, inwoners en het stadsbestuur, uiteenlopend van het
stimuleren van bezoekersaantallen tot het vergroten van de openbare veiligheid en het ondersteunen van
infrastructurele verbeteringen.
Specifiek voor onze stad zou dit kunnen betekenen dat een camera op de Grote Markt voordelen zou kunnen
geven bij:
1. *Toerisme promoten*
- Mensen van over de hele wereld kunnen live meekijken en de sfeer van de stad ervaren. Dit kan hen
inspireren om Ieper te bezoeken.
2. *Evenementen volgen*
- Bij grote evenementen zoals de Last Post, herdenkingen of markten kunnen kijkers live meekijken, zelfs als
ze niet fysiek aanwezig kunnen zijn.
3. *Lokale economie stimuleren*
- Horeca en winkels op de Grote Markt krijgen extra zichtbaarheid, wat kan leiden tot meer bezoekers en
klanten.
4. *Historische waarde tonen*
- Ieper heeft een rijke geschiedenis. Een webcam biedt een manier om het Belfort, de Lakenhalle en andere
monumenten continu in beeld te brengen.
5. *Weersinformatie en sfeerbeelden*
- Handig voor inwoners en toeristen om het actuele weer en de drukte op de markt te zien voordat ze
vertrekken.
6. *Veiligheid en toezicht*
- Kan bijdragen aan sociale controle en veiligheid, doordat er altijd een oogje in het zeil gehouden wordt.
Om al deze redenen stellen wij dan ook voor om een webcam te installeren verbonden aan de website.
Vraag is dus of deze gemeenteraad dit voorstel wil ten uitvoer brengen.
Bijkomende info.
Algemeen kan je stellen dat webcams nuttig zijn:
Voor Toeristen
• Virtuele Verkenning: Potentiële bezoekers kunnen vooraf een virtuele rondleiding krijgen en een eerste
blik werpen op bezienswaardigheden en de sfeer van de stad.
• Plannen van Bezoek: Toeristen kunnen live de drukte bij populaire locaties, stranden of evenementen
in de gaten houden om hun bezoek beter te plannen.
• Live Ervaring: Ze bieden de mogelijkheid om op afstand te 'genieten' van het stadsbeeld, pleinen of
natuurgebieden, wat betrokkenheid creëert, zelfs als men niet fysiek aanwezig kan zijn.
Voor Bewoners en Stadsbestuur
• Veiligheid en Criminaliteitspreventie: Cameratoezicht helpt bij het handhaven van de openbare orde,
het voorkomen van overlast en het leveren van bewijslast bij misdrijven.
• Verkeers- en Drukteregulatie: Slimme camera's kunnen verkeersstromen en drukte in de gaten
houden, waardoor het verkeer beter gemonitord en beheerd kan worden, en eventuele knelpunten
sneller aangepakt kunnen worden.
• Infrastructuurbeheer: Door camera's te gebruiken voor inspecties (bijvoorbeeld van riolering of
bouwprojecten), kunnen steden problemen vroegtijdig identificeren en dure herstelwerkzaamheden
voorkomen.
• Transparantie en Informatie: Webcams die live beelden van openbare pleinen of bouwprojecten
uitzenden, bieden transparantie en informeren bewoners direct over de voortgang of de huidige situatie
in hun omgeving.
Bij het inzetten van webcams in de openbare ruimte moet de stad wel rekening houden met privacywetgeving,
zoals de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), en de beelden op een verantwoorde manier
verwerken.
Schepen Diego Desmadryl
Dank voor uw vraag collega, maar laat mij toe deze toch wel wat verwarrend te vinden. U spreekt van een webcam en de vele voordelen er van, maar ik zie niet direct hoe je met een webcam verkeerstromen gaat analyseren of rioleringen controleren. Deze gebruiken bij het handhaven van de openbare orde of het in beeld brengen van evenementen lijkt mij ook zeker geen optie, en nog maar niet te spreken over de privacy …
Als u dan uiteindelijk zou doelen om dit te installeren als toeristische meerwaarde, moeten we ons dan toch de vraag stellen of de kostprijs dan wel te verantwoorden is, maar we kunnen dit wel eens bekijken.
Raadslid Goudeseune
Had gehoopt op meer en dat er al mee zou gestapt worden.
Ons vestinglandschap is een ware trekpleister voor mens en dier en een mix van park en ongerepte natuur. Het bewaren van dat evenwicht is dan ook een voortdurende afweging. De tijd van gemillimeterde grasvelden ligt gelukkig al een tijdje achter de rug en de keuze om de verworven moestuintjes extensief te onderhouden is heel zeker de juiste gebleken. Laat ons hopen binnen afzienbare tijd de resterende tuintjes te kunnen verwerven tegen een marktconforme prijs. Het netwerk van paadjes in die zone zal de wandelaar en natuurliefhebber nog meer stimuleren om de vestingen te visiteren.
Waar de wandelaar geen toegang toe heeft, zijn de 2 mysterieuze eilandjes in de Kasteelgracht. Sedert decennia kan de natuur daar ongestoord haar gang gaan. Wellicht leverde dit een unieke biotoop op van plantensoorten en kleine dieren. Maar dat blijft een goed bewaard geheim voor ons leken. Wat we wel vanop de andere oever kunnen vaststellen, is dat die ongerepte biotoop evenzeer onderworpen is aan de onverbiddelijke wetten van de natuur: bomen worden groot, bomen sterven en vallen om. En hier gaat mijn vraag over.
Op meerdere plaatsen zijn bomen of grote afgebroken takken naar beneden gekomen en tal van andere hoge bomen, voornamelijk populieren, staat binnenkort eenzelfde lot beschoren. Een natuurlijke cyclus die het rijke zwammenleven op de eilandjes alleen maar kan laten toenemen. Maar met regelmaat valt zo’n oude boom in de Kasteelgracht. En hier wringt de afweging om die bomen daar of te laten als uitkijkpost voor de reiger, schuilplaats voor kleine vissen tegen hongerige aalscholvers en pleisterplaats voor zonnende schildpadden, of om die te verwijderen. Aan dit laatste is een fors prijskaartje verbonden, zo herinner ik mij nog uit de vorige bestuursperiode. En toch vind ik dat de kostprijs geen vrijgeleide mag zijn om te berusten in de toevallige plaats waar een boom terechtkomt.
Mij - alsook veel wandelaars - lijkt het dat het vestingwater grotendeels moet gevrijwaard blijven van omgevallen bomen. Als er dan toch een grens is tussen enerzijds parklandschap en anderzijds ongerepte natuur, dan meen ik dat we moeten opteren om die omgevallen bomen te verwijderen uit de vestinggracht.
Mijn eerste vraag is dan ook of het bestuur die visie deelt en budget voorziet om die omgevallen bomen weg te laten halen uit het vestingwater.
Daarnaast is de redenering dat het mogelijk dweilen wordt met de kraan open als we ons aan het lot onderwerpen door te wachten of de resterende dode populieren aan de rand van de eilandjes bij de eerstvolgende storm omvallen op de eilandjes, dan wel in het vestingwater. Hier zou proactief kunnen besloten worden om ze om te leggen op de eilandjes zelf. Dat spaart met stellige zekerheid flink wat budget uit en vermijdt tevens dat er opnieuw grote stukken van de oevers mee in het water terechtkomen.
Dus mijn tweede vraag is of u ook deze mening deelt en tot actie zult overgaan om te vermijden dat er in de toekomst nog bomen vanop de eilandjes in de Kasteelgracht kunnen terechtkomen.
Graag uw visie hieromtrent.
Schepen Miguel Gheysens
De problematiek van het bomenbestand op de contregardes is goed gekend bij de diensten. In 2024 al vonden verschillende terreinbezoeken plaats om de situatie ter plaatse te inventariseren. Het bomenbestand en de kruidlaag werden in kaart gebracht en de problematische populieren werden grondig gelokaliseerd en geïnspecteerd. Op de westelijke contregarde gaat het om 8 populieren die hoofdzakelijk langs de rand van het eiland staan opgesteld. De oostelijke contregarde kent een andere voorgeschiedenis en vegetatie. Hier gaat het om zo’n 15 populieren waarvan ook het merendeel langs de rand voorkomt. De populieren op beide eilanden zitten in de eindfase van hun bestaan. Ze worden gekenmerkt door verschillende pathogenen, een verminderde kroongroei en veelvuldige taksterfte … Bij het omvallen van één of meerdere populieren worden de nog resterende bomen extra windgevoelig. Een omvorming van het bomenbestand dringt zich dus op.
In 2024 werd voor de groepsgewijze eindkap van de populieren een kapmachtiging aangevraagd en verkregen vanuit het Agentschap voor Natuur en Bos. Een van de voorwaarden hierbij was dat geen verblijfplaatsen van wettelijk beschermede vleermuissoorten beschadigd, weggenomen of vernield zouden worden. Dit voorbereidend vleermuizenonderzoek werd ook al uitgevoerd.
Naast de grote ecologische waarde van de eilanden kennen ze ook een belangrijke erfgoedwaarde. De verdedigingseilanden zijn afgelaagd maar in oppervlak goed bewaard. Op bepaalde plaatsen bevinden zich nog historische baksteenfragmenten. Er werden in het verleden reeds verschillende pistes onderzocht voor de noodzakelijke ruimingswerken, rekening houdend met het maximaal behoud van de ecologische waarden, de instandhouding van het bouwkundig erfgoed en kostenefficiëntie.
De visie die momenteel door de diensten werd uitgewerkt bestaat in het doelgericht vellen van de populieren. Populieren langs de rand of problematisch schuingroeiende populieren zullen op een andere manier gerooid moeten worden dan populieren centraal op de eilanden. De visie is om te streven naar maximaal dood hout op de eilanden. Zowel liggend als staand dood hout. Dit betekent dat verschillende populieren op een ecologische manier geveld zullen worden en als staand dood hout nog vele jaren leven zullen brengen op de eilanden. Zowel vanuit ecologisch als financieel standpunt is het interessant om de gevelde populieren maximaal op de eilanden te houden. De randzone van de eilanden zou een hakhoutbeheer kunnen krijgen. Deze aanpak heeft een dubbel voordeel; de eilanden behouden hun rustfunctie maar worden wel zichtbaarder, inclusief eventuele muurrestanten. Anderzijds zal het hakhoutbeheer ervoor zorgen dat de taluds worden vastgehouden en niet verder kunnen eroderen.
De concrete aanpak wordt nog verder onderzocht binnen het geïntegreerd beheerplan voor het Vestinglandschap, een studieopdracht die momenteel lopende is. Dat is ook het geval voor de bomen die momenteel in het water liggen. Hier dient een evenwicht gezocht te worden in beeldkwaliteit en ecologische meerwaarde. In het kader van dit beheerplan vond op 14/1 een overleg met de hengelaars in het Vestinglandschap plaats. Verschillende hengelaars gaven aan de stadsdiensten bij te willen staan bij het verwijderen van de bomen in het water. Aangezien de boomstammen in het water onder beheer van de Vlaamse Milieumaatschappij liggen zal ook de VMM hierbij betrokken worden.
Raadslid Bolle
Antwoord dat verhoopt was, dank.
In vele Vlaamse gemeenten en steden verdwijnen jaarlijks vele honden en katten, en andere huisdieren, met een duidelijke piek tijdens periodes van stress zoals de eindejaarsfeesten en vuurwerkmomenten. Nochtans zijn de meeste van deze dieren correct gechipt. In de praktijk blijkt echter dat teruggevonden dieren vaak niet meteen herenigd kunnen worden met hun eigenaar, omdat de chipgegevens niet openbaar raadpleegbaar zijn.
Sinds 2021 worden de chipgegevens van honden en katten standaard afgeschermd in het kader van de privacywetgeving. Veel eigenaars zijn zich er evenwel niet van bewust dat zij zelf, via hun dierenarts of via de officiële databanken DogID en CatID, hun contactgegevens eenvoudig openbaar kunnen maken, wat alles vergemakkelijkt voor dierenartsen, asielen en politiediensten, en er ook voor zorgt dat particulieren de contactgegevens kunnen uitlezen. Het gevolg van de onwetendheid is dat een gechipt dier in sommige gevallen toch langere tijd anoniem blijft, met alle gevolgen van dien voor het dierenwelzijn én het emotioneel welzijn van het baasje en het gezin waarin het dier verblijft.
Nochtans kan dit probleem grotendeels verholpen worden met correcte en gerichte informatie. Lokale besturen beschikken over diverse communicatiekanalen -gemeentelijke infobladen, sociale media, infoborden, websites - waarmee burgers laagdrempelig gesensibiliseerd kunnen worden over deze mogelijkheid, zonder bijkomende regelgeving of grote kosten.
Vanuit het oogpunt van dierenwelzijn en preventie lijkt een sensibiliserende rol van het lokaal bestuur dan ook aangewezen.
De Vlaams Belang-fractie vernam hieromtrent graag het volgende:
Schepen Peter De Groote – het antwoord is inclusief antwoord op agendapunten 24 en 25.
Dit is een goed voorstel. Op onze website is reeds een luik Dierenwelzijn voorzien met uitgebreide informatie, en ondermeer de link naar de katten-en hondenregistratie.
We zullen hierbij nog expliciet de aanbeveling opnemen om ook het rijksregisternummer toe te voegen aan deze dog- of cat-ID zodat verloren gelopen dieren vlotter aan hun baasje kunnen toegewezen worden.
Ook in een volgend stadsmagazine zullen we dit vermelden en eveneens de sociale media zullen we te gepasten tijde inzetten om hierop te wijzen. Tenslotte nemen we het ook mee in ons overleg met dierenasiel en dierenartsen.
Vandaag voorziet de Vlaamse Codex Dierenwelzijn in de mogelijkheid voor de rechtbank om, bijkomend aan de veroordeling wegens een overtreding bepaald in de codex waarvoor een boete of een gevangenisstraf kan worden opgelegd, het recht te ontzeggen om definitief of voor een termijn tot vijf jaar één of meer diersoorten of dieren te houden. Daarnaast geeft de codex rechters ook de mogelijkheid om het aantal dieren van één of meer soorten dat men mag houden tijdelijk of definitief te beperken. Recent kan de rechter ook taakstraffen en leerstraffen opleggen. In het kader van de uitvoering van een taak- of leerstraf kunnen aan de overtreders ook gedragsalternatieven worden geboden, zodat ze tijdens de sanctie-uitvoering ook de gewenste inzichten en vaardigheden over het omgaan met dieren meekrijgen.
Er is inderdaad een voorstel zijn om deze codex aan te passen en bij decreet ook burgemeesters de mogelijkheid te geven om een houdverbod af te vaardigen. Op vandaag is dit in Ieper nog niet toegepast. Wel gebeurt het dat na politionele vaststellingen dieren in beslag worden genomen.
Vanuit het oogpunt dierenwelzijn biedt het in voorbereiding zijnde wettelijk kader zeker een meerwaarde. Procedures via de rechtbank kunnen immers lang aanslepen vooraleer een uitspraak volgt. Met deze maatregel kan vanuit het ambt van de burgemeester kort op de bal gespeeld worden en kan dierenleed beperkt worden. Daarom zijn we zeker bereid deze toekomstige regelgeving ook te implementeren.
Er is nu reeds een samenwerking tussen inspectiediensten Dierenwelzijn (Vlaanderen) en de lokale politie en het dierenasiel, voornamelijk met betrekking tot de plaatsing van in beslag genomen dieren. We gaan ervan uit dat vanuit Vlaanderen ook concrete informatie zal verstrekt worden naar de lokale besturen omtrent deze aanpak.
We hebben zelf geen cijfers van in beslag genomen dieren. Zowel Dierenwelzijn als lokale politie neemt sporadisch dieren in beslag. Exacte cijfers kunnen wellicht bezorgd worden door Dierenwelzijn, maar kon niet in deze korte tijd gebeuren. Voor Ieper zijn in het verleden twee houdverboden gesteld via de rechtbank, één ten aanzien van een particulier en één ten aanzien van een verkoper.
Raadslid Six
Tevreden, hoopt op aanpak en communicatie.
Raadslid Louwyck
Ook tevreden. Ieper als voorbeeldstad.
Raadslid Stubbe
Sluit zich aan en hoopt dat er effectief werk van gemaakt wordt.
We vertrekken misschien best van een eenvoudige vaststelling: de deelsteps zijn intussen verdwenen uit Ieper, en eerlijk gezegd is dat waarschijnlijk geen slechte zaak. Niet omdat we tegen steps zijn – integendeel – maar omdat deelsteps te vaak hinderlijk waren, slordig achtergelaten werden, gevandaliseerd raakten en aanleiding gaven tot risicovol of oneigenlijk gebruik.
We zijn niet tegen steps tout court. Elektrische steps, net zoals elektrische fietsen, kunnen een gezonde en moderne aanvulling zijn op ons mobiliteitsaanbod.
Waar wél een probleem zit, is het onveilig gebruik van private e‑steps. We zien dat er toestellen tussen zitten die veel te snel kunnen rijden, vaak volledig onaangepast aan de situatie. We horen geregeld klachten over te hoge snelheid, slalommen op voetpaden en onaangepast rijgedrag. Het veroorzaakt ongevallen en de onvoorspelbaarheid geeft een onveilig gevoel bij de mede- weggebruikers.
In mijn eigen buurt en in het centrum zag je voorbije zomer zelfs kinderen rondscheuren, terwijl ouders blijkbaar niet altijd weten dat er een minimumleeftijd geldt van 12 jaar. Dat leidt tot gevaarlijke situaties in onze woonstraten en in het stadscentrum.
Daarnaast weten we uit de media, ziekenhuiscijfers en studies dat ongevallen met steps regelmatig zware hoofdletsels veroorzaken.
Dat brengt mij bij mijn kernvraag en bijvraag:
Is het aangewezen om een helmplicht in te voeren op ons grondgebied-of in de ruimere politiezone?
Heeft het stadsbestuur al werk gemaakt van een helder en handhaafbaar kader voor e‑steps, met snelheidscontroles, registratie van ongevallen, duidelijke regels rond gebruik door minderjarigen, technologie om regels te handhaven, parkeerzones, trage zones?
Niet om steps te ontmoedigen, maar net om ze veilig en verantwoord een plaats te geven in onze mobiliteit.
Schepen Diego Desmadryl
Over de helmplicht op e-steps, en bij uitbreiding op fietsen en elektrische fietsen is al langer voer voor discussie. Het is echter een bovenlokale bevoegdheid en een gemeente kan niet zelf beslissen over helmplicht. Niets houdt ons echter tegen om te blijven sensibiliseren hierover helmdracht.
Daarnaast zal de politie wel optreden als men meerdere personen op een e-steps vast stelt, iemand over het voetpad ziet rijden of als de minimumleeftijd niet gerespecteerd wordt. In tegendeel tot uw vraag ligt de minimum leeftijd voor het gebruik van e-steps wel op 16 jaar en niet op 12 jaar zoals u aangeeft.
Het uitwerken van een degelijk handhaafbaar kader zal dus in eerste instantie van de hogere overheid moeten komen, maar wat we zelf kunnen doen en uiteindelijk mogen doen, kunnen we zeker eens bespreken in één van de volgende plenaire commissies.
Raadslid W. Vandamme
Dank voor toelichting.
Toch kijken wat lokaal kan aangepakt wordt-en, dit ook te doen, oa overleg met politie, verlichting, sensibiliseren, ...
Er zijn teveel gevaarlijke momenten die tot ongevallen kunnen leiden.
De afgelopen jaren kent het voetbal, en in het bijzonder het jeugdvoetbal, opnieuw een sterke groei. Dit is een positieve evolutie die we alleen maar kunnen toejuichen. Een keerzijde van dit succes is echter dat veel sportclubs het moeilijk hebben om deze toename op infrastructureel vlak bij te benen.
Een sportclub waar deze problematiek zich duidelijk stelt, is Sparta Dikkebus. Los van de erbarmelijke staat van de kantine die de club voor een grote financiële uitdaging stelt, vormt vooral het parkeerprobleem een groot knelpunt. De club beschikt niet over een eigen parking en er zijn slechts een beperkt aantal parkeerplaatsen langs de openbare weg. Bij thuismatchen leidt dit tot gevaarlijke situaties bij het afzetten en ophalen van spelers en bezoekers, in het bijzonder kinderen.
Tijdens de vorige legislatuur werd door het toenmalig bestuur onder regie van schepen van patrimonium Bolle, de gehuurde grond aangekocht waarop zich deels het oefenveld, de kantine en de zone langs de straatkant bevindt. De aankoop geschiedde ter ondersteuning van de club én met het oog op een mogelijke inrichting van parkeerplaatsen achter de kantine.
Daarom mijn vraag:
Is het stadsbestuur bereid om dit idee verder te ondersteunen en op dit perceel effectief parkeerplaatsen aan te leggen? Zo ja, binnen welke termijn zult u dit realiseren?
Schepen Diego Desmadryl
Dit is ook bij ons gekomen tijdens de dorpenronde en via de wijkagent. We zijn ieder geval van plan om dit van dichterbij te bekijken en een oplossing te zoeken voor het parkeerprobleem daar, maar hoe we dat doen en wanneer is momenteel nog niet vastgelegd.
Raadslid Verkruysse
Zal niet zo'n kost betekenen want is stadseigendom.
Graag hadden wij geweten waarom enkele woongelegenheden in de Molenwal (Aalmoezenierstraat) al geruime tijd leegstaan. We vermoeden dat er werken op komst zijn maar hadden geraag geweten wat er precies gaat gebeuren en ook wanneer de eventuele werken zullen plaatsvinden want communicatie daarover hebben de bewoners nog niet gekregen…
Schepen Danny Metsu
Deze sociale woningen behoren niet tot de eigendom van de stad – OCMW Ieper, maar zijn in eigendom van Ons Onderdak.
Maar om u toch enige toelichting te verschaffen:
• Er werden in 2018 renovaties aan de technieken doorgevoerd (bouwjaar 1969).
• De huidige leegstand is beperkt tot 3 woonentiteiten van de 47 wat overeenstemt met een frictieleegstand tussen twee verhuringen.
• 37 woonentiteiten zijn voorbehouden voor senioren (1 slaapkamer). 2 van de 3 leegstaande woonentiteiten zij nog niet ingevuld doordat de potentiële huurders deze nog niet aanvaardden.
Er wordt overwogen de doelgroep aan te passen.
Raadslid Dehollander
Dank u wel.
Wie een dier slecht heeft behandeld, in die mate dat het dier weggehaald wordt uit het gezin, mag zich niet zomaar een nieuw huisdier kunnen aanschaffen. Daarom stelt VOORUIT (geïnspireerd door Oostende) een tijdelijk houdverbod voor. Zo voorkomen we dat nieuwe dieren slachtoffer worden terwijl het gerechtelijk onderzoek nog loopt.
Op initiatief van VOORUIT wordt er in het Vlaams parlement een wetgevend initiatief voorbereid dat moet leiden tot een goedgekeurd decreet dat het houdverbod in afwachting van een uitspraak van de inspectie dierenwelzijn wettelijk vastlegt. Maar de weg tot publicatie van de nieuwe wetgeving kan nog op zich laten wachten. Een tijdelijk houdverbod kan veel dierenleed voorkomen, ook in onze stad.
Daarom mijn vragen aan het college:
Graag uw toelichting.
Schepen Peter De Groote – het antwoord is inclusief antwoord op agendapunten 20 en 25.
Dit is een goed voorstel. Op onze website is reeds een luik Dierenwelzijn voorzien met uitgebreide informatie, en ondermeer de link naar de katten-en hondenregistratie.
We zullen hierbij nog expliciet de aanbeveling opnemen om ook het rijksregisternummer toe te voegen aan deze dog- of cat-ID zodat verloren gelopen dieren vlotter aan hun baasje kunnen toegewezen worden.
Ook in een volgend stadsmagazine zullen we dit vermelden en eveneens de sociale media zullen we te gepasten tijde inzetten om hierop te wijzen. Tenslotte nemen we het ook mee in ons overleg met dierenasiel en dierenartsen.
Vandaag voorziet de Vlaamse Codex Dierenwelzijn in de mogelijkheid voor de rechtbank om, bijkomend aan de veroordeling wegens een overtreding bepaald in de codex waarvoor een boete of een gevangenisstraf kan worden opgelegd, het recht te ontzeggen om definitief of voor een termijn tot vijf jaar één of meer diersoorten of dieren te houden. Daarnaast geeft de codex rechters ook de mogelijkheid om het aantal dieren van één of meer soorten dat men mag houden tijdelijk of definitief te beperken. Recent kan de rechter ook taakstraffen en leerstraffen opleggen. In het kader van de uitvoering van een taak- of leerstraf kunnen aan de overtreders ook gedragsalternatieven worden geboden, zodat ze tijdens de sanctie-uitvoering ook de gewenste inzichten en vaardigheden over het omgaan met dieren meekrijgen.
Er is inderdaad een voorstel zijn om deze codex aan te passen en bij decreet ook burgemeesters de mogelijkheid te geven om een houdverbod af te vaardigen. Op vandaag is dit in Ieper nog niet toegepast. Wel gebeurt het dat na politionele vaststellingen dieren in beslag worden genomen.
Vanuit het oogpunt dierenwelzijn biedt het in voorbereiding zijnde wettelijk kader zeker een meerwaarde. Procedures via de rechtbank kunnen immers lang aanslepen vooraleer een uitspraak volgt. Met deze maatregel kan vanuit het ambt van de burgemeester kort op de bal gespeeld worden en kan dierenleed beperkt worden. Daarom zijn we zeker bereid deze toekomstige regelgeving ook te implementeren.
Er is nu reeds een samenwerking tussen inspectiediensten Dierenwelzijn (Vlaanderen) en de lokale politie en het dierenasiel, voornamelijk met betrekking tot de plaatsing van in beslag genomen dieren. We gaan ervan uit dat vanuit Vlaanderen ook concrete informatie zal verstrekt worden naar de lokale besturen omtrent deze aanpak.
We hebben zelf geen cijfers van in beslag genomen dieren. Zowel Dierenwelzijn als lokale politie neemt sporadisch dieren in beslag. Exacte cijfers kunnen wellicht bezorgd worden door Dierenwelzijn, maar kon niet in deze korte tijd gebeuren. Voor Ieper zijn in het verleden twee houdverboden gesteld via de rechtbank, één ten aanzien van een particulier en één ten aanzien van een verkoper.
Raadslid Six
Tevreden, hoopt op aanpak en communicatie.
Raadslid Louwyck
Ook tevreden. Ieper als voorbeeldstad.
Raadslid Stubbe
Sluit zich aan en hoopt dat er effectief werk van gemaakt wordt.
In de loop van dit voorjaar zal er in het Vlaamse parlement een voorstel tot decreet ingediend worden, waarbij eigenaars die hun huisdieren mishandelen of verwaarlozen, een tijdelijk verbod opgelegd krijgen om nog huisdieren te houden, nadat de inspectiedienst van de lokale politie of inspecteurs van Dierenwelzijn de feiten hebben vastgesteld. Dit verbod zou dan door de burgemeester onmiddellijk opgelegd worden en voor 2 maanden van kracht gaan, in afwachting van eventuele andere gerechtelijke maatregelen.
Na die termijn beslist de Inspectie Dierenwelzijn wat er met het in beslag genomen dier gebeurt.
Bedoeling is om dergelijk verbod op te nemen in de Vlaamse Codex Dierenwelzijn.
Het probleem blijkt ruimer verspreid dan vermoed: in 2024 werden in Vlaanderen liefst 5.510 mishandelde en verwaarloosde huisdieren in beslag genomen. Bovendien stelde de inspectie vast dat dergelijke eigenaars al snel in hun slechte gewoontes hervallen, zodat de mistoestanden nooit effectief ophouden.
Dergelijke houdverbod na vastgestelde dierenmishandeling wordt sedert december 2024 al lokaal toegepast in Oostende, en verder ook in Turnhout, Oosterzele, Ronse en Lommel, mogelijks intussen in nog meer gemeenten en steden.
Groen steunt dit Vlaamse voorstel om dierenmishandeling via een decreet kordaat aan te pakken. We hopen dat er ook vanuit ons Ieperse bestuur hierop kan geanticipeerd worden, zodat mistoestanden snel en concreet worden aangepakt.
We hebben dan ook volgende vragen:
- Wordt het houdverbod voor dierenmishandelaars al toegepast in onze stad?
- Is de Stad Ieper bereid en klaar om het houdverbod snel in te voeren en te handhaven door burgemeester, in samenwerking met de politie en het Ieperse dierenasiel?
Benieuwd naar uw antwoord!
Schepen Peter De Groote – het antwoord is inclusief antwoord op agendapunten 20 en 25.
Dit is een goed voorstel. Op onze website is reeds een luik Dierenwelzijn voorzien met uitgebreide informatie, en ondermeer de link naar de katten-en hondenregistratie.
We zullen hierbij nog expliciet de aanbeveling opnemen om ook het rijksregisternummer toe te voegen aan deze dog- of cat-ID zodat verloren gelopen dieren vlotter aan hun baasje kunnen toegewezen worden.
Ook in een volgend stadsmagazine zullen we dit vermelden en eveneens de sociale media zullen we te gepasten tijde inzetten om hierop te wijzen. Tenslotte nemen we het ook mee in ons overleg met dierenasiel en dierenartsen.
Vandaag voorziet de Vlaamse Codex Dierenwelzijn in de mogelijkheid voor de rechtbank om, bijkomend aan de veroordeling wegens een overtreding bepaald in de codex waarvoor een boete of een gevangenisstraf kan worden opgelegd, het recht te ontzeggen om definitief of voor een termijn tot vijf jaar één of meer diersoorten of dieren te houden. Daarnaast geeft de codex rechters ook de mogelijkheid om het aantal dieren van één of meer soorten dat men mag houden tijdelijk of definitief te beperken. Recent kan de rechter ook taakstraffen en leerstraffen opleggen. In het kader van de uitvoering van een taak- of leerstraf kunnen aan de overtreders ook gedragsalternatieven worden geboden, zodat ze tijdens de sanctie-uitvoering ook de gewenste inzichten en vaardigheden over het omgaan met dieren meekrijgen.
Er is inderdaad een voorstel zijn om deze codex aan te passen en bij decreet ook burgemeesters de mogelijkheid te geven om een houdverbod af te vaardigen. Op vandaag is dit in Ieper nog niet toegepast. Wel gebeurt het dat na politionele vaststellingen dieren in beslag worden genomen.
Vanuit het oogpunt dierenwelzijn biedt het in voorbereiding zijnde wettelijk kader zeker een meerwaarde. Procedures via de rechtbank kunnen immers lang aanslepen vooraleer een uitspraak volgt. Met deze maatregel kan vanuit het ambt van de burgemeester kort op de bal gespeeld worden en kan dierenleed beperkt worden. Daarom zijn we zeker bereid deze toekomstige regelgeving ook te implementeren.
Er is nu reeds een samenwerking tussen inspectiediensten Dierenwelzijn (Vlaanderen) en de lokale politie en het dierenasiel, voornamelijk met betrekking tot de plaatsing van in beslag genomen dieren. We gaan ervan uit dat vanuit Vlaanderen ook concrete informatie zal verstrekt worden naar de lokale besturen omtrent deze aanpak.
We hebben zelf geen cijfers van in beslag genomen dieren. Zowel Dierenwelzijn als lokale politie neemt sporadisch dieren in beslag. Exacte cijfers kunnen wellicht bezorgd worden door Dierenwelzijn, maar kon niet in deze korte tijd gebeuren. Voor Ieper zijn in het verleden twee houdverboden gesteld via de rechtbank, één ten aanzien van een particulier en één ten aanzien van een verkoper.
Raadslid Six
Tevreden, hoopt op aanpak en communicatie.
Raadslid Louwyck
Ook tevreden. Ieper als voorbeeldstad.
Raadslid Stubbe
Sluit zich aan en hoopt dat er effectief werk van gemaakt wordt.
Recent werd de samenwerking voor de aanpak van de waterproblematiek binnen het samenwerkingsakkoord ‘Water Land Schap Robuuste Waterlopen Westhoek’ tussen diverse partners, waaronder de stad Ieper, hernieuwd. Daardoor worden de inspanningen van heel wat landbouwers voor een betere waterkwaliteit in het stroomgebied van de Kemmelbeek en de Bollaertbeek verder gezet, en dat zal ook broodnodig zijn.
Helaas werd er recent, tussen 19 en 21 januari laatstleden, een zeer ernstige vervuiling op de Kemmelbeek vastgesteld. Spijtig genoeg neemt nog steeds niet elke actor binnen het gebied zijn verantwoordelijkheid even ernstig, en deze keer met grote gevolgen.
Diverse parameters (zoals ammonium (NH4) en de geleidbaarheid in het water) vertoonden in de nacht van 19 op 20 en van 20 op 21 januari een sterke stijging op de Kleine Kemmelbeek, een van de bronbeken van de Kemmelbeek. In de beek was ook duidelijk mestgeur en schuimvorming waar te nemen. Dergelijke piekverontreiniging duidt op een moedwillige mestlozing. Dit is natuurlijk totaal onaanvaardbaar!
De gevolgen waren onmiddellijk voelbaar: de Watergroep moest de waterinname vanuit de Kemmelbeek naar de Dikkebusvijver meteen stopzetten om de drinkwaterproductie niet in het gedrang te brengen. Daarna werd het vervuilde water via de Dikkebusvijverbeek naar het Kanaal Ieper-Komen geleid. Via een stuwklepsysteem loopt deze beek ook verder als voedingsbeek van onze Ieperse vestinggrachten.
Deze bewuste vervuiling door mestlozingen van een voor onze drinkwaterwinning zo belangrijke beek, met ongetwijfeld gevolgen voor de waterkwaliteit in de waterlopen stroomafwaarts, waaronder dus de vestinggrachten, is een ernstige misdaad.
We wensen dan ook te vernemen welke maatregelen genomen werden en hoe de huidige stand van zaken is:
- welke stappen werden er gezet door politie, milieu-inspectie of andere handhavers om de juiste oorzaak en plaats van de vermoedelijke lozing op te sporen?
- werd er onderzoek gevoerd naar mogelijke vervuiling op de Dikkebusvijverbeek, de Vaart Ieper-Komen en de vestinggrachten?
- Zijn er maatregelen genomen om verdere vervuiling tegen te gaan en de gevolgen te minimaliseren?
Schepen Miguel Gheysens
We kunnen vooreerst alleen maar beamen dat deze mestlozing een intriest voorval betekent en een kaakslag is voor wie met het milieu begaan is én voor de landbouwers die concreet in dit gebied van WaterLandSchap serieuze inspanningen leveren. Bovendien brengt dergelijke praktijk de drinkwaterwinning in gevaar. Er is op 27 januari vanuit de provincie (Inagro) een flashbericht verstuurd naar alle landbouwers in het stroomgebied van de Kleine Kemmelbeek omtrent dit incident om met aandrang te vragen de verantwoordelijkheid op te nemen.
Verder kunnen we aangeven dat het onderzoek voorlopig nog geen dader heeft aangetoond. De verontreiniging is naar alle waarschijnlijkheid ontstaan op het grondgebied Heuvelland. Het betreft twee piekverontreinigingen die zich telkens ’s nachts hebben voorgedaan en waaruit moedwilligheid kan worden afgeleid. Dit blijkt uit gegevens van de Vlaamse Milieumaatschappij. De bijzondere wateronderzoekers van VMM zijn ook al meermaals op het terrein geweest maar konden de bron voorlopig niet achterhalen. Het is niet gezegd dat de lozing rechtstreeks aan een bedrijf te linken is, maar net zo goed een aalton kan zijn die werd leeggelaten in de beek.
Verder onderzoek is lopende, maar zoals gezegd vooral in de gemeente Heuvelland.
Er kunnen moeilijk maatregelen genomen worden om de lozing teniet te doen. Deze is gecombineerd met regenval dinsdag verder afgevoerd richting kanaal Ieper-Ijzer. Zoals je zelf al aangaf, is ervoor gezorgd dat de verontreiniging afgeleid werd van de vestinggrachten. Uit permanente metingen op het kanaal blijkt hier geen directe impact zichtbaar; de zuurstofwaarden en geleidbaarheid zijn normaal. Waarmee we absoluut niet willen gezegd hebben dat deze lozing geen enkele schade berokkende of op termijn zou kunnen berokkenen. Maar dergelijke calamiteiten zijn helaas moeilijk in te dijken of af te dammen.
We menen dat een duidelijk signaal is gegeven naar landbouwers in het gebied, ook trouwens door landbouworganisaties.
Helaas is het bij dergelijke incidenten niet evident om de dader ‘op heterdaad’ te betrappen, maar we wachten verder nog onderzoeksresultaten af.
Raadslid Stubbe
Vanuit WaterLandschap zou toch een duidelijk signaal kunnen gegeven worden. (gebeurde via dat flashbericht)
De erbarmelijke toestand van de voetpaden werd hier al meermaals, en over de partijgrenzen heen, aangekaart en nog steeds zien we geen verbetering.
Het stadsbestuur is zich bewust van de slechte staat van de voetpaden maar werden die recent nog geëvalueerd om zo de hoogdringendheid van herstel vast te stellen?
Een voorstel: stap eens vanaf het station via de Stationsstraat naar de Menenpoort. En doe datzelfde traject ook eens met een rollator en in een rolstoel. Dan pas zal je begrijpen en inzien wat velen dagelijks moeten ervaren en doorstaan om niet te vallen.
Is er ondertussen al een planning/timing voor de aanpak van dat probleem?
Schepen Stephaan De Roo
Het is inderdaad zo dat deze voetpaden heel vaak het slachtoffer zijn van beschadigingen, ten gevolge van het feit dat er voortdurend over gereden wordt, wat – zoals u aangeeft – voor heel wat ongemak zorgt. De voetpaden liggen daar nu eenmaal op dezelfde hoogte als de rijweg en de parkeerstroken, waardoor ze zeer vaak misbruikt worden door voertuigen van gelijk welke grootte. Daarnaast krijgen deze voetpaden ook frequent te maken met nutswerken. Soms anticiperen we daarop, wetende dat die werken kunnen of zullen komen.
Tijdens dergelijke nutswerken doen we er alles aan om het voetpadherstel zo goed mogelijk uit te voeren, al is dat niet eenvoudig. Wel zetten we volop in op een degelijk beheer van de voetpaden. We zijn ons er terdege van bewust dat onze burgers zich hier enorm aan kunnen storen en dat begaanbare, degelijke voetpaden één van de topprioriteiten zijn die zij van ons verwachten. Van zodra een tekortkoming wordt vastgesteld of gemeld, doen we er alles aan om dit zo snel mogelijk aan te pakken, uiteraard afhankelijk van het tijdstip, lopende activiteiten en weersomstandigheden. In zulke gevallen kiezen we soms voor tijdelijke signalisatie of een herstel met tijdelijke materialen (iets wat we zoveel mogelijk proberen te vermijden, maar niet altijd kunnen uitsluiten), ofwel gaan we over tot een lokaal herstel of de aanleg van een volledig nieuw stuk voetpad.
De duurzaamheid van een herstelling wordt aanzienlijk vergroot wanneer deze wordt gevrijwaard van voetgangers-, fiets- en voertuigverkeer. We doen dan ook ons uiterste best om herstellingen gedurende minstens drie weken af te zetten, al blijkt dit in de praktijk niet eenvoudig en mislukt dit helaas te vaak. Ik wil echter ook even terugkeren naar het verleden. Geachte collega, op de foto ziet u hoe we vroeger eveneens inspanningen deden om de trottoirs te vrijwaren. De vele bloembakken (maar liefst 330 stuks) zijn in de vorige bestuursperiode zonder alternatief verwijderd, onder het mom dat ze rot waren. Het is dan ook te gemakkelijk om vandaag alle verantwoordelijkheid bij het huidige bestuur te leggen.
Niettemin neem ik mijn verantwoordelijkheid op. Het moet anders en beter. Samen met collega De Groote en de dienst Economie, en met collega Desmadryl en de dienst Mobiliteit, zullen we in samenwerking met de Groendienst zoeken naar oplossingen met duurzaam en efficiënt straatmeubilair en passende beplanting. Zo willen we de trottoirs opnieuw beschermen en tegelijk zorgen voor een mooie, gezellige en hedendaagse straat. Eerlijkheidshalve moeten we ook erkennen dat het volledig wegnemen van alle ongemakken een utopie is. Ze zoveel mogelijk tot een minimum herleiden, dat is onze ambitie.
Raadslid Kinoo
Dank voor antwoord. Tip, meer politiecontrole om dit te sanctioneren.
Kijken uit naar een voetpadenplan om dit te verbeteren.
Stad – OCMW Ieper : technische bemerkingen en aanbevelingen bij het meerjarenplan 2026-2031 (LF-MJPBBC-25.0362)
AGB Musea Ieper: technische bemerkingen en aanbevelingen bij het meerjarenplan 2026- 2031 (LF-MJPBBC-25.0361)
AGB Vauban: technische bemerkingen en aanbevelingen bij het meerjarenplan 2026-2031 (LF-MJPBBC-25.0359)
Kennisname van de beslissing van de gouverneur – dossier KLACHT2025.000806: Op 7 oktober 2025 werd een klacht ingediend tegen het gemeenteraadsbesluit GR/2025/237 van 6 oktober 2025 betreffende de invoering van een uitbatingsvergunning voor bepaalde sectoren.
Na onderzoek door het Agentschap Binnenlands Bestuur besliste de gouverneur om niet op te treden tegen het betwiste besluit. De gouverneur verzocht om deze beslissing ter kennis te brengen van de eerstvolgende gemeenteraad, conform artikel 333, tweede lid van het Decreet over het Lokaal Bestuur.
Namens Gemeenteraad,
Stefan Depraetere
Algemeen directeur
Sarah Bouton
Voorzitter