Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018).
Het decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten van 3 mei 2019 (B.S. 27/06/2019), latere wijzigingen en de uitvoeringsbesluiten.
In 2021 startte het decreet buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA). Het moet zorgen voor een gevarieerd voor- en naschools aanbod voor alle kinderen in Vlaanderen.
Het decreet heeft drie belangrijke doelen:
Het decreet vraagt ook om extra aandacht voor:
Op vandaag wordt buitenschoolse opvang erkend en gesubsidieerd door de Vlaamse overheid. Vanaf 1 september 2026 moeten de lokale besturen de regie opnemen, inclusief de financiële middelen verdelen, toezicht houden op de kwaliteit van het erkende aanbod en handhaven. Ze krijgen daarvoor de financiële middelen.
De regelgeving legt bestedingsprincipes vast om te bewaken dat in elke gemeente voldoende opvangaanbod zal zijn. Eén van die bestedingsprincipes is dat het aanbod alleen een subsidie kan krijgen als het erkend is, via een lokaal erkenningskader voor BOA of via een ander lokaal of bovenlokaal erkenningskader (bijvoorbeeld van jeugd, sport of cultuur).
Elk lokaal bestuur moet bijgevolg een erkenningskader uitwerken voor organisatoren, rekening houdend met enkele minimale Vlaamse kwaliteitsvoorwaarden:
Dit reglement werd opgemaakt in nauwe afstemming met het lokaal samenwerkingsverband BOA, waarin volgende organisaties vertegenwoordigd zijn:
BOA-regie is een nieuwe decretale bevoegdheid van stad Ieper. Dit reglement vormt het vertrekpunt. Het reglement zal de komende jaren mogelijks bijgestuurd moeten worden op basis van opgedane ervaring en nieuwe inzichten. Een eerste evaluatie is voorzien na één jaar, in samenwerking met het lokaal samenwerkingsverband BOA.
Alle kosten verbonden aan BOA worden 100% gesubsidieerd met de BOA-middelen van Vlaanderen. Te verwachten kosten op basis van dit reglement zijn kosten voor regie van BOA, waaronder de organisatie van het toezicht. Dit zijn decretaal verplichte taken. Verder onderzoek is nodig om de effectieve kostprijs te ramen.
De Vlaamse overheid heeft beslist dat de regie van BOA een nieuwe kerntaak wordt voor lokale besturen. De doelstellingen van het BOA-decreet zijn ambitieus: regie voeren, BOA-organisatoren erkennen, toezicht houden op de kwaliteit van het erkende aanbod en handhaving. Momenteel wordt bestaand personeel ingezet om de vereiste voorbereidingen te treffen zodat Ieperse BOA-organisatoren vanaf 1 september erkend en gefinancierd worden of blijven. Na goedkeuring van de reglementen zal de regie verder opgenomen worden door de dienst Welzijn. Om dit mogelijk te maken wordt extra administratieve ondersteuning voorzien met BOA-middelen.
Op 8 juni 2026 werd het finale ontwerpreglement door het lokaal samenwerkingsverband BOA goedgekeurd.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad het volgende reglement goed te keuren met algemeenheid van stemmen:
Reglement voor de erkenning van BOA-werkingen en de organisatie van toezicht en handhaving
Hoofdstuk 1: Algemeen
Artikel 1: Doel
Het erkenningskader heeft als doel een kwaliteitsvol aanbod buitenschoolse opvang en activiteiten te voorzien voor elk kind in de stad. Het sluit aan bij de doelstellingen van het decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten. De erkenningsvoorwaarden bepalen de kwaliteitsverwachtingen waaraan de organisator en het aanbod moet voldoen. Het houdt rekening met de diversiteit aan werkingen.
Artikel 2: Definities
Voor de toepassing van dit erkenningskader wordt verstaan onder:
Artikel 3: Toepassingsgebied
Het erkenningskader richt zich op alle aanbieders van buitenschoolse opvang en/of activiteiten voor kinderen tussen 2,5 en 12 jaar die:
Artikel 4: Profielen
§1. Het erkenningskader werkt met vier profielen, afgestemd op de aard, schaal en intensiteit van de werking:
De profielen worden niet hiërarchisch bekeken, maar vormen herkenbare vormen van aanbod.
§2. Elke werking kiest het profiel dat het beste past bij haar structuur en ambities. De combinatie van meerdere profielen is niet mogelijk.
§3. Per profiel worden voorwaarden binnen zes kernthema’s omschreven: medewerkersbeleid, pedagogisch beleid, organisatorisch beleid, toegankelijkheid, monitoring en evaluatie, en verbondenheid.
Hoofdstuk 2: Erkenningsvoorwaarden per profiel
Artikel 5: Medewerkersbeleid
§1. Basisvoorwaarden voor alle profielen:
§2. Bijkomende voorwaarden voor profiel 1:
§3. Bijkomende voorwaarden voor profiel 2:
§4. Bijkomende voorwaarden voor profiel 3 en 4:
Artikel 6: Pedagogisch beleid
§1. Basisvoorwaarden voor alle profielen:
§2. Bijkomende voorwaarden voor profiel 1 en 2:
§3. Bijkomende voorwaarden voor profiel 3 en 4:
Artikel 7: Organisatorisch beleid
§1. Basisvoorwaarden voor alle profielen:
§2. Bijkomende voorwaarden voor profiel 1:
§3. Bijkomende voorwaarden voor profiel 2:
§4. Bijkomende voorwaarden voor profiel 3:
§5. Bijkomende voorwaarden voor profiel 4:
Artikel 8: Toegankelijkheid
§1. Basisvoorwaarden voor alle profielen:
§2. Bijkomende voorwaarden voor profiel 1:
§3. Er zijn geen bijkomende voorwaarden voor profiel 2.
§4. Bijkomende voorwaarden voor profiel 3 en 4:
Artikel 9: Monitoring & Evaluatie
§1. Basisvoorwaarden voor alle profielen:
§2. Bijkomende voorwaarden voor profiel 1 en 2:
§3. Bijkomende voorwaarden voor profiel 3 en 4:
Artikel 10: Verbondenheid
§1. Basisvoorwaarden voor alle profielen:
§2. Er zijn geen bijkomende voorwaarden voor profiel 1.
§3. Bijkomende voorwaarden voor profiel 2:
§4. Bijkomende voorwaarden voor profiel 3 en 4:
Hoofdstuk 3: Wijze van aanvragen en gevolgen
Artikel 11: Nieuwe erkenning aanvragen
§1. Organisatoren kunnen het hele jaar door een erkenning aanvragen volgens de werkwijze die beschreven is op de stedelijke website.
§2. Het aanvraagdossier bevat alle documenten en gegevens die gevraagd worden voor de beoordeling van de aanvraag en minstens een beschrijving van:
Artikel 12: Behandeling van de aanvraag
§1. De dienst Welzijn toetst de aanvraag aan de erkenningsvoorwaarden. De organisator kan daarbij uitgenodigd worden om de aanvraag indien nodig verder te staven en/of te motiveren. De organisator kan ook uitgenodigd worden voor een kennismakingsgesprek of er kan een plaatsbezoek georganiseerd worden om de werking beter te leren kennen.
§2. De dienst Welzijn vraagt het lokaal samenwerkingsverband BOA om advies.
§3. Het college van burgemeester en schepenen kent de erkenning al dan niet toe, rekening houdend met het gemotiveerd advies van de interne diensten en het lokaal samenwerkingsverband BOA. De aanvrager wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht.
§4. Bij betwisting van beslissingen omtrent erkenning, kan binnen één maand na kennisgeving bezwaar worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, per aangetekend schrijven of afgifte tegen ontvangstbewijs (Ter Waarde 1, 8900 Ieper). De postdatum of datum op het ontvangstbewijs gelden als bewijs.
Artikel 13: Geldigheidsduur
§1. De erkenning van de organisator blijft geldig voor zover de organisator aan alle voorwaarden blijft voldoen. Stad Ieper volgt dit op aan de hand van periodiek toezicht, overeenkomstig hoofdstuk 4.
§2. De erkende organisator die zijn werking wil wijzigen, informeert op voorhand de dienst Welzijn indien de wijzigingen een impact kunnen hebben op de erkenning (vb. niet langer aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen of verandering van profiel).
Artikel 14: Gevolg van de erkenning
De erkenning geeft de organisator toegang tot volgende voordelen:
Hoofdstuk 4: Toezicht en handhaving
Artikel 15: Klachten
§1. Stad Ieper voorziet een klachtenprocedure voor klachten over het erkend aanbod buitenschoolse opvang en activiteiten. Deze klachtenprocedure kan worden ingebed in de reguliere klachtenprocedure van het lokaal bestuur.
§2. Klachten over erkende BOA-werkingen zijn alleen ontvankelijk indien de betreffende BOA-werking de mogelijkheid heeft gekregen om de klacht eerst zelf te behandelen. Elke erkende BOA-werking heeft daarvoor een klachtenprocedure, zoals bepaald in artikel 9 §1. De indiener van de klacht kan terecht bij stad Ieper wanneer men niet tevreden is met het antwoord op de klacht of geen antwoord kreeg.
Artikel 16: Toezicht
§1. Het college van burgemeester en schepenen volgt de naleving van de erkenningsvoorwaarden op, op basis van het toezicht door de dienst Welzijn of een externe partner.
§2. Het toezicht wordt minstens elke twee jaar georganiseerd.
§3. De dienst Welzijn of externe partner organiseert het toezicht op basis van alle informatie die beschikbaar is.
§4. De erkende organisator bezorgt op vraag van de dienst Welzijn of externe partner een verslag op basis van het sjabloon beschikbaar op de stadswebsite. De dienst Welzijn of externe partner beoordeelt het verslag, en kan daarvoor een plaatsbezoek uitvoeren en/of een advies vragen aan het lokaal samenwerkingsverband BOA. Het college van burgemeester en schepenen bekrachtigt de beoordeling. Na kennisgeving van de beoordeling heeft de organisator 30 dagen tijd om opmerkingen bij de beoordeling van het verslag te bezorgen. Daarna wordt de beoordeling van het verslag definitief.
Artikel 17: Bijkomend toezicht
§1. Het college van burgemeester en schepenen kan op basis van alle informatie die beschikbaar is, beslissen om bijkomend toezicht uit te oefenen aan de hand van:
§2. De dienst Welzijn of een externe partner voert het bijkomende toezicht uit en verwerkt de vaststellingen ervan in een verslag. Er kan ook advies gevraagd worden aan het lokaal samenwerkingsverband BOA.
§3. Het college van burgemeester en schepenen keurt het verslag van het bijkomend toezicht goed. De dienst Welzijn bezorgt de erkende organisator het verslag van het bijkomend toezicht uiterlijk 14 dagen na de goedkeuring door het schepencollege. De organisator heeft 14 dagen tijd om opmerkingen bij het verslag van het bijkomend toezicht te bezorgen. Daarna wordt het verslag van het bijkomend toezicht definitief.
Artikel 18: Handhaving
§1. Als op basis van het (bijkomend) toezicht blijkt dat de organisator niet voldoet aan de voorwaarden in dit reglement of als de organisator het (bijkomend) toezicht verhindert, kan het college van burgemeester en schepenen, al dan niet met advies van de dienst Welzijn en/of het lokaal samenwerkingsverband BOA, beslissen om te handhaven aan de hand van volgende instrumenten:
§2. De dienst Welzijn informeert de organisator binnen de 14 dagen schriftelijk over de beslissing tot handhaving, de motivering, termijn, eventuele voorwaarden en uitvoeringsmodaliteiten en de bezwaarmogelijkheden. De organisator kan binnen de 30 dagen bezwaar indienen door schriftelijk te reageren op de beslissing tot handhaving. Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt het bezwaar en heroverweegt de beslissing binnen de 30 dagen na ontvangst van het bezwaar. De dienst Welzijn informeert de organisator schriftelijk over de finale beslissing en de motivering binnen de 14 dagen.
Hoofdstuk 5: Slotbepalingen
Artikel 19: Inwerkingtreding
Dit erkenningskader treedt in werking op 1 september 2026.
Artikel 20: Overgangsmaatregelen
§1. Organisaties die voor het schooljaar 2024-2025 een toelage kregen op basis van het Reglement op het toekennen van toelagen voor buitenschoolse opvang, goedgekeurd door de gemeenteraad op 04/07/2022, krijgen automatisch een tijdelijke erkenning. Deze organisaties worden ingedeeld in profiel 2, tenzij ze voldoen aan §3.
§2. Organisaties die in 2025 een toelage kregen voor de categorie ‘Buitenschoolse opvang’ op basis van het Reglement start- en werkingstoelage kinderopvanginitiatieven op Iepers grondgebied, goedgekeurd door de gemeenteraad op 01/12/2025, krijgen automatisch een tijdelijke erkenning. Deze organisaties worden ingedeeld in profiel 1, tenzij ze voldoen aan §3 of tenzij ze omwille van een specifieke focus op kinderen met een hoge zorgbehoefte voldoen aan profiel 4.
§3. Organisaties die van het agentschap Opgroeien in 2026 een transitiesubsidie kregen voor kleuteropvang met kwaliteitslabel, krijgen automatisch een tijdelijke erkenning. Deze organisaties worden ingedeeld in profiel 3.
§4. Deze tijdelijke erkenningen in §1, §2 en §3 zijn geldig tot na afloop van het eerste toezicht, overeenkomstig artikel 16.
Artikel 21: Overmacht
Het lokaal bestuur behoudt zich het recht voor om bij overmacht, wijzigende regelgeving of financiële beperkingen de voorwaarden of profielen aan te passen.
Artikel 22: Uitzonderingen
Het college van burgemeester en schepenen kan beslissen om uitzonderingen op het reglement toe te staan, mits gemotiveerd advies van het lokaal samenwerkingsverband BOA en de stadsdiensten.
Artikel 23: Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.