Terug
Gepubliceerd op 30/06/2026

Besluit  Gemeenteraad

ma 29/06/2026 - 19:30

Reglement voor de erkenning van BOA-werkingen en de organisatie van toezicht en handhaving

Aanwezig: Sarah Bouton, Voorzitter
Katrien Desomer, Burgemeester
Emmily Talpe, Stephaan De Roo, Miguel Gheysens, Peter De Groote, Diego Desmadryl, Danny Metsu, Eva Ryde, Schepenen
Stefaan Williams, Ann-Sophie Himpe, Edouard Wallays, Jo Baert, Dimitry Soenen, Lies Sampers, Stijn Kimpe, Brecht Vangheluwe, Valentijn Despeghel, Philip Bolle, Nathalie Vandamme, Wim Vandamme, Jeroen Bossaert, Joke Despeghel, Elvera Bibuljica, Marianne Deygers, Gregory Demeyere, Kim Louwyck, Ives Goudeseune, Thomas Kinoo, Saskia Dehollander, Nancy Six, Lieven Stubbe, Raadsleden
Stefan Depraetere, Algemeen directeur
Verontschuldigd: Andy Verkruysse, Raadslid
Juridische grond en bevoegdheden

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018).

Het decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten van 3 mei 2019 (B.S. 27/06/2019), latere wijzigingen en de uitvoeringsbesluiten.

Feiten, context en argumentatie

In 2021 startte het decreet buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA). Het moet zorgen voor een gevarieerd voor- en naschools aanbod voor alle kinderen in Vlaanderen.

Het decreet heeft drie belangrijke doelen:

  • kinderen moeten buiten de schooltijd kunnen spelen, rusten en zich ontwikkelen;
  • ouders moeten daardoor meer kansen krijgen om te werken of een opleiding te volgen;
  • gelijke kansen voor alle kinderen en meer sociale cohesie.

Het decreet vraagt ook om extra aandacht voor:

  • kleuters (33% van subsidiebedrag moet naar aangepast aanbod),
  • gezinnen die het moeilijk hebben,
  • kinderen die extra zorg nodig hebben,
  • en het multifunctioneel gebruiken van infrastructuur.

Op vandaag wordt buitenschoolse opvang erkend en gesubsidieerd door de Vlaamse overheid. Vanaf 1 september 2026 moeten de lokale besturen de regie opnemen, inclusief de financiële middelen verdelen, toezicht houden op de kwaliteit van het erkende aanbod en handhaven. Ze krijgen daarvoor de financiële middelen.

De regelgeving legt bestedingsprincipes vast om te bewaken dat in elke gemeente voldoende opvangaanbod zal zijn. Eén van die bestedingsprincipes is dat het aanbod alleen een subsidie kan krijgen als het erkend is, via een lokaal erkenningskader voor BOA of via een ander lokaal of bovenlokaal erkenningskader (bijvoorbeeld van jeugd, sport of cultuur).

Elk lokaal bestuur moet bijgevolg een erkenningskader uitwerken voor organisatoren, rekening houdend met enkele minimale Vlaamse kwaliteitsvoorwaarden:  

  • Het aangaan van kwaliteitsvolle interacties tussen de medewerkers en de kinderen (kernthema: pedagogisch beleid).
  • De verwachting dat de organisator inzet op het gebruik van het Nederlands als verbindende taal en het stimuleren van de kennis van het Nederlands (kernthema: pedagogisch beleid).
  • De verwachting dat de begeleiders voldoende kennis van het Nederlands hebben (kernthema: medewerkers).
  • De verwachting dat de begeleiders de nodige competenties hebben (kernthema: medewerkers).
  • De verwachting dat de organisator bij de aanstelling van elke persoon die werkt in de locatie buitenschoolse activiteiten, het goed en zedelijk gedrag van de betrokkene controleert (kernthema: medewerkers).
  • Bijzondere aandacht voor kleuters, kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte (kernthema: toegankelijkheid).

Dit reglement werd opgemaakt in nauwe afstemming met het lokaal samenwerkingsverband BOA, waarin volgende organisaties vertegenwoordigd zijn:

  • Organisatoren: Scholengemeenschap Ieperrand Heuvelland, Go! Basisschool Ieper, kleine Vos, Koningsdale Steinerschool, De Lovie vzw, Jan Yperman Ziekenhuis, VZW Buitenschoolse opvang Ieper, WVA-Metgezel VZW.
  • Agentschap Opgroeien
  • Stad Ieper: schepen van welzijn, schepen van jeugd, afdeling Vrije tijd & ontwikkeling, Dé Academie, jeugddienst, sportdienst en dienst Welzijn.

BOA-regie is een nieuwe decretale bevoegdheid van stad Ieper. Dit reglement vormt het vertrekpunt. Het reglement zal de komende jaren mogelijks bijgestuurd moeten worden op basis van opgedane ervaring en nieuwe inzichten. Een eerste evaluatie is voorzien na één jaar, in samenwerking met het lokaal samenwerkingsverband BOA. 

Financiële gevolgen

Alle kosten verbonden aan BOA worden 100% gesubsidieerd met de BOA-middelen van Vlaanderen. Te verwachten kosten op basis van dit reglement zijn kosten voor regie van BOA, waaronder de organisatie van het toezicht. Dit zijn decretaal verplichte taken. Verder onderzoek is nodig om de effectieve kostprijs te ramen.   

Organisatorische gevolgen

De Vlaamse overheid heeft beslist dat de regie van BOA een nieuwe kerntaak wordt voor lokale besturen. De doelstellingen van het BOA-decreet zijn ambitieus: regie voeren, BOA-organisatoren erkennen, toezicht houden op de kwaliteit van het erkende aanbod en handhaving. Momenteel wordt bestaand personeel ingezet om de vereiste voorbereidingen te treffen zodat Ieperse BOA-organisatoren vanaf 1 september erkend en gefinancierd worden of blijven. Na goedkeuring van de reglementen zal de regie verder opgenomen worden door de dienst Welzijn. Om dit mogelijk te maken wordt extra administratieve ondersteuning voorzien met BOA-middelen. 

Adviezen

Op 8 juni 2026 werd het finale ontwerpreglement door het lokaal samenwerkingsverband BOA goedgekeurd.

Beschikkend gedeelte

Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad het volgende reglement goed te keuren met algemeenheid van stemmen:

 

Reglement voor de erkenning van BOA-werkingen en de organisatie van toezicht en handhaving

Hoofdstuk 1: Algemeen

Artikel 1: Doel

Het erkenningskader heeft als doel een kwaliteitsvol aanbod buitenschoolse opvang en activiteiten te voorzien voor elk kind in de stad. Het sluit aan bij de doelstellingen van het decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten. De erkenningsvoorwaarden bepalen de kwaliteitsverwachtingen waaraan de organisator en het aanbod moet voldoen. Het houdt rekening met de diversiteit aan werkingen.

Artikel 2: Definities

Voor de toepassing van dit erkenningskader wordt verstaan onder:

  • Buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA): verzamelnaam voor elke georganiseerde vorm van opvang of vrijetijdsactiviteit die plaatsvindt buiten de schooltijd, tijdens schooldagen of vakantieperiodes.
  • Erkende BOA-werking: een organisatie, school of initiatief dat voldoet aan de voorwaarden binnen één van de profielen van dit erkenningskader.
  • Organisator: De rechtspersoon of organisatie die verantwoordelijk is voor het aanbieden, organiseren en naleven van de voorwaarden van het gekozen profiel.
  • Medewerker: iedere persoon (vrijwilliger of professional) die onder verantwoordelijkheid van de organisator activiteiten uitvoert of kinderen begeleidt binnen de buitenschoolse opvang of vrijetijdswerking.
  • Kwetsbare gezinnen: Gezinnen die door financiële, sociale, culturele of taal gerelateerde drempels moeilijker toegang hebben tot reguliere buitenschoolse opvang of vrijetijdswerking.
  • Hoge zorgbehoefte: kinderen met een vermoeden van beperking die tijdelijk of structureel nood hebben aan extra ondersteuning om volwaardig te kunnen deelnemen aan reguliere groepsopvang.
  • Inclusief aanbod: een werking waarin ieder kind welkom is, met aandacht voor diversiteit en gelijke kansen, ongeacht sociaal-economische achtergrond, beperking, taal of thuissituatie.
  • Profiel: een beschrijving van een bepaald type werking, afgestemd op de aard, schaal en intensiteit van de werking. In dit kader worden vier profielen onderscheiden.
  • Lokaal samenwerkingsverband BOA: het overlegplatform waarin lokale actoren betrokken bij buitenschoolse opvang en activiteiten afstemmen over het beleid en het aanbod.
  • Erkende welzijnsorganisatie: een welzijnsorganisatie die erkend is op basis van het erkenningsreglement verenigingen dat werd goedgekeurd door de raad voor maatschappelijk welzijn op 29 juni 2026.

Artikel 3: Toepassingsgebied

Het erkenningskader richt zich op alle aanbieders van buitenschoolse opvang en/of activiteiten voor kinderen tussen 2,5 en 12 jaar die:

  • actief zijn op het grondgebied van Ieper;
  • bereid zijn om samen te werken met andere lokale actoren en het lokaal bestuur;
  • de principes van het decreet BOA onderschrijven, waaronder samenwerking, toegankelijkheid, kindgerichtheid en kwaliteit.

Artikel 4: Profielen

§1. Het erkenningskader werkt met vier profielen, afgestemd op de aard, schaal en intensiteit van de werking:

  • Profiel 1: Vakantiewerking in samenwerking met of verbonden aan een door de stad erkende welzijnsorganisatie.
  • Profiel 2: Schoolgebonden werking georganiseerd door het schoolteam of een oudercomité.
  • Profiel 3: Professionele organisatie met gekwalificeerd personeel en pedagogisch beleid, en een continu aanbod op school- en vakantiedagen.
  • Profiel 4: Werking toegespitst op kinderen met een hoge zorgbehoefte, verbonden aan een door de stad erkende welzijnsorganisatie.

De profielen worden niet hiërarchisch bekeken, maar vormen herkenbare vormen van aanbod.

§2. Elke werking kiest het profiel dat het beste past bij haar structuur en ambities. De combinatie van meerdere profielen is niet mogelijk.

§3. Per profiel worden voorwaarden binnen zes kernthema’s omschreven: medewerkersbeleid, pedagogisch beleid, organisatorisch beleid, toegankelijkheid, monitoring en evaluatie, en verbondenheid.

Hoofdstuk 2: Erkenningsvoorwaarden per profiel

Artikel 5: Medewerkersbeleid

§1. Basisvoorwaarden voor alle profielen:

  • De organisator controleert bij iedere aanstelling het gedrag van personen die in de kinderopvang werken, waarbij onberispelijk gedrag ten opzichte van minderjarigen wordt geëist, conform het decreet van 3 juni 2022 omtrent het controleren van een uittreksel uit het strafregister. Daarnaast beschikt de organisator over een uittreksel uit het centraal strafregister van de rechtspersoon zelf.
  • De organisator zorgt voor goede werkomstandigheden.
  • Alle medewerkers gebruiken het Nederlands in interactie met kinderen, ouders en collega’s. Minstens één medewerker beheerst het niveau B1 Nederlands.
  • Er zijn schriftelijke afspraken over afwezigheid, vervanging en opleiding van medewerkers.
  • De verantwoordelijke toont leidinggevende en organisatorische competenties aan via ervaring, opleiding of functioneringsgesprek.
  • Er zijn geen specifieke diplomavereisten maar medewerkers beschikken over volgende competenties of ontwikkelen die:
    • Zorgzaam omgaan en pedagogisch handelen;
    • Spelen met kinderen;
    • Positief omgaan met diversiteit;
    • Inzicht in risico’s en veiligheid;
    • Kennis levensreddend handelen.
    • Er zijn procedures hoe te handelen bij (vermoeden van) schending van de fysieke of psychische integriteit van een kind. Deze procedures zijn gekend bij de medewerkers.
    • Procedures voor grensoverschrijdend gedrag, EHBO en brandveiligheid zijn gekend én besproken met de medewerkers. De organisator voorziet hiervoor jaarlijks een oefening of vormingsmoment.

§2. Bijkomende voorwaarden voor profiel 1:

  • De werking steunt op jobstudenten of flexijobs.
  • Alle medewerkers die in contact komen met kinderen beheersen het niveau B1 Nederlands.
  • Er is minstens per vakantieperiode intern overleg met aandacht voor de pedagogische visie, aanpak van moeilijke situaties en veiligheid en samenwerking.

§3. Bijkomende voorwaarden voor profiel 2:

  • Er is minstens 3 keer per jaar intern overleg met aandacht voor de pedagogische visie, aanpak van moeilijke situaties en veiligheid en samenwerking.

§4. Bijkomende voorwaarden voor profiel 3 en 4:

  • Alle medewerkers die in contact komen met kinderen beheersen het niveau B1 Nederlands.
  • Minstens 80% van het team heeft pedagogische of vrijetijdsgerichte vorming. Bij vervangingen omwille van afwezigheid van een medewerker, kan dit percentage tijdelijk verlaagd worden.
  • Er is minstens 3 keer per jaar intern overleg met aandacht voor de pedagogische visie, aanpak van moeilijke situaties en veiligheid en samenwerking.
  • Je realiseert een duurzaam medewerkersbeleid.

Artikel 6: Pedagogisch beleid

§1. Basisvoorwaarden voor alle profielen:

  • Er zijn diverse speelmogelijkheden aanwezig.
  • De werking is gebaseerd op een duidelijke pedagogische visie.
  • Er is een inclusieve en niet-discriminerende omgang met kinderen en hun ouders.

§2. Bijkomende voorwaarden voor profiel 1 en 2:

  • Activiteiten stimuleren ontwikkeling en welbevinden.
  • Activiteiten zijn afgestemd op de leeftijd.
  • Er is een eenvoudige tijdsindeling. Kinderen kunnen kiezen tussen activiteiten, vrij spelen of rust.
  • Het pedagogisch handelen wordt geëvalueerd.
  • De ruimte is afgestemd op rust, spel en beweging.
  • Er wordt dagelijks een aanwezigheidsregistratie bijgehouden. De personeelsbezetting wordt steeds afgestemd op het aantal aanwezige kinderen en hun noden, met bijzondere aandacht voor de veiligheid en een kwaliteitsvolle werking van de opvang. Op drukkere momenten worden passende maatregelen genomen om de veiligheid te blijven garanderen.

§3. Bijkomende voorwaarden voor profiel 3 en 4:

  • Er is een volwaardig pedagogisch beleidsplan.
  • Begeleiders gaan kwaliteitsvolle pedagogische interacties aan met kinderen om het welbevinden, de betrokkenheid en verbondenheid tussen kinderen te bevorderen. Er wordt rekening gehouden met de draagkracht, cognitieve mogelijkheden, sociaal-emotionele ontwikkeling en talenten van elk kind.
  • Het welbevinden wordt actief gestimuleerd.
  • De activiteiten zijn aangepast aan de ontwikkelingsmogelijkheden en noden van de kinderen.
  • Activiteiten zijn gebaseerd op observatie, noden en inspraak.
  • Er wordt gestreefd naar continuïteit in de begeleiding.
  • Er is een actief taalbeleid dat het Nederlands ondersteunt.
  • Er is een dagelijkse aanwezigheidsregistratie die bevestigt dat er minstens 1 begeleider per 18 kinderen aanwezig is. Op piekmomenten kan dat kort overschreden worden op voorwaarde dat er minstens twee begeleiders aanwezig zijn. Voor kinderen met specifieke zorgnoden voorziet de organisatie passende ondersteuning (vb. minder kinderen per begeleider).

Artikel 7: Organisatorisch beleid

§1. Basisvoorwaarden voor alle profielen:

  • De organisator heeft rechtspersoonlijkheid.
  • Er is een structureel aanbod.
  • Er is een visie over gezinnen en hoe ze betrokken kunnen worden.

§2. Bijkomende voorwaarden voor profiel 1:

  • Er zijn minimaal 50 opvangdagen per jaar tijdens vakantieperiodes
  • De werking wordt georganiseerd in samenwerking met of verbonden aan een door de stad erkende welzijnsorganisatie.
  • Er is een duidelijke eindverantwoordelijke met de nodige competenties en vaardigheden waaronder beleidsvoerend vermogen om kwaliteitsvolle en duurzame opvang te realiseren met een gezond financieel beleid.

§3. Bijkomende voorwaarden voor profiel 2:

  • Het opvanginitiatief organiseert continu opvang voor en/of na schooltijd op reguliere schooldagen, waarbij rekening wordt gehouden met uitzonderingen zoals pedagogische studiedagen.

§4. Bijkomende voorwaarden voor profiel 3:

  • Er zijn minimaal 220 opvangdagen per jaar.
  • Het opvanginitiatief heeft werking voor en/of na schooltijd en tijdens schoolvrije dagen.
  • Er is een duidelijke eindverantwoordelijke met de nodige competenties en vaardigheden waaronder beleidsvoerend vermogen om kwaliteitsvolle en duurzame opvang te realiseren met een gezond financieel beleid.
  • Er is samenwerking met een breed netwerk (bv. LSV, Lokaal netwerk vrijetijdsparticipatie, partners die werken met kwetsbare gezinnen, …).
  • De opvang is kwaliteitsvol en duurzaam dankzij:
    • visie over kinderen en hun vrije tijd;
    • visie op ondersteuning van kinderen met een hoge zorgbehoefte;
    • visie over de plek van het eigen aanbod in het opvanglandschap van Ieper;
    • een gestructureerde dagelijkse werking:
      • Je geeft leiding aan je medewerkers
      • Je denkt na over verbetering van je werking en staat open voor vernieuwing
      • Heldere en tijdige communicatie.

§5. Bijkomende voorwaarden voor profiel 4:

  • Er is een vaste werking op woensdagnamiddag tijdens het schooljaar.
  • De werking is verbonden aan een door de stad erkende welzijnsorganisatie.
  • Er is een duidelijke eindverantwoordelijke met de nodige competenties en vaardigheden waaronder beleidsvoerend vermogen om kwaliteitsvolle en duurzame opvang te realiseren met een gezond financieel beleid.
  • Er is samenwerking met een breed netwerk (bv. LSV, Lokaal netwerk vrijetijdsparticipatie, partners die werken met kwetsbare gezinnen, …).
  • De opvang is kwaliteitsvol en duurzaam door:
    • visie over kinderen en hun vrije tijd;
    • visie over de plek van het eigen aanbod in het opvanglandschap van Ieper;
    • een gestructureerde dagelijkse werking:
      • Je geeft leiding aan je medewerkers
      • Je denkt na over verbetering van je werking en staat open voor vernieuwing
      • Heldere en tijdige communicatie.

Artikel 8: Toegankelijkheid

§1. Basisvoorwaarden voor alle profielen:

  • Er is een actuele en duidelijke beschrijving van het opvangaanbod, inclusief openingsuren, prijsbeleid en inschrijvings- en annuleringsvoorwaarden. Deze informatie is zowel online als op papier beschikbaar.
  • Alle communicatie naar ouders gebeurt in duidelijke en begrijpelijke taal (klare taalprincipe).
  • De infrastructuur is fysiek veilig en toegankelijk voor jonge kinderen. Er is minimaal bewijs van een risicoanalyse en van aangepaste voorzieningen (bv. traphekje, veilige in-/uitgang). 
  • Er is voldoende buitenspeelruimte, rechtstreeks aansluitend aan de binnenruimte. 
  • Er zijn concrete acties (bijv. samenwerking, toeleiding, aangepaste ondersteuning) voor:
    • Kleuters;
    • Kinderen met specifieke zorgbehoeften;
    • Kwetsbare gezinnen;

§2. Bijkomende voorwaarden voor profiel 1:

  • Er is een open aanbod voor alle kinderen zonder selectie.
  • Er is een transparant prijsbeleid met sociale tarieven.
  • Inschrijf-/annuleringsopties die aantoonbaar zijn via een infobrochure of inschrijvingsplatform.
  • Er kan met wachtlijsten gewerkt worden indien de maximum capaciteit overschreden wordt.
  • Het opvangaanbod is gediversifieerd volgens de leeftijd van de kinderen (incl. kleuters), met aangepaste activiteiten, begeleiding en infrastructuur.

§3. Er zijn geen bijkomende voorwaarden voor profiel 2.

§4. Bijkomende voorwaarden voor profiel 3 en 4:

  • Er is een proactief onthaalbeleid. De organisator wacht niet passief tot ouders zich aanmelden maar neemt ook actief stappen om toegankelijk te zijn voor alle kinderen, inclusief groepen die anders moeilijk de weg vinden naar opvang, door onder meer:
    • Actieve afstemming met partners om drempels te verlagen (K&G, dienst welzijn, erkende welzijnsorganisaties,…);
    • Actief deelnemen aan relevante netwerken (Huis van het Kind);
    • Laagdrempelige en duidelijke communicatie op maat van kwetsbare gezinnen.
    • Er is een transparant prijsbeleid met sociale tarieven.
    • Open voor alle kinderen. Profiel 4 kan hiervan afwijken door te selecteren op zorgbehoefte.
    • Inschrijf-/annuleringsopties die aantoonbaar zijn via een infobrochure of inschrijvingsplatform.
    • Er kan met wachtlijsten gewerkt worden indien de maximum capaciteit overschreden wordt.
    • Het opvangaanbod is gediversifieerd volgens de leeftijd van de kinderen (incl. kleuters) en hun zorgnoden, met aangepaste activiteiten, begeleiding en infrastructuur.

Artikel 9: Monitoring & Evaluatie

§1. Basisvoorwaarden voor alle profielen:

  • Er is een eenvoudige en laagdrempelige klachtenprocedure. In antwoorden op klachten wordt de klachtenprocedure van stad Ieper vermeld, overeenkomstig artikel 15 §2.

§2. Bijkomende voorwaarden voor profiel 1 en 2:

  • De opvang voorziet informele feedbackmomenten met ouders.
  • De opvang beschikt over een zelfevaluatie-instrument of checklist.
  • Er is een periodieke evaluatie van de werking met medewerkers en gebruikers (vb via ouderraad, ouderbevraging etc).

§3. Bijkomende voorwaarden voor profiel 3 en 4:

  • Er is systematisch evaluatie van de werking met medewerkers en gebruikers.
  • De werking wordt bijgestuurd op basis van signalen, met het oog op kwaliteitsverbetering van beleid en praktijk.
  • De medewerkers worden periodiek geëvalueerd.

Artikel 10: Verbondenheid

§1. Basisvoorwaarden voor alle profielen:

  • Kinderen kunnen suggesties doen voor activiteiten en spel.

§2. Er zijn geen bijkomende voorwaarden voor profiel 1.

§3. Bijkomende voorwaarden voor profiel 2:

  • Er is een samenwerking met het schoolteam of de oudergroep
  • De organisator zet in op gedeelde infrastructuur en/of spelmateriaal. Dit is aantoonbaar met bijvoorbeeld een schriftelijke overeenkomst of gebruiksregeling met een partner (vb. school).

§4. Bijkomende voorwaarden voor profiel 3 en 4:

  • Er is een structurele samenwerking met toeleiders en organisaties die kwetsbare gezinnen ondersteunen.
  • De organisator zet waar mogelijk in op gedeelde infrastructuur en/of spelmateriaal. Dit is aantoonbaar met bijvoorbeeld een schriftelijke overeenkomst of gebruiksregeling met een partner (vb. school).
  • De opvang maakt verbinding met de buurt, de gemeenschap en andere voorzieningen die werken met gezinnen en kinderen (outreachend). Er wordt jaarlijks minstens één activiteit georganiseerd in samenwerking met lokale partners (school, lokaal bestuur, Sportdienst, bib, verenigingen, …).

Hoofdstuk 3: Wijze van aanvragen en gevolgen

Artikel 11: Nieuwe erkenning aanvragen

§1. Organisatoren kunnen het hele jaar door een erkenning aanvragen volgens de werkwijze die beschreven is op de stedelijke website.

§2. Het aanvraagdossier bevat alle documenten en gegevens die gevraagd worden voor de beoordeling van de aanvraag en minstens een beschrijving van:  

  • de werking en doelstellingen;
  • het gekozen profiel;
  • de beoogde doelgroep;
  • de manier waarop aan de erkenningsvoorwaarden wordt voldaan;
  • de samenwerking met andere partners.

Artikel 12: Behandeling van de aanvraag

§1. De dienst Welzijn toetst de aanvraag aan de erkenningsvoorwaarden. De organisator kan daarbij uitgenodigd worden om de aanvraag indien nodig verder te staven en/of te motiveren. De organisator kan ook uitgenodigd worden voor een kennismakingsgesprek of er kan een plaatsbezoek georganiseerd worden om de werking beter te leren kennen.

§2. De dienst Welzijn vraagt het lokaal samenwerkingsverband BOA om advies.

§3. Het college van burgemeester en schepenen kent de erkenning al dan niet toe, rekening houdend met het gemotiveerd advies van de interne diensten en het lokaal samenwerkingsverband BOA. De aanvrager wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht.

§4. Bij betwisting van beslissingen omtrent erkenning, kan binnen één maand na kennisgeving bezwaar worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, per aangetekend schrijven of afgifte tegen ontvangstbewijs (Ter Waarde 1, 8900 Ieper). De postdatum of datum op het ontvangstbewijs gelden als bewijs.

Artikel 13: Geldigheidsduur

§1. De erkenning van de organisator blijft geldig voor zover de organisator aan alle voorwaarden blijft voldoen. Stad Ieper volgt dit op aan de hand van periodiek toezicht, overeenkomstig hoofdstuk 4.

§2. De erkende organisator die zijn werking wil wijzigen, informeert op voorhand de dienst Welzijn indien de wijzigingen een impact kunnen hebben op de erkenning (vb. niet langer aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen of verandering van profiel).  

Artikel 14: Gevolg van de erkenning

De erkenning geeft de organisator toegang tot volgende voordelen:

  • Erkende organisatoren worden vermeld op een stedelijke (of intergemeentelijke) website, samen met BOA-werkingen die actief zijn op grondgebied Ieper en die door andere overheden erkend zijn. 
  • De organisator kan een aanvraag indienen voor een toelage in overeenstemming met de geldende reglementen. De erkenning via dit reglement is geen automatische garantie op een toelage.
  • De organisator kan, overeenkomstig de geldende regelgeving, fiscale attesten kinderopvang uitreiken.

Hoofdstuk 4: Toezicht en handhaving

Artikel 15: Klachten

§1. Stad Ieper voorziet een klachtenprocedure voor klachten over het erkend aanbod buitenschoolse opvang en activiteiten. Deze klachtenprocedure kan worden ingebed in de reguliere klachtenprocedure van het lokaal bestuur.

§2. Klachten over erkende BOA-werkingen zijn alleen ontvankelijk indien de betreffende BOA-werking de mogelijkheid heeft gekregen om de klacht eerst zelf te behandelen. Elke erkende BOA-werking heeft daarvoor een klachtenprocedure, zoals bepaald in artikel 9 §1. De indiener van de klacht kan terecht bij stad Ieper wanneer men niet tevreden is met het antwoord op de klacht of geen antwoord kreeg.

Artikel 16: Toezicht

§1. Het college van burgemeester en schepenen volgt de naleving van de erkenningsvoorwaarden op, op basis van het toezicht door de dienst Welzijn of een externe partner.

§2. Het toezicht wordt minstens elke twee jaar georganiseerd. 

§3. De dienst Welzijn of externe partner organiseert het toezicht op basis van alle informatie die beschikbaar is.

§4. De erkende organisator bezorgt op vraag van de dienst Welzijn of externe partner een verslag op basis van het sjabloon beschikbaar op de stadswebsite. De dienst Welzijn of externe partner beoordeelt het verslag, en kan daarvoor een plaatsbezoek uitvoeren en/of een advies vragen aan het lokaal samenwerkingsverband BOA. Het college van burgemeester en schepenen bekrachtigt de beoordeling. Na kennisgeving van de beoordeling heeft de organisator 30 dagen tijd om opmerkingen bij de beoordeling van het verslag te bezorgen. Daarna wordt de beoordeling van het verslag definitief.

Artikel 17: Bijkomend toezicht

§1. Het college van burgemeester en schepenen kan op basis van alle informatie die beschikbaar is, beslissen om bijkomend toezicht uit te oefenen aan de hand van:

  • Gesprek(ken) met de organisator;
  • Plaatsbezoek aan de locaties waar de BOA-activiteiten plaatsvinden;
  • Opvragen van en inzage in relevante documenten;
  • Analyse van klachten en meldingen;
  • Gesprekken met en/of bevraging van medewerkers, gebruikers en partners.

§2. De dienst Welzijn of een externe partner voert het bijkomende toezicht uit en verwerkt de vaststellingen ervan in een verslag. Er kan ook advies gevraagd worden aan het lokaal samenwerkingsverband BOA.

§3. Het college van burgemeester en schepenen keurt het verslag van het bijkomend toezicht goed. De dienst Welzijn bezorgt de erkende organisator het verslag van het bijkomend toezicht uiterlijk 14 dagen na de goedkeuring door het schepencollege. De organisator heeft 14 dagen tijd om opmerkingen bij het verslag van het bijkomend toezicht te bezorgen. Daarna wordt het verslag van het bijkomend toezicht definitief.

Artikel 18: Handhaving

§1. Als op basis van het (bijkomend) toezicht blijkt dat de organisator niet voldoet aan de voorwaarden in dit reglement of als de organisator het (bijkomend) toezicht verhindert, kan het college van burgemeester en schepenen, al dan niet met advies van de dienst Welzijn en/of het lokaal samenwerkingsverband BOA, beslissen om te handhaven aan de hand van volgende instrumenten:

  • Het opleggen van een verbeterplan met verbeteracties om de tekorten weg te werken;
  • Een formele waarschuwing of aanmaning;
  • Het (tijdelijk) opschorten en/of terugvorderen van toelagen;
  • Het intrekken van de erkenning.

§2. De dienst Welzijn informeert de organisator binnen de 14 dagen schriftelijk over de beslissing tot handhaving, de motivering, termijn, eventuele voorwaarden en uitvoeringsmodaliteiten en de bezwaarmogelijkheden. De organisator kan binnen de 30 dagen bezwaar indienen door schriftelijk te reageren op de beslissing tot handhaving. Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt het bezwaar en heroverweegt de beslissing binnen de 30 dagen na ontvangst van het bezwaar. De dienst Welzijn informeert de organisator schriftelijk over de finale beslissing en de motivering binnen de 14 dagen.

Hoofdstuk 5: Slotbepalingen

Artikel 19: Inwerkingtreding

Dit erkenningskader treedt in werking op 1 september 2026.

Artikel 20: Overgangsmaatregelen

§1. Organisaties die voor het schooljaar 2024-2025 een toelage kregen op basis van het Reglement op het toekennen van toelagen voor buitenschoolse opvang, goedgekeurd door de gemeenteraad op 04/07/2022, krijgen automatisch een tijdelijke erkenning. Deze organisaties worden ingedeeld in profiel 2, tenzij ze voldoen aan §3.

§2. Organisaties die in 2025 een toelage kregen voor de categorie ‘Buitenschoolse opvang’ op basis van het Reglement start- en werkingstoelage kinderopvanginitiatieven op Iepers grondgebied, goedgekeurd door de gemeenteraad op 01/12/2025, krijgen automatisch een tijdelijke erkenning. Deze organisaties worden ingedeeld in profiel 1, tenzij ze voldoen aan §3 of tenzij ze omwille van een specifieke focus op kinderen met een hoge zorgbehoefte voldoen aan profiel 4.

§3. Organisaties die van het agentschap Opgroeien in 2026 een transitiesubsidie kregen voor kleuteropvang met kwaliteitslabel, krijgen automatisch een tijdelijke erkenning. Deze organisaties worden ingedeeld in profiel 3.

§4. Deze tijdelijke erkenningen in §1, §2 en §3 zijn geldig tot na afloop van het eerste toezicht, overeenkomstig artikel 16.

Artikel 21: Overmacht

Het lokaal bestuur behoudt zich het recht voor om bij overmacht, wijzigende regelgeving of financiële beperkingen de voorwaarden of profielen aan te passen.

Artikel 22: Uitzonderingen

Het college van burgemeester en schepenen kan beslissen om uitzonderingen op het reglement toe te staan, mits gemotiveerd advies van het lokaal samenwerkingsverband BOA en de stadsdiensten.

Artikel 23: Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.