Terug
Gepubliceerd op 30/06/2026

Besluit  Gemeenteraad

ma 29/06/2026 - 19:30

Toelagereglement werkingssubsidie cultuurverenigingen

Aanwezig: Sarah Bouton, Voorzitter
Katrien Desomer, Burgemeester
Emmily Talpe, Stephaan De Roo, Miguel Gheysens, Peter De Groote, Diego Desmadryl, Danny Metsu, Eva Ryde, Schepenen
Stefaan Williams, Ann-Sophie Himpe, Edouard Wallays, Jo Baert, Dimitry Soenen, Lies Sampers, Stijn Kimpe, Brecht Vangheluwe, Valentijn Despeghel, Philip Bolle, Nathalie Vandamme, Wim Vandamme, Jeroen Bossaert, Joke Despeghel, Elvera Bibuljica, Marianne Deygers, Gregory Demeyere, Kim Louwyck, Ives Goudeseune, Thomas Kinoo, Saskia Dehollander, Nancy Six, Lieven Stubbe, Raadsleden
Stefan Depraetere, Algemeen directeur
Verontschuldigd: Andy Verkruysse, Raadslid
Juridische grond en bevoegdheden

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

Feiten, context en argumentatie

Het afgelopen jaar werd een intensief traject gelopen met de cultuurraad om de toelagereglementen grondig te hervormen. Het bestaande toelagereglement aan culturele verenigingen, goedgekeurd door de gemeenteraad op 01/12/2025, omvat zowel de werkingssubsidie (basissubsidie + variabele subsidie) als de projectsubsidie. Er wordt voorgesteld om dit op te splitsen in twee aparte reglementen.

Het reglement dat nu ter goedkeuring voorligt betreft het toelagereglement voor de werkingssubsidie aan erkende cultuurverenigingen. Het is een grondige herwerking van het bestaande reglement dat historisch is gegroeid en sinds lang niet meer werd geactualiseerd. De bestaande werkwijze voor de verdeling van werkingssubsidies heeft goed gewerkt, mede dankzij de nauwgezette controle van de leden van de raad van bestuur van de stedelijke cultuurraad en de collegiale toetsing in de werkgroepen van de cultuurraad. De raad van bestuur van de cultuurraad geeft echter aan dat de huidige werkwijze bijzonder tijdrovend is en tot nodeloze discussie leidt. Temeer omdat het subsidiebedrag dat uiteindelijk aan een vereniging wordt toegekend al bij al zeer vergelijkbaar is over de jaren heen. De dienst cultuurbeleid onderschrijft deze vaststelling volmondig. 

Het nieuwe reglement ambieert een verbetering op volgende punten: 

  • Minimumvoorwaarden m.b.t. aantal leden en aantal activiteiten, zodat de subsidie gaat naar verenigingen die echt actief zijn en voldoende Ieperlingen bereiken. 

  • Minder ruimte voor interpretatie en discussie: 

    • duidelijkere omschrijving van wat in aanmerking komt en wat niet.
    • niet langer een variabele gedeelte op basis van punten. 
  • Administratieve vereenvoudiging, minder complex: zowel voor de vereniging die aanvraagt, als voor de stadsdienst die verwerkt, als voor de raad van bestuur van de cultuurraad die beoordeelt. 

  • Eenvoudiger te controleren. 

Een simulatie leert dat de werkingssubsidie op basis van dit nieuwe reglement voor de meeste verenigingen vergelijkbaar kan zijn met het bedrag dat ze op basis van het bestaande reglement gemiddeld kregen voor de afgelopen 3 werkjaren ('23-'25). Een belangrijke voorwaarde daarvoor is dat de basisbedragen (cfr. art 9) voldoende hoog moeten zijn. Overeenkomstig artikel 9 §2 wordt het de taak van het college om deze bedragen te bepalen en indien nodig bij te sturen, in nauw overleg met de raad van bestuur van de cultuurraad. 

Er zijn echter enkele erkende cultuurverenigingen die in de toekomst minder of geen werkingssubsidie gaan krijgen:

  • verenigingen die te weinig actief zijn: hetzij omdat ze niet aan het vereiste aantal leden of activiteiten komen voor basissubsidie (art. 9) of voor verhoging (art. 10).
  • verenigingen die heel actief zijn: dit zijn verenigingen die op basis van het bestaande reglement heel veel punten verzamelden. Daar moet echter een belangrijke nuance bij gemaakt worden. Vroeger (tot 5 jaar geleden) werd het variabele gedeelte afgetopt op 120 punten. Dit was een informele afspraak binnen de raad van bestuur van de cultuurraad om overmatige subsidies te vermijden. Omdat dit niet in het subsidiereglement ingeschreven was, is deze werkwijze de afgelopen jaren verloren gegaan. Mocht deze werkwijze voortgezet geweest zijn in de afgelopen jaren, dan zouden de betrokken verenigingen er met de nieuwe subsidieregeling niet sterk op achteruit gaan. 

Gezien de fundamentele wijzigingen is het aangewezen om het nieuwe reglement na één jaar te evalueren in samenwerking met de raad van bestuur van de stedelijke cultuurraad.

Financiële gevolgen

De hervorming van de toelages aan erkende cultuurverenigingen en cultuurprojecten is geen besparing. De budgetten in het meerjarenplan blijven gelijk.

Het budget voor de werkingssubsidie aan erkende cultuurverenigingen zal echter mogelijks minder bevraagd worden door de gewijzigde erkenningsvoorwaarden en subsidievoorwaarden.

  • Door het nieuwe erkenningsreglement verdwijnt de werkgroep culturele vrijetijdsbesteding, waar onder andere vriendenkringen van diverse organisaties deel van uitmaken. De meeste van deze verenigingen krijgen daardoor een basiserkenning in plaats van een erkenning als cultuurvereniging, waardoor ze geen aanspraak meer maken op subsidies. 
  • Doordat er niet meer met punten gewerkt wordt kan er jaarlijks een overschot zijn in de werkingssubsidies. De waarde van één punt werd vroeger namelijk berekend op de overschot na toekenning van de basisbedragen. 

Het budget voor de toelage aan cultuurprojecten zal echter mogelijks meer bevraagd worden omdat de doelgroep niet langer beperkt wordt tot erkende cultuurverenigingen. Overschot in het budget van de werkingssubsidie zal toegevoegd worden aan het budget voor cultuurprojecten. 


Adviezen

De raad van bestuur van de stedelijke cultuurraad werkte intensief mee aan de hervorming van de nieuwe reglementen. Op 09 juni 2026 gaf de raad van bestuur positief advies over het toelagereglement cultuurprojecten dat nu ter goedkeuring aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. 

Beschikkend gedeelte

Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad volgend reglement goed te keuren met 18 ja stemmen en 3 onthoudingen (de raadsleden Six, Dehollander en Kinoo) tegen 11 neen stemmen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, V. Despeghel, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demeyere en Louwyck):

 

Toelagereglement werkingssubsidie cultuurverenigingen

Hoofdstuk 1 – Doelstelling

Artikel 1 – Doelstelling

De stad Ieper verleent een werkingssubsidie aan actieve erkende cultuurverenigingen ter ondersteuning van hun reguliere werking. Zo kunnen deze verenigingen een duurzaam socio-cultureel aanbod ontwikkelen voor hun leden en de bredere samenleving.

Hoofdstuk 2 - definities

Artikel 2 – zelf georganiseerde activiteit

§1. Een zelf georganiseerde activiteit is een activiteit op eigen initiatief die met eigen leden volledig zelf wordt voorbereid, uitgewerkt en voorgesteld, met eigen promotie en eigen financiële verantwoordelijkheid.

§2. Indien verschillende verenigingen samenwerken, geeft de hoofdorganisator de activiteit op als eigen activiteit tenzij elke vereniging gelijkwaardig het initiatief neemt, gelijkwaardig het initiatief organiseert en promoot en gelijkwaardig de financiële verantwoordelijkheid draagt. In dat geval geeft elke vereniging de activiteit op als eigen activiteit.

Artikel 3 – Subsidiabele activiteiten

Subsidiabele activiteiten zijn socio-culturele activiteiten op Iepers grondgebied die bijdragen aan culturele beleving, culturele participatie, gemeenschapsvorming, artistieke ontplooiing of culturele vorming van de deelnemers. Hieronder wordt begrepen:

  • zelf georganiseerde activiteiten met een duidelijke socio-culturele of culturele doelstelling, gericht op:
    • het samen beleven of genieten van een kunst- of cultuurvorm (incl. filmfestivals);
    • het tonen van eigen creaties: (foto)tentoonstellingen, concerten, stapoptredens en voorstellingen;
    • Repetities in voorbereiding van een voorstelling en meerdere opvoeringen van dezelfde productie tellen als aparte activiteiten.
  • de uitgave van een inhoudelijk sterk tijdschrift of een inhoudelijke publicatie (incl. kwartierstaten);
  • zelf georganiseerde cultuur-educatieve uitstappen, waarbij meerdaagse uitstappen als één activiteit worden beschouwd (deze kunnen bij uitzondering ook buiten Ieper doorgaan);
  • zelf georganiseerde vormingsmomenten of workshops met een externe lesgever, spreker of begeleider. Lessenreeksen (i.e. waarvoor in één keer ingeschreven moet worden) worden als één activiteit beschouwd;
  • Deelname aan een wedstrijd, al dan niet in Ieper, met minstens 5 leden.

Artikel 4 – Niet-subsidiabele activiteiten

Volgende activiteiten worden niet aanvaard als subsidiabele activiteiten:

  • activiteiten die rechtstreeks of onrechtstreeks betaald of financieel gesteund worden door stad of OCMW Ieper en hun (verzelfstandigde) entiteiten. Dit omvat onder andere stedelijke adviesraden (m.u.v. de cultuurraad), kerkfabrieken, etc. Activiteiten die reeds een subsidie voor cultuurprojecten kregen van stad Ieper komen eveneens niet in aanmerking. Cumulatie met een projectsubsidie van CO7 is wel mogelijk;
  • activiteiten waarvoor een uitkoopsom werd ontvangen;
  • activiteiten zonder aantoonbare socio-culturele of culturele inhoudelijke meerwaarde;
  • eetfestijnen, recepties en maaltijden;
  • louter deelname aan of bijwonen van een door derden georganiseerde activiteit;
  • bestuursvergaderingen of vergaderingen ter voorbereiding van een activiteit;
  • louter aankondigende ledenboekjes, nieuwsbrieven of publicaties zonder inhoudelijke culturele meerwaarde;
  • deelname met eigen werk aan een tentoonstelling of festival.

Artikel 5 – Publiek toegankelijke activiteit

Een publiek toegankelijke activiteit is een activiteit waarop iedereen welkom is, ook niet-leden. Of een activiteit al dan niet publiek toegankelijk is, blijkt duidelijk uit het gebruik van promotiekanalen die een grote groep van inwoners bereiken zoals onder meer:

  • publieke communicatie via affiches, flyers, pers, nieuwsbrieven of digitale kanalen;
  • publicatie op een publiek toegankelijke website of sociale media;
  • opname in publieke activiteitenkalenders, vb. via de UiTdatabank.

Activiteiten die uitsluitend toegankelijk zijn voor leden of op persoonlijke uitnodiging plaatsvinden, worden niet beschouwd als publiek toegankelijke activiteiten.

Artikel 6 – Actieve leden

Onder actieve leden worden verstaan: personen die zichzelf als lid van de vereniging kenbaar maken door minstens één van de volgende elementen:

  • intekening op de berichtgeving van de vereniging;
  • betaling van lidgeld;
  • opname in de verzekering van de vereniging;

én die actief participeerden aan activiteiten van de vereniging tijdens het voorbije werkingsjaar.

Bezoekers van éénmalige activiteiten of evenementen en sponsors zijn geen actieve leden.

Hoofdstuk 3 – Doelgroep

Artikel 7 – Doelgroep

§1. Komen in aanmerking voor een werkingssubsidie:

  • verenigingen die erkend zijn als cultuurvereniging op basis van het erkenningsreglement verenigingen dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 29 juni 2026 (erkenningsvoorwaarden); en
  • die voldoen aan de voorwaarden zoals bepaald in dit reglement ‘werkingssubsidie cultuurverenigingen’ (subsidievoorwaarden).

§2. Verenigingen die voldoen aan de erkenningsvoorwaarden, maar niet voldoen aan de subsidievoorwaarden, behouden hun erkenning als cultuurvereniging, maar komen niet in aanmerking voor een werkingssubsidie.

§3. Erkende cultuurverenigingen die een nominatieve subsidie of een vergelijkbaar voordeel in natura ontvangen van stad Ieper komen niet in aanmerking voor een werkingssubsidie. 

Artikel 8 – Aparte vereniging

§1. Verenigingen waarvan het overgrote deel van de subsidiabele activiteiten of van de bestuursleden overlappen met een andere vereniging met vergelijkbaar doel (indeling in eenzelfde werkgroep van de stedelijke cultuurraad), worden voor de toepassing van dit reglement beschouwd als één vereniging en kunnen slechts eenmaal worden betoelaagd.

§2. Groeperingen of afdelingen binnen eenzelfde vereniging kunnen afzonderlijk als vereniging worden beschouwd en afzonderlijk worden betoelaagd indien zij cumulatief voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • zij hanteren een afzonderlijke ledenlijst en een afzonderlijke activiteitenkalender met beperkte overlap met andere geledingen of verenigingen binnen dezelfde structuur;
  • zij beschikken over een afzonderlijke bestuursstructuur met beperkte overlap in bestuursleden;
  • zij voeren een afzonderlijke jaarbegroting en werking.

§3. De procedure voor de toepassing van §1 of §2 gaat als volgt. De vereniging levert op eenvoudig verzoek van de stad Ieper de nodige bewijsstukken aan om de voorwaarden in §1 of §2 te onderzoeken. Vervolgens gaat de dienst cultuurbeleid en een delegatie van de raad van bestuur van de stedelijke cultuurraad in gesprek met de betrokken vereniging(en). De dienst cultuurbeleid bundelt alle bevindingen in een verslag, dat verder behandeld wordt overeenkomstig artikel 12.

Hoofdstuk 4 – Berekening van de subsidie

Artikel 9 – Basissubsidie

§1. Om in aanmerking te komen voor een basissubsidie moet de vereniging minstens voldoen aan de volgende basisvoorwaarden:

  1. De vereniging telt minstens 10 actieve leden die in het voorbije werkingsjaar deelnamen aan de eigen activiteiten van de vereniging.
  2. De vereniging organiseerde in het voorbije werkingsjaar minstens 5 subsidiabele activiteiten, waarvan minstens 1 activiteit zelf georganiseerd én publiek toegankelijk was.

§2. De hoogte van de basissubsidie wordt bepaald volgens de werkgroep waartoe de vereniging behoort. Hierbij worden volgende werkgroepen onderscheiden:

  • beeldende kunst;
  • beeldexpressie
  • cultuurspreiding;
  • geschiedenis
  • instrumentale muziek;
  • koren;
  • natuur;
  • socio-culturele verenigingen;
  • toneel en dans.

De subsidiebedragen kunnen binnen één werkgroep variëren mits objectieve criteria en motivering. De concrete subsidiebedragen worden, na advies van de raad van bestuur van de stedelijke cultuurraad, vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen binnen de beschikbare begrotingskredieten.

Artikel 10 – Verhoging

§1. Indien de vereniging meerdere publiek toegankelijke subsidiabele activiteiten zélf organiseert, wordt de toegekende basissubsidie verhoogd als volgt:

Totaal aantal activiteiten Verhoging
1* 0%
2 10%
3 20%

*Dit betreft de verplichte publiek toegankelijke activiteit om in aanmerking te komen voor de basissubsidie overeenkomstig de tweede voorwaarde in artikel 9 §1.

§2. Volgende activiteiten tellen als één publiek toegankelijke activiteit:

  • Meerdere opvoeringen van dezelfde productie;
  • Wisseltentoonstellingen (i.e. periodiek de tentoongestelde creaties vervangen door nieuwe) op één locatie.

Hoofdstuk 5 – Aanvraagprocedure

Artikel 11 – Indiening van de aanvraag

§1. De vereniging vraagt jaarlijks haar werkingssubsidie aan uiterlijk op 1 februari volgend op het kalenderjaar waarvoor de subsidie aangevraagd wordt. De werkwijze om een aanvraag in te dienen is beschreven op de website van stad Ieper. Onvolledig ingevulde of laattijdig ingediende formulieren worden niet in aanmerking genomen.

§2. Het aanvraagdossier bevat minstens:

  • een overzicht van de subsidiabele activiteiten van het voorbije werkingsjaar, met aanduiding van de publiek toegankelijke activiteiten;
  • het aantal actieve leden;
  • alle documenten en gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag, inclusief de erkenningsvoorwaarden.

Artikel 12 – Behandeling van de aanvraag

§1. De dienst cultuurbeleid onderzoekt de volledigheid en ontvankelijkheid van het dossier, toetst elke vereniging aan de erkenningsvoorwaarden en maakt een eerste inhoudelijke beoordeling op basis van de subsidievoorwaarden.

§2. De raad van bestuur van de stedelijke cultuurraad brengt advies uit over de subsidieaanvragen.

§3. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de toekenning en het bedrag van de subsidie.

§4. De beslissing wordt uiterlijk genomen op 30 juni van het jaar van aanvraag.

Hoofdstuk 6 – Controle en sancties

Artikel 13 – Controle

Het college van burgemeester en schepenen kan te allen tijde controle laten uitvoeren op de regelmatigheid van de subsidieaanvraag, de besteding van de subsidies en de naleving van dit reglement, aan de hand van:

  • Gesprek(ken) met bestuur en leden;
  • Opvragen van en inzage in relevante documenten (o.a. ledenlijsten);
  • Plaatsbezoeken (o.a. aan activiteiten).

De verenigingen die een subsidie ontvangen in het kader van dit reglement moeten deze gebruiken voor het doel waarvoor ze is toegekend en het gebruik ervan kunnen rechtvaardigen.

Artikel 14 – Sancties

Indien blijkt dat een vereniging onjuiste of valse informatie verstrekt heeft, de toegekende subsidie oneigenlijk besteedt of het reglement niet naleeft:

  • kan de toegekende subsidie geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd;
  • kan de vereniging tijdelijk of definitief worden uitgesloten van toekomstige subsidiëring;
  • kan het college van burgemeester en schepenen bijkomende maatregelen nemen overeenkomstig de toepasselijke reglementen.

Hoofdstuk 7 – Slotbepalingen

Artikel 15 – Budgettaire beperking

De toekenning van subsidies gebeurt binnen de grenzen van de kredieten die jaarlijks voorzien zijn in het meerjarenplan van stad Ieper.
Indien het totaal van de goedgekeurde subsidiebedragen de beschikbare kredieten overschrijdt, kan het college van burgemeester en schepenen de subsidies proportioneel verminderen.

Artikel 16 – Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking daags na goedkeuring door de gemeenteraad. Alle bepalingen met betrekking tot de basissubsidie en de variabele subsidie (waaronder de artikels 3 en 4) in het toelagereglement aan culturele verenigingen, goedgekeurd door de gemeenteraad op 02/12/2019, worden tegelijk opgeheven. Indien de bepalingen omtrent de projectsubsidie (waaronder artikel 5) ook worden opgeheven, dan wordt het volledige toelagereglement aan culturele verenigingen opgeheven. 

Artikel 17: Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.