Terug
Gepubliceerd op 10/09/2026

Notulen  Gemeenteraad

ma 29/06/2026 - 19:30 Raadzaal
Aanwezig: Sarah Bouton, Voorzitter
Katrien Desomer, Burgemeester
Emmily Talpe, Stephaan De Roo, Miguel Gheysens, Peter De Groote, Diego Desmadryl, Danny Metsu, Eva Ryde, Schepenen
Stefaan Williams, Ann-Sophie Himpe, Edouard Wallays, Jo Baert, Dimitry Soenen, Lies Sampers, Stijn Kimpe, Brecht Vangheluwe, Valentijn Despeghel, Philip Bolle, Nathalie Vandamme, Wim Vandamme, Jeroen Bossaert, Joke Despeghel, Elvera Bibuljica, Marianne Deygers, Gregory Demeyere, Kim Louwyck, Ives Goudeseune, Thomas Kinoo, Saskia Dehollander, Nancy Six, Lieven Stubbe, Raadsleden
Stefan Depraetere, Algemeen directeur
Verontschuldigd: Andy Verkruysse, Raadslid
  • Goedkeuring notulen vorige zitting

    • Goedkeuring notulen van 1 juni 2026

      Juridische grond en bevoegdheden

      Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

      De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

      Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

      Feiten, context en argumentatie

      De notulen van de vergadering van 1 juni 2026 werden conform de bepalingen van het gemeentedecreet opgemaakt en tijdig ter beschikking gesteld van de raadsleden.  Er zijn geen opmerkingen geformuleerd waardoor ze als goedgekeurd kunnen beschouwd worden.

      Beschikkend gedeelte

      Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met algemeenheid van stemmen de notulen van de zitting van 1 juni 2026 als goedgekeurd te beschouwen.

  • Openbaar

    • Bestuurlijke organisatie

      • Organisatiebeheersing Stad en OCMW Ieper - Rapportering 2025 - akteneming

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        Feiten, context en argumentatie

        Het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de algemeen directeur jaarlijks rapporteert over de organisatiebeheersing aan het college van burgemeester en schepenen, het vast bureau, de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn.

         

        Kader Organisatiebeheersing

        Het kader voor organisatiebeheersing werd in 2023 afgerond en goedgekeurd door de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van 5 juni 2023.

        Het bestuur blijft werken volgens de ‘Leidraad organisatiebeheersing’ van Audit Vlaanderen. Met dit kader willen we:

        1. Beschikken over een kader dat gebaseerd is op een degelijk en erkend model;
        2. Als organisatie op regelmatige basis stilstaan bij de werking, de belangrijkste verbeterpunten en de voornaamste risico’s;
        3. Blijvend werken aan de wijze waarop organisatiebeheersing wordt toegepast binnen de organisatie en deze waar nodig bijsturen.

         

        Opmaak meerjarenplan 2026-2031

        In 2025 werd de focus gelegd op de opmaak van het meerjarenplan 2026-2031.   Aan het meerjarenplan werd intensief gewerkt door medewerkers en het schepencollege. Het plan bouwt voort op lopende projecten, de suggestienota van de administratie, het bestuursakkoord van Team Ieper en de memoranda van de adviesraden.  Keuzes werden gemaakt binnen de beschikbare financiële middelen: wat kan nu, wat later? Het resultaat is een samenhangend en toekomstgericht beleidsplan.

        De strategische meerjarenplanning vormt de kern van het planningsgedeelte van de beleids- en beheerscyclus. Via het meerjarenplan legt het bestuur de grote beleidslijnen voor de komende jaren vast. Het plan wordt jaarlijks minstens eenmaal aangepast.

        Het meerjarenplan bestaat uit een inhoudelijk luik (de strategische nota) en een financieel luik (de financiële nota). In de strategische nota worden de prioritaire beleidsdoelstellingen opgenomen die het bestuur wenst te realiseren.

        Het meerjarenplan steunt op gezonde financiële uitgangspunten. Daarbij wordt gewaakt over een evenwichtige begroting, met ruimte voor noodzakelijke investeringen en vernieuwing, evenals voor de uitvoering van kerntaken zoals het onderhoud van wegen, groen, sportinfrastructuur en gebouwen, en de dagelijkse dienstverlening.

        De documentatie bij het meerjarenplan omvat eveneens een omgevingsanalyse. Voor de externe omgevingsanalyse werd een overzicht opgesteld van het beschikbare cijfermateriaal. De indicatoren uit de burgerbevraging en de Gemeente-Stadsmonitor van 2023 werden in januari 2024 gepubliceerd en geanalyseerd voor Ieper.

        Voor de interne analyse werd, voor het luik personeel en organisatie, relevant cijfermateriaal verzameld. In 2024 werd bovendien gestart met een actualisatie van de organogrammen per dienst; dit traject werd in 2025 verdergezet.

        Bij de opstart van de legislatuur eind 2024 werden reeds verschillende afspraken vastgelegd. Deze werden onder andere geconcretiseerd in een beslissing "Vaststelling van het begrip 'dagelijks bestuur' in kader van overheidsopdrachten en visum financieel directeur", een beslissing 'Delegatie bevoegdheden dagelijks bestuur overheidsopdrachten aan de algemeen directeur' en een beslissing 'Vaststelling begrip dagelijks personeelsbeheer'.  Deze zijn allen in voege in 2025.

         

        Audits en opvolging verbeterpunten

        In 2023 vond een inspectie plaats door de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, met een overwegend positief resultaat. De geformuleerde aandachtspunten werden opgenomen in het jaaractieplan van de interne preventiedienst voor 2024 en volgende jaren. Zo werd in 2025 een opleiding “veilige vaardigheden” georganiseerd met als doel medewerkers en leidinggevenden de nodige handvatten aan te reiken om veilig te werken en te reflecteren over verbeterkansen binnen de dienstverlening.  Voor (nieuwe) leidinggevenden werden bijkomende ondersteunende tools aangereikt, onder meer om in voorbereiding van risicoanalyses een inventaris op te maken van arbeidsmiddelen en taken.

        Tijdens een procesanalyse op 29 juni 2020 identificeerde de POD MI (Programmatorische overheidsdienst voor Maatschappelijke integratie) een aantal risico’s die resulteerden in een actieplan. Op 18 augustus 2025 werd door deze instantie nagegaan in welke mate het OCMW deze actiepunten heeft opgenomen. Deze opvolging leidde tevens tot een herbeoordeling van de risico’s: een groot deel van de acties werd volledig geïmplementeerd, en waar nodig werden bijkomende aanbevelingen geformuleerd.

        In oktober 2025 voerde de POD MI een controle uit met betrekking tot onder meer de medische kosten, het recht op maatschappelijke integratie, de tijdelijke COVID-premie, de behandeling van knipperlichten en de bijhorende boekhoudkundige verwerking. Bij de start van de inspectie konden alle gevraagde documenten tijdig en kwalitatief worden aangeleverd. Het verslag was eind 2025 nog niet beschikbaar.

         

        Andere initiatieven rond organisatiebeheersing

        In 2025 werden diverse initiatieven genomen of verder uitgerold met betrekking tot organisatiebeheersing, zowel op het vlak van sensibilisering van medewerkers als rond procesoptimalisatie en risicobeheersing.

        Enkele voorbeelden:

        • In 2024 werd een nieuw informatieveiligheidsplan opgesteld en goedgekeurd (CBS en VB van 22 april 2024). De implementatie loopt tot en met 2027.
        • Het thema informatieveiligheid werd geïntegreerd in het onthaaltraject voor nieuwe medewerkers. Tijdens de onthaaldag wordt hierover toelichting gegeven door de DPO of een vertegenwoordiger van de dienst.
        • In 2023 werd een platform geïmplementeerd voor het digitaal ondertekenen van documenten, met als doel het documentverloop te beperken, de doorlooptijd te verkorten en digitale dossieropbouw te faciliteren. In 2024 nam het gebruik van dit platform verder toe, en in 2025 werd een koppeling gerealiseerd met notulenbeheer en postregistratie.
        • In 2025 vonden rondgangen plaats met de arbeidsarts in onder meer de Lakenhallen, het archief en de bibliotheek. Daarnaast werd, samen met een deskundige van IDEWE, een rondgang georganiseerd op alle locaties van de Academie. Het doel van deze rondgangen is het aftoetsen van de conformiteit met de Codex Welzijn op het Werk in het kader van arbeidsveiligheid.
        • Binnen de Academie vond een grondige inspectie plaats inzake bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne. Als één van de eerste organisaties in Vlaanderen werd een positief verslag verkregen. Deze controle, ingevoerd door het departement Onderwijs, beoordeelt zowel de werking als de infrastructuur, met aandacht voor welzijn op het werk en hygiënische omstandigheden.
        • Het gebruik van de software Topdesk werd in 2025 blijvend ingezet voor het melden, opvolgen en analyseren van vragen en problemen, onder meer voor de diensten communicatie, archief, informatiebeheer en informatieveiligheid, evenals voor ondersteuning bij softwaretoepassingen zoals eNotulen, Primetime, postbeheer en de beeldbank. Er werd hierbij bijzondere aandacht besteed aan de kwaliteit van de registraties en de terugkoppeling van de ondernomen stappen.
        • Het hulpverleningskader werd op 1 december 2025 aangepast met als doel efficiëntere en eenvoudigere processen. Enkele belangrijke wijzigingen zijn: het onmiddellijk meenemen van sociale voordelen in de REMI‑berekening, waardoor geen herberekening na 6 maanden meer nodig is, het schrappen van de activeringspremie, en het loskoppelen van de maximale huurprijs van de EPC‑waarde van de woning. Voor de berekening van de huurtoelage wordt voortaan gewerkt met één standaard, namelijk het huurprijsbarema op basis van EPC‑waarde A.
        • In 2024 werd gestart met het softwarepakket New Horizon.  In 2025 werden de processen binnen het programma verder gestroomlijnd. Zo werden de bouwstenen voor onthaal en trajectopvolging op een uniforme manier toegepast over alle dossiers.
        • Met betrekking tot het klachtenreglement, goedgekeurd op 7 maart 2022 werd het proces voor de behandeling van klachten, meldingen en openbaarheid van bestuur en de rapportering hierover geoptimaliseerd. 

        • Het overleg met de diensthoofden werd herwerkt. Met deze aanpassingen willen we de juiste informatie bij de juiste doelgroep brengen en de afstemming en timing van overlegmomenten verbeteren.

          Het overleg bestaat voortaan uit drie onderdelen. In een eerste deel ligt de focus op proces- en projectinformatie. In een tweede deel is er ruimte om positieve realisaties, lopende projecten en inspirerende initiatieven te delen. Het derde deel is een intervisiemoment voor leidinggevenden, met nadruk op ervaringsuitwisseling.

        • In 2025 werd een uitgebreid analysetraject opgestart met betrekking tot de dienstverlening via de website. De website vormt de digitale toegangspoort tot de stad. Dit traject legt de inhoudelijke en functionele basis voor de ontwikkeling en de geplande lancering van een vernieuwde stedelijke website in 2026.

        • Bij de ontwikkeling van de nieuwe website werd ingezet op verbeterde functionaliteiten, een intuïtieve navigatie en een vlottere toegang tot informatie en online diensten, met als doel een efficiënter beheer en een kwalitatief sterkere dienstverlening. 
        • Op basis van de dienstenfiches uit de suggestienota van 2024 werd in 2025 een productanalyse van de dienstverlening opgestart. Het bestuur hecht er belang aan om de werking van de diensten grondig te analyseren en op basis daarvan te streven naar een evenwichtige en toekomstgerichte dienstverlening. Dit traject werd toegelicht aan de diensthoofden in september 2025. Overlegmomenten met het college van burgemeester en schepenen zijn voorzien voor 2026.
        Beschikkend gedeelte

        De raad neemt hiervan akte.

      • Rapportering klachtenbeheer 2024–2025 - akteneming

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        Feiten, context en argumentatie

        Hierbij worden het klachtenrapport 2024 en het klachtenrapport 2025 voorgelegd. Deze rapporten werden opgesteld conform het geldende klachtenreglement goedgekeurd op 7 maart 2022.

        Beide rapporten geven een overzicht van:

        • het aantal geregistreerde dossiers,
        • de aard van de klachten en meldingen,
        • de ontvankelijkheid en afhandeling,
        • en de belangrijkste vaststellingen en aandachtspunten.

        De rapporten vertrekken van dossiers die door burgers expliciet worden ingediend als klacht via de daarvoor voorziene kanalen. Elk dossier wordt na ontvangst geregistreerd en inhoudelijk geëvalueerd conform het klachtenreglement. 

        In de praktijk blijkt dat een groot deel van de ingediende klachten niet als formele klacht kan worden beschouwd, omdat het bijvoorbeeld gaat om een melding, een uiting van ongenoegen, een dossier buiten de bevoegdheid van de stad of een anonieme of onvolledige indiening. Deze dossiers blijven wel opgenomen in het register omwille van transparantie en opvolging.

        Daarnaast ontvangt de stad ook rechtstreekse meldingen van burgers die operationeel worden behandeld door de bevoegde diensten, maar geen deel uitmaken van de formele klachtenrapportering.

        Overzicht cijfers

        In 2024 werden 30 dossiers geregistreerd (KM-2024-000 t.e.m. KM-2024-029). Binnen deze registraties werden 14 klachten ontvankelijk verklaard. Daarnaast werden verschillende dossiers als melding of niet-ontvankelijke klacht geregistreerd, bijvoorbeeld omdat het ging om een melding, een uiting van ongenoegen of een dossier buiten de bevoegdheid van Stad Ieper.

        In 2025 werden 39 dossiers geregistreerd (KM-2025-000 t.e.m. KM-2025-038).  Binnen deze registraties werden 12 klachten ontvankelijk verklaard. Andere registraties hebben opnieuw eerder betrekking op meldingen, signalen of dossiers; die werden doorgestuurd naar de bevoegde dienst of externe instantie.

        Vaststelling

        De geregistreerde dossiers hebben voornamelijk betrekking op:

        • mobiliteit en openbaar domein
        • dienstverlening
        • milieu en onderhoud van het openbaar domein

        Zoals ook in eerdere rapporteringen blijkt, betreft een aanzienlijk deel van de registraties meldingen of signalen van burgers die niet (altijd) als formele klacht kunnen worden beschouwd volgens het klachtenreglement.

        Beschikkend gedeelte

        De raad neemt akte van het klachtenrapport 2024 en het klachtenrapport 2025.

      • Camerabewaking nieuw zwembad - advies

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        Feiten, context en argumentatie

        In het kader van de bouw van het nieuw zwembad wordt ook camerabewaking voorzien zoals er ook in het huidig zwembad aanwezig is. Dit wordt thans voorgelegd aan de gemeenteraad omdat de bouwfirma nu reeds verwacht de steunen om de camera's aan te bevestigen, te kunnen hangen. Het hangen van de camera's volgt dan bij de afwerking.

         

        In het totaal worden er 12 camera's geplaatst: er zijn 10 camera's in het gebouw voorzien: 8 in gangen en inkomzones, 2 in de zwemhal. Daarnaast zijn 2 camera's voorzien buiten het zwembad tussen de Crack en het nieuwe zwembad. Voor de twee camera's op openbaar domein werd advies gevraagd aan de korpschef van de politie en is er de goedkeuring van de gemeenteraad nodig. 

         

        Alle beelden worden bewaard en de beelden van de twee camera's op het openbaar domein zijn live zichtbaar in de dispatching van de lokale politie.

        De korpschef van de politiezone Arro Ieper verleende op 15 juni 2026 gunstig advies.

        Voorgesteld wordt deze plaatsing gunstig te adviseren.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met algemeenheid van stemmen gunstig advies te verlenen voor de plaatsing van 2 camera's op het openbaar domein voorzien tussen Crack en het nieuwe zwembad.

    • Patrimonium

      • Kosteloze overdracht wegenis 'Steendam' ten algemeen nut - goedkeuring

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        Feiten, context en argumentatie

        Hyboma (samen met Pol en Marleen Titeca) heeft een verkaveling gerealiseerd aan 'Steendam' in Ieper en wenst de infrastructuur, met name de wegzate en aanhorigheden, kosteloos over te dragen naar het openbaar domein van de stad Ieper.

        Het betreft het volgende kadastraal perceel:

        - Een perceel grond, - zijnde LOT A -, gelegen ‘Steendam’, gekadastreerd volgens recent uittreksel uit de kadastrale legger als weg, Ieper, derde afdeling, sectie E - nummer 0363 L P0000 (voorheen delen van 0260/00H8P0000, 0284/00T0P0000 en 0354/00B0P0000) met een totale oppervlakte volgens kadaster en volgens opmetingsplan van veertien are veertien centiare (14a 14ca).

        Het opmetingsplan werd opgemaakt door het landmeter Alex Coussens.

        Het kantoor NK Ter Waarde heeft de ontwerpakte opgemaakt.

        Van OVAM werd het bodemattest verkregen waarin wordt gesteld dat er geen verdere maatregelen moeten worden uitgevoerd.

        De overdracht gebeurt om redenen van algemeen nut.

        Aan de gemeenteraad wordt gevraagd deze kosteloze overdracht goed te keuren om redenen van algemeen en openbaat nut en de voorzitter van de gemeenteraad en algemeen directeur te machtigen om de stukken met betrekking tot deze overdracht te ondertekenen en de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie te ontslaan van de verplichting ambtshalve inschrijving te nemen bij overschrijving van de akte.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met algemeenheid van stemmen om:

        Artikel 1. de kosteloze overdracht van de volgende grond voor openbaar nut te aanvaarden jegens Hyboma en Pol en Marleen Titeca:

        - Een perceel grond, - zijnde LOT A -, gelegen ‘Steendam’, gekadastreerd volgens recent uittreksel uit de kadastrale legger als weg, Ieper, derde afdeling, sectie E - nummer 0363 L P0000 (voorheen delen van 0260/00H8P0000, 0284/00T0P0000 en 0354/00B0P0000) met een totale oppervlakte volgens kadaster en volgens opmetingsplan van veertien are veertien centiare (14a 14ca).

        Artikel 2. de ontwerpakte opgemaakt goed te keuren.
        Artikel 3. de Algemene Documentatie van de Patrimoniumdocumentatie te ontslaan van zijn verplichting ambtshalve inschrijving te nemen bij de overschrijving van de akte.
        Artikel 4. het college van burgemeester en schepenen te belasten met de uitvoering van deze beslissing.
        Artikel 5. de voorzitter van de gemeenteraad en algemeen directeur te machtigen om de stukken met betrekking tot deze overdracht te ondertekenen.

      • Realisatie nieuw OC Cieper via opstal. Vaststelling modaliteiten - goedkeuring.

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        Feiten, context en argumentatie

        Het is de bedoeling van het bestuur om de site OC CIEPER, gelegen Brugseweg 309, Ieper op te waarderen en een nieuw elan te geven. Het bestaande OC heeft zijn beste tijd gehad en is aan vervanging toe. De percelen waar het bestaande OC op staat, zijn gelegen in woongebied en bieden dus meer mogelijkheden dan enkel het voorzien van een ontmoetingscentrum.  Daarom wordt er voorgesteld te kijken naar een samenwerking met een externe partner.

        Om deze voldoende zekerheid te geven wordt er gewerkt met een recht van opstal op de volledige oppervlakte van de percelen kadastraal gekend als IEPER 6 AFD/DEEL SINT-JAN sectie B nummers 0188S, 0188K, 0188R, 0191M en 0191S. Ook is er een recht van doorgang op perceel 0191M voor de buur. Daarbij worden een aantal voorwaarden opgelegd waaraan de opstalhouder moet voldoen. Dit betreft onder meer het bouwprogramma nodig om de functie van ontmoetingscentrum te kunnen realiseren. Deze voorwaarden zijn de volgende: 

        • Ruimtes
          • Polyvalente zaal 220 m²
          • Keuken: 25 m², met afsluitbare kasten
          • Vergaderlokaal 25 pers 35 m²
          • Berging 16 m²
          • Sanitair afgestemd op mogelijk maximaal aantal aanwezigen in deze ruimtes
        • Koppeling tussen ruimtes:
          • Grote zaal en berging (moeilijke verhuisbewegingen met materiaal vermijden)
          • Grote zaal en keuken (toog/doorgeefluik)
          • Keuken en vergaderlokaal (mobiele tussenwand ifv uitbreiden tot één groot lokaal)
          • Polyvalente zaal en sanitair voldoende dicht bij elkaar
        • Medegebruik van de ruimtes is een grote meerwaarde maar ze moeten daarbij voldoende dagdelen beschikbaar zijn zowel in de week als in het weekend om de functie van OC in te vullen.
        • Voorwaarden voor huurders OC-ruimtes overeenkomstig met voorwaarden andere OC’s
        • Reservatie OC-ruimtes via centraal systeem van de stad
        • Minstens 12 parkeerplekken, waarvan minstens 5 permanent beschikbaar zijn. De overige 7 zijn minstens occasioneel beschikbaar tijdens evenementen.    
        • Speelruimte achteraan publiek toegankelijk, speeltoestellen komen van de stad
        • Beheer door opstalhouder van gehele site (met uitzondering van de speeltoestellen)
        Het is aan de indiener om in zijn projectdossier mee te geven welke inbreng hij verwacht voor de sloop, de bouw van het door de stad gewenste programma en de beheerskosten hiervan. 

        Omdat er een zakelijk recht wordt gevestigd, is het noodzakelijk om mededinging te organiseren via een openbare procedure.

        Om rechtsgeldig te kandideren moet men een eerste projectvoorstel indienen. Dit wordt beoordeeld op een totaal van honderd punten.

        Zeventig punten worden gequoteerd op het projectvoorstel zelf waarbij men duidelijk moet meegeven welke ontwikkeling men beoogt. Een ontwikkeling waarbij er ook een maatschappelijk en/of sociaal oogmerk gerealiseerd kan worden (los van de OC-functie), heeft een meerwaarde en zal beter beoordeeld worden. De omvang van de doelgroep die bereikt wordt is belangrijk, een ruimer bereik krijgt een hogere quotering.
        Verder staan vijftien punten op de gevraagde inbreng door de stad voor zowel de sloop, de bouw van het door de stad gewenste programma als de (operationele) beheerskosten nadien.
        Tot slot staan er vijftien punten op het ingestoken bedrag voor de canon (met toepassing van de regel van drie). De minimumcanon moet 1.000 EUR per jaar bedragen.

        Er wordt voorgesteld om een recht van opstal af te sluiten voor een periode van dertig (30) jaar met twee mogelijke verlengingen van tien (10) jaar. Zo krijgt de opstalhouder een voldoende lange periode om te investeren en behouden beide partijen de kans om na 30 jaar te stoppen of de opstal te verlengen.

        Op voordracht van het college van burgemeester en schepenen.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, V. Despeghel, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demeyere, Louwyck en Kinoo) om:

        Artikel 1: het OC Cieper, Brugseweg 309, Ieper, percelen kadastraal gekend als IEPER 6 AFD/DEEL SINT-JAN sectie B nummers 0188S, 0188K, 0188R, 0191M en 0191S in opstal te geven voor een periode van dertig (30) jaar (met twee mogelijke verlengingen van tien (10) jaar)) en tegen een jaarlijkse canon van minstens 1.000 EUR te koppelen aan de evolutie van de gezondheidsindex.

        Artikel 2: de voorgenomen opstal openbaar te maken via aanplakking en publicatie op de website. 

        Artikel 3: te gunnen aan degene met de hoogste quotering en mits uitvoering van het door ons gevraagde programma.

        Artikel 4: het college van burgemeester en schepenen de bevoegdheid geven deze beslissing uit te voeren.

        Artikel 5: de burgemeester en de algemeen directeur te machtigen de opstalakte te tekenen.

    • Cultuur

      • Erkenningsreglement verenigingen

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        Feiten, context en argumentatie

        Ieperse verenigingen kunnen een erkenning krijgen door stad Ieper of het OCMW Ieper naargelang hun bevoegdheid. De voorwaarden om erkend te worden zijn thans beschreven in 9 verschillende reglementen. 

        • Gewone erkenning: Erkenningsreglement Ieperse vereniging (GR/2021/264) 

        • Sport: erkennings- en subsidiereglement sportverenigingen en sportorganisatoren Ieper (GR/2020/215)

        • Cultuur: erkenningsvoorwaarden gespecifieerd in het inwendig reglement van de cultuurraad.

        • Jeugd: Totaalreglement erkenningen en subsidies jeugdverenigingen (GR/2022/014) 

        • Milieu en natuur: Toelagereglement voor bij de milieuraad aangesloten milieu- en natuurverenigingen (GR/2023/044) 

        • Internationale solidariteit: Reglement erkenning en subsidiëring lokale verenigingen internationale solidariteit (GR/2023/255) 

        • Welzijn: Erkenning- en subsidiereglement lokale welzijnsorganisaties (RMW/2025/060)

        • Vaderlandslievende verenigingen: Toelagereglement vaderlandslievende verenigingen (GR/2021/030)

        • Senioren: Toelagereglement seniorenverenigingen (GR/2019/420)

         

        Die versnippering werkt onduidelijkheid in de hand: 

        • Welke erkenningen zijn er bij stad Ieper? 
        • Aan welke voorwaarden moet een vereniging voldoen? 
        • Waar kan een erkenning aangevraagd worden? 
        • Welke verenigingen zijn erkend? 


        Dit kan eenvoudiger, efficiënter en klantvriendelijker door: 

        1. Eén geïntegreerd reglement
        2. Eén webpagina met informatie voor verenigingen op de stadswebsite, samen met één aanvraagformulier voor nieuwe verenigingen. 
        3. Eén uniforme aanvraagprocedure over alle stadsdiensten heen.
        4. Een overzicht van alle erkende verenigingen op de website (door koppeling met het Vlaamse verenigingsregister). Deze webpagina is momenteel in opbouw en te bezichtigen op https://www.ieper.be/verenigingen. De voordelen zijn: 
          • extra publiciteit voor de verenigingen
          • een wegwijs voor Ieperlingen die zich willen aansluiten bij een vereniging
          • een handig overzicht voor stadsdiensten die materiaal of lokalen verhuren aan verenigingen.


        Het geïntegreerd erkenningsreglement bundelt en stroomlijnt alle bestaande erkenningsvoorwaarden.

        De meeste verenigingen blijven erkend indien ze aan de voorwaarden voldoen. Enkele verenigingen krijgen echter een basiserkenning in plaats van een erkenning als cultuurvereniging gezien de werkgroep culturele vrijetijdsbesteding verdwijnt. Deze verenigingen komen daardoor niet langer in aanmerking voor werkingssubsidie: Kampeerclub De Katjes Ieper-PAsar, PTT Vriendenkring Ieper, vriendenkring Jan Yperman ziekenhuis, De Bierorde van Vauban, Iepfina, Ieperse Computerclub en College Gheselscap. Vier verenigingen worden mogelijks opgenomen in de werkgroep cultuurspreiding, indien de raad van bestuur van de cultuurraad daarmee akkoord gaat: Radioclub Ieper ON7FF, UBA sectie IPR, Koninklijke Postzegelclub Yper en Koninklijke Ieperse Schaakkring.

        Adviezen

        Het ontwerpreglement werd voorgelegd aan de betrokken diensten, en via hen aan de adviesraden. De adviesraden waren akkoord, behoudens enkele opmerkingen die in het reglement werden verwerkt. Volgende opmerkingen zijn inhoudelijk van aard en worden hier expliciet vermeld: 

        • cultuurraad: 
          • De werkgroep culturele vrijetijdsbesteding verdwijnt. De raad van bestuur van de stedelijke cultuurraad is akkoord. 
          • De werkgroep opvoeding en gezin wordt uit de cultuurraad gehaald en krijgt een aparte thematische erkenning 'oudervereniging'. De betrokken verenigingen behouden hun subsidiebudget. De raad van bestuur van de cultuurraad én de betreffende werkgroep is akkoord. 
        • sportraad: Bij artikel 12 §1 maakt de kernraad de bedenking of het aantal weken voor startende clubs niet veel is? “Artikel 11: Sportvereniging §1 De vereniging heeft als hoofddoel haar leden aan te zetten tot sportbeoefening/beweging en dit op regelmatige basis. Hierbij wordt minstens 1 activiteit op wekelijkse basis voor minstens 26 weken aangeboden of georganiseerd.” De sportdienst adviseert om dit aantal te behouden omdat we zo structurele werkingen erkennen en geen ad hoc initiatieven.

        • Koninklijke Entente Ieper: 
          • Gezien de aard van een vaderlandslievende vereniging is het (zeer) moeilijk om kandidaat bestuursleden te vinden die op het grondgebied Ieper wonen. Een vaderlandslievende vereniging is eerder regio-gebonden dan stads-gebonden. Dit geldt voor Royal British Legion Ypres Branch, Koninklijke Groepering Reservemilitairen West-Vlaanderen, Vriendenkring Kwartier 1WM Lemahieu en Tank Memorial Ypres Salient. 
          • Het merendeel van de vaderlandslievende verenigingen beschikt niet over promotiekanalen die een grote groep van inwoners van Ieper kunnen bereiken. Meestal is dat te wijten aan gebrek aan financiële middelen of gebrek aan technische kennis binnen de vereniging
          • De uitzonderingen op de voorwaarden voor basiserkenning vinden ze een goede oplossing. 
        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de raad met 29 ja stemmen en 3 onthoudingen (de raadsleden Six, Dehollander en Kinoo) het erkenningsreglement verenigingen goed te keuren:

        Hoofdstuk 1: Algemeen

        Artikel 1: 

        Stad Ieper wil het sociale weefsel in haar gemeenschap versterken. Daarom erkent ze verenigingen die hier actief aan meewerken. Erkende verenigingen kunnen gebruikmaken van gerichte ondersteuningsvormen.

        Stad Ieper erkent Ieperse verenigingen die aan welbepaalde voorwaarden voldoen. Er zijn twee soorten erkenningen: 

        • Een algemene erkenning voor verenigingen die aan de basisvoorwaarden voldoen.
        • Een thematische erkenning voor verenigingen die naast de basisvoorwaarden ook aan aanvullende thematische voorwaarden voldoen. Stad Ieper onderscheidt volgende thematische erkenningen: 
          • cultuur 
          • internationale solidariteit 
          • jeugd 
          • jeugdhuis
          • speelpleinwerking
          • milieu 
          • natuur 
          • opvoeding en gezin
          • senioren 
          • sport 
          • sportorganisator
          • vaderlandslievend
          • welzijn
          • buurtcomité

        Artikel 2: Basisvoorwaarden

        Een vereniging kan enkel erkend worden als Ieperse vereniging als ze aan volgende voorwaarden voldoet: 

        1. De vereniging is een vereniging zonder winstoogmerk (VZW) of een feitelijke vereniging.

        2. De vereniging wordt geleid door een bestuur dat minimum uit 3 leden bestaat die op een verschillend adres gedomicilieerd zijn, en waarvan de meerderheid in Ieper woont;

        3. De maatschappelijke zetel of het secretariaat (indien feitelijke vereniging) moet in Ieper gevestigd zijn;

        4. Volgende verenigingen worden uitgesloten:

        • Overheidsinstellingen of -verenigingen;
        • Verenigingen met als doelstelling het beleven van religie of levensbeschouwing; 
        • Partijpolitieke of partijgebonden verenigingen;
        • Verenigingen met beroepsdoeleinden en/of die werken met meer dan één personeelslid in dienst;
        • Verenigingen die commerciële, handels- of winstdoeleinden nastreven;
        • Serviceclubs.  

        5. Het is een open vereniging. Het activiteitenaanbod is toegankelijk voor minstens alle inwoners van Ieper die aan de doelgroep van de vereniging beantwoorden;

        6. De vereniging heeft een actieve werking op het grondgebied van Ieper: minstens 3 zelf georganiseerde activiteiten per jaar waarvan 1 publiek toegankelijke activiteit. De vereniging moet daarvan het bewijs kunnen leveren op basis van het vorige kalenderjaar. Een publiek toegankelijke activiteit is een activiteit waarop iedereen welkom is, ook niet-leden. Of een activiteit al dan niet publiek toegankelijk is, blijkt duidelijk uit het gebruik van promotiekanalen die een grote groep van inwoners bereiken.

        7. De vereniging heeft zich als aparte vereniging geregistreerd in het Vlaams Verenigingsregister.

        8. De vereniging heeft een publiek zichtbare werking via een eigen communicatiekanaal (website, tijdschrift, folder, sociale media, …) waar de nodige informatie beschikbaar is met betrekking tot de werking en de structuur van de vereniging.

        9. De vereniging verbindt zich ertoe geen enkele vorm van discriminatie op grond van nationaliteit, huidskleur, afkomst, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, vermogen, geloof of levensbeschouwing, politieke overtuiging, taal, handicap en fysieke eigenschappen te dulden in zijn werking. De vereniging verbindt er zich eveneens toe elk discriminerend gedrag tijdens de werking te voorkomen en indien nodig te bestrijden en te bestraffen. 

        Hoofdstuk 2: Thematische erkenning

        Artikel 3: Cultuurvereniging

        §1 Een cultuurvereniging is een groepering van mensen die op een georganiseerde manier cultuur beleven of creëren. Cultuur speelt een belangrijke rol in de programmatie van de vereniging, zijnde: beeldende kunst, beeldexpressie, cultuurspreiding, geschiedenis, instrumentale muziek, koren, natuur, socio-culturele verenigingen, toneel en/of dans.

        §2 De vereniging neemt actief deel aan de activiteiten en de werking van de cultuurraad, door minstens eenmaal per jaar aanwezig te zijn op een algemene vergadering en een werkgroepvergadering, en door deel te nemen aan de activiteiten die de SCI organiseert.

        §3 Op advies van de cultuurraad wordt de vereniging toegewezen aan één van de werkgroepen van de cultuurraad. 

        Artikel 4: Vereniging voor internationale solidariteit

        §1 De vereniging werkt rond internationale solidariteit. Het buitenlands werkingsgebied van de vereniging valt binnen een land dat voorkomt in één van de vier categorieën van de 'DAC List of ODA Recipients'.

        §5 In afwijking van artikel 2 punt 2 (minimum 3 bestuursleden) volstaat het dat het bestuur uit minimum 2 leden bestaat die op een verschillend adres gedomicilieerd zijn, waarvan minstens één in Ieper. 

        §2 In afwijking van artikel 2 punt 3 (maatschappelijke zetel in Ieper) komen ook in Ieper gevestigde afdelingen van nationale ngo’s in aanmerking voor erkenning.

        §3 De vereniging organiseerde het afgelopen jaar voor een ruim publiek in Ieper minstens 1 activiteit die voldoet aan de definitie van een activiteit in ‘het reglement betreffende de subsidiëring van lokale verenigingen werkzaam rond internationale solidariteit’. 

        §4 De vereniging werkt minimaal 2 keer per jaar mee aan een initiatief van de dienst of de stedelijke raad Internationale Solidariteit.

        Artikel 5: jeugdvereniging 

        §1 De organisatie heeft als hoofddoel activiteiten voor jongeren (-30 jaar). De vereniging organiseert minstens 15 activiteiten per jaar volledig zelf met de eigen leiding en/of leden van de eigen beweging die tot doel hebben een buiten- en naschoolse vorming en ontspanning voor de eigen leden te bezorgen. Deze activiteiten mogen niet commercieel gericht zijn.

        §2 De vereniging heeft minimaal 3 vrijwilligers, met een verantwoordelijke vrijwilliger van minstens 18 jaar oud. Minstens de helft van de vrijwilligers bestaat uit jongeren (-30 jaar).

        §3 De vereniging heeft minstens 10 gewone leden (leiding niet meegerekend) die in Ieper gedomicilieerd zijn en jonger zijn dan 26 jaar. 

        §4 De vereniging bezorgt de namen van de hoofdleider en leden, hun geboortedatum, adres, emailadres en telefoonnummer jaarlijks aan het secretariaat van de jeugddienst van Ieper. 

        Artikel 6: speelpleinwerking

        §1 De werking van de vereniging heeft als hoofddoel spelen en is actief tijdens de schoolvakanties (in hoofdzaak zonder overnachting).

        §2 De vereniging gebruikt een vast lokaal in Ieper.

        §3 Animatoren (jongeren onder de 30 jaar) voeren het speelaanbod uit en worden betrokken bij de werking.

        §4 Inschrijvingen moeten openbaar zijn. Er mogen enkel beperkingen zijn op basis van maximaal beschikbare plaatsen of onderscheid gemaakt omwille woonplaats of school waar de deelnemer schoolloopt. De kalender moet bereikbaar zijn voor de hele doelgroep.

        §5 Er moeten gedurende het werkjaar minstens 15 unieke deelnemers zijn die in Ieper gedomicilieerd zijn.

        §6 In het werkjaar moeten er minimaal 20 halve speelpleindagen zijn. Deelnemers kiezen zelf hoe vaak ze deelnemen.

        §7 De vereniging is lid van de Vlaamse dienst speelpleinwerk. 

        Artikel 7: Jeugdhuizen

        §1 De vereniging biedt een ontmoetingsplek waar alle jongeren welkom zijn. In hoofdzaak vinden er activiteiten plaats voor en door jongeren tussen de 14 en 30 jaar.

        §2 De vereniging heeft minstens 5 vrijwilligers die in Ieper gedomicilieerd zijn en jonger zijn dan 26 jaar. Minimum 1 vrijwilliger is ouder dan 18 jaar.

        §3 De vereniging heeft een lokaal in Ieper bestaande uit minimum een publieksruimte, een sanitaire ruimte en een extra lokaal (secretariaat/ info/ vergaderzaal). De ruimte waarin de werking zich ontplooit staat tijdens de werkingsuren exclusief ter beschikking van het jeugdhuis.

        §4 Het jeugdhuis heeft minimum 2 openingsmomenten per week (minimum 10 uren in totaal), waarvan 1 in het weekend (vrijdag, zaterdag of zondag). De openingsuren moeten duidelijk worden aangekondigd. Het jeugdhuis moet open staan voor alle jongeren in de meest gunstige of gebruikelijke vrijetijdsmomenten van de doelgroep.

        §5 Het jeugdhuis organiseert minimum 10 activiteiten per jaar. Dit kunnen ontspannings- en vormingsactiviteiten zijn.

        §6 De vereniging is een vzw.

        Artikel 8: milieuvereniging

        De vereniging houdt zich bezig met kennis- en informatiebeheer, educatie, onderzoek of advies met betrekking tot één of meerdere milieu- en/of duurzaamheids- en/of klimaatthema’s.

        Artikel 9: natuurvereniging

        De vereniging houdt zich bezig met kennis- en informatiebeheer, educatie, natuurbeleving, onderzoek of advies of beheer met betrekking tot één of meerdere natuur-, bos- of groenthema’s.

        Artikel 10: opvoeding en gezin

        §1 De vereniging is een oudervereniging van een Ieperse school. 

        §2 De vereniging is een afdeling van Gezinsbond.

        Artikel 11: Seniorenvereniging

        Een seniorenvereniging is een georganiseerde groep die groepsgerichte activiteiten aanbiedt voor en door personen van 55 jaar en ouder. De activiteiten hebben een sociaal-cultureel, educatief, recreatief of sportief doel en zijn gericht op ontmoeting, actieve participatie en vrije tijd. De organisatie gebeurt op basis van vrijwilligheid en niet-commerciële belangen.

        Artikel 12: Sportvereniging

        §1 De vereniging heeft als hoofddoel haar leden aan te zetten tot sportbeoefening/beweging en dit op regelmatige basis. Hierbij wordt minstens 1 activiteit op wekelijkse basis voor minstens 26 weken aangeboden of georganiseerd. 

        §2 De vereniging heeft minimum 10 actieve leden.

        §3 De vereniging heeft een verzekering voor burgerrechtelijke aansprakelijkheid afgesloten voor de sportvereniging, haar bestuurders en haar begeleiders/trainers/lesgevers.

        §4 De vereniging heeft een verzekeringspolis ‘lichamelijke ongevallen’ afgesloten ter bescherming van haar aangesloten leden. Dit kan ook vervat zijn in het lidgeld voor de erkende Vlaamse sportfederatie.

        §5 In afwijking van artikel 2 punt 2 (meerderheid bestuursleden gedomicilieerd in Ieper) volstaat het voor sportverenigingen dat ten minste 1 bestuurslid in Ieper gedomicilieerd is. 

        §6 Verenigingen of organisaties met specifieke infrastructuur die vanuit een commerciële insteek activiteiten organiseren (fitnesscentra, danscentra, maneges, padelaanbieders, golf, ...) kunnen niet in aanmerking komen voor erkenning.

        Artikel 13: Sportorganisator

        §1 De vereniging is een vereniging zonder winstoogmerk (VZW).

        §2 In afwijking van artikel 2 punt 6 (actieve werking op grondgebied Ieper) volstaat het om minstens 1 x per jaar een sportmanifestatie op het grondgebied van de Stad Ieper te organiseren.

        §3 De deelnemers aan de manifestatie of het evenement worden allen verzekerd tegen lichamelijke ongevallen.

        Artikel 14: Vaderlandslievende vereniging

        §1 De vereniging zet zich in voor de herdenking van de gesneuvelden van de beide wereldoorlogen en werkt mee aan initiatieven voor een verdraagzame en vredevolle samenleving.

        §2 In afwijking van artikel 2 punt 2 moeten de bestuursleden niet in Ieper gedomicilieerd zijn.

        §3 In afwijking van artikel 2 punt 3 moet de maatschappelijke zetel of het secretariaat niet in Ieper gevestigd zijn.

        §4 In afwijking van artikel 2 punt 6 volstaat deelname aan een herdenking als een publieke activiteit. De vereniging hoeft dit niet bijkomend aan te tonen door het gebruik van eigen promotiekanalen.

        §5 In afwijking van artikel 2 punt 8 hoeft de vereniging geen bijkomende eigen communicatiekanalen te hebben. Het volstaat dat de vereniging een contactpersoon heeft die geïnteresseerden informatie kan bezorgen met betrekking tot de werking en de structuur van de vereniging. De contactgegevens van deze contactpersoon worden vermeld in het Vlaams Verenigingsregister, samen met een beknopte beschrijving van de vereniging.

        Artikel 15: Welzijnsorganisatie

        §1 De vereniging richt zich op de ondersteuning van personen (of hun verwanten) met een beperking, een aandoening of psychische of sociale problemen en bijdragen aan hun emancipatie, participatie en versterking.

        §2 In afwijking van artikel 2 punt 3 (maatschappelijke zetel of secretariaat in Ieper) volstaat dat uit andere aspecten van haar doel, werking of organisatiestructuur blijkt dat het in de praktijk gaat om een organisatie werkzaam in Ieper. 

        §3 In afwijking van artikel 2 punt 4 (uitgesloten verenigingen) kunnen verenigingen die werken met meer dan één personeelslid in dienst in aanmerking komen als welzijnsorganisatie. 

        §4 In afwijking van artikel 2 punt 6 (actieve werking op grondgebied Ieper) geldt voor welzijnsverenigingen dat een groot deel of het geheel van de dienstverlening en activiteiten van de vereniging plaats vindt in Ieper en/of minstens 5 inwoners van Ieper gebruik maken van dit aanbod. De vereniging moet daarvan het bewijs kunnen leveren op basis van het vorige kalenderjaar.

        §5 In afwijking van artikel 2 punt 7 (registratie in Vlaams Verenigingsregister) kunnen organisaties waarvoor anonimiteit belangrijk is een uitzondering vragen. 

        Artikel 16: Buurtcomité

        §1 Verenigingen die voor de eigen leefomgeving opkomen en/of straat-, wijk- en dorpsactiviteiten organiseren zoals bvb. een markt, een buurtbarbecue, sport- en spelactiviteiten, kermis,….

        §2 Een meerderheid van de leden van het bestuur zijn gedomicilieerd in de straat, de wijk of het dorp. De maatschappelijke zetel of het secretariaat (indien feitelijke vereniging) is gevestigd in de straat, de wijk of het dorp. 

        §3 De vereniging richt zich op een entiteit van één of meerdere aaneengesloten straten met minstens 75 inwoners. 

        Hoofdstuk 3: Wijze van aanvragen en gevolgen

        Artikel 17: Aanvraagprocedure

        §1 De werkwijze om een aanvraag in te dienen is beschreven op de website van stad Ieper.

        §2 De aanvraag wordt beoordeeld door de stadsdiensten op ontvankelijkheid, volledigheid en inhoud. Indien nodig kan bijkomende informatie opgevraagd worden. Zo nodig wordt advies gevraagd aan de stedelijke adviesraden. Vervolgens wordt de aanvraag voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen dat de vereniging al dan niet erkent.

        Artikel 18: Duur van de erkenning

        §1 Een erkenning wordt minstens elke zes jaar herzien. De stadsdiensten nodigen de betrokken verenigingen uit om opnieuw een erkenning aan te vragen. 

        §2 Stad Ieper kan een erkenning herzien wanneer een vereniging een subsidieaanvraag indient. 

        §3 Wanneer de organisatie haar naam, doel of rechtspersoonlijkheid wijzigt, dient een nieuwe erkenning te worden aangevraagd.

        §4 De stadsdiensten kunnen een erkende vereniging vragen via de nodige documenten aan te tonen dat nog steeds voldaan wordt aan de erkenningsvoorwaarden en dat de verklaringen in het aanvraagformulier kloppen met de werkelijkheid. Dit kan gebeuren op vraag van het college of een betrokken adviesraad. Wanneer uit onderzoek blijkt dat een vereniging niet voldoet, kan de erkenning ingetrokken worden en kunnen de reeds ontvangen voordelen teruggevorderd worden.

        Artikel 19: Gevolg van de erkenning

        De erkenning geeft de verenigingen toegang tot volgende voordelen:

        1. De vereniging wordt vermeld op de stedelijke website.  

        2. De vereniging kan gebruikmaken van de materialen uit de stedelijke uitleendienst, volgens de voorwaarden van het geldende reglement.

        3. De vereniging geniet een voorrangsregeling en verlaagd tarief voor de huur van stedelijke infrastructuur in overeenstemming met het geldende reglement.

        4. De vereniging met een thematische erkenning kunnen een aanvraag indienen voor specifieke voordelen zoals subsidies in overeenstemming met de geldende reglementen.

        5. De vereniging kan onder bepaalde voorwaarden fiscale attesten kinderopvang uitreiken voor activiteiten voor kinderen tot 14 jaar (of onder de 21 jaar indien het een kind met beperking betreft). 

        Hoofdstuk 4: Slotbepalingen

        Artikel 20: Uitzonderingen op het reglement

        Het college van burgemeester en schepenen kan, in uitzonderlijke en gemotiveerde gevallen, afwijken van de bepalingen van dit reglement. Een dergelijke afwijking kan slechts worden toegestaan na voorafgaand advies van de bevoegde stadsdiensten en indien van toepassing de betrokken adviesraad. De beslissing tot afwijking wordt gemotiveerd.

        Artikel 21: Inwerkingtreding en overgangsmaatregel

        §1 Dit reglement treedt na goedkeuring onmiddellijk in werking. Het erkenningsreglement Ieperse vereniging, goedgekeurd door de gemeenteraad op 4/10/2021, wordt opgeheven. 

        §2 Verenigingen die reeds erkend zijn behouden hun erkenning tot het college een nieuwe beslissing neemt over de erkenning van de betrokken vereniging. 

        Artikel 22: Bekendmaking

        Het reglement wordt door de Burgemeester bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad Ieper, met vermelding van zowel de datum waarop het reglement werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.

      • Toelagereglement cultuurprojecten - goedkeuring

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        Feiten, context en argumentatie

        Het afgelopen jaar werd een intensief traject gelopen met de cultuurraad om de toelagereglementen grondig te hervormen. Het bestaande toelagereglement aan culturele verenigingen, goedgekeurd door de gemeenteraad op 01/12/2025, omvat zowel de werkingssubsidie (basissubsidie + variabele subsidie) als de projectsubsidie. Er wordt voorgesteld om dit op te splitsen in twee aparte reglementen.

        Het reglement dat nu ter goedkeuring voorligt betreft het toelagereglement cultuurprojecten. Het is een grondige herwerking van het bestaande reglement. Het nieuwe reglement ambieert een verbetering op volgende punten: 

        • Ruimere doelgroep: Stad Ieper wil initiatief, innovatie en creativiteit op vlak van cultuur stimuleren. Burgers verenigen zich tegenwoordig minder in verenigingen om projecten te organiseren. Op basis van het bestaande reglement kunnen enkel erkende cultuurverenigingen een aanvraag indienen. Met het nieuwe reglement komen ook waardevolle initiatieven van individuele kunstenaars en gelegenheidsprojecten in aanmerking. 
        • Minder ruimte voor interpretatie: 
          • duidelijkere omschrijving van wat in aanmerking komt en wat niet.
          • Scherper omlijnde criteria voor het toekennen van subsidiebedragen. 
        • Het aantal indienmomenten wordt beperkt tot 2 per jaar. Dat is eenvoudiger op vlak van promotie, budgetbeheer en administratie. 

        Gezien de fundamentele wijzigingen is het aangewezen om het nieuwe reglement na één jaar te evalueren in samenwerking met de raad van bestuur van de stedelijke cultuurraad.

        Financiële gevolgen

        De hervorming van de toelages aan erkende cultuurverenigingen en cultuurprojecten is geen besparing. De budgetten in het meerjarenplan blijven gelijk. Het budget voor de toelage aan cultuurprojecten zal echter mogelijks meer bevraagd worden omdat de doelgroep niet langer beperkt wordt tot erkende cultuurverenigingen. Het budget voor de werkingssubsidie aan erkende cultuurverenigingen zal daarentegen mogelijks minder bevraagd worden door de gewijzigde erkenningsvoorwaarden en subsidievoorwaarden. Overschot in het budget van de werkingssubsidie zal toegevoegd worden aan het budget voor cultuurprojecten. 

        Adviezen

        De raad van bestuur van de stedelijke cultuurraad werkte intensief mee aan de hervorming van de nieuwe reglementen. Op 09 juni 2026 gaf de raad van bestuur positief advies over het toelagereglement cultuurprojecten dat nu ter goedkeuring aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Alleen over wedstrijden en (buitenlandse) reizen bleef de raad van bestuur verdeeld, waarna het college een voorstel formuleerde. 

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 17 ja stemmen en 4 onthoudingen (de raadsleden Six, Himpe, Dehollander en Kinoo) tegen 11 neen stemmen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, V. Despeghel, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demeyere en Louwyck):

        Hoofdstuk 1 - Doelstelling

        Artikel 1 – Doelstelling

        Binnen de perken van de kredieten voorzien in het meerjarenplan verleent stad Ieper subsidies aan cultuurprojecten ter stimulering van vernieuwende, kwalitatieve of grootschalige culturele initiatieven.

        Het reglement heeft tot doel individuele kunstenaars en verenigingen aan te moedigen om culturele activiteiten uit te werken die een breed publiek bereiken en bijdragen aan de culturele dynamiek binnen de stad Ieper.

        Meerdaagse representaties van erkende cultuurverenigingen in binnen- of buitenland kunnen via ditzelfde reglement ook steun van stad Ieper krijgen. 

        TITEL 1 - PROJECTSUBSIDIE

        Hoofdstuk 2 – Voorwaarden voor projectsubsidie

        Artikel 2 – Voorwaarden aanvrager

        §1. Volgende aanvragers komen in aanmerking voor een projectsubsidie:

        • Ieperse cultuurverenigingen die erkend zijn op basis van het erkenningsreglement verenigingen dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 29 juni 2026;
        • Ieperse kunstenaars die gedomicilieerd zijn in Ieper of er aantoonbaar een artistieke werking hebben;
        • Gelegenheidsprojecten met een sterke culturele inslag. De aanvrager is een vereniging die geregistreerd is in het Vlaams verenigingsregister. Individuen moeten minstens met één geregistreerde vereniging samenwerken.

        §2. Per aanvrager is slechts één goedgekeurde subsidieaanvraag op basis van het toelagereglement cultuurprojecten mogelijk per indienperiode zoals beschreven in de artikels 8 en 19 §2. 

        Verschillende erkende cultuurverenigingen die samen één werkingssubsidie krijgen worden beschouwd als dezelfde aanvrager. Groeperingen of afdelingen van eenzelfde erkende cultuurvereniging die afzonderlijk een werkingssubsidie krijgen worden beschouwd als verschillende aanvragers. Dat betekent dat artikel 8 (aparte vereniging) van het reglement werkingssubsidie cultuurverenigingen, goedgekeurd door de gemeenteraad op 29 juni 2026, ook op de aanvragen voor projectsubsidie van toepassing is.

        Artikel 3 – Voorwaarden project

        Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet het project voldoen aan alle volgende voorwaarden:

        1. Het project vindt plaats op het grondgebied van de stad Ieper.

        2. Het project is cultureel van aard: met een artistiek, cultureel, erfgoed-, participatief of creatief karakter.

        3. Het project is publiek toegankelijk. Een publiek toegankelijk project is een project waarop iedereen welkom is. Of een project al dan niet publiek toegankelijk is, blijkt duidelijk uit het gebruik van promotiekanalen die een grote groep van inwoners bereiken zoals onder meer:

        • publieke communicatie via affiches, flyers, pers, nieuwsbrieven of digitale kanalen;
        • publicatie op een publiek toegankelijke website of sociale media;
        • opname in publieke activiteitenkalenders, vb. via de UiTdatabank.

        Projecten die uitsluitend toegankelijk zijn voor leden of op persoonlijke uitnodiging plaatsvinden, worden niet beschouwd als publiek toegankelijke projecten.

        4. Het project behoort niet tot de reguliere werking van de aanvrager. Het project kan een samenhangend geheel vormen van verschillende acties of activiteiten die een vooraf geformuleerd resultaat beogen.

        5. Het project is begrensd in tijd en financiële investering.

        6. Het project heeft een realistische timing en is praktisch uitvoerbaar.

        7. Het project mag geen winstoogmerk hebben en mag geen commerciële doeleinden nastreven:

        • Naast personele inzet en materiële ondersteuning wordt er eigen financiële inbreng verwacht van de initiatiefnemer.
        • Wanneer het project volgens de begroting een potentiële winst van meer dan 20% ten opzichte van de geraamde uitgaven kan genereren, wordt het van dit reglement uitgesloten.
        • Het toegekende subsidiebedrag bedraagt maximaal 80% van de totale kosten.

        Artikel 4 – Niet-subsidiabele kosten
        Volgende kosten komen niet in aanmerking voor projectsubsidie:

        • Kosten voor deelname aan wedstrijden;
        • Kosten voor binnen- of buitenlandse reizen;
        • Forfaitaire onkostenvergoedingen (vergoedingen tegen vaste bedragen die niet bewezen worden) worden enkel toegelaten als hiervoor een wettelijke regeling bestaat: vrijwilligersvergoeding, amateurkunstenvergoeding en de forfaitaire kilometervergoeding. Onkostenvergoedingen bedragen maximaal 40% van de totale projectkost.
        • Kosten gebonden aan de reguliere werking van de organisatie;
        • Geschenken en prijzen voor prijzentafels;
        • Kosten verbonden aan de bouw van infrastructuur;
        • Publicaties die in aanmerking komen voor het publicatiefonds van stad Ieper;
        • Kosten gebonden aan catering komen enkel in aanmerking voor het publiekstoegankelijke gedeelte van het project (vb. openingsreceptie). De kosten voor catering bedragen maximaal 10% van de totale projectkost.
        • Kosten gemaakt buiten de looptijd van het project.

        Artikel 5 - Cumuleerbaarheid met andere subsidies

        §1. De subsidie voor cultuurprojecten is cumuleerbaar met subsidies van andere overheden of organisaties, inclusief CO7.

        §2. Het project mag niet rechtstreeks of onrechtstreeks betaald of financieel gesteund worden door stad of OCMW Ieper en hun (verzelfstandigde) entiteiten. Dit omvat onder andere stedelijke adviesraden, kerkfabrieken, etc.

        §3. Alle aangevraagde of verwachte subsidies worden vermeld onder de inkomsten in de begroting van het project.

        Hoofdstuk 3 – Berekening van de projectsubsidie

        Artikel 6 – bepalen van het basisbedrag

        Projecten worden beoordeeld op 5 kenmerken: vernieuwend, transversaal, externe professionele vorming, nieuwe doelgroepen en grootschaligheid. Per kenmerk waaraan het project voldoet wordt 250 euro toegekend. Een project kan dus maximaal een basisbedrag van 1250 euro krijgen.

        §1. Vernieuwende projecten
        Het project is vernieuwend voor de aanvrager en/of de stad. Dit kan op verschillende manieren tot uiting komen: thema, output, methodiek, etc. Projecten gebaseerd op een bestaand of zich herhalend concept in de voorbije 3 jaar zijn niet vernieuwend.

        §2. Transversale projecten
        Het project zet in op verschillende kunstvormen (beeldende kunst, beeldexpressie, instrumentale muziek, koren, toneel en dans) en/of slaat een brug naar andere sectoren zoals jeugd, natuur, geschiedenis, toerisme, welzijn, onderwijs. Er is een actieve samenwerking met andere organisaties, verenigingen, kunstenaars of culturele actoren zonder uitkoopsom.

        §3. Externe professionele vorming
        Tijdens het opbouw- of creatieproces wordt beroep gedaan op externe professionele begeleiding, coaching of vorming.

        §4. Nieuwe doelgroepen
        Het project zet in op toegankelijkheid en de aanvrager richt zich op doelgroepen die moeilijker bereikt worden in de reguliere werking of doelgroepen die nog niet betrokken zijn geweest in de dagdagelijkse werking van de aanvrager. De aanvrager is concreet over de drempelverlagende maatregelen en de communicatie op maat die voorzien worden voor de beoogde doelgroepen.

        §5. Grootschalige projecten
        Het publieksgebeuren van het project is gespreid over minstens 3 locaties op het grondgebied van Ieper en/of is een meerdaagse uitvoering.

        Artikel 7 – Bijsturing volgens financieel risico

        Het basisbedrag dat werd berekend overeenkomstig artikel 6, wordt bijgestuurd volgens het financieel risico van het project. Het financieel risico wordt beoordeeld op basis van het saldo in de ingediende begroting, vermeerderd met het basisbedrag (financieel risico = inkomsten – uitgaven + basisbedrag). De motivering van de begroting wordt mee in overweging genomen.

        1. Geen of laag financieel risico: Het bedrag is positief. De subsidie wordt beperkt tot maximum 20% potentiële winst.
        2. Gemiddeld financieel risico: Het bedrag is 0. Het basisbedrag blijft ongewijzigd.
        3. Hoog financieel risico: Het bedrag is negatief. Het basisbedrag wordt verhoogd tot het bedrag 0 is. De verhoging is maximaal een verdubbeling van het basisbedrag.

        Hoofdstuk 4 - Procedure projectsubsidie

        Artikel 8 – Aanvraag

        §1. De aanvraag gebeurt op basis van het hiervoor voorziene aanvraagformulier op de website van stad Ieper. De aanvraag bevat naast een inhoudelijke toelichting van het project ook een begroting (overzicht van de verwachte inkomsten en uitgaven). Bijlagen kunnen ook meegestuurd worden ter ondersteuning van de aanvraag. In de aanvraag worden alle elementen volledig en helder geformuleerd zodat de beoordelaars een goed beeld krijgen van de inhoud van het project.

        §2. De aanvraag wordt ingediend tegen:

        • 1 februari voor projecten die ten vroegste starten op 1 juni;
        • 1 september voor projecten die ten vroegste starten op 1 december.

        §3. Onvolledig ingevulde of laattijdig ingediende formulieren worden niet in aanmerking genomen.

        Artikel 9 – Beoordeling

        §1. De aanvraag wordt beoordeeld door de stadsdiensten op ontvankelijkheid, volledigheid en inhoud.

        §2. Vervolgens wordt advies gevraagd aan de raad van bestuur van de stedelijke cultuurraad over de toekenning van de projectsubsidie en het bedrag.

        §3. Het college van burgemeester en schepenen beslist uiterlijk tegen ten laatste 1 maand vóór de start van het project over aanvaarding van het project en de concrete projectsubsidie. Dit besluit kan bijkomende voorwaarden bevatten. 

        §4. De aanvrager wordt persoonlijk op de hoogte gebracht van deze beslissing. De beslissing is onherroepelijk. Tegen de beslissing kan geen beroep aangetekend worden.

        Artikel 10 – Uitbetaling

        De uitbetaling van de subsidie gebeurt in twee schijven:

        • De eerste schijf van 70 % van het toegekende subsidiebedrag wordt uitbetaald na de toekenning van de subsidie;
        • De tweede schijf van 30 % van het toegekende subsidiebedrag wordt uitbetaald na goedkeuring van het evaluatiedossier.

        Artikel 11 – Uitvoering

        Indien het cultureel project niet kan doorgaan, of sinds de subsidieaanvraag grondig werd gewijzigd, brengt de aanvrager stad Ieper onmiddellijk op de hoogte met een schriftelijke motivatie. Het college van burgemeester en schepen kan beslissen om de subsidie volledig of gedeeltelijk te wijzigen, in te houden of terug te vorderen.

        Artikel 12 – Afronding

        §1. Binnen de vier maanden na de realisatie van het project dient de aanvrager een evaluatiedossier in. Hij gebruikt hiervoor het voorziene formulier op de website van stad Ieper. Dit dossier bevat:

        • een inhoudelijk verslag;
        • beeldmateriaal (foto’s en/of video’s) dat een duidelijk en representatief beeld geeft van de uitvoering en resultaten van het project;
        • een afrekening waarin alle kosten verantwoord worden met facturen en betaalbewijzen.

        §2. Het evaluatiedossier wordt beoordeeld door de dienst cultuurbeleid op volledigheid en inhoud.

        §3. Vervolgens wordt advies gevraagd aan de raad van bestuur van de stedelijke cultuurraad over:

        • de uitvoering van het project conform de aanvraag;
        • de verhouding tussen de begroting en de afrekening.

        §4. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de uitbetaling van het saldobedrag van de subsidie.

        Hoofdstuk 5 - Verbintenissen van de aanvrager projectsubsidie

        Artikel 13 – vermelding stad Ieper

        De aanvrager vermeldt in alle gedrukte en digitale communicatie, bij elke mededeling, verklaring of presentatie in het kader van het project uitdrukkelijk de steun van stad Ieper. Eventuele eindresultaten van het project vermelden eveneens uitdrukkelijk de steun van stad Ieper. Dit kan door gebruikt te maken van het logo “met de steun van stad Ieper” en het gebruik van promotiemiddelen (o.a. banner, vlag) tijdens publieke momenten.

        Artikel 14 – uitnodiging publieksmoment

        De aanvrager bezorgt in kader van de uitvoering van het project volgende zaken (indien van toepassing) aan stad Ieper:

        • Een uitnodiging voor publieksmomenten;
        • Het eventuele eindresultaat van het project (catalogus, folder, publicatie, etc.).

        TITEL 2 - SUBSIDIE VOOR MEERDAAGSE REPRESENTATIE VAN ERKENDE CULTUURVERENIGINGEN

        Hoofdstuk 6 - Voorwaarden en bedrag subsidie voor representatie

        Artikel 15 – Voorwaarden aanvrager

        §1. De aanvrager is een Ieperse cultuurvereniging die erkend is op basis van het erkenningsreglement verenigingen dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 29 juni 2026.

        §2. Per aanvrager is slechts één goedgekeurde subsidieaanvraag op basis van het toelagereglement cultuurprojecten mogelijk per indienperiode zoals beschreven in de artikels 8 en 19 §2. 

        Verschillende erkende cultuurverenigingen die samen één werkingssubsidie krijgen worden beschouwd als dezelfde aanvrager. Groeperingen of afdelingen van eenzelfde erkende cultuurvereniging die afzonderlijk een werkingssubsidie krijgen worden beschouwd als verschillende aanvragers. Dat betekent dat artikel 8 (aparte vereniging) van het reglement werkingssubsidie cultuurverenigingen, goedgekeurd door de gemeenteraad op 29 juni 2026, ook op de aanvragen voor subsidie voor representatie van toepassing is.

        Artikel 16 – Voorwaarden representatie

        §1. Om in aanmerking te komen voor een subsidie gelden volgend voorwaarden voor representaties:

        1. De representatie duurt meerdere dagen in binnen- of buitenland;

        2. De representatie heeft een officieel karakter: de vereniging wordt ontvangen door een vertegenwoordiging van een (lokale) overheid, de bevriende vereniging of de organisatie van de wedstrijd waaraan deelgenomen wordt;

        3. Het overgrote deel van de leden is uitgenodigd om deel te nemen;

        4. De vereniging presenteert zichzelf aan de hand van een live culturele voorstelling (vb. tentoonstelling, concert, toneelvoorstelling, etc.). 

        Artikel 17 – Niet-subsidiabel

        Volgende activiteiten worden niet aanvaard voor de subsidie voor representatie:

        • activiteiten die rechtstreeks of onrechtstreeks betaald of financieel gesteund worden door stad of OCMW Ieper en hun (verzelfstandigde) entiteiten. Dit omvat onder andere stedelijke adviesraden (m.u.v. de cultuurraad), kerkfabrieken, etc. Cumulatie met een projectsubsidie van CO7 is wel mogelijk;
        • activiteiten waarvoor een uitkoopsom werd ontvangen;
        • activiteiten zonder aantoonbare socio-culturele of culturele inhoudelijke meerwaarde;
        • activiteiten zonder live culturele voorstelling van de verenigingen, zoals uitstappen, excursies, studiereizen,...;
        • louter deelname aan of bijwonen van een door derden georganiseerde activiteit. 

        Artikel 18: Bedrag subsidie voor representatie

        Het subsidiebedrag is een forfaitair bedrag: 

        • Binnenlandse representatie: 250 euro
        • Buitenlandse representatie: 500 euro

        Hoofdstuk 7 - Procedure subsidie voor representatie

        Artikel 19 – Aanvraag

        §1. De aanvraag gebeurt op basis van het hiervoor voorziene aanvraagformulier op de website van stad Ieper. De aanvraag bevat een inhoudelijke toelichting van de representatie (vb. programma). Bijlagen kunnen ook meegestuurd worden ter ondersteuning van de aanvraag. In de aanvraag worden alle elementen volledig en helder geformuleerd zodat de beoordelaars een goed beeld krijgen van de inhoud van de representatie.

        §2. De aanvraag wordt ingediend tegen:

        • 1 februari voor representaties die ten vroegste starten op 1 april;
        • 1 september voor representaties die ten vroegste starten op 1 november.

        §3. Onvolledig ingevulde of laattijdig ingediende formulieren worden niet in aanmerking genomen.

        Artikel 20 – Beoordeling

        §1. De aanvraag wordt beoordeeld door de stadsdiensten op ontvankelijkheid, volledigheid en inhoud.

        §2. Vervolgens wordt advies gevraagd aan de raad van bestuur van de stedelijke cultuurraad over de toekenning van de subsidie en het bedrag.

        §3. Het college van burgemeester en schepenen beslist uiterlijk tegen ten laatste twee weken vóór de start van de representatie over aanvaarding en de concrete subsidie. Dit besluit kan bijkomende voorwaarden bevatten. 

        §4. De aanvrager wordt persoonlijk op de hoogte gebracht van deze beslissing. De beslissing is onherroepelijk. Tegen de beslissing kan geen beroep aangetekend worden.

        Artikel 21 – Uitbetaling

        De uitbetaling van de subsidie gebeurt in één keer, na goedkeuring. 

        Artikel 22 – Uitvoering

        Indien de representatie niet kan doorgaan, of sinds de subsidieaanvraag grondig werd gewijzigd, brengt de aanvrager stad Ieper onmiddellijk op de hoogte met een schriftelijke motivatie. Het college van burgemeester en schepen kan beslissen om de subsidie volledig of gedeeltelijk te wijzigen, in te houden of terug te vorderen.

        Artikel 23 – Afronding

        De aanvrager hoeft geen evaluatiedossier op te maken. De aanvrager houdt wel minstens drie jaar bewijsstukken en verantwoordingsdocumenten bij voor controle overeenkomstig artikel 25. Dit omvat ondermeer beeldmateriaal (foto’s en/of video’s) dat een duidelijk en representatief beeld geeft van de uitvoering en resultaten van de representatie. 

        TITEL 3 - SLOTBEPALINGEN

        Hoofdstuk 8 - Slotbepalingen

        Artikel 24 – Budgettaire beperking

        De toekenning van subsidies gebeurt binnen de grenzen van het jaarlijks beschikbare budget zoals voorzien in het meerjarenplan van stad Ieper. Indien het beschikbare budget ontoereikend is, kan het college van burgemeester en schepenen beslissen om onder andere:

        • de subsidiebedragen van alle aanvragers proportioneel te verminderen; en/of
        • eerder goedgekeurde subsidies op basis van dit reglement van dezelfde aanvrager in rekening te brengen.

        Artikel 25 – Controle en sancties

        De stad Ieper kan alle bewijsstukken en verantwoordingsdocumenten opvragen die noodzakelijk zijn voor de controle van de subsidieaanvraag en de uitvoering ervan. Stad Ieper kan eveneens een plaatsbezoek uitvoeren.

        Bij niet-naleving van dit reglement, misbruik of onjuiste verklaringen kan het college van burgemeester en schepenen:

        1. de subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren;
        2. reeds uitbetaalde bedragen terugvorderen;
        3. de aanvrager tijdelijk uitsluiten van toekomstige subsidiereglementen.

        Artikel 26 – Inwerkingtreding

        Dit reglement treedt in werking daags na goedkeuring door de gemeenteraad. Alle bepalingen met betrekking tot de projectsubsidie (waaronder artikel 5) in het toelagereglement aan culturele verenigingen, goedgekeurd door de gemeenteraad op 02/12/2019, worden tegelijk opgeheven.

        Artikel 27 - Bekendmaking

        Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.

      • Toelagereglement werkingssubsidie cultuurverenigingen

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        Feiten, context en argumentatie

        Het afgelopen jaar werd een intensief traject gelopen met de cultuurraad om de toelagereglementen grondig te hervormen. Het bestaande toelagereglement aan culturele verenigingen, goedgekeurd door de gemeenteraad op 01/12/2025, omvat zowel de werkingssubsidie (basissubsidie + variabele subsidie) als de projectsubsidie. Er wordt voorgesteld om dit op te splitsen in twee aparte reglementen.

        Het reglement dat nu ter goedkeuring voorligt betreft het toelagereglement voor de werkingssubsidie aan erkende cultuurverenigingen. Het is een grondige herwerking van het bestaande reglement dat historisch is gegroeid en sinds lang niet meer werd geactualiseerd. De bestaande werkwijze voor de verdeling van werkingssubsidies heeft goed gewerkt, mede dankzij de nauwgezette controle van de leden van de raad van bestuur van de stedelijke cultuurraad en de collegiale toetsing in de werkgroepen van de cultuurraad. De raad van bestuur van de cultuurraad geeft echter aan dat de huidige werkwijze bijzonder tijdrovend is en tot nodeloze discussie leidt. Temeer omdat het subsidiebedrag dat uiteindelijk aan een vereniging wordt toegekend al bij al zeer vergelijkbaar is over de jaren heen. De dienst cultuurbeleid onderschrijft deze vaststelling volmondig. 

        Het nieuwe reglement ambieert een verbetering op volgende punten: 

        • Minimumvoorwaarden m.b.t. aantal leden en aantal activiteiten, zodat de subsidie gaat naar verenigingen die echt actief zijn en voldoende Ieperlingen bereiken. 

        • Minder ruimte voor interpretatie en discussie: 

          • duidelijkere omschrijving van wat in aanmerking komt en wat niet.
          • niet langer een variabele gedeelte op basis van punten. 
        • Administratieve vereenvoudiging, minder complex: zowel voor de vereniging die aanvraagt, als voor de stadsdienst die verwerkt, als voor de raad van bestuur van de cultuurraad die beoordeelt. 

        • Eenvoudiger te controleren. 

        Een simulatie leert dat de werkingssubsidie op basis van dit nieuwe reglement voor de meeste verenigingen vergelijkbaar kan zijn met het bedrag dat ze op basis van het bestaande reglement gemiddeld kregen voor de afgelopen 3 werkjaren ('23-'25). Een belangrijke voorwaarde daarvoor is dat de basisbedragen (cfr. art 9) voldoende hoog moeten zijn. Overeenkomstig artikel 9 §2 wordt het de taak van het college om deze bedragen te bepalen en indien nodig bij te sturen, in nauw overleg met de raad van bestuur van de cultuurraad. 

        Er zijn echter enkele erkende cultuurverenigingen die in de toekomst minder of geen werkingssubsidie gaan krijgen:

        • verenigingen die te weinig actief zijn: hetzij omdat ze niet aan het vereiste aantal leden of activiteiten komen voor basissubsidie (art. 9) of voor verhoging (art. 10).
        • verenigingen die heel actief zijn: dit zijn verenigingen die op basis van het bestaande reglement heel veel punten verzamelden. Daar moet echter een belangrijke nuance bij gemaakt worden. Vroeger (tot 5 jaar geleden) werd het variabele gedeelte afgetopt op 120 punten. Dit was een informele afspraak binnen de raad van bestuur van de cultuurraad om overmatige subsidies te vermijden. Omdat dit niet in het subsidiereglement ingeschreven was, is deze werkwijze de afgelopen jaren verloren gegaan. Mocht deze werkwijze voortgezet geweest zijn in de afgelopen jaren, dan zouden de betrokken verenigingen er met de nieuwe subsidieregeling niet sterk op achteruit gaan. 

        Gezien de fundamentele wijzigingen is het aangewezen om het nieuwe reglement na één jaar te evalueren in samenwerking met de raad van bestuur van de stedelijke cultuurraad.

        Financiële gevolgen

        De hervorming van de toelages aan erkende cultuurverenigingen en cultuurprojecten is geen besparing. De budgetten in het meerjarenplan blijven gelijk.

        Het budget voor de werkingssubsidie aan erkende cultuurverenigingen zal echter mogelijks minder bevraagd worden door de gewijzigde erkenningsvoorwaarden en subsidievoorwaarden.

        • Door het nieuwe erkenningsreglement verdwijnt de werkgroep culturele vrijetijdsbesteding, waar onder andere vriendenkringen van diverse organisaties deel van uitmaken. De meeste van deze verenigingen krijgen daardoor een basiserkenning in plaats van een erkenning als cultuurvereniging, waardoor ze geen aanspraak meer maken op subsidies. 
        • Doordat er niet meer met punten gewerkt wordt kan er jaarlijks een overschot zijn in de werkingssubsidies. De waarde van één punt werd vroeger namelijk berekend op de overschot na toekenning van de basisbedragen. 

        Het budget voor de toelage aan cultuurprojecten zal echter mogelijks meer bevraagd worden omdat de doelgroep niet langer beperkt wordt tot erkende cultuurverenigingen. Overschot in het budget van de werkingssubsidie zal toegevoegd worden aan het budget voor cultuurprojecten. 


        Adviezen

        De raad van bestuur van de stedelijke cultuurraad werkte intensief mee aan de hervorming van de nieuwe reglementen. Op 09 juni 2026 gaf de raad van bestuur positief advies over het toelagereglement cultuurprojecten dat nu ter goedkeuring aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. 

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad volgend reglement goed te keuren met 18 ja stemmen en 3 onthoudingen (de raadsleden Six, Dehollander en Kinoo) tegen 11 neen stemmen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, V. Despeghel, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demeyere en Louwyck):

         

        Toelagereglement werkingssubsidie cultuurverenigingen

        Hoofdstuk 1 – Doelstelling

        Artikel 1 – Doelstelling

        De stad Ieper verleent een werkingssubsidie aan actieve erkende cultuurverenigingen ter ondersteuning van hun reguliere werking. Zo kunnen deze verenigingen een duurzaam socio-cultureel aanbod ontwikkelen voor hun leden en de bredere samenleving.

        Hoofdstuk 2 - definities

        Artikel 2 – zelf georganiseerde activiteit

        §1. Een zelf georganiseerde activiteit is een activiteit op eigen initiatief die met eigen leden volledig zelf wordt voorbereid, uitgewerkt en voorgesteld, met eigen promotie en eigen financiële verantwoordelijkheid.

        §2. Indien verschillende verenigingen samenwerken, geeft de hoofdorganisator de activiteit op als eigen activiteit tenzij elke vereniging gelijkwaardig het initiatief neemt, gelijkwaardig het initiatief organiseert en promoot en gelijkwaardig de financiële verantwoordelijkheid draagt. In dat geval geeft elke vereniging de activiteit op als eigen activiteit.

        Artikel 3 – Subsidiabele activiteiten

        Subsidiabele activiteiten zijn socio-culturele activiteiten op Iepers grondgebied die bijdragen aan culturele beleving, culturele participatie, gemeenschapsvorming, artistieke ontplooiing of culturele vorming van de deelnemers. Hieronder wordt begrepen:

        • zelf georganiseerde activiteiten met een duidelijke socio-culturele of culturele doelstelling, gericht op:
          • het samen beleven of genieten van een kunst- of cultuurvorm (incl. filmfestivals);
          • het tonen van eigen creaties: (foto)tentoonstellingen, concerten, stapoptredens en voorstellingen;
          • Repetities in voorbereiding van een voorstelling en meerdere opvoeringen van dezelfde productie tellen als aparte activiteiten.
        • de uitgave van een inhoudelijk sterk tijdschrift of een inhoudelijke publicatie (incl. kwartierstaten);
        • zelf georganiseerde cultuur-educatieve uitstappen, waarbij meerdaagse uitstappen als één activiteit worden beschouwd (deze kunnen bij uitzondering ook buiten Ieper doorgaan);
        • zelf georganiseerde vormingsmomenten of workshops met een externe lesgever, spreker of begeleider. Lessenreeksen (i.e. waarvoor in één keer ingeschreven moet worden) worden als één activiteit beschouwd;
        • Deelname aan een wedstrijd, al dan niet in Ieper, met minstens 5 leden.

        Artikel 4 – Niet-subsidiabele activiteiten

        Volgende activiteiten worden niet aanvaard als subsidiabele activiteiten:

        • activiteiten die rechtstreeks of onrechtstreeks betaald of financieel gesteund worden door stad of OCMW Ieper en hun (verzelfstandigde) entiteiten. Dit omvat onder andere stedelijke adviesraden (m.u.v. de cultuurraad), kerkfabrieken, etc. Activiteiten die reeds een subsidie voor cultuurprojecten kregen van stad Ieper komen eveneens niet in aanmerking. Cumulatie met een projectsubsidie van CO7 is wel mogelijk;
        • activiteiten waarvoor een uitkoopsom werd ontvangen;
        • activiteiten zonder aantoonbare socio-culturele of culturele inhoudelijke meerwaarde;
        • eetfestijnen, recepties en maaltijden;
        • louter deelname aan of bijwonen van een door derden georganiseerde activiteit;
        • bestuursvergaderingen of vergaderingen ter voorbereiding van een activiteit;
        • louter aankondigende ledenboekjes, nieuwsbrieven of publicaties zonder inhoudelijke culturele meerwaarde;
        • deelname met eigen werk aan een tentoonstelling of festival.

        Artikel 5 – Publiek toegankelijke activiteit

        Een publiek toegankelijke activiteit is een activiteit waarop iedereen welkom is, ook niet-leden. Of een activiteit al dan niet publiek toegankelijk is, blijkt duidelijk uit het gebruik van promotiekanalen die een grote groep van inwoners bereiken zoals onder meer:

        • publieke communicatie via affiches, flyers, pers, nieuwsbrieven of digitale kanalen;
        • publicatie op een publiek toegankelijke website of sociale media;
        • opname in publieke activiteitenkalenders, vb. via de UiTdatabank.

        Activiteiten die uitsluitend toegankelijk zijn voor leden of op persoonlijke uitnodiging plaatsvinden, worden niet beschouwd als publiek toegankelijke activiteiten.

        Artikel 6 – Actieve leden

        Onder actieve leden worden verstaan: personen die zichzelf als lid van de vereniging kenbaar maken door minstens één van de volgende elementen:

        • intekening op de berichtgeving van de vereniging;
        • betaling van lidgeld;
        • opname in de verzekering van de vereniging;

        én die actief participeerden aan activiteiten van de vereniging tijdens het voorbije werkingsjaar.

        Bezoekers van éénmalige activiteiten of evenementen en sponsors zijn geen actieve leden.

        Hoofdstuk 3 – Doelgroep

        Artikel 7 – Doelgroep

        §1. Komen in aanmerking voor een werkingssubsidie:

        • verenigingen die erkend zijn als cultuurvereniging op basis van het erkenningsreglement verenigingen dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 29 juni 2026 (erkenningsvoorwaarden); en
        • die voldoen aan de voorwaarden zoals bepaald in dit reglement ‘werkingssubsidie cultuurverenigingen’ (subsidievoorwaarden).

        §2. Verenigingen die voldoen aan de erkenningsvoorwaarden, maar niet voldoen aan de subsidievoorwaarden, behouden hun erkenning als cultuurvereniging, maar komen niet in aanmerking voor een werkingssubsidie.

        §3. Erkende cultuurverenigingen die een nominatieve subsidie of een vergelijkbaar voordeel in natura ontvangen van stad Ieper komen niet in aanmerking voor een werkingssubsidie. 

        Artikel 8 – Aparte vereniging

        §1. Verenigingen waarvan het overgrote deel van de subsidiabele activiteiten of van de bestuursleden overlappen met een andere vereniging met vergelijkbaar doel (indeling in eenzelfde werkgroep van de stedelijke cultuurraad), worden voor de toepassing van dit reglement beschouwd als één vereniging en kunnen slechts eenmaal worden betoelaagd.

        §2. Groeperingen of afdelingen binnen eenzelfde vereniging kunnen afzonderlijk als vereniging worden beschouwd en afzonderlijk worden betoelaagd indien zij cumulatief voldoen aan de volgende voorwaarden:

        • zij hanteren een afzonderlijke ledenlijst en een afzonderlijke activiteitenkalender met beperkte overlap met andere geledingen of verenigingen binnen dezelfde structuur;
        • zij beschikken over een afzonderlijke bestuursstructuur met beperkte overlap in bestuursleden;
        • zij voeren een afzonderlijke jaarbegroting en werking.

        §3. De procedure voor de toepassing van §1 of §2 gaat als volgt. De vereniging levert op eenvoudig verzoek van de stad Ieper de nodige bewijsstukken aan om de voorwaarden in §1 of §2 te onderzoeken. Vervolgens gaat de dienst cultuurbeleid en een delegatie van de raad van bestuur van de stedelijke cultuurraad in gesprek met de betrokken vereniging(en). De dienst cultuurbeleid bundelt alle bevindingen in een verslag, dat verder behandeld wordt overeenkomstig artikel 12.

        Hoofdstuk 4 – Berekening van de subsidie

        Artikel 9 – Basissubsidie

        §1. Om in aanmerking te komen voor een basissubsidie moet de vereniging minstens voldoen aan de volgende basisvoorwaarden:

        1. De vereniging telt minstens 10 actieve leden die in het voorbije werkingsjaar deelnamen aan de eigen activiteiten van de vereniging.
        2. De vereniging organiseerde in het voorbije werkingsjaar minstens 5 subsidiabele activiteiten, waarvan minstens 1 activiteit zelf georganiseerd én publiek toegankelijk was.

        §2. De hoogte van de basissubsidie wordt bepaald volgens de werkgroep waartoe de vereniging behoort. Hierbij worden volgende werkgroepen onderscheiden:

        • beeldende kunst;
        • beeldexpressie
        • cultuurspreiding;
        • geschiedenis
        • instrumentale muziek;
        • koren;
        • natuur;
        • socio-culturele verenigingen;
        • toneel en dans.

        De subsidiebedragen kunnen binnen één werkgroep variëren mits objectieve criteria en motivering. De concrete subsidiebedragen worden, na advies van de raad van bestuur van de stedelijke cultuurraad, vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen binnen de beschikbare begrotingskredieten.

        Artikel 10 – Verhoging

        §1. Indien de vereniging meerdere publiek toegankelijke subsidiabele activiteiten zélf organiseert, wordt de toegekende basissubsidie verhoogd als volgt:

        Totaal aantal activiteiten Verhoging
        1* 0%
        2 10%
        3 20%

        *Dit betreft de verplichte publiek toegankelijke activiteit om in aanmerking te komen voor de basissubsidie overeenkomstig de tweede voorwaarde in artikel 9 §1.

        §2. Volgende activiteiten tellen als één publiek toegankelijke activiteit:

        • Meerdere opvoeringen van dezelfde productie;
        • Wisseltentoonstellingen (i.e. periodiek de tentoongestelde creaties vervangen door nieuwe) op één locatie.

        Hoofdstuk 5 – Aanvraagprocedure

        Artikel 11 – Indiening van de aanvraag

        §1. De vereniging vraagt jaarlijks haar werkingssubsidie aan uiterlijk op 1 februari volgend op het kalenderjaar waarvoor de subsidie aangevraagd wordt. De werkwijze om een aanvraag in te dienen is beschreven op de website van stad Ieper. Onvolledig ingevulde of laattijdig ingediende formulieren worden niet in aanmerking genomen.

        §2. Het aanvraagdossier bevat minstens:

        • een overzicht van de subsidiabele activiteiten van het voorbije werkingsjaar, met aanduiding van de publiek toegankelijke activiteiten;
        • het aantal actieve leden;
        • alle documenten en gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag, inclusief de erkenningsvoorwaarden.

        Artikel 12 – Behandeling van de aanvraag

        §1. De dienst cultuurbeleid onderzoekt de volledigheid en ontvankelijkheid van het dossier, toetst elke vereniging aan de erkenningsvoorwaarden en maakt een eerste inhoudelijke beoordeling op basis van de subsidievoorwaarden.

        §2. De raad van bestuur van de stedelijke cultuurraad brengt advies uit over de subsidieaanvragen.

        §3. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de toekenning en het bedrag van de subsidie.

        §4. De beslissing wordt uiterlijk genomen op 30 juni van het jaar van aanvraag.

        Hoofdstuk 6 – Controle en sancties

        Artikel 13 – Controle

        Het college van burgemeester en schepenen kan te allen tijde controle laten uitvoeren op de regelmatigheid van de subsidieaanvraag, de besteding van de subsidies en de naleving van dit reglement, aan de hand van:

        • Gesprek(ken) met bestuur en leden;
        • Opvragen van en inzage in relevante documenten (o.a. ledenlijsten);
        • Plaatsbezoeken (o.a. aan activiteiten).

        De verenigingen die een subsidie ontvangen in het kader van dit reglement moeten deze gebruiken voor het doel waarvoor ze is toegekend en het gebruik ervan kunnen rechtvaardigen.

        Artikel 14 – Sancties

        Indien blijkt dat een vereniging onjuiste of valse informatie verstrekt heeft, de toegekende subsidie oneigenlijk besteedt of het reglement niet naleeft:

        • kan de toegekende subsidie geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd;
        • kan de vereniging tijdelijk of definitief worden uitgesloten van toekomstige subsidiëring;
        • kan het college van burgemeester en schepenen bijkomende maatregelen nemen overeenkomstig de toepasselijke reglementen.

        Hoofdstuk 7 – Slotbepalingen

        Artikel 15 – Budgettaire beperking

        De toekenning van subsidies gebeurt binnen de grenzen van de kredieten die jaarlijks voorzien zijn in het meerjarenplan van stad Ieper.
        Indien het totaal van de goedgekeurde subsidiebedragen de beschikbare kredieten overschrijdt, kan het college van burgemeester en schepenen de subsidies proportioneel verminderen.

        Artikel 16 – Inwerkingtreding

        Dit reglement treedt in werking daags na goedkeuring door de gemeenteraad. Alle bepalingen met betrekking tot de basissubsidie en de variabele subsidie (waaronder de artikels 3 en 4) in het toelagereglement aan culturele verenigingen, goedgekeurd door de gemeenteraad op 02/12/2019, worden tegelijk opgeheven. Indien de bepalingen omtrent de projectsubsidie (waaronder artikel 5) ook worden opgeheven, dan wordt het volledige toelagereglement aan culturele verenigingen opgeheven. 

        Artikel 17: Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.

    • Openbaar domein en gebouwen

      • Herinrichting van de N308 Poperingseweg, aanleg fietspaden en doortocht Vlamertinge - opsplitsen project met afzonderlijke uitvoering van zijstraten, deel zonder AWV

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

        De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

        De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 36, en meer bepaald  artikels 2, 36° en 48 die een gezamenlijke realisatie van de opdracht in naam en voor rekening van meerdere aanbesteders toelaat.

        Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

        Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.

        Feiten, context en argumentatie

        In het riolering- en wegenisproject doortocht Vlamertinge legde de VMM bij de goedkeuring van onze subsidie-aanvraag enkele voorwaarden op. Het betreft de sanering van zones in aanpalende zijstraten en wijken die op vandaag nog rechtstreeks in de beken lozen. Deze zones zijn ten laste van de stad.  In totaal gaat het over 475 inwonersequivalenten  gelegen in de Streuvelswijk, Nieuwe Landing, Landingstraat, Vlamertingestraat, Bellestraat, Lissewallestraat, Grote Branderstraat, zijstraat Poperingseweg 495-517 en Montmorrencystraat. Deze zones maken deel uit van de aan te pakken buitengebieden waar reductiedoelen zijn opgelegd. Aan de goedkeuring van een subsidie hangt ook een termijn. Gezien we geen duidelijke info hebben van AWV omtrent de uitvoering van het riolering- en wegenisproject wordt voorgesteld de zones zonder AWV in een afzonderlijke aanbesteding uit te voeren. De eerder genoemde zijstraten, met uitzondering van de Montmorrencystraat en de Grote Branderstraat dienen slechts plaatselijk te worden opgebroken om aansluiting op een reeds bestaande riolering mogelijk te maken. De impact voor de bewoners is kleiner dan bij de hoofdweg N308 Poperingseweg. De Montmorrencystraat is ten laste van de stad en Aquafin samen. Ook deze straat wordt voorgesteld mee te nemen in deze voorafgaande fase. De bewoners van deze zijstraat kunnen tijdens de werken nog van de volledige N308 gebruik maken. Indien we dit combineren met de N308 zal dit de bereikbaarheid wat moeilijker maken. Het voornemen van de Grote Branderstraat tussen de Noorderring en de N308 vergemakkelijkt de bereikbaarheid tijdens de werken aan de N308 gezien er verbinding tussen beide straten nagenoeg de ganse tijd mogelijk blijft.

        Er werd door het ontwerpbureau een nieuwe raming gemaakt voor dit deel. Het is geen evidentie om een realistische raming op te maken. Enerzijds hebben de aannemers weinig werk waardoor inschrijvingsbedragen scherp zijn, anderzijds is er een aanhoudende energiecrisis die de prijzen omhoogduwt.

        De nieuwe raming bedraagt € 2.501.767,90 excl btw waarvan € 1.248.301,06 ten laste van Ieper, € 897.280,05 door VMM gesubsidieerd wordt en € 356.186,79 ten laste van Aquafin (wegenis Montmorrencystraat 50% tlv stad, 50% tlv Aquafin).

        Het ontwerpbureau dient nog de laatste hand te leggen aan het uitvoeringsplan, de meetstaat, het bestek. Daarnaast dient nog het technisch verslag te worden bijgestuurd.

        Er wordt voorgesteld het studiebureau de opdracht te geven om het aanbestedingsdossier van het deel zonder AWV volledig op te maken zodat dit ter goedkeuring kan worden voorgelegd aan VMM. Vervolgens wordt het bestek ter goedkeuring voorgelegd aan de Gemeenteraad (vermoedelijk in oktober) om aansluitend te publiceren. De nutsmaatschappijen worden gecontacteerd om de nodige werken uit te voeren. In het voorjaar 2027 wordt geschat de aannemer te gunnen. Uitvoeringstermijn wordt ingeschat op ong. 8 maanden, van zomer 2027 tem voorjaar 2028.

        Financiële gevolgen
        Jaar Budgetartikel Budget Reeds vastgelegd Oud beschikbaar Voorgesteld Nieuw beschikbaar Datum consultatie
        2027 ACS077/0310/227007  €2.156.537,37  €0  €2.156.537,37  €1.248.301,06  €908.236,31 28/05/2026

        Een deel van het budget voor dit rioleringsproject naar voor schuiven (van 2028 naar 2027) in MJPA.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met algemeenheid van stemmen:

        Artikel 1: akkoord te gaan het riolerings- en wegenisproject doortocht Vlamertinge op te splitsen volgens de verschillende beheerders.

        Artikel 2: akkoord te gaan om het studiebureau het aanbestedingsdossier te laten opmaken, specifiek het deel zonder lasten voor AWV.

        Artikel 3: het aanbestedingsdossier in te dienen bij VMM.

        Artikel 4: de nutsmaatschappijen opdracht te geven hun werken uit te voeren in dit betrokken deel.

        Artikel 5: de handelaars en inwoners van Vlamertinge hierover in te lichten.

    • Kerkfabrieken

      • Kerkfabrieken: jaarrekeningen 2025

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten en gewijzigd op 6 juli 2012; in het bijzonder artikel 54 en 55

        De omzendbrief BB 2007/01 van 12 januari 2007 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering, betreffende de boekhouding van de besturen van de eredienst;

        Feiten, context en argumentatie

        Het Centraal kerkbestuur heeft op 18/06/2026 via de applicatie Religiopoint alle jaarrekeningen 2025 van de rooms-katholieke kerkfabrieken gecoördineerd ingediend bij het gemeentebestuur.

        De kerkraad van de protestantse kerk de Rots, protestants-evangelische kerk de Hoeksteen en de anglicaanse kerk bezorgen via de applicatie Religiopoint hun jaarrekening rechtstreeks aan het gemeentebestuur. De protestantse kerk de Rots en de anglicaanse kerk hebben deze ingediend op 17/06/2026 en de protestants-evangelische kerk de Hoeksteen op 18/06/2026.

        De kerkfabrieken ontvingen in boekjaar 2025 samen een totale exploitatietoelage van 518.602,24 euro en 124.030,24 euro aan investeringstoelagen.  Er werd een totaal overschot van 414.319,91 euro in exploitatie gerealiseerd  (gecumuleerd over laatste 2 jaar).  Het exploitatieresultaat in de jaarrekening 2025 dient in het budget 2027 als uitgangspunt voor de berekening van de K-waarde (209.321,33 euro) en wordt in mindering gebracht van het exploitatietekort.

        Binnen de termijn van 50 dagen, die ingaat de dag na het inkomen van de jaarrekeningen bij de gemeenteoverheid moet de gemeenteraad advies uitbrengen over de rekeningen en dit advies overmaken aan de provinciegouverneur.

        Bij ontstentenis van het versturen van advies binnen deze termijn wordt de gemeenteraad geacht een gunstig advies te hebben uitgebracht.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, V. Despeghel, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demeyere, Louwyck en Kinoo):

        Artikel 1: gunstig advies te verlenen aan de jaarrekening 2025 van de kerkfabriek St. Maarten - St. Niklaas.

        Artikel 2: gunstig advies te verlenen aan de jaarrekening 2025 van de kerkfabriek St. Jacob.

        Artikel 3: gunstig advies te verlenen aan de jaarrekening 2025 van de kerkfabriek St. Pieter.

        Artikel 4: gunstig advies te verlenen aan de jaarrekening 2025 van de kerkfabriek O.l.v. Middelares

        Artikel 5: gunstig advies te verlenen aan de jaarrekening 2025 van de kerkfabriek St. Michiel Boezinge.

        Artikel 6: gunstig advies te verlenen aan de jaarrekening 2025 van de kerkfabriek O.l.v. Hemelvaart Brielen.

        Artikel 7: gunstig advies te verlenen aan de jaarrekening 2025 van de kerkfabriek St. Jan de Doper Dikkebus.

        Artikel 8: gunstig advies te verlenen aan de jaarrekening 2025 van de kerkfabriek St. Petrus en Paulus Elverdinge.

        Artikel 9: gunstig advies te verlenen aan de jaarrekening 2025 van de kerkfabriek O.l.v. Geboorte Hollebeke.

        Artikel 10: gunstig advies te verlenen aan de jaarrekening 2025 van de kerkfabriek St. Jan.

        Artikel 11: gunstig advies te verlenen aan de jaarrekening 2025 van de kerkfabriek St. Vedastus Vlamertinge.

        Artikel 12: gunstig advies te verlenen aan de jaarrekening 2025 van de kerkfabriek O.l.v. Hemelvaart Voormezele.

        Artikel 13: gunstig advies te verlenen aan de jaarrekening 2025 van de kerkfabriek St. Catharina Zillebeke.

        Artikel 14: gunstig advies te verlenen aan de jaarrekening 2025 van de kerkfabriek St. Leonardus Zuidschote.

        Artikel 15: gunstig advies te verlenen aan de jaarrekening 2025 van de Protestantse kerk 'De Rots'.

        Artikel 16: gunstig advies te verlenen aan de jaarrekening 2025 van de Evangelische kerk 'De Hoeksteen'.

        Artikel 17: gunstig advies te verlenen aan de jaarrekening 2025 van de Anglicaanse kerk.

        Artikel 18: een afschrift van dit besluit via de applicatie Religiopoint digitaal te sturen aan de provinciegouverneur, het centraal kerkbestuur, de kerkfabrieken en het erkend representatief orgaan.

    • Financiën

      • OCMW Ieper. Jaarrekening 2025. Goedkeuring

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018).

        Besluit Vlaamse Regering betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeente, provincies, openbare centra voor maatschappelijk welzijn en latere wijzigingen.

        Ministerieel besluit tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten en de toelichting ervan, en van de rekeningstelsels van de gemeenten, provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en latere wijzigingen.

        Feiten, context en argumentatie

        De raad wordt gevraagd de jaarrekening 2025 deel OCMW Ieper goed te keuren.

        De jaarrekening 2025 kan als volgt worden samengevat : 

        I.Exploitatiebudget

        17.296.106 

        II.Investeringsbudget

        -9.610.928 

        IV.Financieringssaldo

        -4.927.335 

        V.Budgettair resultaat van het boekjaar

        2.757.843 

        VI. Gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar

        67.018.385 

        VII. Gecumuleerd budgettair resultaat

        69.776.229 

        VIII. Onbeschikbare gelden

        27.205.745 

        VIII. Beschikbaar budgettair resultaat

        42.570.483 

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen keurt de raad de jaarrekening deel OCMW Ieper van het dienstjaar 2025 goed met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, V. Despeghel, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demeyere, Louwyck en Kinoo). 

      • AGB Vauban - Jaarrekening 2025 - Advies

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018).

        Besluit Vlaamse Regering betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeente, provincies, openbare centra voor maatschappelijk welzijn en latere wijzigingen.

        Ministerieel besluit tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten en de toelichting ervan, en van de rekeningstelsels van de gemeenten, provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en latere wijzigingen.

        Feiten, context en argumentatie

        De raad wordt gevraagd de jaarrekening 2025 van AGB Vauban positief te adviseren.

        Het model J2 van de BBC-jaarrekening eindigt met een gecumuleerd budgettair resultaat van 189.225 euro eind 2025.

        Het balanstotaal volgens het model van de Nationale Bank van België bedraagt 15.252.832 euro.

        Het boekhoudkundige resultaat van het boekjaar bedraagt 92.210 euro.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen en met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, V. Despeghel, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demeyere, Louwyck en Kinoo): 

        Artikel 1: geeft de gemeenteraad positief advies over de jaarrekening 2025 van AGB Vauban;

        Artikel 2: verleent de gemeenteraad kwijting aan de bestuurders.

      • AGB Musea Ieper - Jaarrekening 2025 - Advies

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018).

        Besluit Vlaamse Regering betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeente, provincies, openbare centra voor maatschappelijk welzijn en latere wijzigingen.

        Ministerieel besluit tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten en de toelichting ervan, en van de rekeningstelsels van de gemeenten, provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en latere wijzigingen.

        Feiten, context en argumentatie

        De raad wordt gevraagd de jaarrekening 2025 van AGB Musea Ieper positief te adviseren.

        Het model J2 van de BBC-jaarrekening eindigt met een gecumuleerd budgettair resultaat van 254.090 euro eind 2025.

        Het balanstotaal volgens het model van de Nationale Bank van België bedraagt 19.122.955 euro.

        Het boekhoudkundige resultaat van het boekjaar bedraagt 73.615 euro.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen en met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, V. Despeghel, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demeyere, Louwyck en Kinoo):

        Artikel 1: geeft de gemeenteraad positief advies over de jaarrekening 2025 van AGB Musea Ieper;

        Artikel 2: verleent de gemeenteraad kwijting aan de bestuurders.

      • Stadsbestuur Ieper. Jaarrekening 2025. Vaststelling

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018).

        Besluit Vlaamse Regering betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeente, provincies, openbare centra voor maatschappelijk welzijn en latere wijzigingen.

        Ministerieel besluit tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten en de toelichting ervan, en van de rekeningstelsels van de gemeenten, provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en latere wijzigingen.

        Feiten, context en argumentatie

        De raad wordt gevraagd kennis te nemen van de rekening 2025 van de stad en deze vast te stellen.

        Deze jaarrekening 2025 kan als volgt worden samengevat : 

        I.Exploitatiebudget

        17.296.106 

        II.Investeringsbudget

        -9.610.928 

        IV.Financieringssaldo

        -4.927.335 

        V.Budgettair resultaat van het boekjaar

        2.757.843 

        VI. Gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar

        67.018.385 

        VII. Gecumuleerd budgettair resultaat

        69.776.229 

        VIII. Onbeschikbare gelden

        27.205.745 

        VIII. Beschikbaar budgettair resultaat

        42.570.483 

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen stelt de raad de jaarrekening van de stad van het dienstjaar 2025 vast met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, V. Despeghel, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demeyere, Louwyck en Kinoo). 

      • Toelagereglement voor vaderlandslievende verenigingen - goedkeuring

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        Feiten, context en argumentatie

        De gemeenteraad heeft in de zitting van 1 maart 2021 beslist om het toelagereglement voor vaderlandslievende verenigingen goed te keuren. 

        In de zitting van de gemeenteraad van 29 juni 2026 is een nieuw reglement betreffende erkenning van verenigingen goedgekeurd. 

        Bij gevolg wordt het reglement van 1 maart 2021 aangepast. In het toelagereglement voor vaderlandslievende verenigingen, goedgekeurd door de gemeenteraad op 01/03/2021, wordt opgenomen dat vaderlandslievende verenigingen die een toelage aanvragen moeten voldoen aan dit erkenningsreglement.


        1) Principes inzake ondersteuning van de organisatie van de herdenking van Wapenstilstand in de deelgemeenten:

        • betaling van bloemstukken (twv 50 EUR/stuk) – 1 per monument – indien afgevaardigde stadsbestuur aanwezig, legt hij/zij de bloemen neer;
        • betaling van de muziekvereniging/harmonie d.m.v. de gebruikelijke stadsvergoeding (momenteel 400 EUR/prestatie), op voorwaarde dat een Ieperse muziekvereniging/harmonie wordt ingezet 5
        • kosten receptie mits gemotiveerde aanvraag en beschikbare middelen; maximaal 400 EUR – aanvraag in te dienen vóór 1 oktober samen met het programma van Wapenstilstand;
        • geen afzonderlijke toelagen meer aan organisatiecomité wapenstilstand/11 november, tenzij er geen NSB-afdeling is. In dat geval kan een zelfde toelage als aan de NSB-afdeling verstrekt worden.

        2) Toelagen aan vaderlandslievende verenigingen:

        • Bedrag: 250 EUR/afdeling/jaar
        • De vereniging vraagt de toelage zelf jaarlijks op met opgave van het jaarprogramma/activiteiten.

            Momenteel gaat dit over volgende vaderlandslievende verenigingen (NSB en andere):

        • NSB-afdelingen (momenteel Hollebeke/Zillebeke, Vlamertinge/Elverdinge)
        • andere: Nationale Federatie Strijders 40-45 Zillebeke, NOSS Balduck Zuidschote
        • 11-novembercomité  Voormezele
        • V.O.S. Ieper
        • Nieuw: Koninklijk Verbond Veteranen Leopold III – afdeling Ieper

        3) Ondersteuning van andere grote(re) herdenkingen:

        • Hiervoor dient men een aanvraag te richten aan het College van Burgemeester en Schepenen – beslissing op basis van gemotiveerde aanvraag en beschikbare middelen.

            Dit gaat o.a. over de jaarlijkse herdenking van de 1ste gasaanval in Zuidschote.

        4) Koninklijk Verstandhoudingscomité der Vaderlandslievende Verenigingen van Oudstrijders en Gelijkgestelden:

            Als enige overkoepelende oudstrijdersvereniging valt het Verstandhoudingscomité of de Entente niet onder deze regeling. Gezien hun overkoepelde rol en de medewerking van de Entente aan tal van plechtigheden in de loop van het jaar, kunnen zij een jaarlijkse nominatieve toelage opvragen mits opgave van de verantwoording van hun kosten. Momenteel bedraagt deze toelage 2.300 EUR per jaar.

        Financiële gevolgen

        Op de budgetartikel ACS215/0710-0/649830 staat jaarlijks over de periode 2026-2031 €10.000 ingeschreven. De uitgaven in uitvoering van dit reglement worden hierop aangerekend. De vroegere budgetten worden met het nieuwe voorstel behouden.

         


        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad volgend toelagereglement goed te keuren met 18 ja stemmen en 3 onthoudingen (de raadsleden Six, Dehollander en Kinoo) tegen 11 neen stemmen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, V. Despeghel, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demeyere en Louwyck):

        Toelagereglement voor vaderlandslievende verenigingen

        Artikel 1: Om in aanmerking te komen voor een toelage dient de de vaderlandslievende vereniging te voldoen aan het erkenningsreglement verenigingen van 29 juni 2026.

        Artikel 2: Aan de vaderlandslievende vereniging die bewijs levert van zijn werking wordt een jaarlijkse toelage van 250 euro toegekend.

        Artikel 3: Voor de herdenking van de wapenstilstand op 11 november geldt volgende specifieke regeling :

        • Er is betaling/terugbetaling van de bloemstukken ter waarde van maximaal 50 EUR/stuk en een bloemstuk per monument. Indien er een afgevaardigde van het stadsbestuur aanwezig is, legt hij/zij de bloemen neer.
        • Er is betaling/terugbetaling van de muziekvereniging/harmonie d.m.v. de gebruikelijke stadsvergoeding (momenteel 400 EUR/prestatie), op voorwaarde dat een Ieperse muziekvereniging/harmonie wordt ingezet (momenteel: Vijverzonen in Dikkebus, St Cecilia Elverdinge in Elverdinge, Ons Kramikkels in Vlamertinge, Ypriana in Ieper)
        • De kosten van een afsluitende receptie mits gemotiveerde aanvraag en beschikbare middelen; maximaal 400 EUR – aanvraag in te dienen vóór 1 oktober samen met het programma van Wapenstilstand. 

        Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd te beslissen over de ondersteuning van andere grote(re) herdenkingen op basis van een gemotiveerde aanvraag en de beschikbare middelen.

        Artikel 4: Aan de overkoepelende vereniging Koninklijk Verstandhoudingscomité van Vaderlandslievende Verenigingen van Oudstrijders en Gelijkgestelden wordt een nominatieve toelage toegekend mits verantwoording van gemaakte kosten. De nominatieve toelage bedraagt maximaal 3.000 euro en wordt opgenomen in de lijst nominatieve toelagen gevoegd bij de meerjarenplanning.

        Artikel 5: Het toelagereglement voor vaderlandslievende verenigingen van 1 maart 2021 op te heffen.

        Artikel 6: Het toelagereglement voor vaderlandslievende verenigingen treedt in voege 10 dagen na de publicatie.

        Artikel 7: Het reglement wordt door de Burgemeester bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad Ieper, met vermelding van zowel de datum waarop het reglement werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.

      • Toelagereglement voor seniorenverenigingen

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        Feiten, context en argumentatie

        De gemeenteraad heeft in de zitting van 2 december 2019 beslist om het toelagereglement voor seniorenverenigingen goed te keuren. 

        In de zitting van de gemeenteraad van 29 juni 2026 is een nieuw reglement betreffende erkenning van verenigingen goedgekeurd. 

        Bij gevolg wordt het reglement van 2 december 2019 aangepast; de verwijzing naar de statuten en het huishoudelijk reglement van de Seniorenraad Ieper voor het bepalen van de voorwaarden voor verenigingen in hoofdstuk 1 dienen te worden geschrapt.

        De stad wil verder aandacht hebben voor de doelgroep senioren en hecht belang aan participatie en dialoog met de doelgroep. De stad wil hen in die zin ook financieel ondersteunen. Hiertoe blijft de rest van het toelagereglement, met de in samenwerking met de seniorenraad vastgestelde criteria, behouden.

        Financiële gevolgen

        Op de budgetartikel ACS199/0959-0/649830 staat jaarlijks over de periode 2026-2031 €27.500 ingeschreven. Hiervan is jaarlijks €7.500 voor de werking en activiteit van de seniorenraad voorzien. De €20.000 die vroeger voor subsidies bestemd werd, wordt dus met het nieuwe voorstel behouden.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 3 onthoudingen (de raadsleden Six, Dehollander en Kinoo) tegen 11 neen stemmen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, V. Despeghel, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demeyere en Louwyck):

        Hoofdstuk 1 - Doel

        Artikel 1: Het subsidiereglement wil vooral de actieve werking van erkende seniorenverenigingen aanmoedigen, met bijzondere aandacht voor vormende en culturele activiteiten. Erkende seniorenverenigingen zijn seniorenverenigingen die erkend zijn op basis van het erkenningsreglement verenigingen dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 29 juni 2026.

        Binnen de erkende seniorenverenigingen wordt een onderscheid gemaakt tussen seniorenverenigingen aangesloten bij een Vlaamse koepelorganisatie en seniorenverenigingen niet aangesloten bij een Vlaamse koepelorganisatie.

        Hoofdstuk 2 - Basisregels

        Artikel 2: 

        Het college van burgemeester en schepenen van Ieper kan namens het stadsbestuur jaarlijks subsidies verlenen aan seniorenverenigingen die lid zijn van de stedelijke seniorenraad, binnen de perken van de kredieten voorzien op de stadsbegroting en volgens de voorwaarden die in dit reglement vastgelegd worden. Het toekennen van subsidies gebeurt na advies van de seniorenraad. Beslissingen die afwijken van het advies zullen gemotiveerd worden.

        Artikel 3: 

        In het totale subsidiebedrag wordt een reservebedrag gevrijwaard voor onvoorziene omstandigheden en rechtzetting bij betwisting van betoelaging (zie hoofdstuk 5). Dit bedrag mag niet hoger zijn dan 1/50e van het totale subsidiebedrag.

        Artikel 4:

        De totale som van de jaarlijkse subsidie per seniorenvereniging kan niet meer bedragen dan € 2.000.

        Hoofdstuk 3 - Forfaitaire subsidiëring

        Artikel 5:

        Per lid:

        a) Elke seniorenvereniging die onder een Vlaamse koepelorganisatie valt, ontvangt forfaitair € 1,50 per aangesloten lid tijdens het voorbije jaar, met uitzondering van de afdelingen met minder dan 130 leden, zij ontvangen een forfaitair bedrag van € 200. Het aantal leden per erkende seniorenvereniging wordt bewezen aan de hand van een ondertekend attest van de overkoepelende organisatie.

        b) Elke seniorenvereniging die niet onder een Vlaamse koepelorganisatie valt, ontvangt forfaitair € 0,75 per aangesloten lid tijdens het voorbije jaar. Het aantal leden per niet-erkende seniorenvereniging wordt bewezen aan de hand van een nominatieve lijst op erewoord.

        Artikel 6:

        Rusthuiswerking:

        Seniorenvereniging met een rusthuiswerking wordt per jaar forfaitair betoelaagd met € 12,50. De rusthuiswerking per seniorenvereniging wordt bewezen aan de hand van een beknopt verslag.

        Hoofdstuk 4 - Betoelaging van de werking

        Artikel 7:

        De betoelaging van de werking aan de hand van onderstaande puntenverdeling geldt zowel voor alle erkende seniorenverenigingen. 

        Artikel 8:

        Activiteiten komen slechts voor betoelaging in aanmerking indien minstens twaalf leden (en/of niet-leden bij een ‘open’ activiteit, zie artikel 10 c) aan de activiteit deelnemen.

        Artikel 9: 

        Activiteiten komen slechts voor betoelaging in aanmerking mits aangifte aan de hand van subsidieformulieren, verstrekt door de Seniorenraad Ieper. Dit houdt o.m. een beknopt verslag van de betreffende activiteiten in, met inbegrip van het aantal deelnemers per activiteit, ondersteund door een verklaring op erewoord en vergezeld van de nodige bewijsstukken (uitnodiging, knipsel krant of folder, …).

        Artikel 10:

        De betoelaging van de werking wordt uitgedrukt in punten betoelaagde activiteiten, verder benoemd als BA-punten, waarbij één BA-punt staat voor een jaarlijkse variabele waarde in euro, afhankelijk van de financiële middelen ter beschikking gesteld door het stadsbestuur en na aftrek van het reservebedrag, zoals bepaald in artikel 3, en de forfaitaire subsidiëring, zoals bepaald in hoofdstuk 3.

        Elke seniorenvereniging ontvangt dus ‘het product van haar aantal BA-punten vermenigvuldigd met de jaarlijkse variabele waarde’. De waarde van een punt is ‘het quotiënt van de stadstoelage bestemd voor de subsidiëring van de seniorenverenigingen, verminderd met de som van alle forfaitaire toelagen, zoals bepaald in hoofdstuk 3, en het reservebedrag, zoals bepaald in artikel 3, gedeeld door het totaal van alle behaalde BA-punten in het voorbije jaar’. Het totaal aantal BA-punten wordt bepaald aan de hand van de ontvangen subsidieformulieren van het voorbije jaar en wordt berekend door de werkgroep COVES (van de Seniorenraad).

        a) Voor elke ontspannende activiteit (hobby's, kaarting, petanque…) en sportieve activiteiten zonder instructeur wordt een betoelagingsquotiënt van één BA-punt per activiteit toegekend.

        b) Voor elke sportieve activiteit (turnen, dansen, wandelen, fietsen) waarbij een deskundige instructeur, begeleider of gids wordt ingehaald, en voor elke vormende en/of culturele activiteit enkel en alleen voor de eigen leden, wordt een betoelagingsquotiënt van drie BA-punten toegekend.

        c) Voor elke ‘open’ activiteit met vormende en/of culturele werking wordt een betoelagingsquotiënt van vijf BA-punten toegekend. Ook: publiek optreden van eigen koor, dansgroep, muziekensemble of ander podiumgezelschap. Met een ‘open’ activiteit wordt bedoeld een bijeenkomst die toegankelijk is voor zowel leden als niet-leden. De ‘open’ bijeenkomst wordt minstens in de seniorenactiviteitenbrochure van de Seniorenraad Ieper en/of via een ander publiek informatiekanaal bekend gemaakt.

        Artikel 11:

        Naast de betoelaging van de activiteiten, zoals bepaald in artikel 10, wordt aan iedere seniorenvereniging voor elke deelname aan de Algemene Vergadering in het voorbije werkjaar, een betoelagingsquotiënt van 5 BA-punten toegekend.

        Hoofdstuk 5 - Verdere bepalingen

        Artikel 12:

        Seniorenverenigingen die hun toelage willen betwisten, richten een schrijven aan de voorzitter van de Seniorenraad Ieper. De Raad van Bestuur beslist of een betwisting van het toegekende subsidiebedrag geldig is en in aanmerking komt voor betoelaging uit het reservebedrag (zie artikel 3), na advies van de werkgroep COVES ( van de Seniorenraad).

        Artikel 13: Het toelagereglement voor seniorenverenigingen van 2 december 2019 op te heffen.

        Artikel 14: Het huidig toelagereglement voor seniorenverenigingen treedt in voege 10 dagen na de publicatie.

        Artikel 15: De Seniorenraad Ieper evalueert om de drie jaar de subsidieregeling.

        Artikel 16: Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.

      • Reglement betreffende de subsidiëring van lokale verenigingen werkzaam rond internationale solidariteit - goedkeuring

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        Feiten, context en argumentatie

        De gemeenteraad heeft in de zitting van 6 november 2023 beslist om het Reglement betreffende de erkenning en subsidiëring van lokale verenigingen werkzaam rond internationale solidariteit goed te keuren. 

        In de zitting van de gemeenteraad van 29 juni 2026 is een nieuw reglement betreffende erkenning van verenigingen goedgekeurd. 

        Bij gevolg wordt het reglement van 6 november 2023 aangepast; de artikelen 2 en 3 met betrekking tot de erkenning  van verenigingen werkzaam rond internationale solidariteit dienen te worden geschrapt.

        Financiële gevolgen

        Op de budgetartikel ACS404/0160-0/649830 staat jaarlijks over de periode 2026-2031 hiertoe €40.000 ingeschreven. De €40.000 die vroeger voor subsidies bestemd werd, wordt dus met het nieuwe voorstel behouden.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen tegen 14 neen stemmen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, V. Despeghel, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demeyere, Louwyck en Kinoo):

        Artikel 1: het reglement betreffende de  subsidiëring van lokale verenigingen werkzaam rond internationale solidariteit goed te keuren als volgt:

        Reglement betreffende de subsidiëring van lokale verenigingen werkzaam rond internationale solidariteit

        Artikel 1:

        §1 Dit reglement regelt de toekenning van werkingssubsidie (hoofdstuk 1) en projectsubsidie (hoofdstuk 2) aan verenigingen werkzaam rond internationale solidariteit die erkend zijn op basis van het erkenningsreglement verenigingen van 29/06/2026.

        §2 Internationale solidariteit gaat over rechtvaardigheid. Het gaat over het nastreven van universele mensenrechten binnen de grenzen van de planeet. Internationale solidariteit realiseren is een gedeelde verantwoordelijkheid van iedereen. Het is een hoopvol verhaal.

        Hoofdstuk 1: werkingssubsidie voor erkende verenigingen voor internationale solidariteit

        Artikel 2: Enkel erkende verenigingen voor internationale solidariteit komen in aanmerking voor deze werkingssubsidie. Verenigingen die nominatief in het meerjarenplan van stad Ieper opgenomen zijn komen niet in aanmerking.  

        Artikel 3: 

        §1 Voor de werkingssubsidie is een budget voorzien in het meerjarenplan van stad Ieper. Dit budget wordt verminderd met de toelages voor verenigingen die nominatief in het meerjarenplan opgenomen zijn. Het resterende bedrag wordt opgesplitst in twee gelijke delen. Eén helft voor de forfaitaire basistoelage van de werkingssubsidie en één helft voor het variabele deel ervan.

        §2 De forfaitaire basistoelage wordt in gelijke delen verdeeld onder de erkende verenigingen.

        §3 Het variabele deel wordt verdeeld volgens de regel van drie op basis van het aantal activiteiten dat de vereniging organiseert. Deze activiteiten zijn gericht op internationale solidariteit en toegankelijk voor een ruim publiek. Bij de beoordeling van activiteiten worden volgende bepalingen in acht genomen:

        • Volgende activiteiten komen in aanmerking:
          • sensibiliseringsactiviteiten voor een ruim publiek (al dan niet digitaal) (vb tentoonstellingen, workshops, socialmediacampagne,…);
          • Organiseren van vorming voor een ruim publiek;
          • verbindende activiteiten (vb multicultureel café).
        • financiële inzamelacties ten voordele van eigen projecten zonder educatief programma komen niet in aanmerking.
        • Een activiteitenreeks wordt gezien als één activiteit.
        • Een maximum van één activiteit per week.
        • Ook activiteiten in aangrenzende gemeenten van Ieper komen in aanmerking voor het variabele deel.  

        Artikel 4: De werkingssubsidie van het voorbije werkjaar wordt aangevraagd tegen eind januari bij de dienst internationale solidariteit aan de hand van het voorziene aanvraagformulier. 

         

        Hoofdstuk 2: projectsubsidie voor erkende verenigingen voor internationale solidariteit

        Artikel 5: Enkel erkende verenigingen voor internationale solidariteit komen in aanmerking voor deze projectsubsidie.

        Artikel 6: Projecten moeten voldoen aan volgende voorwaarden:

        • Een nog uit te voeren actie;
        • Een duidelijke begin- en einddatum;
        • Een aantoonbaar resultaat;
        • Op geen enkel vlak in strijd zijn met de SDG’s;
        • Een land of regio binnen het werkingsgebied van de vereniging;
        • Het project wordt geformuleerd vanuit een vraag of nood van de lokale bevolking, de doelgroep wordt betrokken bij de totstandkoming en uitwerking van het project;
        • Het project komt rechtstreeks ten goede aan de lokale bevolking en is aangepast aan de mogelijkheden van het land. De bevolking wordt daardoor in de mogelijkheid gesteld om hun levenssituatie en deze van de volgende generaties te verbeteren;
        • Het project moet een duurzaam (blijvend) karakter hebben. Loonkosten, energiekosten en huurkosten komen niet in aanmerking. Infrastructuurwerken kunnen gefinancierd worden op voorwaarde dat ze geen doel op zich zijn, maar een essentieel instrument vormen om het ontwikkelingsproces op gang te trekken;
        • Alle andere subsidiekanalen voor het project moeten uitdrukkelijk meegedeeld worden. Projecten die al financieel gesteund worden door stad Ieper komen niet in aanmerking. 

        Artikel 7: De projectsubsidie wordt voor 1 maart aangevraagd bij de dienst Internationale Solidariteit aan de hand van het voorziene aanvraagformulier met daarin onder andere een gedetailleerde begroting.  Indien het budget niet volledig opgenomen werd kan een tweede aanvraagronde georganiseerd worden.

        Artikel 8: De ingediende projecten worden behandeld door de dienst Internationale Solidariteit. Het college van burgemeester en schepenen van de stad Ieper beslist over de toekenning van de subsidie. De hoogte van het bedrag wordt bepaald in verhouding tot de ingediende kosten in het aanvraagformulier. De projectsubsidie kan maximum de helft van deze kosten bedragen en maximum 2500 euro. Een vereniging kan slechts 1 maal per ronde een aanvraag indienen en slechts 1 maal per jaar projectsubsidie ontvangen.

        Artikel 9: De vereniging bezorgt minstens één inhoudelijk werkingsverslag over het project en een financieel verslag met de nodige bewijsstukken (rekeningen, facturen, kostennota’s) binnen de twee jaar na de goedkeuring van het project. De vereniging moet aanvaarden om bijkomende verantwoording af te leggen over de aanwending van de toelage (betalingsbewijzen, foto’s,...).

        Artikel 10: De toegekende steun mag niet afgeleid worden naar een ander onderdeel van het project, dat niet vermeld werd in de oorspronkelijke projectomschrijving. Bij eventuele wijziging in de realisatie van het project moet de vereniging akkoord vragen aan de dienst Internationale Solidariteit.

        Artikel 11: De toegekende steun wordt volledig uitbetaald na goedkeuring van het project en nadat alle informatie zoals bedoeld onder artikel 13 werd aangeleverd. Indien na uitbetaling van de projectsubsidie wordt vastgesteld dat niet (langer) voldaan wordt aan de bepalingen van dit reglement, dan kan het college van burgemeester en schepenen van stad Ieper het bedrag al dan niet gedeeltelijk terugvorderen of afhouden van de werkingssubsidie.

        Slotbepalingen

        Artikel 12: Verenigingen die al werkingssubsidies ontvangen van stad Ieper kunnen geen gebruik maken van de werkingssubsidies voorzien in dit reglement. 

        Artikel 13: Bij twijfel over de erkenning of toekenning van subsidies, kan advies ingewonnen worden van de stedelijke adviesraad Internationale Solidariteit of kan er extra bewijsmateriaal gevraagd worden aan de aanvrager door de dienst Internationale Solidariteit. Stad Ieper kan ook bijkomende informatie vragen om zekerheid te krijgen over de aanwending van de middelen, de naleving van regelgeving en procedures, en de voorkoming van fraude.

        Artikel 14: Het reglement betreffende de erkenning en subsidiëring van lokale verenigingen werkzaam rond internationale solidariteit van 6 november 2023 op te heffen.

        Artikel 15: Het reglement betreffende de erkenning en subsidiëring van lokale verenigingen werkzaam rond internationale solidariteit treedt in voege 10 dagen na de publicatie.

        Artikel 16: Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.

        Artikel 17: Het College van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering, opvolging en beoordeling van dit reglement.

      • Subsidiereglement sportverenigingen en sportorganisatoren Ieper - goedkeuring

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        Gemeenteraad 6 juli 2020 Nieuw reglement op de erkenning van de sportvereniging en wijziging subsidie sportvereniging

        Feiten, context en argumentatie

        De gemeenteraad heeft in de zitting van 6 juli 2020 beslist om een nieuw erkennings- en subsidiereglement sportverenigingen en sportorganisatoren Ieper goed te keuren. 

        In de zitting van de gemeenteraad van 29 juni 2026 is een nieuw reglement betreffende erkenning van verenigingen goedgekeurd. 

        Bij gevolg wordt het reglement van 6 juli 2020 aangepast; de artikelen 1 tot en met 5 met betrekking tot de erkenning van sportverenigingen en sportorganisatoren dienen te worden geschrapt. Het subsidiereglement voor de sportverenigingen en sportorganisatoren Ieper blijft onveranderd behouden. 

        Financiële gevolgen

        Op de budgetartikel ACS397/0740-0/649830 staat jaarlijks over de periode 2026-2031 €105.000 ingeschreven. Hiervan is jaarlijks €4.500 voor de werking en activiteit van de sportraad voorzien. De €100.500 die vroeger voor subsidies bestemd werd, wordt dus met het nieuwe voorstel behouden. In het subsidiereglement worden volgende bedragen toegewezen: 

        • Werkingssubsidie (€69.000)
        • Organisatiesubsidie (€16.500)
        • Projectsubsidie (€15.000)

        Er worden geen extra financiële gevolgen voorzien voor de uitvoering van dit reglement. 

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 3 onthoudingen (de raadsleden Six, Dehollander en Kinoo) tegen 11 neen stemmen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, V. Despeghel, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demeyere en Louwyck):

        Artikel 1: volgend subsidiereglement sportverenigingen en sportorganisatoren Ieper goed te keuren:

        Subsidiereglement voor sportvereniging of sportorganisator

        Artikel 1:  Het college van burgemeester en schepenen kan jaarlijks subsidies verlenen aan sportverengingen en sportorganisatoren, binnen de perken van de kredieten voorzien op de begroting  en volgens de voorwaarden die in dit reglement vastgelegd worden.

        Artikel 2: Algemene voorwaarden waar een sportvereniging aan voldoet om recht op een subsidie te hebben.

        1. De vereniging is erkend als Ieperse sportvereniging volgens het erkenningsreglement verenigingen
        2. De vereniging is aangesloten bij een erkende Vlaamse sportfederatie en/of bij een sportorganisatie aangesloten bij het B.O.I.C.
        3. Volgende verenigingen of werkingen komen niet in aanmerking voor dit reglement:
          • Verenigingen die via andere kanalen van de gemeente al werkingssubsidies ontvangen.
          • Deelwerkingen van verenigingen die sport en/of bewegen aanbieden.
        1. Het beleid vindt het belangrijk om verenigingen te ondersteunen die jeugdsport stimuleren en gediplomeerde jeugdsportbegeleiders inzet om hun doelstellingen te bereiken.

        Artikel 3: Algemene voorwaarden waar een sportorganisator aan voldoet om recht op een subsidie te hebben

        De vereniging is erkend als Ieperse sportorganisator volgens het erkenningsreglement verenigingen.

        Artikel 4: Procedure subsidieaanvraag

        De erkenning kan men bekomen door te voldoen aan de volgende omschreven procedure:

        1. De aanvraag tot subsidie wordt door de sportvereniging/organisator ingediend bij de sportdienst Ieper op de daartoe bestemde formulieren. Het reglement en de aanvraagformulieren zijn beschikbaar op de sportdienst. Het aanvraagdossier is te verkrijgen vanaf 1 juni 20xx. De aanvraag moet ten laatste ingediend worden voor 15 augustus 20xx.
        2. De aanvragen worden voorgelegd aan het College van burgemeester en schepenen dat de subsidie na advies van de sportraad al dan niet toekent.

         Artikel 5: Periode van subsidiëring

        1. De subsidieaanvraag dient jaarlijks opnieuw aangevraagd te worden met een aanvraagformulier.
        2. Een subsidieaanvraag handelt over het werkingsjaar 1 juli 20xx-1 tot en met 30 juni 20xx.

        1.1: Werkingssubsidie

        Artikel 6: Toepassingsgebied en categorieën

        Verenigingen opgenomen in artikel 2 komen in aanmerking voor een werkingssubsidie.

        We onderscheiden hierbij 2 categorieën sportverenigingen.

        Categorie A: sportverenigingen zonder jeugdwerking

        Categorie B: sportverenigingen met jeugdwerking

        Artikel 7: Sportvereniging zonder jeugdwerking (categorie A)

        De sportvereniging heeft statuten en/of een huishoudelijk reglement.

        De heeft een officiële ledenlijst (vanuit de federatie) beschikbaar.

        Artikel 8: Sportvereniging met jeugdwerking (categorie B)
        De sportvereniging is een VZW.

        De sportvereniging heeft haar missie en visie neergeschreven

        De sportvereniging beschikt over minimum 10 jeugdleden waarvan de helft woonachtig is in Groot-Ieper.

        Een jeugdlid wordt als actief jeugdlid beschouwd indien deze aangesloten zijn bij de federatie voor de sportvereniging en/of de leden waarvoor een geldige verzekering werd afgesloten voor burgerlijke aansprakelijkheid en lichamelijke ongevallen en die op 31/12 van het referentiejaar maximum 18 jaar zijn.

        Artikel 9: Toekennen van subsidie – berekeningswijze

                       a) Sportverenigingen categorie A                                            100€

                       b) Sportverenigingen categorie B                                            bedrag op basis van gewogen score

                       Criteria:

                       a) Aantal jeugdleden actief in de club

                       b) Aantal gediplomeerde jeugdtrainers

        jeugdlid niet-inwoner Ieper

        1 ptn

        jeugdlid inwoner Ieper

        2 ptn

        jeugdlid met UitPas kansentarief

        8 ptn

                                          

         

         

         

         

        Per jeugdtrainer die een volwaardige training (tijd en periode) op zich neemt wordt volgende score toegekend:        

        Aspirant- initiator

        5 pt

        initiator

        10 pt

        Bachelor L.O./ Trainer B

        15 pt

        Master L.O./ Trainer A

        25 pt

                                

         




        1.2 Organisatiesubsidie voor een sportevenement:

        Artikel 10: Toepassingsgebied

        Verenigingen opgenomen in artikel 2 en 3 komen in aanmerking voor een organisatiesubsidie.

        Verenigingen die reeds via een ander kanaal subsidies of toelage ontvangen van de Stad Ieper voor hun evenement, kunnen geen aanspraak maken op deze subsidie.
        Enkel erkende organisatoren van wielerwedstrijden kunnen voor meerdere sportevenementen (wedstrijden) in aanmerking komen voor een organisatiesubsidie.

        Alle andere verenigingen kunnen slechts voor 1 evenement in aanmerking komen.

        Onder sportevenement verstaan we: “Een evenement waarbij de sportbeoefening centraal staat. Dit in competitieve of recreatieve vorm. Dit evenement kan opgenomen zijn in een competitiekalender maar is dan niet dwingend voor de organisatie.”

        Artikel 11: Categorieën en berekeningswijze

        60% van het beschikbare bedrag wordt uitgetrokken voor sportevenementen
        40% van het beschikbare bedrag wordt uitgetrokken voor organisatoren van wielerwedstrijden

        16.a Sportevenementen:

        De sportraad evalueert ieder sportevenement waarvoor een geldige aanvraag is ingediend qua uitstraling, belangrijkheid, mediabelangstelling.

        Categorie A: Lokale uitstraling                                100€
        Categorie B: Regionale uitstraling                            250€
        Categorie C: Nationale uitstraling                            500€

        16.b Wielerwedstrijden:

        Voor iedere geldige aanvraag ter ondersteuning van een wielerwedstrijd wordt de minimum prijzenbarema in rekening gebracht.
        Het totale prijzengeld wordt dan afgewogen tegenover het beschikbare subsidiebedrag (regel van drie). Voor iedere organisatie wordt dan berekend hoeveel ze volgens de afweging kunnen ontvangen.

        1.3 Project subsidie:

        Artikel 12: Toepassingsgebied

        Enkel verenigingen opgenomen in artikel 6 categorie B komen in aanmerking voor een projectsubsidie.

        1.3.1 Projectsubsidie 1: Vorming van jeugdsportbegeleiders en trainers/bijscholingen bestuurders.

        Artikel 13. Algemene voorwaarden:

        a. Onder vorming van jeugdsportbegeleiders en trainers verstaan we het volgende: “Iedere vorming en bijscholing van (jeugd)trainers met oog op begeleiding en vorming. Komen niet in aanmerking beroepsopleidingen, deelname aan initiaties in bepaalde sportdisciplines,…. . De opleiding of bijscholing dient georganiseerd te worden door Sport Vlaanderen, de Vlaamse trainersschool of door de erkende Vlaamse sportfederatie waarbij de club is aangesloten of door een vakorganisatie of lokaal bestuur. De gevolgde opleidingen moeten zich situeren op vlak van het sporttechnische, sportmedisch, didactisch of pedagogisch vlak en door het College als relevant erkend worden. De cursist moet lid zijn van de sportvereniging en minimum 16 jaar zijn.” 

        b. Onder bijscholing van jeugdsportbegeleiders en/of  van de bestuurder verstaan we het volgende: “Iedere vorming en bijscholing van jeugdsportbegeleider en/of bestuurder erkend door een professionele vakorganisatie (Dynamo, Sport Vlaanderen, VTS, ISB vzw, ...) of een organisatie van een lokaal bestuur. Deze vorming en/of  bijscholing draagt rechtstreeks bij tot het verhogen van de kwaliteit van de werking van de club en is enkel met doel om de werking van de club te dienen. Het College erkent indien een bijscholing relevant is. “  

        Artikel 14. Toekenning en berekening

        Het inschrijvingsgeld voor de vorming van jeugdsportbegeleiders beschreven in art. 13 a wordt in schijven van 3 jaar terugbetaald: het jaar dat de jeugdsportbegeleider de cursus gevolgd heeft en de 2 opeenvolgende jaren dat de jeugdsportbegeleider zich engageert om deze kennis binnen de club waar hij/zij de cursus heeft doorlopen in een actieve trainersfunctie.

        Het inschrijvingsgeld voor de bijscholing beschreven in art. 13 b. wordt terugbetaald aan de vereniging voor het volgen van een opleiding.

        Volgende documenten dienen telkens voorgelegd te worden:

                       - een bewijsstuk van betaling aan de inrichtende organisatie
                       - een bewijsstuk van aanwezigheid afgeleverd door de inrichtende macht
                       - het attest of diploma op naam van de cursist
                       - actief zijn binnen de club

        1.3.2  Projectsubsidie 2: Organisatie specifieke sportkampen

        Artikel 15. Algemene voorwaarden:

        De vereniging organiseert een volwaardig sportkamp volgens volgende criteria:

        - minstens 5 dagen (uitzonderlijk 4 indien feestdag in de week) aanbod in een specifieke sporttak
        - een gediplomeerde trainer neemt de begeleiding op zich
        - sporttechnische en tactische invulling van sportkamp
        - de organisatie en uitwerking dient volledig in handen van de sportclub te zijn
        - de minimumleeftijd voor de deelnemers is 12 jaar (drop-out effecten)
        - het sportkamp dient voor iedere jongere open te staan

        Artikel 16. Toekenning en berekening

        Op basis van de aanvragen zal een score toegekend worden aan de vereniging die de organisatie van sportkampen op zich neemt. Volgende criteria worden in de afweging genomen: aantal deelnemers, kwaliteit van het sportkamp, de begeleiding en het bereik van het sportkamp.

        De hoogst scorende 10 indieners zullen een bedrag van 750€ toegewezen worden na voorleggen van volgende gegevens:

                       - inschrijvingslijst deelnemers aan sportkamp
                       - folder en open communicatie van het sportkamp door de sportvereniging
                       - gegevens + diploma van begeleider

        Artikel 17. Het bestaande reglement op de erkenning van de sportvereniging en subsidie sportvereniging, laatst gewijzigd op 6 juli 2020, op te heffen.

        Artikel 18. Het subsidiereglement sportverenigingen en sportorganisatoren Ieper treedt in voege 10 dagen na de publicatie.

        Artikel 19. Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.

      • Subsidiereglement jeugdverenigingen en speelpleinwerkingen - goedkeuring

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        Feiten, context en argumentatie

        De gemeenteraad heeft in de zitting van 7 februari 2022 beslist om het vernieuwd totaalreglement erkenningen en subsidies jeugdverenigingen goed te keuren. 

        In de zitting van de gemeenteraad van 29 juni 2026 is een nieuw reglement betreffende erkenning van verenigingen goedgekeurd. 

        Bij gevolg wordt het reglement van 7 februari 2022 aangepast; de artikelen 1.1 tot en met 1.3 met betrekking tot erkenning jeugdverenigingen dienen te worden geschrapt. De overige zaken in verband met subsidiëring van jeugdverenigingen en speelpleinwerkingen blijven behouden in het nieuwe reglement.



        Financiële gevolgen

        Op de budgetartikelen ACS130/0750-0/649830 en ACS354/0752-0/649830 staat jaarlijks over de periode 2026-2031 respectievelijk €78.262 en €4.000 ingeschreven. Deze middelen werden voorheen ook hiertoe voorzien, ze blijven dus met het nieuwe voorstel behouden.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 3 onthoudingen (de raadsleden Six, Dehollander en Kinoo) tegen 11 neen stemmen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, V. Despeghel, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demeyere en Louwyck):

        Artikel 1 : het volgende subsidiereglement jeugdverenigingen en speelpleinwerkingen goed te keuren. 

        Subsidiereglement jeugdverenigingen en speelpleinwerkingen

        Dit reglement regelt de toekenning van subsidies aan jeugdverenigingen en speelpleinwerkingen die erkend zijn op basis van het erkenningsreglement verenigingen van 29 juni 2026. Bij twijfel over de uitbetaling van toelages, wordt advies ingewonnen van de jeugdraad of kan er extra bewijsmateriaal gevraagd worden door de jeugddienst.

        Verenigingen die een andere thematische erkenning hebben dan jeugdvereniging of speelpleinwerking (vb. cultuur, sport, welzijn, etc) kunnen geen gebruik maken van dit reglement.

        1. Subsidies & toelages

        De globale toelage alsook de onderverdeling van deze toelage wordt elk jaar door de gemeenteraad vastgesteld in de stadsbegroting. De toelage heeft tot doel de organisatie van jeugdactiviteiten door jeugdverenigingen te helpen financieren.

        Een erkende jeugdvereniging kan aanspraak maken op een (i) starttoelage en zijn vrijwilligers kunnen aanspraak maken op (ii) toelage voor kadervorming. Indien de erkende jeugdvereniging aan de bijkomende voorwaarden voor speelpleinwerkingen of andere jeugdverenigingen voldoet, wordt ze respectievelijk betoelaagd volgens de toelage voor (iii) speelpleinwerkingen of (iv) andere jeugdverenigingen. Een erkende jeugdvereniging kan maximaal volgens één van beide subsidiereglementen (iii of iv) betoelaagd worden. Een vereniging die via een convenant met stad Ieper betoelaagd wordt, maakt geen aanspraak op toelages (i, ii, iii, iv) via dit reglement. Jeugdhuizen vallen buiten de scope van deze reglementen.

        De globale toelage verminderd met de uitbetaalde (i) starttoelages wordt gebruikt als basis voor de andere 3 toelages (ii, iii, iv).

        Een werkjaar start op 1 september van een kalenderjaar en eindigt op 31 augustus van het kalenderjaar erna. De uitbetaling van alle toelages vindt plaats na 1 oktober en voor 31 december van het werkjaar volgend op het werkjaar waarop ze van toepassing is. Uitgezonderd de starttoelage die uitbetaald wordt op het moment van erkenning.

        Formulieren voor toelage worden door de jeugddienst verdeeld over de jeugdverenigingen. Nieuwe jeugdverenigingen kunnen de formulieren krijgen op aanvraag. De subsidieaanvraag (iii & iv) moet, volledig ingevuld en vergezeld van alle gevraagde bewijsstukken, uiterlijk op 1 oktober na het werkjaar ter beschikking zijn van de jeugddienst (digitaal of na afgifte op de bureau van de jeugddienst aan één van de medewerkers). Vanaf 2 oktober wordt de toelage waarop de jeugdvereniging recht had met volgende percentages verminderd (de middelen die hierbij vrijkomen worden pro rata verdeeld onder iii & iv):

        • 2 oktober - 7 oktober:    -10%
        • 8 oktober - 14 oktober:  -20%
        • 15 oktober - 21 oktober: -30%
        • na 21 oktober:   -100%

        Elke onregelmatigheid vastgesteld in een onderdeel van de verdeelsleutel heeft de volledige schrapping van deze post tot gevolg.

        Elke jeugdvereniging kan een commissaris afvaardigen die de juistheid van de toelageverdeling nagaat. Deze commissaris heeft inzagerecht in alle documenten die betrekking hebben op de berekenings- en verdelingswijze van de toelagen. De jeugddienst wordt op de hoogte gebracht wanneer de jeugdvereniging van dit recht gebruik wenst te maken.

        1.1       Starttoelage (i)

        Een jeugdvereniging die voor de eerste keer wordt erkend, ontvangt een starttoelage van 375 euro. De erkenningsvoorwaarde om minimaal 15 activiteiten door te laten gaan, kan nog niet bewezen worden bij start. De intentie (=kalender, uitnodigingen …) om dit te voorzien is voldoende.

        1.2       Toelage voor kadervorming (ii)

        Vrijwilligers die een kaderopleiding succesvol afronden, krijgen 75 procent van de cursuskosten terugbetaald wanneer ze aan volgende voorwaarden voldoen. Dit met een maximale terugbetaling van 120 euro.

        Voorwaarden:

        De terugbetaling wordt gedaan aan de aanvrager zelf en niet aan de jeugdverenigingen. Indien de voorziene (ii) toelage voor kadervorming niet volstaat, wordt de terugbetaling van de kadervorming pro rata verminderd tot de toelage wel volstaat.

        Indien de voorziene (ii) toelage voor kadervorming groter is dan het benodigde bedrag, wordt het overschot pro rata verdeeld over de (iii) toelage voor speelpleinwerkingen en (iv) toelage voor andere jeugdverenigingen.

        Gevraagde documenten:

        • Bewijs betaling
        • Behaalde attest

        1.3       Toelage voor speelpleinwerkingen (iii)

        1.3.1       Recht op toelage

        Speelpleinwerkingen die erkend zijn op basis van het erkenningsreglement verenigingen van 29/06/2026 kunnen deze toelage aanvragen. 

        1.3.2       Begrippen

        Deelnemer:

        De leeftijd van de deelnemer ligt tussen 2,5 en 16 jaar. De leeftijd wordt geteld op basis van geboortejaren in het geldende werkjaar.

        Unieke deelnemer:

        Een deelnemer die minimaal 1 keer tijdens het werkjaar naar een speelpleindag kwam is een unieke deelnemer.

        Animator:

        Een vrijwilliger, onder de 30 jaar, belast met het animeren en begeleiden van kinderen en jongeren in een speelpleinwerking.

        Een halve speelpleindag:

        Een halve speelpleindag voldoet aan de volgende voorwaarden:

        • Animatoren voorzien een speelpleinwerking voor deelnemers.
        • Er zijn maximaal twee halve speelpleindagen per dag, 1 in de voor- en 1 in de namiddag.
        • Een halve speelpleindag duurt minimaal 3 uur.
        • Om een speelpleindag te zijn moet er minimaal 1 animator zijn per 15 deelnemers op eender welk moment die dag.
        • De geplande speelpleindagen moeten vooraf bekend gemaakt worden. Dit kan zowel openbaar zijn of ten minste bereikbaar voor elk kind dat binnen de doelgroep valt.
        • De speelpleindag valt in de schoolvakantie.

        Halve dagdeelname:

        De aanwezigheid van een deelnemer op een halve speelpleindag. Dit kan de volledige duur van de halve speelpleindag zijn of slechts een gedeelte van een dag. Een deelnemer kan maximaal twee halve dagdeelnames per dag komen.

        Attest:

        Animatorattest, attest van hoofdanimator, attest van instructeur en animatorattest, attest van hoofdinstructeur.

        1.3.3       Verdeelsleutel

        De (iii) toelage voor speelpleinwerkingen wordt als volgt verdeeld:

        • 40% toelage vast bedrag
        • 40% toelage op het aantal dagdeelnames
        • 20% toelage op het aantal animatoren

        1.3.3.1        Toelage op vast bedrag

        De toelage ‘vast bedrag’ wordt gedeeld door het aantal speelpleinwerkingen. Elke speelpleinwerking krijgt een even groot deel.

        1.3.3.2        Toelage op aantal halve dagdeelnames

        Voor elke deelnemer die op een halve speelpleindag aanwezig is, wordt één punt uitgereikt. Deze punten van alle speelpleinwerkingen worden samengeteld en aan de hand van de procentuele verdeling van het aantal punten wordt de toelage pro rata toegekend.

        1.3.3.3        Toelage op aantal animatoren

        Voor elke animator zonder attest die op een halve speelpleindag aanwezig is, wordt één punt uitgereikt. Voor elke animator met attest die op een halve speelpleindag aanwezig is, worden drie punten uitgereikt. De punten van alle speelpleinwerkingen worden samengeteld en aan de hand van de procentuele verdeling van het aantal punten wordt de toelage pro rata toegekend.

        Gevraagde documenten:

        • De kalender van de speelpleindagen.
        • Aanwezigheidslijsten van elke halve speelpleindag van zowel animatoren als deelnemers.

        1.4       Toelage voor jeugdverenigingen (iv)

        1.4.1       Recht op toelage

        Jeugdvereniging die erkend zijn op basis van het erkenningsreglement verenigingen van 29/06/2026 kunnen deze toelage aanvragen.

        Gevraagde documenten:

        • Ledenlijst met adres met onderverdeling naar leiding en gewone leden
        • Kalender met activiteiten of uitnodiging naar activiteiten

        1.4.2       Begrippen

        Lid van de jeugdvereniging

        • Een kind/jongere die een duidelijk bewijs van aansluiting bij de erkende jeugdvereniging kan voorleggen.
        • Het lidmaatschap is jaarlijks, rechtstreeks en bewust: dit betekent dat het lid er expliciet voor gekozen heeft om deel uit te maken van de vereniging. Het lidmaatschap kan niet impliciet en onbewust verworven worden zoals via lidmaatschap van een andere vereniging, via het feit dat men bewoner is van een gemeente, via een inschrijving voor het voorgaande jaar …
        • De leeftijd van de leden moet gesitueerd zijn tussen 3 en 30 jaar. De leeftijd wordt geteld op basis van geboortejaren in het geldende werkjaar.
        • Aan een lidmaatschap kan een jaarlijkse bijdrage gekoppeld worden.

        Leider:

        Een verantwoordelijke persoon, belast met het animeren en begeleiden van kinderen en jongeren in een jeugdvereniging.

        Attest:

        Animatorattest, attest van hoofdanimator, attest van instructeur en animatorattest, attest van hoofdinstructeur.

        Activiteit: 

        Een activiteit voldoet aan de volgende voorwaarden:

        • Een duur van minstens twee opeenvolgende uren op één en dezelfde dag uitgevoerd met een maximum van drie (morgen, namiddag, avond) activiteiten per dag.
        • Minstens één van deze volgende acht functies komt tijdens de activiteit aan bod: ontmoeting, kadervorming, vorming, recreatief spel, amateurkunsten, dienstverlening, werken aan structuurverandering, bevorderen van integratie en begeleiding van groepen die voornamelijk uit maatschappelijke achtergestelde kinderen en jongeren bestaan.
        • Alleen eigen activiteiten van de plaatselijke jeugdvereniging waarbij hun leden betrokken zijn, komen in aanmerking.
        • De geplande activiteiten moeten vooraf bekend gemaakt worden op de eigen site of in een eigen tijdschrift, via een kampboekje, op sociale media, op een jaarkalender, via mails of sms’en.

        Kampen en weekends:

        Een kamp of weekend dat in aanmerking komt voor subsidie voldoet aan volgende voorwaarden:

        • Bestaat uit minstens 2 opeenvolgende overnachtingen.
        • Bestaat uit minstens 10 deelnemers, exclusief de begeleiding, waar per 10 deelnemers één gekwalificeerd begeleider (gebrevetteerd of iemand met minstens drie jaar ervaring in de leiding) aanwezig is.
        • Bestaat uit een educatief, evenwichtig programma aangepast aan de leeftijdsgroepen.

        1.4.3       Verdeelsleutel

        De (iii) toelage voor andere jeugdverenigingen wordt als volgt verdeeld:

        • 40% toelage op werking
        • 40% toelage op kampen en weekends
        • 20% toelage op jeugdlokalen

        1.4.3.1        Toelage op werking

        De toelage op werking wordt verder onderverdeeld als volgt:

        • 10% vast bedrag
        • 80% beloning resultaat

        -                  10% van dit onderdeel wordt verdeeld over het aantal leiding

        -                  40% van dit onderdeel wordt verdeeld over het aantal leden

        -                  50% van dit onderdeel wordt verdeeld over het aantal activiteiten

        • 10% beloning van het engagement

        1.4.3.1.1        10% vast gedeelte van de algemene werking

        Het bedrag per vereniging wordt berekend door het totaalbedrag van deze post te delen door het aantal jeugdverenigingen die via de (iii) toelage voor andere jeugdverenigingen betoelaagd worden.

        1.4.3.1.2        80% beloning van het resultaat

        • Waarvan 10% verdeeld over het aantal leiding: Per niet-geattesteerde leider wordt één punt toegekend. Per geattesteerde leider worden drie punten toegekend. Het aantal leiding dat voor betoelaging in aanmerking komt, is maximum één derde van het aantal leden.
        • Waarvan 40% verdeeld over het aantal leden: Er wordt één punt toegekend per lid dat in Ieper woont, maximum 30 jaar oud is, zijn lidmaatschap betaalt en verzekerd is.
        • Waarvan 50% verdeeld over het aantal activiteiten: Elke afdeling of tak van een jeugdvereniging ontvangt één punt per activiteit. Activiteiten op kampen en weekends tellen ook mee.

        Deze punten van alle jeugdwerkorganisaties worden samengeteld en aan de hand van de procentuele verdeling van het aantal punten wordt het budget pro rata toegekend.

        1.4.3.1.3        10% beloning van het engagement

        Het jeugdwerk maakt deel uit van een bredere samenleving waarin ze een grote rol kan spelen en als stad willen we dit belonen.

        De zeven thema’s zijn de volgende:

        • Milieubewustzijn, duurzame ontwikkeling, recyclage en upcycling
        • De Noord-Zuidproblematiek en eerlijke handel
        • Aandacht voor de lokale inbedding van de vereniging en intergenerationeel werken
        • Aandacht voor kansengroepen binnen de vereniging
        • Aandacht voor kunst en creativiteit
        • Aandacht voor doordacht ondernemerschap
        • Bijdragen tot een sterk jeugdbeleid van de stad.

        Jeugdverenigingen die op minstens vier van deze zeven thema’s inzetten door het organiseren van activiteiten, het opzetten van vorming, aanwezigheid op vormingsactiviteiten en/of vergaderingen van de jeugdraad, bewuste materiaalkeuze, deelname aan acties of het zelf opzetten van acties komen voor dit deel van de toelage in aanmerking.

        Gevraagde documenten:

        • Lichamelijke ongevallenverzekering
        • Kopie van elk attest
        • Aantonen engagementen via een financieel stuk, een artikel in de krant, een onderdeel uit het programmaboekje, bewijs van gevolgde vorming, bewijs van aanwezigheid op vormingsactiviteiten en/of vergaderingen van de jeugdraad, dorpsraad.

        1.4.3.2        Toelage op kampen en weekends

        Voor elke aanwezige op elke dag kamp of weekend krijgt een jeugdvereniging één punt. Een aanwezige kan een lid, leiding of kok zijn. Deze punten van alle jeugdverenigingen worden samengeteld en aan de hand van de procentuele verdeling van het aantal punten wordt het budget pro rata toegekend.

        Gevraagde documenten:

        • Foto met alle aanwezigen van het kamp of weekend bij een herkenbare plaats (verkeersbord, stationsbord, bord van kampplaats…)
        • Kampschema of kampboekje

        1.4.3.3        Toelage op jeugdlokalen

        De toelage op werking wordt verder onderverdeeld volgens onderstaande regeling:

        • 55% voor investeringen in private jeugdwerklokalen (enkel voor verenigingen in niet- stadslokalen)
        • 10% voor lokaalnetheid en correct gebruik (enkel voor stadslokalen)
        • 35% voor gebruikskosten (alle lokalen)

        1.4.3.3.1        55% voor investeringen in private jeugdwerklokalen (enkel voor verenigingen in niet-stadslokalen)

        Wie geen werking heeft in een lokaal dat ter beschikking gesteld wordt door de stad Ieper mag zijn investeringen in de werkingslokalen inbrengen. Lokalen die (soms) verhuurd worden voor overnachtingen of evenementen en de ondersteunende lokalen voor deze functie (bijkomend sanitair, bijkomende daglokalen, grootkeuken, bar, vast podium, frigocel …), komen niet in aanmerking voor dit reglement.

        Investeringskosten zijn uitgaven bedoeld om:

        • Nieuwe lokalen en de daarbij horende installaties op te richten.
        • Bestaande lokalen en de daarbij horende installaties uit te breiden.
        • Bestaande lokalen en/of de daarbij horende installaties totaal te vernieuwen of aan te passen aan de huidige normen van veiligheid en hygiëne.

        Concreet slaan deze kosten op maar zijn niet beperkt tot:

        • Metsel- en timmerwerken (afwerking inbegrepen)
        • Elektriciteitsinstallaties
        • Verwarmingsinstallaties
        • Sanitair en isolatie

        Inzake de investeringskosten moet de installatie sober en de uitgaven verantwoord zijn. In geval van betwisting beslist het college van burgemeester en schepenen. Verder gelden volgende bepalingen:

        Nog niet betoelaagde kosten van investeringen mogen 5 jaar meegenomen worden. Daarna vervallen deze. Alle investeringen tot 2500 euro worden terugbetaald via deze toelage voor investeringen in private jeugdwerklokalen.

        Indien de toelage niet voldoende is, wordt deze pro rata verdeeld over alle rechthebbenden met een maximale inbreng van 2500 euro. Van de inbreng wordt 2500 euro afgeschreven. De overblijvende kost wordt doorgeschoven naar volgend jaar.

        Indien de toelage wel voldoende blijkt, wordt de overblijvende kost (van de rechthebbenden die meer dan 2500 euro indienden) pro rata uitbetaald met de overschot van deze toelage. Het totaal uitbetaalde som wordt afgetrokken van hun openstaande bedrag dat doorgeschoven wordt naar het volgende jaar.

        1.4.3.3.2        10% voor lokaalnetheid en correct gebruik (enkel voor verenigingen in stadslokalen)

        De middelen voor dit onderdeel van het reglement worden verdeeld via twaalf controles door een vertegenwoordiger van de jeugddienst. De jeugdvereniging krijgt het gebruiksrecht van een lokaal. Het is dan ook belangrijk dat de jeugdvereniging op een correcte manier met het lokaal omspringt. Een lokaal moet  8 op 12 keer perfect in orde zijn op volgende drie aandachtspunten om voor deze toelage in aanmerking te komen:

        • Veiligheid
        • Netheid
        • Goede huisvaderprincipe

        Bij de controles van de jeugddienst op de drie bovenstaande aandachtspunten wordt een gestandaardiseerde controlelijst gebruikt. Verenigingen kunnen deze controlelijst bij de jeugddienst opvragen. Na twee negatieve controles wordt de vereniging gecontacteerd door de jeugddienst.

        Bij betwisting van dit onderdeel van het reglement door de vereniging wordt het bewijsmateriaal overgemaakt aan de commissie georganiseerd jeugdwerk die een definitief oordeel zal vellen over het al dan niet toekennen van de toelage.

        In geval er door veelvuldige overtredingen van de afspraken door de vereniging geen toelage meer kan aangevraagd worden, ontslaat dit de vereniging uiteraard niet van zijn verantwoordelijkheid om de bovenstaande regels omtrent veiligheid, netheid, goed huisvaderschap en afsluiten van het lokaal na te leven.

        1.4.3.3.3        35% voor gebruikskosten (alle lokalen)

        Deze kosten vloeien voort uit het feit dat het normaal benutten van een lokaal voor bijeenkomsten of vergaderingen uitgaven vergt om dit in optimale omstandigheden te laten verlopen. Ze komen dus rechtstreeks voort uit het gebruik van het lokaal.

        Concreet gaat het hier om:         

        • Huur lokaal
        • Verlichtingskosten
        • Verwarmingskosten
        • Waterverbruik
        • Brandverzekering (inboedel, gebouw)
        • Ophaalkosten voor het afval (zowel huisvuil, PMD, groenafval als groot huisvuil)
        • Internetkosten

        Per onderdeel wordt het bedrag volgens de gemaakte kosten pro rata onder de in aanmerking komende jeugdverenigingen verdeeld.

        Gevraagde documenten:

        • Facturen, bonnen, rekeningen… op naam van de vereniging
        • Foto’s van de gedane werken in private jeugdlokalen

        1.5. Slotbepalingen

        1.5.1. Het totaalreglement erkenningen en subsidies jeugdverenigingen van 7 februari 2022 op te heffen.

        1.5.2. Het subsidiereglement jeugdverenigingen en speelpleinwerkingen treedt in voege 10 dagen na de publicatie.

        1.5.3. Het reglement wordt door de Burgemeester bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad Ieper, met vermelding van zowel de datum waarop het reglement werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.

        Artikel 5: Het College van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering, opvolging en beoordeling van dit reglement.

      • Toelagereglement voor bij de milieuraad aangesloten milieu-en natuurverenigingen

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        De statuten van de Ieperse Milieuraad, goedgekeurd door gemeenteraad van 29 maart 2021

        Feiten, context en argumentatie

        De gemeenteraad heeft in de zitting van 6 februari 2023 beslist om het toelagereglement voor bij de milieuraad aangesloten milieu-en natuurverenigingen goed te keuren. 

        In de zitting van de gemeenteraad van 29 juni 2026 is een nieuw reglement betreffende erkenning van verenigingen goedgekeurd. 

        Bij gevolg wordt het reglement van 6 februari 2023 aangepast; artikel 1 met betrekking tot de definitie van milieu - of natuurverenigingen dient te worden geschrapt.

        Binnen de perken van de kredieten daartoe goedgekeurd in de meerjarenplanning van de stad kan het college van burgemeester en schepenen een subsidie toekennen aan de bij de Ieperse milieuraad aangesloten en aldus erkende milieu-en natuurverenigingen voor het ondersteunen van hun algemene werking door toepassing van dit reglement. 

        Financiële gevolgen

        Op de budgetartikel ACS141/0329-0/649830 staat jaarlijks over de periode 2026-2031 €6.500 ingeschreven. Hiervan is jaarlijks €2.500 voor de werking en activiteit van de milieuraad voorzien. De €4.000 die vroeger voor subsidies bestemd werd, wordt dus met het nieuwe voorstel behouden. 

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 17 ja stemmen en 3 onthoudingen (de raadsleden Six, Dehollander en Kinoo) tegen 12 neen stemmen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, V. Despeghel, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demeyere, Louwyck en Stubbe):

         

        Artikel 1: het Toelagereglement voor bij de milieuraad aangesloten en erkende milieu-en natuurverenigingen goed te keuren als volgt:

         

        Toelagereglement voor bij de milieuraad aangesloten milieu-en natuurverenigingen


        Art. 1 De subsidie 

        De toelage is bedoeld voor milieu- en natuurverenigingen die erkend zijn op basis van het erkenningsreglement verenigingen dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 29 juni 2026, en die aangesloten zijn bij de milieuraad. De toelage bestaat uit een basisbedrag en een aanvullende toelage. 

        Art. 1.1. Vereisten basisbedrag (200 EUR)
        Om in aanmerking te komen voor het basisbedrag van 200 EUR dient de vereniging aan volgende voorwaarden te voldoen: 

        • De vereniging onderschrijft de statutaire doelstellingen van de milieuraad
        • De vereniging is het jaar voorafgaand aan het jaar van betoelaging het volledige jaar aangesloten bij de Ieperse milieuraad en/of neemt deel aan één of meerdere binnen de milieuraad opgerichte werkgroep(en)
        • De vereniging geeft jaarlijks aan op welke werkveld(en) (milieu, natuur, duurzaamheid) ingezet werd en licht deze kort toe
        • De vereniging werkte actief mee aan eventuele activiteiten die door de milieuraad werden georganiseerd (bvb. Groene Pluim).  Dit kan zowel inhoudelijk als logistiek. 

        Art. 1.2. Vereisten aanvullende toelage (maximaal 300 EUR) 

        Bovenop het in art. 1.1. basisbedrag kan de vereniging per hieronder vermelde uitgevoerde actie 75 EUR extra ontvangen.
        Meerdere acties kunnen gecombineerd worden.  De totale bijkomende toelage kan evenwel maximaal 300 EUR bedragen. 

        a)       De vereniging organiseert een infoavond, lezing, discussie of gelijkaardige educatieve activiteit die aansluit bij de doelstellingen van de milieuraad en die toegankelijk is voor een breed publiek (breder dan voor de eigen leden) of specifieke doelgroep.
        Indien meer dan één dergelijke activiteit wordt georganiseerd, wordt een toelage van 150 EUR toegekend voor de actie a). 

        b)      De vereniging organiseert (een) actie(s) die leidt/leiden tot een hogere natuurwaarde/biodiversiteit van de stad (bvb. aanplantingen, beheerswerken) 

        c)       De vereniging organiseert (een) actie(s) voor het stimuleren van circulaire economie en/of deeleconomie die toegankelijk is voor een breed publiek of specifieke doelgroep (breder dan voor de eigen leden) 

        d)      De vereniging organiseert activiteiten voor monitoring en/of inventarisatie van het milieu en/of natuur op het grondgebied Ieper, bedoeld voor de eigen leden en/of specialisten 

        e)      De vereniging organiseert vormingsactiviteit(en) op het vlak van milieu, natuur, klimaat of duurzaamheid voor de eigen vrijwilligers op het grondgebied Ieper (andere dan bedoeld in a) 

        f)        De vereniging heeft een eigen ledenblad, tijdschrift en/of (digitale) nieuwsbrief met een oplage van minstens 50 exemplaren en een frequentie van minimaal 3 maal per jaar 

        g) Voor activiteiten georganiseerd in samenwerking met verschillende aangesloten verenigingen kan elke vereniging afzonderlijk voor betoelaging in aanmerking komen, voor zover de eigen inbreng duidelijk aangetoond wordt.

        Art. 2 Bewijslast en aanvraagformulier 

        Om in aanmerking te komen voor de basis- en bijkomende toelage moet de vereniging een aanvraag indienen via het in bijlage bij dit reglement voorziene aanvraagformulier.
        De aanvraag slaat op de werking en activiteiten uitgevoerd tijdens het voorgaand kalenderjaar.  De activiteiten van nieuwe milieu- en natuurverenigingen komen in aanmerking voor een toelage na hun eerste werkingsjaar.
        Het stadsbestuur behoudt zich het recht voor de gegeven informatie en bewijsstukken te laten verifiëren.  Indien blijkt dat de aangifte niet in overeenstemming is met de werkelijkheid komt de desbetreffende milieu- of natuurvereniging niet meer in aanmerking voor de toelage.
        De aanvraag tot subsidie wordt door de milieu- en natuurverenigingen ingediend bij de milieudienst.  Het reglement en het aanvraagformulier zijn beschikbaar op de milieudienst en de gemeentelijke website. 

        Per kalenderjaar kan de vereniging één aanvraag tot toelage indienen. 

        De aanvraag dient ingediend voor 31 januari van het kalenderjaar volgend op het werkingsjaar waarvoor subsidies worden aangevraagd.


        Art. 3 Aanvragen projectsteun 

        Voor zover het budgettair mogelijk is, kan het niet aan de aangesloten verenigingen uitbetaalde en resterende bedrag aangewend worden als projectsteun.  Deze projectsteun kan bovenop de basis- en aanvullende toelage worden uitbetaald.
        Aangesloten verenigingen kunnen jaarlijks een projectaanvraag indienen.  Indien meerdere verenigingen een aanvraag indienen zal het beschikbare budget verdeeld worden onder de goedgekeurde ingediende aanvragen. 

        De ingediende projectaanvraag moet in de lijn liggen van de doelstellingen van de milieuraad.  Het ingediende project moet bijdragen aan een verhoogde natuurwaarde of een verminderde ecologische voetafdruk voor de stad of haar inwoners. 

        Vernieuwende projecten en projecten met inbreng van of ten voordele van een publiek ruimer dan de eigen vereniging krijgen voorrang.  

        Per project kan maximaal 500 EUR worden bekomen.  De vereniging kan jaarlijks maximaal één projectaanvraag indienen. 

         

        Art. 4 Beoordeling en beslissing 

        De aanvragen worden bij ontvangst door de milieudienst gecontroleerd op ontvankelijkheid en volledigheid.  De milieudienst maakt een overzicht van de ontvangen aanvragen en de uit te betalen toelagen en legt dit voor aan het college van burgemeester en schepenen.
        Het college van burgemeester en schepenen is belast met de uitvoering van dit reglement. 

         

        Art. 5 Inwerkingtreding

        Het toelagereglement voor bij de milieuraad aangesloten milieu-en natuurverenigingen treedt in voege 10 dagen na de publicatie. Het toelagereglement voor bij de milieuraad aangesloten milieu-en natuurverenigingen van 6 februari 2023 wordt opgeheven.

         

        Art. 6 Bekendmaking 

        Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking. 

    • Economie

      • Reglement invoering van een uitbatingsvergunning voor bepaalde sectoren: beperkte aanpassing

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        Invoering van een uitbatingsvergunning voor bepaalde sectoren (GR 6/10/2025)

        Feiten, context en argumentatie

        Het (kern-)winkelgebied van Ieper is een belangrijk centrum voor handel, dienstverlening en recreatie. Het trekt zowel lokale bewoners als toeristen aan en vormt een essentieel onderdeel van de economische en sociale vitaliteit van de stad.
        Daarom is het belangrijk dat dit gebied beschermd wordt en aantrekkelijk blijft voor klanten om zo de leefbaarheid van de winkeliers te garanderen. Een onbemande, volledig geautomatiseerde winkel biedt geen meerwaarde aan het winkelcentrum. Waar lokale handelszaken zorgen voor persoonlijk contact, etalages en levendigheid in het straatbeeld, draagt een onbemande winkel vaak weinig bij aan de sociale dynamiek, uitstraling en beleving van de omgeving. In een kernwinkelgebied, waar ontmoeting en aantrekkelijkheid centraal staan, is het belangrijk om te waken over een gevarieerd en kwalitatief handelsaanbod dat de levendigheid van het centrum versterkt. 

        In die zin wordt voorgesteld een beperkte aanvulling te doen in het 'reglement invoering van een uitbatingsvergunning voor bepaalde sectoren'. Meer bepaald wordt voorgesteld om in artikel 3 een korte aanvulling te voorzien waarbij automatenshops in het kernwinkelgebied niet worden toegelaten:

        3.3. Bemande uitbating in kernwinkelgebied

         In het kernwinkelgebied worden enkel vestigingseenheden toegestaan met fysieke uitbating door personen. Automatenshops, zijnde vestigingseenheden waar uitsluitend verkoopautomaten staan en waar geen andere activiteit wordt uitgeoefend dan de verkoop van producten door middel van één of meerdere toestellen die na het inwerpen van een geldstuk of het invoeren van een elektronisch betaalmiddel, de producten overmaken zonder tussenkomst van een persoon, zijn niet toegelaten in het kernwinkelgebied.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 21 ja stemmen tegen 11 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, V. Despeghel, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demeyere en Louwyck) akkoord te gaan om het reglement 'invoering van een uitbatingsvergunning voor bepaalde sectoren' goedgekeurd op 6 oktober 2025 op te heffen en te vervangen door volgend reglement:


        Uitbatingsvergunning voor nachtwinkels, private bureaus voor telecommunicatie, inrichtingen waar producten op basis van cannabis of derivaten verkocht worden, shishabars, handcarwashes, barbiers en mini-markets

         

        Artikel 1. Toepassingsgebied

        Dit reglement is van toepassing op alle nieuw te openen en bestaande vestigingseenheden op het grondgebied van de stad Ieper die worden beschouwd als een kleinhandelszaak.

        Onverminderd andere regelgeving is op het grondgebied een uitbatingsvergunning verplicht voor de uitbating van volgende publiek toegankelijke inrichtingen:

        -          Nachtwinkels

        -          Private bureaus voor telecommunicatie

        -          Inrichtingen waar producten op basis van cannabis of derivaten verkocht worden

        -          Shishabars

        -          Handcarwashes

        -          Barbiers

        -          Mini-markets

         

        Artikel 2. Definities

        Uitbater: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die eigenaar is van de handelszaak (maar niet noodzakelijk van het handelspand) en voor wiens rekening en risico de instelling wordt uitgebaat.

        Vestigingseenheid: een plaats die men geografisch gezien kan identificeren door een adres, die voor de consument toegankelijk is en waar activiteiten waarop de Wet van 10 november 2006, gewijzigd bij Wet van 2016, van toepassing is, uitgeoefend worden;

        Kleinhandelszaak: een vestigingseenheid die een handelsactiviteit uitoefent die bestaat uit kleinhandel;

        Stadscentrum: de zone die wordt afgebakend door volgende straten (zelf ook inbegrepen): Goesdamstraat, Grachtstraat, Fochlaan, Colaertplein, Oudstrijderslaan, Zuiderring, Steverlyncklaan, Picanollaan, Leopold III-laan, Hoornwerk, Kiplinglaan, Basculestraat, Hoge Wieltjesgracht, Masscheleinlaan, Plumerlaan, Oude Vaartstraat.

        Nachtwinkel: een vestigingseenheid die
        a) ingeschreven is in de KBO (Kruispuntbank van Ondernemingen) uitsluitend onder de rubriek “verkoop van algemene voedingswaren en huishoudelijke artikelen”;
        b) geen andere handelsactiviteit uitoefent dan die hierboven bedoeld;
        c) een maximale netto-verkoopoppervlakte heeft van 150 m²;
        d) op een duidelijke en permanente manier de vermelding “nachtwinkel” dragen (overeenkomstig de door het College van Burgemeester en Schepenen bepaalde modaliteiten)

        Privaat bureau voor telecommunicatie: iedere voor het publiek toegankelijke vestigingseenheid voor het verlenen van telecommunicatiediensten.

        Inrichtingen waar producten op basis van cannabis of derivaten verkocht worden: iedere voor het publiek toegankelijke vestigingseenheid waar producten op basis van cannabis of derivaten verkocht worden onder de vorm van geneesmiddel, voedingsmiddel of supplement, cosmeticaproduct, dampvloeistof of e- sigaret met een lager gehalte dan 0,2% THC.

        Shishabar: een publiek toegankelijke inrichting onder meer bestemd om een waterpijp te roken, ook al is dit sporadisch en enkel op een vergunde terraszone. Onder waterpijp wordt verstaan, een apparaat om te roken via een vloeistofreservoir.

        Handcarwash: iedere voor het publiek toegankelijke inrichting, waar in hoofdactiviteit motorvoertuigen van derden manueel worden schoongemaakt en/of worden behandeld met beschermingsmiddelen zoals waxen e.d., zonder vaste inrichting met industriële wastechnieken.

        Barbier: een kapper, gespecialiseerd in de verzorging van mannenhaar. Kappers zijn allround haarstylisten voor mannen en vrouwen en vallen niet onder dit reglement.

        Mini-market: een kleinhandelszaak kleiner dan 400 m², waar een gemengd aanbod wordt gevoerd zoals dat in supermarkten voorkomt. Deze zaken zijn hoofdzakelijk gekenmerkt door een gecombineerd aanbod van eetwaren, droge voeding, alcoholische dranken, tabak, huishoudartikelen, verzorgingsproducten en drogisterijartikelen. Kleinhandelszaken gericht op toeristen en souvenirshops worden hiervan uitgesloten.

        Feitelijke verantwoordelijke: de natuurlijke persoon die voor rekening en risico van de uitbater de publiek toegankelijke inrichting uitbaat.

         

        Artikel 3. Openingsuren en uitbating

        3.1. Algemene openingsuren voor kleinhandelszaken

        1. Iedere vestigingseenheid op het grondgebied van de stad Ieper die voldoet aan de definiëring van een kleinhandelszaak mag open zijn tussen 5.00 uur en 22.00 uur, inclusief op zon- en feestdagen.

        2. Eenmalige, herhaaldelijke of periodieke uitzonderingen op de openingsuren vermeld in 3.1 zijn mogelijk. Hiertoe beslist het College van Burgemeester en Schepenen op individuele of algemene wijze op basis van een gemotiveerde aanvraag door een uitbater, een vereniging van kleinhandelszaken of op eigen initiatief. Deze uitzonderingen kunnen beperkt worden tot een deel van het grondgebied.

        3. Permanente uitzonderingen op de openingsuren vermeld in 3.1 worden toegestaan nadat de vestigingseenheid een vergunning tot vestiging en uitbating van een “nachtwinkel" verkrijgt.

         3.2. Bijzondere openingsuren

        1. De vestigingseenheden die een vergunning hebben verkregen conform artikel 3.1.3 van dit reglement mogen geopend zijn tussen 18.00 uur en 5.00 uur.

        2. Na 5.00 uur en voor 18.00 uur is de vestigingseenheid bedoeld in 3.2.1 gesloten.

        3.3. Bemande uitbating in kernwinkelgebied

         In het kernwinkelgebied worden enkel vestigingseenheden toegestaan met fysieke uitbating door personen. Automatenshops, zijnde vestigingseenheden waar uitsluitend verkoopautomaten staan en waar geen andere activiteit wordt uitgeoefend dan de verkoop van producten door middel van één of meerdere toestellen die na het inwerpen van een geldstuk of het invoeren van een elektronisch betaalmiddel, de producten overmaken zonder tussenkomst van een persoon, zijn niet toegelaten in het kernwinkelgebied.

         

        Artikel 4. Procedure

        4.1 Ontvankelijkheid

        De aanvraag voor een uitbatingsvergunning is slechts ontvankelijk wanneer voldaan is aan volgende voorwaarden:

        1. De uitbater moet een aanvraag indienen aan de hand van het daartoe voorziene aanvraagformulier, waarbij volgende documenten moeten worden toegevoegd:

        • Bij alle aanvragen:

        -       een overzicht van alle (rechts)personen die in welke hoedanigheid ook betrokken zijn bij de exploitatie van de publiek toegankelijke inrichting, met opgave van de naam, de voornaam, de nationaliteit en het arbeidsstatuut (werknemer/zelfstandige/vrijwilliger) evenals een kopie van de identiteitskaart en een bewijs van aansluiting/aangifte bij de sociale zekerheid van al deze (rechts)personen indien dit wettelijk verplicht is;

        -      een uittreksel strafregister (type 595 voor aanvragers van een privaat bureau voor telecommunicatie, inrichting waar producten op basis van cannabis of derivaten verkocht worden, shishabar, handcarwash of barbier, en type 596.1 voor aanvragers van een nachtwinkel of mini-market), van de uitbater, en, in het geval dat de uitbater een rechtspersoon is, ook van haar organen en/of vertegenwoordigers. Dit uittreksels mag op de dag van de aanvraag niet ouder zijn dan drie maand;

        -       een kopie van het actuele UBO-register;

        -       een kopie van het actuele aandeelhoudersregister;

        -       een attest van de FOD Financiën waaruit blijkt of er al dan niet nog bedragen verschuldigd (zouden kunnen) zijn inzake belastingen en taksen, boeten en interesten door (i) de uitbater, en in het geval dat de uitbater een rechtspersoon is, van (ii) haar organen en/of vertegenwoordigers. Dit attest mag op de dag van de aanvraag niet ouder zijn dan één maand;

        -       een kopie van alle verplichte periodieke btw-aangiften voor de periode van 24 maanden voorafgaand aan de aanvraag of voor de periode vanaf de oprichting van de onderneming tot de aanvraag van de uitbatingsvergunning, indien deze korter is dan 24 maanden;

        -       een kopie van de btw-rekening-courant die op de dag van de aanvraag niet ouder is dan 7 kalenderdagen. Indien de rekening-courant op nul werd gezet of definitief werd afgesloten, dient een kopie van de bijzondere rekening toegevoegd te worden, die op de dag van de aanvraag niet ouder is dan 7 kalenderdagen;

        -       een kopie van het dagontvangstenboek van de 6 volledige maanden voorafgaand aan de aanvraag van de uitbatingsvergunning of vanaf de oprichting van de onderneming tot de aanvraag van de uitbatingsvergunning, indien deze korter is dan 6 maanden;

        -       een kopie van de laatste verplicht op te stellen (interne) jaarrekening, ongeacht de verplichting tot neerlegging en/of publicatie;

        -       een overzicht van alle oprichtingskosten en investeringen, evenals alle financieringsbronnen die hiervoor aangewend werden of worden met opgave van een onderscheid tussen eigen vermogen en vreemd vermogen, inclusief stavingsstukken voor de financieringsbronnen, en met opgave van de bankrekeningnummers die gebruikt (zullen) worden voor de exploitatie;

        -       een bewijs dat de uitbater de aangevraagde locatie rechtmatig kan gebruiken voor de exploitatie van de publiek toegankelijke inrichting (zoals een kopie van de aankoopakte van het pand of een kopie van de huurovereenkomst voor de aangevraagde locatie).

        • Bij een aanvraag voor een telecomwinkel:

        -       een overzicht van de operatoren van wie prepaid sim- en/of herlaadkaarten aangeboden (zullen) worden.

        • Bij een aanvraag voor een handcarwash:

        -       een plan van de locatie, met aanduiding op schaal van het aantal parkeerplaatsen, wasruimte en circulatieruimte, waarmee de uitbater aantoont over een bedrijfsruimte te beschikken die per wasruimte voor één personenwagen voorzien is van:

        • gemarkeerde interne parkeerplaatsen (minimum 2 x 5 meter per parkeervak) voor minimum drie personenwagens;
        • interne circulatieruimte voor parkeermanoeuvres (minimum 3 meter breed), zodanig dat het in- en uitrijden van een intern parkeervak niet op de openbare weg gebeurt.

        • Bij een aanvraag voor een mini-market of barbier:

        -       een plan van de inrichting van het pand, conform de bepalingen in dit reglement.

        -       een plan van de visuele vormingeving van de etalage.

        De aanvraag is onvolledig wanneer de documenten en gegevens vermeld in dit artikel en in het aanvraagformulier ontbreken. De aanvraag is onontvankelijk wanneer de ontbrekende documenten niet zijn ingediend binnen een termijn van 30 kalenderdagen na mededeling van de onvolledigheid. Als de aanvraag onontvankelijk is, wordt de aanvrager hiervan in kennis gesteld, en wordt het dossier terugbezorgd aan de aanvrager en niet verder beoordeeld.

        2. Op de locatie van aanvraag moet de functie stedenbouwkundig vergund zijn.

        3. Voor eenzelfde locatie kan slechts één uitbatingsvergunning aangevraagd en afgeleverd worden.

        4. Een nieuwe aanvraag van dezelfde uitbater, voor dezelfde locatie én voor dezelfde bestemming, volgend op een geweigerde aanvraag of op een ingetrokken uitbatingsvergunning, kan ten vroegste zes maanden na de datum vermeld in de beslissing tot weigering of intrekking, ingediend worden.

         

        4.2 Ten gronde

        1. Na de melding van een ontvankelijke aanvraag, volgt de controle van de vergunningsvoorwaarden.

        2. Binnen een termijn van 90 kalenderdagen na de melding van een ontvankelijke aanvraag wordt een beslissing genomen door het College van Burgemeester en Schepenen. Indien gerechtvaardigd door de complexiteit van het dossier, mag deze termijn éénmaal worden verlengd met maximaal dezelfde duur.

        3. Om dwingende redenen van algemeen belang, met name de openbare orde en veiligheid, bescherming van consumenten, eerlijkheid van handelstransacties, fraudebestrijding, bescherming van het milieu en stedelijk milieu, wordt bij het uitblijven van een beslissing binnen de vastgestelde of verlengde termijn, de uitbatingsvergunning geacht te zijn geweigerd.

         

        4.3 Geldigheid

        1. De uitbatingsvergunning is geldig vanaf de ondertekening door de bevoegde vertegenwoordigers van de Stad.

        2. Het College van Burgemeester en Schepenen kan beslissen om de uitbatingsvergunning te beperken in de tijd en/of bepaalde voorwaarden te koppelen aan de uitbatingsvergunning. In voorkomend geval moet de beslissing daartoe gemotiveerd zijn. De duurtijd moet evenwel minstens 1 jaar bedragen.

        3. Bij stopzetting van de uitbating vervalt de uitbatingsvergunning.

        4. Bij overname van de uitbating vervalt de uitbatingsvergunning. De nieuwe uitbater of overnemer dient een nieuwe vergunning aan te vragen.

        5. De uitbatingsvergunning wordt verleend voor een termijn van 5 jaar.
        Uiterlijk 3 maanden voor het verstrijken van voormelde termijn moet de uitbater schriftelijk een aanvraag indienen bij het schepencollege tot hernieuwing van de uitbatingsvergunning. De uitbater die nalaat binnen de voormelde termijn een hernieuwing van de uitbatingsvergunning aan te vragen, verliest de uitbatingsvergunning op de vervaldag van de vergunning.

         

        Artikel 5. Vergunningsvoorwaarden

        5.1 Omgeving en brandveiligheid

        De publiek toegankelijke inrichting die voor de uitbating gebruikt wordt, dient te voldoen aan volgende voorwaarden:

        1. De publiek toegankelijke inrichting moet voldoen aan de geldende reglementering met betrekking tot de omgeving, meer bepaald inzake stedenbouw en milieu. De uitbating mag de ruimtelijke draagkracht niet overschrijden en moet bovendien verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. Indien dit niet het geval is, kan het college van burgemeester en schepenen bijkomende maatregelen opleggen die de overlast beperken. Eventueel kan het schepencollege de uitbating verbieden indien dit noodzakelijk wordt geacht.

        2. De publiek toegankelijke inrichting moet voldoen aan de brandveiligheidsvoorwaarden.

        5.2 Moraliteit

        Alle uitbatingen zijn onderworpen aan een gunstig moraliteitsonderzoek. Dit onderzoek bestaat uit:

        1. Een onderzoek naar veroordelingen van inbreuken op:

        -          het Strafwetboek, met uitzondering van de overtredingen in Titel X van dit wetboek;

        -          de Drugwet;

        -          de Vreemdelingenwet.

        2. Een onderzoek naar de wettelijke verplichtingen die verband houden met een exploitatie, zoals, maar niet beperkt tot:

        -          persoonsgebonden beroepsuitoefeningsvoorwaarden (o.m. leeftijd, beroepskaart, arbeidskaart);

        -          administratieve verplichtingen t.a.v. de Kruispuntbank van Ondernemingen;

        -          sociaal- en arbeidsrechtelijke regelgeving;

        -          boekhoudkundige en fiscale regelgeving;

        -          vennootschapsrechtelijke verplichtingen en regelgeving inzake vzw’s;

        -          vergunningen, erkenningen en toelatingen met betrekking tot de beroepsuitoefening;

        -          de regelgeving met betrekking tot de openingsuren, voedselveiligheid, volksgezondheid en leefmilieu, douane en accijnzen;

        -          de wetgeving inzake geneesmiddelen.

        3. Een onderzoek om na te gaan of de uitbater of een persoon die betrokken is bij de exploitatie al eerder betrokken was bij de exploitatie van een publiek toegankelijke inrichting waar een bestuurlijke maatregel of een gemeentelijke administratieve sanctie aan werd opgelegd.

        4. Een financieel onderzoek:

        -          een onderzoek naar de betaling van alle verschuldigde niet-betwiste vorderingen, van welke aard ook, die betrekking hebben op de exploitatie en de uitbater;

        -          een onderzoek naar de herkomst van de gelden waarmee investeringen worden gedaan in de publiek toegankelijke inrichting en/of waarmee de aankoop gefinancierd wordt;

        -          een onderzoek of er ernstige aanwijzingen zijn van fraude.

        5. Bijkomend wordt enkel voor de shishabars een onderzoek gevoerd of er voldaan is aan de voorwaarden in het kader van de rookwetgeving en de openbare gezondheid:

        -          de aanwezigheid van een afzuigsysteem in de rookkamer dat aan bepaalde technische standaarden voldoet, conform de bepalingen van de FOD Volksgezondheid;

        -          een CO-melder in alle ruimtes van de bar, waarvan de technische standaard te bevragen is bij de brandweer.

        5.3 Ruimtelijke ligging

        Er wordt geen uitbatingsvergunning afgeleverd voor de vestigingseenheid van een nachtwinkel, private bureau voor telecommunicatie, inrichting waar producten op basis van cannabis of derivaten verkocht worden, shishabar, handcarwash, barbier of mini-market indien de voorziene vestiging zich bevindt binnen een straal van 400 meter, gemeten vanaf de toegangsdeur van een bestaande gelijkaardige zaak in het stadscentrum en een straal van 1 kilometer, gemeten vanaf de toegangsdeur van een bestaande gelijkaardige zaak buiten het stadscentrum.
        Deze beperkingen inzake de ruimtelijke ligging worden beoordeeld op de datum van de inschrijving van de vergunningsaanvraag op de gemeente. 

         

        Dit onderzoek naar de vergunningsvoorwaarden wordt uitgevoerd op de private doch voor het publiek toegankelijke plaats, op de uitbater, op de organen en/of vertegenwoordigers van de uitbater en op de feitelijke verantwoordelijke(n). Dit onderzoek kan uitgebreid worden tot alle natuurlijke personen die betrokken zijn bij de exploitatie. Deze personen dienen meerderjarig te zijn en op eerste verzoek een uittreksel uit het strafregister voor te leggen van het land van hun verblijfplaats, domicilie en/of herkomst of een hieraan gelijkwaardig document, desgevallend gelegaliseerd en beëdigd vertaald.

        Het onderzoek wordt verricht door de daartoe bevoegde diensten. Het College van Burgemeester en Schepenen kan steeds alle nuttige inlichtingen inwinnen en beslist gemotiveerd en discretionair of het resultaat van het moraliteitsonderzoek zwaarwichtig genoeg is om de uitbatingsvergunning al dan niet te weigeren waarbij men steeds het gevaar voor de openbare orde voor ogen zal houden.

         

        Artikel 6. Uitbatingsvoorwaarden

        1. De uitbater is verplicht elke wijziging op de vergunningsvoorwaarden en van gegevens opgegeven in de aanvraag onmiddellijk te melden aan de Stad. Bij een wijziging van de organen en/of vertegenwoordigers van de uitbater (onder meer de zaakvoerder) moet een nieuw uittreksel uit het strafregister ingediend worden.

        2. De uitbatingsvergunning kan niet worden overgedragen, noch aan een andere uitbater, noch naar een andere locatie. Wijziging van de uitbater of locatie vereist dus een nieuwe uitbatingsvergunning.

        3. De ruimtes die deel uitmaken van de publiek toegankelijke inrichting mogen niet gebruikt worden als huisvesting, logies of overnachtingsplaats.

        4. De politie of controlerend ambtenaar kan te allen tijde een of meerdere geactualiseerde documenten opvragen die overeenkomstig artikel 5 aan de aanvraag toegevoegd moeten worden. De uitbater is ertoe gehouden deze documenten uiterlijk binnen 2 weken aan de politie of controlerend ambtenaar te bezorgen.

        5. Dit reglement en in het bijzonder de vergunningsvoorwaarden en uitbatingsvoorwaarden zoals beschreven, dienen nageleefd te worden zolang de uitbating duurt.

        6. Het is verboden vestigingseenheden te laten beleveren na 22.00 uur.

        7. Het is verboden om tussen 21.00 en 7.00 uur aan het publiek alcoholhoudende dranken te verkopen in verkooppunten andere dan horecazaken, en dit gedurende de periodes 1/05 – 30/09 en 1/12 -05/01.

        8. De vitrines van vestigingseenheden dienen zodanig ingericht te worden dat zij getuigen van een verzorgde en keurige aanblik naar de straatzijde. Flits-, knipper- of draailichten, lichtkranten of laserverlichting zijn niet toegelaten, cfr de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening .

        9. Bijkomende uitbatingsvoorwaarden voor shishabars:

        -           Het uitbaten van een shishabar is enkel toegelaten in een drankgelegenheid.

        -           Het gebruik van een waterpijp en andere rookinstrumenten is niet toegelaten op terrassen of andere aanhorigheden van de shishabar.

        -           Het verhandelen, bezit en gebruik van lachgas is verboden.

        10. Bijkomende uitbatingsvoorwaarden voor nachtwinkels en mini-markets:

        -           Er mogen geen alcoholhoudende dranken worden gedronken in en in de onmiddellijke nabijheid van de vestigingseenheid.

        -           Er mogen in de nabije omgeving geen voertuigen draaiende worden gehouden terwijl het voertuig stilstaat. De bestuurder van het voertuig is verantwoordelijk voor deze inbreuk.

        -           Tijdens de openingsuren plaatst de uitbater in of bij zijn inrichting een of meer degelijke en goed bereikbare vuilnisbakken. Op het voetpad moet hierbij echter steeds minstens een doorgang van 1,50 m gegarandeerd blijven. De uitbater houdt de vuilnisbakken rein. De vuilnisbakken hebben een neutrale kleur en zijn vrij van reclame.

         

        Artikel 7. Weigeringsgronden

        1. Het College van Burgemeester en Schepenen kan beslissen de vergunning te weigeren of op te schorten indien:

        -          niet of niet meer voldaan wordt aan de wettelijke of reglementaire bepalingen en/of de bepalingen zoals voorgeschreven in dit reglement;

        -          een voorgeschreven onderzoek een negatief resultaat oplevert;

        -          een controle door de bevoegde dienst wordt verhinderd;

        -          de aanvraag onjuiste gegevens bevat;

        -          de openbare orde, veiligheid en rust en/of openbare gezondheid, ook eventueel veroorzaakt door overlast, in het gedrang kan komen;

        -          de uitbater veroordelingen heeft opgelopen wegens inbreuken op de fraude- en drugswetgeving, mensenhandel, omwille van inbreuken op de wet op racisme en xenofobie of omwille van daden van weerspannigheid ten opzichte van politie en andere overheidsdiensten.

        2. Het College van Burgemeester en Schepenen kan beslissen in de uitbatingsvergunning bijzondere voorwaarden op te nemen afhankelijk van specifieke omstandigheden, bv. de ligging van de inrichting.

         

        Artikel 8. Verval van rechtswege

        De uitbatingsvergunning vervalt van rechtswege:

        -          op het moment dat de exploitatie van de publiek toegankelijke inrichting of de exploitatie van de vergunde activiteit voor een periode van langer dan drie maanden feitelijk is onderbroken, behoudens wanneer deze omstandigheid gerechtvaardigd is op basis van een medisch attest dat betrekking heeft op de persoon van de uitbater;  

        -          in geval van opening van het faillissement, vereffening, gerechtelijk akkoord of iedere andere vorm van collectieve schuldenregeling;

        -          in geval van een veroordeling tot gerechtelijke sluiting;

        -          in geval van een gerechtelijk beroepsverbod voor de uitbater of één van haar organen;

        -          in geval van ontbinding van de rechtspersoon;

        -          in geval van schrapping of stopzetting van de uitbater of van de betrokken vestiging volgens de gegevens van de Kruispuntbank van Ondernemingen;

        -          in geval van wijziging van de uitbater of van wijziging van de organen van de rechtspersoon, indien hierdoor de controle over de vennootschap wijzigt;

         

        Artikel 9. Administratieve maatregelen en sancties

        Onverminderd het voorgaande en onverminderd de toepassing van de GAS reglementering, kan de politie bij vaststelling van uitbating zonder uitbatingsvergunning de publiek toegankelijke inrichting onmiddellijk en ter plaatse sluiten.

        1. Inbreuken op de bepalingen uit dit reglement kunnen vastgesteld worden door de bevoegde ambtenaren en agenten van de federale en lokale politie, de daartoe aangewezen gemeentelijke vaststellende ambtenaren in het kader van de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties en de daartoe gemachtigde ambtenaren in het kader van de Wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening, gewijzigd bij Wet van 1 april 2016.

        2. Behoudens de strafbepalingen voorzien in de Wet van 10 november 2006, gewijzigd bij Wet van 1 april 2016, betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening, kunnen inbreuken op de bepalingen van dit reglement bestraft worden met een administratieve geldboete van maximaal 500,00 euro, een schorsing of een intrekking van de door het College van Burgemeester en Schepenen verleende vestigings- en uitbatingsvergunning of de tijdelijke of definitieve administratieve sluiting van de inrichting.

         

        Artikel 10. Overige bepalingen

        1. Dit reglement treedt overeenkomstig de bepalingen van artikel 288 van het Decreet Lokaal Bestuur in werking op de eerste dag na de bekendmaking ervan.

        2. De bestaande inrichtingen waar producten op basis van cannabis of derivaten verkocht worden, shishabars, handcarwashes, barbiers of mini-markets, al dan niet opgenomen in de aanwezigheidslijst op het Iepers grondgebied die vastgesteld werd door het College van Burgemeester en Schepenen op 15 september 2025, moeten deze uitbatingsvergunning aanvragen uiterlijk binnen een periode van vier maanden na de inwerkingtreding van dit reglement. De lijst van 15 september 2025 kan worden aangevuld indien wordt bewezen dat betrokken vestigingseenheid op 15 september 2025 actief was als inrichting waar producten op basis van cannabis of derivaten verkocht worden, shishabar, handcarwash, barbier of mini-market.
        De nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie, gevat door deze uitbatingsvergunning, dienen zich te confirmeren bij het vernieuwen van hun lopende vergunning.

        3. Voor de onder 10.2 bedoelde vestigingseenheden waarvoor tijdig een ontvankelijke aanvraag werd ingediend, levert het College van Burgemeester en Schepenen een vergunning af zonder dat de onder artikel 5.3. opgenomen beperkingen van toepassing zijn. De andere bepalingen van dit reglement blijven onveranderd van toepassing.

        4. Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur.

        5. Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid overgemaakt. 

    • Omgevingsvergunning

      • Desot Walter Grondwerken - Langemarkseweg 12 - 8904 Ieper - beperkte herziening Sectoraal GRUP Zonevreemde bedrijven deelplan 1/5 met toepassing art. 7.4.4/1 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening - HOV_33011_229_00002_00001 - goedkeuring

        Voorgeschiedenis

        In zitting van 28 juli 2025 besliste het college:

        Artikel 1. principieel akkoord te gaan om de aanvraag via de procedure art. 7.4.4/1 te behandelen en hiervoor de randvoorwaarden uit de overweging advies dienst omgeving-RO mee te geven.

        Artikel 2. voorafgaand aan de formele opstart van de procedure principieel advies in te winnen bij Departement Omgeving en bij de provinciale dienst Ruimtelijke Planning.  

         

        In zitting van 13 oktober 2025 besliste het college:

        Artikel 1. kennis te nemen van het standpunt van departement Omgeving en de provincie om de aanvraag via de procedure art. 7.4.4/1 te behandelen

        Artikel 2. te bevestigen dat procedure opgestart kan worden en de randvoorwaarden uit de overweging advies dienst omgeving-RO mee te geven.

        Artikel 2. de procedure met de opmaak van de planMERscreening op te starten.

         

        De planMERscreening werd opgesteld en voorgelegd aan het college op 9 februari 2026 waarbij het college besliste:

        Op basis van deze overwegingen besluit het college de planMERscreening voor advies te versturen aan de hiervoor bevoegde instanties.

         

        In toepassing van art. 4.2.5 DABM werd op 10 februari 2026 de planMERscreening voor advies overgemaakt aan:

        1. VECM - mer@vlaanderen.be
        2. Provinciebestuur West-Vlaanderen, Dienst Ruimtelijke Planning- ruimtelijkeplanning@west-vlaanderen.be
        3. Departement Omgeving – Omgevingsplanning - West-Vlaanderen - GOP.WVL.omgeving@vlaanderen.be
        4. Departement MOW - advies.departement@mow.vlaanderen.be
        5. Provinciale Dienst Integraal Waterbeleid - advies_omgevingsloket@west-vlaanderen.be
        6. OVAM, Afdeling Bodembeheer, Dienst Databeheer - MERadvies@ovam.be

         

        Het college heeft in zitting van 13 april 2026 beslist de procedure tot opstart van de herziening van het SGRUP Zonevreemde bedrijven op te starten:

        Op basis van deze overwegingen besluit het college:

        Artikel 1. de ontheffing van de planMERplicht op basis van de screening en ontvangen adviezen gunstig te beoordelen,

        Artikel 2. het ontwerp van herziening van het SGRUP Zonevreemde bedrijven, deelplan 1/5 goed te keuren,

        Artikel 3. kennis te nemen van het advies van de omgevingsambtenaar,

        Artikel 4. het ontwerp van herziening sectoraal GRUP Zonevreemde bedrijven deelplan 1/5 te onderwerpen aan een openbaar onderzoek van 20 april 2026 tem 20 mei 2026,

        Artikel 5. het ontwerp van herziening sectoraal GRUP Zonevreemde bedrijven op 20 april 2026 te versturen voor advies. 


        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        Vlaamse codex Ruimtelijke Ordening, in het bijzonder art. 7.4.4/1.

        Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (Titel IV.


        Feiten, context en argumentatie

        Aanvraag tot uitbreiding bedrijf Desot Walter Grondwerken - strijdig met de inrichtingsvoorschriften van het SGRUP Zonevreemde bedrijven

        Op 14 januari 2025 werd door Urbasta het voorstel overgemaakt tot toepassing van art. 7.4.4/1 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening voor de eigendom Desot Walter, grondwerken, Langemarkseweg 12 te Ieper.

        Voor dit bedrijf wordt voorgesteld om een uitbreiding te voorzien op de bedrijfssite die de volgende percelen omvat: 8ste afdeling, sectie B, nr 706G2, 0709H, 0709K en 0710F.

        Het bedrijf is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd Ruimtelijk Uitvoeringsplan. Volgens het RUP is de bestemming van het bedrijf vastgelegd als een lokale aan de landbouw toeleverend en dienstverlenende activiteit, met de beperking dat bij stopzetting van de activiteit, de daarop volgende niet hinderlijker mag zijn dan de huidige activiteiten.

        De aanvrager wenst daarbij de voorschriften van het RUP ‘zonevreemde bedrijven’ deelplan 1/5 - Desot Water Grondwerken, te laten herzien zodat aansluitend aan de bestaande loods een overkapping geplaatst kan worden voor de opslag.

        Het betreft de bestaande bedrijfssite van Grondwerken Desot, gelegen aan de Langemarkseweg 12 te Boezinge (Ieper). Grondwerken Desot is een historisch gegroeid bedrijf op de huidige locatie (actief sinds de jaren 1960). Dit bedrijf is actief in de grond- en rioleringswerken, allerhande waterwerken (oeverversterking, damwanden, ruimingswerken, enzoverder) en het leveren en plaatsen van verhardingen voor opritten en parkings. Dit voor zowel particulieren, industrie of publieke diensten. De activiteiten van het bedrijf op de site betreffen vooral het opslaan van grondstoffen (breekpuin, stabilisatieproducten,...).

        Volgens het RUP kunnen enkel constructies en gebouwen worden opgericht in zone 1 van het RUP (paars ingekleurd). Op vandaag is deze zone 1 quasi volledig bebouwd.
        Omwille van verstrengde milieuwetgeving voor o.m. het opslaan van breekpuin, stofhinder en geluidshinder wenst het bedrijf bestaande verharde opslagruimte te overkappen om overdekt grondstoffen te kunnen opslaan. Op vandaag is dit niet mogelijk aangezien zone 2 van het RUP als zone voor toeritten, parkeerruimte en opslag geen bebouwing of constructies toelaten.

        Concreet beoogt het bedrijf richting toekomst een bedrijfsvoering waarbij de verharding langsheen de zuidelijke grens van de bedrijfssite – ten noorden van de groenbuffer – bijkomend overdekt kan worden. Op die manier kunnen grondstoffen zonder stof- en geluidshinder voor de buurt worden gelost, geladen en opgeslagen worden. Het bedrijf beoogt op de lange termijn een bijkomende overdekte oppervlakte op reeds verharde opslagruimte van ca. 3.997m². De overkappingen die hiervoor gewenst zijn dienen een minimale hoogte te hebben van ca. 10,5 m (in de nok) om grondstoffen te kunnen aanleveren met een kipper. Hiermee wordt de nokhoogte van de aanwezige bedrijfsbebouwing aangehouden.

        De herziening heeft als gevolg dat ten opzichte van de bestaande voorziene oppervlakte voor bedrijvigheid die bebouwd mag worden cfr. RUP (zijnde 6.387 m²) er een toename is t.o.v. de totale contour met % (totaal 11.274 m² bebouwbaar). Dit met de nuance dat deze 11.274 m² niet volledig bebouwd zullen worden, het bedrijf beoogt een uitbreiding van de bebouwing van ca. 3.997 m².
        De herziening heeft niet tot gevolg dat er een verhoogde tewerkstelling of zwaarder mobiliteitsprofiel ter hoogte van de bedrijfssite plaatsvindt.

        Aan de hand van artikel 7.4.4/1 in de VCRO dat in voege is sinds 7 maart 2019 kan er op initiatief van het college van burgemeester en schepenen stedenbouwkundige voorschriften van ruimtelijke uitvoeringsplannen herzien of opgeheven worden. De procedure, vermeld in dit artikel, is ook van toepassing op de herziening van stedenbouwkundige voorschriften van gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen, met uitsluiting van voorschriften over de toegelaten functies.

         

        Toepassing van art. 7.4.4/1 VCRO

        Planologische context

        Het gewestplan bepaalde voor dit bedrijf een bestemming als agrarisch gebied. 

        Het sectoraal gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan zonevreemde bedrijven – deelplan 1/5 - goedgekeurd door de deputatie op 16 oktober 2008 - heeft de bepalingen van het gewestplan opgeheven en is van toepassing:

        RUP Zonevreemde bedrijven Plan12,4 Mb(pdf)  SV426,4 Kb(pdf) TN11,6 Mb(pdf)
         

        Vergunde toestand

        Het groenscherm is niet conform de laatste omgevingsvergunning van 2009. Er wordt vastgesteld dat het groenscherm niet aangeplant werd. Het bedrijf stelt voorop om de sleufsilo's aan zuidzijde op te breken en te verplaatsen teneinde het volwaardige groenscherm te realiseren.


        Aftoetsing aanvraag op het SGRUP - deelplan 1/5

        Qua functie beantwoordt het bedrijf aan de beschreven bestemming van zone 1 en zone 2.

        ZONE 1 – ZONE VOOR AMBACHTELIJKE BEDRIJVIGHEID 

        Zone bestemd voor ambachtelijke bedrijvigheid, voor zover deze verenigbaar is met de directe omgeving van het bedrijf en de ermee gepaard gaande activiteiten geen abnormale hinder en/of risico's met zich meebrengen.   De deelzone met asterisk (*) is bestemd voor een met luifel overdekte stapelplaats.

        Maximaal 20 % van de zone kan ingenomen worden voor kantoorruimte en voorzieningen in functie van de ambachtelijke bedrijfsvoering. 

        Op het ogenblik dat de bedrijfsactiviteit wordt stopgezet, kunnen slechts activiteiten toegelaten worden die even of minder hinderlijk en ruimtebehoevend zijn dan de huidige stapelplaats voor grondwerken.

        ZONE 2 – ZONE VOOR TOERITTEN, PARKEERRUIMTE EN OPSLAG 

        Bestemd voor private toeritten, opslag en parkeerplaatsen. In de deelzone met asterisk (*) is geen opslag toegelaten. Gebouwen zijn in deze zone niet toegelaten, behalve ondergrondse gesloten constructies, zoals putten en tanks, en keerwanden met een maximale hoogte van 1,50 m.

         

        De voorgestelde aanpassing wordt ingeplant in de zuidoostelijke zijde van zone 2 – zone voor toeritten, parkeerruimte en opslag. De stedenbouwkundige voorschriften van zone 1 – zone voor ambtelijke bedrijvigheid met aanduiding * (luifel) dient voor de oppervlakte van de gevraagde aanpassing overgenomen te worden.

        Bij toepassing van deze procedure wordt eveneens voorgesteld de overdrukzone 5.8: Reservatiestrook A19 in het SGRUP te schrappen uit het deelplan, gezien deze niet meer van toepassing is door schrapping middels het Gewestelijk RUP Wegverbinding Ieper Veurne 2012 (deel van dit GRUP werd vernietigd bij de Raad van State, de schrapping van de reservatiestrook A19 bleef echter behouden).

        Verder wordt de bijzondere maatregel in het GRUP voor opbraak onvergunde verharding en opslag in de bufferzone nader bepaald in die zin dat deze opgebroken dient te worden voorafgaand aan de aflevering van de eerstvolgende omgevingsvergunning. 

         

        Advies dienst omgeving-RO

        De procedure art. 7.4.4/1 (beperkte herziening ruimtelijk uitvoeringsplan) biedt qua tijdsinzet een betere planoptie dan het indienen van een planologisch attest met vervolgens de integrale herziening van het ruimtelijk uitvoeringsplan.

        De adviezen vanuit de provincie en vanuit het departement werden ingewonnen voorafgaand aan de opstart van de formele procedure met inbegrip van de generieke procedure voor de planMERscreening.

        De motivatie staat in functie van compact ruimtegebruik en verenigbaarheid van de functie met de bestemming van het GRUP. 

        Aandachtspunt is de bestaande toestand die niet conform het ruimtelijk uitvoeringsplan uitgevoerd werd (ontbrekende groenbuffer, aangelegde verharding buiten de daarvoor bestemde zone binnen het ruimtelijk uitvoeringsplan). De aanvraag zal hier een voorstel van aanpassing / aanplanting moeten bevatten.

          

        Overleg provincie en departement Omgeving

        Alvorens de procedure op te starten werd op 21 augustus een overleg gehouden met de provincie en departement Omgeving, dit met het doel het standpunt van beide instanties te kennen tav de toepassing van art. 7.4.4/1 VCRO.

        Tijdens het overleg gaf de provincie aan principieel akkoord te gaan tot toepassing van deze procedure, dit verwijzend naar het principieel gunstig advies dd 15 juli 2025. 

        Het departement bevestigde op 7 oktober 2025, op basis van juridisch advies van het departement, eveneens principieel akkoord te gaan met de toepassing van art. 7.4.4/1 VCRO:

        Het aanpassen van voorschriften om overkapping toe te laten in een zone waar het RUP slechts verhardingen en circulatieruimte toelaat is principieel mogelijk met toepassing van artikel 7.4.4/1, §2 VCRO.

        In paragraaf 2 van art. 7.4.4/1 staat dat – met de betrokken procedure – geen voorschriften kunnen aangepast worden die betrekking hebben op de toegelaten functies.  En inderdaad, in art. 1.1.2, 5° VCRO wordt “functie” gedefinieerd als “het feitelijk gebruik van een onroerend goed of een gedeelte daarvan”.  Als je de restrictie in 7.4.4/1 enerzijds en die definitie van functie koppelt, en er een strikte lezing aan geeft, zou je inderdaad kunnen concluderen dat voorschriften aanpassen om in een zone waar geen gebouwen toegelaten zijn, gebouwen te laten oprichten niet kan met art. 7.4.4/1.  Maar met die interpretatie zou je ook ingrepen onmogelijk maken die expliciet bedoeld zijn door de decreetgever, zoals ingrepen m.b.t. de inplanting van constructies (art. 7.4.4/1, §1, 2° - dat naar analogie van toepassing is bij RUP-aanpassingen cf. art. 7.4.4/1, §2) en verschuivingen tussen bebouwbare zones en tuinzones (art. 7.4.4/1, §1, 6°).  We kunnen dus niet de interpretatie aanhouden dat een bebouwbare zone met bedrijfsbestemming enerzijds en een zone met dezelfde bestemming waar geen gebouwen mogen opgericht worden, een verschillende functie zouden hebben in de zin van art. 7.4.4/1 VCRO.

        In het dossier Lemahieu zijn we van een andere “lezing” van het begrip “functie” in art. 7.4.4/1 uitgegaan. Over twee zones in het RUP, met name de ene waar gebouwen toegelaten waren en de andere waar wel verharding maar geen gebouwen toegelaten waren, schreven we: “voor beide zones is de "toegelaten functie" bedrijvigheid. Of er gebouwen kunnen komen is een inrichtingsaspect, en geen kwestie van toegelaten functie.”

        Uit de parlementaire voorbereiding blijkt duidelijk dat art. 7.4.4/1 VCRO er op gericht is inrichtingsvoorschriften te kunnen aanpassen zonder aan de basisbestemming te raken.  Maar bij gebreke aan scherp onderscheid tussen “inrichting” en “bestemming” heeft men gewerkt met een opsomming van thema’s waarvoor aanpassingen konden worden doorgevoerd (de lijst van art. 7.4.4/1, §1, eerste lid).  Het niet raken aan de (basis)bestemming wordt bij BPA’s afgedwongen door de voorwaarde dat “de herziening of opheffing geen afwijking van de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan voor het gebied in kwestie tot gevolg kan hebben” en ook niet kan worden toegepast voor afwijkende BPA’s (art. 7.4.4/1, §1, derde en vierde lid).  Bij RUPs is dat de restrictie dat geen” voorschriften over de toegelaten functies” kunnen worden herzien.  Zie ook de wetwijzer over art. 7.4.4/1 VCRO op de departementale website (https://www.omgeving.vlaanderen.be/nl/het-wijzigen-van-verouderde-inrichtingsvoorschriften-van-bijzondere-plannen-van-aanleg-bpa) : “De logica is dat de soepeler wijzigingsprocedure er op gericht is inrichtingsvoorschriften te kunnen wijzigen, en niet de basisbestemmingen; dat laatste moet met de reguliere planwijzigingsprocedure.  Bij de BPA's wordt die logica gerespecteerd door de beperking van de onderliggende gewestplanbestemming, bij RUP's door het verbod om voorschriften over de toegelaten functies aan te passen.”  Dat verklaart dus waarom we “toegelaten functies” in artikel 7.4.4/1, §2 (de bepaling over RUPs) veeleer lezen als “functiecategorie” of “bestemming”. 

        Conclusie: het gevraagde is principieel toepasbaar, dit mits conformiteit aan het GRS en de bijdrage aan ruimtelijke kwaliteit en verhoging van het ruimtelijk rendement. Dat zal nog in concreto moeten aangetoond en gemotiveerd worden. 

         

        MER-screening

        Gelet op het principieel gunstig standpunt van departement Omgeving en de provincie tot toepassing van de procedure voor de vraagstelling, werd het ontwerp planMERscreening opgesteld om deze vervolgens te onderwerpen aan de adviesvraag. 

        In toepassing van art. 4.2.5. DABM dient de herziening van het GRUP onderworpen te worden aan een planMERscreening.

        Het advies over het ‘ontwerp van screening’ werd opgevraagd bij volgende instanties, alle adviezen werden ontvangen:

        • VECM - mer@vlaanderen.be verleende op 20 maart 2026 volgend advies:

        Het ‘ontwerp van screening’ bevat de conclusie dat het voorgenomen plan geen aanzienlijke milieueffecten kan hebben. Het VECM heeft geen opmerkingen op het onderzoek naar aanzienlijkheid van de effecten. Op basis van het ontwerp van screening, en in het bijzonder rekening houdend met de beschrijving van de kenmerken van de herziening van voorschriften, van de effecten ervan en van de gebieden die erdoor worden beïnvloed, is het VECM akkoord met de conclusie uit het ontwerp van screening dat de herziening geen aanzienlijke milieueffecten kan hebben. 

        • Provinciebestuur West-Vlaanderen, Dienst Ruimtelijke Planning- ruimtelijkeplanning@west-vlaanderen.be verleende op 26 februari 2026 volgend advies:

        De deputatie keurt bovenstaand advies over de plan-mer-screening in het kader van de gedeeltelijke herziening van het gemeentelijk RUP Zonevreemde bedrijven Ieper - deelplan 1/5 Desot, via de vereenvoudigde procedure goed. De plan-mer-screening is volledig.

        • Departement Omgeving – Omgevingsplanning - West-Vlaanderen - GOP.WVL.omgeving@vlaanderen.be verleende op 3 maart 2026 volgend advies:

        Bij deze bezorgen wij u het advies van het departement Omgeving naar aanleiding van de plan-MER screening met betrekking tot de hierboven vermelde vraag tot herziening of opheffing binnen het kader van art.7.4.4 van de VCRO.
        De screeningsnota maakt een voldoende inschatting van de milieueffecten.

        • Departement MOW - advies.departement@mow.vlaanderen.be bevestigde op 19 maart 2026 geen advies te verlenen:

        Het departement MOW-Beleid zal geen advies formuleren op bovenstaand dossier.

        • Provinciale Dienst Integraal Waterbeleid - advies_omgevingsloket@west-vlaanderen.be bevestigde op 16 maart 2026 geen advies te verlenen:

        Volgens de informatie op waterinfo hoeft de Dienst Integraal Waterbeleid geen advies uit te brengen.

        • OVAM, Afdeling Bodembeheer, Dienst Databeheer - MERadvies@ovam.be verleende op 23 februari 2026 volgend advies:
        Op de percelen 33003 B 710 F, 709K, 709H en 706 G zijn er bodemonderzoeken uitgevoerd in 2009. Tevens werd een sanering uitgevoerd en afgerond.

        De voorziene activiteit van het overkappen van constructies heeft geen negatieve impact op de bodemkwaliteit.

        Verder moet rekening gehouden worden met de volgende algemene aandachtspunten op niveau van een grond:

        • Bij grondverzet moet rekening worden gehouden met de bepalingen over het grondverzet in het VLAREBO-besluit van 14 december 2007;
        • Een grondwaterhandeling zoals het infiltreren en het onttrekken van grondwater kan een nabijgelegen bodemverontreiniging verspreiden. Daarnaast kan verontreiniging ook impact hebben op de handeling zoals bij de lozing van onttrokken grondwater dat verontreinigd is. Er werd daarom een richtlijn rond grondwaterhandelingen opgemaakt. Die biedt een praktische handleiding voor wie van plan is om een grondwaterhandeling uit te voeren. Deze handleiding is beschikbaar via deze link: https://ovam.vlaanderen.be/bemalingsvoorschriften.
        • Bij ontharding kan men een verontreiniging aanwezig onder de verharding verspreiden. Om na te gaan hoe hiermee aan de slag te gaan, werd er een handleiding voor ontharders opgesteld. Deze is beschikbaar via Bodeminformatie voor ontharders – gebruikershandleiding
        • Het tijdelijk of permanent onder water staan van bepaalde zones kan impact hebben op verontreiniging die aanwezig is. Een erkend bodemsaneringsdeskundige dient na te gaan of er bodemverontreiniging aanwezig is in de betrokken zones en of het tijdelijk of permanent onder water staan een negatieve impact hierop kan hebben. Indien nodig dienen gepaste maatregelen genomen te worden;

        Op basis van de info opgenomen in de plan-mer screening, worden geen aanzienlijke effecten verwacht op het vlak van grondwater- of bodemkwaliteit.

         

        Beslissing over de ontheffing planMERplicht

        Zoals in het dossier aangegeven, komt het plan in aanmerking voor een onderzoek tot milieueffectrapportage.

        Het screeningsdossier (bestaande uit de screeningsnota en de adviezen) bevat de nodige informatie over het voorgenomen plan en heeft de relevante milieudisciplines voldoende besproken.

        Alle instanties zijn van mening dat de effecten op het milieu correct en voldoende beschreven zijn. De uitgebrachte adviezen bevatten geen elementen waaruit besloten zou kunnen worden dat het uitgevoerde onderzoek naar de aanzienlijkheid van de milieueffecten onvolledig of onjuist is.
        Rekening houdend met het bovenvermelde kan worden geconcludeerd dat het voorgenomen plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke negatieve milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is.

        De gemeenteraad is in toepassing van het DABM bevoegd voor de beslissing over de screening. In die zin wordt het voorstel een ontheffing ten aanzien van de planMERplicht te verlenen, voorgelegd aan de gemeenteraad bij onderhavige definitieve vaststelling. 

          

        Advies GOA 

        In toepassing van artikel 7.4.4/1 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening geeft het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar aan welke projecten, soorten projecten, functies of activiteiten in overeenstemming zijn met een goede ruimtelijke ordening voor het plangebied, maar verhinderd worden door de bestaande stedenbouwkundige voorschriften van het plan. Het advies staaft de conformiteit van de voorgenomen herziening of opheffing met de opties van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan of het gemeentelijk beleidsplan ruimte, en toont aan hoe de voorgenomen herziening of opheffing van stedenbouwkundige voorschriften bijdraagt aan een kwalitatieve verhoging van het ruimtelijk rendement op plaatsen waar die rendementsverhoging verantwoord is, of aan ingrepen gericht op energiebesparing.

        Algemene conclusie advies GOA (zie bijlage):

        Uit bovenstaande motivering blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is (of kan gebracht worden mits het opleggen van de nodige voorwaarden) met de wettelijke bepalingen, alsook met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

        Er wordt voorgesteld volgende voorwaarden en/of lasten op te leggen:

        Bijzondere voorwaarden met betrekking tot stedenbouwkundige handelingen

        a)    De opbraak van onvergunde en niet vergunbare verharding dient onmiddellijk uitgevoerd te worden na goedkeuring van de herziening van het Sectoraal GRUP.

        b)    De noodzakelijke aanleg van het verplichte groenscherm dient onmiddellijk uitgevoerd te worden na goedkeuring van de herziening van het Sectoraal GRUP.

         

        Openbaar onderzoek 

        De gemeente heeft de voorgenomen herziening van het SGRUP zonevreemde bedrijven deelplan 1/5 conform art. 7.4.4/1 VCRO aan een openbaar onderzoek onderworpen dat aangekondigd werd door:
        1° een aanplakking of digitale affichage van het bericht op de gebruikelijke aanplakplaatsen; 
        2° een bericht in het Belgisch Staatsblad;
        3° een bericht op de website van de gemeente.

        Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 20 april 2026 tot en met 20 mei 2026.

         

        Er werden één reactie ontvangen naar aanleiding van de organisatie van het openbaar onderzoek. Op 12 mei 2026 heeft de Gecoro een advies overgemaakt. 

        Gelet op deze overwegingen wenst de GECORO een voorwaardelijk gunstig advies uit te brengen.
        In het bijzonder dienen de bijzondere voorwaarden strikt nageleefd te worden:

        -       De buffer dient volledig aangelegd te worden op eigen terrein.

        -       De aanleg van de buffer mag de bewerking van de aanpalende landbouwgronden niet belemmeren.

        -       De noodzakelijke aanleg van het verplichte groenscherm/buffer dient onmiddellijk uitgevoerd te worden na goedkeuring van de herziening van het deelplan 1_5 Desot .

        -       De inrichting van de bufferzone dient als volgt aangevuld: Om de 15meter dient een laagstamboom aangeplant te worden. Minimum 80% van de breedte dient bedekt dient te zijn (gezien) vanuit het landschap overheen de gehele hoogte van de aanliggende gebouwen.

        -       Het beheer van de buffer moet strikt opgevolgd worden. Nalatigheid zal via handhaving beteugeld worden.

         

        Adviesvraag

        De instanties waaraan de gemeente conform artikel 7.4.4/1, § 4, eerste lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening advies heeft gevraagd over de voorgenomen herziening of opheffing zijn de volgende:

        • de deputatie
        • het departement Omgeving
        • het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap
        • het Agentschap Innoveren en Ondernemen
        • provinciale dienst Integraal Waterbeleid

        De adviesvraag werd op 20 april 2026 verstuurd via DSI alsook per mail. 


        Adviezen:


        Departement Omgeving:

        Er wordt een voorwaardelijk gunstig advies verleend. De voorwaarden zoals opgenomen in het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar dd. 07/04/2026 dienen te worden nageleefd. Meer bepaald:
        - De opbraak van onvergunde en niet vergunbare verharding dient onmiddellijk uitgevoerd te worden na goedkeuring van de herziening van deelplan 5 van voorliggend sectoraal RUP;
        - De noodzakelijke aanleg van het verplichte groenscherm dient onmiddellijk uitgevoerd te worden na goedkeuring van de herziening van deelplan 5 van voorliggend sectoraal RUP.

         

        Deputatie:

        BESLUIT
        Artikel 1:
        De deputatie keurt bovenstaand gunstig advies over het ontwerp van de gedeeltelijke herziening van het gemeentelijk RUP Zonevreemde bedrijven Ieper - deelplan 1/5 Desot goed.
        Voorts is het wenselijk rekening te houden met de overige vermelde algemene en specifieke opmerkingen en aandachtspunten:

        Inhoudelijke opmerkingen en aandachtspunten:
        De deelzone met asterisk, bestemd voor een met luifel overdekte stapelplaats, wordt uitgebreid omwille van de verstrengde milieuwetgeving wat betreft het opslaan van breekpuin, stofhinder en geluidshinder. De inrichtingsvoorschriften van Art. 1: 'Zone voor ambachtelijke bedrijvigheid' bevatten geen bepalingen voor luifels of overkappingen. Kan het relevant zijn om hieromtrent ook een aantal bepalingen op te nemen (bv. nokhoogte, kroonlijsthoogte, dakvorm), om de ruimtelijke kwaliteit op de site te garanderen? 

         

        Van volgende instanties werd geen advies ontvangen:

        • het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap
        • het Agentschap Innoveren en Ondernemen
        • provinciale dienst Integraal Waterbeleid

         

        Definitief ontwerp herziening Sectoraal GRUP Zonevreemde bedrijven deelplan 1/5 

        De stedenbouwkundige voorschriften onder 5.3 Zone 3 - bufferzone worden aangevuld op basis van de bijzondere voorwaarden uit het advies van de Gecoro. Deze voorschriften hebben betrekking op de op plan aangeduide zone 3 bufferzone die zich binnen de bedrijfscontour bevindt. De verplichte opbraak, ontharding en aanplant van het groenscherm gebeurt onmiddellijk na goedkeuring van de herziening van het SGRUP. Dit conform het advies van departement Omgeving en zoals het opgenomen was bij het ontwerp van herziening conform het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar. 

        Bij artikel 1 Zone 1 - zone voor ambachtelijke bedrijvigheid wordt aangevuld dat luifels ook onder gebouwen vallen. 

        De definitieve versie van de beperkte herziening wordt voor definitieve vaststelling ter goedkeuring voorgelegd. 

         


         

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de raad met 30 ja stemmen en 1 onthouding (het raadslid Stubbe) tegen 1 neen stem (het raadslid Demeyere):

        Artikel 1. de ontheffing van de planMERplicht op basis van de screening en ontvangen adviezen goed te keuren,

        Artikel 2. op basis van het verslag van de omgevingsambtenaar en de ontvangen adviezen, de aanvraag tot beperkte herziening van het Sectoraal GRUP Zonevreemde bedrijven deelplan 1/5 op naam van Desot grondwerken, goedgekeurd door de deputatie op 16 oktober 2008, door middel van de toepassing van art. 7.4.4./1 VCRO goed te keuren mits naleving van volgende strikte voorwaarden:

        - De opbraak van onvergunde en niet vergunbare verharding dient onmiddellijk uitgevoerd te worden na goedkeuring van de herziening van deelplan 5 van voorliggend sectoraal RUP zonevreemde bedrijven,
        - De noodzakelijke aanleg van het verplichte groenscherm dient onmiddellijk uitgevoerd te worden na goedkeuring van de herziening van deelplan 5 van voorliggend sectoraal RUP zonevreemde bedrijven,

        Artikel 3. de beslissing onmiddellijk via beveiligde zending over te maken aan de deputatie en departement Omgeving. 

         

         

         

         

    • Welzijn

      • Reglement voor de erkenning van BOA-werkingen en de organisatie van toezicht en handhaving

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018).

        Het decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten van 3 mei 2019 (B.S. 27/06/2019), latere wijzigingen en de uitvoeringsbesluiten.

        Feiten, context en argumentatie

        In 2021 startte het decreet buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA). Het moet zorgen voor een gevarieerd voor- en naschools aanbod voor alle kinderen in Vlaanderen.

        Het decreet heeft drie belangrijke doelen:

        • kinderen moeten buiten de schooltijd kunnen spelen, rusten en zich ontwikkelen;
        • ouders moeten daardoor meer kansen krijgen om te werken of een opleiding te volgen;
        • gelijke kansen voor alle kinderen en meer sociale cohesie.

        Het decreet vraagt ook om extra aandacht voor:

        • kleuters (33% van subsidiebedrag moet naar aangepast aanbod),
        • gezinnen die het moeilijk hebben,
        • kinderen die extra zorg nodig hebben,
        • en het multifunctioneel gebruiken van infrastructuur.

        Op vandaag wordt buitenschoolse opvang erkend en gesubsidieerd door de Vlaamse overheid. Vanaf 1 september 2026 moeten de lokale besturen de regie opnemen, inclusief de financiële middelen verdelen, toezicht houden op de kwaliteit van het erkende aanbod en handhaven. Ze krijgen daarvoor de financiële middelen.

        De regelgeving legt bestedingsprincipes vast om te bewaken dat in elke gemeente voldoende opvangaanbod zal zijn. Eén van die bestedingsprincipes is dat het aanbod alleen een subsidie kan krijgen als het erkend is, via een lokaal erkenningskader voor BOA of via een ander lokaal of bovenlokaal erkenningskader (bijvoorbeeld van jeugd, sport of cultuur).

        Elk lokaal bestuur moet bijgevolg een erkenningskader uitwerken voor organisatoren, rekening houdend met enkele minimale Vlaamse kwaliteitsvoorwaarden:  

        • Het aangaan van kwaliteitsvolle interacties tussen de medewerkers en de kinderen (kernthema: pedagogisch beleid).
        • De verwachting dat de organisator inzet op het gebruik van het Nederlands als verbindende taal en het stimuleren van de kennis van het Nederlands (kernthema: pedagogisch beleid).
        • De verwachting dat de begeleiders voldoende kennis van het Nederlands hebben (kernthema: medewerkers).
        • De verwachting dat de begeleiders de nodige competenties hebben (kernthema: medewerkers).
        • De verwachting dat de organisator bij de aanstelling van elke persoon die werkt in de locatie buitenschoolse activiteiten, het goed en zedelijk gedrag van de betrokkene controleert (kernthema: medewerkers).
        • Bijzondere aandacht voor kleuters, kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte (kernthema: toegankelijkheid).

        Dit reglement werd opgemaakt in nauwe afstemming met het lokaal samenwerkingsverband BOA, waarin volgende organisaties vertegenwoordigd zijn:

        • Organisatoren: Scholengemeenschap Ieperrand Heuvelland, Go! Basisschool Ieper, kleine Vos, Koningsdale Steinerschool, De Lovie vzw, Jan Yperman Ziekenhuis, VZW Buitenschoolse opvang Ieper, WVA-Metgezel VZW.
        • Agentschap Opgroeien
        • Stad Ieper: schepen van welzijn, schepen van jeugd, afdeling Vrije tijd & ontwikkeling, Dé Academie, jeugddienst, sportdienst en dienst Welzijn.

        BOA-regie is een nieuwe decretale bevoegdheid van stad Ieper. Dit reglement vormt het vertrekpunt. Het reglement zal de komende jaren mogelijks bijgestuurd moeten worden op basis van opgedane ervaring en nieuwe inzichten. Een eerste evaluatie is voorzien na één jaar, in samenwerking met het lokaal samenwerkingsverband BOA. 

        Financiële gevolgen

        Alle kosten verbonden aan BOA worden 100% gesubsidieerd met de BOA-middelen van Vlaanderen. Te verwachten kosten op basis van dit reglement zijn kosten voor regie van BOA, waaronder de organisatie van het toezicht. Dit zijn decretaal verplichte taken. Verder onderzoek is nodig om de effectieve kostprijs te ramen.   

        Adviezen

        Op 8 juni 2026 werd het finale ontwerpreglement door het lokaal samenwerkingsverband BOA goedgekeurd.

        Organisatorische gevolgen

        De Vlaamse overheid heeft beslist dat de regie van BOA een nieuwe kerntaak wordt voor lokale besturen. De doelstellingen van het BOA-decreet zijn ambitieus: regie voeren, BOA-organisatoren erkennen, toezicht houden op de kwaliteit van het erkende aanbod en handhaving. Momenteel wordt bestaand personeel ingezet om de vereiste voorbereidingen te treffen zodat Ieperse BOA-organisatoren vanaf 1 september erkend en gefinancierd worden of blijven. Na goedkeuring van de reglementen zal de regie verder opgenomen worden door de dienst Welzijn. Om dit mogelijk te maken wordt extra administratieve ondersteuning voorzien met BOA-middelen. 

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad het volgende reglement goed te keuren met algemeenheid van stemmen:

         

        Reglement voor de erkenning van BOA-werkingen en de organisatie van toezicht en handhaving

        Hoofdstuk 1: Algemeen

        Artikel 1: Doel

        Het erkenningskader heeft als doel een kwaliteitsvol aanbod buitenschoolse opvang en activiteiten te voorzien voor elk kind in de stad. Het sluit aan bij de doelstellingen van het decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten. De erkenningsvoorwaarden bepalen de kwaliteitsverwachtingen waaraan de organisator en het aanbod moet voldoen. Het houdt rekening met de diversiteit aan werkingen.

        Artikel 2: Definities

        Voor de toepassing van dit erkenningskader wordt verstaan onder:

        • Buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA): verzamelnaam voor elke georganiseerde vorm van opvang of vrijetijdsactiviteit die plaatsvindt buiten de schooltijd, tijdens schooldagen of vakantieperiodes.
        • Erkende BOA-werking: een organisatie, school of initiatief dat voldoet aan de voorwaarden binnen één van de profielen van dit erkenningskader.
        • Organisator: De rechtspersoon of organisatie die verantwoordelijk is voor het aanbieden, organiseren en naleven van de voorwaarden van het gekozen profiel.
        • Medewerker: iedere persoon (vrijwilliger of professional) die onder verantwoordelijkheid van de organisator activiteiten uitvoert of kinderen begeleidt binnen de buitenschoolse opvang of vrijetijdswerking.
        • Kwetsbare gezinnen: Gezinnen die door financiële, sociale, culturele of taal gerelateerde drempels moeilijker toegang hebben tot reguliere buitenschoolse opvang of vrijetijdswerking.
        • Hoge zorgbehoefte: kinderen met een vermoeden van beperking die tijdelijk of structureel nood hebben aan extra ondersteuning om volwaardig te kunnen deelnemen aan reguliere groepsopvang.
        • Inclusief aanbod: een werking waarin ieder kind welkom is, met aandacht voor diversiteit en gelijke kansen, ongeacht sociaal-economische achtergrond, beperking, taal of thuissituatie.
        • Profiel: een beschrijving van een bepaald type werking, afgestemd op de aard, schaal en intensiteit van de werking. In dit kader worden vier profielen onderscheiden.
        • Lokaal samenwerkingsverband BOA: het overlegplatform waarin lokale actoren betrokken bij buitenschoolse opvang en activiteiten afstemmen over het beleid en het aanbod.
        • Erkende welzijnsorganisatie: een welzijnsorganisatie die erkend is op basis van het erkenningsreglement verenigingen dat werd goedgekeurd door de raad voor maatschappelijk welzijn op 29 juni 2026.

        Artikel 3: Toepassingsgebied

        Het erkenningskader richt zich op alle aanbieders van buitenschoolse opvang en/of activiteiten voor kinderen tussen 2,5 en 12 jaar die:

        • actief zijn op het grondgebied van Ieper;
        • bereid zijn om samen te werken met andere lokale actoren en het lokaal bestuur;
        • de principes van het decreet BOA onderschrijven, waaronder samenwerking, toegankelijkheid, kindgerichtheid en kwaliteit.

        Artikel 4: Profielen

        §1. Het erkenningskader werkt met vier profielen, afgestemd op de aard, schaal en intensiteit van de werking:

        • Profiel 1: Vakantiewerking in samenwerking met of verbonden aan een door de stad erkende welzijnsorganisatie.
        • Profiel 2: Schoolgebonden werking georganiseerd door het schoolteam of een oudercomité.
        • Profiel 3: Professionele organisatie met gekwalificeerd personeel en pedagogisch beleid, en een continu aanbod op school- en vakantiedagen.
        • Profiel 4: Werking toegespitst op kinderen met een hoge zorgbehoefte, verbonden aan een door de stad erkende welzijnsorganisatie.

        De profielen worden niet hiërarchisch bekeken, maar vormen herkenbare vormen van aanbod.

        §2. Elke werking kiest het profiel dat het beste past bij haar structuur en ambities. De combinatie van meerdere profielen is niet mogelijk.

        §3. Per profiel worden voorwaarden binnen zes kernthema’s omschreven: medewerkersbeleid, pedagogisch beleid, organisatorisch beleid, toegankelijkheid, monitoring en evaluatie, en verbondenheid.

        Hoofdstuk 2: Erkenningsvoorwaarden per profiel

        Artikel 5: Medewerkersbeleid

        §1. Basisvoorwaarden voor alle profielen:

        • De organisator controleert bij iedere aanstelling het gedrag van personen die in de kinderopvang werken, waarbij onberispelijk gedrag ten opzichte van minderjarigen wordt geëist, conform het decreet van 3 juni 2022 omtrent het controleren van een uittreksel uit het strafregister. Daarnaast beschikt de organisator over een uittreksel uit het centraal strafregister van de rechtspersoon zelf.
        • De organisator zorgt voor goede werkomstandigheden.
        • Alle medewerkers gebruiken het Nederlands in interactie met kinderen, ouders en collega’s. Minstens één medewerker beheerst het niveau B1 Nederlands.
        • Er zijn schriftelijke afspraken over afwezigheid, vervanging en opleiding van medewerkers.
        • De verantwoordelijke toont leidinggevende en organisatorische competenties aan via ervaring, opleiding of functioneringsgesprek.
        • Er zijn geen specifieke diplomavereisten maar medewerkers beschikken over volgende competenties of ontwikkelen die:
          • Zorgzaam omgaan en pedagogisch handelen;
          • Spelen met kinderen;
          • Positief omgaan met diversiteit;
          • Inzicht in risico’s en veiligheid;
          • Kennis levensreddend handelen.
          • Er zijn procedures hoe te handelen bij (vermoeden van) schending van de fysieke of psychische integriteit van een kind. Deze procedures zijn gekend bij de medewerkers.
          • Procedures voor grensoverschrijdend gedrag, EHBO en brandveiligheid zijn gekend én besproken met de medewerkers. De organisator voorziet hiervoor jaarlijks een oefening of vormingsmoment.

        §2. Bijkomende voorwaarden voor profiel 1:

        • De werking steunt op jobstudenten of flexijobs.
        • Alle medewerkers die in contact komen met kinderen beheersen het niveau B1 Nederlands.
        • Er is minstens per vakantieperiode intern overleg met aandacht voor de pedagogische visie, aanpak van moeilijke situaties en veiligheid en samenwerking.

        §3. Bijkomende voorwaarden voor profiel 2:

        • Er is minstens 3 keer per jaar intern overleg met aandacht voor de pedagogische visie, aanpak van moeilijke situaties en veiligheid en samenwerking.

        §4. Bijkomende voorwaarden voor profiel 3 en 4:

        • Alle medewerkers die in contact komen met kinderen beheersen het niveau B1 Nederlands.
        • Minstens 80% van het team heeft pedagogische of vrijetijdsgerichte vorming. Bij vervangingen omwille van afwezigheid van een medewerker, kan dit percentage tijdelijk verlaagd worden.
        • Er is minstens 3 keer per jaar intern overleg met aandacht voor de pedagogische visie, aanpak van moeilijke situaties en veiligheid en samenwerking.
        • Je realiseert een duurzaam medewerkersbeleid.

        Artikel 6: Pedagogisch beleid

        §1. Basisvoorwaarden voor alle profielen:

        • Er zijn diverse speelmogelijkheden aanwezig.
        • De werking is gebaseerd op een duidelijke pedagogische visie.
        • Er is een inclusieve en niet-discriminerende omgang met kinderen en hun ouders.

        §2. Bijkomende voorwaarden voor profiel 1 en 2:

        • Activiteiten stimuleren ontwikkeling en welbevinden.
        • Activiteiten zijn afgestemd op de leeftijd.
        • Er is een eenvoudige tijdsindeling. Kinderen kunnen kiezen tussen activiteiten, vrij spelen of rust.
        • Het pedagogisch handelen wordt geëvalueerd.
        • De ruimte is afgestemd op rust, spel en beweging.
        • Er wordt dagelijks een aanwezigheidsregistratie bijgehouden. De personeelsbezetting wordt steeds afgestemd op het aantal aanwezige kinderen en hun noden, met bijzondere aandacht voor de veiligheid en een kwaliteitsvolle werking van de opvang. Op drukkere momenten worden passende maatregelen genomen om de veiligheid te blijven garanderen.

        §3. Bijkomende voorwaarden voor profiel 3 en 4:

        • Er is een volwaardig pedagogisch beleidsplan.
        • Begeleiders gaan kwaliteitsvolle pedagogische interacties aan met kinderen om het welbevinden, de betrokkenheid en verbondenheid tussen kinderen te bevorderen. Er wordt rekening gehouden met de draagkracht, cognitieve mogelijkheden, sociaal-emotionele ontwikkeling en talenten van elk kind.
        • Het welbevinden wordt actief gestimuleerd.
        • De activiteiten zijn aangepast aan de ontwikkelingsmogelijkheden en noden van de kinderen.
        • Activiteiten zijn gebaseerd op observatie, noden en inspraak.
        • Er wordt gestreefd naar continuïteit in de begeleiding.
        • Er is een actief taalbeleid dat het Nederlands ondersteunt.
        • Er is een dagelijkse aanwezigheidsregistratie die bevestigt dat er minstens 1 begeleider per 18 kinderen aanwezig is. Op piekmomenten kan dat kort overschreden worden op voorwaarde dat er minstens twee begeleiders aanwezig zijn. Voor kinderen met specifieke zorgnoden voorziet de organisatie passende ondersteuning (vb. minder kinderen per begeleider).

        Artikel 7: Organisatorisch beleid

        §1. Basisvoorwaarden voor alle profielen:

        • De organisator heeft rechtspersoonlijkheid.
        • Er is een structureel aanbod.
        • Er is een visie over gezinnen en hoe ze betrokken kunnen worden.

        §2. Bijkomende voorwaarden voor profiel 1:

        • Er zijn minimaal 50 opvangdagen per jaar tijdens vakantieperiodes
        • De werking wordt georganiseerd in samenwerking met of verbonden aan een door de stad erkende welzijnsorganisatie.
        • Er is een duidelijke eindverantwoordelijke met de nodige competenties en vaardigheden waaronder beleidsvoerend vermogen om kwaliteitsvolle en duurzame opvang te realiseren met een gezond financieel beleid.

        §3. Bijkomende voorwaarden voor profiel 2:

        • Het opvanginitiatief organiseert continu opvang voor en/of na schooltijd op reguliere schooldagen, waarbij rekening wordt gehouden met uitzonderingen zoals pedagogische studiedagen.

        §4. Bijkomende voorwaarden voor profiel 3:

        • Er zijn minimaal 220 opvangdagen per jaar.
        • Het opvanginitiatief heeft werking voor en/of na schooltijd en tijdens schoolvrije dagen.
        • Er is een duidelijke eindverantwoordelijke met de nodige competenties en vaardigheden waaronder beleidsvoerend vermogen om kwaliteitsvolle en duurzame opvang te realiseren met een gezond financieel beleid.
        • Er is samenwerking met een breed netwerk (bv. LSV, Lokaal netwerk vrijetijdsparticipatie, partners die werken met kwetsbare gezinnen, …).
        • De opvang is kwaliteitsvol en duurzaam dankzij:
          • visie over kinderen en hun vrije tijd;
          • visie op ondersteuning van kinderen met een hoge zorgbehoefte;
          • visie over de plek van het eigen aanbod in het opvanglandschap van Ieper;
          • een gestructureerde dagelijkse werking:
            • Je geeft leiding aan je medewerkers
            • Je denkt na over verbetering van je werking en staat open voor vernieuwing
            • Heldere en tijdige communicatie.

        §5. Bijkomende voorwaarden voor profiel 4:

        • Er is een vaste werking op woensdagnamiddag tijdens het schooljaar.
        • De werking is verbonden aan een door de stad erkende welzijnsorganisatie.
        • Er is een duidelijke eindverantwoordelijke met de nodige competenties en vaardigheden waaronder beleidsvoerend vermogen om kwaliteitsvolle en duurzame opvang te realiseren met een gezond financieel beleid.
        • Er is samenwerking met een breed netwerk (bv. LSV, Lokaal netwerk vrijetijdsparticipatie, partners die werken met kwetsbare gezinnen, …).
        • De opvang is kwaliteitsvol en duurzaam door:
          • visie over kinderen en hun vrije tijd;
          • visie over de plek van het eigen aanbod in het opvanglandschap van Ieper;
          • een gestructureerde dagelijkse werking:
            • Je geeft leiding aan je medewerkers
            • Je denkt na over verbetering van je werking en staat open voor vernieuwing
            • Heldere en tijdige communicatie.

        Artikel 8: Toegankelijkheid

        §1. Basisvoorwaarden voor alle profielen:

        • Er is een actuele en duidelijke beschrijving van het opvangaanbod, inclusief openingsuren, prijsbeleid en inschrijvings- en annuleringsvoorwaarden. Deze informatie is zowel online als op papier beschikbaar.
        • Alle communicatie naar ouders gebeurt in duidelijke en begrijpelijke taal (klare taalprincipe).
        • De infrastructuur is fysiek veilig en toegankelijk voor jonge kinderen. Er is minimaal bewijs van een risicoanalyse en van aangepaste voorzieningen (bv. traphekje, veilige in-/uitgang). 
        • Er is voldoende buitenspeelruimte, rechtstreeks aansluitend aan de binnenruimte. 
        • Er zijn concrete acties (bijv. samenwerking, toeleiding, aangepaste ondersteuning) voor:
          • Kleuters;
          • Kinderen met specifieke zorgbehoeften;
          • Kwetsbare gezinnen;
          • …

        §2. Bijkomende voorwaarden voor profiel 1:

        • Er is een open aanbod voor alle kinderen zonder selectie.
        • Er is een transparant prijsbeleid met sociale tarieven.
        • Inschrijf-/annuleringsopties die aantoonbaar zijn via een infobrochure of inschrijvingsplatform.
        • Er kan met wachtlijsten gewerkt worden indien de maximum capaciteit overschreden wordt.
        • Het opvangaanbod is gediversifieerd volgens de leeftijd van de kinderen (incl. kleuters), met aangepaste activiteiten, begeleiding en infrastructuur.

        §3. Er zijn geen bijkomende voorwaarden voor profiel 2.

        §4. Bijkomende voorwaarden voor profiel 3 en 4:

        • Er is een proactief onthaalbeleid. De organisator wacht niet passief tot ouders zich aanmelden maar neemt ook actief stappen om toegankelijk te zijn voor alle kinderen, inclusief groepen die anders moeilijk de weg vinden naar opvang, door onder meer:
          • Actieve afstemming met partners om drempels te verlagen (K&G, dienst welzijn, erkende welzijnsorganisaties,…);
          • Actief deelnemen aan relevante netwerken (Huis van het Kind);
          • Laagdrempelige en duidelijke communicatie op maat van kwetsbare gezinnen.
          • Er is een transparant prijsbeleid met sociale tarieven.
          • Open voor alle kinderen. Profiel 4 kan hiervan afwijken door te selecteren op zorgbehoefte.
          • Inschrijf-/annuleringsopties die aantoonbaar zijn via een infobrochure of inschrijvingsplatform.
          • Er kan met wachtlijsten gewerkt worden indien de maximum capaciteit overschreden wordt.
          • Het opvangaanbod is gediversifieerd volgens de leeftijd van de kinderen (incl. kleuters) en hun zorgnoden, met aangepaste activiteiten, begeleiding en infrastructuur.

        Artikel 9: Monitoring & Evaluatie

        §1. Basisvoorwaarden voor alle profielen:

        • Er is een eenvoudige en laagdrempelige klachtenprocedure. In antwoorden op klachten wordt de klachtenprocedure van stad Ieper vermeld, overeenkomstig artikel 15 §2.

        §2. Bijkomende voorwaarden voor profiel 1 en 2:

        • De opvang voorziet informele feedbackmomenten met ouders.
        • De opvang beschikt over een zelfevaluatie-instrument of checklist.
        • Er is een periodieke evaluatie van de werking met medewerkers en gebruikers (vb via ouderraad, ouderbevraging etc).

        §3. Bijkomende voorwaarden voor profiel 3 en 4:

        • Er is systematisch evaluatie van de werking met medewerkers en gebruikers.
        • De werking wordt bijgestuurd op basis van signalen, met het oog op kwaliteitsverbetering van beleid en praktijk.
        • De medewerkers worden periodiek geëvalueerd.

        Artikel 10: Verbondenheid

        §1. Basisvoorwaarden voor alle profielen:

        • Kinderen kunnen suggesties doen voor activiteiten en spel.

        §2. Er zijn geen bijkomende voorwaarden voor profiel 1.

        §3. Bijkomende voorwaarden voor profiel 2:

        • Er is een samenwerking met het schoolteam of de oudergroep
        • De organisator zet in op gedeelde infrastructuur en/of spelmateriaal. Dit is aantoonbaar met bijvoorbeeld een schriftelijke overeenkomst of gebruiksregeling met een partner (vb. school).

        §4. Bijkomende voorwaarden voor profiel 3 en 4:

        • Er is een structurele samenwerking met toeleiders en organisaties die kwetsbare gezinnen ondersteunen.
        • De organisator zet waar mogelijk in op gedeelde infrastructuur en/of spelmateriaal. Dit is aantoonbaar met bijvoorbeeld een schriftelijke overeenkomst of gebruiksregeling met een partner (vb. school).
        • De opvang maakt verbinding met de buurt, de gemeenschap en andere voorzieningen die werken met gezinnen en kinderen (outreachend). Er wordt jaarlijks minstens één activiteit georganiseerd in samenwerking met lokale partners (school, lokaal bestuur, Sportdienst, bib, verenigingen, …).

        Hoofdstuk 3: Wijze van aanvragen en gevolgen

        Artikel 11: Nieuwe erkenning aanvragen

        §1. Organisatoren kunnen het hele jaar door een erkenning aanvragen volgens de werkwijze die beschreven is op de stedelijke website.

        §2. Het aanvraagdossier bevat alle documenten en gegevens die gevraagd worden voor de beoordeling van de aanvraag en minstens een beschrijving van:  

        • de werking en doelstellingen;
        • het gekozen profiel;
        • de beoogde doelgroep;
        • de manier waarop aan de erkenningsvoorwaarden wordt voldaan;
        • de samenwerking met andere partners.

        Artikel 12: Behandeling van de aanvraag

        §1. De dienst Welzijn toetst de aanvraag aan de erkenningsvoorwaarden. De organisator kan daarbij uitgenodigd worden om de aanvraag indien nodig verder te staven en/of te motiveren. De organisator kan ook uitgenodigd worden voor een kennismakingsgesprek of er kan een plaatsbezoek georganiseerd worden om de werking beter te leren kennen.

        §2. De dienst Welzijn vraagt het lokaal samenwerkingsverband BOA om advies.

        §3. Het college van burgemeester en schepenen kent de erkenning al dan niet toe, rekening houdend met het gemotiveerd advies van de interne diensten en het lokaal samenwerkingsverband BOA. De aanvrager wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht.

        §4. Bij betwisting van beslissingen omtrent erkenning, kan binnen één maand na kennisgeving bezwaar worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, per aangetekend schrijven of afgifte tegen ontvangstbewijs (Ter Waarde 1, 8900 Ieper). De postdatum of datum op het ontvangstbewijs gelden als bewijs.

        Artikel 13: Geldigheidsduur

        §1. De erkenning van de organisator blijft geldig voor zover de organisator aan alle voorwaarden blijft voldoen. Stad Ieper volgt dit op aan de hand van periodiek toezicht, overeenkomstig hoofdstuk 4.

        §2. De erkende organisator die zijn werking wil wijzigen, informeert op voorhand de dienst Welzijn indien de wijzigingen een impact kunnen hebben op de erkenning (vb. niet langer aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen of verandering van profiel).  

        Artikel 14: Gevolg van de erkenning

        De erkenning geeft de organisator toegang tot volgende voordelen:

        • Erkende organisatoren worden vermeld op een stedelijke (of intergemeentelijke) website, samen met BOA-werkingen die actief zijn op grondgebied Ieper en die door andere overheden erkend zijn. 
        • De organisator kan een aanvraag indienen voor een toelage in overeenstemming met de geldende reglementen. De erkenning via dit reglement is geen automatische garantie op een toelage.
        • De organisator kan, overeenkomstig de geldende regelgeving, fiscale attesten kinderopvang uitreiken.

        Hoofdstuk 4: Toezicht en handhaving

        Artikel 15: Klachten

        §1. Stad Ieper voorziet een klachtenprocedure voor klachten over het erkend aanbod buitenschoolse opvang en activiteiten. Deze klachtenprocedure kan worden ingebed in de reguliere klachtenprocedure van het lokaal bestuur.

        §2. Klachten over erkende BOA-werkingen zijn alleen ontvankelijk indien de betreffende BOA-werking de mogelijkheid heeft gekregen om de klacht eerst zelf te behandelen. Elke erkende BOA-werking heeft daarvoor een klachtenprocedure, zoals bepaald in artikel 9 §1. De indiener van de klacht kan terecht bij stad Ieper wanneer men niet tevreden is met het antwoord op de klacht of geen antwoord kreeg.

        Artikel 16: Toezicht

        §1. Het college van burgemeester en schepenen volgt de naleving van de erkenningsvoorwaarden op, op basis van het toezicht door de dienst Welzijn of een externe partner.

        §2. Het toezicht wordt minstens elke twee jaar georganiseerd. 

        §3. De dienst Welzijn of externe partner organiseert het toezicht op basis van alle informatie die beschikbaar is.

        §4. De erkende organisator bezorgt op vraag van de dienst Welzijn of externe partner een verslag op basis van het sjabloon beschikbaar op de stadswebsite. De dienst Welzijn of externe partner beoordeelt het verslag, en kan daarvoor een plaatsbezoek uitvoeren en/of een advies vragen aan het lokaal samenwerkingsverband BOA. Het college van burgemeester en schepenen bekrachtigt de beoordeling. Na kennisgeving van de beoordeling heeft de organisator 30 dagen tijd om opmerkingen bij de beoordeling van het verslag te bezorgen. Daarna wordt de beoordeling van het verslag definitief.

        Artikel 17: Bijkomend toezicht

        §1. Het college van burgemeester en schepenen kan op basis van alle informatie die beschikbaar is, beslissen om bijkomend toezicht uit te oefenen aan de hand van:

        • Gesprek(ken) met de organisator;
        • Plaatsbezoek aan de locaties waar de BOA-activiteiten plaatsvinden;
        • Opvragen van en inzage in relevante documenten;
        • Analyse van klachten en meldingen;
        • Gesprekken met en/of bevraging van medewerkers, gebruikers en partners.

        §2. De dienst Welzijn of een externe partner voert het bijkomende toezicht uit en verwerkt de vaststellingen ervan in een verslag. Er kan ook advies gevraagd worden aan het lokaal samenwerkingsverband BOA.

        §3. Het college van burgemeester en schepenen keurt het verslag van het bijkomend toezicht goed. De dienst Welzijn bezorgt de erkende organisator het verslag van het bijkomend toezicht uiterlijk 14 dagen na de goedkeuring door het schepencollege. De organisator heeft 14 dagen tijd om opmerkingen bij het verslag van het bijkomend toezicht te bezorgen. Daarna wordt het verslag van het bijkomend toezicht definitief.

        Artikel 18: Handhaving

        §1. Als op basis van het (bijkomend) toezicht blijkt dat de organisator niet voldoet aan de voorwaarden in dit reglement of als de organisator het (bijkomend) toezicht verhindert, kan het college van burgemeester en schepenen, al dan niet met advies van de dienst Welzijn en/of het lokaal samenwerkingsverband BOA, beslissen om te handhaven aan de hand van volgende instrumenten:

        • Het opleggen van een verbeterplan met verbeteracties om de tekorten weg te werken;
        • Een formele waarschuwing of aanmaning;
        • Het (tijdelijk) opschorten en/of terugvorderen van toelagen;
        • Het intrekken van de erkenning.

        §2. De dienst Welzijn informeert de organisator binnen de 14 dagen schriftelijk over de beslissing tot handhaving, de motivering, termijn, eventuele voorwaarden en uitvoeringsmodaliteiten en de bezwaarmogelijkheden. De organisator kan binnen de 30 dagen bezwaar indienen door schriftelijk te reageren op de beslissing tot handhaving. Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt het bezwaar en heroverweegt de beslissing binnen de 30 dagen na ontvangst van het bezwaar. De dienst Welzijn informeert de organisator schriftelijk over de finale beslissing en de motivering binnen de 14 dagen.

        Hoofdstuk 5: Slotbepalingen

        Artikel 19: Inwerkingtreding

        Dit erkenningskader treedt in werking op 1 september 2026.

        Artikel 20: Overgangsmaatregelen

        §1. Organisaties die voor het schooljaar 2024-2025 een toelage kregen op basis van het Reglement op het toekennen van toelagen voor buitenschoolse opvang, goedgekeurd door de gemeenteraad op 04/07/2022, krijgen automatisch een tijdelijke erkenning. Deze organisaties worden ingedeeld in profiel 2, tenzij ze voldoen aan §3.

        §2. Organisaties die in 2025 een toelage kregen voor de categorie ‘Buitenschoolse opvang’ op basis van het Reglement start- en werkingstoelage kinderopvanginitiatieven op Iepers grondgebied, goedgekeurd door de gemeenteraad op 01/12/2025, krijgen automatisch een tijdelijke erkenning. Deze organisaties worden ingedeeld in profiel 1, tenzij ze voldoen aan §3 of tenzij ze omwille van een specifieke focus op kinderen met een hoge zorgbehoefte voldoen aan profiel 4.

        §3. Organisaties die van het agentschap Opgroeien in 2026 een transitiesubsidie kregen voor kleuteropvang met kwaliteitslabel, krijgen automatisch een tijdelijke erkenning. Deze organisaties worden ingedeeld in profiel 3.

        §4. Deze tijdelijke erkenningen in §1, §2 en §3 zijn geldig tot na afloop van het eerste toezicht, overeenkomstig artikel 16.

        Artikel 21: Overmacht

        Het lokaal bestuur behoudt zich het recht voor om bij overmacht, wijzigende regelgeving of financiële beperkingen de voorwaarden of profielen aan te passen.

        Artikel 22: Uitzonderingen

        Het college van burgemeester en schepenen kan beslissen om uitzonderingen op het reglement toe te staan, mits gemotiveerd advies van het lokaal samenwerkingsverband BOA en de stadsdiensten.

        Artikel 23: Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.

      • Toelagereglement werkingssubsidie BOA-werkingen

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018).

        Het decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten van 3 mei 2019 (B.S. 27/06/2019), latere wijzigingen en de uitvoeringsbesluiten.

        Feiten, context en argumentatie

        Dit reglement bouwt verder op het reglement voor de erkenning van BOA-werkingen en de organisatie van toezicht en handhaving, dat tijdens dezelfde gemeenteraadszitting ter goedkeuring voorligt. Beide reglementen vormen het vertrekpunt voor BOA-regie.

        De bestaande subsidies verdwijnen:

        • De Vlaamse transitiesubsidie voor opvanginitiatieven met kleuterlabel vervalt op 1/9/2026;
        • Het reglement op het toekennen van toelagen voor buitenschoolse opvang, goedgekeurd door de gemeenteraad 04/07/2022, wordt opgeheven;
        • Financiering van buitenschoolse opvang via het reglement start- en werkingstoelage kinderopvanginitiatieven op Iepers grondgebied, goedgekeurd door de gemeenteraad op 01/12/2025, vervalt zoals in het reglement voorzien werd, bij de opstart van het toelagereglement werkingssubsidie BOA-werkingen. 

        Dit toelagereglement werd opgemaakt in nauwe afstemming met het lokaal samenwerkingsverband BOA, waarin volgende organisaties vertegenwoordigd zijn:

        • Organisatoren: Scholengemeenschap Ieperrand Heuvelland, Go! Basisschool Ieper, kleine Vos, Koningsdale Steinerschool, De Lovie vzw, Jan Yperman Ziekenhuis, VZW Buitenschoolse opvang Ieper, WVA-Metgezel VZW.
        • Agentschap Opgroeien
        • Stad Ieper: schepen van welzijn, schepen van jeugd, afdeling Vrije tijd & ontwikkeling, Dé Academie, jeugddienst, sportdienst en dienst Welzijn.

        Volgende principes werden in het reglement ingebouwd: 

        • Profiel 1: een forfaitaire toelage die in verhouding staat tot de bestaande toelage.
        • Profiel 2: de opvang is zelf bedruipend, met uitzondering van het eerste half uur in de voorschoolse opvang en het laatste half uur in de naschoolse opvang. 
        • profiel 3 en profiel 4: één begeleider per 18 kinderen zonder hoge zorgbehoefte. Eén begeleider per 3 kinderen met hoge zorgbehoefte. 

        Net zoals het eerder genoemde erkenningsreglement zal ook dit toelagereglement de komende jaren mogelijks bijgestuurd moeten worden op basis van opgedane ervaring en nieuwe inzichten. Een eerste evaluatie is voorzien na één jaar, in samenwerking met het lokaal samenwerkingsverband BOA. 

        Financiële gevolgen

        Deze werkingstoelage wordt 100% betaald met de BOA-subsidie die stad Ieper ontvangt van de Vlaamse overheid. 

        Adviezen

        Op 8 juni 2026 werden de principes voor dit reglement door het lokaal samenwerkingsverband BOA goedgekeurd.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met algemeenheid van stemmen het volgende reglement goed te keuren:

        Toelagereglement werkingssubsidie BOA-werkingen

        Hoofdstuk 1: Algemeen

        Artikel 1: Doelgroep

        De werkingstoelage kan aangevraagd worden door BOA-werkingen die erkend zijn op basis van het reglement voor de erkenning van BOA-werkingen en de organisatie van toezicht en handhaving, goedgekeurd door de gemeenteraad op 29 juni 2026.

        Artikel 2: Doel

        Stad Ieper kent een werkingstoelage toe om erkende BOA-werkingen te ondersteunen bij het realiseren van een kwalitatieve werking, in lijn met de geldende erkenningsvoorwaarden. BOA-werkingen die een werkingstoelage ontvangen, moeten deze middelen aanwenden voor dit doel. 

        Hoofdstuk 2: werkingstoelage voor BOA-werkingen van profiel 1 en 2

        Artikel 3: Toelage profiel 1

        Erkende BOA-werkingen van profiel 1 krijgen een forfaitaire werkingstoelage van 2500 euro.

        Artikel 4: Toelage profiel 2

        §1. Erkende BOA-werkingen van profiel 2 krijgen per schooljaar een forfaitaire werkingstoelage die bestaat uit twee cumuleerbare delen:

        • 2500 euro voor zelf georganiseerde voorschoolse opvang tussen 07.30 u en 08.15 u;
        • 2500 euro voor zelf georganiseerde naschoolse opvang tussen 15.30 u en 17.30 u, met uitzondering van de woensdagnamiddag. Op woensdagnamiddag moet opvang aangeboden worden tot minstens 12u30. Bij nood van ouders aan langere woensdagnamiddagopvang gaat de erkende BOA-werking actief op zoek naar oplossingen, al dan niet in samenwerking met andere erkende BOA-werkingen.

        §2. Aan erkende BOA-werkingen die buitenschoolse opvang mogelijk maken op woensdagnamiddag door het organiseren van vervoer wordt een aanvullende toelage van 250,00 euro toegekend per opstapplaats per schooljaar.

        Artikel 5: Aanvraag procedure profiel 1 en 2

        §1. De toelage wordt aangevraagd aan de hand van het hiervoor voorziene aanvraagformulier in volgende periodes:

        • BOA-werkingen van profiel 1: uiterlijk voor 15 januari volgend op het betreffende werkjaar;
        • BOA-werkingen van profiel 2: na afloop van het betreffende schooljaar.

        Onvolledig ingevulde of laattijdig ingediende formulieren worden niet in aanmerking genomen.

        §2. De aanvraag wordt beoordeeld door de dienst Welzijn op ontvankelijkheid, volledigheid en inhoud.

        §3. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de toekenning van de toelage. De toelage wordt onmiddellijk en volledig uitbetaald.

        Hoofdstuk 3: werkingstoelage voor BOA-werkingen van profiel 3

        Artikel 6: Berekening van de werkingstoelage voor profiel 3

        §1. De werkingstoelage voor profiel 3 wordt berekend op basis van volgende gegevens:

        • Het aantal aanwezige kinderen, opgesplitst volgens: 
          • type opvang (voorschools, naschools, woensdagnamiddag, vakantie en pedagogische studiedagen;
          • aantal uren aanwezig (<3u, 3-6u en >6u);
          • kinderen zonder een hoge zorgbehoefte en kinderen met een hoge zorgbehoefte;
        • Aantal openingsdagen.
         §2. Er worden herleide dagen berekend op basis van het aantal kinderen opgesplitst volgens het aantal uren aanwezig: 
        aantal uren aanwezig  percentage dag
        <3u 40%
        3u-6u 80%
        >6u 120%
        §3. Per herleide dag wordt per kind volgende werkingstoelage toegek end: 21,5 euro voor kinderen zonder hoge zorgbehoefte en 129 euro voor kinderen met hoge zorgbehoefte. 
        Artikel 7: Aanvraagprocedure voor profiel 3

        §1. De werkingstoelage wordt aangevraagd aan de hand van het hiervoor voorziene aanvraagformulier. 

        §2. Een eerste aanvraag kan eender wanneer ingediend worden. Deze aanvraag gaat gepaard met een inschatting voor het eerste werkjaar van:

        • de gegevens in artikel 6 §1;
        • de inkomsten uit bijdragen van ouders per maand.

        §3. De aanvraag wordt beoordeeld door de dienst Welzijn op ontvankelijkheid, volledigheid en inhoud. Onvolledig ingevulde of laattijdig ingediende formulieren worden niet in aanmerking genomen. Op basis van de inschatting (§2) wordt een werkingstoelage per kwartaal berekend. 

        §4. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de toekenning van de werkingstoelage. Deze werkingstoelage wordt uitbetaald bij aanvang van elk kwartaal. 

        §5. Na afloop van elk kalenderjaar bezorgt de erkende BOA-werking aan de dienst Welzijn een overzicht van: 

        • de reële gegevens in artikel 6 §1;
        • de reële inkomsten uit bijdragen van ouders per maand tijdens het voorbije werkjaar. 
        • de reële uitgaven. 
        De dienst welzijn berekent op basis van deze informatie de reële werkingstoelage van het voorbije werkjaar (x-1). Eventueel teveel of te weinig uitbetaalde werkingstoelage in het voorbije werkjaar (x-1) wordt verrekend bij de uitbetaling van het eerste kwartaal van werkjaar x. 

        §6. Vanaf het tweede werkjaar wordt de werkingstoelage berekend op de reële werkingstoelage van het overeenkomstige kwartaal van het vorige werkjaar x-1 (§5).

        Hoofdstuk 4: werkingstoelage voor BOA-werkingen van profiel 4

        Artikel 8: Berekening van de werkingstoelage voor profiel 4

        Erkende BOA-werkingen van profiel 4 krijgen een werkingstoelage van €105 euro per woensdagnamiddag en per kind met een hoge zorgbehoefte. De werkingstoelage wordt verminderd met de reële inkomsten uit bijdragen van ouders. 

        Artikel 9: Aanvraagprocedure voor profiel 4

        §1. De werkingstoelage wordt aangevraagd aan de hand van het hiervoor voorziene aanvraagformulier. 

        §2. Een eerste aanvraag kan eender wanneer ingediend worden. Deze aanvraag gaat gepaard met een inschatting voor het eerste schooljaar van:

        • het aantal openingsmomenten per maand van de erkende BOA-werking;
        • het aantal kinderen met een hoge zorgbehoefte dat per maand gebruik zal maken van de erkende BOA-werking;
        • de inkomsten uit bijdragen van ouders per maand.

        §3. De aanvraag wordt beoordeeld door de dienst Welzijn op ontvankelijkheid, volledigheid en inhoud. Onvolledig ingevulde of laattijdig ingediende formulieren worden niet in aanmerking genomen. Op basis van de inschatting (§2) wordt een werkingstoelage per kwartaal berekend. 

        §4. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de toekenning van de werkingstoelage. Deze werkingstoelage wordt uitbetaald bij aanvang van elk kwartaal. 

        §5. Na afloop van elk schooljaar bezorgt de erkende BOA-werking aan de dienst Welzijn een overzicht van: 

        • het reële aantal openingsmomenten per maand tijdens het voorbije schooljaar;
        • het reële aantal kinderen met een hoge zorgbehoefte dat per maand gebruik maakte van de erkende BOA-werking tijdens het voorbije schooljaar;
        • de reële inkomsten uit bijdragen van ouders per maand tijdens het voorbije schooljaar; 
        • de reële uitgaven tijdens het voorbije schooljaar.
        De dienst welzijn berekent op basis van deze informatie de reële werkingstoelage van het voorbije schooljaar (x-1). Eventueel teveel of te weinig uitbetaalde werkingstoelage in het voorbije schooljaar (x-1) wordt verrekend bij de uitbetaling van het eerste kwartaal van schooljaar x. 

        §6. Vanaf het tweede schooljaar wordt de werkingstoelage berekend op de reële werkingstoelage van het overeenkomstige kwartaal van het vorige schooljaar x-1 (§5).

        Artikel 10: Het college van burgemeester en schepenen kan een minimaal en/of maximaal aantal kinderen bepalen voor profiel 4.

        Hoofdstuk 5: Controle en sancties

        Artikel 11: controle

        §1. De stad Ieper kan controles uitvoeren op de besteding van de toelage en de naleving van dit reglement door ter plaatse te controleren en alle noodzakelijke informatie op te vragen.

        §2. Ingeval de aanvrager zich verzet tegen de uitoefening van de controle, is hij/zij gehouden tot terugbetaling van de subsidie.

        Artikel 12: Sancties

        Bij niet-naleving van dit reglement, misbruik of onjuiste verklaringen kan het college van burgemeester en schepenen:

        1. de subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren;
        2. reeds uitbetaalde bedragen (al dan niet deels) terugvorderen of in mindering brengen van de werkingstoelage;
        3. de aanvrager tijdelijk uitsluiten van toelagen.

        Hoofdstuk 6: Slotbepalingen

        Artikel 13: indexatie

        De bedragen in de artikels 3, 4 en 6§3 worden geïndexeerd wanneer de spilindex overschreden wordt, op voorwaarde dat de BOA-subsidie die stad Ieper van de Vlaamse overheid ontvangt eveneens op deze manier geïndexeerd wordt.

        Artikel 14: Budgettaire beperking

        De toekenning van toelagen gebeurt binnen de grenzen van het jaarlijks beschikbare budget zoals voorzien in het meerjarenplan van stad Ieper. Indien het beschikbare budget ontoereikend is, kan het college van burgemeester en schepenen beslissen om onder andere de subsidiebedragen van alle aanvragers proportioneel te verminderen.

        Artikel 15: Staatssteun: DAEB & de-minimis-regelgeving

        De subsidies worden toegekend met inachtneming van het besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen.
        De subsidie wordt eveneens toegekend in overeenstemming met de Europese staatssteunregels (artikelen 107 en 108 VWEU). Dit kan vallen onder de-minimisregeling. De organisator bezorgt daarom bij de aanvraag een verklaring op eer met de totale ontvangen/toegekende steun gedurende de afgelopen 3 jaar. De de-minimissteun wordt desgevallend geregistreerd in het Europese eAidRegister (eAIR).

        Artikel 16: Inwerkingtreding

        §1. Dit reglement treedt in werking vanaf 1 september 2026.

        §2. Het reglement op het toekennen van toelagen voor buitenschoolse opvang van 04/07/2022 wordt opgeheven na uitbetaling van de werkingstoelagen voor schooljaar 2025-2026, en uiterlijk op 31 december 2026.

        Artikel 17: Bekendmaking

        Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.

      • Reglement impulstoelage BOA-werkingen 2026

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018).

        Het decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten van 3 mei 2019 (B.S. 27/06/2019), latere wijzigingen en de uitvoeringsbesluiten.

        Feiten, context en argumentatie

        Dit reglement bouwt verder op het reglement voor de erkenning van BOA-werkingen en de organisatie van toezicht en handhaving, dat tijdens dezelfde gemeenteraadszitting ter goedkeuring voorligt. 

        Dit reglement voorziet een impulstoelage voor erkende BOA-werkingen die initiatieven nemen om hun werking te versterken in functie van de erkenningsvoorwaarden. Dit omvat onder meer opleiding van medewerkers, investeringen in toegankelijkheid, het aankopen van duurzaam spelmateriaal, het duurzaam aanpassen van de opvanginfrastructuur, etc.

        Dit reglement werd opgemaakt in nauwe afstemming met het lokaal samenwerkingsverband BOA, waarin volgende organisaties vertegenwoordigd zijn:

        • Organisatoren: Scholengemeenschap Ieperrand Heuvelland, Go! Basisschool Ieper, kleine Vos, Koningsdale Steinerschool, De Lovie vzw, Jan Yperman Ziekenhuis, VZW Buitenschoolse opvang Ieper, WVA-Metgezel VZW.
        • Agentschap Opgroeien
        • Stad Ieper: schepen van welzijn, schepen van jeugd, afdeling Vrije tijd & ontwikkeling, Dé Academie, jeugddienst, sportdienst en dienst Welzijn.
        Financiële gevolgen

        Deze impulstoelage wordt 100% betaald met de BOA-boostsubsidie die stad Ieper ontvangt van de Vlaamse overheid. 

        Adviezen

        Op 8 juni 2026 werden de principes voor dit reglement door het lokaal samenwerkingsverband BOA goedgekeurd.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met algemeenheid van stemmen het volgende reglement goed te keuren:

        Hoofdstuk 1: Algemeen

        Artikel 1: Doelgroep

        De impulstoelage kan aangevraagd worden door BOA-werkingen die erkend zijn op basis van het reglement voor de erkenning van BOA-werkingen en de organisatie van toezicht en handhaving, goedgekeurd door de gemeenteraad op 29 juni 2026.

        Artikel 2: Doel

        In 2026 kent Stad Ieper een impulstoelage toe aan erkende BOA-werkingen die initiatieven nemen om hun werking te versterken in functie van de erkenningsvoorwaarden. Dit omvat onder meer opleiding van medewerkers, investeringen in toegankelijkheid, het aankopen van duurzaam spelmateriaal, het duurzaam aanpassen van de opvanginfrastructuur, etc.

        Hoofdstuk 2: impulstoelage voor BOA-werkingen profiel 1, 2 en 4

        Artikel 3: Toelage profiel 1

        Erkende BOA-werkingen van profiel 1 krijgen een forfaitaire impulstoelage van 2500 euro indien ze zich met een verklaring op eer engageren om in 2027 minstens een vergelijkbaar opvangaanbod als in 2025 te organiseren.

        Artikel 4: Toelage profiel 2

        Erkende BOA-werkingen van profiel 2 krijgen een forfaitaire impulstoelage indien ze zich met een verklaring op eer engageren om in het schooljaar 2026-2027 minstens iedere schooldag een vergelijkbaar opvangaanbod als in het schooljaar 2024-2025 te organiseren. Deze toelage bestaat uit twee delen die gecumuleerd kunnen worden:

        • 2500 euro voor voorschoolse opvang;
        • 2500 euro voor naschoolse opvang.
        Artikel 5: Toelage profiel 4

        Erkende BOA-werkingen van profiel 4 krijgen een forfaitaire impulstoelage van 5000 euro indien ze zich met een verklaring op eer engageren om in 2026-2027 minstens een vergelijkbaar opvangaanbod als in 2024-2025 te organiseren. Indien het een nieuwe erkende BOA-werking betreft, bestaat de aanvraag uit een inschatting voor het eerste schooljaar van het aantal openingsmomenten per maand, een inschatting voor het eerste schooljaar van het aantal kinderen met een hoge zorgbehoefte dat per maand gebruik zal maken van de erkende BOA-werking en een verklaring op eer waarin de erkende BOA-werking zich engageert om dit in 2026-2027 te realiseren.

        Artikel 6: Besteding van de toelage

        De forfaitaire impulstoelagen moeten besteed worden aan investeringen overeenkomstig artikel 2.

        Artikel 7: Procedure

        §1. De aanvraag wordt ingediend tegen 25 september 2026 op basis van het hiervoor voorziene aanvraagformulier. Onvolledig ingevulde of laattijdig ingediende formulieren worden niet in aanmerking genomen.

        §2. De aanvraag wordt beoordeeld door de dienst Welzijn op ontvankelijkheid, volledigheid en inhoud.

        §3. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de toekenning van de toelage. De toelage wordt onmiddellijk en volledig uitbetaald.

        Hoofdstuk 3: impulstoelage voor BOA-werkingen profiel 3

        Artikel 8:

        §1. Erkende BOA-werkingen van profiel 3 kunnen een impulstoelage aanvragen door een investeringsdossier in te dienen dat minstens bestaat uit:

        • Een inhoudelijke toelichting van de vooropgestelde initiatieven en investeringen overeenkomstig artikel 2;
        • Een gedetailleerde raming;
        • Een realistische planning;
        • Bijlagen ter ondersteuning van de voorstellen (vb. offertes, plannen,…).

        §2. De impulstoelages zoals bedoeld in §1 bedragen per erkende BOA-werking maximaal 10.000 euro. Investeringen in gebouwen worden maximaal voor 80% betoelaagd.

        Artikel 9: Procedure

        §1. De investeringsdossiers worden ingediend bij de dienst Welzijn tegen 25 september 2026. Onvolledige of laattijdig ingediende dossiers worden niet in aanmerking genomen.

        §2. Het dossier wordt beoordeeld door de dienst Welzijn op ontvankelijkheid, volledigheid en inhoud.

        §3. Het dossier wordt voorgelegd aan het Lokaal samenwerkingsverband BOA dat een advies uitbrengt over volgende criteria:

        1. de mate waarin de voorgestelde investeringen bijdragen aan het vooropgestelde doel van de toelage in artikel 2;
        2. de duurzaamheid (in de tijd) van de vooropgestelde investeringen;
        3. de haalbaarheid van de planning;
        4. de noodzaak van de vooropgestelde investeringen.

        Bijkomend prioriteert het lokaal samenwerkingsverband de voorgestelde investeringen op basis van deze 4 criteria, indien het totale budget zoals bedoeld in artikel 8 §2 ontoereikend is.

        §4. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de toekenning van de toelage. De toelage wordt onmiddellijk en volledig uitbetaald.

        §5. Indien de investeringen niet kunnen doorgaan, of sinds de aanvraag grondig werden gewijzigd, brengt de aanvrager stad Ieper onmiddellijk op de hoogte met een schriftelijke motivatie. Het college van burgemeester en schepen kan beslissen om de subsidie volledig of gedeeltelijk te wijzigen, in te houden of terug te vorderen.

        §6. Binnen de vier maanden na de realisatie van de investeringen dient de aanvrager een evaluatiedossier in. Dit dossier bevat:

        • een inhoudelijk verslag;
        • beeldmateriaal (foto’s en/of video’s) dat een duidelijk en representatief beeld geeft van de uitvoering en resultaten van het project;
        • een afrekening waarin alle kosten verantwoord worden met facturen en betaalbewijzen.

        §7. Het evaluatiedossier wordt beoordeeld door de dienst Welzijn op volledigheid en inhoud.

        §8. Vervolgens wordt advies gevraagd aan het lokaal samenwerkingsverband BOA over:

        • de uitvoering van de investeringen conform de aanvraag (realisatie van het vooropgestelde resultaat);
        • de verhouding tussen de begroting en de afrekening.

        §9. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de aanvaarding van het evaluatieverslag en het daarin beschreven resultaat van de investeringen.

        Hoofdstuk 4: Controle en sancties

        Artikel 10: controle

        §1. De stad Ieper kan controles uitvoeren op de besteding van de toelage en de naleving van dit reglement door ter plaatse te controleren en alle noodzakelijke informatie op te vragen.

        §2. Ingeval de aanvrager zich verzet tegen de uitoefening van de controle, is hij/zij gehouden tot terugbetaling van de subsidie.

        Artikel 11: Sancties

        Bij niet-naleving van dit reglement, misbruik, onjuiste verklaringen of niet realiseren van het vooropgestelde resultaat kan het college van burgemeester en schepenen:

        1. de subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren;
        2. reeds uitbetaalde bedragen (al dan niet deels) terugvorderen of in mindering brengen van de werkingssubsidie;
        3. de aanvrager tijdelijk uitsluiten van toekomstige subsidiereglementen.

        Hoofdstuk 5: Slotbepalingen

        Artikel 12: Budgettaire beperking

        De toekenning van toelages gebeurt binnen de grenzen van het beschikbare budget zoals voorzien in jaar 2026 in het meerjarenplan van stad Ieper. Indien het beschikbare budget ontoereikend is, kan het college van burgemeester en schepenen beslissen om onder andere de toelages van alle aanvragers proportioneel te verminderen.

        Artikel 13: Staatssteun: DAEB & de-minimis-regelgeving

        De subsidies worden toegekend met inachtneming van het besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen.
        De subsidie wordt eveneens toegekend in overeenstemming met de Europese staatssteunregels (artikelen 107 en 108 VWEU). Dit kan vallen onder de-minimisregeling. De organisator bezorgt daarom bij de aanvraag een verklaring op eer met de totale ontvangen/toegekende steun gedurende de afgelopen 3 jaar. De de-minimissteun wordt desgevallend geregistreerd in het Europese eAidRegister (eAIR).

        Artikel 14: Inwerkingtreding

        Dit reglement treedt in werking op 1 september 2026. Het reglement wordt opgegeven na goedkeuring van het laatste evaluatieverslag (cfr. artikel 9 §9) en na afhandeling van de laatste controleacties en bijhorende sancties (cfr. hoofdstuk 4).

        Artikel 15: Bekendmaking

        Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.

      • Reglement start- en werkingstoelage kinderopvanginitiatieven op Iepers grondgebied: financiering buitenschoolse opvang vervalt - goedkeuring

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        Feiten, context en argumentatie

        Op 01/12/2025 werd het nieuwe reglement start- en werkingstoelage kinderopvanginitiatieven op Iepers grondgebied goedgekeurd door de gemeenteraad. De gemeenteraad besliste toen dat "de financiering van buitenschoolse opvang via dat reglement vervalt bij de opstart van het subsidiereglement 'Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA)".

        Met de goedkeuring van het toelagereglement werkingssubsidie BOA-werkingen op de gemeenteraad van 29/06/2026 is aan die voorwaarde voldaan. Bijgevolg kan volgende passage uit artikel 1 geschrapt worden:

        Buitenschoolse opvang: elke vorm van opvang aangeboden voor kinderen van het basisonderwijs, voor en na de schooluren en/of woensdagnamiddag en/of tijdens schoolvakantiedagen. De opvang is gemeld aan of erkend door de bevoegde instanties: agentschap Opgroeien of VAPH als vergunde zorgaanbieder. Financiering van buitenschoolse opvang via dit reglement vervalt bij de opstart van het subsidiereglement 'Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA).

        Verder zijn er geen wijzigingen.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met algemeenheid van stemmen het volgende reglement goed te keuren:

        Reglement start- en werkingstoelage kinderopvanginitiatieven op Iepers grondgebied

        Hoofdstuk 1- Algemene voorwaarden

        Artikel 1. Algemene voorwaarden

        Elk kinderopvanginitiatief dat voldoet aan de in onderhavig reglement bepaalde voorwaarden en dat behoort tot één van de drie hieronder vermelde categorieën komt in aanmerking voor het verkrijgen van een start- of werkingstoelage van de stad Ieper.

        Gezinsopvang: de opvang van baby’s en peuters met een vergunning van het agentschap Opgroeien en die aan deze voorwaarden voldoen.

        Groepsopvang: de opvang van baby’s en peuters met een vergunning van het agentschap Opgroeien en die aan deze voorwaarden voldoen of erkend zijn door VAPH als vergunde zorgaanbieder.

        Het kinderopvanginitiatief moet gevestigd zijn op het grondgebied van de stad Ieper.

        Hoofdstuk 2- Reglement inzake toekenning van een starttoelage

        Artikel 2. Bestemming van de starttoelage

        De starttoelage mag enkel worden gebruikt om kosten te delgen die de aanvrager heeft gemaakt voor de aankoop van duurzaam materiaal in zover het noodzakelijk is voor de opvang en voor de aankoop van speelgoed. De starttoelage mag niet worden aangewend voor het delgen van kosten die gemaakt zijn voor de aankoop van verbruiksartikelen.

        De aanvrager moet de aankopen aantonen aan de hand van facturen.

        Artikel 3. Reden aanvraag

        Er is één toelage per vestigingsplaats mogelijk. Een starttoelage kan aangevraagd worden bij het lokaal bestuur voor:

        - De opstart van een nieuwe locatie

        - De verhuis van een bestaande locatie

        - De opstart van een volledig nieuw team van kinderbegeleiders op een bestaande locatie.

        Artikel 4. Aanvraagprocedure – termijn - beslissing

        De aanvrager komt het kinderopvanginitiatief voorstellen in het LOK Ieper (Lokaal Overleg Kinderopvang).

        Het LOK geeft niet bindend advies aan het College van Burgemeester en Schepenen over het al dan niet toekennen van de starttoelage.

        De aanvraag wordt gericht aan het College van Burgemeester en Schepenen en kan ten vroegste ingediend worden op de officiële startdatum van het opvanginitiatief en ten laatste 12 maanden na deze datum.

        De aanvraag gebeurt aan de hand van het aanvraagformulier, te verkrijgen via:

        -          huisvanhetkind@ieper.be

        -          www.ieper.be

        -          Auris - Dienst Welzijn - Kinderopvang - Ter Waarde 1 - 8900 Ieper

        De aanvraag moet vergezeld zijn van de gevraagde facturen en een kopie van de vergunning door het agentschap Opgroeien.

        De beslissing wordt ten laatste zes maanden na het indienen van de aanvraag schriftelijk meegedeeld. Elke beslissing wordt gemotiveerd.

        Het college van burgemeester en schepenen wordt ertoe gemachtigd alle onderzoeken in te stellen die nodig of nuttig zijn in verband met de betoelaging. Tevens is het college gemachtigd nazicht uit te oefenen op de juistheid van de verstrekte gegevens.

        Artikel 5. Bedrag en uitbetaling

        Het bedrag van de starttoelage kan nooit groter zijn dan de totale som van de door de aanvrager voorgelegde aankoopfacturen.

        Het maximale bedrag van de starttoelage wordt verder bepaald aan de hand van de volgende parameters:

        -          Per opvanginitiatief tot 8 kinderen: max. € 500,00

        -          Per opvanginitiatief tussen 9 en 18 kinderen: max. € 1.000,00

        -          Per opvanginitiatief tussen 19 en 30 kinderen: max. € 1.500,00

        -          Per opvanginitiatief vanaf 30 kinderen: max. € 2.000,00

        Ingeval meerdere natuurlijke personen samen een kinderopvanginitiatief opstarten, wordt de starttoelage gelijkmatig verdeeld.

        De toelage voorzien in dit reglement wordt enkel toegekend binnen de perken van de op het stedelijk budget oorspronkelijk voorziene kredieten.

        Artikel 6. Terugvordering

        De starttoelage wordt integraal of gedeeltelijk teruggevorderd indien het kinderopvanginitiatief beslist om het kinderopvanginitiatief stop te zetten tijdens de eerste 3 jaar na de toekenning. Dit is niet van toepassing bij overmacht (bv. brand, ziekte). Wanneer een kinderopvanginitiatief definitief wordt gesloten door agentschap Opgroeien door ernstige bezorgdheden over de veiligheid en kwaliteit van de opvang is er geen sprake van overmacht.

        Het terug te vorderen bedrag wordt als volgt bepaald, rekening houdend met het tijdstip van stopzetting:

        Jaar na toekenning

        % terug te betalen

        1ste jaar 100%

        2de jaar 80%

        3de jaar 60%

        Hoofdstuk 3- Reglement inzake toekenning van de werkingstoelage

        Artikel 7. Bestemming van de werkingstoelage

        De werkingstoelage heeft als doelstelling het delgen van kosten die gemaakt worden om de goede werking van het kinderopvanginitiatief te verzekeren.

        Artikel 8. Aanvraagprocedure – termijn - beslissing

        De aanvraag wordt gericht aan het College van Burgemeester en Schepenen en wordt uiterlijk voor 15 januari van het volgende jaar ingediend.

        De aanvraag gebeurt aan de hand van het aanvraagformulier, te verkrijgen via:

        -          huisvanhetkind@ieper.be

        -          www.ieper.be

        -          Auris - Dienst Welzijn - Kinderopvang - Ter Waarde 1 - 8900 Ieper

        De aanvraag moet vergezeld zijn van de lijst met aantal aanwezige kinderen opgesplitst volgens aantal uren aanwezig (<3u, 3 tot 5u of >5uur).

        Op basis daarvan wordt het aantal herleide dagen berekend, overeenkomend met de berekening van het agentschap Opgroeien:

        aantal uren aanwezig

        percentage dag

        <3u

        40%

        3u-5u

        60%

        >5u

         100%

        Het college van burgemeester en schepenen wordt ertoe gemachtigd alle onderzoeken in te stellen die nodig of nuttig zijn in verband met de betoelaging.  Tevens is het college gemachtigd nazicht uit te oefenen op de juistheid der verstrekte gegevens.

        Artikel 9. Bedrag en uitbetaling

        Per herleide dag wordt een werkingstoelage van € 0,50 verleend.

        Aan de erkende Ieperse diensten voor opvanggezinnen wordt een jaarlijkse werkingstoelage toegekend van €25,00 per aangesloten en erkend Iepers opvanggezin.

        De toelage voorzien in dit reglement wordt enkel toegekend binnen de perken van de op het stedelijk budget oorspronkelijk voorziene kredieten.

        De uitbetaling van de werkingstoelage gebeurt jaarlijks, uiterlijk op 31 maart.

        Artikel 10. Inwerkingtreding

        De bepalingen van dit besluit treden in werking op 1 september 2026. Kinderopvanginitiatieven van de categorie Buitenschoolse opvang kunnen voor de maanden januari t.e.m. augustus van werkjaar 2026 een laatste keer werkingstoelage aanvragen op basis van het bestaande reglement start- en werkingstoelage kinderopvanginitiatieven op Iepers grondgebied van 1 december 2025. Na uitbetaling daarvan, en uiterlijk op 31 december 2026, wordt het reglement van 1 december 2025 opgeheven. 

        Artikel 11 :  Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking. 

         

    • Mobiliteit

      • Gemeentelijk reglement op het toekennen van een digitale parkeerkaart - goedkeuring

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        Het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg en latere wijzigingen.

        Het ministerieel besluit van 9 januari 2007 betreffende de gemeentelijke parkeerkaart.

        Feiten, context en argumentatie

        Het parkeerbeleid, dat vernieuwd werd vanaf 1 januari 2021 is grondig geëvalueerd. De voorstellen tot aanpassingen werden voorgelegd aan de plenaire commissie verkeer en daar doorgesproken.

        Om de wijzigingen door te voeren dienen twee gemeenteraadsbeslissingen te worden aangepast: het reglement betreffende de gemeentebelasting op parkeren van voertuigen van 1 december 2025 en het reglement op het toekennen van de parkeerkaart 5 oktober 2020.

        Nadien zullen de gemeentelijke aanvullende reglementen op het wegverkeer worden herzien, zodat het aangepaste parkeerbeleid op straatniveau kan worden uitgerold. De bevoegdheid tot goedkeuring van dergelijke reglementen werd door de gemeenteraad dd. 16/12/2024 overgedragen aan het college van burgemeester en schepenen. 

        in het kader van het vernieuwde parkeerbeleid is het dus nodig om het vorige reglement te herzien. De wijzigingen betreffen:
        - Het bewonersparkeren wordt verder geoptimaliseerd.
        - Het betalende bewonersparkeren in straten binnen het kernwinkelgebied wordt niet langer toegepast.
        - Ook worden in delen van straten specifieke bewonersparkeerplaatsen voorzien aan de rand van de vernieuwde, betalende zone in de binnenstad.
        - Daarnaast wordt een parkeerkaart voor zorgverstrekkers toegevoegd.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen tegen 14 neen stemmen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, V. Despeghel, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demeyere, Louwyck en Kinoo): 

        Hoofdstuk 1:    Algemene bepalingen

        Artikel 1 :         Er kan een gemeentelijke, elektronische parkeerkaart worden uitgereikt aan bewoners van de stad onder de vorm van een elektronisch toezichtsysteem op basis van het kenteken van het voertuig, conform het K.B. van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, artikel 27quater.

        Artikel 2 :         De elektronische bewonerskaart wordt afgeleverd volgens de bepalingen van het ministerieel besluit van 9 januari 2007 en kan gebruikt worden binnen de zone voor betalend parkeren (uitgezonderd in de straten die gelegen zijn binnen het kernwinkelgebied) en ter hoogte van voorbehouden parkeerplaatsen voor bewoners overeenkomstig art. 27.3 van het KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

        Artikel 3 :         Er kunnen maximaal twee elektronische bewonerskaarten worden uitgereikt per wooneenheid.  De eerste bewonerskaart per wooneenheid is gratis, de tweede bewonerskaart per wooneenheid is betalend. Elke bewonerskaart wordt aan maximum 1 nummerplaat gekoppeld.

        Artikel 4 :         De geldigheidsduur van een betalende bewonerskaart is 1 jaar. De afgeleverde kaarten behouden hun geldigheid tot verstrijken van de vervaldatum of tot het niet meer voldoen aan de voorwaarden zoals vermeld in artikel 5 van onderhavig reglement.

        Hoofdstuk 2:    Gemeentelijke parkeerkaart voor bewoners (bewonerskaart)

        Artikel 5 :         Een elektronische bewonerskaart wordt afgeleverd door de gemeentelijke administratie indien aan volgende voorwaarden wordt voldaan:

        -        de aanvrager is in het bevolkingsregister van de stad Ieper ingeschreven op het adres waarvoor de bewonerskaart aangevraagd wordt

        -        de aanvrager staat ingeschreven op een adres waar de parkeertijd beperkt is door een regime van betalend parkeren of  waar bewonersparkeren geldt

        -        het voertuig waarvoor de bewonerskaart wordt aangevraagd staat ingeschreven op naam en adres van de aanvrager

        -        indien het voertuig niet op naam en adres van de aanvrager staat ingeschreven, dient de aanvrager aan te tonen dat hij over een permanent gebruiksrecht op het voertuig beschikt.  Dit wordt als volgt aangetoond:

        • voor een particulier voertuig dat op naam van een andere persoon is ingeschreven wordt het permanent gebruiksrecht aangetoond door de verzekeringspolis, waarin vermeld staat dat de aanvrager bestuurder van het voertuig is.  Een verklaring of attest van de verzekeringsmaatschappij wordt niet aanvaard zonder voorlegging van de polis;
        • indien een bewonerskaart wordt aangevraagd voor een bedrijfsvoertuig of een leasewagen, dient de aanvrager de leasingovereenkomst of een verklaring van de werkgever voor te leggen waaruit blijkt dat hij permanent beschikt over het voertuig.  Deze verklaring dient ondertekend te worden door de werkgever en vergezeld van een stempel van de firma.

        -        er wordt geen bewonerskaart afgeleverd aan huurwagens en wagens met een Z‑nummerplaat

        Artikel 6 :         Voor het verkrijgen van de bewonerskaart dienen volgende documenten voorgelegd te worden:

        -        de identiteitskaart van de aanvrager

        -        het inschrijvingsformulier van het voertuig waarvoor een bewonerskaart wordt aangevraagd

        -        de verzekeringspolis van het voertuig waarin vermeld staat dat de aanvrager bestuurder van het voertuig is indien het voertuig waarvoor een bewonerskaart wordt aangevraagd een particulier voertuig ingeschreven op naam van een andere persoon dan de aanvrager

        -        de leasingsovereenkomst of een verklaring van de werkgever waaruit blijkt dat de aanvrager permanent beschikt over het voertuig indien het voertuig waarvoor een bewonerskaart wordt aangevraagd een bedrijfsvoertuig of leasewagen is

        Hoofdstuk 3:       Toepassingsgebied van de bewonerskaart

        Artikel 7 :         De betaalzone in de binnenstad wordt opgedeeld in 2 bewonerszones, waarbij de as Stationsstraat, Tempelstraat, Boterstraat, Neermarkt, Grote Markt, Menenstraat, Frenchlaan de grens vormt.

        Artikel 8 :         Bewoners die in een betaalzone wonen krijgen voor de 1ste wagen een gratis bewonerskaart voor de bewonerszone waartoe men behoort. Deze kaart kunnen ze gratis gebruiken in de straten van de bewonerszone waartoe men behoort behalve in de straten die in het kernwinkelgebied gelegen zijn. In deze straten is de bewonerskaart niet geldig.

                                 Voor de 2de wagen kan men een parkeerkaart aankopen voor 100,00 € / jaar die enkel kan gebruikt worden in de straten binnen de bewonerszone waartoe men behoort, behalve in de straten die in het kernwinkelgebied gelegen zijn .

        Artikel 9 :         Bewoners  van bepaalde straten buiten de betalende zone waar specifieke bewonersparkeerplaatsen zijn voorzien krijgen voor de 1ste wagen een gratis bewonerskaart voor de  straat  waar men woont.  Voor de tweede wagen kan men een parkeerkaart aanschaffen voor 100,00 euro / jaar. Zowel de bewonerskaart voor de eerste en de tweede wagen zijn enkel geldig in de eigen straat.  

        Hoofdstuk 4:       Gemeentelijke parkeerkaart voor aannemers (aannemerskaart)

        Artikel 10:       Om van het systeem van de digitale aannemerskaart gebruik te kunnen maken moeten volgende voorwaarden cumulatief voldaan zijn:

        1. Men moet aannemer zijn.

        Onder aannemer van werken wordt verstaan elke persoon, rechtspersoon of aangestelde ervan die als beroepsactiviteit heeft het uitvoeren van bouwkundige of civieltechnische werken.

        2. De aannemerskaart is uitsluitend te gebruiken in een uitgerust dienstvoertuig.

        Als uitgerust dienstvoertuig wordt beschouwd het voertuig, voorzien van gereedschappen, machines, voorraad en dergelijke meer, waarvan de aanwezigheid in de onmiddellijke omgeving van de werf vereist is voor de uitvoering der werken.

        3. De aannemerskaart kan enkel gebruikt worden op werkdagen (inclusief de zaterdag) en tijdens de werkelijke uitvoering der werken, dit is de periode die nodig is om de uit te voeren werken te kunnen realiseren en waarin men effectief aan het werk is.

        4. Voor een aannemerskaart die 12 maanden geldig is, wordt bij aanvraag een vergoeding betaald ten bedrage van 200,00 euro per kaart, voor een aannemerskaart die 1 maand geldig is bedraagt de vergoeding 45,00 euro per kaart.

        5. Elke aannemerskaart wordt aan maximum 1 nummerplaat gekoppeld.

        6. Voor elke andere inname of gebruik van het openbaar domein, die niet verantwoord is door voornoemde aannemerskaart (enkel parkeren van dienstvoertuigen), blijft het gemeentelijk retributiereglement voor het gebruik van het openbaar domein ter gelegenheid van bouwwerken van kracht.

        Hoofdstuk 5:       Gemeentelijke parkeerkaart voor autodelen

        Artikel 11 :       De parkeerkaart voor autodelen heeft enkel betrekking op voertuigen die via de bemiddeling van een vereniging voor autodelen aangewend worden. Aan de organisaties die hieromtrent een overeenkomst afgesloten hebben met het stadsbestuur wordt één gemeentelijke, digitale parkeerkaart per deelauto voorzien. 

        Hoofdstuk 6:       Gemeentelijke parkeerkaart voor 'Parkeer en Zorg'

        Artikel 12 :      De parkeerkaart 'Parkeer en Zorg' is van toepassing en wordt verleend onder de voorwaarden zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 26 maart 2018.

        Hoofstuk 7:         Gemeentelijke parkeerkaart voor zorgverstrekkers

        Artikel 13:       Een individuele zorgverstrekker of een organisatie met zorgverstrekkers die op regelmatig basis huisbezoeken uitvoert in het centrum kan onder bepaalde voorwaarden een parkeerkaart voor zorgverstrekkers verkrijgen. Om van het systeem van de digitale parkeerkaart voor zorgverstrekkers gebruik te maken moeten volgende voorwaarden cumulatief voldaan zijn.
        1. Men kan een bewijs voorleggen van erkenning door het Riziv (door het Riziv erkende zorgverstrekker of organisatie) of bewijs van erkenning door de Vlaamse Gemeenschap als erkende thuiszorgverstrekker. Ook een geldig KBO nummer wordt overgemaakt.
        2. Er wordt een verklaring op eer bezorgd dat men regelmatig huisbezoeken uitvoert in het stadcentrum.

        3. De parkeerkaart voor zorgverstrekkers wordt enkel gebruikt tijdens de werkelijke uitvoering van de zorgopdracht. De tijdsduur wordt beperkt tot 2 uur per parkeerplaats. Aan de binnenkant van de voorruit wordt een gemeentelijke parkeerschijf voorzien. De bestuurder moet de pijl van de parkeerschijf op het streepje plaatsen dat volgt op het tijdstip van aankomst. Het is verboden onjuiste aanduidingen op de schijf te laten verschijnen. De aanduidingen van de schijf mogen niet wijzigen voordat het voertuig de parkeerplaats heeft verlaten.

        4. De parkeerkaart voor zorgverstrekkers is 12 maanden geldig. Er wordt bij de aanvraag een vergoeding betaald ten bedrage van 50,00 euro per kaart. De bijhorende parkeerschijf wordt gratis aangeboden.

        5. Elke parkeerkaart wordt aan maximum 1 nummerplaat gekoppeld.

        Hoofdstuk 8:        Intrekking parkeerkaart
        Indien grondige onregelmatigheden worden vastgesteld betreffende de aanvraag of het gebruik van een parkeerkaart behoudt het stadsbestuur zich het recht om de parkeerkaart voor een bepaalde periode in te trekken. Dit door middel van een beslissing van het college van burgemeester en schepenen.

        Hoofdstuk 9:       Slotbepalingen

        Artikel 14 :       De bepalingen van onderhavig reglement worden van kracht met ingang van 1 januari 2027.  Het vorige reglement  van 5 oktober 2020 betreffende de voorwaarden voor het bekomen van een parkeerkaart, wordt per 1 januari 2027 opgeheven.

         Artikel 15:       Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.

        Artikel 16:       Het College van Burgemeester en Schepenen te gelasten met de uitvoering van deze beslissing.

      • Gemeentebelasting op het parkeren van voertuigen - goedkeuring

        Juridische grond en bevoegdheden

        Artikelen 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet. 

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad. 

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen. 

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018) 

        De wet van 22 februari 1965 waarbij aan de gemeenten wordt toegestaan parkeergeld op motorvoertuigen in te voeren, gewijzigd door de wet van 7 februari 2003 art. 37. 

        De verkeerswet van 20 juli 2005 tot wijziging van de gecoördineerde wetten van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer. 

        Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen. 

        Het koninklijk besluit van 1 december 1975 betreffende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en de latere wijzigingen. 

        Het ministerieel besluit van 7 mei 1999 betreffende de parkeerkaart voor personen met een handicap, en latere wijzigingen. 

        Het ministerieel besluit van 9 januari 2007 betreffende de gemeentelijke parkeerkaart. 

        De omzendbrief KBBJ/ABB 2026/2 van 20 maart 2026 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit

        Feiten, context en argumentatie

        Om een voldoende hoge rotatie te voorzien inzake de bezetting van de beschikbare parkeerplaatsen en een balans tussen de verschillende parkeerbehoeften van de verscheidene gebruikers te garanderen in de binnenstad, is het opportuun om een gemeentebelasting op het parkeren van voertuigen toe te passen.
        Het doel is om de aanwezige parkeermogelijkheden in het centrum zo optimaal mogelijk te gebruiken en de bereikbaarheid van de binnenstad te optimaliseren zowel voor bezoekers als bewoners. In kader van het vernieuwde parkeerbeleid dient het huidige belastingreglement te worden herzien.

        Volgende wijzigingen zijn voorzien:
        • Actualisatie tarieven
        • Aanpassing duurtijd shop & go
        • De blauwe zone wordt geschrapt, er blijft wel een artikel betreffende de beperkte parkeertijd ter hoogte van handelszaken en het pretpark in de Meenseweg.
        • In bepaalde straten worden specifieke bewonersparkeerplaatsen voorzien.
        • Er wordt een parkeerkaart voor zorgverstrekkers voorzien.
        • De bepalingen voor het parkeren voor personen met een handicap worden deels aangepast.
        • Ook elektrische voertuigen dienen een parkeerbelasting te betalen.
        • Cumulatie dagtarief per afzonderlijk parkeerregime (artikel 25)

         

        Het gemeentelijk reglement op het toekennen van een parkeerkaart dateert van 29 juni 2026.

        Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.

        Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen tegen 14 neen stemmen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, V. Despeghel, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demeyere, Louwyck en Kinoo):

         

        Gemeentebelasting op het parkeren van voertuigen

        Artikel 1 : Met ingang van 1 januari 2027 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een contant te betalen belasting geheven op het parkeren van voertuigen in bepaalde zones.

         

        Parkeren in zones betalend kortparkeren  (betalend straatparkeren)

        Artikel 2 : In de zone voor betalend parkeren, zoals bedoeld in artikel 27.3. van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, is de parkeertijd beperkt en is een contante belasting “betalend parkeren” verschuldigd.

        Artikel 3 :  De beperkte parkeertijd 'kortparkeren' is dagelijks van toepassing van 9u tot 18u met uitzondering van zon- en wettelijke feestdagen en 11 juli.

        Artikel 4 :  De contante belasting “betalend kortparkeren” wordt vastgesteld op:

        kortparkeren voor maximum 3 uur (IEP 1)

                                  0 – 1 uur        1,00 euro / uur

                                 +1u – 2uur      2,00 euro / uur

                                 +2u – 3uur      3,00 euro / uur

        Artikel 5 :     De belasting “betalend kortparkeren” kan betaald worden op de volgende wijze:

        § 1   Door het aankopen van een digitaal parkeerticket (gelinkt aan de nummerplaat van het voertuig) aan de parkeerautomaat overeenkomstig de instructies vermeld op de toestellen.

        § 2   Met gebruik vaneen mobiel toestel door middel van het sturen van een sms of via mobiele app volgens de modaliteiten vermeld op de parkeerautomaat.

        Artikel 6 : Indien de parkeerautomaat defect is, moet de parkeerschijf zichtbaar gelegd worden op de binnenkant van de voorruit van het voertuig of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig. De parkeertijd is dan maximaal 3 uur.

        Artikel 7  : Het ontbreken van een geldig digitaal parkeerticket of een geldige digitale bewonerskaart, het ontbreken van een parkeersessie door middel van sms of mobiele app, het overschrijden van de maximum toegelaten parkeerduur, het niet naleven van de richtlijnen inzake het gebruiken van de parkeerautomaat of het niet plaatsen van de parkeerschijf bij een defecte parkeerautomaat leidt tot toepassing van het dagtarief. Hiertoe wordt een parkeerbiljet door de bevoegde parkeerwachter aangebracht op de voorruit van het voertuig, of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig, met vermelding van het tarief van 30,00 euro.  Deze contante belasting wordt betaald in overeenstemming met de richtlijnen vermeld op het parkeerbiljet.

         

        Parkeren in zones betalend langparkeren

        Artikel 8  :  In de zone voor betalend parkeren, zoals bedoeld in artikel 27.3.1 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg en binnen het regime van betalend langparkeren, is een contante belasting “betalend parkeren” verschuldigd.

        Artikel 9 : De beperkte betalende parkeertijd 'langparkeren' is dagelijks van toepassing van 9u tot 18u met uitzondering van zon- en wettelijke feestdagen en 11 juli. Er kan maximaal één keer per dag gebruik gemaakt worden van het betalend langparkeren.

        Artikel 10 : De contante belasting “betalend langparkeren” wordt vastgesteld op:
        - Eerste twee uur gratis (mits registratie via digitaal ticket, sms of app)
        - Nadien 0,50 euro per uur, met een maximum van 2 euro
        Bewoners die beschikken over een digitale parkeerkaart voor de betrokken bewonerszone, zijn vrijgesteld van de belasting.

        Artikel 11 : De belasting “betalend langparkeren” kan betaald worden op de volgende wijze:

        § 1  Door het aankopen van een digitaal parkeerticket aan de parkeerautomaat (gelinkt aan de nummerplaat van het voertuig). overeenkomstig de instructies vermeld op de toestellen.

        § 2  Met gebruik van een mobiel toestel door middel van het sturen van een sms of via mobiele app volgens de modaliteiten vermeld op de parkeerautomaat.

               IEP 4 = betalend langparkeren

        Artikel 12 :  Indien de parkeerautomaat defect is, moet de parkeerschijf zichtbaar gelegd worden op de binnenkant van de voorruit van het voertuig of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig. De maximale parkeerduur betreft dan 3 uur. 

        Artikel 13  :  Het ontbreken van een geldig digitaal parkeerticket of een geldige digitale bewonerskaart achter de voorruit van het voertuig, het ontbreken van een parkeersessie door middel van sms of mobiele app, het overschrijden van de maximum toegelaten parkeerduur, het niet naleven van de richtlijnen inzake het gebruiken van de parkeerautomaat of het niet plaatsen van de parkeerschijf bij een defecte parkeerautomaat, leidt tot toepassing van het dagtarief. Hiertoe wordt een parkeerbiljet door de bevoegde parkeerwachter aangebracht op de voorruit van het voertuig, of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig,  met vermelding van het tarief van 30,00 euro.  Deze contante belasting wordt betaald in overeenstemming met de richtlijnen vermeld op het parkeerbiljet.

         

        Parkeren met beperkte duur op aangeduide plaatsen (shop & go)

        Artikel 14 :  Op aangeduide plaatsen geldt een beperkte parkeertijd van 45 minuten tussen 9 en 18u met uitzondering van zon- en wettelijke feestdagen en 11 juli. Er dient geen ticket te worden genomen, de voertuigen worden automatisch gedetecteerd door middel van een sensor. Specifieke parkeerkaarten zijn niet geldig op shop & go parkeerplaatsen, de beperkte parkeertijd geldt voor elk voertuig.

        Artikel 15 :  Het softwarematig vaststellen van een langere parkeertijd dan toegestaan leidt tot toepassing van het dagtarief. Hiertoe wordt een parkeerbiljet door de bevoegde parkeerwachter aangebracht op de voorruit van het voertuig, of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig,  met vermelding van het tarief van 30,00 euro.  Deze contante belasting wordt betaald in overeenstemming met de richtlijnen vermeld op het parkeerbiljet.

         

        Parkeren op parkeerplaatsen met een beperkte parkeertijd
        Artikel 16:     De belasting ‘beperkte parkeertijd’ is van toepassing op de plaatsen waar verkeersborden E9 met de figuur van een parkeerschijf zijn voorzien, desgevallend met een tijdsduurbeperking. Deze tijdsduurbeperking is cfr. de wegcode van toepassing op werkdagen tussen 9 en 18 uur.
        De belasting wordt vastgesteld op:
        - Gratis voor de maximale duurtijd die aangegeven wordt cfr. de wegcode, tenzij een andere duur toegelaten is door verkeersborden. Men dient de parkeerschijf te voorzien cfr de wegcode.
        - Een forfaitair bedrag van 30 euro per dag voor elke periode die langer is dan deze die gratis is. Bij toepassing van het hierboven vermelde forfait, brengt de bevoegde parkeerwachter een parkeerbiljet om belasting te betalen aan op de vooruit van het voertuig, of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig. Deze betaling wordt betaald in overeenstemming met de richtlijnen vermeld op het parkeerbeleid. Bij toepassing van het hierboven vermelde forfait, brengt de bevoegde parkeerwachter een parkeerbiljet aan op de vooruit van het voertuig, of als er geen vooruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig. Deze belasting wordt betaald in overeenstemming met de richtlijnen vermeld op het parkeerbiljet.

        Artikel 17 :   Het starttijdstip, zoals bepaald in de wegcode, wordt vastgesteld door het zichtbaar aanbrengen achter de voorruit van het voertuig van de parkeerschijf.

        Parkeren op specifieke bewonersparkeerplaatsen
        Artikel 18 :    De parkeerplaatsen waarbij verkeersborden E9a met vermelding ‘bewoners’ is opgenomen zijn voorbehouden voor de voertuigen waarvoor een gemeentelijke parkeerkaart voor bewoners (bewonerskaart) is uitgereikt.
        Een forfaitair bedrag van 30 euro per dag is verschuldigd aan de bestuurders van de voertuigen die niet over een geldige parkeerkaart beschikken. Bij toepassing van het hierboven vermelde forfait, brengt de bevoegde parkeerwachter een parkeerbiljet aan op de vooruit van het voertuig, of als er geen vooruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig. Deze belasting wordt betaald in overeenstemming met de richtlijnen vermeld op het parkeerbiljet.

         

        Gemeentelijke parkeerkaart voor bewoners
        Artikel 19 :   Aan de bewoners die voldoen aan de bepalingen van het ministerieel besluit van 9 januari 2007 en onder de voorwaarden van het gemeentelijk reglement betreffende het toekennen van een parkeerkaart van 29 juni 2026, kan een digitale bewonerskaart worden afgeleverd.

        De contante belasting voor de digitale bewonerskaart in de zone betalend parkeren wordt vastgesteld als volgt:

        - eerste kaart: gratis

        - tweede kaart: 100,00 euro voor een periode van 1 jaar

         

        Gemeentelijke parkeerkaart voor aannemers
        Artikel 20 :   Aan de aannemers die voldoen aan de voorwaarden van het gemeentelijk reglement betreffende het toekennen van een digitale parkeerkaart van 29 juni 2026, kan een digitale aannemerskaart worden afgeleverd.

        De contante belasting voor de digitale aannemerskaart in de zone betalend parkeren wordt vastgesteld op 200,00 euro voor een periode van 1 jaar of 45,00 euro voor een periode van 1 maand.

         

        Gemeentelijke parkeerkaart voor zorgverstrekkers
        Artikel 21:   Aan de zorgverstrekkers die voldoen aan de voorwaarden van het gemeentelijk reglement betreffende het toekennen van een digitale parkeerkaart van 30 juni 2026, kan een digitale parkeerkaart voor zorgverstrekkers worden afgeleverd.

        De contante betaling voor de digitale parkeerkaart voor zorgverstrekkers in de zone betalend parkeren wordt vastgesteld op 50,00 euro voor een periode van 1 jaar. De digitale parkeerkaart moet steeds gebruikt worden in combinatie met een gemeentelijke parkeerkaart, voor een maximale tijdsduur van 2 uur per parkeerplaats.

         

        Algemene bepalingen
        Artikel 22: De beperkingen van de parkeertijd gelden niet voor de voertuigen die gebruikt worden door personen met een handicap én die geparkeerd staan op parkeerplaatsen voorbehouden voor personen met een handicap, zoals voorzien in het K.B. van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, artikel 27bis.

        Op voorwaarde dat een geldige speciale parkeerkaart waarmee het statuut van “persoon met een handicap” wordt beoordeeld, uitgereikt door een officiële instelling overeenkomstig het ministerieel besluit van 7 mei 1999, op het ogenblik van het parkeren van het voertuig, zichtbaar achter de voorruit wordt aangebracht, of als er geen voorruit is op het voorste gedeelte van het voertuig, kan het voertuig gratis en zonder tijdsbeperking worden geparkeerd:

        -        enkel op de parkeerplaatsen voorbehouden aan personen met een handicap

        Op andere parkeerplaatsen geldt het gewone parkeerregime voor kaarthouders van de specifieke parkeerkaart voor personen met een handicap.

        Artikel 23: De reglementering voor ‘parkeren in zones betalend parkeren’ geldt tevens voor voertuigen die geparkeerd staan op parkeerplaatsen voorbehouden voor elektrische of hybride elektrische voertuigen, zoals omschreven in artikel 70.3.h van K.B 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

        Artikel 24 :  Deze reglementering voor ‘parkeren in zones betalend parkeren’ (uitgezonderd op de shop & go plaatsen) is niet van toepassing op voertuigen die houder zijn van een aannemerskaart conform artikel 20, een parkeerkaart voor zorgvertrekkers conform artikel 21, voertuigen voor autodelen, de voertuigen van politiediensten, hulpdiensten, dienstvoertuigen van de Stad Ieper en het OCMW en uitgeruste dienstvoertuigen van nutsmaatschappijen waarvan het logo duidelijk aanwezig is op de voertuigen.

         

        Toepassing van het dagtarief
        Artikel 25
        Het in dit reglement vermelde dagtarief van 30,00 euro wordt toegepast per afzonderlijk parkeerregime. Voor de toepassing van dit reglement worden als afzonderlijke parkeerregimes beschouwd:
        · betalend parkeren;
        · parkeren op parkeerplaatsen met beperkte parkeertijd door gebruik van de parkeerschijf;
        · parkeren op shop & go-parkeerplaatsen;
        · parkeren op bewonersparkeerplaatsen.

        Wanneer voor hetzelfde voertuig op dezelfde kalenderdag meerdere overtredingen worden vastgesteld binnen hetzelfde parkeerregime, is slechts één dagtarief verschuldigd voor dat parkeerregime.
        Wanneer voor hetzelfde voertuig op dezelfde kalenderdag overtredingen worden vastgesteld binnen verschillende parkeerregimes, is voor elk betrokken parkeerregime afzonderlijk het toepasselijke dagtarief verschuldigd. De dagtarieven zijn in dat geval cumuleerbaar.

        Artikel 26 :  De contante belasting op het parkeren van voertuigen is verschuldigd door de houder van de nummerplaat of de gebruikelijke bestuurder van het voertuig dat op naam van een rechtspersoon is ingeschreven, als die rechtspersoon de gebruikelijke bestuurder heeft laten registeren in de kruispuntbank van de voertuigen.  De opdrachtgever van de persoon die het motorvoertuig parkeert, de eigenaar van het motorvoertuig en de persoon die het voertuig parkeert zijn hoofdelijk mee aansprakelijk voor de betaling van de contante belasting.

        Artikel 27 :  De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk of per duurzame drager worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.

        De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum van de contante inning of ingeval van inkohiering binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.

         

        Slotbepalingen

        Artikel 28:  De bepalingen van onderhavig reglement worden van kracht met ingang van 1 januari 2027.  Het vorige reglement van 1 december 2025 betreffende de gemeentebelasting op het parkeren van voertuigen, wordt per 1 januari  2027 opgeheven.

        Artikel 29:   Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.

        Artikel 30:   Het College van Burgemeester en Schepenen te gelasten met de uitvoering van deze beslissing.

         

      • Leveren en plaatsen van parkeerautomaten - Goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze - 2026/MOB_03/STAD

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

        De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

        De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 41, §1, 2° (het geraamde bedrag excl. btw overschrijdt de drempel van 750.000,00 EUR niet).

        Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

        Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.

        Feiten, context en argumentatie

        In het kader van het vernieuwde parkeerbeleid, dat ingevoerd wordt vanaf 1 januari 2027, zal de betalende zone uitgebreid worden. De huidige parkeerautomaten zijn ondertussen 12 jaar oud en beschikken enkel over een betaling via muntgeld. Dit geeft zowel voor de gebruikers als voor de stad beperkingen. Het is wenselijk om over te schakelen naar parkeerautomaten waarmee met een bankkaart kan worden betaald. In dit kader wordt overgegaan tot de vervanging en uitbreiding van de huidige parkeerautomaten. 

        Voor deze opdracht “Leveren en plaatsen van parkeerautomaten” werd een bestek met nr. 2026/MOB_03/STAD opgesteld.

        De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 247.933,88 EUR excl. btw of 300.000,00 EUR incl. 21% btw.

        Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de openbare procedure.

        Deze raming overschrijdt de limieten van de Europese bekendmaking.

        Financiële gevolgen

        Jaar

        Budgetartikel

        Budget

        Reeds vastgelegd

        Oud beschikbaar

        Voorgesteld

        Nieuw beschikbaar

        Datum consultatie

        2026

        ACS71/0220-0/230000

        175.000,00

        0

        175.000,00

        175.000,00

        0

        05/06/2026

        2027

        AC105/0200-0/224000

        1.625.000,00

        0

        1.625.000,00

        125.000,00*

        1.500.000,00

        05/06/2026

        * Budget wordt verschoven in de eerstvolgende MJPA van 2027 naar 2026.

         

        In bijlage:

        • Bijhorende documenten overheidsopdracht: bestek met nr. 2026/MOB_03/STAD.
        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 29 ja stemmen tegen 2 neen stemmen (Dehollander en Kinoo) en 1 niet gestemd (het raadslid Six):

        Artikel 1: Het bestek met nr. 2026/MOB_03/STAD en de raming voor de opdracht “Leveren en plaatsen van parkeerautomaten”, worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt 247.933,88 EUR excl. btw of 300.000,00 EUR incl. 21% btw.

        Artikel 2: Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de openbare procedure.

        Artikel 3: De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal en Europees niveau.

        Artikel 4: De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het investeringsbudget van 2026, met budgetcode ACS71/0220-0/230000.

        Artikel 5: Het krediet zal aangepast worden bij de eerstvolgende meerjarenplanwijziging via verschuivingen van 2027 naar 2026.

  • Vragen en antwoorden

    • Stakingsaanzegging bij de brandweer (Vraag van raadslid Bolle)

      Feiten, context en argumentatie

      De 3 vakbonden hebben een staking van onbepaalde duur aangekondigd bij de brandweer.
      De staking startte zaterdag en geldt voor alle personeelsleden van de hulpverleningzones. Dat is zowel de beroepsbrandweer, de vrijwilligers, het administratief als het technisch personeel.

      De actie is gericht tegen de hervormingsplannen en een groot struikelblok blijkt de hervorming van de vrijwilligerswerking. De vrijwilligers zouden in de toekomst opgeleid worden voor specifieke taken en niet meer voor alle interventies beschikbaar zijn. Ook de hervorming van het federaal geschiktheidsattest en de operationaliteitspremie staat op de agenda.

      Ons land telt volgens recente cijfers van minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin zo’n zeventienduizend brandweerlui, waarvan zo’n tienduizend vrijwilligers. Tien jaar geleden was er reeds een grote hervorming, waarbij de gemeentelijke brandweerkorpsen opgingen in 35 grote hulpverleningszones. De Brandweer Westhoek is er daar één van met 22 posten verspreid over 18 Westhoekgemeenten.

      Wij vernemen burgemeester, dat in sommige korpsen de gemoederen over de geplande hervorming ondertussen flink oplopen omdat ze het statuut van het personeel uithollen, maar ook omdat de kwaliteit én de veiligheid van zowel personeel als burgers in gevaar zou worden gebracht.

      Vooral het voorstel om bij de brandweer een zogenaamd ‘vierde kader’ te creëren, naast de huidige kaders van gewone brandweerlui, officieren en onderofficieren, ligt onder vuur. Dat zouden dan brandweerlui zijn die enkel technische, logistieke of erg gespecialiseerde interventies gaan uitvoeren, maar die tegelijk ook maar de helft tot driekwart van het normale loon of vergoeding zouden verdienen.

      En terwijl elke brandweerman of -vrouw vandaag over een zogenaamd federaal geschiktheidsattest (FGA) moet beschikken – een soort van centraal ingangsexamen met een resem pittige fysieke proeven – zou dat in de toekomst worden geschrapt en wordt de werving en selectie veel meer aan de hulpverleningszones zelf overgelaten. Hierdoor dreigt de uniformiteit verloren te gaan, wat de samenwerking tussen korpsen onderling mogelijk in het gedrang zou brengen.

      En dus vragen wij ons af burgemeester wat de teneur is binnen brandweer Westhoek. Onderschrijven zij het verzet tegen de hervorming of staan zij wel achter de geplande hervorming? Want er zijn ook andere stemmen die poneren dat als er niet snel wordt ingegrepen onze brandweerkorpsen langzaam maar zeker leegbloeden. De eisen die vandaag aan vrijwilligers worden opgelegd, zouden gewoon te hoog zijn, de vele opleidingen te zwaar en het systeem te weinig flexibel.

      Dit ‘vierde kader’ creëren zou dan een manier zijn om brandweervrijwilligers, die bijvoorbeeld door hun leeftijd moeite krijgen met de jaarlijkse fysieke geschiktheidsproeven, bij de brandweer te houden. Want wie vandaag niet meer voldoet, moet definitief aan de kant gaan staan, terwijl dat vaak nog erg gemotiveerde, en ervaren mensen zijn. In zo’n vierde kader kunnen bijvoorbeeld ook ervaren duikers of klimmers zitten, die hun expertise ten dienste willen stellen van de brandweer. Maar vandaag kunnen die pas worden ingezet, nadat zij de volledige brandweeropleiding volgden. Wat niet iedereen ziet zitten.

      Een goed gemotiveerde en goed opgeleide brandweer is van cruciaal belang voor elke gemeente en haar inwoners. Sta mij toe u wat vragen te stellen hieromtrent:
      - Hebben de vakbonden een punt burgemeester dat de geplande hervorming de kwaliteit van onze brandweer in gevaar brengt of is dit net de aanpassing die we nodig hebben?
      - Hebt u zicht op de stakingsbereidheid binnen onze zone?
      - Zal de staking een impact hebben op de dienstverlening t.a.v. de burger?
      - Werkt de zone met een minimale bezetting?
      - En zal de hervorming – zo die doorgaat zoals gepland – een financiële weerslag hebben op de stadsfinanciën?

      Burgemeester Desomer 
      Brandweer Westhoek werd, net als de andere hulpverleningszones, gevraagd om feedback te geven op de conceptnota over de geplande hervorming. Gezien de grote diversiteit tussen de hulpverleningszones is het logisch dat de reacties niet overal gelijklopend zijn. Ook binnen Brandweer Westhoek worden bepaalde voorstellen positief onthaald omdat ze aansluiten bij de eigen noden en verwachtingen, terwijl andere elementen minder goed aansluiten bij de specifieke werking en context van de zone.

      De aangekondigde hervorming is binnen Brandweer Westhoek vanzelfsprekend een gespreksonderwerp. Op dit moment is er echter geen sprake van onrust onder de medewerkers. Ook de bezorgdheid over een mogelijk leegbloeden van de brandweerkorpsen stelt zich vandaag binnen Brandweer Westhoek niet. Integendeel, de instroom van nieuwe medewerkers is groter dan de uitstroom en de zone blijft actief investeren in een duurzaam en toekomstgericht aanwervingsbeleid.

      Tegelijk is er begrip voor de bezorgdheden die door de vakorganisaties worden geuit. Hervormingen binnen een organisatie die instaat voor de veiligheid van burgers roepen terecht kritische vragen op. Anderzijds moet ook worden erkend dat de huidige organisatie niet op alle vlakken optimaal functioneert en dat een hervorming kansen kan bieden om de werking verder te verbeteren. Een doordachte hervorming kan bijdragen tot een efficiëntere inzet van middelen en een toekomstbestendige organisatie. Daarbij is het wel essentieel dat voldoende rekening wordt gehouden met de praktijk op het terrein en met de medewerkers die dagelijks instaan voor de hulpverlening. Alleen zo kan de operationele slagkracht én de kwaliteit van de dienstverlening blijvend worden gegarandeerd.

      Wat de aangekondigde vakbondsacties vanaf 27/06/2026 betreft, is de stakingsbereidheid binnen Brandweer Westhoek momenteel zeer beperkt. Er wordt dan ook geen impact op de dienstverlening verwacht. De situatie wordt uiteraard van nabij opgevolgd. Op basis van de huidige informatie is er geen aanleiding om bijkomende maatregelen, zoals het opleggen van een minimale bezetting, te overwegen.

      Tot slot is het vandaag nog niet mogelijk om de financiële gevolgen van de voorgestelde hervorming correct in te schatten. Zolang geen definitief voorstel met een onderbouwde financiële doorrekening voorligt, zou het voorbarig zijn daar uitspraken over te doen. Voor Brandweer Westhoek blijft het essentieel dat een eventuele hervorming niet alleen operationeel verantwoord is, maar ook financieel haalbaar en duurzaam. Zodra meer duidelijkheid bestaat over de concrete impact, zal de zone de voorstellen grondig beoordelen, met bijzondere aandacht voor het behoud van een kwalitatieve hulpverlening en een verantwoorde en transparante financiële onderbouwing, alvorens deze ter goedkeuring voor te leggen aan het zonecollege en de zoneraad.

      Raadslid Bolle
      Dank voor antwoord.
      Begrijp dat er hier dus minder stakingsbereidheid is; laat ons de kat nog even uit de boom kijken.


    • Vrijwilligerskorps (stand van zaken?) (Vraag van raadslid Six)

      Feiten, context en argumentatie

      Sedert 8 april 2026 staat er een opvallende oproep om aan te sluiten bij het vrijwilligerskorps, wat de Vlaams Belang-fractie weet te waarderen.
      Wij zijn echter benieuwd welke respons er al gekomen is want we beseffen dat niet iedereen op de website van ’t stad kijkt en het zou jammer zijn dat het project zou floppen. Samen de handen in elkaar slaan en helpen waar we kunnen en dat ten bate van de Ieperlingen, is toch wel een daad van verbondenheid.  

      De Vlaams Belang-fractie is daarom zo vrij om:

      1/ een stand van zaken te vragen qua aanmeldingen, planning opstart/opleiding, …

      2/ voor te stellen om alle mogelijke kanalen te gebruiken om de oproep te verspreiden: de geschreven pers, de sociale media, een banner/voettekst onderaan de mails die verstuurd worden vanuit de Ieper.be-adressen.

      Burgemeester Desomer 
      Het vrijwilligerskorps kent intussen een positieve evolutie. Momenteel hebben zich 23 kandidaten aangemeld. Opvallend is dat acht van hen zich registreerden sinds 24 juni, nadat we een nieuwe communicatiecampagne lanceerden. Dat toont aan dat herhaalde communicatie wel degelijk effect heeft.

      Aangezien het Rode Kruis de opleiding normaal organiseert vanaf een groep van 20 deelnemers, zullen we nu met hen contact opnemen om de praktische organisatie en de concrete opstartdatum van de opleiding af te stemmen.

      Wat de communicatie betreft, hebben we de voorbije maanden verschillende kanalen ingezet. Er werd een aparte pagina op de stadswebsite aangemaakt, aangevuld met een nieuwsbericht dat sinds 23 juni ook extra zichtbaar op de startpagina staat. Daarnaast verscheen een artikel in het stadsmagazine, werden verschillende oproepen verspreid via de sociale media van de stad en werd het vrijwilligerskorps opgenomen in de meest recente digitale nieuwsbrief. Vermoedelijk hebben deze inspanningen geleid tot de recente stijging van het aantal inschrijvingen. Ook Rode Kruis Vlaanderen zal de oproep nog verder opnemen in zijn eigen communicatiekanalen om bijkomende kandidaten te bereiken.

      Wij blijven de bekendmaking van het vrijwilligerskorps verder ondersteunen en bekijken ook bijkomende mogelijkheden om de oproep nog ruimer te verspreiden. Suggesties die daartoe kunnen bijdragen, nemen we uiteraard graag mee.

      Het uiteindelijke doel blijft een sterk vrijwilligerskorps uit te bouwen dat de hulpdiensten kan ondersteunen wanneer dat nodig is en zo de weerbaarheid van onze stad verder versterkt.

      Raadslid Six
      Zal mee opvolgen.

    • 11-daagse Vlaanderen Feest! (Vraag van raadslid Six)

      Feiten, context en argumentatie

      Mijn vraag is eigenlijk tweeledig:

      1/ Vlaanderen Feest! is de 11-daagse activiteitencampagne ter gelegenheid van die Vlaamse feestdag. De campagne start op 1 juli, als aanloop naar de Vlaamse feestdag, en heeft 11 juli als orgelpunt. De 11-daagse Vlaanderen Feest! is een initiatief van de vzw Vlaanderen-Europa met ondersteuning van de Vlaamse overheid.
      Om deze campagne extra in de kijker te zetten, stelt Vlaams Belang voor om op de Ieperse rotondes de vlaggenmasten te plaatsen en er ofwel de vlaggen van de 11-daagse op te hangen ofwel de Leeuwenvlaggen van de Vlaamse Gemeenschap.

      2/ Naar aanleiding van 11juli wappert de vlag van Vlaamse Gemeenschap aan het belfort, net zoals op 21 juli de driekleur wappert. Helaas wentelen de grote vlaggen zich gemakkelijk rond de mast. Het feit dat de vlag om de stok heen slaat komt omdat deze op een punt vast zit en dus niet met de wind meebeweegt. Dit kan voorkomen worden door gebruik te maken van een vlagcorrector. De corrector bestaat uit een set van 2 metalen, gelagerde ringen die men om de vlaggenstok heen moet schuiven en op de juiste hoogte/lengte vastzetten.  De vlag wordt vervolgens aan de vlagcorrector vast gemaakt. Wanneer de wind grip krijgt op de vlag zal deze met de wind meedraaien om de vlaggenstok. Op die manier is het probleem opgelost.

      De Vlaams Belang-fractie heeft hierbij volgende vragen:

      1. Is het Schepencollege van plan om deze 11-daagse campagne extra in de kijker te plaatsen door het ophangen van vlaggen? Indien niet: om welke redenen gaat men niet in op het voorstel van Vlaams Belang Ieper?
      2. Is het Schepencollege van plan om een vlagcorrector te plaatsen zodat de vlag aan de statige belforttoren kan blijven wapperen? Indien niet: om welke redenen gaat men niet in op ons voorstel?
      Schepen Ryde
      Fijn dat ook op deze raad de Vlaamse feestdag en de 11-daagse Vlaanderen Feest! onder de aandacht worden gebracht. We hopen dan ook op een grote aanwezigheid op de viering van 11 juli, zowel tijdens de officiële zitting als tijdens de wandeling die ons de kans geeft ons rijke Vlaamse verleden te waarderen.
      Vraag 1: Het stadsbestuur koos er bewust voor om officiële bevlagging te voorzien bij onze gebouwen en de bevlagging op rondpunten meer in te zetten voor promotie van evenementen en activiteiten. We volgen voor de officiële bevlagging de Vlaamse richtlijnen. Ik weet niet of u bedoeld heeft om dan ook 3 keer de Belgische driekleur op de rondpunten te hangen. De vlaggen voor 11-daagse Vlaanderen Feest, zou wel een optie zijn, voor zover er voldoende voor handen zijn en in samenhang met andere activiteiten in dezelfde periode. We zullen dit nagaan.
      Vraag 2: Het gebruik van een vlagcorrector werd in het verleden al verschillende methoden uitgetest op advies van experten, maar dit heeft in de praktijk niet het gewenste resultaat opgeleverd. De grote hoogte en de oriëntatie maken het moeilijk. Daarom onderzoeken en testen we andere technieken om het probleem te beperken, zoals het gebruik van lichtere vlaggenstof en andere technische oplossingen. We blijven zoeken naar een duurzame manier om de Vlaamse vlag optimaal en fier te laten wapperen.
       

      Raadslid Six
      Dank voor antwoord, goed om te kijken of er vlaggen beschikbaar zijn voor de 11-daagse.

    • Vrijbosroute (herhaling) (Vraag van raadslid Six)

      Feiten, context en argumentatie

      Aangezien er sinds mijn vraag tijdens de vorige gemeenteraadszitting en bij indiening van dit agendapunt op 25/06/2026  nog steeds geen bord werd geplaatst om de fietsers er attent op te maken dat het pad zal eindigen op privédomein, ben ik dus genoodzaakt mijn vraag te herhalen.

      Schepen Desmadryl heeft van zijn kant tevergeefs de betrokken dienst daarvoor gecontacteerd.

      Een fietsvriendelijke stad hoort de fietsers duidelijke informatie te geven…

      Mijn concrete vragen zijn:

      1/ Wanneer zal de aankondiging er nu eindelijk komen?

      2/ Is er een schriftelijke afspraak met de eigenaar(s) ivm doortocht van fietsers?


      Schepen Desmadryl
      Misschien toch eerst even aanhalen dat het pad niet eindigt op privédomein. De bedding van de route loopt wel degelijk door tot aan de N8, maar is nog niet aangelegd. Bijgevolg dient hiervoor geen schriftelijke afspraak te worden gemaakt. Momenteel staat er, zoals ik dacht reeds te hebben meegedeeld, wel degelijk een C3-bord dat ook geldt voor fietsers.
      Alles is dus vandaag volledig reglementair. Aangezien het C3-bord zich iets verder aan de rechterkant bevindt om toegang te kunnen verlenen voor onderhoudswerken, zullen we nog een tijdelijke extra verduidelijking voorzien. Wanneer dat zal gebeuren, kan ik vandaag nog niet zeggen, maar ik zal vragen om dit zo snel mogelijk in orde te brengen.

      Raadslid Six
      Dank, dan moet ik niet zelf een bord plaatsen.


    • Eendenkroos (Vraag van raadslid V. Despeghel)

      Feiten, context en argumentatie

      Collega’s, sinds kort zien we op verschillende plaatsen op de vestingen opnieuw eendenkroos verschijnen. Dat is op zich niet uitzonderlijk in deze periode van het jaar en de bedekking blijft voorlopig beperkt. Tegelijk weten we dat dit onder de juiste omstandigheden – stilstaand water, nutriënten en warmte – snel kan toenemen. De bedekking lijkt vandaag wel groter dan in de voorbije jaren, en dat verdient onze aandacht. Ik neem dit nu op, niet omdat er vandaag al een groot probleem is, maar om te vermijden dat we later moeten vaststellen dat we te laat hebben gereageerd.

      Inhoudelijk is het belangrijk om dit correct te kaderen. Eendenkroos op zich heeft geen negatieve impact op de waterkwaliteit en neemt net nutriënten op. Pas wanneer een groot deel van het oppervlak bedekt raakt, kan het de lichtinval beperken en de zuurstofuitwisseling afremmen. Als dat doorzet, krijg je een kettingreactie: onderwaterplanten sterven af en bij de afbraak wordt extra zuurstof verbruikt. In warme periodes kan dat leiden tot een sterke zuurstofdaling en vissterfte, zoals we eerder zagen op het kanaal Ieper-IJzer.

      Ik stel vast dat de aanpak uit de vorige legislatuur wordt verdergezet, met regelmatige metingen van het zuurstofgehalte en de aanwezigheid van beluchters op het water. Samen zorgen die ervoor dat we tijdig kunnen bijsturen en grote zuurstofdalingen kunnen opvangen.

      Structureel weten we dat de kern van het probleem zit in nutriënten en de sliblaag, die continu voedingsstoffen vrijgeeft. In afwachting van structurele ingrepen zoals baggeren, kan het aangewezen zijn om het kroos lokaal te verwijderen, om te vermijden dat het bij afsterven opnieuw zuurstof verbruikt en nutriënten vrijgeeft.

      Hieromtrent heb ik de volgende vragen:

      • Is er al overleg geweest met de VMM over de aanwezigheid van eendenkroos op de vestingen? En zo ja, welke inschatting maken zij van de situatie en welke mogelijke acties zien zij indien dit toeneemt? Wordt het gericht verwijderen van kroos overwogen?
      • Voor het stuk tussen de Vaubanstraat en de Rijselpoort waren er plannen voor baggerwerken. Wat is daar vandaag de stand van zaken en de timing?
      • Worden er daarnaast al voorbereidingen getroffen om ook het resterende deel van de vestingen, onder andere richting het Eilandje, op termijn te baggeren?

      Schepen Gheysens
      We hebben de bloei van eendekroos ook vastgesteld. Dit jaar is deze bloei inderdaad groot, vooral in de Majoorgracht.
      Een exacte determinatie zal nog gebeuren, maar het is vermoedelijk een combinatie van verschillende soorten. Of ook dwergkroos aanwezig is (een invasieve exoot die eerder ook het kanaal teisterde) zal verder onderzoek nog moeten uitwijzen. Inderdaad zorgen enerzijds het eutrofe water en anderzijds de warme weersomstandigheden voor ideale groeiomstandigheden voor deze planten. Vooral in de zones waar de wind minder impact heeft en waar het water wat gestremd is door omgevallen bomen kan dit eendekroos zich goed ontwikkelen.
      We zien wel een vermindering van de bedekte oppervlakte tegenover vorige week. Er zijn zeker nog heel wat ruime open plekken. Ook de beluchters die de stad inzet, en die recent hersteld werden, kunnen de bloei beperken door beweging in het water te brengen. In eerste instantie kan dergelijke massale bloei de onderwaterplanten bedreigen. Deze zijn echter afwezig in het grootste deel van de vestingen, zodat momenteel nog geen directe ingreep noodzakelijk blijkt. We volgen de komende weken wel de zuurstofwaarden en de bloei van eendekroos verder nauwgezet op.
      Inmiddels is afgesproken met de VMM dat bij ernstige zuurstofdaling door VMM zou geprobeerd worden om dit kroos af te scheppen met de inzet van drijfschermen en kraan. Hiervoor moet de drijflaag wel voldoende dik zijn. Mogelijke technieken worden momenteel nog verder bekeken door de VMM en hun aannemer. De aanbestedingsprocedure voor de ruimingswerken van de Kasteelgracht (tussen Vaubanstraat en Rijselpoort) is lopende, deze wordt aanstaande maandag gepubliceerd.
      Van de VMM vernemen we verder dat er nog geen voorbereidingen zijn getroffen voor een volgend traject, gezien de focus nu ligt op fase 2 van de Kasteelgracht. Daarna zou een mogelijk vervolg in de Majoorgracht in functie van budget nog bekeken worden.

      Raadslid V. Despeghel
      Dank, waren antwoorden die verhoopt waren; invasieve soort zit er inderdaad tussen;
      Dus opvolging zal nodig zijn.

    • Vraagstelling omtrent de inrichting van Dorps Ontmoetings Punten in de Ieperse deelgemeenten (Vraag van raadslid Stubbe)

      Feiten, context en argumentatie

      Naar aanleiding van het agendapunt over de toekomst van het OC in Sint-Jan, willen wij het bestuur graag vragen naar haar standpunt en bereidheid omtrent de inrichting van zogenaamde ‘DOP’s of Dorpsontmoetingspunten, als laagdrempelige, fysieke ontmoetingsplekken in onze kleinere dorpen.
      Naast Sint-Jan, komen vooral de dorpen waar weinig of geen winkels, herbergen en dienstverleningen meer te vinden zijn in het vizier. Via dergelijk DOP wordt de leefbaarheid een stuk hersteld, de sociale cohesie gestimuleerd, de toegang tot lokale diensten en tot dagdagelijkse boodschappen blijft behouden, enzovoort.
      We denken hierbij aan deelgemeenten als Voormezele, Hollebeke, Brielen, Zuidschote.
      De formule werd intussen binnen een aantal van onze buurgemeenten geïntroduceerd, en blijkt zeer goed te functioneren: in Dranouter (Heuvelland) en Zandvoorde (Zonnebeke).

      De aanpak die nu wordt voorgesteld bij het zoeken naar een zinvolle invulling en organisatie van een vernieuwd OC St Jan, lijkt ons de perfecte aanleiding om hier de stap te zetten naar een Dorps Ontmoetings Punt, op maat van het desbetreffende dorp en in samenspraak met de bewoners.

      Vandaar mijn vraag: is de stad bereid om de inrichting van DOP’s in onze kleinere dorpen te initiëren, en kan deze formule eventueel in Sint-Jan toegepast worden?

       

      Schepen Ryde
      De bezorgdheid die u uit, delen we. De leefbaarheid van onze dorpen staat al jaren onder druk. Niet alleen in de kleinste dorpen verdwijnen winkels, horeca en andere basisvoorzieningen, ook de grotere dorpen worden daarmee geconfronteerd, onderschat dit niet. We hebben daarom als stadsbestuur de voorbije jaren bewust geïnvesteerd in het terugbrengen van dienstverlening en ontmoeting naar de dorpen.
      Dat hebben we niet willekeurig gedaan. Op basis van een grondige analyse hebben we onze dorpen per twee gekoppeld: een groter dorp samen met een kleiner dorp. In samenwerking met onze woonzorgcentra bouwen we zo stelselmatig een gebiedsdekkend netwerk uit van ontmoeting en contactdienstverlening.
      Voor Zillebeke-Hollebeke en Boezinge-Zuidschote zijn we daar al mooi in gevorderd, met duidelijke, zelfs sterke resultaten. Binnenkort komt ook Dikkebus-Voormezele daarbij, zoals voorzien in het meerjarenplan. Daarnaast engageert het woonzorgcentrum van Vlamertinge zich voor de Brandhoek en het woonzorgcentrum van Elverdinge voor Brielen. Daarover is er regelmatig overleg en worden stap voor stap initiatieven uitgewerkt, zoals open ontmoetingsmomenten en activiteiten zoals Samen Tafelen evenals een buurtpunt oprichten dankzij partner Ons Onderdak.
      Het concept van een dorpspunt gaat echter nog een stap verder. Dat combineert vaak ontmoeting met een aanbod van basisproducten en bijkomende dienstverlening, telkens op maat van het dorp. Dat is een interessant model dat we zeker opvolgen. We hebben ondertussen al verschillende positieve gesprekken gevoerd met initiatiefnemers die daar ervaring mee hebben. We kijken daar dan ook hoopvol naar en sluiten zeker niet uit dat ook in één van onze dorpen zo'n initiatief kan groeien.
      Wat Sint-Jan betreft, moeten we wel rekening houden met de specifieke context. Sint-Jan ligt op nauwelijks één kilometer van de stadskern en sluit zeer nauw aan bij de stedelijke functies. De inwoners van Sint-Jan zeggen zelf terecht dat hun dorp de belangrijkste deelgemeente is, met onder meer het ziekenhuis, het administratief centrum en de politie op hun grondgebied. Bovendien beschikt Sint-Jan vandaag over een stabiel aanbod aan horeca en handelszaken en ook een hoevewinkel. Ook Hollebeke behoudt nog verschillende kernfuncties voor dagelijkse levensmiddelen.
      Wanneer we kijken naar de oorspronkelijke doelstelling van een dorpspunt, dan lijken vooral de meest afgelegen dorpen, zoals Zuidschote op ongeveer acht kilometer van de stad en Voormezele op ongeveer negen kilometer, het best binnen die scope te passen. Daar is het voorzieningenniveau het laagst en is de meerwaarde van een dorpspunt wellicht het grootst.
      Voor Voormezele is dat bovendien bijzonder actueel. Daar plannen we een reorganisatie en vernieuwing van de stedelijke gebouwen. Dat is inderdaad een uitgelezen moment om na te denken over hoe dergelijke functie geïntegreerd kan worden.
      Meer algemeen vinden we het belangrijk dat we bij elke vernieuwing van infrastructuur nagaan of er ruimte kan worden voorzien voor ontmoeting, dienstverlening of een dorpspuntfunctie. Dat zullen we ook blijven doen, in kleine èn grote dorpen maar evengoed in onze wijken. Tegelijk moeten we realistisch zijn. Het investeringsbudget voor gebouwen kent zijn grenzen. Daarom geloven we vooral in samenwerking met inwoners, verenigingen en lokale partners om ontmoetingsplekken te beheren, te versterken of nieuwe initiatieven mogelijk te maken.
      Kortom: we onderschrijven de doelstelling van dorpspunten volledig. We werken daar vandaag al op verschillende manieren aan via onze dienstverlening en de samenwerking met de woonzorgcentra. Daarnaast blijven we openstaan voor nieuwe initiatieven en zullen we bij toekomstige infrastructuurprojecten zeker onderzoeken waar een dorpspunt of gelijkaardige functie een meerwaarde kan betekenen.

      Raadslid Stubbe
      Dank, positief antwoord.
      Wel vraag om tandje bij te steken en zelf initiatief nemen, eerste stappen door de stad zelf te nemen en zoeken naar partners.
      Koppeling van klein en groot heeft wellicht weinig meerwaarde.
      Actief opnemen.

    • De UiTPAS, open meer kansen voor iedereen (Vraag van raadslid Stubbe)

      Feiten, context en argumentatie

      De UiTPAS is een Vlaams initiatief met een tweeledig doel: mensen stimuleren om deel te nemen aan cultuur, sport en vrije tijdsactiviteiten, anderzijds mensen in armoede een reductietarief aanbieden. leper startte met de UiTPAS in 2017, intussen bieden bijna alle stedelijke organisaties de UiTPAS aan. Daartegenover bieden momenteel slechts 14 leperse verenigingen de UitPas aan. Vooral zijn sportclubs en ouderenverenigingen ontbreken hier.

      De recente evaluatie van de UiTPAS in de commissie Cultuur, Jeugd, Sport en Media van het Vlaams Parlement bevestigt het belang van en de waardering voor het systeem, tegelijkertijd zijn er ook aandachtspunten.

      Zo voelen gemeenten en organisatoren financiële druk door de toenemende kosten en de bijkomende administratieve lasten. Ook kunnen vaste samenwerkingen binnen UiTPAS-regio’s leiden tot onevenwichten. Grotere steden of gemeenten met een uitgebreid aanbod dragen vaak een groter deel van de kosten, omdat ook inwoners uit omliggende gemeenten gebruik maken van hun aanbod en de bijhorende kortingen. Het verminderen van de kortingen blijkt de participatie te doen dalen, wat natuurlijk niet wenselijk is.

      Voor GROEN Ieper staat cultuur centraal als een basisrecht en is de UiTPAS daarbij een essentieel middel, maar niet het enige. Wij pleiten, naast de UiTPAS, ook voor aanvullende maatregelen die de participatie en de mogelijkheden structureel versterken, zoals:

      • Cultuureducatie organiseren op scholen én daarbuiten
      • Amateurkunsten en lokale cultuurverenigingen sterker ondersteunen
      • Een speciale Cultuurpas voor jongeren voorzien
      • Krachtiger inzetten op sensibilisering van verenigingen om in te stappen in het UiTPAS-systeem. Wij denken aan een pop-up kiosk in de BIB of andere publieke plaatsen, een promotierondje bij de betrokken verenigingen en het gericht aanspreken van armoede-organisaties.

      Daarnaast vragen we de stad om een aantal beleidskeuzes te onderzoeken:

      1) Het implementeren van de 5% regel:
      Met de UiTPAS genieten mensen met het MIA-statuut (Mensen in Armoede) tot 80 % korting op bepaalde activiteiten. De gebruiker zelf betaalt 20 % van de activiteit. De 80 % korting wordt gelijk verdeeld tussen de gemeente van domicilie en de organisator van de activiteit. Deze kostendeling 20/40/40 is een van de grote drempels voor verenigingen om in te stappen in het systeem. De 5% regel kan hiervoor een oplossing bieden. Van zodra er 5% deelnemers zijn aan kansentarief, staat de stad Ieper in voor de volledige tussenkomst vanaf de eerstvolgende inschrijving aan kansentarief. De solidaire kostendeling 20/40/40 wordt in dat geval vervangen door de verdeelsleutel: 20 % door de gebruiker en 80 % door de stad. Dit wordt reeds toegepast in Diksmuide, De Panne, Koksijde, Nieuwpoort, Poperinge en Zonnebeke.

      2) Invoering van een ‘Groepspas voor verenigingen’. Voorbeelden hiervan zijn er in Gent, Leuven, Oostende en de regio Brugge. Met deze formule kunnen meerdere mensen van dezelfde vereniging van de voordelen genieten (bv. Te Goare, de Wissel, …)

      3) Herzien en uitbreiden van de inruilvoordelen aan de hand van de verzamelde punten, in functie van de variatie aan doelgroepen. We denken aan jongeren, jonge gezinnen, mensen in kansarmoede, derde leeftijd, …

      4) Alle deelnemende organisaties zouden ook moeten beschikken over een goed functionerende UiTPAS-zuil, zodat de toegangscodes vlotter kunnen gescand worden. Er zou best ook een extra zuil voorzien worden in de Stadsschouwburg.

      5) De uitwerking van een tussentarief voor mensen die iets meer willen of kunnen betalen. Nu is het zwart/wit, kansentarief of niet. Het tussentarief is bedoeld voor mensen die in aanmerking komen, maar voor wie het volledige kansentarief niet nodig is. Dit voorstel wint de laatste jaren aan draagvlak. De Vlaamse overheid is hiervan op de hoogte, maar heeft vooralsnog geen beslissing genomen.

      Graag vernemen we uw antwoorden op deze vagen, we zijn graag bereid om met het bestuur onze uitgebreide voorstellen te bespreken.

       

      Schepen Ryde
      We delen dezelfde doelstelling: zoveel mogelijk mensen laten deelnemen aan cultuur, sport en vrije tijd. De UiTPAS is daarvoor een belangrijk instrument, maar niet het enige. Daarom zetten we als stadsbestuur ook op verschillende andere manieren in op cultuurparticipatie.
      Zo hebben we de afgelopen legislaturen sterk geïnvesteerd in cultuureducatie. Waar het cultuurcentrum vroeger nauwelijks een aanbod aan schoolvoorstellingen had, bieden we vandaag een kwalitatief programma aan voor alle jaren van het leerplichtonderwijs. Daarnaast is onze academie een absolute koploper in Vlaanderen met maar liefst 16 Kunstkuur-projecten, waarbij professionele kunstleerkrachten in de klas komen. Bovendien brengen we het academieaanbod dichter bij de scholen, vlak na de schooluren, en starten we dit jaar graag ook met muziekonderwijs in Elverdinge. De jaarlijkse kunstendag voor kinderen is ook telkens een voltreffer.
      Ook de ondersteuning van het culturele verenigingsleven blijft een prioriteit. Op deze gemeenteraad lag zonet de volledige hervorming van de cultuursubsidies voor. Daarmee willen we verenigingen administratief eenvoudiger maar ook gericht sterker ondersteunen, zowel in hun reguliere werking als bij vernieuwende projecten. Bovendien beperken we ons niet langer uitsluitend tot verenigingen. Ook individuele burgers met sterke culturele ideeën zullen ondersteuning kunnen krijgen. Daarvoor plannen we ook het budget te verhogen via de eerstvolgende meerjarenplanaanpassing.
      De UiTPAS blijft binnen dat bredere verhaal uiteraard een belangrijk instrument. We merken echter ook dat de kostprijs ervan de voorbije jaren is gestegen. Zeker als centrumstad met een uitgebreid vrijetijdsaanbod voelen we de scheeftrekking waarnaar ook in de Vlaamse evaluatie wordt verwezen. We ontvangen veel bezoekers uit de regio, wat positief is, maar dat brengt ook een grotere financiële impact met zich mee.
      Wat het voorstel rond een tussentarief betreft, begrijpen we de redenering. Zoals u zelf aangeeft, heeft niet iedereen die vandaag recht heeft op het kansentarief noodzakelijk de volledige korting nodig en dat wringt . Op dit moment bestaat er echter geen tussenvorm. Wij vinden het niet wenselijk dat elke gemeente daarvoor een eigen systeem uitwerkt. We kijken daarom uit naar de oplossingen die Vlaanderen op dat vlak ontwikkelt en willen daar graag mee aan de slag zodra er een duidelijk Vlaams kader is.
      U stelt ook een aparte cultuurpas voor jongeren voor. De kracht van de UiTPAS is net dat zij werkt met één herkenbare pas die drempels verlaagt. Wij willen daarom niet terugkeren naar verschillende kaarten of pasjes naast elkaar. We hanteren daarnaast wel degelijk een jongerentarief. Wat de bekendmaking betreft, blijven we daar uiteraard op inzetten. De seniorenverenigingen zijn in het verleden allemaal geïnformeerd over de UiTPAS. Met de vernieuwde seniorenraad willen we die communicatie opnieuw opnemen. Gezamenlijke activiteiten die samen met de seniorenraad georganiseerd worden, verlopen vandaag trouwens al aan UiTPAS tarief.
      U verwijst daarnaast naar een pop-upkiosk in de bib. De bibliotheek beschikt vandaag al over een UiTPAS-zuil en bezoekers kunnen er aan de balie steeds terecht met vragen over de UiTPAS. Misschien kunt u nog verduidelijken wat u precies bedoelt met een pop-upkiosk.
      Dan nog kort over uw concrete voorstellen. De 5%-regel is vandaag ook in Ieper van toepassing om verenigingen over de instapdrempel te helpen. In de praktijk stellen we echter vast dat die drempel nauwelijks of nooit bereikt wordt. Een groepspas voor verenigingen vinden wij minder aangewezen. Het UiTPAS-kansentarief is een individueel sociaal recht, waarbij per persoon wordt nagegaan of men ervoor in aanmerking komt. Bij een groepspas verdwijnt die individuele toets en daar zijn wij geen voorstander van. De inruilvoordelen hebben we enige tijd geleden herbekeken. Daarbij kozen we er bewust voor om de voordelen sterker te concentreren op vrije tijd en ontmoeting, om participatie verder te stimuleren. Concrete suggesties om dat aanbod verder te versterken zijn uiteraard steeds welkom.
      Tot slot over de UiTPAS-zuilen: we werken vandaag al regelmatig met mobiele UiTPAS-zuilen, bijvoorbeeld via het zorgnetwerk. Daarnaast kunnen organisaties ook via een eigen toestel registreren. Mochten er specifieke locaties zijn waar een bijkomende zuil een duidelijke meerwaarde biedt, dan bekijken we dat uiteraard graag. Kortom, we blijven volop investeren in cultuurparticipatie, zowel via de UiTPAS als via een breed cultuurbeleid. De UiTPAS verder hanteren binnen een haalbaar en duurzaam kader, doen we liefst samen met de oplossingen die Vlaanderen hiervoor uitwerkt.  

      raadslid Stubbe
      Dank voor positief antwoord.
      Zeker een aanbod om mee aan tafel te zitten en ideeën verder te ontwikkelen. Zou mooi resultaat zijn van deze tussenkomst.

  • Mededelingen

    • Mededelingen

Namens Gemeenteraad,

Stefan Depraetere
Algemeen directeur

Sarah Bouton
Voorzitter