Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 77 en 78, betreffende de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
De notulen van de raad van 3 november 2025 worden voor goedkeuring ter inzage van de raadsleden gelegd. Er zijn geen opmerkingen geformuleerd, waardoor ze als goedgekeurd kunnen beschouwd worden.
Op basis van deze overwegingen besluit de raad met algemeenheid van stemmen de notulen van 3 november 2025 goed te keuren.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 77 en 78, betreffende de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
De dienst Welzijn werkt ondertussen meer dan één jaar met het nieuwe hulpverleningskader dat werd goedgekeurd op 04/03/02024 en heeft de werking van het kader geëvalueerd. Deze evaluatie werd voorgelegd aan het BCSD in zitting van 17/02/2025. Ondertussen werd door de minister van Maatschappelijke Integratie de federale toelage participatie en sociale activering, geschrapt vanaf 2026. Er wordt voorgesteld om enkele wijzigingen door te voeren.
Indien een cliënt recht heeft op sociale voordelen, dan wordt dit pas na zes maanden meegenomen als een bijkomend inkomen in de REMI-tool.
Wie heeft recht op sociale voordelen?
Wat is het bedrag dat wordt ingegeven?
Indien een cliënt recht heeft op sociale voordelen, dan wordt dit onmiddellijk meegenomen als een bijkomend inkomen in de REMI-tool.
De activeringpremie werd in het hulpverleningskader opgenomen. Er wordt vastgesteld dat de toekenning van de activeringspremie moeilijker is dan in eerste instantie gedacht. Het is naast een financiële steun, die individueel wordt berekend, ook nog een voorwaardelijke steun die concrete opvolging vraagt. Simulaties tonen bovendien aan dat slechts een beperkte groep in aanmerking komt voor deze premie en dit voor een eerder laag bedrag.
Ten slotte is de administratieve last voor de dienst om het recht uit te putten hoog : Alle leefloondossiers dienen bekeken te worden. Op basis van de voorwaarden, dienen er met verschillende termijnen rekening te worden gehouden. Voor de toekenning van het bedrag dient er ook een aparte voorbereidende berekening te worden gemaakt (REMI), daarnaast ook een verslag en opvolging van de premie. De berekening is niet mogelijk in het eigen softwareprogramma, maar dient in een Excel te worden gedaan waardoor er kans is op fouten en weinig controle mogelijk is op de berekening. Ook het evalueren van het al dan niet uitbetalen van de premie kan moeilijk geobjectiveerd worden, gezien een activeringstraject veelal gepaard gaat met drempels.
Er wordt voorgesteld om de activeringspremie uit het hulpverleningskader te schrappen.
Eén van de voorwaarden om in aanmerking te komen voor dit type steun is dat cliënten een huurwoning betrekken waarvan de huurprijs conform het lokaal huurprijsbarema is. Hoe beter de EPC-waarde is van de woning, hoe hoger de huurprijs mag zijn om in aanmerking te komen voor steun in de eerste maand huur en de huurwaarborg. Bij huurprijzen die boven onderstaand barema liggen, wordt geen tussenkomst verleend.
Dit is het huidige huurprijsbarema in 2025:
| Aantal personen |
Gezinssamenstelling |
Aantal personen ten laste / kinderen |
Basishuurprijs |
Basishuurprijs (EPC C) |
Basishuurprijs (EPC B) |
Basishuurprijs (EPC A) |
| 1 |
Alleenstaande |
0 |
€ 585 |
€ 610 |
€ 630 |
€ 660 |
| 2 |
Koppel |
0 |
€ 600 |
€ 625 |
€ 650 |
€ 675 |
| 2 |
Ouder en kind |
1 |
€ 630 |
€ 660 |
€ 685 |
€ 710 |
| 3 |
Ouder(s) en kind |
1 |
€ 630 |
€ 660 |
€ 685 |
€ 710 |
| 3 |
Ouder en 2 kinderen |
2 |
€ 670 |
€ 695 |
€ 720 |
€ 750 |
| 4 |
Ouders en 2 kinderen |
2 |
€ 670 |
€ 695 |
€ 720 |
€ 750 |
| 5 of meer |
Ouder(s) en 3 kinderen of meer |
3 of meer |
€ 700 |
€ 725 |
€ 755 |
€ 780 |
Bijvoorbeeld: een gezin met één ouder en twee kinderen dat een huurwoning betrekt met EPC-waarde C, kan slechts een tussenkomst ontvangen indien de huurprijs niet hoger is dan €695. Dit betekent dat cliënten vaak uit de boot vallen op de reeds verzadigde huurmarkt.
Er wordt voorgesteld om blijvend te werken met een plafond op de huurprijs bij tussenkomsten eerste maand huur en huurwaarborg. De maximale huurprijs mag niet hoger zijn dan het lokaal huurprijsbarema met de EPC-waarde A. De berekening van de maximale huurprijs wordt losgekoppeld van de werkelijke EPC-waarde van de woning.
Volgens het hulpverleningskader worden naast medewerking aan het sociaal onderzoek, het uitputten van rechten, de grens van €6.200 spaargeld, nog volgende voorwaarden gehanteerd voor toekenning van het attest voedselbedeling:
Na een periode van zes maanden worden volgende criteria van toepassing:
De REMI-inschaling bij de toekenning van een attest voedselbedeling wordt als te strikt ervaren. Er wordt vastgesteld dat veel cliënten (met verschillende gezinssamenstellingen) uit de boot vallen na 6 maanden steun. We zien vanaf 01/01/2025 een opvallende daling van het aantal attesten voedselbedeling in elk dossierpakket.
Er wordt voorgesteld om cliënten in budgetbeheer met een actieve schuldafbouw ook verder op te nemen na de periode van 6 maanden.
Volgende voorwaarden worden gehanteerd voor het voedselbankattest:
Na een periode van zes maanden worden volgende criteria van toepassing:
Bovendien wordt de berekening van de REMI voor toepassing van de attesten voedselbank aangepast:
Aan behoeftigen gezinnen wordt een tussenkomst verleend in de kostprijs van de 1ste leeftijdsmelk voor kinderen tot 1 jaar.
Toekenningsvoorwaarden voor de 1ste 6 maanden zijn:
Bedragen:
Door de Minister van Maatschappelijke integratie werd de toelage participatie en sociale activering geschrapt vanaf 2026. Dit betekent een inkomstenverlies voor het OCMW. In 2025 ontving het OCMW € 25.901,- via de POD Maatschappelijke Integratie, in 2024 ontving het OCMW 30.283,-. Naar aanleiding van het wegvallen van deze toelage, werd de tussenkomst voor Socioculturele Participatie uit het hulpverleningskader geschrapt.
Na het wegvallen van de toelage participatie en sociale activering, wordt voorgesteld om de tussenkomst voor schoenenbonnen te schrappen uit het hulpverleningskader.
Na het wegvallen van de toelage participatie en sociale activering, werd door de dienst en het bestuur geëvalueerd welke tussenkomsten zij het meest waardevol vinden, om daar verder op in te zetten. Er wordt voorgesteld om verder in te zetten in de tussenkomst voor schoolfacturen, zodat schoolgaande kinderen jonger dan 18 jaar de materialen, benodigd voor het volgen van lessen kunnen aankopen en kunnen participeren aan de schooluitstappen. Voorwaarde is dat het inkomen lager is dan het richtbarema REMI. De tussenkomst bedraagt 80% en maximaal € 100,- per kind.
Na het wegvallen van de toelage participatie en sociale activering, wordt voorgesteld om de tussenkomst voor handboeken en kopieën voor Nederlandse les te schrappen uit het hulpverleningskader.
De doelstelling van deze maatregel bestaat erin de financiële drempel voor kinderopvang zo laag mogelijk te houden voor financieel kwetsbare gezinnen. Op heden bedraagt het minimumtarief €1,97/dag.
Naast de algemene voorwaarden rond medewerking aan het sociaal onderzoek, het uitputten van rechten, de grens van €6.200 spaargeld, worden volgende voorwaarden gehanteerd:
Voor cliënten met een leefloon is er de voorwaarde om hun werkbereidheid aan te tonen. Hierin speelt het hebben van opvang voor de kinderen een heel belangrijke rol. Het is belangrijk dat elke drempel naar activering zo laag mogelijk is en blijft.
Opvang van kinderen is een belangrijke drempel bij activering. Daarom wordt er voorgesteld op het toekennen van het OCMW-tarief voor een bredere groep.
Naast de algemene voorwaarden rond medewerking aan het sociaal onderzoek, het uitputten van rechten, de grens van €6.200 spaargeld, worden volgende voorwaarden gehanteerd:
Op basis van deze overwegingen besluit de Raad voor Maatschappelijk Welzijn met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo):
Artikel 1: Het nieuwe hulpverleningskader goed te keuren en toe te passen vanaf 1 januari 2026.
Artikel 2: Het hulpverleningskader en het kader maandelijkse financiële steun zoals goedgekeurd in de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 4 maart 2024 op te heffen vanaf 1 januari 2026.
Artikel 170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 77 en 78, betreffende de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het retributiereglement betreffende de lokalen dienstencentra van 5 december 2022 vervalt op 31 december 2025.
Opzet van dit reglement is duidelijke regels vast te leggen rond het gebruik van de lokalen van de lokale dienstencentra.
Bij het hanteren van de regels wordt rekening gehouden met het sociale aspect van de werking van de lokale dienstencentra. Meer bepaald biedt dit reglement ook de mogelijkheid om nieuwe initiatieven te verwelkomen die binnen de werking van de lokale dienstcentra passen.
Op basis van deze overwegingen besluit de raad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Retributiereglement lokalen dienstencentra
Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen
Artikel 1 :
Voor de dienstjaren 2026 tot en met 2031 wordt een retributie gevestigd op het gebruik van de lokalen van het dienstencentrum Kersecorf en De Wissel (nieuwe naam voor de Grachtstraat), eigendom van OCMW Ieper.
Artikel 2 :
Beheerder: Dienst Welzijn, Ter Waarde 1, 8900 Ieper, Tel 057 451 780, zorgnetwerk@ieper.be
Hoofdstuk 2 - Basisregels
Artikel 3 :
De lokalen kunnen door derden gebruikt worden, enkel en alleen in het kader van:
- vergadering van welzijnsorganisaties en -verenigingen en adviesraden op domein welzijn
- voor activiteiten zonder winstoogmerk met een duidelijk sociaal doel binnen de functies van het zorgnetwerk: ontmoeting, laagdrempelige aanmelding, dienstverlening, ontwikkeling, advies en signaal- en sociale functie.
- educatie of vorming gericht op kwetsbare of bijzondere doelgroepen.
Artikel 4 :
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de volgende mogelijke gebruikers:
- Categorie A: Stadsbestuur Ieper en verzelfstandige entiteiten, stedelijke adviesraden
- Categorie B: Ieperse erkende verenigingen en particulieren,
- Categorie C: Ieperse onderwijsinstellingen, Ieperse openbare diensten
- Categorie D: Ieperse niet-erkende verenigingen, niet-Ieperse verenigingen/diensten of niet-Ieperse particulieren
Bedrijven en politieke partijen kunnen geen gebruik maken van de lokalen.
Artikel 5 :
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de volgende soorten activiteiten:
- Vergadering
- Educatieve/vormende activiteit
- Maaltijd of receptie
- Ontspanningsactiviteit
Commerciële activiteiten of private feesten zijn niet toegestaan.
Artikel 6 :
De retributie per lokaal wordt berekend per activiteit per dagdeel (per begonnen 4 uur) per gekozen lokaal vermenigvuldigd met de coëfficiënt van de categorie van gebruiker en soort activiteit:
|
|
Basisprijs |
|
10 euro per dagdeel |
|
25 euro per dagdeel |
| Keuken |
15 euro per activiteit |
|
|
Vergadering |
Educatie |
Maaltijd/receptie |
ontspanning |
| Gebruiker |
||||
| Categorie A |
Gratis |
Gratis |
Gratis |
Gratis |
| Categorie B |
Gratis* |
Gratis* |
1 |
Gratis |
| Categorie C |
Gratis* |
0,5 |
1 |
1 |
| Categorie D |
2 |
2 |
3 |
3 |
* Indien de keuken gebruikt wordt, wordt 15 euro per activiteit aangerekend.
Artikel 7 :
Alle dranken worden verplicht afgenomen van het dienstencentrum tegen de geldende tarieven. Eigen drank meenemen is dus niet toegestaan, tenzij uitdrukkelijke toestemming.
Hoofdstuk 3 - Betaalmodaliteiten
Artikel 8 :
De retributie dient voorafgaandelijk aan het gebruik betaald te worden na ontvangst van de factuur. Bij gebrek aan tijdige betaling kan dit tot verval van de toelating tot gebruik van de aangevraagde ruimte leiden. In geval van aangetekende betalingsherinneringen wordt een administratieve kost van 10,00 euro aangerekend.
Hoofdstuk 4 - Slotbepalingen
Artikel 9 :
Een gemotiveerde vrijstelling of afwijking van de geldende retributie kan worden aangevraagd, met advies van de dienst Welzijn, aan het Vast Bureau van OCMW Ieper.
Artikel 10:
De bepalingen van onderhavig reglement worden van kracht met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 11 :
Het Vast Bureau wordt belast met de uitvoering van dit reglement. Het reglement zal door de voorzitter van het vast bureau worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikelen 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet;
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 77 en 78, betreffende de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het wetboek van de minnelijke en gedwongen invorderingen van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, en latere wijzigingen (Invorderingswetboek).
Dit reglement bepaalt de retributies die de meerkost voor de administratie vergoeden voor de invordering van schulden wanneer de debiteur duidelijk onwillig is. Het betreft vermijdbare kosten die de wanbetaler door eigen nalatigheid of inertie heeft veroorzaakt. Het is evident dat de debiteur zelf de gevolgen draagt van zijn eigen handelen of het gebrek daaraan.
De stad Ieper wil in deze de uitgebreide stappen die zij onderneemt en de kosten die zij maakt verhalen op de debiteur die in gebreke blijft.
Afhankelijk van de toegepaste procedure worden meer complexe, tijdrovende en arbeidsintensieve handelingen van de administratie verwacht. Er wordt voorzien in tarieven die in verhouding staan tot de complexiteit van de te voeren procedures.
Bij dit alles dient te worden benadrukt dat als een burger die van goede wil is betalingsmoeilijkheden ondervindt, deze steeds de kans zal krijgen om een betalingsregeling af te spreken. De financieel directeur is steeds bereid om een afbetalingsplan toe te staan wanneer de debiteur blijk geeft van goede trouw en een redelijke termijn wordt voorop gesteld.
Op basis van deze overwegingen besluit de raad met 17 ja stemmen en 15 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck, Stubbe en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Retributiereglement debiteurenbeheer voor inningskosten van niet-fiscale vorderingen
Afdeling I – Algemene bepalingen
Artikel 1: Voor de dienstjaren 2026 tot en met 2031 wordt een retributie geheven voor de kosten verbonden aan de invordering van niet-fiscale vorderingen.
Artikel 2: De niet-fiscale vorderingen in dit reglement omvatten alle vorderingen ontstaan met ingang van 1 januari 2026. Het gaat om vorderingen uit hoofde van opgelegde retributies, tarieven, GAS-boetes, schadevergoedingen, vorderingen uit hoofde van een gerechtelijke uitvoerbare titel en terugvorderingen van ten onrechte betaalde bedragen.
Indien de debiteur de onbetwiste vordering niet betaalt binnen de wettelijke bepaalde vervaltermijn, worden de hieronder bepaalde retributies aangerekend ingeval de in die artikelen vermelde acties worden ondernomen met het oog op de invordering van de schuld.
Afdeling II – Kosten voor een tweede en derde aanmaning en aanmaning na niet-naleving van een afbetalingsplan
Artikel 3: Indien de debiteur niet betaalt binnen de termijn voorzien in de gratis eerste aanmaning, wordt telkens een kost van € 10,00 aangerekend voor de verzending van elke aangetekende aanmaning.
Afdeling III – Kosten voor de grensoverschrijdende invordering van niet-fiscale vorderingen
Artikel 4: Voor de grensoverschrijdende invordering van onbetaalde niet-fiscale vorderingen waarvoor de stad beroep doet op een derde, komt het bedrag van de retributie overeen met de incasso- en administratiekosten die de derde hiervoor aan de stad doorrekent, vermeerderd met € 50,00. De retributie is verschuldigd van zodra het dossier aan de derde wordt overgemaakt.
Afdeling IV – Kosten voor verdere gedwongen uitvoering
Artikel 5: opmaak dwangbevel
Wanneer de debiteur niet overgaat tot betaling van de volledige schuld, kosten en intresten inbegrepen, kan de financieel directeur overgaan tot opmaak van een dwangbevel met het oog op betekening door een gerechtsdeurwaarder. Voor het aanmaken van dit dwangbevel dan wel het overmaken van een dossier aan de gerechtsdeurwaarder, wordt een kost van € 30,00 aangerekend.
Artikel 6: gedwongen uitvoering
Indien na betekening van een dwangbevel de debiteur nog steeds in gebreke blijft, kan de financieel directeur volgende stappen nemen in gedwongen uitvoering en invordering. Hiervoor wordt telkens de overeenstemmende kost opgegeven. Deze kost wordt aangerekend bovenop de eventuele gerechtskosten en gerechtsdeurwaarderskosten en reële kosten die op grond van de wettelijke regelingen worden doorgerekend aan de debiteur.
1° derdenbeslag, het beslag wordt aangetekend aangekondigd nadat opzoekingen werden verricht om een derde-schuldenaar van de debiteur te vinden en vervolgens overgemaakt aan de gerechtsdeurwaarder: € 50,00
2° het nemen van een hypothecaire inschrijving indien de debiteur een onroerend goed bezit, hieraan gaan uitgebreide opzoekingen vooraf: de effectief betaalde kost aan het kantoor rechtszekerheid (nieuwe benaming hypotheekkantoor) wordt doorgerekend, vermeerderd met € 50,00 administratieve kosten per hypotheekinschrijving.
3° uitvoerend beslag op onroerend goed:
4° procedure uit onverdeeldheid treden al dan niet in combinatie met uitvoerend onroerend beslag: ingeval er diverse mede-eigenaars samen met de debiteur zijn moet een procedure gevoerd worden om uit de onverdeeldheid te treden: € 2.000,00 van zodra de stad de dagvaarding daartoe aan de mede-eigenaars betekent, voor zover als gevolg daarvan de effectieve verdeling wordt opgelegd in een vonnis dat kracht van gewijsde heeft.
5° procedure tot aanstelling van een curator over een onbeheerde nalatenschap wanneer er geen gekende erfgenamen zijn, maar wel een nalatenschap van waaruit een vordering kan voldaan worden: € 1.500,00 van zodra het namens de stad opgemaakte verzoekschrift tot aanstelling van een curator werd neergelegd, voor zover dat verzoekschrift uitmondt in de effectieve aanstelling van een curator.
6° procedure van indeplaatsstelling (per onroerend goed): € 1.000,00. Deze retributie is verschuldigd van zodra het namens de stad opgemaakte verzoekschrift om in de plaats te worden gesteld werd ingediend, voor zover de stad effectief in de plaats wordt gesteld van de beslag leggende schuldeiser die in gebreke bleef.
Artikel 7: samenvattende tabel
| Per aangetekende aanmaning |
€ 10 |
| Grensoverschrijdende invordering |
€ 50 |
| Opmaak dwangbevel na uitvoerbaarverklaring |
€ 30 |
| Derdenbeslag |
€ 50 |
| Nemen hypothecaire inschrijving |
€ 50 |
| Uitvoerend beslag op onroerend goed: betekening-bevel |
€ 1.750 |
| Uitvoerend beslag op onroerend goed: notaris |
€ 1.250 |
| Uit onverdeeldheid treden in combinatie met uitvoerend onroerend beslag |
€ 2.000 |
| Aanstelling curator onbeheerde nalatenschap |
€ 1.500 |
| Indeplaatsstelling uitvoerend onroerend beslag |
€ 1.000 |
Artikel 8: Het reglement zal door de voorzitter van het vast bureau worden bekend gemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekend gemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 77-78, betreffende de bevoegdheden van het Vast Bureau.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
In de Raadzitting van 6 juli 2006 besliste de Raad om over te gaan tot de opstart van een klusjesdienst binnen OCMW Ieper, een goedkeuring van de voorgestelde werkvorm en aanwerving van een klusjesman en de modaliteiten en voorwaarden om gebruik te kunnen maken van de klusjeshulp. Op 5 maart 2007 startte de klusjesdienst effectief op.
Er wordt voorgesteld om het huidig tarief van 14,00 euro per uur per klusjesman jaarlijks te actualiseren aan de index.
Cliënteel zijn voornamelijk ouderen en eigen cliënteel van de dienst welzijn. Daarnaast worden ook mensen toegeleid vanuit verschillende Ieperse welzijnsorganisaties.
Verhoogde tegemoetkoming vormt de hoofdvoorwaarde.
Bij elke nieuwe aanvraag gaat de klusjesman langs om na te gaan of de aard en omvang van de klus binnen de opdracht past, vooraleer van start te gaan. Past de vraag niet binnen de mogelijkheden van de dienst dan wordt de aanvraag, ondanks het genieten van een verhoogde tegemoetkoming, door de dienst geweigerd.
Op basis van deze overwegingen besluit de raad met 17 ja stemmen en 15 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck, Stubbe en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Tariefreglement kleine klussen en tuinonderhoud
Hoofdstuk 1 – Doel en voorwaarden van de dienstverlening
Artikel 1:
De dienst kleine klusjes en tuinonderhoud helpt inwoners uit Ieper met allerhande kleine klusjes waarvoor het moeilijk is een vakman in te schakelen. Daarnaast staat de dienst ook in voor het onderhoud van kleine tuinen. Dit enkel indien de aanvrager zelf niet kan instaan voor de hulpvraag, noch beroep kan doen op anderen hiervoor.
Aanvragers die recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming van de ziekteverzekering komen meteen in aanmerking voor hulp bij de dienst kleine klussen en tuinonderhoud.
Voldoet de aanvrager niet aan de verhoogde tegemoetkoming en heeft de aanvrager een bescheiden inkomen, dan is een voorafgaand financieel onderzoek van de dienst Welzijn vereist.
Hoofdstuk 2 – Waarvoor kan hulp gevraagd worden?
Artikel 2:
Voor elk klein werk waarvoor je moeilijk een vakman (zelfstandige) kan inschakelen: kleine behang- en schilderwerken, kleine sanitaire herstellingen, klein tuinonderhoud, kleine herstellingswerken, ...
Artikel 3:
De gebruiker kan enkel hulp inroepen voor de eigen woning.
Artikel 4:
Een klus mag niet langer dan 4 uur in beslag nemen.
Artikel 5:
Hulp bij klein tuinonderhoud is beperkt tot maximaal 1 beurt om de 14 dagen.
Hoofdstuk 3 – Betaling
Artikel 6:
Het te betalen bedrag dient betaald te worden binnen de 30 kalenderdagen na factuurdatum. Contante betaling is uitgesloten. Bij gebrek aan tijdige betaling kan dit tot verval van toelating tot gebruik van de dienst klussen en tuinonderhoud leiden.
Artikel 7:
Het tarief per uur bedraagt € 14,30 per klusjesman. De dienst rekent minimaal 1 uur aan, daarna per begonnen kwartier. Medewerkers in het kader van sociale tewerkstelling en die tijdens de klus worden opgeleid door de werkvloerbegeleider, worden niet aangerekend. Dit wordt op voorhand gecommuniceerd aan de klant.
Artikel 8:
Het voormelde tarief opgenomen in artikel 7 wordt gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemt overeen met de index van oktober 2025. Ze wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat.
Formule: [huidig tarief] x gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat / gezondheidsindexcijfer van oktober 2025. Het zo verkregen getal wordt afgerond tot 1 decimaal na de komma. Enkel wanneer het tweede decimaal uit de voormelde berekening gelijk is aan 5 of hoger wordt er naar boven afgerond.
Artikel 9:
Voor bijkomende kosten (containerpark, verbruiksgoederen, huur materiaal, …) rekent de dienst de effectieve of een forfaitaire kostprijs aan de gebruiker aan.
Artikel 10:
Annuleert de gebruiker, behoudens overmacht, de geplande hulp niet tijdig, dan rekent de dienst een bedrag aan dat gelijk staat met de kost van 1 werkuur per klusjesman.
Artikel 11:
De bepalingen van onderhavig reglement worden van kracht met ingang van 1 januari 2026. Het reglement van 5 december 2022 betreffende het vaststellen van de tarieven voor kleine klussen en tuinonderhoud wordt per 1 januari 2026 opgeheven.
Artikel 12:
Het reglement zal door de voorzitter van het vast bureau worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 77-78, betreffende de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
De boodschappendienst is er voor elke inwoner uit Ieper die nog af en toe graag zelfstandig boodschappen wil doen maar die niet op eigen kracht of met behulp van derden tot aan het warenhuis geraakt.
Het cliënteel bestaat in hoofdzaak uit ouderen, aangevuld met cliënten die niet over eigen vervoer beschikken om boodschappen te kunnen doen.
De planning van de boodschappendienst zit vervat in de vervoersplanning.
Er wordt voorgesteld om de huidige tarieven jaarlijks te actualiseren aan de index.
Op basis van deze overwegingen besluit de raad met 17 ja stemmen en 15 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck, Stubbe en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Tariefreglement Boodschappendienst
Hoofdstuk 1 – Doel van de dienstverlening
Artikel 1:
De boodschappendienst is er voor elke inwoner uit Ieper die nog graag zelf boodschappen doet maar die niet op eigen kracht of met behulp van derden tot aan het warenhuis geraakt.
De boodschappendienst staat in voor doen van boodschappen in de plaats van de aanvrager indien die niet met hulp van derden en ook niet zelf kan instaan voor het zelf boodschappen doen in het warenhuis. Dit na onderzoek van de situatie door een maatschappelijk werker van het Zorgnetwerk.
Hoofdstuk 2 – Waarvoor kan boodschappenhulp gevraagd worden?
Artikel 2:
De boodschappendienst haalt de aanvrager aan huis op en brengt de aanvrager naar één van de warenhuizen aan de rand van Ieper-Centrum.
Artikel 3:
Voor een aanvrager die niet zelfstandig de boodschappen in de winkel kan doen, voorziet de dienst in een persoonlijke begeleider tijdens het winkelen.
Hoofdstuk 3 – Betaling
Artikel 4:
Voor de boodschappenhulp zonder begeleiding in de winkel betaalt de aanvrager voor de rit heen en terug naar het warenhuis en de hulp bij het in- en uitladen 2,00 euro.
Artikel 5:
Voor de boodschappenhulp met begeleiding in het warenhuis betaalt de aanvrager voor de rit heen en terug naar het warenhuis en de hulp bij het in- en uitladen 2,00 euro.
Voor de persoonlijke begeleiding tijdens het winkelen of het winkelen in plaats van de aanvrager zelf, betaalt de aanvrager 8,00 euro.
Artikel 6:
De voormelde tarieven opgenomen in artikels 4 en 5 worden gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemmen overeen met de index van oktober 2025. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat.
Formule: [huidig tarief] x gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat / gezondheidsindexcijfer van oktober 2025. Het zo verkregen getal wordt afgerond tot 1 decimaal na de komma. Enkel wanneer het tweede decimaal uit de voormelde berekening gelijk is aan 5 of hoger wordt er naar boven afgerond.
Artikel 7:
Annuleert de aanvrager, behoudens overmacht, de geplande hulp niet tijdig, dan rekent de dienst een bedrag aan dat gelijk staat met de kost van de uit te voeren hulp.
Artikel 8:
De bepalingen van onderhavig reglement worden van kracht met ingang van 1 januari 2026. Het reglement van 5 december 2022 betreffende het vaststellen van de tarieven voor boodschappendienst wordt per 1 januari 2026 opgeheven.
Artikel 9:
Het reglement zal door de voorzitter van het vast bureau worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 77 - 78, betreffende de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
De dienst aangepast vervoer vervoert inwoners van groot-Ieper met ernstige mobiliteitsbeperkingen, die geen gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer of andere vervoersdiensten. De dienst aangepast vervoer beschikt over aangepaste minibussen met rolstoellift om rolstoelgebruikers op een comfortabele manier te kunnen vervoeren. De doelgroep is vastgelegd binnen de bepalingen van de erkenning als dienst Aangepast Vervoer van het Vlaams Ministerie van Mobiliteit.
Daarnaast kan elke inwoner van Ieper die niet op eigen kracht of met behulp van derden tot bij de dienstverlening van de stad of het OCMW van Ieper raakt, een vraag voor vervoer bij de dienst aangepast vervoer stellen.
Er wordt voorgesteld om de huidige tarieven jaarlijks te actualiseren aan de index. Als erkende aanbieder van aangepast vervoer geldt de verplichting om nieuwe tarieven 1 maand op voorhand kenbaar te maken en daarom worden de tarieven gekoppeld aan de index van oktober 2025.
Op basis van deze overwegingen besluit de raad met 17 ja stemmen en 15 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck, Stubbe en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Tariefreglement aangepast vervoer
Hoofdstuk 1 – Doel van de dienstverlening
Artikel 1 :
De dienst aangepast vervoer vervoert inwoners van Ieper met ernstige mobiliteitsbeperkingen, die geen gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer of andere vervoersdiensten.
Elke inwoner van Ieper die niet op eigen kracht of met behulp van derden tot bij de dienstverlening van Stad Ieper geraakt, kan tevens een vraag voor vervoer bij de dienst aangepast vervoer stellen.
Op momenten waarop de dienst aangepast vervoer niet actief is, kan een aangepast voertuig uitgeleend worden.
Hoofdstuk 2 – Waarvoor kan vervoershulp gevraagd worden?
Artikel 2 :
Individueel aangepast vervoer: voor elke vervoersgelegenheid waarbij geen beroep kan gedaan worden op openbaar vervoer of derden.
De aanvrager kan niet terecht voor dringend medisch vervoer en ziekenvervoer. Goederen worden niet vervoerd.
Artikel 3 :
Vervoer dienstverlening Stad Ieper: vervoer van en naar het Auriscentrum en van en naar activiteiten van het Zorgnetwerk waar de aanvrager niet op eigen kracht of met behulp van derden raakt.
Hoofdstuk 3 – Betaling
Artikel 4 :
De aanvrager betaalt voor het individueel aangepast vervoer de rit per persoon, ook wanneer meerdere personen tegelijkertijd vervoerd worden.
Voor één assistent of begeleider van de aanvrager is het vervoer gratis.
Enkel de kilometers die de aanvrager effectief in het voertuig doorbrengt, worden aangerekend.
Het tarief voor niet-rolwagengebruikers wordt vastgesteld op :
Indien de afstand minder is dan 6 kilometer: 1,20 euro per kilometer, met een minimum van 1 km.
Indien de afstand meer is dan 6 kilometer: 0,80 euro per kilometer.
Vanaf 26 kilometer: 1,10 euro per kilometer.
Het tarief voor rolwagengebruikers wordt vastgesteld op :
Indien de afstand minder is dan 6 kilometer: 0,70 euro per kilometer (Er wordt steeds minstens 1 km aangerekend).
Indien de afstand meer is dan 6 kilometer: 0,60 euro per kilometer.
Artikel 5 :
De aanvrager betaalt voor een rit heen en terug naar dienstverlening van Stad Ieper het tarief van 2,00 euro.
Artikel 6:
Voor het uitlenen van het aangepaste voertuig wordt een tarief van 0,60 euro per kilometer aangerekend.
Artikel 7:
De voormelde tarieven opgenomen in artikels 4, 5 en 6 worden gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemmen overeen met de index van oktober 2025. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat.
Formule: [huidig tarief] x gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat / gezondheidsindexcijfer van oktober 2025. Het zo verkregen getal wordt afgerond tot 1 decimaal na de komma. Enkel wanneer het tweede decimaal uit de voormelde berekening gelijk is aan 5 of hoger wordt er naar boven afgerond.
Artikel 8:
Annuleert de aanvrager, behoudens overmacht, de geplande hulp niet tijdig, dan rekent de dienst een bedrag aan dat gelijk staat met kost van de uit te voeren rit.
Artikel 9:
De bepalingen van onderhavig reglement worden van kracht met ingang van 1 januari 2026. Het reglement van 5 december 2022 betreffende het vaststellen van de tarieven voor aangepast vervoer wordt per 1 januari 2026 opgeheven.
Artikel 10:
Het reglement zal door de voorzitter van het vast bureau worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 77 - 78, betreffende de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
De raadbeslissing van 2 december 2019 betreffende de erkenning- en subsidiereglement lokale welzijnsorganisaties.
Aan de hand van dit reglement wenst de raad voor maatschappelijk welzijn van de stad Ieper duidelijke regels vast te leggen rond de erkenning en subsidiëring van lokale welzijnsorganisaties.
De raad voor maatschappelijk welzijn erkent hiermee de inspanningen van lokale organisaties die werkzaam zijn rond de zorg, het welzijn en de ondersteuning van kwetsbare Ieperlingen.
Op voorstel van het vast bureau wordt de subsidie voor categorie 3 geactualiseerd.
Op basis van deze overwegingen besluit de raad met 17 ja stemmen en 15 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck, Stubbe en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Erkenning- en subsidiereglement lokale welzijnsorganisaties
Artikel 1 : Voorwaarden voor erkenning
Welzijnsorganisaties worden erkend wanneer ze aan de volgende voorwaarden voldoen:
a) het statuut hebben van een ‘vereniging zonder winstoogmerk’ of een ‘feitelijke vereniging’
b) de zetel of secretariaat van de organisatie is in Ieper gevestigd, tenzij uit andere aspecten van haar doel, werking of organisatiestructuur blijkt dat het in de praktijk gaat om een organisatie werkzaam in Ieper
c) een groot of het geheel van de dienstverlening en activiteiten van de vereniging vindt in Ieper plaats en/of minstens 5 inwoners van Ieper maken gebruik van dit aanbod
d) zich richten op de ondersteuning van personen (of hun verwanten) met een beperking, een aandoening of psychische of sociale problemen en bijdragen aan hun emancipatie, participatie en versterking
e) de (hoofd)doelstelling van de organisatie is niet het beleven van religie of levensbeschouwing of het bedrijven van politiek
f) het activiteiten aanbod is toegankelijk voor alle inwoners van Ieper die aan de vooropgestelde eigenheid van de doelgroep van de vereniging beantwoorden
g) een actieve werking hebben en het bewijs leveren dat de organisatie tijdens het vorige kalenderjaar de in voorgaande punten d t.e.m. f vermelde activiteit heeft ontwikkeld.
Wanneer de organisatie haar naam, doel of rechtspersoonlijkheid wijzigt, dient een nieuwe erkenning te worden aangevraagd.
Artikel 2 : Gevolg van erkenning
Een organisatie die erkend wordt conform dit reglement:
a) kan gebruik maken van stedelijke infrastructuur en materialen aan dezelfde voorwaarden als een erkende Ieperse vereniging.
b) kan een aanvraag indienen voor een werkingssubsidie (zie hoofdstuk 2).
Artikel 3 : Wijze van aanvraag
Een organisatie die voor de eerste maal een erkenning aanvraagt, kan gedurende het ganse jaar aan de hand van het daarvoor voorziene formulier een aanvraag tot erkenning indienen.
Ten laatste op 31 mei vraagt de organisatie schriftelijk om de erkenning te herhalen en dit aan de hand van het aanvraagformulier te bekomen via www.ieper.be of welzijn@ieper.be of 057 451 701.
Artikel 4 : Duur van de erkenning
De erkenning dient jaarlijks opnieuw aangevraagd te worden met een nieuw aanvraagformulier.
Hoofdstuk 2 - Toekennen van een werkingssubsidie
Artikel 5 : Algemene bepalingen
Het Vast Bureau van Ieper kan namens het stadsbestuur jaarlijks subsidies verlenen aan welzijnsorganisaties, binnen de perken van de kredieten voorzien op de begroting van het OCMW en volgens de voorwaarden die in dit reglement vastgelegd worden.
Artikel 6 : Toepassingsgebied en categorieën
Categorie 1: de welzijnsinstellingen, professioneel georganiseerde welzijnsorganisaties op vlak van vrije tijd en zorg, maatwerkorganisaties, sociale economieprojecten en een overkoepelend geheel van verenigingen en organisaties zonder eigen uitgewerkt aanbod met structurele werking van minder dan 3 activiteiten op jaarbasis.
Categorie 2: de lokaal erkende verenigingen met eigen, uitgewerkt aanbod met structurele werking van minimum 3 activiteiten op jaarbasis die (hoofdzakelijk) werken met vrijwilligers, waarbij individuele inwoners van Ieper direct genieten van de dienstverlening of deelnemen aan een activiteit zonder dat lidmaatschap noodzakelijk is en die als methodiek direct bijdragen aan emancipatie, participatie en versterking van de hoger vermelde kwetsbare doelgroepen.
Categorie 3: de organisaties die kunnen aantonen dat zij een intensieve samenwerking hebben met stad Ieper en actief participeren in de uitwerking en ondersteuning van de beleidskeuzes van Stad Ieper.
Categorie 4: De organisaties die op vraag van Stad Ieper een dienstverlenende opdracht opnemen.
De welzijnsorganisatie kan een werkingssubsidie ontvangen indien zij op geen andere wijze door de Stad financieel ondersteund wordt of een subsidie ontvangt.
Artikel 7 : Subsidiebedragen
Organisaties beschreven in categorie 1 worden ondersteund volgens de modaliteiten beschreven in artikel 2a.
Erkende welzijnsverenigingen van categorie 2, 3 en 4 die een geldig aanvraagformulier indienen kunnen jaarlijks een forfaitair bedrag als subsidie krijgen.
Categorie 2 350 euro
Categorie 3 700 euro
Categorie 4 volgens convenant of samenwerkingsakkoord
Artikel 8 : Procedure
De aanvraag voor een werkingssubsidie wordt ten laatste op 31 mei bezorgd aan dienst Welzijn. De aanvraag gebeurt via het aanvraagdossier.
De dienst Welzijn kan bijkomende informatie opvragen ter vervollediging van het ingediende aanvraagdossier.
De beslissing tot toekenning van werkingssubsidie wordt genomen door het Vast Bureau op basis van een advies van dienst Welzijn.
Hoofdstuk 3 - Slotbepalingen
Artikel 9
Het Vast Bureau kan beslissen om de erkenning in te trekken of de subsidie van het betrokken kalenderjaar stop te zetten en/of terug te vorderen indien de verklaringen in het aanvraagformulier (erkenning/subsidiëring) niet kloppen met de werkelijkheid.
Artikel 10 : Non-discriminatie
De aanvrager verbindt zich ertoe geen enkele vorm van discriminatie op grond van geslacht, nationaliteit, huidskleur, afkomst, leeftijd, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, vermogen, geloof of levensbeschouwing, politieke overtuiging, taal, handicap, fysieke eigenschappen, ... te dulden in zijn werking.
Artikel 11 : Uitzonderingen op het reglement
Het Vast Bureau kan beslissen om uitzonderingen op het reglement toe te staan als een vereniging hun werking kan bewijzen, op gemotiveerd advies van dienst Welzijn.
Artikel 12
De bepalingen van onderhavig reglement worden van kracht met ingang van 1 januari 2026. Het reglement van 2 december 2019 betreffende het vaststellen van de erkenning en het subsidiereglement lokale welzijnsorganisaties wordt per 1 januari 2026 opgeheven.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018) en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19 december 2018).
Een aantal tarief- en toelagereglementen zijn in onbruik geraakt. Ze werden meerdere jaren geleden ingevoerd maar worden vandaag nog nauwelijks aangevraagd. De doelstellingen van deze reglementen zijn intussen bereikt of achterhaald. Bovendien is de impact ervan te beperkt om de administratieve afhandelingskosten nog langer te verantwoorden.
Het is dan ook aangewezen om deze tarief- en toelagereglementen op te heffen met ingang van 1 januari 2026.
Op voorstel van het vast bureau.
Op basis van deze overwegingen besluit de raad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) om:
Artikel 1
Onderstaande tariefreglementen met ingang van 1 januari 2026 op te heffen:
Artikel 2
Onderstaande toelagereglementen met ingang van 1 januari 2026 op te heffen:
Artikel 3
Dit besluit zal door de voorzitter van het vast bureau worden bekend gemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekend gemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 77 - 78, betreffende de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn.
de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
De raad wordt gevraagd het meerjarenplan 2026-2031 van het stadsbestuur Ieper, deel OCMW, vast te stellen.
Het meerjarenplan van de stad en het OCMW Ieper kan als volgt worden samengevat:
|
|
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
| Exploitatiesaldo |
4.979.489 |
3.643.298 |
3.871.358 |
3.131.809 |
4.184.366 |
3.822.325 |
| Investeringssaldo |
-10.631.119 |
-11.108.478 |
-7.609.018 |
-10.586.757 |
-4.304.566 |
-2.771.114 |
| Financieringssaldo |
-2.778.295 |
2.077.741 |
-227.342 |
5.104.143 |
1.992.798 |
-1.589.541 |
| Budgettair resultaat boekjaar |
-8.429.926 |
-5.387.439 |
-3.965.003 |
-2.350.806 |
1.872.598 |
-538.329 |
| Gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar |
55.309.927 |
46.880.001 |
41.492.562 |
37.527.559 |
35.176.753 |
37.049.351 |
| Gecumuleerd budgettair resultaat |
46.880.001 |
41.492.562 |
37.527.559 |
35.176.753 |
37.049.351 |
36.511.022 |
| Onbeschikbare gelden |
23.888.735 |
21.659.353 |
21.072.756 |
20.596.954 |
21.640.859 |
23.097.799 |
| Beschikbaar budgettair resultaat |
22.991.266 |
19.833.208 |
16.454.803 |
14.579.799 |
15.408.491 |
13.413.222 |
Op basis van deze overwegingen stelt de raad met 17 ja stemmen en 12 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Verkruysse, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Stubbe) tegen 3 neen stemmen (de raadsleden Six, Dehollander en Kinoo) het meerjarenplan 2026-2031, deel OCMW, vast.
Namens Raad Maatschappelijk Welzijn,
Stefan Depraetere
Algemeen directeur
Sarah Bouton
Voorzitter