Terug
Gepubliceerd op 04/12/2025

Besluit  Gemeenteraad

ma 01/12/2025 - 19:30

Belasting op de bank en daarmee gelijkgestelde instellingen

Aanwezig: Sarah Bouton, Voorzitter
Katrien Desomer, Burgemeester
Emmily Talpe, Stephaan De Roo, Miguel Gheysens, Peter De Groote, Diego Desmadryl, Danny Metsu, Eva Ryde, Schepenen
Stefaan Williams, Ann-Sophie Himpe, Edouard Wallays, Jo Baert, Dimitry Soenen, Lies Sampers, Stijn Kimpe, Brecht Vangheluwe, Philip Bolle, Nathalie Vandamme, Wim Vandamme, Jeroen Bossaert, Andy Verkruysse, Joke Despeghel, Elvera Bibuljica, Marianne Deygers, Gregory Demeyere, Kim Louwyck, Ives Goudeseune, Thomas Kinoo, Saskia Dehollander, Nancy Six, Lieven Stubbe, Raadsleden
Stefan Depraetere, Algemeen directeur
Verontschuldigd: Valentijn Despeghel, Raadslid
Juridische grond en bevoegdheden

Artikelen 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet;

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.

Feiten, context en argumentatie

Het stedelijk reglement betreffende de belasting op de bank- en daarmee gelijkgestelde instellingen van 2 december 2019 vervalt op 31 december 2025.

De aanwezigheid van bank- en daarmee gelijkgestelde instellingen en/of bankautomaten op het grondgebied van de Stad geeft aanleiding tot verhoogde veiligheidsrisico's.  Om de veiligheid van de burgers te waarborgen in de omgeving van banken en bankautomaten is er een noodzaak aan verhoogd politietoezicht. Het extra aantal patrouilles werkt preventief en is ook soms nodig in het kader van alarmwerking. Om deze beveiliging te kunnen garanderen zijn personeel en middelen nodig.

De bankautomaten gelegen in de deelgemeenten worden vrijgesteld van deze belasting. Dit omdat het belangrijk is deze diensten waar mogelijk te blijven aanbieden in de deelgemeenten voor mensen die minder mobiel zijn.

Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.

Beschikkend gedeelte

Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 16 ja stemmen, 15 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck, Stubbe en Kinoo) en 1 niet gestemd (het raadslid Sampers) het volgende reglement goed te keuren:

Belasting op de bank en daarmee gelijkgestelde instellingen

Artikel 1: Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de bank- en financieringsinstellingen.

Wordt voor de toepassing van deze belasting als dusdanig aangezien:

elke bank-, financierings-, kredietinstelling, spaarbank of wisselkantoor en alle inrichtingen die zich met dergelijke bank- of financieringsactiviteiten inlaten, hun agentschappen, bijkantoren, de eenmanszaken en de automaten bestemd voor bankverrichtingen, die gevestigd of geïnstalleerd zijn op het grondgebied van de gemeente en voor het publiek toegankelijk zijn.

Met eenmanszaak wordt bedoeld de inrichting die spaar-, leen-, wissel- en/of hypotheekverrichtingen aanbiedt en door één persoon in hoofdberoep wordt geëxploiteerd onder eigen naam en/of als waarnemer van een agentschap of bijkantoor van een bank- of financieringsinstelling.

Onder automaten bestemd voor bankverrichtingen wordt verstaan: de toestellen die volautomatisch werken en het cliënteel in de mogelijkheid stellen geldopnemingen en/of spaar- of betaalverrichtingen te doen. .

Een inrichting wordt door deze belasting als publiek toegankelijk beschouwd wanneer het cliënteel er terecht kan voor bank- en/of financieringsverrichtingen, ongeacht of het grootste deel van bedoelde verrichtingen al dan niet ter plaatse wordt afgehandeld.

Artikel 2:    De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon onder wiens handelsnaam, logo of embleem, de vorenbedoelde instellingen, agentschappen of bijkantoren, eenmanszaken en bankautomaten worden geëxploiteerd op 1 januari van het aanslagjaar.

Artikel 3:    De belasting wordt vastgesteld als volgt:

a) per instelling met een personeelsbestand van meer dan 20 personen:          1.250 euro

b) per instelling met een personeelsbestand van meer dan 10 doch
hoogstens 20 personen:                                                                                 940 euro

c) per instelling met een personeelsbestand van meer dan 5 doch
hoogstens 10 personen:                                                                                 630 euro

d) per instelling met een personeelsbestand van meer dan 1 doch
hoogstens 5 personen:                                                                                   315 euro

e) per eenmanszaak:                                                                                     125 euro

f) per automaat bestemd voor bankverrichtingen:                                            315 euro

Het hierboven bedoelde personeelsbestand omvat eveneens de persoon (personen), verantwoordelijk voor de exploitatie.

Er is een vrijstelling voor de bankautomaten die gelegen zijn in de deelgemeenten van het Ieperse grondgebied. 

Artikel 4:   Het voormelde tarief in artikel 3 wordt gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemt overeen met de index van oktober 2025.  Ze wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat.

Formule: [huidig tarief] x gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat / gezondheidsindexcijfer van oktober 2025.  Het bedrag wordt afgerond naar boven, naar de eerstvolgende halve euro.

Artikel 5:    De belasting is ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd, welke ook de datum is waarop de dienstverlening aanvangt of eindigt. 

Artikel 6:    De belastingplichtige ontvangt vanwege het stadsbestuur een aangifteformulier die hij verplicht dient terug te sturen binnen de vijftien dagen.  De belastingplichtige is vrijgesteld van aangifteplicht indien hij voor het vorig aanslagjaar werd aangeslagen en indien de belastbare toestand ongewijzigd is gebleven.

Van de verandering van houder of van de definitieve stopzetting van bedrijvigheid dient binnen de maand aangifte te worden gedaan bij het gemeentebestuur.

Artikel 7:    Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 6 vastgestelde termijn of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.

Vooraleer over te gaan tot ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

Artikel 8:    De overeenkomstig artikel 7 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag.

a) gelijk aan een vierde van de verschuldigde belasting, indien de belastingplichtige een eerste maal verzuimt aan de aangifteplicht;

b) met de helft, indien de belastingplichtige voor een tweede of volgende keer verzuimt aan de aangifteplicht.  Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.

Artikel 9:    De belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 10:   De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet. 

Artikel 11:  De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk of per duurzame drager worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.

De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

Artikel 12: Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking