Artikel 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Wekelijks wordt er een zaterdagmarkt georganiseerd in de stad. Daarnaast zijn er regelmatig vragen voor occasionele markten en af en toe vragen voor openbare verkopen. Deze maken allemaal hoofdzakelijk gebruik van het openbaar domein en de organisatie hiervan brengt extra lasten met zich mee.
Het stedelijk reglement betreffende de plaatsrechten ter gelegenheid van markten en openbare verkopingen van 2 december 2019 vervalt op 31 december 2025.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 17 ja stemmen, 13 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) en 2 niet gestemd (de raadsleden Desmadryl en N. Vandamme) het volgende reglement goed te keuren:
Gemeentebelasting op het gebruik van het openbaar domein ter gelegenheid van markten en openbare verkopingen
Artikel 1: Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op het gebruik van het openbaar domein ter gelegenheid van markten en van openbare verkopingen, tenzij deze ingebruikname het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst.
Artikel 2: De belasting is verschuldigd door de gebruiker van het openbaar domein.
Artikel 3: De belasting wordt als volgt vastgesteld:
a) Wekelijkse markt:
§1 voor marktkramers met een vaste standplaats: 1,20 euro per vierkante meter ingenomen oppervlakte met een minimum verschuldigde belasting van 12 euro per marktdag. Rekening houdend met kortingen per kwartaal/semester/jaar.
§2 voor occasionele marktkramers: 2,40 euro per vierkante meter ingenomen oppervlakte met een maximum van 10 vierkante meter ingenomen oppervlakte en een minimum verschuldigde belasting van 18 euro per marktdag.
De opmeting gebeurt per halve vierkante meter. Elk gedeelte onder de halve meter wordt als een halve vierkante meter beschouwd; elk gedeelte boven een halve vierkante meter wordt als een volle vierkante meter beschouwd.
De vierkante meters die ingenomen worden door het voertuig van de marktkramer behoren ook tot de belastbare oppervlakte.
b) Openbare verkopingen:
Het bij rechtsmacht verkopen van rijtuigen, wagens, mobilaire voorwerpen, enz… dient op voorhand aangevraagd te worden maar is vrijgesteld van het betalen van de gemeentebelasting.
c) Occasionele markten:
2,40 euro per vierkante meter ingenomen oppervlakte met een maximum van 10 vierkante meter ingenomen oppervlakte en een minimum verschuldigde belasting van 18 euro per marktdag. De opmeting gebeurt per halve vierkante meter. Elk gedeelte onder de halve vierkante meter wordt als een vierkante halve meter beschouwd; elk gedeelte boven een vierkante halve meter wordt als een volle vierkante meter beschouwd.
Artikel 4: De voormelde tarieven in artikel 3 worden gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemmen overeen met de index van oktober 2025. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat.
Formule: [huidig tarief] x gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat / gezondheidsindexcijfer van oktober 2025. Het zo verkregen getal wordt afgerond tot 1 decimaal na de komma. Enkel wanneer het tweede decimaal uit de voormelde berekening gelijk is aan 5 of hoger wordt er naar boven afgerond.
Artikel 5: De personen die wekelijks een vaste standplaats hebben op de markt zijn verplicht met het college van burgemeester en schepenen een overeenkomst af te sluiten. Deze overeenkomst geldt voor één trimester, één semester of één jaar en kan opgeheven worden indien het bestuur het nodig acht.
De vergunninghouder zal evenwel geen enkele schadevergoeding kunnen vorderen gezien de vergunningen steeds ten titel van gedoogzaamheid worden verleend.
Artikel 6: De onder artikel 5 vermelde personen genieten een belastingvermindering van respectievelijk 5 %, 7,5 % en 10 % naargelang de overeenkomst voor één trimester, één semester of één jaar gesloten wordt. De belasting is eisbaar onmiddellijk na het afsluiten van de overeenkomst of vanaf het ogenblik dat de handeling die daartoe aanleiding geeft, gesteld wordt. De belasting dient binnen dertig dagen na de overeenkomst in de stadskas gestort, tegen afgifte van een kwitantie.
Bij gebrek aan betaling binnen deze termijn wordt de overeenkomst verbroken, wordt de belasting van ambtswege ingekohierd en is onmiddellijk eisbaar.
Artikel 7: De opmetingen en vaststellingen van de belastbare oppervlakte(n) worden verricht door de marktleider. Buiten de vergunde oppervlakte mag de openbare weg door geen enkel voorwerp worden ingenomen of bezet.
Artikel 8: Het bezetten van een toegestane plaats op de openbare weg heeft het karakter van gedoogzaamheid. De gemeente zal geen enkele aansprakelijkheid dragen nopens het privaat gebruik van de gedeelten van de openbare weg en de erop geplaatste voorwerpen. De vergunninghouder draagt alle aansprakelijkheid.
Artikel 9: De belastingplichtige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift moet schriftelijk of per duurzame drager worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. Deze indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum van inning van de belasting of ingeval van inkohiering binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10 : Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.