Terug
Gepubliceerd op 04/12/2025

Besluit  Gemeenteraad

ma 01/12/2025 - 19:30

Huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen.

Aanwezig: Sarah Bouton, Voorzitter
Katrien Desomer, Burgemeester
Emmily Talpe, Stephaan De Roo, Miguel Gheysens, Peter De Groote, Diego Desmadryl, Danny Metsu, Eva Ryde, Schepenen
Stefaan Williams, Ann-Sophie Himpe, Edouard Wallays, Jo Baert, Dimitry Soenen, Lies Sampers, Stijn Kimpe, Brecht Vangheluwe, Philip Bolle, Nathalie Vandamme, Wim Vandamme, Jeroen Bossaert, Andy Verkruysse, Joke Despeghel, Elvera Bibuljica, Marianne Deygers, Gregory Demeyere, Kim Louwyck, Ives Goudeseune, Thomas Kinoo, Saskia Dehollander, Nancy Six, Lieven Stubbe, Raadsleden
Stefan Depraetere, Algemeen directeur
Verontschuldigd: Valentijn Despeghel, Raadslid
Juridische grond en bevoegdheden

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 56 en 57, betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

Feiten, context en argumentatie

Het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen wordt aangepast om beter aan te sluiten bij de actuele regelgeving, praktijkervaringen en maatschappelijke verwachtingen. De wetgeving rond begraafplaatsen en lijkbezorging is de afgelopen jaren geëvolueerd, zowel op Vlaams niveau als in de lokale toepassing. Ook de noden van burgers, begrafenisondernemers en gemeentelijke diensten zijn mee veranderd.

Daarbij wordt rekening gehouden met gewijzigde wetgeving, praktische ervaringen van de voorbije jaren en het streven naar een uniforme en respectvolle toepassing van de regels. Deze herziening biedt de gelegenheid om het reglement te actualiseren, te verduidelijken en te zorgen voor een transparant, juridisch correct en menselijk beheer van de begraafplaatsen binnen onze gemeente.

 

Beschikkend gedeelte

Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:

Huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen en ordemaatregelen

Artikel 1

Het decreet: decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging van 16 januari 2004

Uitvoeringsbesluit: besluit van 14 mei 2004

Graf: laatste rustplaats voor een lijk of asresten

Grafconcessie: de door de gemeentelijke overheid eenzijdig verstrekte toestemming om de onder de voorwaarden van de verordening gebruiksrechten te doen gelden betreffende begraving op één van de stedelijke begraafplaatsen

Concessiehouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de gemeentelijke overheid een grafconcessie toekent of de nabestaanden van de concessiehouder.

Grafteken: de grafsteen of het –monument en de integrale bekleding dat op een perceel (geconcedeerd of niet-geconcedeerd) geplaatst wordt

Rechthebbende: de persoon conform het decreet aangeduid werd om in een concessie te worden begraven.                                                                                                 

Artikel 2

De begravingen hebben plaats op één van de stedelijke begraafplaatsen, namelijk:

de begraafplaats aan de Zonnebeekseweg Ieper
de begraafplaats van de deelgemeente Boezinge
de begraafplaats van de deelgemeente Brielen
de begraafplaats van de deelgemeente Dikkebus
de begraafplaats van de deelgemeente Elverdinge
de begraafplaats van de deelgemeente Hollebeke
de begraafplaats van de deelgemeente St.-Jan
de begraafplaats van de deelgemeente Vlamertinge
de begraafplaats van de deelgemeente Voormezele
de begraafplaats van de deelgemeente Zillebeke
de begraafplaats van de deelgemeente Zuidschote

Artikel 3

Mogen in één van voorgenoemde begraafplaatsen begraven worden, bijgezet worden in een urnenveld of columbarium of uitgestrooid worden:

a) de personen die te Ieper ingeschreven zijn in het bevolkings-, vreemdelingen-, of wachtregister en overleden zijn binnen of buiten het grondgebied van de stad Ieper;

b) de personen die op basis van artikel 14 van het decreet begraven worden of personen die te Ieper overleden zijn en waarvoor niemand de begrafenis regelt;

c) de personen die recht hebben om in een eerdere nominatief toegekende grafconcessie bijgezet te worden;

d) personen die in Ieper hun verblijfplaats hebben en van die inschrijving zijn vrijgesteld bij wet of bij internationale overeenkomst;

e) de gewezen inwoners van Ieper, die vanuit Ieper opgenomen zijn in een psychiatrisch ziekenhuis, een woonzorgcentra, een rust- en verzorgingstehuis.

f) de personen die in hun laatste wil verklaard hebben om in Ieper begraven, bijgezet of uitgestrooid te worden niettegenstaande ze niet behoren tot een van bovenvermelde categorieën.

 Voor de categorieën van personen hierboven vermeld onder punt f) wordt het tarief voor niet-inwoners toegepast.

Begrafenis van behoeftigen wordt geregeld via intern reglement

Artikel 4

Ieder stoffelijk overschot wordt onmiddellijk na aankomst op de begraafplaats begraven of bijgezet. Indien dit niet kan, hetzij door overmacht, hetzij door weers- of familiale omstandigheden, moet de betrokken begrafenisondernemer het stoffelijk overschot terug meenemen. De burgemeester bepaalt de duur van de in bewaarneming. De kosten hieraan verbonden vallen ten laste van de nabestaanden.

Artikel 5

Alle begravingen, bijzettingen en het aanbrengen van gegraveerde naamplaatjes aan de gedenkzuilen op de strooiweiden gebeuren in doorlopende volgorde, de ene na de andere, uitgezonderd die van rechthebbenden in een eerder toegestane concessie.

De graven worden slechts hernomen na de tijdsruimte zoals opgenomen werd in het decreet.

Artikel 6

Onder voorbehoud van hetgeen bepaald is voor de concessies, heeft elke begraving plaats in een afzonderlijk graf.

Artikel 7

De bedienaars en ondernemers kunnen de uitvaartplechtigheid regelen volgens de levensbeschouwing van de overledene. De begraafplaatsmedewerker mag de ceremonie onderbreken of doen inkorten indien deze een volgende teraardebestelling zou belemmeren.

 

Hoofdstuk 2. Lijkbezorging

Artikel 8

De stoffelijke overschotten moeten in een doodskist of ander lijkomhulsel geplaatst worden conform het besluit van de Vlaamse regering dd. 21 oktober 2005. De begraafplaatsmedewerker zal weigeren te begraven voor elk lijk dat gekist werd in overtreding met voorgaande bepaling. De burgemeester of zijn gemachtigde mag de kisting bijwonen.

Artikel 9

Behalve in de gevallen voorzien bij artikel 12 van dit reglement, wordt de toelating tot begraven slechts afgeleverd ten vroegste 24 uur na het overlijden.

Wanneer de openbare gezondheid vergt dat de begraving vroeger plaats heeft, zal de burgemeester, na het advies van de ambtenaar van de burgerlijke stand te hebben ingewonnen, datum en uur van de begraving bepalen.

Artikel 10

De toelating tot lijkverbranding wordt slechts afgeleverd mits voorlegging van de stukken voorgeschreven door het decreet van 16 januari 2004 en het uitvoeringsbesluit van 14 mei 2004.

Artikel 11

Uitgezonderd op zondag, wettelijke feestdagen en op 11 juli, 2 november en 26 december kan er alle dagen begraven worden:

vanaf 15 oktober tot en met 31 maart: tussen 8.30 u en 16 u.

vanaf 1 april tot en met 14 oktober: tussen 8.30 u en 17 u.

Brugdagen en sluitingsdagen worden bepaald door het CBS.

Volle grond begravingen gaan enkel door tijdens de weekdagen.

Artikel 12

De uitstrooiing van een urne, begraving, bijzetting van de stoffelijke overschotten en urnen moet uiterlijk de achtste dag  (zaterdag en zondag inbegrepen) na de dag van het overlijden (of vrijgave van het stoffelijk overschot) uitgevoerd zijn. Mits ernstige redenen kan de burgemeester of zijn gemachtigde hierop afwijkingen toestaan.

Artikel 13

De rouwenden zijn gerechtigd bij het hele verloop van de begrafenis aanwezig te zijn.

 

Hoofdstuk 3. Concessies

1. Algemene bepalingen

Artikel 14

Het college van burgemeester en schepenen verleent de concessies op de begraafplaatsen. 

De concessies worden verleend voor dertig jaar:

-              voor grafkelders,

-              in een columbarium,

-              in urnenvelden,

Bestaande eeuwigdurende concessies zijn sinds de wet van 20 juli 1971 omgezet in concessies die om de vijftig jaar en zonder vergoeding hernieuwd kunnen worden.

Artikel 15

De concessies worden enkel toegestaan op de plaatsen die daarvoor aangewezen zijn op de begraafplaatsen, volgens de door het stadsbestuur goedgekeurde plannen.

In geen geval mag er een concessie verleend worden op een plaats die bestemd is voor de niet- geconcedeerde gronden.

Artikel 16

De concessies zijn onafstaanbaar en onvervreemdbaar. Door het verlenen van een concessie vervreemdt het stadsbestuur de grond of de columbariumnis niet. Zij verleent slechts een genot en gebruiksrecht met een speciale, tijdelijke en nominatieve bestemming.

Artikel 17

De concessies worden slechts toegestaan voor onmiddellijk gebruik. Ter gelegenheid van de aanvraag mogen enkel aansluitend maximum 1 graf links of rechts, zowel urnenvelden, grafkelders of columbarium gereserveerd worden, mits de familiebanden aangetoond worden en de betaling daartoe tezelfdertijd gebeurt en dit volgens het inbreidingsplan (opgemaakt door de Groendienst en goedgekeurd door de CBS, kan worden opgevraagd bij de Groendienst).

Artikel 18

De concessie gaat in vanaf de datum van de bijzetting van de eerste persoon die er begraven wordt.

Eenzelfde concessie kan dienen voor de aanvrager, zijn echtgenoot, zijn bloed- en aanverwanten evenals voor allen daartoe aangewezen door de concessiehouder en die daartoe bij de gemeentelijke overheid hun wil te kennen hebben gegeven. Wanneer iemand overlijdt terwijl hij op dat ogenblik een feitelijk gezin vormde, kan de overlevende een concessie aanvragen.

Artikel 19

De oppervlakte van de concessies is vastgesteld op:

- grafkelders: 2,20 m op 90 cm.

- urnengrafveld: 1 m op 1 m.  

- geconcedeerde volle grond: 2,20 m op 0,90 m.

- oostelijk georienteerde graven: 2,20 m op 0,90 m.

 Artikel 20

De prijzen van de concessies worden door de gemeenteraad vastgesteld in een tariefreglement.

De concessies worden aangevraagd op een daartoe bestemd formulier en moeten binnen de maand betaald worden. De betaling gebeurt door overschrijving aan de stadskas.

Bij niet-betaling vervalt de concessie uiterlijk drie maanden na de ingebruikname ervan. De toegestane concessie wordt vervallen verklaard en omgezet in een niet-geconcedeerde begraving. Vanaf dit moment gelden de bepalingen voor niet-geconcedeerde graven.

Artikel 21

Bij het verwerven van een concessie verbindt de aanvrager zich ertoe:

-uiterlijk tegen het einde van de twaalfde maand, te rekenen vanaf de aanvraag van de concessie, een grafteken te plaatsen;

-het grafteken gedurende de volledige duur van de concessie te laten staan en in goede staat te onderhouden;

-zich te schikken naar alle reglementen en ordemaatregelen die momenteel van kracht zijn en aan deze die in de toekomst kunnen uitgevaardigd worden.

Indien het gedenkteken niet binnen de voorgeschreven termijn (12 maanden) is opgericht kan elke verdere begraving verboden worden.

Indien het gedenkteken niet volgens de reglementaire bepalingen is opgericht, kan elke verdere begraving verboden worden en kan het gedenkteken verwijderd worden. De kosten van bovenvermelde maatregelen zullen verhaald worden op de concessiehouder of zijn nabestaanden.

Artikel 22

De verplaatsing van een grondconcessie kan toegestaan worden mits voldoende motivatie. De vraag kan onderzocht worden maar niet noodzakelijk goedgekeurd worden.

De kosten van de verplaatsing van en grondconcessie worden gedragen door de concessiehouder of zijn nabestaanden.

Artikel 23

Wanneer een concessie ongebruikt is gebleven of het wordt ingevolge de overbrenging van stoffelijke overblijfselen, kan de concessie tenietgedaan worden bij wederzijds akkoord tussen het college van burgemeester en schepenen en de concessiehouder of zijn nabestaanden.

Op schriftelijk verzoek van de concessiehouder of zijn nabestaanden, of bij ontstentenis hiervan, iedere belanghebbende, kan het college van burgemeester en schepenen een concessie voortijdig beëindigen.

Artikel 24

In geval van terugneming van een geconcedeerd perceel of van een geconcedeerde nis wegens openbaar belang of dienstnoodzakelijkheid hebben de concessiehouders recht op het verkrijgen van een perceel van dezelfde oppervlakte of van een nis van dezelfde grootte, op dezelfde of op een andere begraafplaats.

De kosten van overbrenging van de stoffelijke overschotten en van de graftekens of eventueel van een vervangende grafkelder zijn ten laste van het stadbestuur.

Artikel 25

Tegen de door het tariefreglement vastgestelde voorwaarden en naarmate de mogelijkheid zich voordoet mag de plaats voor een gewone lijkkist aangewend worden voor de bijzetting van asurnen of kleine kisten, mits inachtneming van de bepalingen betreffende plaatsbestemming voorzien in artikel 33.

Kunnen als kleine kist beschouwd worden:

-               de lijkkisten van kinderen van minder dan zeven jaar;

-               de lijkkisten die de restanten van een opgegraven lijk bevatten.

Onder dezelfde voorwaarden en naarmate de mogelijkheid, mag de overblijvende ruimte naast elke kist worden aangewend voor het bijplaatsen van één of meer dergelijke kleine kisten of/en boventallige asurnen.

Artikel 26

Bij beëindiging op verzoek, kan de betaalde concessieprijs noch geheel, noch gedeeltelijk teruggevorderd worden.

De aanvraag tot de beëindiging of intrekking van een verlenging van de concessie gebeurt respectievelijk door de concessiehouder, een overledene begunstigde of een belanghebbende.

De concessies kunnen slechts voortijdig beëindigd worden indien de aanvrager zich ertoe verbindt indien nodig het grafteken op zijn kosten te laten verwijderen.

Vooraleer het college van burgemeester en schepenen tot beëindiging overgaat, zal de vraag tot beëindiging worden aangeplakt gedurende 6 maanden aan de ingang van de begraafplaats en aan de betrokken concessie, en zal, indien mogelijk, de concessiehouder schriftelijk in kennis worden gesteld. Bezwaren tegen een voortijdige beëindiging moeten schriftelijk worden ingediend bij het college van burgermeester en schepenen. 

Artikel 27

Indien erom verzocht wordt voor het verstrijken van de vastgestelde termijn, neemt een nieuwe termijn een aanvang.

Er dient een onderscheid te worden tussen:

a)  hernieuwingen zonder bijzetting

Na het overlijden van de concessiehouder kan elke natuurlijke persoon of rechtspersoon de een aanvraag tot hernieuwing of verlenging doen.

b)  hernieuwingen met bijzetting

De concessie kan op uitdrukkelijke vraag voor een nieuwe periode worden hernieuwd naar aanleiding van elke nieuwe bijzetting in de concessie.

In beide gevallen wordt het vereiste verschuldigde bedrag berekend rekening houdend met het nog te lopen aantal jaren in de concessie.

Artikel 28

Minstens één jaar voor het verstrijken van de concessie van dertig of vijftig jaar, maakt de burgemeester of zijn gemachtigde een akte op waarbij eraan herinnerd wordt dat een aanvraag om hernieuwing bij hem moet toekomen.

Een afschrift van deze akte wordt een jaar lang zowel bij het graf als bij de ingang van de begraafplaats uitgehangen.

Artikel 29

Als er geen aanvraag voor een hernieuwing is gedaan, vervalt de concessie.

De graftekens mogen door de concessiehouder of de nabestaanden worden weggenomen binnen zes maand volgend op deze einddatum. De begraafplaatsmedewerker dient daarvan verwittigd te worden. Indien de graftekens niet binnen die termijn worden weggenomen worden de graftekens ambtshalve weggenomen en worden eigendom van de stad.

Artikel 30

Als er geen hernieuwing wordt aangevraagd tussen de datum van de laatste bijzetting in de concessie en het verstrijken van de periode waarvoor deze werd verleend, blijft het graf bestaan gedurende een termijn van tien jaar die begint te lopen op de datum van het overlijden, indien dit overlijden zich minder dan tien jaar voor het verstrijken van de concessie heeft voorgedaan.

2. Concessies voor dertig jaar.

Artikel 31

De concessies voor dertig jaar van kisten zijn mogelijk in één-, twee- of driepersoonskelders

Artikel 32

In deze kelders mogen slechts maximum:

-1 kist begraven worden in een eenpersoonskelder.

-2 kisten begraven worden in een tweepersoonskelder

-3 kisten begraven worden in een driepersoonskelder.

Tegen de door het tariefreglement vastgestelde voorwaarden, bestaat de mogelijkheid om vier boventallige urnen met maximumafmetingen van een hoogte van 27 cm en een doorsnede van 20 cm, per niet-afgesloten laag bij een kist te plaatsen op voorwaarde dat er voldoende ruimte beschikbaar is.

Het is mogelijk om tot 8 urnen te plaatsen in een niet-afgesloten laag van een kelder op voorwaarde dat er op die plaats nog geen teraardebestelling gebeurd is in een kist en dat de eventuele gerechtigde of zijn nabestaanden afstand doen van zijn plaats om er bijgezet te werden. Tevens is een schriftelijk akkoord van de concessiehouder of van zijn nabestaanden vereist.

B. Urnenvelden

In een geconcedeerde urnenkelder mogen er tegen de in het tariefreglement vastgestelde voorwaarden tot 4 urnen met een maximumhoogte van 27 cm en een diameter van 20 cm geplaatst worden.

C. Columbarium

 In een columbariumnis kunnen er 3 urnen geplaatst worden met een maximumhoogte van 27 cm en een diameter van 20 cm.

D. In volle grond

 In een geconcedeerd graf in volle grond kunnen maximum 2 kisten begraven worden die nominatief moeten toegewezen worden bij de aanvraag van de concessie. Er kunnen maximum 4 boventallige asurnen bijgezet worden aan de prijs voorzien in het tariefreglement.

3. Concessies voor vijftig jaar

Artikel 33

De begravingen in de eeuwig vergunde graven worden kosteloos verlengd voor een periode van 50 jaar.

Artikel 34

De concessie kan enkel verlengd worden indien het graf goed onderhouden is. Vervallen graven dienen eerst hersteld te worden vooraleer verlenging wordt toegestaan.  

 

Hoofdstuk 4. Graftekens en grafkelders

1. Schikkingen eigen aan niet-geconcedeerde graven

Artikel 35

De graftekens geplaatst op gewone graven dienen zonder metselwerk, brokbeton of losse elementen uitgevoerd te worden. Dat geldt eveneens voor de funderingen waar enkel losse blokken mogen gebruikt worden. Indien graftekens geplaatst worden dienen ze te voldoen aan de volgende criteria:

-              lengte: 2,20 m en een maximum breedte van het hoofdgedeelte van 0,50 m;

-               breedte: 0,90 m;

-               hoogte: max. 1,50 m (boven het peil van de weg);

-               kindergraf: 1,20 m op 0,80 m. 

Artikel 36

Het omzetten van een niet-geconcedeerd graf naar een geconcedeerd graf is niet mogelijk. Een ontgraving met herbestemming is wel mogelijk.

Artikel 37

Elk grafteken dat dreigt in puin te vallen, moet door de betrokken families worden hersteld of weggeruimd.

Indien na een schriftelijke waarschuwing, de belanghebbenden de werken niet hebben uitgevoerd, zal er op bevel van de burgemeester overgegaan worden tot het afbreken en het wegruimen van de materialen. De materialen van afgebroken graftekens blijven gedurende zes maanden ter beschikking van de belanghebbende families. Na verloop van dit tijdsbestek worden ze eigendom van de stad.

Artikel 38

Een niet-geconcedeerd graf wordt minstens tien jaar bewaard. Dat geldt voor gewone graven, urnenvelden en bijzettingen in het columbarium.

Dergelijk graf mag enkel verwijderd worden nadat gedurende een jaar een afschrift van de beslissing tot verwijdering zowel bij het graf als aan de ingang van de begraafplaats, werd uitgehangen.

De graftekens mogen door de familieleden of de nabestaanden worden weggenomen binnen zes maand volgend op deze einddatum. De leidend ambtenaar van de groendienst (via mail naar groendienst@ieper.be of telefonisch 057/239 530) dient daarvan verwittigd te worden. Zo niet worden de graftekens ambtshalve weggeruimd en worden ze eigendom van de stad.

2. Schikkingen eigen aan niet-geconcedeerde urnenvelden

 Artikel 39

De afmetingen van een niet-geconcedeerd urnenveld bedragen 0,50 m op 1 m. De gedenksteen mag niet groter zijn dan 45 cm op 45 cm.

Het is verboden om kuilen te maken in het urnenveld om er tijdelijke of permanente bloemen, planten of andere ornamenten te plaatsen.

3. Afsluitplaat columbariumnissen

 Artikel 40

 Afhankelijk van de plaats van het columbarium wordt de columbariumnis voorzien van een corresponderende afdekplaat.

4. Schikkingen eigen aan geconcedeerde graven met grafkelder

 Artikel 41

 De graftekens moeten voldoen aan de volgende criteria:

-               lengte: 2,20 m en een maximum breedte van het hoofdgedeelte van 0,50 m;

-            breedte: 0,90 m; 

-              minimumdikte van de grafdeksteen is vastgesteld op 8 cm.

-               hoogte: max. 1,50 m (boven het peil van de weg)

-              de afstand tussen de graftekens aan de aanpalende concessies kan aan de zijkanten tussen de 10 à 20 cm bedragen.

-               de tussenruimte dient aangevuld te worden met gestabiliseerd zand zodanig dat de aarde bedekt is; elke concessiehouder vult één zijkant aan, nl. naast de vroeger toegekende concessie of aan de rand van het perk.

 Artikel 42

De graftekens mogen de afmetingen van de grondconcessie niet overschrijden. De graftekens moeten rechtstreeks op de grafkelders geplaatst worden.

De graftekens dienen te zijn vervaardigd uit duurzame, kwaliteitsvolle en weersbestendige materialen.

Artikel 43

Wanneer de op te richten graftekens afwijken van de bij de voorgaande artikelen vastgestelde normen, moet de concessiehouder het desbetreffend ontwerp, in drie exemplaren, indienen bij dienst burgerlijke stand.

Het in te dienen ontwerp omvat:

               -het grondplan, de doorsnee en de afmetingen van het op te richten bouwwerk;

               -de lijst van de aan te wenden materialen;

               -de tekst van het aan te brengen grafschrift.

Het college van burgemeester en schepenen zal zijn goedkeuring verlenen of weigeren, naargelang het op te richten bouwwerk al dan niet aan alle vereisten van stevigheid of stabiliteit beantwoordt, of de aanleg van de andere graven zou schaden.

Artikel 44

De concessiehouders, van wie de concessie alleen staat of op een hoek gelegen is, zijn gehouden de zichtbare zijmuren af te werken met dezelfde materialen als het grafmonument tot aan het niveau van het pad.

5 Grafkelders

Artikel 45

Het stadsbestuur heeft het recht grafkelders te plaatsen in eigen beheer en concedeert ze tegen betaling van de kostprijs die vastgesteld is in het tariefreglement.

Artikel 46

Het openen en sluiten van nieuwe grafkelders gebeurt door de aannemer in opdracht van het stadbestuur en enkel in functie van een begraving of bijzetting.

Het openen en sluiten van bestaande grafkelders, in geval van een bijzetting, gebeurt op kosten en door toedoen van de familie.

Artikel 47

De grafkelders moeten opnieuw hermetisch afgesloten worden op de dag van de teraardebestelling of van het voltooien van de werken. Zo nodig zal het stadbestuur ambtshalve die werken voor rekening en op risico van de aanvrager uitvoeren.

Artikel 48

De grafkelders moeten aan alle eisen van stevigheid, stabiliteit en waterdichtheid beantwoorden. Ze zijn vervaardigd in baksteen of beton.

De nieuwe grafkelders dienen te voldoen aan artikel 34 van het besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004.

Indien de toestand van de grond zulks vereist, moeten de grafkelders rusten op een fundering van gestabiliseerd zand teneinde verzakkingen te vermijden.

Artikel 49

De grafkelders in geconcedeerde grond moeten aan alle eisen van stevigheid en stabiliteit beantwoorden en vervaardigd zijn in beton. De breedte van de gebruikte kelders mag niet meer dan 0,90 m bedragen.

Voor iedere plaats in de grafkelders moet een volle vloer aangebracht worden uit betonplaten, zodat de onderliggende plaats volledig afgedekt is.

De openingen van de grafkelders moeten minstens 0,75 m breed en 0,65 m hoog te zijn en moeten in de voorkant worden aangebracht.

De gedenktekens moeten op de kelder geplaatst worden, ten laatste één jaar na het verwerven van de concessie.

Op de ruimte vóór de grafkelder mogen er geen permanente, niet verwijderbare bloembakken, ornamenten of boordstenen geplaatst worden. Het is verboden om er kuilen te maken om er tijdelijk of permanent bloemen of planten te plaatsen.

Artikel 50

De grafkelders mogen slechts om gewettigde redenen geopend worden. De burgemeester verleent hiervoor de toelating.

Artikel 51

Het onderste vak van de grafkelder moet eerst bezet zijn voordat de hoger gelegen vakken mogen gebruikt worden. Telkens het vak in de grafkelder bezet is met een kist, moet men dit met een betonnen plaat afdekken.

Artikel 52

De grafkelders mogen de oppervlakte van de verleende concessie niet overschrijden.

6. Geconcedeerde volle grondbegraving  (enkel beschikbaar op begraafplaats Ieper op de daarvoor voorziene perken)

Artikel 53

In een geconcedeerd graf in volle grond kunnen maximum 2 kisten begraven worden die nominatief moeten toegewezen worden bij de aanvraag van de concessie. De eerste opening is inbegrepen door de aannemer die door stad Ieper werd aangesteld. Bij het begraven van de tweede begunstigde zijn de kosten ten laste van de concessiehouder of de nabestaanden. Er kunnen maximum 4 boventallige asurnen bijgezet worden aan de prijs voorzien in het tariefreglement.

Artikel 54

De stad voorziet blauwstenen naamplaten. Naam, voornaam, geboorte- en overlijdensdatum dienen door de concessiehouder of zijn nabestaanden binnen het jaar na de aanvang van de concessie aangebracht te worden met inspringend reliëf. Het aanbrengen van opgelegde letters is verboden.

Artikel 55

Bij het eventueel wegnemen voor graveren van de naamplaat dient deze zonder schade op dezelfde locatie met 140 cm ‘hart op hart’ tussenruimte teruggeplaatst te worden.

Op het geconcedeerd graf voor de grafsteen gelegen zal door de stad een kruidachtige graszone voorzien worden binnen het jaar volgend op de begraving. Er mogen enkel tot een maand na de begraving bloemen of ornamenten geplaatst worden buiten de zone van de grafsteen. Daarna worden alle bloemen en ornamenten weggenomen en worden eigendom van de stad. Na deze periode, te allen tijde kunnen enkel op de daarvoor voorziene grafsteen ornamenten of bloemen geplaatst worden en niet op de graszone. De kruidenrijke graszone zal beheerd worden zoals de andere graszones op de begraafplaats, dit wil zeggen zonder gebruik van pesticiden, die op het openbaar domein verboden zijn sinds 01/01/2015.

Artikel 56

De kostprijs van de blauwstenen naamplaat zal doorgerekend worden aan de concessiehouder.

Artikel 57 (oostelijk georiënteerde graven)

Oostelijk georiënteerde graven zijn enkel beschikbaar op de begraafplaats Ieper en zijn steeds maximaal voor 1 persoon. Er kan een concessie genomen worden voor 30 jaar.

De uitvoering zal sober en waardig zijn.

De kostprijs is gelijkaardig aan deze van Perk 2, vergunde volle grond graven.

7. Columbaria

Artikel 58

De columbariumnissen worden geplaatst naar de behoeften en de inzichten van het stadsbestuur.

Het openen en het afsluiten van de nis gebeurt door de begraafplaatsmedewerker of in samenspraak met de begrafenisondernemer in opdracht van de familie.

De bijzetting van de urne gebeurt in aanwezigheid van de begraafplaatsmedewerker.

Artikel 59

De strook aarde voor de columbaria wordt onderhouden door het stadsbestuur. In die strook mogen geen tekens, symbolen, levende planten, afsluitingen en versieringen worden aangebracht.

Artikel 60

Bij het aflopen van de begravingstermijn of het verstrijken van de concessie wordt de as van de overledene uitgestrooid op de strooiweide, tenzij er vóór die datum een concessie of een hernieuwing van de concessie werd aangevraagd en toegestaan, overeenkomstig de voorwaarden van dit reglement.

8. Urnenvelden

Artikel 61

Op de begraafplaats worden perken voorbehouden voor het begraven van urnen.

Het stadsbestuur plaatst urnenkelders ter bescherming van de urnen.

In deze urnenkelders kunnen maximaal vier gewone urnen van maximum 27 cm hoogte en een doorsnede van 20 cm geplaatst worden.

Artikel 62

De afmetingen waaraan de grafsteen moet voldoen op een urnenkelder zijn 50 cm op 50 cm en 8 cm dik. Op de grafsteen en in de ruimte rond de deksteen mag geen enkele vaste constructie geplaatst worden.

De oppervlakte rond de urnenkelder wordt afgewerkt door de stedelijke groendienst.

Deze oppervlakte dient dan ook in de door de stad aangelegde leisteenschilfers behouden te worden en onderhouden worden door de concessiehouder, de nabestaanden, de betrokkene.

Het is verboden om er kuilen te maken voor het plaatsen van tijdelijke of permanente bloemen, planten of andere ornamenten. Deze maatregel is eveneens van toepassing op de reeds bestaande urnenvelden.

9. Kinderbegraafplaats

 Artikel 63

Op de kinderbegraafplaats worden perken voorbehouden voor het begraven van kinderen tot zeven jaar in niet-geconcedeerde grond.

Op die begraafplaats is het plaatsen van kelders niet toegelaten.

De gedenktekens, zerken en graftekens te plaatsen op die graven dienen te voldoen aan volgende criteria:

-maximale lengte van 1,20 m op 80 cm breed.

-hoogte 1 m met een maximum breedte van het hoofdgedeelte van 20 cm;

Artikel 64

Op de begraafplaatsen werden perken voorzien voor het begraven van foetussen en kinderen tot 7 jaar. Het plaatsen van gedenksymbolen wordt toegestaan.

In kader van vroeggeboorten wordt er geen onderscheid gemaakt tussen foetussen en kinderen.

10. Gedenkzuilen op de strooiweiden – herdenkingsplaatjes

Artikel 65

Op de strooiweiden op de begraafplaatsen zijn gedenkzuilen opgericht.

De mogelijkheid bestaat voor de familieleden van de overledene om een herdenkingsplaatje op die gedenkzuilen te laten aanbrengen.

De aanvraag hiertoe gebeurt via een aanvraagformulier (te verkrijgen bij de dienst Burgerlijke stand die instaat voor de bestelling ervan). De herdenkingsplaatjes worden aangeplakt door de begraafplaatsmedewerker.

Het betreft een eenvormig gedenkplaatje met vermelding van naam, geboorte- en overlijdensjaar. De gedenkplaatjes blijven minimaal tien jaar hangen vanaf de aanplakking. Achteraf is er geen verhaal mogelijk.

In de strook rond de gedenkzuilen mogen geen tekens, symbolen, bloemen en versieringen worden aangebracht.

Het vaststellen van de vorm, materiaal en afmetingen van de afdekplaats en de gegraveerde naamplaatjes aan de strooiweiden wordt opgedragen aan het college van burgemeester en schepenen. 


Hoofdstuk 5. Bouwwerken en aanplantingen

  1. Algemene bepalingen met betrekking tot grafkelders en –tekens

Artikel 66

Vooraleer de werken betreffende het plaatsen van graftekens of de bouw van grafkelders aan te vangen, moeten de concessiehouders of de aannemers hiervan kennisgeven aan de begraafplaatsmedewerker. Die zal de juiste ligging van het graf of de concessie aanduiden en de rooilijnen en afmetingen opgeven.

Artikel 67

Alle bouwwerken, herstellingen en wijzigingen van graftekens of -kelders gebeuren onder de verantwoordelijkheid van de concessiehouders of de rechthebbenden. Zij nemen alle voorzorgsmaatregelen om ongevallen en schade aan de nabijgelegen graftekens of grafkelders te voorkomen. Zij blijven altijd verantwoordelijk voor elk ongeval dat te wijten zou zijn aan hun nalatigheid of onvoorzichtigheid.

Artikel 68

De aannemers of privépersonen die werken uitvoeren, blijven altijd verantwoordelijk voor de schade berokkend aan de nabijgelegen grafkelders en gedenktekens, of voor ongevallen waarvan bezoekers of personeel van de begraafplaatsen het slachtoffer worden.

De betrokkene herstelt of vergoedt onmiddellijk op zijn kosten de schade, volgens akkoord met de gedupeerde familie of de getroffene.

Artikel 69

Voor ze op de begraafplaatsen worden toegestaan, moeten de voor het grafteken bestemde materialen volledig afgewerkt en gekapt zijn en gereed om onmiddellijk geplaatst te worden.

Geen enkel hulpmateriaal of restmateriaal mag binnen de omheining van de begraafplaats worden achtergelaten.

De materialen worden aangevoerd en geplaatst naar gelang van de behoeften.

Na een zonder gevolg gebleven ingebrekestelling wordt er op bevel van de burgemeester van ambtswege overgegaan tot het wegnemen van de materialen op kosten van de overtreder.

Artikel 70

Het is verboden, zonder voorafgaande toelating van de burgemeester, de graftekens in de omgeving van de uit te voeren werken weg te nemen, of te verplaatsen, onder welk voorwendsel ook.

De kosten die eventueel voortvloeien uit de afbraak en de terugplaatsing van de naburige graftekens, zijn voor rekening van de aanvragers.

De naburige graftekens mogen niet afgebroken worden en niet worden teruggeplaatst zonder de schriftelijke toestemming van de betrokken families. Die toestemming moet door de opdrachtgevers voorgelegd worden.

Artikel 71

Het is voor het publiek verboden de plaatsen te betreden waar graafwerken uitgevoerd worden. Daartoe zullen de aannemers of de privépersonen, die het werk uitvoeren, de werken op zichtbare wijze afsluiten.

Het is verboden op zaterdagnamiddag, zondag en op wettelijke feestdagen enige bouwactiviteit op de begraafplaatsen te verrichten of bouwmateriaal op de begraafplaats te brengen, behalve mits toelating door de begraafplaatsmedewerker verleend om reden van noodzakelijkheid.

De laatste 3 werkdagen van oktober en tot en met 5 november zijn deze werken eveneens niet toegelaten.

Bij de aanvoer op de begraafplaats moeten de grafmonumenten dermate afgewerkt zijn dat zij onmiddellijk kunnen worden geplaatst. Materialen noch toestellen mogen op de begraafplaatsen achtergelaten worden.

Materialen en toestellen, in strijd met de bepalingen van dit artikel, worden na ingebrekestelling door de burgemeester of zijn gemachtigde op kosten van de overtreder verwijderd.

De laatste 3 werkdagen van 31 oktober tot en met 5 november van elk jaar is het verboden:

- graftekens of erbij horende voorwerpen te plaatsen of weg te nemen. Dit verbod betreft niet het neerleggen van eenvoudige draagbare herinneringtekens, kransen bloemen,

- opschriften op graftekens te beitelen of de bestaande opschriften dieper te maken, enig bouw-, beitel- of schilderwerk uit te voeren;

- aanplantingen van meer dan 80 cm hoogte te planten;

2. Aanplantingen en bloempotten

Artikel 72

De aanplantingen moeten aangelegd worden binnen de oppervlakte toegewezen aan elk graf, op zulke wijze dat ze zich niet uitbreiden boven de aanpalende graven. De aanplantingen mogen het toezicht en de doorgang niet belemmeren.

De planten mogen niet hoger worden dan 80 cm.

Artikel 73

Het is toegelaten seizoenplanten aan te brengen binnen de geconcedeerde oppervlakte toegewezen aan het graf, urnenveld of in de bloemenhouder bij het columbarium. Staan deze buiten de oppervlakte, kunnen deze door de begraafplaatsmedewerkers weggenomen worden. Bij het columbarium dienen deze aangebracht te worden in de daarvoor voorziene bloemenhouder en worden dus niet toegelaten op de grond/graspaden.

De bloemen/ornamenten moeten steeds door de concessiehouder/nabestaanden onderhouden worden, zo niet zullen ze door de begraafplaatsmedewerker verwijderd worden.

Artikel 74

Kransen of bloemstukken buiten de toegelaten oppervlakte die ter gelegenheid van een begrafenis gelegd worden, zullen na één maand verwijderd worden. De bloemstukken conform Art. 73 kunnen enigszins behouden worden.

Artikel 75

De bloempotten en bloemstukken met natuurlijke bloemen die ter gelegenheid van Allerheiligen geplaatst worden, worden vanaf 1 december daaropvolgend weggenomen en worden eigendom van het stadsbestuur.

 

Hoofdstuk 6. Opgravingen

Artikel 76

Behalve op bevel van de gerechtelijke overheid, mag tot geen opgraving overgegaan worden zonder toelating van de burgemeester. De redenen moeten ernstig zijn.

Elke aanvraag tot opgraving moet schriftelijk gedaan worden door het naaste familielid of de partner van de overledene.

Artikel 77

De opgravingen hebben plaats op de datum en het uur dat wordt afgesproken met de begraafplaatsmedewerker. In onderling overleg en op aanvraag kan de familie aanwezig zijn. Van 15 oktober tot en met 5 november worden geen opgravingen verricht.

Artikel 78

De opgraving van een lijk met het oog op de lijkverbranding wordt slechts toegestaan, indien de formaliteiten overeenkomstig de voorschriften van het decreet van 16 januari 2004 en uitvoeringsbesluit van 14 mei 2004, vervuld zijn.

Artikel 79

De begraafplaatsmedewerker zal voor rekening van de aanvrager van de opgraving, de vernieuwing van de kist voorschrijven indien hij dat nodig acht.

Alle gedenkstenen, ornamenten en boordstenen die de familie wenst te behouden dienen vooraf weggenomen worden door de familie.

Indien het grafmonument gerecupereerd wordt, moet het door de familie ten laatste 3 dagen voor de ontgraving zijn weggenomen zodat de ontgraving ongehinderd kan gebeuren.

De kosten die eventueel voortvloeien uit de afbraak en de terugplaatsing van het zerk van betrokkene aan de naburige graftekens, vallen ten laste van de families die de opgraving aangevraagd hebben.

Artikel 80

De opgraving, met uitsluiting van:

--opgravingen door de rechterlijke overheid bevolen;                         

--opgravingen veroorzaakt door de bestemmingsverandering van de begraafplaats;

zijn onderworpen aan de betaling van een bedrag vastgesteld in het tariefreglement. Het stadsbestuur behoudt het recht de opgravingen uit te besteden aan een gespecialiseerde firma, waarvan de factuur rechtstreeks dient vereffend te worden door de familie aan het stadsbestuur volgens het tariefreglement. 

De verplaatsing van een kist in een grafkelder geldt als opgraving. De verplaatsing van een urne geldt eveneens als opgraving.

 

Hoofdstuk 7. Graven van lokaal historisch belang

Artikel 81

Op advies van de werkgroep funerair erfgoed Ieper, maakt het college van burgemeester en schepenen een lijst op van graven met lokaal historisch belang die als kleine onroerende erfgoedelementen kunnen worden beschouwd.

De graven op deze lijst dienen vijftig jaar te worden bewaard en onderhouden door de gemeentelijke overheid. De termijn is verlengbaar.

De lijsten van graven met lokaal historisch belang, bevatten de graven met een historische, artistieke, volkskundige of socio-culturele waarde die niet beschermd zijn als monument overeenkomstig het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten. De lijst dient de gegevens te bevatten zoals voorgeschreven door het decreet.

 

Hoofdstuk 8. Hergebruik van graven op de stedelijke begraafplaats

Artikel 82

Op advies van de stedelijke commissie funerair erfgoed stelt stad Ieper een lijst op van de graven die voor hergebruik in aanmerking komen. De selectie gebeurt telkens bij elke afsluiting van de procedure van aanplakking en vóór de planning van ontruiming. Criteria: - esthetische, kunstzinnige waarde - funeraire symboliek - het graf is merkwaardig en waardevol - het hergebruik van het graf hindert de toekomstige ruimtelijke ordening van de begraafplaats niet.

Artikel 83

Er worden graven aangeboden met en zonder grafkelder. Bij elk graf hoort een gedetailleerde fiche met foto, capaciteit en alle specificaties van het graf en de daaraan gekoppelde voorwaarden voor hergebruik. De grafkelders die aangeboden worden voor hergebruik, zijn in goede staat. Als het graf geen grafkelder heeft, dan kan de nieuwe concessiehouder op zijn kosten een nieuwe grafkelder plaatsen of opteren voor een urnenkelder, afhankelijk van de mogelijkheden, vastgelegd in de fiche van het graf.

Artikel 84

De voor hergebruik geselecteerde graven worden kenbaar gemaakt ter plekke aan de graven zelf, op de website van stad Ieper en op regelmatige basis ruim in de belangstelling gebracht via de gebruikelijke communicatiekanalen.

Artikel 85

Geïnteresseerden ondertekenen een engagementsverklaring waarin de algemene en specifieke voorwaarden voor het hergebruik duidelijk omschreven zijn per betrokken graf, zoals vastgelegd in de fiche van het graf.

Artikel 86

Het grafteken blijft eigendom van het stadsbestuur en wordt onderhouden, in stand gehouden en, indien nodig, hersteld door de nieuwe concessiehouder volgens de criteria van de commissie funerair erfgoed.

Artikel 87

Het toevoegen van de persoonlijke gegevens moet gebeuren op een esthetisch verantwoorde en passende wijze en mag geen permanente schade berokkenen aan het oorspronkelijke grafteken. Het voorstel van ontwerp moet voor goedkeuring voorgelegd worden aan de commissie funerair erfgoed.

Artikel 88

De periode tussen de ondertekening van de engagementsverklaring en het toekennen van de concessie bedraagt maximum 1 jaar. Als voldaan wordt aan alle voorwaarden, opgelegd in de engagementsverklaring, wordt het graf in concessie gegeven voor 30 jaar. De concessie gaat in op de datum van de ondertekening van de aanvraag van de concessie. Indien er niets ondernomen werd, vervalt na 1 jaar de engagementsverklaring en wordt het graf opnieuw ter beschikking gesteld aan andere geïnteresseerden.

Artikel 89

Er zal op regelmatige basis controle zijn op het onderhoud en in standhouden van het grafteken. Indien vastgesteld wordt dat het graf niet onderhouden wordt zoals vastgelegd in de engagementsverklaring, kan de procedure van verwaarlozing opgestart worden, zoals bepaald conform artikel 21 van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging. 

 

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

Artikel 90

Alle niet in dit reglement voorziene gevallen behandeld worden door het college van burgemeester en schepenen, in zoverre zij niet door een wet, besluit of decreet aan een andere overheid worden toegewezen.

Artikel 91

Dit huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen vervangt de vorige reglementeringen en beslissingen.

Artikel 92

Deze administratieve verordening treedt in werking op 1 januari 2026.

Artikel 93

Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.