Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
De notulen van de vergadering van 3 november 2025 werden conform de bepalingen van het gemeentedecreet opgemaakt en tijdig ter beschikking gesteld van de raadsleden. Er zijn geen opmerkingen geformuleerd waardoor ze als goedgekeurd kunnen beschouwd worden.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met algemeenheid van stemmen de notulen van de zitting van 3 november 2025 als goedgekeurd te beschouwen.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad en in het bijzonder artikel 432 houdende de intergemeentelijke samenwerking, waardoor de benoemingsprocedure met de vaststelling van het mandaat van vertegenwoordiger herhaald moet worden voor elke algemene vergadering;
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
De statuten van de DVV Westhoek.
Met mail van 22 augustus 2025 wordt de stad uitgenodigd tot de Buitengewone Algemene Vergadering van de DVV Westhoek op 17 december 2025 om 17.30 uur in het Streekhuis Westhoek, Diksmuide.
De agenda van deze algemene vergadering vermeldt:
1. Goedkeuring verslag jaarvergadering van 25 juni 2025: Verslag
2. Akteneming vertegenwoordiger Algemene Vergadering: Gemeenteraadsbeslissing Lo-Reninge
3. Statutenwijziging:
a. Ontwerp
b. Advies Vlaamse Regering
4. Varia
In de zitting van 16 december 2024 besliste de raad om schepen Miguel Gheysens af te vaardigen om de stad Ieper effectief te vertegenwoordigen in de (buitengewone) algemene vergadering van de dienstverlenende vereniging Westhoek.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 29 ja stemmen en 3 onthoudingen (de raadsleden Six, Dehollander en Kinoo):
Artikel 1. de agenda en de voorstellen van de Buitengewone Algemene Vergadering van 17 december goed te keuren:
1. Goedkeuring verslag jaarvergadering van 25 juni 2025: Verslag
2. Akteneming vertegenwoordiger Algemene Vergadering: Gemeenteraadsbeslissing Lo-Reninge
3. Statutenwijziging:
a. Ontwerp
b. Advies Vlaamse Regering
4. Varia
Artikel 2. de vertegenwoordiger van de stad, schepen Miguel Gheysens zal deelnemen aan de zitting van deze buitengewone algemene vergadering en wordt opgedragen zijn stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad in verband met de te behandelen agendapunten.
Artikel 3 : afschrift van deze beslissing te sturen aan DVV Westhoek.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad en in het bijzonder artikel 432 houdende de intergemeentelijke samenwerking, waardoor de benoemingsprocedure met de vaststelling van het mandaat van vertegenwoordiger herhaald moet worden voor elke algemene vergadering;
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
De statuten van de DVV Westhoek.
Met mail van 29 september 2025 wordt de stad uitgenodigd tot de Bijzondere Algemene Vergadering van de DVV Westhoek op 17 december 2025 om 17.45 uur in het Streekhuis Westhoek, Diksmuide.
De agenda van deze algemene vergadering vermeldt:
1. Goedkeuring toetreding Wervik
Gemeenteraadsbesluit Wervik
2. Goedkeuring afwijkingsaanvraag regiovorming n.a.v. toetreding Wervik
Nota
3. Goedkeuring jaarplan 2026
Ontwerp jaarplan 2026
4. Goedkeuring budget 2026
a. Ontwerp budget 2026
b. Toelichtende nota bij budget 2026
5. Vaststelling gemeentelijke bijdrage in de werkingskosten 2026
Ontwerpbesluit
6. Varia
In de zitting van 16 december 2024 besliste de raad om schepen Miguel Gheysens af te vaardigen om de stad Ieper effectief te vertegenwoordigen in de (bijzondere/buitengewone) algemene vergadering van de dienstverlenende vereniging Westhoek.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 29 ja stemmen en 3 onthoudingen (de raadsleden Six, Dehollander en Kinoo):
Artikel 1. de agenda en de voorstellen van de Bijzondere Algemene Vergadering van 17 december goed te keuren:
1. Goedkeuring toetreding Wervik
Gemeenteraadsbesluit Wervik
2. Goedkeuring afwijkingsaanvraag regiovorming n.a.v. toetreding Wervik
Nota
3. Goedkeuring jaarplan 2026
Ontwerp jaarplan 2026
4. Goedkeuring budget 2026
a. Ontwerp budget 2026
b. Toelichtende nota bij budget 2026
5. Vaststelling gemeentelijke bijdrage in de werkingskosten 2026
Ontwerpbesluit
6. Varia
Artikel 2. de vertegenwoordiger van de stad, schepen Miguel Gheysens zal deelnemen aan de zitting van deze bijzondere algemene vergadering en wordt opgedragen zijn stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad in verband met de te behandelen agendapunten.
Artikel 3 : afschrift van deze beslissing te sturen aan DVV Westhoek.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22.12.2017 en in het bijzonder de artikels 40 en 41 inzake de bevoegdheden van de Gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
De statuten van de WVI.
Met mail van 22 oktober 2025 wordt de stad uitgenodigd tot deelname aan de buitengewone algemene vergadering van WVI op 10 december 2025 om 18.30u in De Klokkenput, Bruggestraat 104, 8480 Ichtegem.
De agenda van deze vergadering vermeldt:
1. Goedkeuring verslag van de algemene vergadering dd. 11.06.2025
2. Begroting 2026
3. Strategisch plan 2025-2030
4. Kennisneming nieuwe bestuurder met raadgevende stem
5. Mededelingen
Bij gemeenteraadsbeslissing van 16 december 2024 werd raadslid Stefaan Williams aangeduid als vertegenwoordiger voor de (buitengewone) algemene vergaderingen van WVI.
Op basis van deze overwegingen besluit de raad met 29 ja stemmen en 3 onthoudingen (de raadsleden Six, Dehollander en Kinoo):
Artikel 1: De agenda en de voorstellen van de buitengewone algemene vergadering van 10 december 2025 om 18.30u goed te keuren:
1. Goedkeuring verslag van de algemene vergadering dd. 11.06.2025
2. Begroting 2026
3. Strategisch plan 2025-2030
4. Kennisneming nieuwe bestuurder met raadgevende stem
5. Mededelingen
Artikel 2: De vertegenwoordiger van de stad, raadslid Stefaan Williams die zal deelnemen aan de zitting van deze buitengewone algemene vergadering op te dragen zijn stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad in verband met de te behandelen agendapunten.
Artikel 3: Een afschrift van deze beslissing te sturen aan de WVI.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en in het bijzonder de artikels 40 en 41 inzake de bevoegdheden van de Gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Statuten IVVO - artikel 31 § 2 inzake aanwezigheid om geldige beslissing te nemen.
Met mail van 23 oktober 2025 wordt de stad Ieper uitgenodigd op de Buitengewone Algemene Vergadering van de aandeelhouders van 16 december 2025 om 18.00 uur in het gemeentehuis van Koksijde, Zeelaan 303.
De agenda van deze Buitengewone Algemene Vergadering vermeldt:
1. Goedkeuring evaluatierapport 2019-2026
2. Goedkeuring ondernemingsplan 2026-2031
3. Kennisname te ontwikkelen activiteiten en te volgen strategie 2026
4. Goedkeuring budget 2026
In gemeenteraadszitting van 16 december 2024 werd schepen Diego Desmadryl aangeduid als vertegenwoordiger en raadslid Lies Sampers als plaatsvervangend vertegenwoordiger van de stad Ieper in de (Buitengewone) Algemene Vergadering van IVVO.
Op basis van deze overwegingen besluit de raad met 29 ja stemmen en 3 onthoudingen (de raadsleden Six, Dehollander en Kinoo):
Artikel 1: zijn goedkeuring te hechten aan de agenda en de voorstellen van beslissing van de Buitengewone Algemene Vergadering van de aandeelhouders van 16 december 2025 van IVVO:
1. Goedkeuring evaluatierapport 2019-2026
2. Goedkeuring ondernemingsplan 2026-2031
3. Kennisname te ontwikkelen activiteiten en te volgen strategie 2026
4. Goedkeuring budget 2026
Artikel 2: De plaatsvervangende vertegenwoordiger van de stad, raadslid Lies Sampers, zal deelnemen aan de Buitengewone Algemene Vergadering van de aandeelhouders van IVVO op 16 december 2025 op te dragen zijn stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad in verband met de te behandelen agendapunten.
Artikel 3: afschrift van deze beslissing te sturen aan de IVVO.
CO7 (CultuurOverleg Zeven) is het samenwerkingsverband voor cultuur en erfgoed tussen de zeven gemeenten Heuvelland, Ieper, Langemark-Poelkapelle, Mesen, Poperinge, Vleteren en Zonnebeke.
CO7 werd opgericht in 2005 als projectvereniging. Op vandaag is binnen de projectvereniging een erfgoedcel en een intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst (IOED) actief. Daarnaast zet CO7 ook in op een bovenlokale cultuurwerking en staat ze in voor de regionale depotwerking rond cultureel en onroerend erfgoed vanuit Erfgoeddepot DEPOTYZE. De werking van CO7 wordt gefinancierd met gemeentelijke bijdragen én met Vlaamse subsidies binnen drie decreten. Op vandaag slaagt CO7 er zo in om ca. 7,58 euro/inwoner aan Vlaamse middelen naar de Zuidelijke Westhoek te laten terugvloeien.
Het Erfgoeddepot DEPOTYZE kreeg in 2018 een erkenning als onroerend erfgoeddepot en ontvangt een Vlaamse subsidie voor de regionale werking. Deponering in het erfgoeddepot is betalend. De tarieven hiervoor werden vastgelegd door de raad van bestuur van CO7 op 11 januari 2024. In 2024 keurde de Vlaamse overheid de subsidieaanvraag voor het onroerend erfgoeddepot goed. Tot eind 2030 is het onroerend erfgoeddepot verzekerd van Vlaamse financiering.
De projectvereniging werd in het voorjaar van 2023 verlengd tot eind 2026. De verlenging en de nieuwe statuten werden goedgekeurd door de gemeenteraad 22 mei 2023.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Cultureelerfgoeddecreet (23 december 2021)
Onroerenderfgoeddecreet (12 juli 2013)
Bovenlokaalcultuurdecreet (8 maart 2024)
De Vlaamse subsidies voor de erfgoedcel, de cultuurwerking en de IOED zijn verzekerd tot eind 2026. Op dat moment eindigen de samenwerkingsovereenkomst met het Agentschap Onroerend erfgoed en het cultureel-erfgoedconvenant met Vlaanderen. De subsidiëring binnen het Decreet Bovenlokale cultuurwerking loopt eveneens af eind 2026.
Om de werking te continueren werd in 2025 een beleidsplanningsproces opgestart waarbij diverse stakeholders werden betrokken. Dit proces resulteerde in een nieuw meerjarenplan en meerjarenbegroting die ter goedkeuring aan de gemeenteraden van de CO7-regio worden voorgelegd.
Het meerjarenplan bevat de nieuwe missie, visie en strategische en operationele doelstellingen die via diverse acties de komende 6 jaar gerealiseerd zullen worden. De meerjarenbegroting geeft een zicht op de inkomsten en uitgaven van de projectvereniging. De begroting is in evenwicht over 6 jaar. Er worden jaarlijks ca. 800.000 euro Vlaamse subsidies voor cultuur en erfgoed aangevraagd binnen diverse decreten. Zo vloeit ca. 8,9 euro/inwoner aan Vlaamse middelen terug naar de regio.
Deze middelen kunnen enkel worden aangevraagd als aan de decretaal vastgelegde gemeentelijke inbreng is voldaan. Het Onroerend Erfgoeddecreet en het Decreet Bovenlokale Cultuurwerking vragen een vaste bijdrage van respectievelijk 120.000 euro en 75.000 euro. Ook voor het cultureel-erfgoedconvenant wordt cofinanciering als beoordelingscriterium meegenomen om de hoogte van het Vlaamse subsidiebedrag te bepalen. De subsidie voor het onroerend erfgoeddepot (tot eind 2030) mag bovendien enkel aangewend worden voor personeelskosten, waardoor ook minstens werkingsmiddelen voorzien moeten worden door de gemeenten. Met 120.000 euro voor de IOED, 75.000 euro voor de bovenlokale cultuurwerking, 41.000 euro voor de erfgoedcel en 11.000 euro voor het onroerend erfgoeddepot komt de totale inbreng vanuit de regio op 247.000 euro. Met een totaal inwonersaantal van 89.166 inwoners in de CO7-regio (1/1/2025) maakt dit 2,77 euro/inwoner.
De gemeentelijke bijdragen voor de periode 2027-2032 worden bijgevolg vastgelegd op 2,77 euro/inwoner. De bijdrages worden jaarlijks geïndexeerd, net zoals de Vlaamse subsidies.
De raad van bestuur van CO7 keurde het meerjarenplan en de meerjarenbegroting goed op 25 september 2025. Mits goedkeuring van de gemeenteraden van de CO7-gemeenten, zal de projectvereniging op basis van dit meerjarenplan en de bijhorende begroting in 2026 drie nieuwe aanvraagdossiers voor werkingssubsidies indienen bij de Vlaamse overheid.
De gemeentelijke bijdrage voor de periode 2027-2032 bedraagt 2,77 euro/inwoner. Deze bijdrage wordt jaarlijks aangepast aan de index van de consumptieprijzen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 29 ja stemmen en 3 onthoudingen (de raadsleden Six, Dehollander en Kinoo):
Artikel 1: het beleidsplan en de meerjarenbegroting 2027-2032 van CO7 goed te keuren.
Artikel 2: vanaf 2027 een gemeentelijke bijdrage van 2,77 euro/inwoner te voorzien, jaarlijks aanpasbaar aan de index, voor de werking van CO7.
CO7 (CultuurOverleg Zeven) is het samenwerkingsverband voor cultuur en erfgoed tussen de zeven gemeenten Heuvelland, Ieper, Langemark-Poelkapelle, Mesen, Poperinge, Vleteren en Zonnebeke.
CO7 werd opgericht in 2005 als projectvereniging. Op vandaag is binnen de projectvereniging een erfgoedcel en een intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst (IOED) actief. Daarnaast zet CO7 ook in op een bovenlokale cultuurwerking en staat ze in voor de regionale depotwerking rond cultureel en onroerend erfgoed vanuit Erfgoeddepot DEPOTYZE. De werking van CO7 wordt gefinancierd met gemeentelijke bijdragen én met Vlaamse subsidies binnen drie decreten. Op vandaag slaagt CO7 er zo in om ca. 7,58 euro/inwoner aan Vlaamse middelen naar de zuidelijke Westhoek te laten terugvloeien.
Het Erfgoeddepot DEPOTYZE kreeg in 2018 een erkenning als onroerend erfgoeddepot en ontvangt een Vlaamse subsidie voor de regionale werking. Deponering in het erfgoeddepot is betalend. De tarieven hiervoor werden vastgelegd door de raad van bestuur van CO7 op 11 januari 2024. In 2024 keurde de Vlaamse overheid de subsidieaanvraag voor het onroerend erfgoeddepot goed. Tot eind 2030 is het onroerend erfgoeddepot verzekerd van Vlaamse financiering.
De projectvereniging werd in het voorjaar van 2023 verlengd tot eind 2026. De verlenging en de nieuwe statuten werden goedgekeurd door de verschillende gemeenteraden van de CO7-regio.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Cultureelerfgoeddecreet (23 december 2021)
Onroerenderfgoeddecreet (12 juli 2013)
Bovenlokaalcultuurdecreet (8 maart 2024)
Volgens de huidige statuten eindigt de projectvereniging in 2026. Ook de Vlaamse subsidies voor de erfgoedcel, de cultuurwerking en de IOED, zijn verzekerd tot eind 2026. Op dat moment eindigen de samenwerkingsovereenkomsten met het Agentschap Onroerend erfgoed en het cultureel-erfgoedconvenant met Vlaanderen. De subsidiëring binnen het Decreet Bovenlokale cultuurwerking loopt eveneens af eind 2026.
In 2026 zal CO7 drie nieuwe aanvraagdossiers voor werkingssubsidies indienen bij de Vlaamse overheid. Hiertoe werden in 2025 een meerjarenplan en meerjarenbegroting opgemaakt die in het najaar van 2025 ter goedkeuring aan de gemeenteraden worden voorgelegd.
Om de werking te continueren na 2026 dient de projectvereniging te worden verlengd voor zes jaar tot eind 2032. Hiervoor werden de statuten gewijzigd. In de nieuwe statuten werd de looptijd aangepast en werd de gemeentelijke inbreng vastgelegd op 2,77 euro/inwoner tot eind 2032. De argumentatie rond de gemeentelijke bijdrage is opgenomen in het agendapunt betreffende beleidsplan en meerjarenbegroting 2027-2032 dat afzonderlijk aan de gemeenteraad wordt voorgelegd.
De gemeentelijke bijdrage voor de periode 2027-2032 bedraagt 2,77 euro/inwoner. Deze bijdrage wordt jaarlijks aangepast aan de index van de consumptieprijzen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 29 ja stemmen en 3 onthoudingen (de raadsleden Six, Dehollander en Kinoo):
Artikel 1: de projectvereniging CO7 te verlengen voor de periode 2027-2032.
Artikel 2: de gewijzigde statuten 2027-2032 goed te keuren.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Volgende punten worden op de agenda van de algemene vergadering van de vzw ACCI op 18 december 2025 om 18:30 uur geplaatst:
1. Verslag Algemene Vergadering 12 juni 2025, ter goedkeuring
2. Begroting 2026, ter goedkeuring
3. datum volgende Algemene Vergadering
Voor deze punten moet de gemeenteraad haar standpunt bepalen en de vertegenwoordiger van de stad in de algemene vergadering opdragen zijn stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad in verband met de te behandelen agendapunten.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 29 ja stemmen en 3 onthoudingen (de raadsleden Six, Dehollander en Kinoo):
Artikel 1: kennis te hebben genomen van de agenda van de algemene vergadering van ACCI, vzw van 18 december 2025 om 18:30 en de voorstellen van de agendapunten goed te keuren.
Artikel 2: goedkeuring te verlenen aan de voorgelegde de begroting 2026.
Artikel 3: de vertegenwoordiger van de stad binnen de algemene vergadering op te dragen zijn stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad in verband met de te behandelen agendapunten.
Het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, inzonderheid de artikels 2, 41 en 43.
De omzendbrief BB 2007/01 van 12 januari 2007 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering, betreffende de boekhouding van de besturen van de eredienst.
De kerkfabrieken stellen een meerjarenplan op voor hun financieel beheer gedurende een periode van zes jaar (2026-2031).
De meerjarenplannen moeten gelijktijdig ingediend worden bij de gemeenteoverheid, het representatief orgaan van de eredienst en de provinciegouverneur. Voor de rooms-katholieke kerkfabrieken worden de meerjarenplannen gecoördineerd ingediend door het Centraal kerkbestuur. De anglicaanse kerk, de protestantse kerk De Rots en de evangelische kerk De Hoeksteen dienen hun meerjarenplan afzonderlijk in.
De ontwerpen van meerjarenplannen 2026-2031 van de rooms-katholieke kerkfabrieken werden voorafgaand besproken in het overleg tussen het centraal kerkbestuur en de gemeente op 29 september 2025. De ontwerpen van meerjarenplannen 2026-2031 van de anglicaanse kerk, de protestantse kerk De Rots en de evangelische kerk De Hoeksteen werden eveneens in overleg met de gemeente besproken op 29 september 2025.
Het Centraal kerkbestuur heeft via de toepassing Religiopoint op 16/11/2025 de meerjarenplannen 2026-2031 van de volgende kerkfabrieken digitaal ingediend bij de gemeente, het representatief orgaan en ABB:
- Kerkfabriek St. Maarten – St. Niklaas
- Kerkfabriek St. Jacob
- Kerkfabriek St. Pieter
- Kerkfabriek O.l.v. Middelares
- Kerkfabriek St. Michiel Boezinge
- Kerkfabriek O.l.v. Hemelvaart Brielen
- Kerkfabriek St. Jan de Doper Dikkebus
- Kerkfabriek St. Petrus en Paulus Elverdinge
- Kerkfabriek O.l.v. Geboorte Hollebeke
- Kerkfabriek St. Jan
- Kerkfabriek St. Vedastus Vlamertinge
- Kerkfabriek O.l.v. Hemelvaart Voormezele
- Kerkfabriek St. Catharina Zillebeke
- Kerkfabriek St. Leonardus Zuidschote
Het erkend representatief orgaan heeft digitaal gunstig advies uitgebracht, door de gemeente ontvangen in de applicatie Religiopoint op 18/11/2025, betreffende de meerjarenplannen 2026-2031 van deze kerkfabrieken.
De Anglicaanse kerk heeft het meerjarenplan 2026 - 2031 digitaal ingediend via Religiopoint op 12/11/2025 bij de gemeente, representatief orgaan en ABB. Het Centraal Comité van de Anglicaanse Eredienst, heeft in zijn hoedanigheid van erkend representatief orgaan gunstig digitaal advies uitgebracht op 13/11/2025, door de gemeente ontvangen in de applicatie Religiopoint op 13/11/2025, betreffende het meerjarenplan 2026-2031 van de Anglicaanse kerk.
De Protestantse kerk De Rots heeft het meerjarenplan 2026-2031 digitaal ingediend via Religiopoint op 13/11/2025 bij de gemeente, representatief orgaan en ABB. De VPKB heeft in zijn hoedanigheid van erkend representatief orgaan gunstig digitaal advies uitgebracht op 14/11/2025, door de gemeente ontvangen in de applicatie Religiopoint op 14/11/2025, betreffende het meerjarenplan 2026-2031 van de Protestantse kerk De Rots.
De Protestants-evangelische kerk De Hoeksteen heeft het meerjarenplan 2026-2031 digitaal ingediend via Religiopoint op 14/11/2025 bij de gemeente, representatief orgaan en ABB. De Federale synode (VPKB) heeft in zijn hoedanigheid van erkend representatief orgaan gunstig digitaal advies uitgebracht op 18/11/2025, door de gemeente ontvangen in de applicatie Religiopoint op 18/11/2025, betreffende het meerjarenplan 2026-2031 van de Protestants-evangelische kerk De Hoeksteen.
De gemeenteraad dient zich uit te spreken over de goedkeuring van het meerjarenplan binnen een termijn van honderd dagen die ingaat op de dag na het inkomen van het advies van het erkend representatief orgaan.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo):
Artikel 1 : Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek St. Maarten - St. Niklaas goed te keuren.
Artikel 2 : Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek St. Jacob goed te keuren goed te keuren.
Artikel 3 : Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek St. Pieter goed te keuren goed te keuren.
Artikel 4: Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek O.l.v. Middelares goed te keuren.
Artikel 5: Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek St. Michiel Boezinge goed te keuren.
Artikel 6: Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek O.l.v. Hemelvaart Brielen goed te keuren.
Artikel 7: Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek St. Jan de Doper Dikkebus goed te keuren.
Artikel 8: Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek St. Petrus en Paulus Elverdinge goed te keuren.
Artikel 9: Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek O.l.v. Geboorte Hollebeke goed te keuren.
Artikel 10: Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek St. Jan goed te keuren.
Artikel 11: Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek St. Vedastus Vlamertinge goed te keuren.
Artikel 12: Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek O.l.v. Hemelvaart Voormezele goed te keuren.
Artikel 13: Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek St. Catharina Zillebeke goed te keuren.
Artikel 14: Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek St. Leonardus Zuidschote goed te keuren.
Artikel 15: Het meerjarenplan 2026-2031 van de Protestantse kerk De Rots goed te keuren.
Artikel 16: Het meerjarenplan 2026-2031 van de Anglicaanse kerk goed te keuren.
Artikel 17: Het meerjarenplan 2026-2031 van de Evangelische kerk De Hoeksteen goed te keuren.
Artikel 18: Een afschrift van dit besluit via de applicatie Religiopoint digitaal te sturen aan de provinciegouverneur, het centraal kerkbestuur, de kerkfabriek en het erkend representatief orgaan.
Het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, inzonderheid artikel 47.
De omzendbrief BB 2007/01 van 12 januari 2007 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering, betreffende de boekhouding van de besturen van de eredienst.
De besturen van de eredienst stellen jaarlijks een budget op. De basis voor het budget is het goedgekeurde meerjarenplan. De budgetten van de rooms-katholieke kerkfabrieken moeten gecoördineerd ingediend worden door het Centraal kerkbestuur. De protestantse kerkfabriek, de anglicaanse kerkfabriek en de evangelische kerk De Hoeksteen dienen hun budgetten afzonderlijk in.
De gemeente heeft van het Centraal kerkbestuur via de toepassing Religiopoint op 18/11/2025 de budgetten 2026 van de volgende kerkfabrieken ontvangen met gunstig advies van het representatief orgaan:
- Kerkfabriek St. Maarten – St. Niklaas
- Kerkfabriek St. Jacob
- Kerkfabriek St. Pieter
- Kerkfabriek O.l.v. Middelares
- Kerkfabriek St. Michiel Boezinge
- Kerkfabriek O.l.v. Hemelvaart Brielen
- Kerkfabriek St. Jan de Doper Dikkebus
- Kerkfabriek St. Petrus en Paulus Elverdinge
- Kerkfabriek O.l.v. Geboorte Hollebeke
- Kerkfabriek St. Jan
- Kerkfabriek St. Vedastus Vlamertinge
- Kerkfabriek O.l.v. Hemelvaart Voormezele
- Kerkfabriek St. Catharina Zillebeke
- Kerkfabriek St. Leonardus Zuidschote
De gemeente heeft van de Protestantse kerk, via de toepassing Religiopoint, op 16/11/2025 hun budget 2026 ontvangen met gunstig advies van het representatief orgaan.
De gemeente heeft van de Anglicaanse kerk, via de toepassing Religiopoint, op 13/11/2025 hun budget 2026 ontvangen met gunstig advies van het representatief orgaan.
De Evangelische kerk De Hoeksteen heeft hun budget 2026 ingediend bij het representatief orgaan en gunstig advies ontvangen, via de toepassing Religiopoint, op 18/11/2025.
Krachtens artikel 48 van het decreet van 7 mei 2004 dient de gemeenteraad binnen een termijn van vijftig dagen die ingaat op de dag na het inkomen van het budget bij de gemeenteoverheid akte te nemen van het budget indien de gemeentelijke bijdrage in het budget binnen de grenzen blijft van het bedrag opgenomen in het goedgekeurde meerjarenplan.
De gemeentelijke tussenkomsten zijn binnen de grenzen van de bedragen opgenomen in de goedgekeurde meerjarenplannen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo):
Artikel 1: akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek St. Maarten – St. Niklaas.
Artikel 2: akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek St. Jacob.
Artikel 3: akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek St. Pieter.
Artikel 4: akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek O.l.v. Middelares.
Artikel 5: akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek St. Michiel Boezinge.
Artikel 6: akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek O.l.v. Hemelvaart Brielen.
Artikel 7: akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek St. Jan de Doper Dikkebus.
Artikel 8: akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek St. Petrus en Paulus Elverdinge.
Artikel 9: akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek O.l.v. Geboorte Hollebeke.
Artikel 10: akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek St. Jan.
Artikel 11: akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek St. Vedastus Vlamertinge.
Artikel 12: akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek O.l.v. Hemelvaart Voormezele.
Artikel 13: akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek St. Catharina Zillebeke.
Artikel 14: akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek St. Leonardus Zuidschote.
Artikel 15: akte te nemen van het budget 2026 van de Protestantse kerk.
Artikel 16: akte te nemen van het budget 2026 van de Anglicaanse kerk.
Artikel 17: akte te nemen van het budget 2026 van de Evangelische kerk De Hoeksteen.
Artikel 18: een afschrift van dit besluit via de toepassing Religiopoint digitaal te sturen aan de provinciegouverneur, het centraal kerkbestuur, de kerkfabrieken en het erkend representatief orgaan.
Artikel 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Het stedelijk reglement betreffende de algemene gemeentebelasting van 2 december 2019 vervalt op 31 december 2025.
De Stad Ieper heeft tal van taken en opdrachten te vervullen om haar rol als centrumstad van de Westhoek waar te maken. Daarbij zorgt de uitgestrektheid van het grondgebied en geografische spreiding ervoor dat tal van voorzieningen meer of bijkomende investeringen vragen. Om al die taken tot een goed einde te kunnen brengen, dienen de nodige middelen beschikbaar te zijn.
De financiële toestand van de gemeente noodzaakt het bestuur tot het vestigen van een algemene gemeentebelasting ten einde voldoende financiële middelen te hebben om de taken van de gemeente volwaardig te kunnen uitvoeren.
Voor de personen die recht hebben op de verhoogde tegemoetkoming inzake gezondheidszorgen, zoals geregistreerd in het bestand van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, wordt er een sociale correctie toegepast.
Op voordracht van het college van burgemeester en schepenen;
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 17 ja stemmen en 15 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Algemene gemeentebelasting
Artikel 1 : Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse directe algemene gemeentebelasting geheven.
Artikel 2 :
a) De belasting is verschuldigd door de gezinnen die op 1 januari van het aanslagjaar, op het grondgebied van de stad Ieper zijn gedomicilieerd zoals blijkt uit de inschrijving in het bevolkings- of vreemdelingenregister.
b) De belasting is tevens verschuldigd door de gezinnen, gebruikers, uitbaters of eigenaars van gebouwen of gedeelten van gebouwen die op 1 januari van het aanslagjaar, op het grondgebied van de stad Ieper, zonder ondernemings- en/of vestigingsnummer, het genot of de mogelijkheid van genot van een woning, woongelegenheid of gebouw hebben zonder nochtans ingeschreven te zijn in het bevolkings- of vreemdelingenregister.
Artikel 3 :
Onder gezin wordt verstaan :
a. een persoon die gewoonlijk alleen leeft;
b. twee of meer personen die, al dan niet door verwantschap aan elkaar verbonden, gewoonlijk in één en dezelfde woning verblijven en er samenleven.
In die zin maken, overeenkomstig de omzendbrief van het ministerie van binnenlandse zaken en ambtenarenzaken, dd. 7 oktober 1992, betreffende het houden van de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister, één gezin uit:
a) al de leden van een kloostergemeenschap die in eenzelfde woning verenigd zijn,
b) de personen die toegelaten zijn tot rustoorden,
c) de loontrekkenden die gewoonlijk bij hun werkgever thuis verblijven.
Artikel 4 : De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor ieder jaar, met dien verstande dat de bestaande toestand op 1 januari in aanmerking genomen wordt.
Een belastingplichtige die zich in de stad komt vestigen of (de mogelijkheid tot) het genot als bedoeld in artikel 2 verwerft na 1 januari wordt slechts belast met ingang van het volgende jaar.
Als datum van het gevestigd zijn geldt:
a) de datum van inschrijving in het bevolkingsregister te Ieper bij aankomst.
b) de datum van inschrijving in de nieuwe gemeente bij vertrek uit Ieper.
Als datum van genot of mogelijkheid tot genot geldt:
a) de datum van de aankoop- en verkoopakte van het onder artikel 2b bedoelde goed of
b) de start- en einddatum van de overeenkomst tussen de belastingplichtige en de eigenaar van het onder artikel 2b bedoelde goed.
Artikel 5 : De jaarlijkse directe algemene gemeentebelasting bedraagt :
a) 45,00 euro (basisbedrag)
b) te vermeerderen met 11,00 euro per gezinslid (elke inwoner van het adres)
worden vrijgesteld van deze vermeerdering :
* Inwonende kinderen van 0 – 21 jaar
* Personen die recht hebben op de verhoogde tegemoetkoming inzake gezondheidszorgen zoals geregistreerd in het bestand van de Kruispuntbank van de sociale Zekerheid (alle beschikbare categorieën)
Artikel 6 : De tarieven worden gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemt overeen met de index van oktober 2025. Het tarief wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan het aanslagjaar voorafgaat. De berekening van het nieuw tarief gebeurt volgens de volgende formule: [huidig tarief] x gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat / gezondheidsindexcijfer van oktober 2025.
Bij de toepassing van deze formule wordt afgerond op één cijfer na de komma, waarbij uitkomsten van het tweede cijfer na de komma van 4 of lager naar beneden worden afgerond en van 5 of hoger naar boven worden afgerond.
Artikel 7 : De belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen
Artikel 8 : De belasting moet betaald worden binnen twee maanden van de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 9 : De belasting wordt gevestigd lastens de referentiepersoon van het gezin, d.i. de persoon die als dusdanig in het bevolkings- of vreemdelingenregister gekend is. De volwassen gezinsleden zoals vermeld in artikel 3 zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Bij toepassing van artikel 2b wordt de belasting gevestigd lastens de referentiepersoon van het gezin, de gebruiker, de uitbater of eigenaar van het gebouw of gedeelte ervan.
Artikel 10 : De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk of per duurzame drager worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.
De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 11 : Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikel 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
De Stad Ieper heeft tal van taken en opdrachten te vervullen om haar rol als centrumstad van de Westhoek waar te maken. Daarbij zorgt de uitgestrektheid van het grondgebied en geografische spreiding ervoor dat tal van voorzieningen meer of bijkomende investeringen vragen. Om al die taken tot een goed einde te kunnen brengen, dienen de nodige middelen beschikbaar te zijn. Ook natuurlijke personen en rechtspersonen, die op het grondgebied van de stad een vrij beroep, een zelfstandige of enige andere economische activiteit uitoefenen, dienen bij te dragen in de financiering van de algemene uitgaven van de stad Ieper.
Het heffen van een minimumbelasting is gerechtvaardigd door enerzijds de noodzaak om de administratieve kost van de belastingheffing te dekken en anderzijds doordat kan worden aangenomen dat de voorziene minimumbedragen binnen de draagkracht liggen van elke belastingplichtige.
Het oppervlaktecriterium met een daaraan gekoppelde gedifferentieerde tariefstructuur laat op adequate wijze toe om, bij benadering en in overeenstemming met het beginsel van de verdelende rechtvaardigheid, de belasting vast te stellen.
Het oppervlaktecriterium wordt als berekeningsbasis redelijk en objectief beschouwd teneinde de gemeentebelasting op bedrijven te berekenen.
De belasting beoogt belastingplichtigen met verschillende toestanden en die verscheidenheid moet noodzakelijkerwijs worden opgevangen in vereenvoudigde categorieën. De normen van een belasting kunnen niet worden aangepast naargelang de eigenheid van elk individueel geval. Er kan niet voor elk soort bedrijf (elk met hun eigen en meest uiteenlopende kenmerken) worden voorzien in een specifieke belastingregeling.
Verschillen inzake financiële draagkracht en/of economische rentabiliteit maken redelijk verantwoorde differentiatiecriteria uit voor de toepassing van het belastingreglement en het verschil in tarifering.
Categorieën van bedrijven die door hun aard de grond (bodem) als natuurlijk productiemiddel aanwenden en die in vergelijking met andere categorieën een lager rendement per vierkante meter oppervlakte hebben, hebben een uitzonderlijke nood aan grotere oppervlakten om een economisch leefbare (rendabele) exploitatie te kunnen realiseren. De tariefstructuur komt tegemoet aan de doelstelling van een evenwichtige spreiding in functie van de financiële draagkracht door voor land- en tuinbouwbedrijven hun weilanden en cultuurgronden niet te belasten.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 17 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Algemene gemeentebelasting bedrijfsvestigingen
Artikel 1: Heffingstermijn
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse algemene gemeentebelasting op bedrijfsvestigingen geheven.
Artikel 2: Definities
Artikel 3: Belastingplichtige
a) De belasting wordt geheven ten laste van eenieder die houder is van een ondernemingsnummer, en die op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de stad Ieper, in hoofd- of bijberoep, onder het ondernemingsnummer of één of meerdere gekoppeld(e) vestigingsnummer(s):
b) Voor de toepassing van deze verordening wordt eenieder die houder is van een ondernemingsnummer en/of vestigingsnummer op het grondgebied van de stad Ieper op 1 januari van het aanslagjaar, beschouwd als een beoefenaar van een belastbare activiteit.
c) Bij een tijdelijke onderbreking van de werkzaamheden of zolang de vereffening van een vennootschap niet is afgesloten blijft de hoedanigheid van belastingplichtige bestaan.
d) De hoedanigheid van belastingplichtige gaat slechts verloren wanneer de in artikel 3 a opgesomde activiteiten zijn stopgezet, zoals blijkt uit de schrapping van het ondernemingsnummer of enig ander attest afgeleverd door de FOD Financiën.
Artikel 4: Grondslag
a) Als belastbare oppervlakte komt in aanmerking : de totale oppervlakte, zowel bebouwde als onbebouwde, die voor de uitoefening van de beroepsactiviteit of voor de bedrijfsuitbating wordt gebruikt, kan gebruikt worden, of hiervoor noodzakelijk is, met inbegrip van alle oppervlakte die een functionele band heeft met de uitoefening van de beroepsactiviteit of met de bedrijfsuitbating.
Komt niet in aanmerking:
b) Alle belastingplichtigen worden geacht over een belastbare bedrijfsvestiging te beschikken waarvoor minstens de minimumbelasting verschuldigd is.
Artikel 5: Tarieven
a) Het bedrag van de verschuldigde belasting wordt op basis van de belastbare oppervlakte per 1 januari van het aanslagjaar en per vestiging vastgesteld op:
b) De tarieven worden gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemt overeen met de index van oktober 2025. Het tarief wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan het aanslagjaar voorafgaat. De berekening van het nieuw tarief gebeurt volgens de volgende formule: [huidig tarief] x gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat / gezondheidsindexcijfer van oktober 2025.
Bij de toepassing van deze formule wordt er voor de tarieven per m² afgerond op twee cijfers na de komma, waarbij uitkomsten van het derde cijfer na de komma van 4 of lager naar beneden worden afgerond en van 5 of hoger naar boven worden afgerond. Voor het minimumtarief wordt afgerond op één cijfer na de komma, waarbij uitkomsten van het tweede cijfer na de komma van 4 of lager naar beneden worden afgerond en van 5 of hoger naar boven worden afgerond.
c) De belasting is jaarlijks en ondeelbaar verschuldigd op basis van de toestand op 1 januari van het aanslagjaar.
d) De stopzetting of vermindering van de activiteit in de loop van een aanslagjaar, evenals de vermindering van de belastbare oppervlakte tijdens hetzelfde aanslagjaar, geven geen aanleiding tot enige belastingvermindering.
Artikel 6: Vrijstellingen
Zijn van deze belasting vrijgesteld:
a) de rechtspersonen vermeld in de artikelen 180 en 181 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992;
b) de gemeentelijke autonome gemeentebedrijven van de stad Ieper,
c) natuurlijke personen met het statuut van student-zelfstandige zolang ze voldoen aan de voorwaarden om dit statuut te bezitten.
Artikel 7: Inkohiering
a) De belasting wordt berekend en geheven op basis van de gegevens van het belastingkohier inzake de actuele provinciale belastingverordening op bedrijven zonder dat er voor de bedrijven een afzonderlijke aangifteplicht is.
b) Belastingplichtigen die geen aanslagbiljet ontvingen, zijn er evenwel toe gehouden voor 31 december van het aanslagjaar bij het stadsbestuur de nodige aangifteformulieren aan te vragen. De belastingplichtige dient desgevallend verplicht het correct ingevulde en ondertekende aangifteformulier binnen de 15 dagen terug te sturen.
Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het stadsbestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De overeenkomstig artikel 7 b ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag¸ gelijk aan een vierde van de verschuldigde belasting, indien de belastingplichtige een eerste maal verzuimt aan de aangifteplicht, met de helft, indien de belastingplichtige voor een tweede of volgende keer verzuimt aan de aangifteplicht. Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
c) De belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
d) De belasting moet betaald worden binnen twee maanden van de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 8: Bezwaar
De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk of per duurzame drager worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.
De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 9: Inwerkingtreding
Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikel 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Het stedelijk reglement betreffende de belasting op de reclame- en publiciteitspanelen zichtbaar van op de openbare weg van 2 december 2019 vervalt op 31 december 2025.
Op tal van plaatsen worden er reclame- en publiciteitspanelen aangebracht. Deze zijn in zekere mate een vorm van visuele vervuiling. De Stad Ieper is begaan met zijn esthetisch uitzicht en wenst met deze belasting de wildgroei tegengaan. Om hier enige orde in te houden en te vermijden dat er toch wildgroei ontstaat, dient dit opgevolgd te worden. In die zin is het opportuun daar ook via een belasting enige vergoeding tegenover te plaatsen.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Belasting op de reclame- en publiciteitspanelen zichtbaar van op de openbare weg
Artikel 1: Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de panelen, geplaatst op het grondgebied van de gemeente, langs de openbare weg of op een plaats in de open lucht, zichtbaar vanaf de openbare weg en bestemd voor het voeren van reclame of publiciteit.
Onder panelen voor reclame of publiciteit wordt verstaan:
Iedere constructie, ongeacht uit welk materiaal deze vervaardigd is, opgericht voor het aanbrengen van reclame of publiciteit, hetzij door beplakking of vasthechting op een andere wijze, hetzij door beschildering, met een minimum oppervlakte van één (1) m².
Worden gelijkgesteld met genoemde borden: de muren of gedeelten van muren, afsluitingen, die in huur of in gebruik worden genomen met het oog op het aanbrengen van reclame of publiciteit.
Voor de muren of gedeelten van muren waarop reclame wordt aangebracht, moet de bedekte totale oppervlakte worden beschouwd als één paneel, ook indien er verschillende reclames op voorkomen.
Artikel 2: De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de constructie op 1 januari van het belastingjaar, indien deze niet gekend is, is de belasting verschuldigd door de eigenaar van de grond waarop het paneel is geplaatst, of door de eigenaar van de muur of de afsluiting waarop de reclame is aangebracht.
Artikel 3: Het jaarlijkse bedrag van de belasting wordt bepaald per paneel en vastgesteld op 83,00 euro/m².
Voor een paneel wordt als belastbare oppervlakte de nuttige oppervlakte in aanmerking genomen, zijnde de oppervlakte die voor aanplakking kan worden gebruikt, met uitzondering van de omlijsting.
Voor muren en afsluitingen beperkt de belastbare oppervlakte zich tot het beschilderde of beplakte deel ervan, of tot de oppervlakte die bekomen wordt door een rechthoek, gevormd door de uiterste punten.
Voor constructies waarvan twee of meerdere zijden zichtbaar zijn, dient de oppervlakte van deze zijden samengeteld.
Artikel 4: Het voormelde tarief in artikel 3 wordt gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemt overeen met de index van oktober 2025. Ze wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat.
Formule: [huidig tarief] x gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat / gezondheidsindexcijfer van oktober 2025. Het bedrag wordt afgerond naar boven, naar de eerstvolgende halve euro.
Artikel 5: De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor geheel het jaar, ongeacht het tijdstip in de loop van het begrotingsjaar waarop het betrokken paneel wordt geplaatst, met uitzondering van hetgeen is bepaald in artikel 6.
Artikel 6: De belasting is niet verschuldigd voor:
a) de panelen die worden geplaatst voor een periode korter dan 2 weken;
b) de panelen die uitsluitend voorbehouden zijn voor een openbare dienst of voor een werk of organisme zonder winstoogmerk van menslievende, artistieke, letterkundige, wetenschappelijke aard of van openbaar nut;
c) de panelen bestemd voor het aanbrengen van aanplakkingen die onderworpen zijn aan de gemeentelijke aanplakkingsrechten;
d) de panelen, alhoewel zichtbaar van op de openbare weg, geplaatst op sportterreinen en gericht naar de plaats van de sportbeoefening;
e) de panelen of uithangborden die uitsluitend gebruikt worden op een bepaalde plaats om aan het publiek de handel of de nijverheid te doen kennen die daar uitgebaat wordt, de merken van de producten die daar verkocht of vervaardigd worden, het beroep dat er uitgeoefend wordt en in het algemeen, de activiteiten die er plaatshebben, op voorwaarde dat het paneel of uithangbord geplaatst wordt op minder dan 100 meter van de vestiging;
f) de panelen die enkel en alleen worden gebruikt ter gelegenheid van wettelijk voorziene verkiezingen.
Artikel 7: De in artikel 6e bedoelde panelen of uithangborden die geplaatst zijn aan de openbare weg dienen ten minste 1,50 meter van de volle breedte van het voetpad vrij te houden.
Artikel 8: De belastingplichtige ontvangt vanwege het stadsbestuur een aangifteformulier die hij verplicht dient terug te sturen binnen de vijftien dagen. De belastingplichtige is vrijgesteld van aangifteplicht indien hij voor het vorig aanslagjaar werd aangeslagen en indien de belastbare toestand ongewijzigd is gebleven.
Artikel 9: Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Artikel 10: De overeenkomstig artikel 9 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag¸ gelijk aan een vierde van de verschuldigde belasting, indien de belastingplichtige een eerste maal verzuimt aan de aangifteplicht, met de helft, indien de belastingplichtige voor een tweede of volgende keer verzuimt aan de aangifteplicht. Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Artikel 11: De belasting wordt ingekohierd op naam van de natuurlijke- of rechtspersoon die de beschikking heeft over het aanplakpaneel. In geval de belasting dient ingevorderd te worden ten overstaan van de eigenaar van de grond waarop het paneel is geplaatst of van de eigenaar van de muur of de afsluiting waarop de reclame is aangebracht, kan dit gebeuren krachtens hetzelfde kohier, mits aflevering van een nieuw aanslagbiljet op naam van de persoon die verantwoordelijk kan worden gesteld voor de betaling van de belasting.
Artikel 12: De belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 13: De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk of per duurzame drager worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.
De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 14: Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking
Artikel 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Het stedelijk reglement betreffende de belasting op voertuigen met publiciteitsdoeleinden van 2 december 2019 vervalt op 31 december 2025.
Publiciteitsvoertuigen zijn een vorm van visuele vervuiling. De stad Ieper is begaan met zijn esthetisch uitzicht en wenst met deze belasting de wildgroei aan voertuigen en aanhangwagentjes met publiciteit voor fuiven, winkels, opendeurdagen,…. te beperken.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Belasting op voertuigen met publiciteitsdoeleinden
Artikel 1: Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting gevestigd op voertuigen voor publiciteitsdoeleinden met of zonder eigen beweegkracht die de openbare weg gebruiken, op de openbare weg geplaatst zijn of vanaf de openbare weg zichtbaar zijn.
Artikel 2: De belasting is verschuldigd door de persoon die de publiciteit maakt. De persoon voor wiens rekening de publiciteit gemaakt wordt, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 3: De belasting wordt vastgesteld op 125,00 euro per dag en per voertuig.
Elk gedeelte van een dag wordt beschouwd als een volle dag.
Artikel 4: Het voormelde tarief in artikel 3 wordt gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemt overeen met de index van oktober 2025. Ze wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat.
Formule: [huidig tarief] x gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat / gezondheidsindexcijfer van oktober 2025. Het bedrag wordt afgerond naar boven, naar de eerstvolgende halve euro.
Artikel 5: Worden vrijgesteld van deze belasting:
a) publiciteit aangaande van of bevolen door de Staat, de provincie, de gemeente of openbare instellingen;
b) deze belasting is in geen geval toepasselijk op de publiciteit die in bijkomstige orde gevestigd is op voertuigen die voor andere doeleinden gebruik maken van de openbare weg, zoals autobussen, leveringsvoertuigen,…
Artikel 6: De belastingplichtige is gehouden, ten laatste de dag voor de dag waarop het gebruik aanvangt, aan het stadsbestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.
Artikel 7: Alle voertuigen of inrichtingen die aangetroffen worden op de openbare weg en die in strijd zijn met onderhavig reglement kunnen door de bevoegde overheid verwijderd worden op kosten en risico van de eigenaar van het voertuig.
Artikel 8: De belasting wordt contant geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs bij het afleveren van de vergunning. De vergunning dient op een goed zichtbare plaats op het voertuig te worden aangebracht. Bij gebreke aan contante betaling wordt de belasting ingekohierd. Het kohier wordt vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9: De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk of per duurzame drager worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.
De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum van de contante inning of ingeval van inkohiering binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10: Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking
Artikelen 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet;
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Het stedelijk reglement betreffende de belasting op de bank- en daarmee gelijkgestelde instellingen van 2 december 2019 vervalt op 31 december 2025.
De aanwezigheid van bank- en daarmee gelijkgestelde instellingen en/of bankautomaten op het grondgebied van de Stad geeft aanleiding tot verhoogde veiligheidsrisico's. Om de veiligheid van de burgers te waarborgen in de omgeving van banken en bankautomaten is er een noodzaak aan verhoogd politietoezicht. Het extra aantal patrouilles werkt preventief en is ook soms nodig in het kader van alarmwerking. Om deze beveiliging te kunnen garanderen zijn personeel en middelen nodig.
De bankautomaten gelegen in de deelgemeenten worden vrijgesteld van deze belasting. Dit omdat het belangrijk is deze diensten waar mogelijk te blijven aanbieden in de deelgemeenten voor mensen die minder mobiel zijn.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 16 ja stemmen, 15 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck, Stubbe en Kinoo) en 1 niet gestemd (het raadslid Sampers) het volgende reglement goed te keuren:
Belasting op de bank en daarmee gelijkgestelde instellingen
Artikel 1: Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de bank- en financieringsinstellingen.
Wordt voor de toepassing van deze belasting als dusdanig aangezien:
elke bank-, financierings-, kredietinstelling, spaarbank of wisselkantoor en alle inrichtingen die zich met dergelijke bank- of financieringsactiviteiten inlaten, hun agentschappen, bijkantoren, de eenmanszaken en de automaten bestemd voor bankverrichtingen, die gevestigd of geïnstalleerd zijn op het grondgebied van de gemeente en voor het publiek toegankelijk zijn.
Met eenmanszaak wordt bedoeld de inrichting die spaar-, leen-, wissel- en/of hypotheekverrichtingen aanbiedt en door één persoon in hoofdberoep wordt geëxploiteerd onder eigen naam en/of als waarnemer van een agentschap of bijkantoor van een bank- of financieringsinstelling.
Onder automaten bestemd voor bankverrichtingen wordt verstaan: de toestellen die volautomatisch werken en het cliënteel in de mogelijkheid stellen geldopnemingen en/of spaar- of betaalverrichtingen te doen. .
Een inrichting wordt door deze belasting als publiek toegankelijk beschouwd wanneer het cliënteel er terecht kan voor bank- en/of financieringsverrichtingen, ongeacht of het grootste deel van bedoelde verrichtingen al dan niet ter plaatse wordt afgehandeld.
Artikel 2: De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon onder wiens handelsnaam, logo of embleem, de vorenbedoelde instellingen, agentschappen of bijkantoren, eenmanszaken en bankautomaten worden geëxploiteerd op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 3: De belasting wordt vastgesteld als volgt:
a) per instelling met een personeelsbestand van meer dan 20 personen: 1.250 euro
b) per instelling met een personeelsbestand van meer dan 10 doch
hoogstens 20 personen: 940 euro
c) per instelling met een personeelsbestand van meer dan 5 doch
hoogstens 10 personen: 630 euro
d) per instelling met een personeelsbestand van meer dan 1 doch
hoogstens 5 personen: 315 euro
e) per eenmanszaak: 125 euro
f) per automaat bestemd voor bankverrichtingen: 315 euro
Het hierboven bedoelde personeelsbestand omvat eveneens de persoon (personen), verantwoordelijk voor de exploitatie.
Er is een vrijstelling voor de bankautomaten die gelegen zijn in de deelgemeenten van het Ieperse grondgebied.
Artikel 4: Het voormelde tarief in artikel 3 wordt gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemt overeen met de index van oktober 2025. Ze wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat.
Formule: [huidig tarief] x gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat / gezondheidsindexcijfer van oktober 2025. Het bedrag wordt afgerond naar boven, naar de eerstvolgende halve euro.
Artikel 5: De belasting is ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd, welke ook de datum is waarop de dienstverlening aanvangt of eindigt.
Artikel 6: De belastingplichtige ontvangt vanwege het stadsbestuur een aangifteformulier die hij verplicht dient terug te sturen binnen de vijftien dagen. De belastingplichtige is vrijgesteld van aangifteplicht indien hij voor het vorig aanslagjaar werd aangeslagen en indien de belastbare toestand ongewijzigd is gebleven.
Van de verandering van houder of van de definitieve stopzetting van bedrijvigheid dient binnen de maand aangifte te worden gedaan bij het gemeentebestuur.
Artikel 7: Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 6 vastgestelde termijn of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Artikel 8: De overeenkomstig artikel 7 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag.
a) gelijk aan een vierde van de verschuldigde belasting, indien de belastingplichtige een eerste maal verzuimt aan de aangifteplicht;
b) met de helft, indien de belastingplichtige voor een tweede of volgende keer verzuimt aan de aangifteplicht. Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Artikel 9: De belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 10: De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 11: De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk of per duurzame drager worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.
De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 12: Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking
Artikel 41, 162 en 170 § 4 en 173 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 dd. 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit
Het decreet van 23 december 2011 betreffende duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen (het Materialendecreet genoemd) dat het duurzaam materialenbeheer in Vlaanderen regelt. Meer in het bijzonder is dit decreet de juridische grond op basis waarvan de gemeenten instaan voor de organisatie van de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval dat ontstaat op hun grondgebied. Artikel 26 van dat decreet laat toe dat de gemeente een intergemeentelijk samenwerkingsverband (in casu IVVO) machtigt de door de gemeente goedgekeurde belastingen voor het beheer van huishoudelijk afval te innen in opdracht van die gemeente. Dergelijke machtiging levert voor de gemeente een administratieve vereenvoudiging op.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA genoemd). Het legt de gemeenten op om rekening te houden met diverse kosten bij het bepalen van de gemeentelijke afvalbelastingen en de voorwaarden van de bijdrage in de kosten van huishoudelijk afvalbeheer. Tevens wordt een minimale en maximale tarifering voor bepaalde afvalfracties vastgelegd in bijlage 5 van Vlarema.
Het Uitvoeringsplan voor huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval 2023-2030 (Lokaal Materialenplan) goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 2 mei 2023 en latere wijzigingen.
Het Ministerieel Besluit tot toekenning van een subsidie aan IVVO voor een project in het kader van het asbestafbouwbeleid dd. 3 december 2020.
De door de gemeente verleende beheeroverdracht aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband IVVO wiens raad van bestuur voorstelt om de gemeentelijke contantbelasting reglementen te uniformiseren en vereenvoudigen.
In het Lokaal Materialenplan 2023-2030 krijgen lokale besturen de opdracht om de hoeveelheid restafval aanzienlijk te doen dalen. Dit vergt bijkomende sorteer- en preventie-inspanningen van de burger. Door een financiële prikkel kan die hiertoe extra gemotiveerd worden: wie minder restafval aanbiedt en dus beter sorteert, zal minder betalen.
De Raad van Bestuur van IVVO adviseert haar gemeentevennoten om de tarieven van het niet-recycleerbaar restafval (inclusief grofvuil) en gft-afval te uniformiseren naar 1 tarief per afvalfractie zodat elke burger als inwoner of 2de verblijver eenzelfde aanrekening krijgt, ongeacht in welke IVVO-gemeente de dienstverlening geldt.
De kustgemeenten wensen gezamenlijk een apart gelijkgesteld tarief in te voeren, rekening houdend met de problematiek ophaling in eigen beheer en het stimuleren van het gebruik van de brengpunten.
De hoeveelheid restafval moet verder dalen naar 90 kg/inw voor de niet-kustgemeenten door hogere sorteerinspanningen tegen 2030 conform het Lokaal Materialenplan 2023-2030. Gewichtsdiftar zorgt voor een juiste, eerlijke aanrekening van de exacte hoeveelheid aangeboden afval. Dit levert het beste middel voor de hantering van het principe ‘De vervuiler betaalt’. Een aanrekening per kg stimuleert elke burger om beter te sorteren waardoor goede sorteerders financieel worden beloond. Volumediftar via restafvalzakken daarentegen bevordert onvoldoende een goed sorteergedrag. Vooral het organisch keukenafval belandt bij het gebruik van een restafvalzak gemakkelijkheidshalve vaak bij het restafval alhoewel dit bij gft-afval hoort. Uit een recente sorteeranalyse in de IVVO-regio (voorjaar 2025) blijkt dat de totale hoeveelheid composteerbaar afval (incl. voedselverspilling) oploopt van 25% tot zelfs 55% bij hoogbouw! Dit organisch afval mag volgens het Lokaal Materialenplan niet meer aangeboden worden bij restafval. Bijgevolg wordt door IVVO aanbevolen om de restafvalzakken uit te faseren (tegen eind april 2026).
De stad is echter van mening dat de restafvalzak in een aantal gevallen (kleine woongelegenheden, tijdelijke verblijven, aanvullend op de container...) een meerwaarde biedt en wenst deze daarom verder aan te bieden. Weliswaar wordt de tarifering aangepast en zal toegezien worden op misbruik (aanbieden van te zware zakken). Er dient maximaal gebruik gemaakt van restafvalcontainers. Er kan uitgegaan worden van een gemiddeld gewicht van een restafvalzak van ong. 6,4kg. Rekening houdende met de aankoopprijs van de restafvalzak (ong. 0,11 EUR/zak) kan een contantbelasting van 2,35 EUR per restafvalzak worden afgeleid.
De verwerkingskost van restafval (huisvuil en grofvuil) stijgt jaarlijks en zal de komende jaren nog verder toenemen. Enerzijds door een verdubbeling van de milieuheffing door de OVAM vanaf 1 januari 2026. Het is aangewezen deze verhoging deels door te rekenen zodat nog meer burgers worden gestimuleerd om beter te sorteren. Anderzijds is er de impact van de invoering van ETS (Emissie Trading System) op afvalverbranding vanaf 2027 door Europa. Dit werd nog niet in rekening gebracht, maar zal een impact hebben op de verbrandingskosten van restafval.
Gft-afval en andere recycleerbare fracties dienen maximaal gesorteerd te worden. Daarom wordt de bijdrage van de burger voor de ophaling en verwerking van gft-afval expliciet laag gehouden. Het goed sorteren van keukenafval (=zwaarste afvalfractie) uit het restafval levert elke burger een aanzienlijke besparing op van 0,28 €/kg (0,35 €/kg – 0,07 €/kg).
VVSG/Interafval adviseert een minimale kostendekkingsgraad van 75% na te streven. De huidige kostendekkingsgraad voor de stad Ieper bedraagt momenteel slechts 51%. Het saldo van de ophaal- en verwerkingskosten wordt gedragen door de gemeente. Ook de beheersvergoeding omvattende de aankoop van de containers en chips, de ident- en weegapparatuur voor de ophaalwagens, de diftar nazorg en de backoffice klantendienst wordt niet doorgerekend aan de burger maar gefinancierd met de algemene gemeentebelasting.
Op basis van een kosten-batenanalyse bij alle gemeenten van de ophaal- en verwerkingskosten van rest- en gft-afval versus de bijdrage van de burger via de contantbelasting stelt IVVO om de contantbelasting bij haar 9 gemeenten (andere dan kustgemeenten) te uniformiseren als volgt :
- 0,35 €/kg voor restafval
- 0,07 €/kg voor gft-afval
De inzameling van grofvuil (eveneens als restafval te beschouwen) op afroep wordt aangepast. De werkelijke ophaal-en verwerkingskost is veel hoger dan 100 EUR en is niet evenredig aan de contantbelasting voor restafval. Het verhogen van dit bedrag zet eveneens aan tot hogere sorteerinspanningen.
De inzameling van groot tuinafval op afroep wordt aangepast. De werkelijke ophaal-en verwerkingskost is veel hoger dan 50 EUR en is niet evenredig aan de contantbelasting. Rekening houdende met de ingezette personeelskost, de prijsstijging brandstof en de verwerkingskost is een contantbelasting van 120 EUR te rechtvaardigen. Het aantal vrachten wordt beperkt om misbruik te vermijden.
Op advies van Administratie Binnenlands Bestuur dient de indexering van de tarieven eenduidig bepaald. De indexering zal jaarlijks gebeuren per 1 januari. De indexeringswijze is gebaseerd op artikel 5.1.4 van het Vlarema en de berekening wordt omschreven in dit reglement.
Het stedelijk reglement betreffende de contantbelasting op het inzamelen aan huis, het verwijderen en verwerken van rest- en gft-afval, pmd-afval en asbest van 5 december 2022 komt te vervallen op 31 december 2025.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente;
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen;
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 16 ja stemmen, 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck, Stubbe en Kinoo) en 2 niet gestemd (de raadsleden Desmadryl en W. Vandamme) het volgende reglement goed te keuren:
Contantbelasting op het inzamelen aan huis, het verwijderen en verwerken van rest- en gft-afval, pmd-afval en asbest
Artikel 1
Er wordt voor een termijn met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een contantbelasting gevestigd op de inzameling en verwerking van rest- en gft-afval via het diftarsysteem en van pmd-afval. Voor de bronophaling van gebonden asbestafval is de termijn bepaald in artikel 9.
Artikel 2
De definities opgenomen in het Materialendecreet en het VLAREMA zijn van toepassing op dit reglement.
Onder restafval wordt verstaan:
Alle afvalstoffen die ontstaan door de normale werking van de particuliere huishouding en/of afvalstoffen ontstaan door een daarmee vergelijkbare bedrijfsactiviteit zowel naar hoeveelheid als naar samenstelling en die in een daartoe bestemd recipiënt kunnen worden aangeboden met uitzondering van alle selectief ingezamelde afvalstoffen aan huis, via brengpunten en/of via recyclagepark.
Onder gft wordt verstaan:
Groente-, fruit- en tuinafval (inclusief etensresten en voedingsmiddelen) zoals schillen en resten van fruit, groenten en aardappelen, dierlijk en plantaardig keukenafval en etensresten, broodresten, koffiedik en papieren koffiefilters, huishoudpapier, noten, pitten, vlees-en visresten, schaaldierresten (uitgezonderd mosselschelpen, oesterschelpen,..), vaste zuivelproducten (kaasresten), eieren, eierschalen, fijn tuin- en snoeiafval (bladeren, gras, onkruid, haagscheersel, versnipperd snoeihout,..), kamer-en tuinplanten, schaafkrullen en zaagmeel van onbehandeld hout, mest van kleine huisdieren (hamster, cavia, konijn) en die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of bedrijfsactiviteit die gelijkaardig is met een huishouden.
Onder PMD wordt verstaan:
Plastieken verpakkingen, Metalen verpakkingen en drankkartons.
Onder asbest wordt verstaan:
Cementgebonden asbest, waaronder dak- en gevelbekleding, schoorsteenpijpen, bloembakken,…
Artikel 3
De belasting is hoofdelijk verschuldigd door:
- de referentiepersoon van elk gezin als zodanig ingeschreven in de bevolkingsregisters of in het vreemdelingenregister, en die geregistreerd is als aansluitpunt van het DIFTAR-systeem en als dusdanig gekend is als afvalproducent, gebruik makend van container(s) voorzien van een elektronische gegevensdrager
- de referentiepersoon van elk gezin die op het grondgebied van de gemeente om het even welke woning of woongelegenheid in gebruik heeft, hetzij tijdelijk, hetzij als tweede verblijf of zich het gebruik ervan voorbehoudt zonder nochtans ingeschreven te zijn in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister en die beroep doet op de dienstverlening
- iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die als hoofd- en/of bijkomende activiteit op het grondgebied van de gemeente een commerciële, industriële, landbouw- of dienstverlenende activiteit uitoefent en die beroep doet op de dienstverlening
- verenigingen, gemeenschapshuizen, kerkfabrieken, openbare en semi-openbare instellingen,… die beroep doen op de dienstverlening
Artikel 4
Containers
Het rest- en gft-afval wordt aangeboden in respectievelijk grijze en groene containers die in opdracht van de gemeente door IVVO ter beschikking worden gesteld. De containers zijn eigendom van IVVO. Andere containers worden niet geledigd. Het restafval kan eveneens aangeboden worden in reglementaire restafvalzakken.
De containers bevatten een ingebouwde elektronische gegevensdrager waardoor de identiteit van de normale gebruiker gekend is. De containers behoren toe aan de fysische locatie (gebouw, infrastructuur of domein) van het aansluitpunt. Het gebruik van een restafvalcontainer en/-of officiële restafvalzak is verplichtend.
De ophaler aangeduid door het intergemeentelijk samenwerkingsverband IVVO waartoe de gemeente behoort, haalt alleen restafval op opgeborgen in de IVVO restafvalcontainer (en de officiële restafvalzakken van de gemeente), overeenkomstig het plaatselijk politiereglement.
De ophaler aangeduid door het intergemeentelijk samenwerkingsverband IVVO waartoe de gemeente behoort, haalt alleen PMD op opgeborgen in de officiële pmd zakken met IVVO-logo, overeenkomstig het plaatselijk politiereglement.
Het gebruik van een gft-container is niet verplichtend. Het gft-afval mag niet met het restafval aangeboden worden. Naast het gebruik van een gft-container wordt het thuiscomposteren tevens gepromoot.
Het standaardvolume van de restafval- en gft-container is 120/140 liter maar aansluitpunten kunnen ook kiezen voor een container van 40l of 240 l.
In specifieke gevallen kan voor rest- en gft-afval tevens gebruik gemaakt worden van een verzamelcontainer van 770l of 1100l.
Artikel 5
Art. 5.1 Contantbelasting
Art. 5.1.1 De contantbelasting voor restafval is samengesteld als volgt :
RESTAFVALCONTAINERS
Een 2de restafvalcontainer kan verkregen worden mits aankoop van de betrokken container (zie aankoopvoorwaarden in artikel 8).
| restafval |
40 l |
120/140 l |
240 l |
770 l en 1100 l |
| Tariefverwerking (per kg) |
0,35 EUR |
|||
|
|
||||
Vergelijkbaar restafval van bedrijven :
- voor particulieren met aanbieding van vergelijkbaar bedrijfsrestafval op het domicilieadres
- voor non-profit organisaties kan afgeweken worden van deze beperking mits hiervoor goedkeuring van het college van burgemeester en schepenen wordt verleend
| Vergelijkbaar bedrijfsrestafval |
40 l |
120/140 l |
240 l |
770 l of 1100 l |
| Aanbiedingskost (per aangeboden container) |
1,00 |
1,00 |
1,00 |
4,00 |
| Tariefverwerking (per kg) |
0,35 EUR |
|||
RESTAFVALZAKKEN
De contantbelasting op het verstrekken van de officiële restafvalzakken wordt vastgesteld op :
- voor restafvalzakken voor huishoudelijk restafval, klein formaat : 2,35 EUR per zak (max. 7kg)
De belasting is contant verschuldigd door de koper en dient betaald op het ogenblik van de afgifte van de zakken.
De kosten voor de fractie restafval (per kg voor restafvalcontainers en per volume voor restafvalzakken) zijn gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemmen overeen met de index van 30 september 2025. Deze kosten zullen jaarlijks op 1 januari aangepast worden op basis van de gezondheidsindex van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.
De berekening gebeurt als volgt :
Elk bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor met in de teller de gezondheidsindex die van toepassing was op 30 september van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met in de noemer de gezondheidsindex die van toepassing was op 30 september 2025. Het zo verkregen getal wordt afgerond tot twee decimalen na de komma. Het derde decimaal uit de voormelde berekening wordt altijd naar boven afgerond. Indien het verkregen getal lager is, dan worden de kosten niet aangepast.
Vanaf januari 2026 wordt een nieuw type restafvalzak met ander kleur van opdruk aangeboden in de verkooppunten.
Een overgangsregeling, is voorzien voor wie nog reglementaire zakken van het oude type (wit met blauwe opdruk 'Ieper') aanbiedt.
Dit type van restafvalzakken (wit met blauwe opdruk) kan nog worden aangeboden tot uiterlijk 30 april 2026. Vanaf 1 mei 2026 zullen enkel nog restafvalzakken van het nieuwe type (geel met zwarte opdruk) worden opgehaald. Er wordt niet voorzien in terugbetaling of omruilen van restafvalzakken van het oude type.
Art. 5.1.2 De contantbelasting voor gft-afval is samengesteld als volgt :
GFT-CONTAINERS
Per aansluitpunt kan 1 gft-container gratis ter beschikking gesteld worden.
Bij elke gft-container wordt standaard 1 keukenemmer van ca 10 liter meegeleverd.
| Gft-afval |
40 l |
120/140 l |
240 l |
770 l of 1100 l |
| Verwerking (per kg) |
0,07 EUR |
|||
Vergelijkbaar organisch afval van bedrijven :
- voor particulieren met aanbieding van vergelijkbaar gft-afval van bedrijven op het domicilieadres
- voor non-profit organisaties kan afgeweken worden van deze bepaling mits hiervoor goedkeuring van het college van burgemeester en schepenen wordt verleend
|
Vergelijkbaar Gft-afval van bedrijven
|
40 l |
120/140 l |
240 l |
770 l of 1100 l |
| Verwerking (per kg) |
0,085 EUR |
|||
De kosten voor de fractie GFT (per kg zowel huishoudelijk als bedrijven en horeca) zijn gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemmen overeen met de index van 30 september 2025. Deze kosten zullen jaarlijks op 1 januari aangepast worden op basis van de gezondheidsindex van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.
De berekening gebeurt als volgt :
Elk bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor met in de teller de gezondheidsindex die van toepassing was op 30 september van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met in de noemer de gezondheidsindex die van toepassing was op 30 september 2025. Het zo verkregen getal wordt afgerond tot twee decimalen na de komma. Het derde decimaal uit de voormelde berekening wordt altijd naar boven afgerond. Indien het verkregen getal lager is, dan worden de kosten niet aangepast.
PAPIEREN GFT-ZAKKEN
De contantbelasting op het verstrekken van papieren zakken voor GFT klein formaat (8 liter) wordt vastgesteld op: 6,00 EUR per bundel van 80 zakjes.
De contantbelasting op het verstrekken van papieren zakken voor GFT groot formaat (45 liter) wordt vastgesteld op: 8,00 EUR per bundel van 20 zakjes.
De belasting is contant verschuldigd door de koper en dient betaald op het ogenblik van de afgifte van de zakken.
De zakken zijn bedoeld om de gft-container proper te houden en kunnen dus niet apart aangeboden worden bij ophaling.
Art. 5.1.3 De contantbelasting voor pmd-afval is samengesteld als volgt :
PMD ZAKKEN
De contantbelasting op het verstrekken van de officiële pmd-zakken wordt vastgesteld op
a. voor pmd voor huishoudelijk gebruik, standaard formaat 60 liter: 0,15 EUR per zak (3 EUR/rol)
b. voor pmd voor huishoudelijk gebruik, groot formaat 90 liter: 0,20 EUR per zak (4 EUR/rol)
c.. voor pmd voor scholen, zakken voor 120 l containers : 0,30 EUR per zak (3 EUR/rol)
De belasting is contant verschuldigd door de koper en dient betaald op het ogenblik van de afgifte van de zakken.
Art. 5.1.4.. Er wordt een contantbelasting gevestigd op de volgende ingezamelde fracties huis-aan-huis van huishoudelijke en huishoudelijk vergelijkbare oorsprong:
| Fractie |
Contantbelasting volgens gewicht of volume |
Contantbelasting volgens frequentie |
| a) grof vuil |
|
aanrijkost: 75 EUR en Verwerkingskost: |
| b) plastieken verpakkingen, metalen verpakkingen |
0,15 EUR/zak standaard formaat (3,00 EUR/rol van 20 zakken) 0,20 EUR/zak groter formaat 90 liter (4,00 EUR/rol van 20 zakken) 0,30 EUR/zak groot formaat, enkel voor scholen (3,00 EUR/rol van 10 zakken) |
|
| c) groenafval snoeihout |
|
120 EUR/ophaling en per vracht op afroep Er kan per adres maximaal drie keer per jaar van deze ophaling op afroep gebruik worden gemaakt. |
De contantbelasting voor restafval- en PMD-zakken is contant verschuldigd door de koper en dient betaald op het ogenblik van de afgifte van de zakken, tegen afgifte van een kwitantie.
De contantbelasting voor het ophalen van grof vuil (aanrijkost) en groot tuinafval op afroep wordt geïnd door het stadsbestuur. De contantbelasting voor de verwerking van het grof vuil wordt gefactureerd in functie van het opgehaalde gewicht en volgens de hierboven vermelde tarieven.
Art. 5.2 Voorschotbedrag containers rest- en gft-afval
De contantbelasting wordt betaald met voorschotten. De voorschotten worden geïnd via een betalingsuitnodiging te betalen via het IVVO klantenportaal, terug te vinden op de IVVO website: https://ivvo.be of via overschrijving. Betaling in cash is enkel mogelijk op de IVVO Klantendienst, Bargiestraat 6 te 8900 Ieper tijdens de kantooruren.
Elk betaald voorschot blijft verbonden aan de referentiepersoon voor de duur van de dienstverlening. Telkens een aansluitpunt beroep doet op de huis-aan-huis inzameling van restafval en gft-afval wordt het daarmee samenhangend bedrag van de contantbelasting van het voorschot afgehouden.
De voorschotbedragen zijn de volgende :
|
|
40 l tem 240 l |
770 l tem 1100 l |
| Aansluitpunt met 1 tem 2 containers voor restafval en/of gft-afval |
40 EUR |
Aantal containers * 250 EUR |
| Aansluitpunt met 3 tem 5 containers voor restafval en/of gft-afval |
80 EUR |
Aantal containers * 250 EUR |
| Aansluitpunt met >5 containers voor restafval en/of gft-afval |
Aantal containers * 40 EUR |
Aantal containers * 250 EUR |
De betalingsuitnodiging vermeldt het voorschotbedrag verhoogd met het eventuele negatieve saldo. Indien de betalingsuitnodiging is vervallen en het saldo onder 0 komt, wordt één herinnering overgemaakt.
Art. 5.3 Drempelbedrag containers rest- en gft-afval
Wanneer het voorschot daalt onder het drempelbedrag ontvangt het aansluitpunt een nieuwe betalingsuitnodiging voor een voorschot. Het drempelbedrag per aansluitpunt is:
|
|
40 l tem 240 l |
770 l of 1100 l |
| Aansluitpunt |
15 EUR/aansluitpunt |
50 EUR/aansluitpunt |
De historiek van de ledigingen wordt enkel bij de digitale betalingsuitnodiging per mail overgemaakt. De historiek is steeds raadpleegbaar op het IVVO klantenportaal, terug te vinden op de IVVO website: https://ivvo.be Indien de gebruiker niet tijdig zijn saldo aanzuivert waardoor zijn voorschot onder 0 EUR komt, worden zijn containers niet meer geledigd bij de eerstvolgende aanbieding indien zijn betalingsuitnodiging én zijn herinnering zijn vervallen tot zijn saldo is aangezuiverd.
Art. 5.4 Activatie/deactivatie containers rest- en gft-afval
IVVO staat in voor de activatie van de containers bij de (her)opening van een (afgesloten) aansluitpunt. De containers worden door IVVO gedeactiveerd indien geen actieve aansluiting.
Artikel 6
Bedrijfsrestafval
Het vergelijkbaar bedrijfsrestafval kan enkel ingezameld worden als huishoudelijk afval zoals dit wettelijk is bepaald. Dit bedrijfsrestafval dient qua aard, samenstelling en hoeveelheid vergelijkbaar met het huishoudelijk afval van een gemiddeld gezin (zie definitie ‘met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen’ in het VLAREMA, artikel 1.2.1, §2, 54°). Op dit restafval gelden sorteerverplichtingen (voor een lijst van verplichte selectieve fracties : zie VLAREMA, artikel 4.3.2).
De hoeveelheden vergelijkbaar restafval van bedrijven ingezameld onder dit reglement zijn beperkt als volgt:
- voor particulieren: mits aanbieding vergelijkbaar bedrijfsrestafval op het domicilie adres
- voor non-profit organisaties: mits goedkeuring schepencollege
Bij het overschrijden van deze hoeveelheden wordt dit gelijkaardig bedrijfsafval genoemd en dient een contract te worden afgesloten rechtstreeks met IVVO of met een private ophaler. Dezelfde sorteerverplichtingen blijven van kracht.
Artikel 7
De contantbelasting wordt geïnd door het intergemeentelijk samenwerkingsverband IVVO. Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting een kohierbelasting.
Artikel 8
Andere kosten
Art. 8.1 Tarieven omruilen, vervangen en extra container rest- en gft-afval / plaatsen slot
Art. 8.1.1 Omruiling
Voor de omruiling van een container wordt een omruilingskost aangerekend van 15 EUR per container. Deze kosten worden verrekend via de contantbelasting huis aan huis ophaling rekening. Een omruiling naar een groter model is gratis, indien de container leeg, proper en in goede staat wordt aangeleverd. Een omruiling naar een kleiner model wordt aangerekend, behalve de omruiling van een 2-wielcontainer (120/140l of240l) naar een draagemmer van 40 liter.
Art. 8.1.2 Vervanging door oneigenlijk gebruik
De vervanging van defecte containers door oneigenlijk gebruik door de containergebruiker (waaronder meer afval aanbieden dan het maximum toegelaten gewicht waardoor de container scheurt tijdens het ledigen) wordt als volgt aangerekend :
40 liter : 35 EUR per container (max. 20 kg)
120-140 liter : 40 EUR per container (max. 56 kg)
240 liter : 50 EUR per container (max. 96 kg)
770 liter : 240 EUR per container (max. 308 kg)
1100 liter : 300 EUR per container (max. 440 kg)
De vervanging van onderdelen en/of elektronische gegevensdrager : 20 EUR per interventie
Bovenvermelde bedragen zijn inclusief btw. Deze kosten worden aangerekend via een aparte factuur en worden geïnd in naam en voor rekening van IVVO. Deze kosten dienen betaald te worden vooraleer de opdracht wordt uitgevoerd.
Art. 8.1.3 Aanvraag extra restafvalcontainer
Voor restafval geldt een beperking tot 1 container per aansluitpunt. Voor de aanvraag van een 2de restafvalcontainer worden de tarieven aangerekend zoals vermeld in artikel 8.1.2
Art. 8.1.4 Plaatsing slot
Voor de levering en plaatsing van een kantelslot wordt een kost van 42,35 EUR aangerekend per container inclusief btw. Deze kost wordt aangerekend via een aparte factuur en wordt geïnd in naam en voor rekening van IVVO. Deze kost dient betaald te worden vooraleer de opdracht wordt uitgevoerd. Op een 40 liter container kan geen slot worden geplaatst.
Art. 8.1.5 Gft-keukenemmer
Voor de aanvraag van een gft-keukenemmer op een actief aansluitpunt wordt een kost aangerekend van 5 EUR per emmer, af te halen op het recyclagepark of bij IVVO Klantendienst. Deze kosten worden verrekend via de contantbelasting huis aan huis ophaling rekening. De keukenemmer hoort bij de gft-container maar kan niet aangeboden worden voor ophaling van gft-afval aan huis.
Art. 8.2 Tarieven stopzetting
De containers met alle toebehoren (keukenemmer, slot, ..) dienen bij verhuis leeg, proper en in goede staat achtergelaten te worden bij de woning. De niet-gebruikte containers kunnen zelf ingeleverd worden op het recyclagepark van de gemeente of bij de IVVO.
Indien de klant de container(s) in goede staat, leeg en proper zelf terugbrengt naar het recyclagepark/milieupark is de stopzetting gratis.
Indien de container(s) niet leeg en proper worden aangeleverd, worden de verwerkingskosten van het afval aangerekend, verhoogd met een reinigingskost van 15 EUR per container.
Indien IVVO de container dient op te halen bij stopzetting van het gebruik van de container(s) wordt een kost aangerekend van 15 EUR per aansluitpunt. Deze kosten worden verrekend via de contantbelasting huis aan huis ophaling rekening.
Art. 8.3 Administratiekosten/boetes
Misbruik van de containers of het aanbieden van containers met foutieve inhoud kan worden gesanctioneerd volgens het gemeentelijk politiereglement.
Artikel 9
Project bronophaling asbest
Art. 9.1. Er wordt een contantbelasting gevestigd voor de huis-aan-huisinzameling van asbesthoudende cementgebonden bouwmaterialen. In afwijking van artikel 1 zal de begin- en einddatum van dit project afhangen van de beschikbare middelen van de subsidiërende overheden.
Art. 9.2 De contantbelasting is hoofdelijk verschuldigd door iedere projectdeelnemer. De aard van de projectdeelnemer is vastgelegd in de algemene voorwaarden van IVVO en raadpleegbaar op haar website. Elke projectdeelnemer kan maximaal 6 asbestzakken of maximaal 2 containers ter beschikking krijgen per uniek adres.
Art. 9.3 De contantbelasting wordt vastgesteld als volgt:
- De contantbelasting op een plaat- en/of kuubzak (max. ± 30 m² bouwmateriaal) bedraagt 30 EUR per zak.
- De contantbelasting op een container (max. ± 300 m² bouwmateriaal) bedraagt 170 EUR per container.
Art. 9.4 De contantbelasting wordt geïnd door IVVO en is vooraf betaalbaar bij het indienen van de aanvraag.
Art. 9.5 De algemene voorwaarden zoals vastgelegd door IVVO dienen door de projectdeelnemer nageleefd te worden.
Art. 9.6 Eventuele kosten aangerekend door derde partijen wegens het niet naleven van de algemene voorwaarden zullen door IVVO worden doorgerekend aan de projectdeelnemer.
Artikel 10
De bepalingen van onderhavig reglement worden van kracht met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 11
Bekendmaking
Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikel 170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Het decreet van 23 december 2011 betreffende duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen (het Materialendecreet genoemd) regelt het duurzaam materialenbeheer in Vlaanderen. Meer in het bijzonder is dit decreet de juridische grond op basis waarvan de gemeenten instaan voor de organisatie van de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval dat ontstaat op hun grondgebied. Artikel 26 van dat decreet laat toe dat de gemeente een intergemeentelijk samenwerkingsverband (in casu IVVO) machtigt de door de gemeente goedgekeurde belastingen voor het beheer van huishoudelijk afval te innen in opdracht van die gemeente. Dergelijke machtiging levert voor de gemeente een administratieve vereenvoudiging op;
Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA genoemd) legt de gemeenten op om rekening te houden met diverse kosten bij het bepalen van de gemeentelijke afvalbelastingen en de voorwaarden van de bijdrage in de kosten van huishoudelijk afvalbeheer. Tevens wordt een minimale en maximale tarifering voor bepaalde afvalfracties vastgelegd in bijlage 5 van Vlarema.
Het Uitvoeringsplan voor huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval 2023-2030 (Lokaal Materialenplan) goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 2 mei 2023 en latere wijzigingen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
De door de gemeente verleende beheersoverdracht aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband IVVO wiens raad van bestuur voorstelt om de gemeentelijke contantbelasting reglementen te uniformiseren en vereenvoudigen.
De Raad van Bestuur van IVVO adviseert haar gemeenten om de tarieven van de betalende afvalfracties op groen- en recyclageparken op elkaar af te stemmen.
Door het uniformiseren van de tarieven wordt het in de toekomst mogelijk om parkoverschrijdend te werken. Hierdoor zou elke IVVO-burger op elk recyclagepark terecht kunnen.
De hoeveelheid restafval moet verder dalen door hogere sorteerinspanningen conform het Lokaal Materialenplan 2023-2030. Gewichtsdiftar zorgt voor een juiste, eerlijke aanrekening van de exacte hoeveelheid aangeboden afval. Dit levert het beste middel voor de hantering van het principe ‘De vervuiler betaalt’. Een aanrekening per kg stimuleert elke burger om beter te sorteren waardoor goede sorteerders financieel worden beloond.
De verwerkingskost van restafval (huisvuil en grofvuil) stijgt jaarlijks en zal de komende jaren nog toenemen. Enerzijds door een verdubbeling van de milieuheffing door de OVAM vanaf 1 januari 2026. Het is aangewezen deze verhoging deels door te rekenen zodat nog meer burgers worden gestimuleerd om beter te sorteren. Anderzijds is er de impact van de invoering van ETS (Emissie Trading System) op afvalverbranding vanaf 2027 door Europa. Deze werd nog niet in rekening gebracht, maar zal een impact hebben op de verwerkingskosten van restafval.
Grofvuil moet maximaal vermeden worden door hergebruik of maximaal gerecycleerd door het scheiden van de fracties (waaronder houtafval, metalen onderdelen,…) voor selectieve inzameling. Deze principes worden gestimuleerd door het toepassen van gewichtsdiftar op grofvuil volgens het principe ‘De vervuiler betaalt’ (cfr restafval hah). Aanrekening van grofvuil vanaf de eerste kilogram is verplicht voor OVAM. Een tegemoetkoming van de gemeente is niet mogelijk voor grofvuil.
Het tarief voor grofvuil aangeboden op het recyclagepark is gelijk aan het tarief voor restafval opgehaald aan huis via de restafvalcontainer. Zo zorgen we ervoor dat er geen verschuiving is van restafval richting recyclagepark.
Selectieve afvalfracties : onderverdeling in 3 categorieën : asbest – bouw-/sloopafval (incl harde plastics en vlak glas) en tuinafval. Per categorie wordt er 1 gemiddeld tarief aangerekend. Deze tarieven worden niet geïndexeerd. De gemeente kan voor deze groep betalende selectieve fracties jaarlijks een vrij te kiezen tegemoetkoming per inwoner voorzien die vervalt op het einde van het jaar.
Op advies van Administratie Binnenlands Bestuur dient de indexering van de tarieven eenduidig bepaald. De indexering zal jaarlijks gebeuren per 1 januari. De indexeringswijze is gebaseerd op artikel 5.1.4 van het Vlarema en de berekening wordt omschreven in dit reglement.
Het stedelijk reglement betreffende de contantbelasting op het inzamelen, verwijderen en verwerken van afval op het recyclage- en groenpark van 5 december 2022 vervalt op 31 december 2025.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 16 ja stemmen, 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck, Stubbe en Kinoo) en 2 niet gestemd (de raadsleden Desmadryl en N. Vandamme) het volgende reglement goed te keuren:
Contantbelastingsreglement op het inzamelen, verwijderen en verwerken van afval op het recyclage- en groenpark
Artikel 1
Er wordt voor een termijn met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een contantbelasting gevestigd op de inzameling van huishoudelijk afval en vergelijkbaar bedrijfsafval aangebracht op het recyclage- en groenpark.
Artikel 2
De definities opgenomen in het Materialendecreet en het VLAREMA zijn van toepassing op dit reglement.
Onder grofvuil wordt verstaan :
Alle afvalstoffen ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en de vergelijkbare afvalstoffen die door hun omvang, hun aard of hun gewicht niet in het recipiënt voor de huisvuilophaling kunnen geborgen worden, met uitzondering van de selectief ingezamelde afvalstoffen.
Onder asbestafval wordt verstaan :
- gebonden asbestcement (bv. eternit)
Onder inert bouwafval wordt verstaan :
- steenpuin
- gewapend beton
- keramiek en porselein
- cellenbeton (bv. ytong) en gips of gipskarton
- vlak glas
Deze fracties dienen gescheiden te worden gedeponeerd in de betrokken containers.
Onder houtafval wordt verstaan :
- afbraakhout
- onbehandeld en behandeld houtafval
- treinbilzen
Onder harde plastics wordt verstaan : zuivere kunststoffen (>20 cm) ontdaan van vreemde materialen :
- tuinstoelen en –tafels
- speelgoed, bankjes, emmers, bakken, vaten, boxen, tonnen
- sanitaire en elektriciteitsbuizen
- pvc deur- en raamkaders, rolluiken, planchetten en dakgoten
Onder tuinafval wordt verstaan : groenafval zoals gras, bladeren, haagscheersel, snoeihout, bloemen en planten
Groente- en fruitafval wordt niet aanvaard en dient meegegeven met de selectieve ophaling aan huis van gft-afval via de groene IVVO containers.
Onder EPS wordt verstaan : zuiver wit piepschuim
Onder PMD wordt verstaan: plastieken verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons.
Artikel 3
De contantbelasting voor de aanvoer van afval op recyclage- en groenpark is verschuldigd voor :
Categorie inwoners en tweede verblijvers
| Fractie |
Contantbelasting |
| grofvuil (brandbaar afval ) |
0,35 EUR/kg |
| Asbestafval |
gratis tot 200 kg/gezin/jaar 0,130 EUR/kg vanaf 201 kg/gezin/jaar |
|
Inert bouwafval Houtafval Harde plastics |
0,055 EUR/kg |
| Tuinafval |
gratis tot 1.000 kg/gezin/jaar 0,025 EUR/kg vanaf 1.001 kg/gezin/jaar |
De verwerkingskosten per kg voor de fractie grofvuil (brandbaar afval) is gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemt overeen met de index van 30 september 2025. Deze kosten zullen jaarlijks op 1 januari aangepast worden op basis van de gezondheidsindex van de maand september die aan de aanpassing voorafgaat.
De berekening gebeurt als volgt :
Elk bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor met in de teller de gezondheidsindex die van toepassing was op 1 september van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met in de noemer de gezondheidsindex die van toepassing was op 30 september 2025. Het zo verkregen getal wordt afgerond tot twee decimalen na de komma. Het derde decimaal uit de voormelde berekening wordt altijd naar boven afgerond. Indien het verkregen getal lager is, dan worden de kosten niet aangepast.
Categorie bedrijven, verenigingen e.a.
Voor de aanlevering van vergelijkbaar en gelijkaardig bedrijfsafval op overslagstation en/of recyclagepark Veurne en Ieper, is een apart reglement van IVVO van toepassing.
Contactadres voor Ieper: Overslag Ieper, Pilkemseweg 107 te 8900 Ieper (057 200 194)
Artikel 4
Elke inwoner van Ieper ontvangt een tegemoetkoming ter waarde van 7,50 EUR per jaar op de toegangskaart voor recyclage- en groenpark van de referentiepersoon waar de inwoner is gedomicilieerd. Deze tegemoetkoming kan evenwel niet aangewend worden voor de verschuldigde contantbelasting voor grofvuil conform de Vlarema-wetgeving, die aanrekening van kosten vanaf de eerste kilogram verplicht. De totale tegemoetkoming wordt gerekend volgens de gezinssamenstelling op 1 januari van het lopende jaar en wordt niet aangepast in de loop van het jaar.
Nieuwe inwoners ontvangen eveneens hogervermelde tegemoetkoming vanaf het ogenblik van inschrijving in het bevolkingsregister.
Het saldo van de tegemoetkoming vervalt op 31 december van het lopende jaar.
Artikel 5
De contantbelasting vermeld in artikel 3 is verschuldigd door elke bezoeker van de betaalzone van het recyclage- of groenpark ongeacht of deze de betalende fracties per gemotoriseerd voertuig, per fiets of te voet aanbrengt.
De contantbelasting is verschuldigd volgens het geleverde gewicht per afvalfractie. De bezoeker duidt de juiste fractie aan op de zuil bij de ingaande weegbrug van de betaalzone. Een brutoweging wordt geregistreerd. Na uitladen van de aangeduide fractie rijdt de bezoeker naar de uitgaande weegbrug voor een tarraweging. Het verschil tussen bruto- en tarragewicht is het aangeleverde gewicht, geregistreerd volgens een veelvoud van 10 kg, waarop de contantbelasting volgens artikel 3 wordt gerekend. Het verschuldigde bedrag, na aftrek van de eventuele tegemoetkoming, dient vereffend aan de betaalzuil. De bezoeker ontvangt een ticket.
Indien de aanbieder meerdere betalende fracties heeft, is hij verplicht zich voor elke fractie apart te registreren aan de betaalzone. Per betalende fractie wordt een minimum aangerekend van 5 kg vermenigvuldigd met de contantbelasting voor de betrokken fractie.
Artikel 6
De bezoeker dient, na verbruik van zijn tegemoetkoming, bij voorkeur te betalen via betaalkaart (bancontact) op het park. Indien betalen met betaalkaart niet mogelijk is, kan betaald worden met een voorschot of provisie, vooraf te storten op een vaste rekening van het intergemeentelijk samenwerkingsverband IVVO.
Deze provisie kan gebruikt worden voor zowel parkbezoeken als voor de huis-aan-huis inzameling van rest- en gft-afval met IVVO containers. Er wordt geen krediet toegestaan op de provisierekening, tenzij betaling op het park door uitzonderlijke omstandigheden niet mogelijk is. Indien de provisierekening ontoereikend is, kan de bezoeker zijn provisierekening aanzuiveren bij voorkeur via betaalkaart of via het klantenportaal 'MijnIVVO' terug te vinden op de IVVO website https://ivvo.be. Betaling in cash is enkel mogelijk op de IVVO Klantendienst, Bargiestraat 6 te 8900 Ieper tijdens de kantooruren.
Een volgend bezoek aan het recyclagepark kan indien het eventuele negatief saldo is betaald. De parktoezichter heeft het recht de toegang tot en het gebruik van het recyclagepark te weigeren indien de bezoeker onvoldoende saldo ter beschikking heeft.
Artikel 7
De contantbelasting vermeld in artikel 3 wordt geïnd door het intergemeentelijk samenwerkingsverband IVVO. Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting ingekohierd. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of van de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Artikel 8
De toegang tot het recyclagepark is enkel toegelaten voor particulieren en bedrijven die in het bezit zijn van een geldige toegangskaart. De particulier krijgt toegang tot het park met zijn/haar eID of geldige toegangskaart die door IVVO wordt afgeleverd aan de referentiepersoon per wooneenheid.
De meerderjarige leden per gezin zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de contantbelasting. Onder ‘gezin’ wordt verstaan, hetzij een persoon die gewoonlijk alleen leeft, hetzij twee of meer personen die – al dan niet door familiebanden gebonden – gewoonlijk eenzelfde woning of woongelegenheid betrekken en er samen leven. De inschrijving in de bevolkingsregisters is beslissend, tenzij andersluidend bewijs.
De toegang tot het recyclagepark wordt geweigerd van zodra een persoon is uitgeschreven uit het bevolkingsregister of het kohier van de tweede verblijven of indien tijdelijk de toegang tot het park geschorst wordt of bij stopzetting van de (dienst aan) het bedrijf.
Toegang tot het park kan via een toegangskaart van IVVO voor bedrijven, verenigingen, scholen, instellingen, kerkfabrieken,…
Een toegangskaart van IVVO voor bedrijven, verenigingen, scholen, instellingen, kerkfabrieken,… kan verkregen worden bij IVVO Klantendienst mits betaling van de bijhorende factuur van 8 EUR + btw of 16 EUR + btw voor een gepersonaliseerde toegangskaart op rekening van IVVO.
De 2de verblijver met Belgische nationaliteit heeft eveneens toegang met zijn eID of geldige toegangskaart.
Particulieren en tweede verblijvers kunnen een toegangskaart verkrijgen mits aanvraag bij IVVO Klantendienst en mits betaling van de bijhorende factuur van 8 EUR btw inclusief.
Artikel 9
Voor een bezoek aan het recyclagepark is de bezoeker verplicht zich te houden aan de regels van het huishoudelijk reglement (reglement van inwendig bestuur), te raadplegen op het park en via https://ivvo.be.
Artikel 10
De bepalingen van onderhavig reglement worden van kracht met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 11
Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikel 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Wekelijks wordt er een zaterdagmarkt georganiseerd in de stad. Daarnaast zijn er regelmatig vragen voor occasionele markten en af en toe vragen voor openbare verkopen. Deze maken allemaal hoofdzakelijk gebruik van het openbaar domein en de organisatie hiervan brengt extra lasten met zich mee.
Het stedelijk reglement betreffende de plaatsrechten ter gelegenheid van markten en openbare verkopingen van 2 december 2019 vervalt op 31 december 2025.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 17 ja stemmen, 13 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) en 2 niet gestemd (de raadsleden Desmadryl en N. Vandamme) het volgende reglement goed te keuren:
Gemeentebelasting op het gebruik van het openbaar domein ter gelegenheid van markten en openbare verkopingen
Artikel 1: Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op het gebruik van het openbaar domein ter gelegenheid van markten en van openbare verkopingen, tenzij deze ingebruikname het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst.
Artikel 2: De belasting is verschuldigd door de gebruiker van het openbaar domein.
Artikel 3: De belasting wordt als volgt vastgesteld:
a) Wekelijkse markt:
§1 voor marktkramers met een vaste standplaats: 1,20 euro per vierkante meter ingenomen oppervlakte met een minimum verschuldigde belasting van 12 euro per marktdag. Rekening houdend met kortingen per kwartaal/semester/jaar.
§2 voor occasionele marktkramers: 2,40 euro per vierkante meter ingenomen oppervlakte met een maximum van 10 vierkante meter ingenomen oppervlakte en een minimum verschuldigde belasting van 18 euro per marktdag.
De opmeting gebeurt per halve vierkante meter. Elk gedeelte onder de halve meter wordt als een halve vierkante meter beschouwd; elk gedeelte boven een halve vierkante meter wordt als een volle vierkante meter beschouwd.
De vierkante meters die ingenomen worden door het voertuig van de marktkramer behoren ook tot de belastbare oppervlakte.
b) Openbare verkopingen:
Het bij rechtsmacht verkopen van rijtuigen, wagens, mobilaire voorwerpen, enz… dient op voorhand aangevraagd te worden maar is vrijgesteld van het betalen van de gemeentebelasting.
c) Occasionele markten:
2,40 euro per vierkante meter ingenomen oppervlakte met een maximum van 10 vierkante meter ingenomen oppervlakte en een minimum verschuldigde belasting van 18 euro per marktdag. De opmeting gebeurt per halve vierkante meter. Elk gedeelte onder de halve vierkante meter wordt als een vierkante halve meter beschouwd; elk gedeelte boven een vierkante halve meter wordt als een volle vierkante meter beschouwd.
Artikel 4: De voormelde tarieven in artikel 3 worden gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemmen overeen met de index van oktober 2025. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat.
Formule: [huidig tarief] x gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat / gezondheidsindexcijfer van oktober 2025. Het zo verkregen getal wordt afgerond tot 1 decimaal na de komma. Enkel wanneer het tweede decimaal uit de voormelde berekening gelijk is aan 5 of hoger wordt er naar boven afgerond.
Artikel 5: De personen die wekelijks een vaste standplaats hebben op de markt zijn verplicht met het college van burgemeester en schepenen een overeenkomst af te sluiten. Deze overeenkomst geldt voor één trimester, één semester of één jaar en kan opgeheven worden indien het bestuur het nodig acht.
De vergunninghouder zal evenwel geen enkele schadevergoeding kunnen vorderen gezien de vergunningen steeds ten titel van gedoogzaamheid worden verleend.
Artikel 6: De onder artikel 5 vermelde personen genieten een belastingvermindering van respectievelijk 5 %, 7,5 % en 10 % naargelang de overeenkomst voor één trimester, één semester of één jaar gesloten wordt. De belasting is eisbaar onmiddellijk na het afsluiten van de overeenkomst of vanaf het ogenblik dat de handeling die daartoe aanleiding geeft, gesteld wordt. De belasting dient binnen dertig dagen na de overeenkomst in de stadskas gestort, tegen afgifte van een kwitantie.
Bij gebrek aan betaling binnen deze termijn wordt de overeenkomst verbroken, wordt de belasting van ambtswege ingekohierd en is onmiddellijk eisbaar.
Artikel 7: De opmetingen en vaststellingen van de belastbare oppervlakte(n) worden verricht door de marktleider. Buiten de vergunde oppervlakte mag de openbare weg door geen enkel voorwerp worden ingenomen of bezet.
Artikel 8: Het bezetten van een toegestane plaats op de openbare weg heeft het karakter van gedoogzaamheid. De gemeente zal geen enkele aansprakelijkheid dragen nopens het privaat gebruik van de gedeelten van de openbare weg en de erop geplaatste voorwerpen. De vergunninghouder draagt alle aansprakelijkheid.
Artikel 9: De belastingplichtige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift moet schriftelijk of per duurzame drager worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. Deze indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum van inning van de belasting of ingeval van inkohiering binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10 : Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikel 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Jaarlijks worden er enkele foren georganiseerd in de stad. Deze maken allemaal hoofdzakelijk gebruik van het openbaar domein. Hoewel deze zeker een meerwaarde betekenen voor de stad, brengt de organisatie hiervan een aantal lasten met zich mee. Voor de deelname aan een foor wordt dan ook een standgeld gevraagd.
Het stedelijk reglement betreffende de plaatsrechten op standplaatsen op de Ieperse foren goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 30 mei 2022 vervalt op 31 december 2025.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen beslist de gemeenteraad met 17 ja stemmen, 13 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) en 2 niet gestemd (de raadsleden Desmadryl en N. Vandamme) het volgende reglement goed te keuren:
Gemeentebelasting op de standplaatsen op de Ieperse foren
Artikel 1: Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op het plaatsen van kermiskramen, conform het plaatsingsreglement betreffende de standplaatsen op de Ieperse foren en de algemene politieverordening betreffende het privaat gebruik van de openbare weg tenzij deze ingebruikname van het openbaar domein het voorwerp uitmaakt van een contract.
Artikel 2: De gemeentebelasting is verschuldigd door de exploitant, aanvrager van de installatie.
Artikel 3: De gemeentebelasting wordt vastgesteld op:
a) voor de Kattenfoor: 35 euro per strekkende meter
b) voor de Thuyndagfoor: 23,50 euro per strekkende meter
c) deelgemeenten en wijken worden vrijgesteld van de gemeentebelasting.
Elk gedeelte van een strekkende meter wordt beschouwd als een volledige strekkende meter.
Artikel 4: De verschuldigde gemeentebelasting wordt vermeerderd met een toeslag bestemd voor de organisatie en de daarmee gepaard gaande animatie van de betreffende foor:
a) voor de Kattenfoor: 7,5%
b) voor de Thuyndagfoor: 5%
Artikel 5: Het voormelde tarief in artikel 3 wordt gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemt overeen met de index van oktober 2025. Ze wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat.
Formule: [huidig tarief] x gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat / gezondheidsindexcijfer van oktober 2025. Het bedrag wordt afgerond naar boven, naar de eerstvolgende halve euro.
Artikel 6: Het bedrag van de gemeentebelasting wordt betaald ten laatste 10 dagen na ontvangst van de schriftelijke bevestiging van de toegewezen standplaats. De toewijzing van de standplaats wordt slechts definitief na de betaling van de gemeentebelasting en na ontvangst van de door beide partijen ondertekende overeenkomst van de desbetreffende foor. Bij gebreke van contante betaling, wordt de belasting ingekohierd.
Artikel 7: De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk of per duurzame drager worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.
De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum van de contante inning of ingeval van inkohiering binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 8: Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikel 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Stedelijk reglement met de voorwaarden voor het plaatsen van terrassen op het openbaar domein van 30 maart 2020.
Eénmaal per legislatuur vragen de Horeca-uitbaters om bij hun zaak terrassen te mogen plaatsen. Bij elke wijziging moet echter een nieuwe aanvraag worden ingediend. Deze maken allemaal hoofdzakelijk gebruik van het openbaar domein.
Hoewel deze zeker een meerwaarde betekenen voor de stad, brengt de organisatie hiervan een aantal lasten met zich mee. Daarbij is er nog onderscheid te maken naargelang de ligging van de zaak en is het wenselijk een zinvolle opdeling te maken in drie zones:
Zone 1: gelegen op de Grote Markt en Vandenpeereboomplein
Zone 2: gelegen in de historische binnenstad intra-muros
Zone 3: alle overige straten
Het is logisch dat er naargelang de locatie een aangepaste regeling toegepast wordt.
Het stedelijk reglement betreffende de plaatsrechten op het plaatsen van terrassen, tafels, stoelen en zonneschermen (parasols) op het openbaar domein van 2 december 2019 vervalt op 31 december 2025.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Artikel 1: Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een indirecte gemeentebelasting gevestigd op het plaatsen van terrassen, tafels en stoelen op het openbaar domein, tenzij deze ingebruikname van het openbaar domein aanleiding geeft tot de toepassing van een andere gemeenteverordening inzake belasting of retributie of toegestaan is krachtens een contract.
Artikel 2: De belasting is verschuldigd door de natuurlijke- of rechtspersoon die het openbaar domein in gebruik neemt.
Artikel 3: De belasting wordt vastgesteld als volgt:
Voor het plaatsen van een los, afgebakend of luifelterras ongeacht of deze ingebruikname geschiedt op het voetpad of de ter beschikking gestelde parkeerplaatsen:
Zone A: Grote Markt en Vandenpeereboomplein:
53 EUR/m² (seizoen 1 april tem 11 november) of 81 EUR/m² (volledig jaar) ingenomen oppervlakte
Zone B: Historische binnenstad intra-muros zoals afgebakend op plan:
28 EUR/m² ingenomen oppervlakte
Zone C: Alle overige straten:
0 EUR/m² ingenomen oppervlakte
Artikel 4: Het voormelde tarief in artikel 3 wordt gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemt overeen met de index van oktober 2025. Ze wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat.
Formule : (huidig tarief) x gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat/gezondheidsindexcijfer van oktober 2025. Het bedrag wordt afgerond naar boven, naar de eerstvolgende halve euro.
Deze belasting is niet van toepassing op het gebruik van de openbare weg, voetpad of parkeerplaats ter gelegenheid van toevallige en/of voorbijgaande gebeurtenissen, zoals kermissen of feestelijkheden.
Artikel 5: Het tarief wordt toegepast per seizoen, ongeacht de duur van het werkelijk gebruik van de openbare weg. Onder seizoen wordt verstaan de periode zoals omschreven in het reglement met betrekking tot de voorwaarden voor het plaatsen van terrassen op het openbaar domein.
Artikel 6: De vergunningen tot het gebruik hebben het karakter van gedoogzaamheden. De gemeente zal geen enkele aansprakelijkheid dragen nopens het privaat gebruik van de gedeelten van de openbare weg en de erop geplaatste voorwerpen.
De vergunninghouder draagt alle aansprakelijkheid. De vergunningen kunnen ten allen tijde ingetrokken worden. De vergunninghouder zal evenwel om geen enkele reden schadevergoeding kunnen vorderen gezien de vergunningen steeds ten titel van gedoogzaamheid worden verleend.
Artikel 7: De belastingplichtige ontvangt vanwege het stadsbestuur een aangifteformulier die hij verplicht dient terug te sturen binnen de vijftien dagen. De belastingplichtige is vrijgesteld van aangifteplicht indien hij voor het vorig aanslagjaar werd aangeslagen en indien de belastbare toestand ongewijzigd is gebleven.
Artikel 8: Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Artikel 9: De overeenkomstig artikel 8 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag, gelijk aan een vierde van de verschuldigde belasting, indien de belastingplichtige een eerste maal verzuimt aan de aangifteplicht, met de helft, indien de belastingplichtige voor een tweede of volgende keer verzuimt aan de aangifteplicht. Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Artikel 10: De belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 11: De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de toezending van het aanslagbiljet.
Artikel 12: De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk of per duurzame drager worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.
De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 13 : Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikelen 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
De wet van 22 februari 1965 waarbij aan de gemeenten wordt toegestaan parkeergeld op motorvoertuigen in te voeren, gewijzigd door de wet van 7 februari 2003 art. 37.
De verkeerswet van 20 juli 2005 tot wijziging van de gecoördineerde wetten van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 1 december 1975 betreffende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en de latere wijzigingen.
Het ministerieel besluit van 7 mei 1999 betreffende de parkeerkaart voor personen met een handicap, en latere wijzigingen.
Het ministerieel besluit van 9 januari 2007 betreffende de gemeentelijke parkeerkaart.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit
Om een voldoende hoge rotatie te voorzien inzake de bezetting van de beschikbare parkeerplaatsen en een balans tussen de verschillende parkeerbehoeften van de verscheidene gebruikers te garanderen in de binnenstad, is het opportuun om een gemeentebelasting op het parkeren van voertuigen toe te passen.
Het doel is om de aanwezige parkeermogelijkheden in het centrum zo optimaal mogelijk te gebruiken en de bereikbaarheid van de binnenstad te optimaliseren zowel voor bezoekers als bewoners.
Het stedelijk reglement betreffende de gemeentebelasting op het parkeren van voertuigen van 5 december 2022 vervalt op 31 december 2025.
Het gemeentelijk reglement op het toekennen van een parkeerkaart dateert van 5 oktober 2020.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 17 ja stemmen en 15 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck, Stubbe en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Gemeentebelasting op het parkeren van voertuigen
Artikel 1 : Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een contant te betalen belasting geheven op het parkeren van voertuigen.
Parkeren in zones betalend kortparkeren (betalend straatparkeren)
Artikel 2 : Op de plaatsen met parkeerautomaten, zoals bedoeld in artikel 27.3.1 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, is de parkeertijd beperkt en is een contante belasting “betalend parkeren” verschuldigd.
Artikel 3 : De beperkte parkeertijd 'kortparkeren' is dagelijks van toepassing van 9u tot 18u met uitzondering van zon- en wettelijke feestdagen en 11 juli.
Artikel 4 : De contante belasting “betalend kortparkeren” wordt vastgesteld op:
§ 1 kortparkeren voor maximum 3 uur (IEP 1)
0 – 1 uur 1,00 euro / uur
+1u – 2uur 1,50 euro / uur
+2u – 3uur 2,00 euro / uur
§ 2 2,00 euro / dag (van 9u tot 18u) (IEP 2)
De bewoners kunnen indien ze voldoen aan de bepalingen van het ministerieel besluit van 9 januari 2007 en in het bezit zijn gesteld van een digitale gemeentelijke parkeerkaart voor bewoners voor de eerste wagen, in afwijking van artikel 4§1, parkeren in de eigen straat. Het parkeerticket dient zichtbaar achter de voorruit van het voertuig te zijn aangebracht, of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig.
§ 3 maximaal 1 keer per dag een half uur gratis of door het nemen van een parkeerticket aan de parkeerautomaat of via sms of via de mobiele app 'parkeren' (IEP3).
Artikel 5 : De belasting “betalend kortparkeren” kan betaald worden op de volgende wijze:
§ 1 Door het aankopen van een parkeerticket aan de parkeerautomaat overeenkomstig de instructies vermeld op de toestellen.
§ 2 Met gebruik van de gsm door middel van het sturen van een sms of via mobiele app volgens de modaliteiten vermeld op de parkeerautomaat.
IEP 1 = kortparkeren voor maximum 3 uur conform artikel 4§1
IEP 2 = bewonersparkeren conform artikel 4§2
IEP 3 = gratis half uur conform artikel 4§3
Artikel 6 : Het parkeerticket moet door de bestuurder zichtbaar achter de voorruit van het voertuig worden aangebracht, of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig.
Artikel 7 : Indien de parkeerautomaat defect is, moet de parkeerschijf zichtbaar gelegd worden op de binnenkant van de voorruit van het voertuig of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig.
Artikel 8 : Het ontbreken van een geldig parkeerticket of een geldige digitale bewonerskaart achter de voorruit van het voertuig, het ontbreken van een parkeersessie door middel van sms of mobiele app, het overschrijden van de maximum toegelaten parkeerduur, het niet naleven van de richtlijnen inzake het gebruiken van de parkeerautomaat of het niet plaatsen van de parkeerschijf bij een defecte parkeerautomaat, leidt tot toepassing van het dagtarief. Hiertoe wordt een parkeerbiljet door de bevoegde parkeerwachter aangebracht op de voorruit van het voertuig, of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig, met vermelding van het tarief van 25,00 euro. Deze contante belasting wordt betaald in overeenstemming met de richtlijnen vermeld op het parkeerbiljet.
Parkeren in zones betalend langparkeren (betalend pleinparkeren)
Artikel 9 : Op de plaatsen met parkeerautomaten, zoals bedoeld in artikel 27.3.1 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg en binnen het regime van betalend pleinparkeren, is een contante belasting “betalend parkeren” verschuldigd.
Artikel 10 : De beperkte betalende parkeertijd 'langparkeren' is dagelijks van toepassing van 9u tot 18u met uitzondering van zon- en wettelijke feestdagen en 11 juli.
Artikel 11 : De contante belasting “betalend langparkeren” wordt vastgesteld op:
- Eerste twee uur gratis (mits registratie via ticket, sms of app)
- Nadien 0,50 euro per uur, met een maximum van 2 euro
Bewoners die beschikken over een digitale parkeerkaart voor de betrokken bewonerszone, zijn vrijgesteld van de belasting.
Artikel 12 : De belasting “betalend langparkeren” kan betaald worden op de volgende wijze:
§ 1 Door het aankopen van een parkeerticket aan de parkeerautomaat door middel van het inbrengen van de daartoe geschikte muntstukken overeenkomstig de instructies vermeld op de toestellen.
§ 2 Met gebruik van de gsm door middel van het sturen van een sms of via mobiele app volgens de modaliteiten vermeld op de parkeerautomaat.
IEP 4 = betalend langparkeren
Artikel 13 : Het parkeerticket moet door de bestuurder zichtbaar achter de voorruit van het voertuig worden aangebracht, of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig.
Artikel 14 : Indien de parkeerautomaat defect is, moet de parkeerschijf zichtbaar gelegd worden op de binnenkant van de voorruit van het voertuig of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig.
Artikel 15 : Het ontbreken van een geldig parkeerticket of een geldige digitale bewonerskaart achter de voorruit van het voertuig, het ontbreken van een parkeersessie door middel van sms of mobiele app, het overschrijden van de maximum toegelaten parkeerduur, het niet naleven van de richtlijnen inzake het gebruiken van de parkeerautomaat of het niet plaatsen van de parkeerschijf bij een defecte parkeerautomaat, leidt tot toepassing van het dagtarief. Hiertoe wordt een parkeerbiljet door de bevoegde parkeerwachter aangebracht op de voorruit van het voertuig, of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig, met vermelding van het tarief van 25,00 euro. Deze contante belasting wordt betaald in overeenstemming met de richtlijnen vermeld op het parkeerbiljet.
Parkeren met beperkte duur op aangeduide plaatsen (shop & go)
Artikel 16 : Op aangeduide plaatsen geldt een beperkte parkeertijd van 30 minuten tussen 9 en 18u met uitzondering van zon- en wettelijke feestdagen en 11 juli. Er dient geen ticket te worden genomen, de voertuigen worden automatisch gedetecteerd door middel van een sensor.
Artikel 17 : Op aangeduide plaatsen geldt een beperkte parkeertijd voor autocars van 15 minuten. Er dient geen ticket te worden genomen, de voertuigen worden automatisch gedetecteerd door middel van een sensor.
Artikel 18 : Het softwarematig vaststellen van een langere parkeertijd dan toegestaan leidt tot toepassing van het dagtarief. Hiertoe wordt een parkeerbiljet door de bevoegde parkeerwachter aangebracht op de voorruit van het voertuig, of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig, met vermelding van het tarief van 25,00 euro. Deze contante belasting wordt betaald in overeenstemming met de richtlijnen vermeld op het parkeerbiljet.
Parkeren in Blauwe zones (zone met beperkte parkeertijd)
Artikel 19 : De contante belasting "blauwe zone" is van toepassing in zones met beperkte parkeertijd (blauwe zones) en op de openbare weg met blauwezone-reglementering.
Artikel 20 : De contante belasting “blauwe zone” wordt vastgesteld op:
- gratis voor de maximale duur van 2 uur die aangegeven wordt door het gebruik van de parkeerschijf tenzij een andere maximale duur toegelaten is door de verkeersborden
- een forfaitair bedrag van 25,00 euro / dag voor elke periode die langer is dan deze die gratis is
Artikel 21 : In een blauwe zone moet de parkeerschijf worden geplaatst op werkdagen (inclusief zaterdag), doorlopend van 9u tot 18u voor een periode van maximum 2 uur tenzij anders bepaald door de verkeersborden.
Artikel 22 : Het starttijdstip, zoals bepaald in de wegcode, wordt vastgesteld door het zichtbaar aanbrengen achter de voorruit van het voertuig van de parkeerschijf.
Artikel 23 : De bestuurder van een voertuig die de parkeerschijf niet of niet zichtbaar achter de voorruit van zijn voertuig, of als er geen voorruit, op het voorste gedeelte van het voertuig plaatst of de parkeerschijf op een niet-reglementaire manier gebruikt, wordt steeds geacht te kiezen voor de betaling van het in artikel 20 bedoelde forfaitaire tarief.
Artikel 24 : Bij toepassing van het hierboven vermelde forfait, brengt de bevoegde parkeerwachter een parkeerbiljet om de belasting te betalen aan op de voorruit van het voertuig, of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig. Deze contante belasting wordt betaald in overeenstemming met de richtlijnen vermeld op het parkeerbiljet.
Artikel 25 : Deze reglementering is niet van toepassing op de bewoners die beschikken over een digitale bewonerskaart conform artikel 26.
Gemeentelijke parkeerkaart voor bewoners
Artikel 26 : Aan de bewoners die voldoen aan de bepalingen van het ministerieel besluit van 9 januari 2007 en onder de voorwaarden van het gemeentelijk reglement betreffende het toekennen van een parkeerkaart van 5 oktober 2020, kan een digitale bewonerskaart worden afgeleverd.
De contante belasting voor de bewonerskaart in de zone betalend parkeren of de blauwe zone wordt vastgesteld als volgt:
- eerste kaart: gratis
- tweede kaart: 100,00 euro voor een periode van 1 jaar
Gemeentelijke parkeerkaart voor aannemers
Artikel 27 : Aan de aannemers die voldoen aan de voorwaarden van het gemeentelijk reglement betreffende het toekennen van een parkeerkaart van 5 oktober 2020, kan een aannemerskaart worden afgeleverd.
De contante belasting voor de digitale aannemerskaart in de zone betalend parkeren of in de blauwe zone wordt vastgesteld op 200,00 euro voor een periode van 1 jaar of 45,00 euro voor een periode van 1 maand.
Algemene bepalingen
Artikel 28 : De beperkingen van de parkeertijd gelden niet voor de voertuigen die gebruikt worden door personen met een handicap, uitgezonderd op de shop & go plaatsen.
Op voorwaarde dat een geldige speciale parkeerkaart waarmee het statuut van “persoon met een handicap” wordt beoordeeld, uitgereikt door een officiële instelling overeenkomstig het ministerieel besluit van 7 mei 1999, op het ogenblik van het parkeren van het voertuig, zichtbaar achter de voorruit wordt aangebracht, of als er geen voorruit is op het voorste gedeelte van het voertuig, kan het voertuig gratis en zonder tijdsbeperking worden geparkeerd:
- in de zones betalend parkeren
- in de blauwe zone
- op de parkeerplaatsen voorbehouden aan personen met een handicap
- uitgezonderd op de shop & go plaatsen
Artikel 29 : Deze reglementering voor ‘parkeren in zones betalend parkeren’ en ‘parkeren in blauwe zones’ (uitgezonderd op de shop & go plaatsen) is niet van toepassing op voertuigen die houder zijn van een aannemerskaart conform artikel 27, voertuigen voor autodelen conform de samenwerkingsovereenkomst van 5 oktober 2015, de voertuigen van politiediensten, hulpdiensten, dienstvoertuigen van de Stad Ieper en het OCMW en uitgeruste dienstvoertuigen van nutsmaatschappijen waarvan het logo duidelijk aanwezig is op de voertuigen.
Artikel 30 : De contante belasting “betalend parkeren” en “blauwe zone” is verschuldigd door de houder van de nummerplaat. De opdrachtgever van de persoon die het motorvoertuig parkeert, de eigenaar van het motorvoertuig en de persoon die het voertuig parkeert zijn hoofdelijk mee aansprakelijk voor de betaling van de contante belasting.
Artikel 31 : De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk of per duurzame drager worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.
De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum van de contante inning of ingeval van inkohiering binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Slotbepalingen
Artikel 32: Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikelen 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
De aanwezigheid van brandstofdistributieapparaten geeft in zekere mate een verhoogd risico voor de buurt. Om de veiligheid en netheid van de burgers te waarborgen in de omgeving van brandstofdistributieapparaten is voldoende toezicht nodig. Om dit te garanderen zijn personeel en middelen nodig.
Het stedelijk reglement betreffende de belasting op de brandstofdistributieapparaten van 2 december 2019 vervalt op 31 december 2025.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 17 ja stemmen, 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) en 1 niet gestemd (het raadslid Ryde) het volgende reglement goed te keuren:
Belasting op de brandstofdistributieapparaten
Artikel 1: Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de brandstofdistributieapparaten toegankelijk voor het publiek, opgesteld op de openbare weg, zelfs op privaat terrein.
Artikel 2: De belasting per pomp bedraagt:
a) Voor de pompen waarmee motorvoertuigen worden bevoorraad:
67,50 euro per bedieningsslang
b) Voor de verplaatsbare pompen waarmee motorfietsen worden bevoorraad:
34,00 euro per verplaatsbare pomp
Van de belasting zijn vrijgesteld:
a) De toestellen die niet voor het publiek toegankelijk zijn.
b) De toestellen die in garages of dergelijke inrichtingen worden gebruikt, op voorwaarde dat zij van buiten uit niet zichtbaar zijn en niet rechtstreeks voertuigen bedienen, die buitenshuis stationeren.
Artikel 3: Het voormelde tarief in artikel 2 wordt gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemt overeen met de index van oktober 2025. Ze wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat.
Formule: (huidig tarief) x gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat / gezondheidsindexcijfer van oktober 2025. Het bedrag wordt afgerond naar boven, naar de eerstvolgende halve euro.
Artikel 4: De belasting is verschuldigd voor het gehele jaar door de persoon die het toestel exploiteert op 1 januari van het belastingjaar of, voor de in de loop van het jaar geplaatste pompen, door de persoon die met de exploitatie ervan begint.
De eigenaar van de pomp is hoofdelijk met hem aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 5: De belastingplichtige ontvangt vanwege het stadsbestuur een aangifteformulier die hij verplicht dient terug te sturen binnen de vijftien dagen. De belastingplichtige is vrijgesteld van aangifteplicht indien hij voor het vorig aanslagjaar werd aangeslagen en indien de belastbare toestand ongewijzigd is gebleven.
Artikel 6: Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Artikel 7: De overeenkomstig artikel 6 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag, gelijk aan een vierde van de verschuldigde belasting, indien de belastingplichtige een eerste maal verzuimt aan de aangifteplicht, met de helft, indien de belastingplichtige voor een tweede of volgende keer verzuimt aan de aangifteplicht.
Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Artikel 8: De belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9: De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de toezending van het aanslagbiljet.
Artikel 10: De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk of per duurzame drager worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 11 : Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikelen 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Stad Ieper voert een handelsondersteunend beleid en beschikt al jaren over een centrummanagement, met heel wat uiteenlopende taken en projecten in het stadscentrum. Ook het versterken van de stadskern komt hierbij aan bod.
Door de zelfstandigenorganisaties (Horeca Ieper, Unizo, Voka en Werkgroep Ieperse Handelaars) werd de vraag gesteld om een belasting in te voeren voor ondernemers die gevestigd zijn in de winkelstraten van de stadskern.
Door het college van burgemeester en schepenen werd het principe van een dergelijke belasting goedgekeurd en werd er gevraagd om de haalbaarheid te onderzoeken.
Het handelsondersteunend en kernversterkend beleid van de stad wordt hoofdzakelijk gerealiseerd door investeringen in projecten en acties in de winkelstraten van het centrum van de stad, waar ook de meeste handelszaken zijn gevestigd. Bijgevolg is het billijk en gepast dat de belasting tot de ondernemers uit die betrokken winkelstraten wordt beperkt. Zij zullen hoofdzakelijk genieten van de voordelen die voortvloeien uit dit handelsversterkend beleid.
De afbakening van het winkelcentrum is gebaseerd op onderzoek van studiebureaus WES (1997) en BRO (2000), dat verder werd verfijnd en aangepast aan de huidige feitelijke realiteit.
De belasting wordt enkel opgelegd aan de commerciële voor het publiek vrij toegankelijke of visueel toegankelijke ruimtes van panden in de afgebakende zone in de winkelstraten. Omdat de omvang van de publiek toegankelijke ruimtes van commerciële panden in belangrijke mate het commercieel profiel en de uitstraling van de zaak bepaalt, wordt een redelijke verhouding tussen het oppervlaktecriterium en de tariefstelling van de belasting nagestreefd.
Het stedelijk reglement betreffende de belasting op de commerciële voor het publiek vrij toegankelijke of visueel toegankelijke ruimtes van panden in het centrum van Ieper van 30 juni 2025 vervalt op 31 december 2025.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 17 ja stemmen, 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) en 1 niet gestemd (het raadslid Ryde) het volgende reglement goed te keuren:
Belasting op de commerciële voor het publiek vrij toegankelijke of visueel toegankelijke ruimtes van panden in het centrum van Ieper
Artikel 1: Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 heft de stad Ieper een jaarlijkse belasting genoemd promotaks op de commerciële voor het publiek vrij toegankelijke of visueel toegankelijke ruimtes van panden in het winkelgebied van de stad met één of meerdere van de navolgende vergunde of vergund geachte hoofdfuncties:
- dagrecreatie, met inbegrip van sport
- detailhandel
- dancing, restaurant en café
- kantoorfunctie, dienstverlening en vrije beroepen
Het betreft de hoofdfuncties als bepaald onder artikel 2 §1 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen en zijn eventuele bijwerkingen.
Artikel 2: De belasting is verschuldigd door elke natuurlijke en/of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar een pand zoals bedoeld onder artikel 1 , waarvan de bezoekersingang van de commerciële ruimte binnen de vastgestelde gebiedsomschrijving van het centrum gelegen is, uitbaat of (mede)eigenaar van is in het geval leegstand.
Artikel 3: De belasting is niet verschuldigd:
- door starters (minder dan drie jaar actief) tijdens het eerste jaar dat ze zich in het winkelgebied hebben gevestigd;
- door alle natuurlijk en/of rechtspersonen die niet over een voor het publiek vrij toegankelijke commerciële of visueel toegankelijk oppervlakte beschikken;
- door niet-commerciële dienstverstrekkers;
- door eigenaars als hun leegstaand pand een vrijstelling van de gemeentebelasting op gebouwen en/of woningen die beschouwd worden als leegstaand of onafgewerkt heeft.
Artikel 4: De belasting is verschuldigd per pand.
Deze belasting wordt berekend op basis van het aantal vierkante meter commerciële oppervlakte van het pand. Een gedeelte van een vierkante meter wordt voor een vierkante meter aanzien.
Onder commerciële oppervlakte wordt bedoeld elke ruimte, vanaf de toegangsdeur, die voor het publiek rechtstreeks of visueel toegankelijk (bv. etalageruimtes) is (excl. terrassen, sanitaire ruimten, afgesloten stockageruimte en aparte inkom- en traphallen).
Voor hotels wordt de ruimte die voor alle gasten vrij toegankelijk is, zijnde het tavernegedeelte en de receptie, voor de toepassing van dit reglement als commerciële ruimte beschouwd. Kamers en vergader- of seminariefaciliteiten vallen hier niet onder.
Voor commerciële vestigingen die op 1 januari van het aanslagjaar leeg staan wordt het laagste tarief toegepast.
Artikel 5: De tarieven bedragen:
| Commerciële oppervlakte |
Tarief |
| 0 – 99 m² |
€ 375,00 |
| 100 – 249 m² |
€ 550,00 |
| 250 – 399 m² |
€ 775,00 |
| + 400 m² |
€ 950,00 |
Artikel 6 De in artikel 5 vermelde tarieven worden gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemmen als basis overeen met de index van oktober 2025. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat.
Formule: [huidig tarief] x gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat/gezondheidsindexcijfer van oktober 2025. Het bedrag wordt afgerond naar boven, naar de eerstvolgende halve euro.
Artikel 7 De gebiedsomschrijving van het winkelgebied in het centrum behelst de volgende straten:
Boomgaardstraat
Boterstraat
Diksmuidestraat (nrs 1 – 87 en 2 – 78)
Grote Markt
Menenstraat
Neermarkt
Rijselstraat (nrs 1 – 49 en 2 – 62)
Stationsstraat
Tempelstraat
Vandenpeereboomplein
Artikel 8: De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het hele jaar. De stopzetting of vermindering van de activiteit in de loop van het aanslagjaar, evenals de vermindering van de oppervlakte tijdens dezelfde periode, geven geen aanleiding tot enige belastingvermindering.
Artikel 9: De bij artikel 2 van dit reglement vernoemde belastingplichtigen ontvangen vanwege het stadsbestuur een aangifteformulier dat door hen, behoorlijk ingevuld en ondertekend, binnen de vijftien dagen moet worden teruggestuurd. Hierbij geldt de postdatum als bewijs. De belastingplichtige is vrijgesteld van aangifteplicht indien hij voor het vorig aanslagjaar werd aangeslagen en indien de belastbare toestand ongewijzigd is gebleven.
Artikel 10: Bij gebrek aan aangifte of in geval van laattijdige, onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte na het verstrijken van de in artikel 9 gestelde termijn, vanwege de belastingplichtige, wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 dagen volgend op de datum van verzending en van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Artikel 11: De overeenkomstig artikel 10 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag, gelijk aan een vierde van de verschuldigde belasting, indien de belastingplichtige een eerste maal verzuimt aan de aangifteplicht, met de helft, indien de belastingplichtige voor een tweede of volgende keer verzuimt aan de aangifteplicht. Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Artikel 12: De belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 13: De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de toezending van het aanslagbiljet.
Artikel 14: De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk of per duurzame drager worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.
De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 15: Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikelen 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet;
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
Het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, en latere wijzigingen;
Vlaamse Codex ruimtelijke ordening van 15 mei 2009 en wijzigingen (VCRO);
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
De stad wenst een actief woonbeleid te voeren en ervoor te zorgen dat er voldoende bouwpercelen beschikbaar zijn. Daarbij wenst ze te vermijden dat er teveel personen of rechtspersonen onbebouwde percelen in portefeuille houden waardoor er minder aanbod is op de markt en waardoor ook bijkomende woonuitbreiding mogelijk gehypothekeerd zou worden. In die zin is het opportuun om een belasting te heffen op de onbebouwde percelen.
Gezien de activering van de onbebouwde percelen deel uitmaakt van het actief woonbeleid wordt ervoor geopteerd om de activeringsheffing te behouden en door te trekken naar de onbebouwde bouwgronden buiten verkavelingen. Het is dus wenselijk die onbebouwde bouwgronden en onbebouwde kavels op de woonmarkt te krijgen. De invoering van de activeringsheffing laat het stadsbestuur toe om de eigenaars van die bouwgronden en kavels daartoe aan te sporen.
Het stedelijk reglement betreffende de activeringsheffing van 2 december 2019 vervalt op 31 december 2025.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 17 ja stemmen, 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) en 1 niet gestemd (het raadslid Ryde) het volgende reglement goed te keuren:
Activeringsheffing onbebouwde percelen
Artikel 1: Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de onbebouwde percelen.
Artikel 2: Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
1° Onbebouwd perceel: elke onbebouwde bouwgrond of onbebouwde kavel waarop de oprichting van een woning of een voor professioneel gebruik bestemd gebouw niet is aangevat op 1 januari van het aanslagjaar;
2° Onbebouwde bouwgrond: elke grond gelegen in woongebied of een overeenkomstige gebiedscategorie volgens het plannenregister en palend aan de openbare weg die voldoende is uitgerust zoals bepaald in artikel 4.3.5. §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening waarop geen bebouwing is aangevat op 1 januari van het aanslagjaar.
3° Onbebouwde kavel: elke kavel in een niet-vervallen verkaveling waarop geen bebouwing is aangevat op 1 januari van het aanslagjaar.
4° Sociale woonorganisatie: een organisatie vermeld in artikel 2, §1 eerste lid, 26° van de Vlaamse Wooncode.
5° Perceelsbreedte: de gemiddelde breedte van het perceel over de diepte van de eerste 25 m. Indien meerdere naast elkaar liggende percelen hetzelfde eigendomsstatuut hebben, wordt de breedte bepaald op basis van de totale breedte van deze percelen samen. De gemiddelde breedte wordt genomen op de bebouwbare diepte op het perceel. Indien het perceel een toerit naar het openbaar domein bevat, dan wordt de diepte van de eerste 25 m bepaald vanaf het punt waar het perceel voldoende breedte heeft om bebouwbaar te zijn. Indien het perceel minder dan 25 m diep is, wordt de gemiddelde breedte van het perceel over de diepte van het bebouwbaar deel van het perceel genomen.
6° Minimale perceelsbreedte: de minimale perceelsbreedte wordt bepaald door de voorschriften van een BPA of RUP, voor onbebouwde percelen die niet liggen in een BPA of RUP wordt de minimale perceelsbreedte bepaald door de typologie van bebouwing op naburige percelen:
Rijbebouwing binnen het KSG : 4,5 m.
Rijbebouwing buiten het KSG : 6 m.
Halfopen bebouwing : 9 m.
Open bebouwing : 12 m.
Artikel 3: Belastingsplichtige
De belasting slaat op de eigendom en is verschuldigd door diegene die eigenaar is op 1 januari van het aanslagjaar.
In geval van recht van opstal of van recht van erfpacht is de belasting verschuldigd door de opstalhouder of de erfpachter, terwijl de eigenaar hoofdelijk mede de belasting verschuldigd is.
Wanneer sommige mede-eigenaars van de belasting vrijgesteld zijn, terwijl zulks niet het geval is voor andere mede-eigenaars, dan mag de belasting slechts gevorderd worden van de niet vrijgestelde mede-eigenaars in verhouding tot hun deel in het perceel.
In geval van overdracht van eigendom is de nieuwe eigenaar de belasting verschuldigd met ingang op 1 januari die volgt op de datum waarop de authentieke akte tot vaststelling van de overdracht van rechten onder partijen heeft plaats gehad.
Artikel 4: Tarief
§1. De belasting wordt als volgt vastgesteld:
- Tarief 1: vanaf het eerste aanslagjaar, dat een perceel wordt opgenomen in een kohier, dat in uitvoering van de activeringsheffing op onbebouwde percelen wordt opgemaakt.:
0,45 euro/m² van het belastbare perceel, met een minimum aanslag van 315,00 euro per perceel.
- Tarief 2: vanaf het tweede aanslagjaar, dat een perceel wordt opgenomen in een kohier, dat in uitvoering van de activeringsheffing op onbebouwde percelen wordt opgemaakt.:
0,60 euro/m² van het belastbare perceel, met een minimum aanslag van 375,00 euro per perceel.
Tarief 3: vanaf het derde aanslagjaar, dat een perceel wordt opgenomen in een kohier, dat in uitvoering van de activeringsheffing op onbebouwde percelen wordt opgemaakt.:
0,70 euro/m² van het belastbare perceel, met een minimum aanslag van 500,00 euro per perceel.
§2. Elk gedeelte van een vierkante meter wordt als een volledige vierkante meter beschouwd.
§3. Voor het berekenen van de oppervlakte van de onbebouwde bouwgrond wordt de volledige perceeloppervlakte, gelegen in de bestemming voor wonen, in rekening gebracht. Ingeval de onbebouwde bouwgrond een diepte heeft die groter is dan 50 m en het achterste deel van het perceel een andere bestemming heeft dan wonen (bv agrarisch gebied), wordt een diepte van 50 m uit de rooilijn in rekening gebracht.
§4. Voor het berekenen van de oppervlakte van de onbebouwde kavel wordt de volledige kaveloppervlakte in aanmerking genomen.
Artikel 5: Het voormelde tarief in artikel 4 wordt gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemt overeen met de index van oktober 2025. Ze wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat.
Formule: (huidig tarief) x gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat / gezondheidsindexcijfer van oktober 2025. Het bedrag wordt afgerond naar boven, naar de eerstvolgende halve euro.
Artikel 6: Vrijstellingen
§1. Enkel de vrijstellingen opgenomen in dit artikel gelden voor uitvoering van onderhavig reglement.
§2. Van de activeringsheffing zijn vrijgesteld:
a) de eigenaars van één enkel onbebouwd perceel bij uitsluiting van enig ander onroerend goed in België of in het buitenland;
Deze vrijstelling vervalt met ingang van 1 januari volgend op de verwerving van een tweede onroerend goed.
b) de ouders met kinderen ten laste, beperkt tot één onbebouwd perceel per kind ten laste;
Voorgenoemde vrijstellingen van de eigenaars en ouders gelden slechts gedurende de vijf aanslagjaren die volgen op de verwerving van het goed, en kunnen aldus niet cumulatief worden toegepast.
c) de Sociale woonorganisaties;
d) de natuurlijke personen die eigenaar zijn van één enkel bebouwd perceel genieten van een vrijstelling van twee jaar bij aankoop van een onbebouwd perceel;
e) de verkavelaars, indien de verkavelingsvergunning geen werken omvat, en dit gedurende het jaar dat volgt op het jaar waarin de verkavelingsvergunning werd toegekend;
f) de verkavelaars, indien de verkavelingsvergunning werken omvat en dit gedurende het aanslagjaar dat volgt op het jaar waarin de aanleg van wegenis voorlopig opgeleverd werd;
g) de eigenaars van percelen die ingevolge de bepalingen van de wet op de landpacht, niet voor bebouwing kunnen worden bestemd;
h) De eigenaars van onbebouwde percelen waarvan de perceelsbreedte kleiner is dan de minimale perceelsbreedte.
i) Indien het onbebouwde perceel vergund ingericht werd en gebruikt wordt voor een vergunde volwaardige beroepsactiviteit.
Zowel wat betreft de vaststelling van de belastingschuld als voor de vrijstelling onder paragraaf a) en b) hierboven, dient opgemerkt dat binnen het plangebied van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling samengevoegde kavels, ongeacht het tijdstip waarop ze in eigendom verkregen werden, elk hun eigen statuut van afzonderlijke kavels bewaren zolang door de bevoegde overheid geen toelating wordt gegeven tot samenvoeging. Dergelijke toelating komt enkel tot stand door een verkavelingswijziging overeenkomstig artikel 4.6.7 § 1 van de VCRO.
Artikel 7: De belastingplichtige ontvangt vanwege het stadsbestuur een aangifteformulier dat hij verplicht dient terug te sturen binnen de vijftien dagen. De belastingplichtige is vrijgesteld van aangifteplicht indien hij voor het vorig aanslagjaar werd aangeslagen en indien de belastbare toestand ongewijzigd is gebleven.
Artikel 8: Bij gebreke van een aangifte binnen de in artikel 7 vastgestelde termijn of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag die volgt op de verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Artikel 9: De overeenkomstig artikel 8 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag, gelijk aan een vierde van de verschuldigde belasting, indien de belastingplichtige een eerste maal verzuimt aan de aangifteplicht, met de helft, indien de belastingplichtige voor een tweede of volgende keer verzuimt aan de aangifteplicht. Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Artikel 10: De verkoper van een onbebouwd perceel is verplicht binnen de 2 maanden na het verlijden van de authentieke akte, bij ter post aangetekende brief aan het stadsbestuur, dienst belastingen, mee te delen:
a) volledige identiteit en adres van de nieuwe eigenaar,
b) datum van de akte en naam van de notaris,
c) nauwkeurige aanduiding van het verkochte perceel.
Artikel 11: De belasting neemt een einde wanneer uiterlijk op 1 januari van het aanslagjaar de werken tot het bouwen van een tot woning bestemd gebouw, waarvoor een bouwvergunning werd afgeleverd, zijn aangevangen.
De aanvangsdatum van de werken dient tijdig en vooraf bij aangetekend schrijven aan het stadsbestuur meegedeeld te worden.
Artikel 12: De belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 13: De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de toezending van het aanslagbiljet.
Artikel 14: De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk of per duurzame drager worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.
De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 15 : Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikel 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
De stad wenst een actief woonbeleid te voeren en ervoor zorgen dat er voldoende kwalitatieve woningen beschikbaar zijn. Daarbij wenst ze te vermijden dat er teveel personen of rechtspersonen woningen omvormen tot een tweede verblijf waardoor er minder aanbod is op de woningmarkt.
Door het invoeren van een belasting op tweede verblijven wenst de stad het residentieel wonen binnen de stad te beschermen.
Bovendien hecht de stad eveneens groot belang aan de sociale samenhang in de stad, die ze met de invoering van deze belasting wenst te versterken.
De stad wil bovendien vermijden dat de belasting op tweede verblijven wordt gebruikt als een ontsnappingsroute voor de leegstandsheffing.
Gezien de noodzaak om een specifieke belasting op tweede verblijven te heffen omdat de eigenaars van een tweede verblijf dezelfde gemeentevoorzieningen en -faciliteiten genieten als vaste inwoners, terwijl ze niet via de personenbelasting bijdragen in onze stad voor uitgaven van oa. brandweer, politie, onderhoud openbaar domein, ....
In die zin is het opportuun om een belasting te heffen op de tweede verblijven. Het stedelijk reglement betreffende de belasting op tweede verblijven van 2 december 2019 vervalt op 31 december 2025.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 17 ja stemmen, 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) en 1 niet gestemd (het raadslid Ryde) het volgende reglement goed te keuren:
Belasting op de tweede verblijven
Artikel 1 : Er wordt voor de aanslagjaren 2026-2031 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de tweede verblijven gelegen op het grondgebied, ongeacht het feit of ze al dan niet in de kadastrale legger zijn ingeschreven.
Artikel 2 : Voor de toepassing van dit reglement wordt onder tweede verblijf verstaan:
1. elke private woongelegenheid waarvan degene die er kan verblijven (eigenaars of huurders), voor deze woongelegenheid op 1 januari van het aanslagjaar niet ingeschreven is in de bevolkingsregisters, ongeacht het feit of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, weekendhuizen of buitengoederen, optrekjes en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans, die al of niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger.
Een tweede verblijf heeft een slaapgelegenheid, een badkamer, de nodige nutsvoorzieningen. Bovendien moet het tweede verblijf voldoen aan de Vlaamse Codex Wonen van 2021. Dit betekent dat de woning geschikt is om te bewonen.
2. elke verblijfsgelegenheid die geen woning is en ook niet als hoofdverblijfplaats kan worden gebruikt, maar die door de eigenaar of huurder gebruikt wordt om er te verblijven.
3. worden niet als tweede verblijf beschouwd:
• het lokaal uitsluitend bestemd voor het uitoefenen van een beroeps- en/of handelsactiviteit. Het vestigen van een maatschappelijke zetel houdt geen vrijstelling van de belasting in.
• garages, tenten, verplaatsbare caravans, mobilhomes, kampeerauto’s en woonaanhangwagens
• de kamers die deel uitmaken van de uitbating van logiesverstrekkende bedrijven
• de woongelegenheid die werd opgenomen op een inventaris of register in het kader van de gemeentebelasting op woningen en/of gebouwen die beschouwd worden als onbewoonbaar, ongeschikt, verwaarloosd en leegstaand
• woongelegenheden met een dermate laag verbruik van de nutsvoorzieningen worden als leegstaand beschouwd
• woongelegenheden waar geen meubilair, sanitaire- en/of kookvoorzieningen aanwezig zijn worden als leegstaand beschouwd
De stad heeft het recht een bezoek te brengen aan de woning om te controleren of aan alle voorwaarden voor erkenning als tweede verblijf voldaan is. Tijdens het bezoek worden foto's genomen.
Artikel 3 : De belasting wordt vastgesteld op 1.050,00 euro per tweede verblijf per jaar. De belasting is ondeelbaar en voor het ganse aanslagjaar verschuldigd.
Artikel 4 : Het voormelde tarief wordt gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemt overeen met de index van oktober 2025. Ze wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat.
Formule : (huidig tarief) x gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat/gezondheidsindexcijfer van oktober 2025. Het bedrag wordt afgerond naar boven, naar de eerstvolgende euro.
Artikel 5 :
§ 1 De belastingplichtige is de natuurlijke of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van het tweede verblijf.
§ 2 In geval van vruchtgebruik, recht van opstal of recht van erfpacht is de belasting verschuldigd door de vruchtgebruiker, de opstalhouder of erfpachthouder. De eigenaar of mede-eigenaar is solidair gehouden tot betaling van de belasting.
§3 In geval van mede-eigendom, is de belasting verschuldigd in verhouding tot het wettelijke eigendomsaandeel. Iedere mede-eigenaar is hoofdelijk gehouden tot betaling van de algehele belasting.
§4 Ingeval van multi-eigendom, is iedere multi-eigenaar belastingplichtig volgens zijn toegewezen deel.
§5 De belastingplicht voor de zakelijke gerechtigde geldt ongeacht het feit of de zakelijk gerechtigde een domicilie in de gemeente heeft.
Artikel 6 :
§ 1 De belastingplichtige ontvangt vanwege het stadsbestuur een aangifteformulier die hij verplicht dient terug te sturen binnen 15 dagen. De belastingplichtige is vrijgesteld van aangifteplicht indien hij voor het vorig aanslagjaar werd aangeslagen en indien de belastbare toestand ongewijzigd is gebleven.
§ 2 Voor ieder nieuw aangegeven tweede verblijf, wordt er een feitenonderzoek en een plaatsbezoek uitgevoerd door de administratie.
Indien de administratie dit nodig acht voor tweede verblijven die reeds eerder werden aangegeven als tweede verblijf, wordt er een feitenonderzoek en plaatsbezoek uitgevoerd. Op vraag van de administratie dient de belastingplichtige het gebruik als tweede verblijf aan te tonen op basis van de feitelijkheden en bewijsstukken zoals vermeld in artikel 2.
Indien wordt vastgesteld dat het tweede verblijf gedurende een periode van 12 opeenvolgende maanden niet wordt gebruikt als tweede verblijf, wordt de woning opgenomen op de gemeentelijke inventaris van leegstaande woningen en gebouwen.
§ 3 Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige van ambtswege belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
§ 4 De overeenkomstig § 3 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag, gelijk aan een vierde van de verschuldigde belasting, indien de belastingplichtige een eerste maal verzuimt aan de aangifteplicht, met de helft, indien de belastingplichtige voor een tweede of volgende keer verzuimt aan de aangifteplicht.
Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Artikel 7
§1. De belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
§2. De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden vanaf de datum van verzending van het aanslagbiljet.
§3. De belastingschuldige kan een bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift moet gemotiveerd en met redenen omkleed zijn en schriftelijk of per duurzame drager en ondertekend worden ingediend.
Het bezwaarschrift moet, op straffe van verval, worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of van de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 8
Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikel 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Decreet van 22 december 1995 houdende de bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, met latere wijzigingen, meer bepaald de artikelen 25 t.e.m. 30
Vlaamse Codex Wonen van 2021, art. 2.9 - 2.20.
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
Decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit, art. 2.5.1.0.1.t.e.m. 2.5.7.0.3. en artikel 3.1.0.0.4.§2
Omzendbrief KB ABB 2019/02 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit.
De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de stad aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.
Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare woningen- en gebouwenbestand ook als dusdanig gebruikt worden, omdat leegstand leidt tot verloedering wat extra taken meebrengt voor de gemeente. De langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente moet voorkomen en bestreden worden omdat leegstaande woningen en gebouwen leiden tot meer opdrachten voor de gemeenten. De kwaliteit van woningen op het grondgebied van de gemeente moet bewaakt worden om het grondrecht op menswaardig wonen van de inwoners van de gemeente te vrijwaren.
Vanaf het aanslagjaar 2017 wordt de gewestelijke heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen niet geheven in gemeenten met een eigen belasting op ongeschikte en onbewoonbare woningen teneinde een dubbele heffing te vermijden, mits deze in overeenstemming is met art. 2.5.1.0.1 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit.
Er moet een gemeentelijk reglement aangenomen worden waarin de indicaties van leegstand en de procedure tot vaststelling van de leegstand worden vastgesteld.
De strijd tegen de leegstaande woningen en gebouwen zal onder meer een effect hebben als de opname van dergelijke gebouwen en woningen in een leegstandsregister ook daadwerkelijk leidt tot een belasting.
De verwaarlozing van woningen en gebouwen op het grondgebied van de gemeente moet voorkomen en bestreden worden om de verloedering van de leef- en woonomgeving tegen te gaan. Het beleid met betrekking tot verwaarloosde woningen en gebouwen wordt overgeheveld van het Vlaamse naar het gemeentelijk niveau, waarbij de gewestelijke registratie en heffing volledig worden opgeheven.
Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare patrimonium voor wonen optimaal benut wordt. Het is daarbij noodzakelijk om de verslechtering van de kwaliteit van woningen en gebouwen en de langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente te voorkomen en te bestrijden. Hierbij is het nuttig om een geïntegreerd beleid te voeren ter bestrijding van leegstand en verwaarlozing van woningen en gebouwen.
Het stedelijk reglement betreffende de gemeentebelasting op gebouwen en/of woningen die beschouwd worden als onbewoonbaar, ongeschikt, onveilig, verwaarloosd, bouwvallig, leegstaand of onafgewerkt van 30 maart 2020 komt te vervallen op 31 december 2025.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 17 ja stemmen, 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) en 1 niet gestemd (het raadslid Ryde) het volgende reglement goed te keuren:
Gemeentebelasting op gebouwen en/of woningen die beschouwd worden als onbewoonbaar, ongeschikt, onveilig, verwaarloosd, bouwvallig, leegstaand of onafgewerkt.
HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen
Voor de toepassing van dit reglement gelden de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
In dit reglement wordt verstaan onder:
Artikel 1: Definities
1. Woning : elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.
2. Gebouw : elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat en die niet beantwoordt aan de omschrijving van woning zoals bedoeld onder punt 1 en met uitzondering van de bebouwde onroerende goederen die vallen onder de toepassing van het decreet van 19 april 1995, houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
3. Verwaarloosd : wanneer een woning of gebouw ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten, enz. volgens het als model als bijlage 1 bijgevoegde technisch verslag tot vaststelling van de verwaarlozing. De binnenzijde van de woning of het gebouw valt buiten beschouwing.
4. Leegstaand gebouw : een gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.
5. Leegstaande woning : Een woning die gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden; of een functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich meebrengen, zoals omschreven in art 7°/1.
6. Leegstandsregister : het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, zoals vermeld in artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
7. Register ‘verwaarlozing’ : register van verwaarloosde woningen en gebouwen opgemaakt en bijgehouden overeenkomstig de Vlaamse Codex Wonen van 2021 (art. 2.9 – 2.20) en latere wijzigingen
8. Vlaamse inventaris (van ongeschikte en onbewoonbare woningen): woningen die door de burgemeester ongeschikt en/of onbewoonbaar werden verklaard op basis van boek 3 in de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en woningen die onbewoonbaar werden verklaard door de burgemeester op basis van artikel 135 van de Nieuwe gemeentewet.
9. Administratie : de dienst wonen van de stad Ieper. Deze Administratie staat in voor de opmaak en het beheer van het register ‘verwaarlozing’ en het leegstandsregister.
10. De inventarisatiedatum : de datum waarop het gebouw of woning voor de eerste maal in het register ‘verwaarlozing’, het leegstandsregister of de Vlaamse inventaris wordt opgenomen of, zolang het gebouw of de woning niet uit voormelde registers of Vlaamse inventaris is geschrapt, het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de datum van de eerste inschrijving.
11. Beveiligde zending : een van de hiernavolgende betekeningswijzen, hetzij een aangetekend schrijven, hetzij een afgifte tegen ontvangstbewijs;
12. Ongeschikte woning : een woning waarvoor door de Burgemeester of de bevoegde Vlaamse minister een besluit tot ongeschiktverklaring is uitgevaardigd (i.e. een woning met minstens één gebrek van categorie II als vermeld in artikel 3.1, §1, derde lid, 2°, of van categorie III als vermeld in artikel 3.1, §1, derde lid, 3°;)
13. Onbewoonbare woning : een woning waarvoor door de Burgemeester of de bevoegde Vlaamse minister een besluit tot onbewoonbaarverklaring is uitgevaardigd. (i.e. een woning met minstens één gebrek van categorie III als vermeld in artikel 3.1, §1, derde lid, 3°;)
14. Onafgewerkt gebouw of woning : een gebouw of woning waarbij alle werken nodig om het gebouw en/of woning wind- en waterdicht te maken niet voltooid zijn.
15. Renovatieschema: een nota die bestaat uit
1) een gedetailleerd overzicht van welke niet omgevingsvergunningsplichtige werken worden uitgevoerd;
2) een gedetailleerd tijdschema waarin de fasering van de werken wordt toegelicht;
3) een gedetailleerd bestek van een geregistreerd aannemer of van de belastingplichtige indien hij zelf de werken zal uitvoeren waarmee hij aantoont dat de kostprijs van de renovatiewerken per geïnventariseerde woning en/of gebouw minstens 10.000,00 euro bedraagt. In dit bedrag is de eventuele kostprijs van de werkuren van de uitvoerende aannemer niet inbegrepen;
4) fotoreportage met weergave van de bestaande toestand van de te renoveren onderdelen;
5) indien van toepassing een akkoord van de mede-eigenaars;
16. Functionele eenheid: het deel van een gebouw dat gebruikt wordt voor één van volgende functies: wonen, handel, horeca, kantoorfunctie of dienst, industrie of ambacht.
Artikel 2: Belastbare grondslag
§ 1 Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op:
a) de woningen die opgenomen zijn in de Vlaamse inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen.
b) de woningen, gebouwen of percelen die opgenomen zijn in het register 'verwaarlozing'.
c) de woningen of gebouwen die opgenomen zijn in het leegstandsregister.
§ 2 De bebouwde onroerende goederen die vallen onder de toepassing van het decreet van 19 april 1995, houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten zijn niet onderworpen aan deze gemeentelijke belasting.
HOOFDSTUK 2 De belastingplichtige
Artikel 3: Bepaling van de term 'belastingplichtige'
§1. Als belastingplichtige van de belasting wordt beschouwd de houder van een van de hierna vermelde zakelijke rechten met betrekking tot een gebouw of woning op het ogenblik van de opname in het register 'verwaarlozing', het leegstandsregister en/of de Vlaamse inventaris:
- de volle eigendom;
- het recht van opstal of van erfpacht;
- het vruchtgebruik.
De belasting is een eerste maal verschuldigd op het ogenblik dat het gebouw, de woning of het perceel wordt opgenomen in een register en/of Vlaamse inventaris.
§2. Behoort één van die zakelijke rechten in onverdeeldheid toe aan meer dan één persoon dan geldt de onverdeeldheid als belastingplichtige. De leden van de onverdeeldheid zijn gehouden tot betaling van het verschuldigde bedrag naar rato van hun deel in de onverdeeldheid.
§3. Zolang het gebouw, de woning en/of het perceel niet is geschrapt uit het register of de Vlaamse inventaris, wordt de houder van een zakelijk recht, bedoeld in art. 3§1, op het ogenblik dat een nieuwe termijn van 12 maanden verstrijkt als belastingplichtige van de nieuwe heffing beschouwd
§4. Degene die een zakelijk recht, zoals bedoeld in art. 3§1, overdraagt, moet de verkrijger ervan uiterlijk op het ogenblik van de overdracht van het zakelijk recht via een beveiligde zending in kennis stellen van de opname van het gebouw, de woning en/of het perceel in het register en/of de Vlaamse inventaris. Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, zoals bedoeld in het eerste lid, als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende heffing die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
§5. Degene die het zakelijk recht overdraagt is tevens verplicht om binnen de maand na het verlijden van de notariële akte, via een beveiligde zending aan het gemeentebestuur een kopie van deze akte over te maken. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens :
- naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel;
- rijksregisternummer of ondernemingsnummer van de verkrijger van het zakelijk recht;
- datum van de akte, naam en standplaats van de notaris;
- nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw
Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, zoals bedoeld in het eerste lid, als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende heffing die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
HOOFDSTUK 3 Opmaak van de registers en Vlaamse inventaris, vaststelling en beoordeling van leegstand en verwaarlozing
Artikel 4: De registers en de Vlaamse inventaris
§1. De gemeentelijke administratie maakt overeenkomstig de Vlaamse Codex Wonen van 2021
a) een leegstandsregister op samengesteld uit een lijst leegstaande woningen en een lijst leegstaande gebouwen;
b) een register 'verwaarlozing' op .
De Vlaamse inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen wordt opgemaakt en beheerd door de gewestelijke entiteit die door de Vlaamse Regering hiermee belast wordt.
§2. Een gebouw dat of een woning die door de gemeente geïnventariseerd is als leegstaand, kan eveneens opgenomen worden in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen, en omgekeerd.
Woningen die door het Vlaamse Gewest geïnventariseerd zijn als ongeschikt of onbewoonbaar, kunnen eveneens worden opgenomen in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen, en omgekeerd.
§3. Woningen die door het Vlaamse Gewest geïnventariseerd zijn als ongeschikt en/of onbewoonbaar, worden niet opgenomen in het leegstandsregister.
§4. De ambtenaren van de dienst wonen van de stad Ieper worden belast met de opmaak en het beheer van het leegstandsregister en het register 'verwaarlozing' en zijn bevoegd om de verwaarlozing en de leegstand vast te stellen.
§5. Zodra een gebouw, woning of perceel wordt opgenomen op één of meerdere registers en/of de Vlaamse inventaris worden alle (mede)-eigenaars en houders van een zakelijk recht hiervan op de hoogte gebracht middels een beveiligde zending.
§6. De houder van het zakelijk recht kan steeds een plaatsbezoek, door de administratie, aanvragen.
§7. Onverminderd de toepassing van artikel 89bis van het wetboek van strafvordering en overeenkomstig de bepalingen van het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, hebben de ambtenaren van de dienst wonen toegang tot de gebouwen en/of woningen om alle voor de inventarisatie noodzakelijke opsporingen en vaststellingen te verrichten wanneer het vermoeden bestaat dat een gebouw en/of woning verwaarloosd is of leegstaat.
Artikel 5: De beoordeling en de vaststelling van leegstand en verwaarlozing
§1. De ambtenaren van de administratie zijn bevoegd om de verwaarlozing en leegstand van een gebouw en/of woning op te sporen.
Beoordeling van verwaarlozing
§2. Een gebouw, ongeacht of het dienst doet als woning, wordt beschouwd als verwaarloosd wanneer het technisch verslag, volgens het model opgenomen als bijlage 1 bij dit besluit, minstens drie gebreken vertoont.
§3. De ambtenaar die de verwaarlozing vaststelt, geeft de houder van het zakelijk recht van het gebouw kennis van het verslag. De kennisgeving gebeurt via een beveiligde zending aan de persoon, aan de woonplaats of, als de woonplaats niet bekend is, aan de verblijfplaats van de houder van het zakelijk recht.
§4. Het origineel en het afschrift van het verslag vermeldt de naam van de bevoegde ambtenaar die het verslag heeft opgesteld, het adres van de afdeling of de gemeentelijke administratieve eenheid waartoe hij behoort en de datum en de plaats van de kennisgeving van het afschrift.
§5. De houder van het zakelijk recht beschikt over een termijn van 2 maanden vanaf de datum van kennisgeving om de verwaarlozing te herstellen of de juistheid van het verslag te weerleggen. Wanneer de houder er niet in slaagt om binnen deze termijn de juistheid van het verslag te weerleggen of aan te tonen dat het gebouw en/of de woning geen ernstige, zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval meer vertoont, stelt de administratie de verwaarlozing vast in een gemotiveerde administratieve akte.
Beoordeling van leegstand
§6. De vaststelling van de leegstand gebeurt per functionele eenheid.
De vaststelling van de leegstand van de geheel leegstaande woningen, de geheel of gedeeltelijk leegstaande gebouwen of entiteiten in gebouwen voor economische doeleinden alsook de geheel leegstaande woningen in gebouwen gebeurt, naar gelang de categorie, op basis van o.a. het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister, het ontbreken van een aangifte als tweede verblijf, het aanbieden als “te huur” of “te koop”, een dichtgeplakte of anderszins onbruikbaar gemaakte of weggehaalde brievenbus of een (over)volle brievenbus gedurende lange tijd; rolluiken die langdurig neergelaten zijn of klapluiken die permanent gesloten zijn; het vermoeden van een dermate laag verbruik van de nutsvoorzieningen dat een gebruik overeenkomstig de woonfunctie of het normale gebruik van het gebouw kan worden uitgesloten, het vermoeden van het gebruik van een woonentiteit als domiciliewoning, de aanvraag om vermindering van onroerende voorheffing naar aanleiding van een leegstand of onproductiviteit of improductiviteit op basis van artikel 15 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992, getuigenissen verklaringen van omwonende(n), postbode, wijkagent…, enz.
§7. Een woning gebruiken als opslagruimte wordt niet beschouwd als bewoning. Wanneer bijvoorbeeld een ruimte boven een winkel op grond van objectieve gegevens als woning kan worden beschouwd, moet worden nagegaan of die ruimte een woonfunctie heeft. Kan ze niet als woning worden beschouwd, dan moet de regeling voor gebouwen toegepast worden. Een ander gebruik van de woning dan effectieve bewoning, ofwel als hoofdverblijfplaats ofwel als tweede verblijfplaats, worden niet aanvaard als zijnde effectief gebruik van de woning.
§8. Tweede verblijven kunnen opgenomen worden in het Leegstandsregister
§9. Alle elementen tot vaststelling van de leegstand worden opgenomen in het beschrijvend verslag volgens het model hierbij gevoegd als bijlage 2. De ambtenaar die de leegstand vaststelt, geeft de houder van het zakelijk recht van het gebouw kennis van het verslag. De kennisgeving gebeurt via beveiligde zending aan de persoon, aan de woonplaats of, als de woonplaats niet bekend is, aan de verblijfplaats van de houder van het zakelijk recht.
§10.Het origineel en het afschrift van het verslag vermeldt de naam van de bevoegde ambtenaar die het verslag heeft opgesteld, het adres van de afdeling of de gemeentelijke administratieve eenheid waartoe hij behoort en de datum en de plaats van de kennisgeving van het afschrift.
§11. De houder van het zakelijk recht beschikt over een termijn van 2 maanden vanaf de datum van kennisgeving om een einde te maken aan de leegstand of de juistheid van het verslag te weerleggen. Alle elementen kunnen weerlegd worden door afdoende bewijsstukken zoals bijvoorbeeld een geregistreerde huurovereenkomst, een afrekening van het verbruik van de nutsvoorzieningen,… Ook kan, na schriftelijke aanvraag, een plaatsbezoek geregeld worden.
Wanneer de houder er niet in slaagt om binnen deze termijn de juistheid van het verslag te weerleggen of aan te tonen dat het gebouw en/of de woning niet langer leegstaand is, stelt de administratie de leegstand vast in een gemotiveerde administratieve akte.
Artikel 6: Opname in de registers en/of Vlaamse inventaris
§1. De inventarisatie van een ongeschikt- en/of onbewoonbaar verklaarde woning gebeurt op de datum van het desbetreffende besluit van de burgemeester of van de bevoegde Vlaamse minister. Indien er een beroep wordt ingesteld tegen een ongeschikt- of onbewoonbaarverklaring van een woning, wordt de opname opgeschort voor de duur van het beroep. Indien het beroep wordt afgewezen wordt de woning opgenomen in de Vlaamse inventaris op datum van het respectieve besluit.
§2. De opname in het register 'verwaarlozing' van de percelen die door de Federale Overheidsdienst Financiën/Afdeling Patrimoniumdocumentatie, Opmetingen en Waarderingen gekwalificeerd worden als puin of krot gebeurt per 1 januari van het kalenderjaar waarin ze als zodanig gekwalificeerd worden.
§3. De inventarisatie van de geheel leegstaande woningen, de geheel of gedeeltelijk leegstaande gebouwen of entiteiten in gebouwen voor economische doeleinden alsook de geheel leegstaande woningen in gebouwen gebeurt in het Leegstandsregister op de datum van de opmaak van de administratieve akte tot vaststelling van de leegstand.
Ook de onafgewerkte gebouwen waarvan de bouw 7 jaar na het afleveren van de omgevingsvergunning niet beëindigd is, tenzij het bewijs geleverd wordt dat de niet-beëindiging is gebeurd buiten de wil van de belastingplichtige, worden geïnventariseerd als leegstaand.
§4. De inventarisatie van verwaarloosde woningen en/of gebouwen gebeurt in het register ‘verwaarlozing’ op de datum van de opmaak van administratieve akte tot vaststelling van de verwaarlozing.
§5. De houder van het zakelijk recht ontvangt per beveiligde zending de administratieve akte en krijgt de mogelijkheid om binnen de maand ofwel een bezwaar in te dienen tegen de opname ofwel een vrijstelling aan te vragen. Indien de vrijstelling niet binnen de maand aangevraagd wordt, geldt de aanvraagdatum als startdatum voor de vrijstelling. Bij verkoop van een reeds opgenomen woning of gebouw krijgt ook de nieuwe houder van het zakelijk recht per beveiligde zending de mogelijkheid om binnen de maand een vrijstelling aan te vragen.
Artikel 7: Bezwaar tegen opname
§1. Ongeschikt/onbewoonbaar:
een inhoudelijk bezwaar tegen de opname in de Vlaamse inventaris is niet mogelijk bij de administratie aangezien de bezwaarprocedure tegen een ongeschikt- en/of onbewoonbaarverklaring wordt behandeld door de bevoegde Vlaamse Minister of door de bevoegde Rechtbank. Onmiddellijk is ook de eerste heffing verschuldigd.
§2. Leegstandsregister:
een bezwaar kan ingediend worden via een beveiligde zending aan de administratie binnen de maand nadat de administratieve akte tot vaststelling van de leegstand via een beveiligde zending werd opgestuurd.
Men wordt effectief opgenomen in het Leegstandsregister indien de betrokkene, niet reageert of wanneer het eventuele bezwaar afgewezen wordt als ongegrond. Het niet afhalen van de beveiligde zending waarmee aan de houder van het zakelijk recht de administratieve akte wordt toegestuurd, brengt automatisch de opname in het Leegstandsregister met zich mee.
§3. Verwaarloosd:
een bezwaar kan ingediend worden via een beveiligde zending aan de administratie binnen de maand nadat de administratieve akte tot vaststelling van de verwaarlozing via een beveiligde zending werd opgestuurd.
Men wordt effectief opgenomen in het register indien de betrokkene, niet reageert of wanneer het eventuele bezwaar, afgewezen wordt als ongegrond. Het niet afhalen van de beveiligde zending waarmee aan de houder van het zakelijk recht de administratieve akte wordt toegestuurd brengt automatisch de opname in het register ‘verwaarlozing’ met zich mee.
§4. De bezwaren worden door het college van burgemeester en schepenen beoordeeld binnen een termijn van 90 dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het bezwaar. Als het bezwaar gegrond bevonden is, wordt men geschrapt uit het desbetreffende register.
De al dan niet inwilliging van een bezwaar kan worden voorafgegaan door een controle van de administratie ter plaatse met het oog op een feitenonderzoek. het bezwaar wordt niet ingewilligd als de toegang tot het pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek. Tijdens het feitenonderzoek kunnen foto's genomen worden.
Artikel 8: Schrapping uit de Vlaamse inventaris en/of de registers
§1. De ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen worden geschrapt uit de inventarislijst van de ongeschikt- en onbewoonbaar verklaarde woningen op de datum van het besluit van de burgemeester of van de bevoegde Vlaamse minister tot opheffing van de onbewoonbaar- en/of ongeschikt verklaring.
§2. De percelen die door de Federale Overheidsdienst Financiën/Afdeling Patrimoniumdocumentatie, Opmetingen en Waarderingen gekwalificeerd worden als puin of krot worden geschrapt uit het register 'verwaarlozing' zodra het perceel volledig van puin geruimd is en dit op de datum van de vaststelling door de gemeentelijke ambtenaar.
§3. Een woning of gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt eens afdoende aangetoond is dat:
- hetzij de helft van de totale vloeroppervlakte van een gebouw overeenkomstig de functie aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden;
- hetzij een woning overeenkomstig de functie aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden;
- hetzij doordat de woning of het gebouw volledig gesloopt werd.
De datum van schrapping is de datum van de aanvang van aanwending overeenkomstig de functie. Het gebruik volgens de functie van een woning zal onder meer blijken uit de inschrijvingen in het bevolkingsregister, het verbruik van de nutsvoorzieningen en na een controle ter plaatse. Het zich louter laten inschrijven in het bevolkingsregister is niet voldoende als bewijs van bewoning. Ook het uitsluitend voorleggen van een (handels)huurovereenkomst kan echter nooit als bewijs gelden voor de beëindiging van de leegstand van een pand, aangezien deze geen enkele aanwijzing geeft omtrent de effectieve benutting/bewoning van het pand.
De woningen en/of gebouwen, waarvoor een bestemmingswijziging werd aangevraagd en vergund, worden uit het register geschrapt op de datum van de opmaak van het technisch verslag ter controle van de bestemmingswijziging die de wijziging bevestigt en/of op de datum van het besluit van de burgemeester tot opheffing van de ongeschikt- en/of onbewoonbaarverklaring.
§4. De verwaarloosde gebouwen worden geschrapt uit het register ‘verwaarlozing’ als alle aangehaalde gebreken verholpen zijn.
§5. De aanvraag tot schrapping uit één van de registers gebeurt op schriftelijk verzoek, via beveiligde zending, van de belastingplichtige aan de administratie. De postdatum van de beveiligde zending geldt als datum van ontvangst. Het schriftelijk verzoek bestaat uit de aanvraag en afdoende bewijsstukken.
§6. De administratie vermeldt de datum van schrapping in het register.
De al dan niet inwilliging van een verzoek tot schrapping kan worden voorafgegaan door een controle van de administratie ter plaatse met het oog op een feitenonderzoek. Het verzoek tot schrapping wordt niet ingewilligd als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek. Tijdens het feitenonderzoek kunnen er foto's genomen worden.
De administratie geeft de houder van het zakelijk recht of desgevallend zijn rechtsopvolger binnen 2 maanden na het verzoek tot schrapping via een beveiligde zending kennis van haar beslissing daaromtrent. Bij ontstentenis van een kennisgeving binnen deze termijn wordt het verzoek gegrond te zijn vanaf de datum van verzoek.
§7. Tegen deze beslissing kan beroep worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen binnen een termijn van 30 dagen ingaand de dag na deze van de betekening van de beslissing. Het beroep wordt per beveiligde, ondertekende zending betekend. Het college doet uitspraak over het beroepschrift en betekent zijn beslissing aan de indiener binnen een termijn van 90 dagen, ingaand de dag na deze van de ontvangst van het beroepschrift. Bij ontstentenis van kennisgeving wordt het beroep geacht te zijn aanvaard.
HOOFDSTUK 4 Het bedrag en de berekening van de heffing
Artikel 9: Het bedrag en de berekening van de heffing
§1. De basisheffing op de datum van opname in de Vlaamse inventaris en/of het register is voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 1.300,00 euro per belastbare woning en/of gebouw
§2. Het bedrag van de volgende heffingen is gelijk aan het resultaat van de volgende formule:
§3. Indien bij het einde van de vrijstelling blijkt dat het gebouw en/of de woning nog steeds opgenomen is in het register en/of de Vlaamse inventaris dan is de heffing gelijk aan het resultaat van de formule conform §2.
§4. Indien een woning en/of gebouw ingeschreven staat op meer dan één register en/of de Vlaamse inventaris is de voormelde belasting verschuldigd per afzonderlijke opname.
HOOFDSTUK 5 Inkohiering, inning en invordering
Artikel 10: Inkohiering, inning en invordering
§1. De aanslag gebeurt op basis van de gegevens waarover het college van burgemeester en schepenen beschikt.
§2. De belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
§3. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
§4. De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk of via duurzame drager worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
HOOFDSTUK 6 Vrijstellingen
Artikel 11: Vrijstellingen
§1. De aanvraag voor een vrijstelling van de belasting kan worden aangevraagd door middel van het aanvraagformulier volgens het model hier bijgevoegd als bijlage 3.
§2. Er wordt een vrijstelling van de belasting verleend voor 1 jaar:
- aan houders van het zakelijk recht op een woning en/of gebouw dat opgenomen is in het leegstandsregister en/of register ‘verwaarlozing’ of de Vlaamse inventaris op voorwaarde dat de eigenaar het zakelijk recht op de bedoelde woning en/of het gebouw verkreeg, minder dan twee jaar voorafgaand aan de datum van de inventarisatie. De periode van vrijstelling wegens het verkrijgen van het zakelijk recht duurt één jaar vanaf de datum waarop de woning en/of het gebouw in de Vlaamse inventaris en/of het register werd opgenomen, indien de aanvraag binnen de maand na de opname ingediend wordt. Zo niet geldt de aanvraagdatum als startdatum van de vrijstelling.
- ook personen die het zakelijk recht verkrijgen op een woning en/of gebouw dat al opgenomen is in het leegstandsregister, register ‘verwaarlozing’ of de Vlaamse inventaris kunnen deze vrijstelling krijgen. De periode van vrijstelling wegens het verkrijgen van het zakelijk recht duurt één jaar vanaf de datum waarop de notariële akte van de overdracht van het zakelijk recht werd ondertekend, in het geval het verkrijgen van het zakelijk recht dateert van na de opname van de woning en/of het gebouw in de Vlaamse inventaris en/of het register. Wanneer de persoon die het zakelijk recht overdraagt, beschikt, rechtstreeks of onrechtstreeks, over meer dan 10% van de aandelen in de vennootschap die het zakelijk recht verkrijgt, dan wordt de vrijstelling niet toegekend.
- vanaf de datum van de administratieve akte voor woningen en/of gebouwen waarvoor een omgevingsvergunning voor een functiewijziging zonder verbouwingswerken vereist is. Deze vergunning mag maximaal 2 jaar oud zijn op de inventarisatiedatum of er moet een omgevingsvergunningsaanvraag binnen de 6 maanden na de inventarisatiedatum ingediend worden en volledig en ontvankelijk verklaard zijn. Wanneer de aanvraag tot omgevingsvergunning niet ingediend werd binnen de 6 maanden na de inventarisatiedatum, geldt de datum van volledig- en ontvankelijkheidsbewijs als startdatum voor de vrijstelling.
Deze vrijstelling van 1 jaar is niet cumuleerbaar met de vrijstelling van 3 jaar voor ingrijpende renovatiewerken met omgevingsvergunning of renovatieschema
§3. Er wordt een vrijstelling van de belasting verleend voor 2 jaar:
Voor het bewonen van een enige woning die het voorwerp vormt van inventarisatie als ongeschikt/onbewoonbaar of verwaarloosd. Dit geldt ook voor de woningen die onbewoond zijn doordat de eigenaar-bewoner opgenomen wordt in een instelling, verzorgingstehuis woonzorgcentrum of assistentiewoning.
§4. Er wordt een vrijstelling van de belasting verleend voor 3 jaar:
Vanaf de datum van de administratieve akte voor woningen en/of gebouwen die onderworpen worden aan ingrijpende renovatiewerken en waarvoor een omgevingsvergunning nodig is of meldingsplicht vereist is. Deze vergunning of melding mag maximaal 2 jaar oud zijn op de inventarisatiedatum of er moet een omgevingsvergunningsaanvraag of melding binnen het jaar na de inventarisatiedatum ingediend worden en volledig en ontvankelijk verklaard zijn.
Wanneer de aanvraag tot omgevingsvergunning of melding niet ingediend werd binnen het jaar na de inventarisatiedatum, geldt de datum van het volledig- en ontvankelijkheidsbewijs als startdatum voor de vrijstelling.
Vanaf de datum van de administratieve akte voor woningen en/of gebouwen die onderworpen worden aan renovatiewerken waarvoor geen omgevingsvergunning of melding nodig is. In dit geval moet een renovatieschema goedgekeurd worden door het college van burgemeester en schepenen. Op het einde van de periode van vrijstelling wegens renovatiewerken zal worden nagegaan of de aangegeven renovatiewerken zijn uitgevoerd. Indien de aangegeven renovatiewerken niet zijn uitgevoerd, is de belasting meteen verschuldigd voor het lopende dienstjaar.
Deze vrijstelling van 3 jaar kan maar 1 keer toegekend worden, ofwel op basis van een omgevingsvergunning/melding ofwel op basis van een goedgekeurd renovatieschema.
§5. Wanneer de verbouwingswerken niet beëindigd worden en waarvoor de belastingplichtige kan bewijzen dat het niet beëindigen gebeurde buiten zijn wil om, ten gevolge van een gerechtelijk dossier. Het voorleggen van alle stukken van het gerechtelijk dossier en een spontane kennisgeving aan het gemeentebestuur van het verloop van de procedure worden hiervoor geëist. De vrijstelling heeft de duur van de periode vanaf de opening van het gerechtelijk dossier tot twee jaar na de uitspraak in dit gerechtelijk dossier.
§6. Voor woningen en/of gebouwen die het voorwerp zijn van onteigening of die liggen binnen een gebied waar een onteigeningsplan wordt voorbereid en waarvoor er om die reden geen omgevingsvergunning meer kan worden afgeleverd.
Voor woningen en/gebouwen die voor de realisatie van een goedgekeurde verkaveling of ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) zullen moeten gesloopt worden.
§7. Voor woningen en/of gebouwen waarvan het effectief gebruik onmogelijk is omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek. De vrijstelling gaat in op de datum van het begin van de onmogelijkheid tot effectief gebruik tot twee jaar na het einde van de onmogelijkheid. De nodige bewijsstukken van de gerechtelijke procedure moeten hiervoor voorgelegd worden als bewijsstukken en de belastingsplichtige moet spontaan het gemeentebestuur op de hoogte houden over het verdere verloop van de procedure.
§8. Houders van een zakelijk recht op woningen en/of gebouwen die door een ramp (brand, natuurramp, gasontploffing,…) getroffen zijn krijgen een vrijstelling van twee jaar op voorwaarde dat zij zelf niet (mede)aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de ramp.
HOOFDSTUK 7 Overgangsmaatregelen
Artikel 12: Overgangsmaatregelen
§1. Woningen die werden geïnventariseerd als "ongeschikt-onbewoonbaar" en woningen en/of gebouwen die werden geïnventariseerd als verwaarloosd, en die op 31 december 2025 nog niet zijn geschrapt, blijven opgenomen op de inventarissen met behoud van de oorspronkelijke inventarisatiedatum en met behoud van het basis heffingsbedrag van dat respectievelijke aanslagjaar.
§2. Woningen en/of gebouwen die werden geïnventariseerd als "leegstand", en die op 31 december 2025 nog niet zijn geschrapt, blijven opgenomen in het Leegstandsregister met behoud van de oorspronkelijke inventarisdatum, overeenkomstig de bepalingen van de Vlaamse Codex Wonen 2021 houdende nadere regelen betreffende het Leegstandsregister en met behoud van het basis heffingsbedrag van dat respectievelijke aanslagjaar.
HOOFDSTUK 8 Slotbepalingen
Artikel 13: Slotbepalingen
Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikelen 41, 162 en 170 §4 GW
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
De wet van 26 maart 1971 inzake bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging en wijzigingen bij decreten
Vlarem II, het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne
Gemeentelijke bouwverordening van 5 juli 1999 betreffende lozing van huishoudelijk afvalwater, de verplichte aansluiting op de openbare riolering en de afkoppeling van hemelwater afkomstig van particuliere woningen
Het decreet Integraal Waterbeleid van 18 juli 2003 en latere wijzigingen
Het zoneringsbesluit van 10 maart 2006 en latere wijzigingen
Decreet van 30 mei 2008
Het Algemeen Waterverkoopreglement van 8 april 2011 en latere wijzigingen
Ministerieel Besluit betreffende de keuring van de binneninstallatie en de privé-waterafvoer van 28 juni 2011 en latere wijzigingen
De gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater van 5 juli 2013
Het stedelijk reglement op het aansluiten op het rioleringsnet en de plaatsing van IBA's, het afkoppelen van afvalwater en hemelwater op perceelsniveau en keuring van de privéwaterafvoer van 5 december 2022 vervalt op 31 december 2025.
Het is opportuun een gemeentelijk belastingreglement betreffende het niet of niet optimaal afkoppelen van hemelwater en het niet voldoen aan de plicht tot individuele zuivering in te stellen.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente is het nodig de tarieven te actualiseren.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 17 ja stemmen, 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) en 1 niet gestemd (het raadslid Ryde) het volgend gemeentelijk reglement op het niet of niet optimaal afkoppelen van hemelwater en afvalwater en het niet voldoen aan de plicht tot individuele zuivering in te stellen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Hoofdstuk 1 – Inleidende begrippen
Artikel 1: Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
Aansluitplicht: Voor alle woningen gelegen in centraal gebied of collectief geoptimaliseerd buitengebied zoals voorzien in het zoneringsplan is er een verplichting tot aansluiting op het aanwezige of ontworpen rioleringsnet. Deze verplichting geldt ook indien hiervoor opbraakwerken dienen te gebeuren om leidingen onder of door de woning te kunnen plaatsen.
Aanleg gescheiden rioleringsstelsel : de aanleg van een afzonderlijke leiding voor het afvoeren van hemelwater en een afzonderlijke leiding voor de afvoer van afvalwater door de rioolbeheerder.
Afkoppelingsplicht : Het afkoppelen is het realiseren van een volledige scheiding tussen afvalwater (DWA) en hemelwater (RWA) op perceelsniveau. Afkoppelen van RWA en DWA op privaat terrein is verplicht bij nieuwbouw of bij uitbreiding of verbouwing van bestaande gebouwen en bij de (her)aanleg van riolering door de rioolbeheerder. Bij open en halfopen bebouwing is volledige scheiding verplicht. Bij bestaande gesloten bebouwing is de scheiding van afvalwater en hemelwater afkomstig van de dakvlakken en grondvlakken enkel verplicht indien daarvoor geen leidingen onder of door het gebouw moeten worden aangelegd, tenzij anders bepaald in een op het perceel van toepassing stedenbouwkundige of omgevingsvergunning.
Zoneringsplan : Het zoneringsplan bepaalt welke woningen wel en welke woningen niet kunnen aangesloten worden op het gemeentelijk of aan te leggen rioleringsstelsel.
Gebiedsdekkend uitvoeringsplan: Het gebiedsdekkend uitvoeringsplan bouwt verder op het zoneringsplan en bepaalt welke rioleringsprojecten nog moeten worden uitgevoerd, wie die moet uitvoeren en met welke prioriteit. Ook de installaties voor de individuele behandeling van afvalwater krijgen een prioriteit toegekend.
Weg- of baangracht langs gemeenteweg : De weg- of baangracht is de gracht gelegen in de langsrichting van de openbare wegenis, waarvan het onderhoud een last is van de wegbeheerder. De volledige bedding behoort tot de eigendom van de wegbeheerder. Een gemeenteweg is een weg, in beheer van de gemeentelijke overheid. Een lijst van de gemeentewegen is te verkrijgen bij de stadsdiensten.
IBA : Eigenaars van woningen waarvan de woning gelegen is buiten de zones waar riolering aanwezig is of in de toekomst wordt voorzien (rode zones zoneringsplan of het individueel te optimaliseren buitengebied) en bijgevolg niet kunnen aansluiten op het openbaar rioleringsnet, moeten zelf instaan voor de zuivering van het afvalwater door middel van een installatie voor de individuele behandeling van afvalwater (IBA).
Afkoppelingsadviseur : De afkoppelingsadviseur wordt aangesteld bij ieder afkoppelingsproject (aanleg gescheiden rioleringsstelsel door de rioolbeheerder) en staat, per perceel, in voor de opmaak van een volledige inventaris van de bestaande afwatering, opmaak van een ontworpen toestand, opmaak van meetstaat en raming van de private afkoppelingswerken, het aanduiden van mogelijke knelpunten, inventarisatie van de mogelijke kelderaansluitingen, contactname met de bewoners en/of eigenaars en zorgt voor de nazorg van het afkoppelingsdossier.
Afkoppelingsaannemer : De afkoppelingsaannemer voert de werken uit zoals voorzien en uitgetekend door de afkoppelingsadviseur en is verantwoordelijk voor de uitvoering van de werken volgens de regels van goed vakmanschap. De afkoppelingswerken omvatten minstens de aanleg van een waterdicht stelsel, het respecteren van de aansluitdiepte, het vermijden van tegenhellingen in de leidingen, het waarborgen van de afvoercapaciteit, het uitsluiten van geur- of afvoerproblemen na de afkoppeling ; het nastreven van de toestand in oorspronkelijke staat van het terrein ; het periodiek onderhoud van afvoersystemen mogelijk maken, het gebruik Benor gekeurde materialen ; het respecteren van kleurcodes ; het correct gebruik van aanvullende of verdichtende materialen ; het aanduiden van eventuele noodzakelijke wijzigingen op het afkoppelingsplan ; het rapporteren met foto’s van de aanleg.
Keuring van private riolering : Het uitvoeren van een keuring van private afwatering is verplicht vanaf 1 juli 2011 en is verplicht in volgende gevallen :
bij de eerste ingebruikname ;
bij belangrijke wijzigingen (= alle wijzigingen die de goede werking van het openbaar saneringswerk kunnen bedreigen) ;
na vaststelling van een inbreuk op de gelijkvormigheid, op verzoek van de exploitant ;
bij de aanleg van een gescheiden riolering op het openbaar domein.
Erkend keurder : De keurder of keuringsinstelling dient te beschikken over een ISO 17020-accreditatie met betrekking tot het keuren van private rioleringen of minstens reeds aan een ISO 17020 BELAC audit te zijn onderworpen met betrekking tot keuring van de private rioleringen opgelegd door het Waterverkoopreglement. De lijst van erkende Vlario-keurders wordt ter beschikking gesteld door de rioolbeheerder.
Rioolbeheerder : De instantie/overheid die instaat voor het openbaar rioleringsstelsel van de stad of gemeente. De stad Ieper beheert zijn rioleringsstelsel zelf.
Hoofdstuk 2: Gemeentebelasting bij het niet aansluiten, het niet of niet optimaal afkoppelen van hemelwater en afvalwater en het niet voldoen aan de plicht tot individuele zuivering.
Artikel 1. §1 De belastingsplichtige is de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van een geheel of gedeeltelijk verhard perceel of gebouw, die naar aanleiding van de aanleg van een gescheiden rioleringsstelstel of IBA het hemelwater niet afkoppelt overeenkomstig de Vlarem-wetgeving of wanneer vastgesteld wordt dat de afkoppeling op privéterrein door de eigenaar niet is uitgevoerd overeenkomstig de Vlarem-wetgeving.
Indien er erfpacht, opstalrecht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker. Dit ontslaat evenwel de eigenaar niet van zijn hoofdelijke aansprakelijkheid ten aanzien van het bedrag van de verschuldigde belasting op het onroerend goed waarvan hij de eigenaar is en waarop de erfpacht, opstal of het vruchtgebruik rust.
§2. In geval van overdracht onder levenden, wordt de hoedanigheid van eigenaar beoordeeld op datum van de authentieke akte tot vaststelling van overdracht.
§3. In geval van mede-eigendom, is iedere mede-eigenaar belastingschuldig voor zijn wettelijk deel. Dit ontslaat echter elke eigenaar afzonderlijk niet van zijn hoofdelijke aansprakelijkheid ten aanzien van het volledige bedrag van de verschuldigde belastingen met betrekking tot de entiteit waarvan hij mede-eigenaar is.
Artikel 2.
Er wordt een forfaitaire belasting vastgesteld op 1.500,00 EUR per jaar, voor elk begonnen jaar waarvan blijkt dat:
- de eigenaar die niet voldoet aan de bepalingen van de aansluitplicht en/of afkoppelingsplicht
- de eigenaar die niet voldoet aan of aan de individuele zuiveringsplicht:
- de eigenaar van een woning die niet voldoet aan de verplichting dat deze van een septische put voorzien moet zijn en verschuldigd vanaf de vaststelling door de rioolbeheerder van het niet geplaatst hebben van de septische put.
Artikel 3. Het voormelde tarief opgenomen in artikel 2 wordt gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemt overeen met de index van oktober 2025. Ze wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat.
Formule: [huidig tarief] x gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat / gezondheidsindexcijfer van oktober 2025. Het aldus berekende bedrag wordt afgerond op het dichtstbijzijnde veelvoud van tien euro, waarbij bedragen met een eenheidscijfer van vijf of meer naar het hogere tiental worden afgerond.
De belasting is voor het eerst verschuldigd op 1 januari van het aanslagjaar dat volgt op de datum van vaststelling van niet-conformiteit en daarna van jaar tot jaar.
De belasting is elk jaar onverdeeld verschuldigd tot en met het jaar dat bij de stad:
- per aangetekend schrijven of afgifte tegen ontvangstbewijs een conform keuringsattest zoals bepaald in het Algemeen Waterverkoopreglement wordt afgeleverd.
- aangifte gebeurt van uitvoering van de nodige aanpassingswerken aan de afvoer op privaat domein per aangetekend schrijven of afgifte tegen ontvangstbewijs en deze aangifte gevolgd wordt door een conform keuringsattest zoals bepaald in het Algemeen Waterverkoopreglement.
Artikel 4. Deze contante gemeentebelasting wordt gevestigd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 en wordt ingevorderd tegen afgifte van een betalingsbewijs of door overschrijving, binnen de veertien dagen na toezending van het bericht van de belastingschuld. Bij gebrek aan contante betaling wordt de belasting ingekohierd.
Artikel 5. De invordering en de bezwaren tegen de toepassing van deze gemeentebelasting worden ingediend overeenkomstig de bepalingen van het Decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen van 30 mei 2008 en latere wijzigingen.
Hoofdstuk 3 : Inwerkingtreding en slotbepalingen
Artikel 6. Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoeringsmodaliteiten van dit besluit.
Artikel 7. Dit reglement is van toepassing, onverminderd de bepalingen van de algemene politieverordening van de stad Ieper.
Artikel 8. De bepalingen van onderhavig reglement worden van kracht met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 9. Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikel 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende de verblijven en verenigingen die een werking uitoefenen in het kader van ‘Toerisme voor Allen’.
Het decreet van 5 februari 2016 betreffende het toeristische logies, en latere wijzigingen en het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019.
Het besluit van de gemeenteraad van 2 december 2019 tot vaststelling van de belasting op het exploiteren van toeristische logies.
Het besluit van de gemeenteraad van 6 december 2021 tot het opheffen en vernieuwen van de belasting op het exploiteren van toeristisch logies.
De Stad Ieper investeert sinds lang in het stimuleren van het verblijfstoerisme. Ze doet dat door de uitbouw van een breed en divers toeristisch aanbod dat de bezoeker aanzet tot een meerdaags verblijf in de stad. De Stad Ieper wenst dit beleid verder te zetten in de toekomst en wil via het heffen van een logiestaks verblijfstoeristen een billijke bijdrage laten leveren in het versterken van het toeristisch product.
Voor het bepalen van de heffing werd vertrokken van zowel het logiesdecreet als het decreet ‘Toerisme voor allen’. De heffing wordt gebaseerd op de verschillende categorieën/beschermde benamingen uit het logiesdecreet van 5 februari 2016 en wijzigingen. Deze categorieën/beschermde benamingen zijn: hotel, B&B, gastenkamer, vakantielogies, vakantiewoning, openluchtrecreatief terrein, camping, camperterrein of een afgeleide benaming.
Erkende logies geven meer zekerheid aan de toerist en de overheid dat effectief aan alle voorschriften en eisen wordt voldaan en dat de door Toerisme Vlaanderen toegekende comfortclassificatie overeenstemt met de werkelijke toestand. Het is dan ook verantwoord een verschillend tarief te voorzien voor erkende en niet-erkende logies. Het verschil tussen de erkende en de niet-erkende logies wordt vergroot om het verschil in kwaliteitslabel te benadrukken.
In het voorjaar van 2025 vonden verschillende overleg- en inspraakmomenten plaats met vertegenwoordigers van de logiessector. Dit reglement is het resultaat van een consensus die bereikt werd met deze vertegenwoordigers.
Kinderen en jongeren in groepsverband jonger dan 18 jaar die logeren in een jeugdverblijf met comfortclassificatie basis, standaard of comfort worden vanaf 2027 vrijgesteld, naar analogie met de meeste toeristische steden en gemeenten in Vlaanderen.
Het besluit van de gemeenteraad van 6 december 2021 tot het opheffen en vernieuwen van de belasting op het exploiteren van toeristisch logies vervalt op 31 december 2025.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.
Op voordracht van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 17 ja stemmen, 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) en 1 niet gestemd (het raadslid Stubbe) het volgende reglement goed te keuren:
Belasting op het exploiteren van toeristische logies
Artikel 1: Heffingstermijn – belastbaar feit
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting geheven op het verstrekken van toeristische logies op het grondgebied van de stad, aangeboden door logiesverstrekkers op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 2: Definities – begripsomschrijving
toeristisch logies: elke inrichting die of elk terrein dat aan een of meer toeristen de mogelijkheid tot verblijf biedt voor één of meer nachten en tegen betaling wordt aangeboden aan de toeristische markt. Elk toeristisch logies wordt ingedeeld in één van de categorieën zoals vermeld in artikel 4.
categorie hotel of een afgeleide benaming: een centraal beheerde uitgeruste inrichting met afgescheiden en daartoe uitgeruste kamers met ontbijtmogelijkheid en met dagelijks onderhoud van de kamers en de sanitaire voorzieningen. De exploitant of een van de personen die belast is met het dagelijkse of feitelijke bestuur van het toeristische logies, is permanent bereikbaar voor dienstverlening en de toeristen hebben geen toegang tot de lokalen waar het dagelijkse bestuur maaltijden bereidt.
categorie B&B of gastenkamer of een afgeleide benaming: een uitgeruste inrichting met een of meer afgescheiden en daartoe uitgeruste kamers of ruimtes die deel uitmaken van de persoonlijke en gebruikelijke eengezinswoning of aanpalende bijgebouwen ervan. De exploitant heeft zijn hoofdverblijfplaats in het toeristische logies. De ruimte waar de toerist het ontbijt en eventuele andere maaltijden wordt aangeboden, is niet toegankelijk voor derden en kan dus geen enkele vorm van restaurant of café inhouden.
categorie vakantielogies: een daartoe uitgeruste inrichting of een afgescheiden en daartoe uitgeruste ruimte die mogelijkheid tot verblijf biedt;
categorie vakantiewoning of een afgeleide benaming: een uitgeruste woning of studio, of een uitgerust appartement, waarvoor een persoonlijk gebruiksrecht wordt verleend, met mogelijkheid voor de toerist om zelf maaltijden te bereiden.
categorie jeugdverblijfcentra met comfortclassificatie basis, standaard of comfort: een daartoe uitgeruste inrichting met erkenning in het kader van het logiesdecreet als jeugdverblijf of hostel met aanbod van maaltijden. (incl. ontbijt)
kamer: ruimte van een hotel of gastenkamerexploitatie waarin overnacht wordt door een of meer toeristen
bed: een bed is een meubelstuk om in te slapen en bestaat uit een ledikant met daarop een matras met beddengoed, zoals lakens en dekens of een dekbed. Een zetelbed wordt ook beschouwd als een bed. Een tweepersoonsbed of zetelbed, stapelbed is gelijk aan twee bedden.
categorie openluchtrecreatief terrein of camping of een afgeleide benaming: een uitgerust en afgebakend terrein in centraal beheer waarop gekampeerd of verbleven wordt in openluchtrecreatieve verblijven of dat daarvoor bestemd of ingericht is. Worden uitgesloten: de gelegenheidskampeerterreinen in het kader van een manifestatie of uitbreiding van jeugdverblijfcentra of bivakhuizen.
standplaats: een standplaats op een openluchtrecreatief terrein of camping is elke plaats voor tenten, caravans, mobilhomes, kampeerauto’s en trekkershutten.
exploitant: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een toeristisch logies exploiteert of voor wiens rekening een toeristisch logies wordt geëxploiteerd.
Artikel 3: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de exploitant van het toeristische logies.
Artikel 4: Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting wordt vastgesteld afhankelijk van de categorie van het toeristische logies en het al dan niet erkend zijn:
categorie hotel:
aanslagjaar 2026-2027-2028: 2,50 euro per verhuurde kamer per nacht
aanslagjaar 2029-2030-2031: 2,70 euro per verhuurde kamer per nacht
categorie B&B of gastenkamer en alle vakantielogies:
erkend: aanslagjaar 2026-2027-2028 : 220,00 euro per kamer per jaar
aanslagjaar 2029-2030 : 225,00 euro per kamer per jaar
aanslagjaar 2031 : 230,00 euro per kamer per jaar
niet-erkend: aanslagjaar 2026-2027-2028 : 270,00 euro per kamer per jaar
aanslagjaar 2029-2030 : 275,00 euro per kamer per jaar
aanslagjaar 2031 : 280,00 euro per kamer per jaar
categorie jeugdverblijf met comfortclassificatie (met aanbod van maaltijden):
aanslagjaar 2026: 25,00 euro per bed per jaar
aanslagjaar 2027-2028: 0,25 euro per persoon per nacht vanaf 18 jaar
aanslagjaar 2029-2030-2031: 0,30 euro per persoon per nacht vanaf 18 jaar
categorie vakantiewoning:
erkend: aanslagjaar 2026-2027-2028: 120,00 euro per bed en per jaar
aanslagjaar 2029-2030 : 125,00 euro per bed en per jaar
aanslagjaar 2031 : 130,00 euro per bed en per jaar
niet-erkend: aanslagjaar 2026-2027-2028: 150,00 euro per bed en per jaar
aanslagjaar 2029-2030 : 155,00 euro per bed en per jaar
aanslagjaar 2031 : 160,00 euro per bed per jaar
categorie openluchtrecreatief terrein of camping:
aanslagjaar 2026-2027-2028: 58,00 euro per standplaats en per jaar
aanslagjaar 2029-2030 : 60,00 euro per standplaats en per jaar
aanslagjaar 2031 : 62,00 euro per standplaats en per jaar
Artikel 5: Aangifteplicht
Categorie hotel
De belastingplichtige moet per kwartaal een aangifte indienen.
De belastingplichtige ontvangt vanwege het stadsbestuur een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, binnen de 15 dagen na elk kwartaal van het aanslagjaar moet ingediend worden.
Categorie jeugdverblijf met comfortclassificatie
De belastingplichtige moet vanaf 2027 per kwartaal een aangifte indienen.
De belastingplichtige ontvangt vanwege het stadsbestuur een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, binnen de 15 dagen na elk kwartaal van het aanslagjaar moet ingediend worden
Categorieën B&B of gastenkamer – vakantielogies – vakantiewoning – jeugdverblijfcentra met comfortclassificatie– openluchtrecreatief terrein of camping
De belastingplichtige moet jaarlijks een aangifte indienen. Jeugdverblijfcentra met comfortclassificatie enkel nog in 2026.
De belastingplichtige ontvangt vanwege het stadsbestuur een aangifteformulier dat door hem behoorlijk ingevuld en ondertekend, binnen de 15 dagen moet worden ingediend.
De belastingplichtige is vrijgesteld van aangifteplicht indien hij voor het vorig aanslagjaar werd aangeslagen en indien de belastbare toestand ongewijzigd is gebleven.
Artikel 6: Ambtshalve belasting
Bij gebrek van een aangifte binnen de in artikel 5 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd volgens de gegevens waarover het stadsbestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Artikel 7: De overeenkomstig artikel 6 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag, gelijk aan een vierde van de verschuldigde belasting, indien de belastingplichtige een eerste maal verzuimt aan de aangifteplicht, met de helft, indien de belastingplichtige voor een tweede of volgende keer verzuimt aan de aangifteplicht.
Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Artikel 8: Wijze van invordering
De belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de toezending van het aanslagbiljet.
Artikel 9: Bezwaar
De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaarschrift moet schriftelijk of per duurzame drager worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. De indiening moet, op straffe van verval, gebeurden binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Artikel 10: Slotbepaling
Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikelen 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet;
Artikel 464/1, 1° van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992
Artikel 2.1.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4 van het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.;
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Het stedelijk reglement betreffende de opcentiemen op de onroerende voorheffing van 2 december 2019 vervalt op 31 december 2025.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven. Het college van burgemeester en schepenen stelt voor om de opcentiemen op de onroerende voorheffing voor 2026 en volgende jaren opnieuw vast te leggen op 945.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 17 ja stemmen, 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) en 1 niet gestemd (het raadslid Stubbe) het volgende reglement goed te keuren:
Heffing van opcentiemen op de onroerende voorheffing
Artikel 1: Voor het aanslagjaar 2026 tot en met 2031 ten bate van de stad Ieper 945 opcentiemen te heffen op de onroerende voorheffing.
Artikel 2: De vestiging en de inning van de gemeentebelasting te laten gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.
Artikel 3: Deze verordening zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking
Artikelen 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet;
Artikelen 464 tot en met 470/2 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Het stedelijk reglement betreffende de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting van 2 december 2019 vervalt op 31 december 2025.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de inwoners van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven. Het college van burgemeester en schepenen stelt daarom voor om de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting 2026 en volgende jaren opnieuw vast te stellen op 8 procent.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 17 ja stemmen en 15 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck, Stubbe en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting
Artikel 1: Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 2: De belasting vast te stellen op 8 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Artikel 3 : De vestiging en inning van de gemeentelijke belasting door het toedoen van het bestuur der directe belastingen, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Artikel 4 : Deze verordening zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikel170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
De zonale Politieverordening PZ Arro Ieper, in het bijzonder titel 2, afdeling 2 betreffende het privatief gebruik van openbare wegen en plaatsen is van toepassing.
Het stedelijk reglement betreffende de retributie voor het gebruik van het openbaar domein van 2 december 2019 vervalt op 31 december 2025.
Er wordt zeer vaak door handelaars, horeca-uitbaters en dienstverleners gevraagd om ingebruikneming van het voetpad of het openbaar domein voor verschillende zaken met betrekking tot hun uitbating. Als vormen van privatieve ingebruikneming wordt onder meer verstaan: reclameborden, menuborden, verkooppunten, vlaggenmasten, enz… Het is opportuun om dit toch te regelen en dit gebruiksrecht ook betalend te houden.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente,
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Retributie voor het gebruik van het openbaar domein door handelszaken
Artikel 1: Er wordt voor de dienstjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentelijke retributie gevestigd verschuldigd voor de privatieve ingebruikneming van het voetpad of het openbaar domein, in gelijk welke vorm, tenzij dit gebruik aanleiding geeft tot de toepassing van een andere gemeenteverordening betreffende een belasting of retributie, of toegestaan krachtens een contract. Als vormen van privatieve ingebruikname openbaar domein wordt enkel nog verstaan:
a) Reclameborden, menuborden, borden voor gelijkaardige aangelegenheden en vlaggenmasten (zoals beachflags). In de straten waar de promotaks van toepassing is, worden behalve reclameborden geen vlaggenmasten en andere vormen van reclame toegestaan. In alle overige straten worden alle soorten reclameborden en vlaggenmasten (zoals beachflags) toegestaan.
b) Verkooppunten met koopwaar worden enkel in de branches bloemen, postkaarten, kranten, verse voeding en kledij toegestaan.
c) Fietsenrekken kunnen worden vergund voor onbepaalde duur en zijn vrijgesteld van de retributie.
Uitzonderlijke en onvoorziene gevallen kunnen vergund worden door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 2: De openbare weg mag niet gebruikt worden voor het plaatsen van hindernissen tenzij na schriftelijke aanvraag, vermeldende aard en afmetingen, tenminste twintig dagen voor de gewenste aanvangsdatum en na machtiging door het college van burgemeester en schepenen. De aanvrager is ertoe gehouden jaarlijks aan de dienst economie van de stad aangifte te doen van de plaatsing en alle voor de aanslag noodzakelijke gegevens te verstrekken. Het onderverhuren van het openbaar domein is niet toegelaten.
In alle gevallen moet een vrije doorgang van minstens 1,50 m worden gevrijwaard. De objecten dienen tegen de gevel geplaatst te worden..
Artikel 3: De retributie is verschuldigd door de natuurlijke- of rechtspersoon die het voetpad of het openbaar domein in gebruik neemt.
Artikel 4: De retributie wordt vastgelegd als volgt:
Artikel 5: De voormelde tarieven opgenomen in artikel 4 worden gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemmen overeen met de index van oktober 2025. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat.
Formule: [huidig tarief] x gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat / gezondheidsindexcijfer van oktober 2025. Het zo verkregen getal wordt afgerond naar boven, naar de eerstvolgende halve euro.
Artikel 6: Het tarief wordt jaarlijks toegepast (1 januari – 31 december) ongeacht de duur van het werkelijke gebruik van de openbare weg.
Artikel 7: De oppervlakten worden gemeten aan de meest vooruitspringende delen van de hindernis. Buiten de vergunde oppervlakte mag de openbare weg door geen enkel voorwerp ingenomen of bezet worden, waarvoor geen afzonderlijke vergunning is verleend.
Artikel 8: Deze vergunningen hebben het karakter van gedoogzaamheden. De gemeente zal geen enkele aansprakelijkheid dragen inzake het privaat gebruik van de gedeelten van de openbare weg en de erop geplaatste voorwerpen. De vergunninghouder draagt alle aansprakelijkheid. De vergunningen kunnen om het even wanneer ingetrokken worden. De vergunninghouder zal evenwel om geen enkele reden schadevergoeding kunnen vorderen gezien de vergunningen steeds ten titel van gedoogzaamheid worden verleend.
Artikel 9: Indien het openbaar domein in gebruik wordt genomen zonder voorafgaande vergunning of niet conform de vergunning, dan zal, bovenop de sancties voorzien in artikel 2.2.1.14. van de gecoördineerde zonale Politieverordening PZ Arro Ieper, door het college van burgemeester en schepenen worden overgegaan tot de ambtshalve verwijdering van de betrokken hindernis op kosten van de eigenaar. Deze onkostenvergoeding bedraagt 150,00 euro en wordt aangerekend ter betaling van de opruimingswerken uitgevoerd door de stedelijke diensten.
Artikel 10: De retributie moet betaald worden bij het verkrijgen van de vergunning om het openbaar domein in gebruik te nemen.
Artikel 11: Dit reglement is niet van toepassing tijdens de jaarlijkse Dolle Dagen en Tooghedagen.
Artikel 12: Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikel170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
Het Besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en haar bijlagen;
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit;
Het stedelijk reglement betreffende de retributie op de aanvragen tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning, melding, stedenbouwkundig attest en planologisch attest van 5 december 2022 vervalt op 31 december 2025.
Er werd met de invoering van de omgevingsvergunning een grondige wijziging in procedures doorgevoerd.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente en de stijgende kosten oa. indexeringen, is het opportuun bepaalde retributies te actualiseren.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Retributie op de aanvragen tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning, melding, stedenbouwkundig attest en planologisch attest
Artikel 1 : Er wordt voor de dienstjaren 2026 tot en met 2031 een retributie geheven op het aanvragen van vergunningen, meldingen en attesten op onroerende goederen in het kader van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.
a) Dossiers waarvoor de stad vergunningverlenende overheid is:
| Melding omgevingsvergunning |
30 euro |
| Aanvraag omgevingsvergunning |
50 euro |
| Aanvraag stedenbouwkundig attest |
50 euro |
| Aanvraag planologisch attest |
1.500 euro |
| Aanvraag vrijgave woonreservegebied |
1.500 euro |
b) Dossiers waarvoor de provincie of de Vlaamse overheid vergunningverlenende overheid is
| Aanvraag omgevingsvergunning vereenvoudigde procedure |
50 euro |
| Aanvraag omgevingsvergunning gewone procedure |
100 euro |
Supplementaire kosten
| Openbaar onderzoek |
100 euro |
| Aanvraag met 'zaak der wegen' |
100 euro |
| Per woongelegenheid voor aanvragen waarin meerdere woongelegenheden aangevraagd worden |
50 euro |
| Per lot van een verkaveling of bijstelling van verkaveling |
50 euro |
| Publicatiekosten |
werkelijke kost |
| Infovergadering bij MER en RVR |
100 euro |
Artikel 2: De voormelde tarieven opgenomen in artikel 1 worden gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemmen overeen met de index van oktober 2025. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat.
Formule: [huidig tarief] x gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat / gezondheidsindexcijfer van oktober 2025. Het zo verkregen getal wordt afgerond naar boven, naar de eerstvolgende halve euro.
Artikel 3: De retributie is verschuldigd door de aanvrager.
Artikel 4: Zijn van de retributie vrijgesteld:
Artikel 5: De retributie is verschuldigd door de aanvrager en wordt als volgt vereffend :
Artikel 6: Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikel 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Het is opportuun een gemeentelijk reglement en retributie te vestigen op het privatief gebruik van het openbaar domein voor het uitvoeren van bepaalde werken zoals het bouwen, verbouwen, slopen, herstellen, herinrichten, schilderen en tuinaanleg,…
Onder ingebruikname wordt onder meer verstaan het plaatsen van materialen, stellingen, containers, werfafsluitingen, werfketen, torenkranen, hoogtewerkers, bouwliften, bedrijfsvoertuigen, privatisering van openbaar domein noodzakelijk voor de werfinrichting,… Tot het openbaar domein behoren wegen, voetpaden, parkeerruimten, groenzones, … Deze opsommingen zijn niet limitatief. Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente en de toegenomen kostprijs (indexering) is het nodig de tarieven te actualiseren.
Het retributiereglement van 5 december 2022 voor het gebruik van het openbaar domein ter gelegenheid van bouwwerken vervalt op 31 december 2025 en dient hernieuwd te worden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 17 ja stemmen, 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) en 1 niet gestemd (het raadslid De Groote) het volgende reglement goed te keuren:
Retributie voor het gebruik van het openbaar domein ter gelegenheid van bouwwerken
Artikel 1: Er wordt voor de dienstjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentelijke retributie gevestigd op het privatief gebruik van het openbaar domein voor het uitvoeren van bepaalde werken zoals het bouwen, verbouwen, slopen, herstellen, herinrichten, schilderen en tuinaanleg,…
Onder ingebruikname wordt onder meer verstaan het plaatsen van materialen, stellingen, containers, werfafsluitingen, werfketen, torenkranen, hoogtewerkers, bouwliften, bedrijfsvoertuigen, privatisering van openbaar domein noodzakelijk voor de werfinrichting,…
Tot het openbaar domein behoren wegen, voetpaden, parkeerruimten, groenzones… Deze opsommingen zijn niet limitatief.
Artikel 2: Voor elke ingebruikname van het openbaar domein, zoals omschreven in artikel 1, dient vooraf een toelating aangevraagd bij de Afdeling Openbaar Domein, Rijselsepoort 4 te 8900 Ieper, volgens de richtlijnen, vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Indien de bezetting van het openbaar domein aanleiding kan geven tot verkeershinder, dient de aanvrager advies in te winnen bij de mobiliteitsambtenaar van de stad Ieper via mobiliteit@ieper.be.
Artikel 3: Voor de ingebruikname van het openbaar domein ter gelegenheid van bouwwerken is een retributie verschuldigd van 0,50 euro/m²/dag. De berekening en de vaststelling van de belastbare oppervlakte(n) wordt bepaald volgens artikel 5.
Artikel 4: De retributie is solidair verschuldigd door de aannemer en de bouwheer der bouwwerken.
Artikel 5: De opmetingen van de belastbare oppervlakte(n) dienen opgegeven te worden door de vergunningsaanvrager. De belastbare oppervlakte wordt steeds in volle vierkante meter uitgedrukt. Gedeelten van een vierkante meter worden voor een volle vierkante meter aangerekend wanneer zij tenminste 0,50 m² bedragen, tot 0,49 m² worden zij niet meegerekend. Voor een ingebruikname is in elk geval een minimum bedrag verschuldigd van 15,00 euro. De controle van de ingebruikname wordt uitgevoerd door de bevoegde stedelijke dienst.
De belastbare oppervlakte is steeds deze van een rechthoek waarbinnen alle voorwerpen dienen geplaatst te worden. De breedte van het werkelijk gebruikte gedeelte van het openbaar domein wordt steeds in aanmerking genomen, de ingangen worden niet afgetrokken. Buiten de vergunde oppervlakte mag de openbare weg door geen enkel voorwerp worden ingenomen of bezet.
Artikel 6: De voormelde tarieven opgenomen in artikel 3 en artikel 5 worden gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemmen overeen met de index van oktober 2025. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat.
Formule: [huidig tarief] x gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat / gezondheidsindexcijfer van oktober 2025. Het zo verkregen getal wordt afgerond naar boven, naar de eerstvolgende halve euro.
Artikel 7: Zijn vrijgesteld van retributie, de ingebruikname van het openbaar domein voor het uitvoeren van werken in opdracht van Stad Ieper, OCMW Ieper en andere bij de wet van retributie vrijgestelde publieke rechtspersonen.
Artikel 8: De retributie is contant te betalen, via bancontact, via de betaalmodule van de website of via overschrijving. De toelating wordt pas afgeleverd na betaling. Enkel indien de werken op de opgegeven datum niet kunnen aanvangen, kan de toegestane periode worden doorgeschoven, mits de toestemming van het Stadsbestuur. Daartoe dient een schriftelijke aanvraag (brief, mail) te gebeuren aan het Stadsbestuur, Afdeling Openbaar Domein, vóór de oorspronkelijke aanvangsdatum. Iedere begonnen dag wordt gerekend voor een volle dag. De datum van het plaatsen en de vermoedelijke datum van het ontruimen wordt vastgesteld naar de verklaring van de aanvrager. De stedelijke diensten zullen daarna de correctheid van de opgegeven afmetingen nagaan.
Artikel 9: Indien het openbaar domein in gebruik wordt genomen zonder voorafgaande toelating of langer wordt ingenomen dan de vergunde periode of een grotere oppervlakte inneemt dan vergund, dient dit geregulariseerd te worden. Er moet een nieuwe aanvraag ingediend worden bij het Stadsbestuur binnen de 8 kalenderdagen na ontvangst van de aanmaning en dit voor de totale periode, met inbegrip van die reeds verstreken is, en de totale oppervlakte.
Artikel 10: Indien er verkeershinder ontstaat voor voetgangers, fietsers of andere weggebruikers door de ingebruikname van het openbaar domein, dient dit bij de aanvraag gemeld te worden. Dan wordt er automatisch een bijkomende signalisatievergunning voorzien door de dienst Mobiliteit. Alle nodige signalisatieborden opgenomen binnen een signalisatievergunning kunnen niet ontleend worden bij de afdeling Openbaar Domein. Indien een doorgang voor voetgangers onder een stelling wordt voorzien, dienen de nodige veiligheidsmaatregelen genomen tegen vallende voorwerpen.
Artikel 11: De nodige beveiligingsmaatregelen dienen genomen tegen beschadiging en/of bevuiling van het openbaar domein door het plaatsen van panelen onder containers, het aanbrengen van een zeil rond een stelling bij gevelwerken, het plaatsen van plastiekfolie op de grond bij schilderwerken… (dit is een niet limitatieve opsomming).
Er dienen afzonderlijke beveiligingsmaatregelen genomen te worden bij inname van openbaar groen, in overleg met de stedelijke Groendienst.
Bij vaststelling door de vergunninghouder van schade aan het openbaar domein, vóór de aanvang der werken, dient dit gestaafd met een plaatsbeschrijving en foto’s die bezorgd worden aan het Stadsbestuur, Afdeling Openbaar Domein, Rijselsepoort 4 te Ieper. Herstelwerken aan het openbaar domein door of in opdracht van de Stad, ingevolge aangebrachte schade door de vergunninghouder, wordt aangerekend aan de vergunninghouder.
Artikel 12: De toelating wordt enkel verleend per gedoogzaamheid en kan, op eerste verzoek en bevestigd bij schrijven door het Stadsbestuur, ten allen tijde worden ingetrokken omwille van redenen van algemeen belang (bv. door manifestaties, dringende werken aan het openbaar domein…) of wegens niet naleving van de toelatingsvoorwaarden. De vergunninghouder kan in dit geval geen schadevergoeding eisen vanwege de Stad Ieper.
Artikel 13: Het privatief gebruik van het openbaar domein gebeurt op eigen risico en onder volledige verantwoordelijkheid van de vergunninghouder en mits naleving van de bepalingen van de afgeleverde vergunning.
Artikel 14: Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikel 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
De contantbelasting op het inzamelen aan huis, het verwijderen en verwerken van rest- en gft- afval, pmd-afval en asbest van 1 december 2025.
De zonale politieverordening, in het bijzonder de titel inzake sluikstorten en openbare netheid.
Het stedelijk reglement van 2 december 2019 betreffende de retributie op sluikstorten vervalt op 31 december 2025.
Gezien de talrijke tussenkomsten door de Stad teneinde illegaal gestorte vuilnis op te ruimen en de daardoor veroorzaakte kosten, is het noodzakelijk om hiervoor een stedelijk retributiereglement hieromtrent te hebben.
De gehanteerde tarieven staan in verhouding tot de noodzakelijk geachte personeelsinzet, tijd, gepast transportmiddel en vervoer van het achtergelaten afval. Deze kosten worden berekend en verhaald op de sluikstorter, tegen een louter kostendekkend tarief voor klein en middelgroot afval à rato van respectievelijk één en twee uur verplaatsings-, opruim- en verwerkingskost. Voor grotere hoeveelheden zal de werkelijke tijdsbesteding worden verrekend gezien deze opruiming geheel afzonderlijk wordt uitgevoerd.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 17 ja stemmen, 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) en 1 niet gestemd (het raadslid De Groote) het volgende reglement goed te keuren:
Retributie op sluikstorten
Artikel 1: Er wordt voor de dienstjaren 2026 tot en met 2031 een retributie gevestigd op het weghalen en verwijderen van afvalstoffen, gestort of achtergelaten op daartoe niet voorziene plaatsen.
Artikel 2: De retributie is hoofdelijk verschuldigd door iedere persoon die afvalstoffen achterlaat op daartoe niet voorziene plaatsen. Desgevallend zijn diegene die daartoe opdracht of toelating gaf en/of de eigenaar van de afvalstoffen hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 3: De retributie wordt vastgesteld als volgt :
Gebruik voertuig met chauffeur: 75 EUR per uur
Bijrijder: 40 EUR per uur
Ieder begonnen uur wordt aangerekend.
- klein afval (minder dan 10kg) zoals peuken, blikken, flessen, hondenpoep, kleine zakjes of 1 grote zak met huisvuil 75,00 EUR
- middelgroot afval (van 10kg tot 20kg) zoals kleine huisraad, kartonnen dozen, grotere aantallen vuilniszakken, tuinafval,... 150,00 EUR
- groot afval (meer dan 20kg) zoals grote huisraad, bruin- en witgoed, matrassen,... volgens exacte verrekening personeels- en voertuiginzet
Indien voor het opruimen van het afval om welke reden dan ook beroep gedaan moet worden op een derde, wordt een bedrag aangerekend dat gelijk is aan het factuurbedrag van de derde.
Artikel 4: De voormelde tarieven opgenomen in artikel 3 worden gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemmen overeen met de index van oktober 2025. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat.
Formule: [huidig tarief] x gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat / gezondheidsindexcijfer van oktober 2025. Het zo verkregen getal wordt afgerond naar boven, naar de eerstvolgende halve euro.
Artikel 5: Bovenop het in artikel 3 vermelde bedrag wordt voor de verwerking van het gestorte afval de geldende tarieven van de contantbelasting op het inzamelen aan huis, het verwijderen en verwerken van rest- en gft-afval, pmd-afval en asbest van 1 december 2025 aangerekend. In het geval de afvalverwerking door derden wordt gefactureerd geldt deze bepaling niet en geldt het door derden gefactureerde bedrag.
Artikel 6: De retributie dient vereffend door overschrijving op rekening van stad Ieper na ontvangst factuur ofwel contant tegen kwitantie.
Artikel 7: Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018).
De wet van 26 maart 1971 inzake bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging en wijzigingen bij decreten.
Vlarem II, het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne.
Gemeentelijke bouwverordening van 5 juli 1999 betreffende lozing van huishoudelijk afvalwater, de verplichte aansluiting op de openbare riolering en de afkoppeling van hemelwater afkomstig van particuliere woningen.
Het decreet Integraal Waterbeleid van 18 juli 2003 en latere wijzigingen.
Het zoneringsbesluit van 10 maart 2006 en latere wijzigingen.
Het Algemeen Waterverkoopreglement van 8 april 2011 en latere wijzigingen.
Ministerieel Besluit betreffende de keuring van de binneninstallatie en de privé-waterafvoer van 28 juni 2011 en latere wijzigingen.
De gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater van 5 juli 2013.
Het is opportuun een gemeentelijk retributiereglement betreffende het aansluiten op het rioleringsnet en de plaatsing van IBA’s, het afkoppelen van afvalwater en hemelwater op perceelsniveau en keuring van de privéwaterafvoer in te stellen waarbij wordt bepaald hoe en tegen welke prijs dit kan gebeuren.
Het stedelijk reglement op het aansluiten op het rioleringsnet en de plaatsing van IBA's, het afkoppelen van afvalwater en hemelwater op perceelsniveau en keuring van de privéwaterafvoer van 5 december 2022 vervalt op 31 december 2025.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente en de toegenomen kostprijs (indexering) is het nodig de tarieven te actualiseren.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 17 ja stemmen, 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) en 1 niet gestemd (het raadslid Sampers) het volgend gemeentelijk reglement betreffende het aansluiten op het rioleringsnet en de plaatsing van IBA’s, het afkoppelen van afvalwater en hemelwater op perceelsniveau en keuring van de privéwaterafvoer in te stellen voor de dienstjaren 2026 tot en met 2031:
Hoofdstuk 1 – Inleidende begrippen
Artikel 1: Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
Aanleg gescheiden rioleringsstelsel : de aanleg van een afzonderlijke leiding voor het afvoeren van hemelwater en een afzonderlijke leiding voor de afvoer van afvalwater door de rioolbeheerder.
Afkoppelingsplicht: Het afkoppelen is het realiseren van een volledige scheiding tussen afvalwater (DWA) en hemelwater (RWA) op perceelsniveau. Afkoppelen van RWA en DWA op privaat terrein is verplicht bij nieuwbouw of bij uitbreiding of verbouwing van bestaande gebouwen en bij de (her)aanleg van riolering door de rioolbeheerder. Bij open en halfopen bebouwing is volledige scheiding verplicht. Bij bestaande gesloten bebouwing is de scheiding van afvalwater en hemelwater afkomstig van de dakvlakken en grondvlakken enkel verplicht indien daarvoor geen leidingen onder of door het gebouw moeten worden aangelegd, tenzij anders bepaald in een op het perceel van toepassing stedenbouwkundige of omgevingsvergunning.
Zoneringsplan: Het zoneringsplan bepaalt welke woningen wel en welke woningen niet kunnen aangesloten worden op het gemeentelijk of aan te leggen rioleringsstelsel.
Gebiedsdekkend uitvoeringsplan: Het gebiedsdekkend uitvoeringsplan bouwt verder op het zoneringsplan en bepaalt welke rioleringsprojecten nog moeten worden uitgevoerd, wie die moet uitvoeren en met welke prioriteit. Ook de installaties voor de individuele behandeling van afvalwater krijgen een prioriteit toegekend.
Weg- of baangracht langs gemeenteweg: De weg- of baangracht is de gracht gelegen in de langsrichting van de openbare wegenis, waarvan het onderhoud een last is van de wegbeheerder. De volledige bedding behoort tot de eigendom van de wegbeheerder. Een gemeenteweg is een weg, in beheer van de gemeentelijke overheid.
IBA: Eigenaars van woningen waarvan de woning gelegen is buiten de zones waar riolering aanwezig is of in de toekomst wordt voorzien (rode zones zoneringsplan of het individueel te optimaliseren buitengebied) en bijgevolg niet kunnen aansluiten op het openbaar rioleringsnet, moeten zelf instaan voor de zuivering van het afvalwater door middel van een installatie voor de individuele behandeling van afvalwater (IBA).
Afkoppelingsadviseur: De afkoppelingsadviseur wordt aangesteld bij ieder afkoppelingsproject (aanleg gescheiden rioleringsstelsel door de rioolbeheerder) en staat, per perceel, in voor de opmaak van een volledige inventaris van de bestaande afwatering, opmaak van een ontworpen toestand, opmaak van meetstaat en raming van de private afkoppelingswerken, het aanduiden van mogelijke knelpunten, inventarisatie van de mogelijke kelderaansluitingen, contactname met de bewoners en/of eigenaars en zorgt voor de nazorg van het afkoppelingsdossier.
Afkoppelingsaannemer : De afkoppelingsaannemer voert de werken uit zoals voorzien en uitgetekend door de afkoppelingsadviseur en is verantwoordelijk voor de uitvoering van de werken volgens de regels van goed vakmanschap. De afkoppelingswerken omvatten minstens de aanleg van een waterdicht stelsel, het respecteren van de aansluitdiepte, het vermijden van tegenhellingen in de leidingen, het waarborgen van de afvoercapaciteit, het uitsluiten van geur- of afvoerproblemen na de afkoppeling ; het nastreven van de toestand in oorspronkelijke staat van het terrein ; het periodiek onderhoud van afvoersystemen mogelijk maken, het gebruik Benor gekeurde materialen ; het respecteren van kleurcodes ; het correct gebruik van aanvullende of verdichtende materialen ; het aanduiden van eventuele noodzakelijke wijzigingen op het afkoppelingsplan ; het rapporteren met foto’s van de aanleg.
Keuring van private riolering: Het uitvoeren van een keuring van private afwatering is verplicht vanaf 1 juli 2011 en is verplicht in volgende gevallen :
bij de eerste ingebruikname ;
bij belangrijke wijzigingen (= alle wijzigingen die de goede werking van het openbaar saneringswerk kunnen bedreigen) ;
na vaststelling van een inbreuk op de gelijkvormigheid, op verzoek van de exploitant ;
bij de aanleg van een gescheiden riolering op het openbaar domein.
Erkend keurder: De keurder of keuringsinstelling dient te beschikken over een ISO 17020-accreditatie met betrekking tot het keuren van private rioleringen of minstens reeds aan een ISO 17020 BELAC audit te zijn onderworpen met betrekking tot keuring van de private rioleringen opgelegd door het Waterverkoopreglement. De lijst van erkende Vlario-keurders wordt ter beschikking gesteld door de rioolbeheerder.
Rioolbeheerder: De instantie/overheid die instaat voor het openbaar rioleringsstelsel van de stad of gemeente. De stad Ieper beheert zijn rioleringsstelsel zelf.
Hoofdstuk 2 : Aansluitingen op het openbare rioleringsstelsel
Afdeling 1 : Aansluiten op de openbare riolering voor individuele aanvragen :
Artikel 2: Voor alle woningen gelegen in centraal gebied of collectief geoptimaliseerd buitengebied zoals voorzien in het zoneringsplan is er een verplichting tot aansluiting op het aanwezige of ontworpen rioleringsnet.
De aansluitingen op het rioleringsnet, buiten de gevallen zoals beschreven in afdeling 2 hieronder, worden uitgevoerd :
door het personeel van de stad Ieper of door een aannemer aangesteld door de stad Ieper binnen de raamovereenkomst of uitzonderlijk door de aannemer van de bouwheer ingevolge de private bouwwerken mits :
* deze aannemer erkend is in de categorie C1, klasse 2 of hoger, overeenkomstig de wet van 20 maart 1991 houdend regeling van de erkenning van aannemers van werken en het KB van 26 september 1991 tot vaststelling van bepaalde toepassingsmaatregelen van deze wet en na het bekomen van een schriftelijke machtiging na het indienen van de aanvraag overeenkomstig artikel 4 en de kosten van deze werken, uit te voeren overeenkomstig (in bijzonder volgens hoofdstuk 7 van) de bepalingen van het standaardbestek 250 voor de wegenbouw, actuele versie, en eventuele bijzondere bepalingen opgelegd door de bevoegde ambtenaar, zijn integraal ten laste van de aanvrager en het bekomen van een signalisatievergunning via mobiliteit@ieper.be, afgeleverd in overeenstemming met het ministerieel besluit van 7 mei 1999 betreffende het signaleren van werken en verkeersbelemmeringen op de openbare weg indien volgens de aard van de werken noodzakelijk.
* betaling van een administratieve kost van 100,00 EUR binnen de 14 kalenderdagen na ontvangst van de vergunning.
Artikel 3. Elke woning in het collectief te optimaliseren buitengebied dient voorzien te zijn van een septische put (voorbehandelingsinstallatie), in afwachting van de aanleg van riolering.
Artikel 4. Nieuwe aansluitingen moeten op een diepte van maximaal 1 meter 50 cm aangelegd worden.
Artikel 5. De aanvraag tot het uitvoeren van een aansluiting op de stadsriolering voor het lozen van hemelwater en/of huishoudelijk afvalwater in de openbare riolering wordt door de eigenaar ingediend op het daartoe bestemd formulier bij de stadsadministratie samen met het conformiteitsattest van keuring van de private afwatering.
Artikel 6. Voor de uitvoering van de aansluitingen met een diameter kleiner dan of gelijk aan 160 mm op het openbaar rioleringsstelsel wordt per kadastraal perceel onderstaande retributie aangerekend. Bij opsplitsing van percelen met meerdere aansluitingen is de volledige kostprijs van de werken volgens de eenheidsprijzen van de aannemer die de werken uitvoert in opdracht van de stad van toepassing.
Aansluiting op een gemengd rioleringsstelsel:
o De eerste en enige aansluiting op een gemengd rioleringsstelsel : 2.800,00 EUR + btw.
Alle volgende en alle aansluitingen >160 mm op een gemengd rioleringsstelsel : de volledige kostprijs van de werken volgens de eenheidsprijzen van de aannemer die de werken uitvoert in opdracht van de stad.
Aansluiting op een gescheiden rioleringsstelsel:
o De eerste en enige aansluiting op DWA-stelsel : 2.800,00 EUR + btw
o Alle volgende en alle aansluitingen >160 mm op een DWA-stelsel : de volledige kostprijs van de werken volgens de eenheidsprijzen van de aannemer die de werken uitvoert in opdracht van de stad.
De eerste en enige aansluiting op RWA-stelsel : 2.800,00 EUR + btw
o Alle volgende en alle aansluitingen >160 mm op een RWA-stelsel : de volledige kostprijs van de werken volgens de eenheidsprijzen van de aannemer die de werken uitvoert in opdracht van de stad.
De eerste en enige aansluitingen van zowel DWA als RWA op een gescheiden rioleringsstelsel, waarbij de DWA en RWA huisaansluiting zich ter hoogte van de rooilijn naast elkaar aanbieden (aansluiten in 1 sleuf mogelijk): 2.800,00 EUR + btw
De eerste en enige aansluitingen van zowel DWA als RWA op gescheiden rioleringsstelsel, waarbij de DWA en RWA huisaansluiting zich ter hoogte van de rooilijn los van elkaar aanbieden (aansluiten in 1 sleuf niet mogelijk): 5.600,00 EUR + btw
Wordt vrijgesteld van deze retributie : de aanvrager die machtiging verkrijgt om de werken te laten uitvoeren door zijn aannemer, onder de uitdrukkelijke voorwaarden vermeld onder artikel 2 hierboven.
Artikel 7. De voormelde tarieven opgenomen in artikel 6 worden gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemmen overeen met de index van oktober 2025. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat.
Formule: [huidig tarief] x gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat / gezondheidsindexcijfer van oktober 2025. Het aldus berekende bedrag wordt afgerond op het dichtstbijzijnde veelvoud van tien euro, waarbij bedragen met een eenheidscijfer van vijf of meer naar het hogere tiental worden afgerond.
Artikel 8. Voor de uitvoering van de aansluitingen met een diameter groter dan 160 mm op het openbaar rioleringsstelsel wordt volgende retributie aangerekend : de volledige kostprijs van de werken volgens de eenheidsprijzen van de aannemer die de werken uitvoert in opdracht van de stad. Wordt vrijgesteld van deze retributie : de aanvrager die machtiging verkrijgt om de werken te laten uitvoeren door zijn aannemer, onder de uitdrukkelijke voorwaarden vermeld onder artikel 2 hierboven.
Artikel 9. Deze retributie is verschuldigd door de eigenaar van het gebouw waarvoor de werken werden uitgevoerd en wordt betaald na beëindiging van de werken.
Artikel 10. De keuring van het private afwateringssysteem gebeurt door een door erkend Vlario-keurder en op kosten van de aanvrager.
Artikel 11. Het conformiteitsattest van de keuring moet voorgelegd worden uiterlijk op het einde van de private (ver)bouwingswerken overeenkomstig de bepalingen van de stedenbouwkundige of omgevingsvergunning en vooraleer de waarborg voor eventuele schade aan het openbaar domein kan teruggevorderd worden indien van toepassing.
Afdeling 2 : Aansluiten op de openbare riolering bij afkoppelingsprojecten
Artikel 12. Bij de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel door de rioolbeheerder worden alle kosten voor het vervangen van de bestaande aansluitingen ten laste genomen door de rioolbeheerder. Een aanvraag tot heraansluiting is niet nodig.
Artikel 13. Met het oog op de (her)aansluiting(en) op het openbaar rioleringsnet zal een afkoppelingsadviseur de afwatering van het perceel inventariseren en een afkoppelingsplan opmaken. De eigenaar/bewoner dient toelating te verlenen aan de afkoppelingsadviseur om de private eigendom te betreden met het oog op de opmaak van dit privaat afkoppelingsdossier. De afkoppelingsadviseur moet tijdens zijn bezoek beschikken over het aanstellingsbewijs van de stad Ieper ter verificatie van zijn identiteit. De kosten van de opmaak van dit afkoppelingsdossier zijn een last van de rioolbeheerder.
Voor volumes groter dan 2000 m³ waaronder bedrijfsgebouwen, meergezinswoningen, kantoorgebouwen, scholen, ziekenhuizen, hotels, …. is de realisatie van het afkoppelingsdossier een verplichting ten laste van de eigenaar.
Artikel 14. De eigenaar staat zelf in voor de eventuele kosten verbonden aan de private afkoppelingsplicht. Hij kan hiertoe op eigen initiatief een overeenkomst afsluiten met de aannemer aangesteld voor de uitvoering van de openbare wegenis aan de geraamde kostprijs van het afkoppelingsdossier of hij kan de werken zelf uitvoeren of een aannemer van zijn keuze aanstellen. De werken moeten beantwoorden aan het afkoppelingsdossier, tenzij grondige aanleiding bestaat voor een alternatieve uitvoering. De werken moeten volledig voltooid zijn binnen de door de rioolbeheerder vastgelegde termijn binnen het project, maar in elk geval voordat de oplevering van de openbare wegeniswerken plaatsvindt. Uitzonderingen op dit principe kunnen enkel toegestaan worden mits een akkoord kan voorgelegd worden van de Vlaamse Milieumaatschappij.
Artikel 15. Indien bij de heraansluiting van een bestaande privéwaterafvoer in het kader van een rioleringsproject door de eigenaar wordt gevraagd om aan te sluiten op een diepte die niet is afgestemd op de ontworpen diepte van de riolering in het openbaar domein, zal door de rioolbeheerder worden onderzocht of aansluiting mogelijk is.
Indien dit wordt toegestaan, dient de eigenaar de privéwaterafvoer zelf en op eigen kosten aan te passen op de wijze zoals voorzien in het afkoppelingsproject of zoals dit nadien tijdens de uitvoering werd bijgesteld.
Artikel 16. Na de uitvoering van de private afkoppelingswerken zal de eigenaar/bewoner toelating verlenen aan de keurder, aangesteld door de stad, om de private eigendom te betreden met het oog op de uitvoering van zijn taken. De kosten van deze keuring worden gedragen door de rioolbeheerder. Voor volumes groter dan 2000 m³ waaronder bedrijfsgebouwen, meergezinswoningen, kantoorgebouwen, scholen, ziekenhuizen, hotels, …. is de keuring een verplichting ten laste van de eigenaar.
Artikel 17. Ingeval door de keurder van de private afwatering een negatief conformiteitsattest wordt afgeleverd, dient de eigenaar zelf in te staan voor de kosten van de eventuele aanpassingswerken en van de herkeuring door dezelfde keurder.
Afdeling 3 : Aansluiten op de openbare riolering bij verkavelingsprojecten of bouwprojecten met wegenis
Artikel 18. Bij de realisatie van verkavelingsprojecten of bouwprojecten met wegenis staat de bouwheer/verkavelaar of projectontwikkelaar in voor de aanleg en de kosten van een gescheiden rioleringsstelsel en de aanleg van de nodige wachtbuizen voor de private aansluitingen. Vooraleer tot aansluiting op het ontworpen rioleringsstelsel kan overgegaan worden, dient de koper een keuringsattest van de private afwatering door een erkend keurder voor te leggen. De kosten van deze keuring zijn een last van de koper.
Artikel 19. Het conformiteitsattest van de keuring moet voorgelegd worden uiterlijk op het einde van de private (ver)bouwwerken overeenkomstig de bepalingen van de stedenbouwkundige en omgevingsvergunning en vooraleer de waarborg voor eventuele schade aan het openbaar domein kan teruggevorderd worden.
Afdeling 4 : Aansluiten van regenwater op een weggracht langs gemeentewegen
Artikel 20. Het aansluiten van een regenwaterleiding (drain of RWA-huisaansluiting) op de weg- of baangracht langs een gemeenteweg wordt enkel toegelaten aan de zijde van het privaat perceel. De vloei van de aansluitbuis bevindt zich op minstens 10 cm boven de kruin van de dichtst gelegen inbuizing. Er kan maximum één aansluiting per perceel uitgevoerd worden. De kosten van de uitvoering zijn een last van de eigenaar/bewoner van het betrokken perceel. Dit artikel is niet van toepassing voor weg- of baangrachten gelegen langs wegen niet in beheer van de stad.
Hoofdstuk 3 : Individuele zuivering
Artikel 21. De eigenaars van de woningen die, volgens het zoneringsplan, niet kunnen aangesloten worden op het gemeentelijk rioleringsstelsel dienen zelf in te staan voor de zuivering van het afvalwater door middel van een installatie voor de individuele behandeling van afvalwater (IBA) en binnen de door het gebiedsdekkend uitvoeringsplan aangegeven termijn. Het aansluiten van de overloop van de IBA is onderhevig aan artikel 18 van dit reglement.
Artikel 22. De onder artikel 21 vermelde eigenaars kunnen kiezen om de saneringsplicht over te dragen aan de stad door het afsluiten van een overeenkomst. Het stadsbestuur staat in dat geval zelf in voor het leveren, plaatsen, aansluiten en onderhoud van een ter beschikking gestelde IBA. Het stadsbestuur kan hierbij voorrang verlenen aan prioritair te plaatsen installaties.
Artikel 23. Voor het leveren, plaatsen en aansluiten van een IBA conform artikel 22 wordt een forfaitaire retributie vastgesteld op 2.800,00 EUR + btw. Deze retributie is van toepassing op overeenkomsten afgesloten in de periode vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2027. Voor overeenkomsten afgesloten in de periode vanaf 1 januari 2028 tot en met 31 december 2029 bedraagt de retributie 5.000,00 EUR + btw. Voor overeenkomsten afgesloten in de periode vanaf 1 januari 2030 tot en met 31 december 2031 bedraagt de retributie 7.000,00 EUR +btw.
Voor elke eventuele bijkomende IBA wordt de volledige kostprijs van de werken en het onderhoud van de installatie volgens de eenheidsprijzen van de aannemer die de werken uitvoert in opdracht van de stad aangerekend.
Artikel 24. De voormelde tarieven opgenomen in artikel 23 worden gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemmen overeen met de index van oktober 2025. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat.
Formule: [huidig tarief] x gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat / gezondheidsindexcijfer van oktober 2025. Het aldus berekende bedrag wordt afgerond op het dichtstbijzijnde veelvoud van tien euro, waarbij bedragen met een eenheidscijfer van vijf of meer naar het hogere tiental worden afgerond.
Artikel 25. Deze retributie is verschuldigd door de eigenaar van het gebouw waarvoor de werken werden uitgevoerd en wordt betaald na beëindiging van de werken.
Artikel 26. Aanvragen die gebeuren voor 31 december 2025 maar waarvan de overeenkomst later wordt afgesloten zullen onder het reglement vallen dat geldt tot 31 december 2025.
Hoofdstuk 4 : Inwerkingtreding en slotbepalingen
Artikel 27. Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoeringsmodaliteiten van dit besluit.
Artikel 28. Dit reglement is van toepassing, onverminderd de bepalingen van de algemene politieverordening van de stad Ieper.
Artikel 29. De bepalingen van onderhavig reglement worden van kracht met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 30. Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikel 170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Er wordt zeer vaak gevraagd om ingebruikneming van het voetpad of het openbaar domein door private personen. Daarbij dient in sommige gevallen signalisatie voorzien te worden. Dit kan toegestaan worden voor zover dit de veiligheid niet in het gedrang brengt. Deze “privatieve ingebruikneming” dient geregeld en opgevolgd te worden.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente en de sterk toegenomen kosten wordt, op voorstel van het college van burgemeester en schepenen, onderstaande aangepast reglement aan de gemeenteraad voorgelegd.
Het retributiereglement op het gebruik van signalisatie door private personen van 5 december 2022 vervalt op 31 december 2025.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen,
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 17 ja stemmen, 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) en 1 niet gestemd (het raadslid Sampers) het volgende reglement goed te keuren:
Retributie op het gebruik van signalisatie door private personen
Artikel 1: Er wordt voor de dienstjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentelijke reglement goedgekeurd dat het gebruik van parkeersignalisatie van de gemeente door private personen regelt.
Artikel 2: Parkeerverbodsborden kunnen afgehaald worden, dit maximaal 2 borden per adres , aan het loket van de afdeling Openbaar Domein tijdens de openingsuren van het loket.
Artikel 3: Iedere volwassen inwoner van de stad Ieper kan op de wijze in dit reglement bepaald parkeerverbodsborden uitlenen van de stad.
Artikel 4: Per ontlening wordt er een retributie van 15,00 EUR aangerekend. Dit kan contant of met bancontact betaald worden bij afhaling. Er wordt hiervoor een kwitantie afgeleverd.
Artikel 5: De parkeerverbodsborden kunnen enkel als doel hebben het vrijwaren van parkeerplaatsen voor een verhuis, levering of plaatsing van een container. Onder geen beding kan gemeentelijke signalisatie ingezet worden door of voor aannemers en firma’s. Er kunnen geen parkeerverbodsborden worden gevraagd die een regel uit de Wegcode bevestigen.
Artikel 6: De tijdsduur voor het vrijwaren van een parkeerplaats is beperkt tot 48 uur.
Artikel 7: Indien men voor een langere periode parkeerplaatsen wenst vrij te houden dient men een ingebruikname van het openbaar domein aan te vragen bij de Afdeling Openbaar Domein.
Artikel 8: De parkeerverbodsborden worden aan het loket van de afdeling Openbaar Domein, Rijselsepoort 4, te Ieper, voorzien van de juiste datum, uren, reden en plaats. Deze gegevens mogen onder geen beding door de ontlener aangepast worden. Van zodra de parkeerverbodsborden opgeladen zijn, vallen ze volledig onder de verantwoordelijkheid van de ontlener.
Artikel 9: Alle schade aan de parkeerverbodsborden veroorzaakt tijdens de ontlening zijn ten laste van de ontlener. Alle schade die deze borden aanrichten aan derden zijn eveneens ten laste van de ontlener (eventueel omwaaien, aanrijden,…)
Artikel 10: De parkeerverbodsborden moeten conform de geldende verkeersreglementering geplaatst worden. Het al dan niet navolgen van dit parkeerverbod door derden kan nooit ten laste gelegd worden van de stad Ieper (takelkosten, parkeerboetes,…)
Artikel 11: De parkeerverbodsborden moeten ingezet worden op het grondgebied van de stad Ieper. Indien er wordt vastgesteld dat dit artikel wordt overtreden, wordt er een administratieve boete opgelegd van 150 EUR.
Artikel 12: De parkeerverbodsborden moeten ten laatste de zevende werkdag na het ontlenen worden teruggebracht. Indien er wordt vastgesteld dat dit artikel wordt overtreden, wordt er een administratieve boete opgelegd van 150 EUR.
Artikel 13: Bij verlies, bij niet-terugbrengen, bij diefstal of vernietiging van de parkeerverbodsborden wordt er per stuk 150 EUR aangerekend.
Artikel 14: De voormelde tarieven opgenomen in artikel 4, 11, 12 en 13 worden gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemmen overeen met de index van oktober 2025. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat.
Formule: [huidig tarief] x gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat / gezondheidsindexcijfer van oktober 2025. Het zo verkregen getal wordt afgerond naar boven, naar de eerstvolgende halve euro.
Artikel 15: Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikel 170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018).
Provinciale stedenbouwkundige verordening inzake het overwelven van baangrachten van 24 april 2008.
Om foutieve uitvoeringen te kunnen vermijden is het aangewezen om geen werken te laten uitvoeren door particulieren op het openbaar domein. Op die manier wordt de controle op goede uitvoering in eigen handen gehouden. Dit betekent echter dat de stad zal instaan voor de realisatie van het overwelven van baangrachten en voor het aanleggen van private opritten op het openbaar domein ter ontsluiting van percelen. Een uitzondering wordt toegestaan voor de werken bedoeld voor het verkavelen van percelen en uitzonderlijk voor aannemers van private bouwheren onder voorwaarden.
Het stedelijk reglement betreffende de retributie op het uitvoeren van diverse prestaties aan openbare wegenis van 2 december 2019 vervalt op 31 december 2025.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Retributie op het uitvoeren van diverse prestaties aan openbare wegenis
Artikel 1 : Er geldt een algemeen verbod om werken of aanpassingen van of op het openbaar of privaat domein van de Stad Ieper uit te voeren, met uitzondering van de werken vervat onder artikel 2 hieronder.
Artikel 2 : Het algemeen verbod, beschreven in artikel 1 is niet van toepassing op:
alle uitrustings- en infrastructuurwerken bij verkavelings- en groepswoningbouwprojecten, onderhavig aan de bepalingen van de gemeentelijke procedure volgens gemeenteraadsbesluit
de werken uitgevoerd door de aannemer van de bouwheer ingevolge de private bouwwerken, na uitzonderlijke toelating verleend door de bevoegde ambtenaar en mits:
Artikel 4 : Alle werken op het openbaar domein op vraag van particulieren zijn onderhevig aan deze retributie en worden uitgevoerd door het personeel van de stad leper of door een aannemer aangesteld door de stad leper binnen de raamovereenkomst, met uitzondering van de werken beschreven in artikel 2.
Artikel 5 : De retributie is verschuldigd door de (rechts)persoon die de uitvoering van de werken aanvraagt.
Artikel 6 : De retributie wordt vastgesteld aan de hand van de jaarlijkse eenheidsprijzen van de raamovereenkomst voor alle uit te voeren werken, leveringen en diensten, overeenkomstig de detailopgave van de technische dienst, te verhogen met 10% algemene kosten als dekking van de administratieve kost en toepassing van de prijsherzieningsclausules van de aanbestedingsprijzen met een minimum van 100 euro.
Artikel 7: De voormelde tarieven opgenomen in artikel 2 en 6 worden gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemmen overeen met de index van oktober 2025. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat.
Formule: [huidig tarief] x gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat / gezondheidsindexcijfer van oktober 2025. Het zo verkregen getal wordt afgerond naar boven, naar de eerstvolgende halve euro.
Artikel 8: De aanleg van een eerste oprit op het openbaar domein met een maximumbreedte van 3 meter en de werken beschreven in artikel 2 zijn niet aan deze retributie onderworpen, uitgezonderd bij opsplitsing van percelen met meerdere ontsluitingen.
Artikel 9: De retributie dient betaald na toekenning van de omgevingsvergunning of op verzoek van het college van burgemeester en schepenen, indien de werken niet vergunningsplichtig zijn. Een afschrift van het betalingsbewijs wordt voorgelegd aan de technische dienst, waarna de aannemer aangesteld door de stad tot uitvoering van de vergunde werken overgaat.
Artikel 10: Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoeringsmodaliteiten van dit besluit.
Artikel 11: Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikel 170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018).
Stedelijke politieverordening op het hengelen in de stadsgrachten en stadsvijvers van 7 december 2020.
Er wordt zeer regelmatig gevist in de stadsgrachten van de stad Ieper. Dit dient opgevolgd te worden om het in goede banen te leiden. Daarom is het wenselijk visverloven uit te reiken en hiervoor een vergoeding te vragen.
Het stedelijk reglement betreffende de retributie op het afleveren van visverloven van 2 december 2019 vervalt op 31 december 2025.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Retributie voor het afleveren van visverloven
Artikel 1: Er wordt voor de dienstjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentelijke retributie gevestigd op de afgifte van visverloven voor het vissen in de stadsgrachten van Ieper.
Artikel 2: De retributie wordt vastgesteld als volgt:
2.1: een vergunning voor het hengelen tijdens de dag , meer bepaald vanaf één uur voor zonsopgang tot maximum twee uur na zonsondergang
jongeren tot en met 17 jaar: gratis voor één hengel
jongeren tot en met 17 jaar vanaf 2 hengels: 5,00 EUR per hengel, met een maximum van 4 hengels.
Vanaf 18 jaar (meerderjarigen): 10,00 EUR per hengel, met een maximum van 4 hengels per vergunning.
2.2: een vergunning voor het hengelen na zonsondergang en tot zonsopgang, inclusief het hengelen tijdens de dag:
100,00 EUR per vergunning voor maximum 4 hengels.
2.3: de stedelijke politieverordening op het hengelen van 7 december 2020 in de vestinggrachten bepaalt dat alle (maximaal 4) hengels die gebruikt worden onder één vergunning nooit onbewaakt mogen opgesteld worden. Elke hengelaar op de vestinggrachten dient in het bezit te zijn van een geldige vergunning.
Artikel 3: De voormelde tarieven opgenomen in artikel 2 worden gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemmen overeen met de index van oktober 2025. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat.
Formule: [huidig tarief] x gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat / gezondheidsindexcijfer van oktober 2025. Het zo verkregen getal wordt afgerond naar boven, naar de eerstvolgende halve euro.
Artikel 4: De retributie moet aan de stadskas betaald worden bij de aanvraag en wordt in geen enkel geval terugbetaald.
Artikel 5: Het tarief wordt jaarlijks toegepast (1 januari – 31 december) ongeacht het tijdstip waarop het visverlof werd verkregen.
Artikel 6: Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikel 170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018);
De Zonale Politieverordening goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van 1 maart 2016 en latere wijzigingen.
Het stedelijk reglement betreffende de retributie voor terbeschikkingstelling van elektriciteit op openluchtevenementen van 2 december 2019 vervalt op 31 december 2025.
De distributienetbeheerder mag sinds de liberalisering van de elektriciteitsmarkt zelf geen elektriciteit meer leveren en mag onmogelijk nog zelf eigenaar/beheerder zijn van de aansluitkasten die dienen ten behoeve van allerhande publieke openluchtactiviteiten zoals kermissen, buurtfeesten, e.d.; Vandaar dat de stad dit op zich heeft genomen zodat activiteiten toch over de nodige voorzieningen zouden beschikken. Een minimale vergoeding hiervoor lijkt dan ook meer dan verantwoord.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Retributie voor terbeschikkingstelling van elektriciteit op openluchtevenementen
Artikel 1: Er wordt voor de dienstjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentelijke retributie gevestigd voor het ter beschikking stellen van elektriciteit op openluchtevenementen.
Artikel 2: De gemeente stelt aan de vereniging of organisatie een vaste gemeentelijke aansluitkast ter beschikking voor elektriciteitsleveringen in laagspanning op een openbare plaats op haar grondgebied, ten behoeve van allerlei openluchtevenementen (braderie, wijkfeest, concert, kerstmarkt,…). De vereniging of organisatie mag deze kast niet voor andere doeleinden en ook niet ten behoeve van derden aanwenden.
Artikel 3: Er wordt een onderscheid gemaakt tussen volgende categorie van gebruikers:
| Categorie A |
Stadsbestuur Ieper en OCMW Ieper en hun (verzelfstandigde) entiteiten; Ieperse stedelijke adviesraden; organisatoren van activiteiten met provinciale of nationale uitstraling die de toelating van het Stadsbestuur Ieper krijgen |
| Categorie B |
Ieperse erkende verenigingen en Ieperse openbare diensten, Ieperse onderwijsinstellingen, Ieperse politieke partijen |
| Categorie C |
Ieperse niet-erkende verenigingen, niet-Ieperse verenigingen en niet-Ieperse openbare diensten, natuurlijke personen |
| Categorie D |
bedrijven |
De gebruikers van categorie A en B worden vrijgesteld van retributie.
Artikel 4: De kandidaat-energiegebruiker richt de aanvraag voor de toegang tot de gemeentelijke aansluitkast per mail of via de website aan de technische dienst, dit minstens 30 kalenderdagen voor het betrokken evenement.
De aanvraag gebeurt door de organisatoren, op speciaal daartoe bestemde formulieren, verkrijgbaar bij de technische dienst.
Artikel 5: De vereniging of organisatie is aan de gemeente een forfaitair vast recht van 125 EUR verschuldigd voor de toegang en gebruik van de gemeentelijke aansluitkast. De retributie dient betaald na goedkeuring van de aanvraag en vóór de ingebruikname van de gemeentelijke aansluitkast. Een afschrift van het betalingsbewijs wordt voorgelegd aan de technische dienst bij overhandiging van de sleutel van de gemeentelijke aansluitkast.
Artikel 6: Het voormelde tarief opgenomen in artikel 5 wordt gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemt overeen met de index van oktober 2025. Het tarief wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat.
Formule: [huidig tarief] x gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat / gezondheidsindexcijfer van oktober 2025. Het zo verkregen getal wordt afgerond naar boven, naar de eerstvolgende halve euro.
Artikel 7: De gemeentelijke afgevaardigde geeft een sleutel mee aan de gebruiker om de installatie in dienst (er is een automaat per stopcontact) te kunnen stellen op voorwaarde dat de vereniging of organisatie een geldig attest voorlegt inzake de jaarlijkse keuring van zijn binneninstallatie (zie ook verder). Bij verlies van deze sleutel of bij beschadiging van de gemeentelijke aansluitkast wordt de reële kost aangerekend.
De gemeentelijke afgevaardigde wijst aan de vereniging of organisatie het stopcontact (nummer) / de stopcontacten (nummers) / stroomkring op de gemeentelijke aansluitkast aan waartoe deze toegang bekomt en noteert de gegevens met het oog op controle tijdens het gebruik van de kast.
De gemeentelijke aansluitkast moet te allen tijde gemakkelijk toegankelijk blijven voor de gemeentelijke afgevaardigde, zodat het toezicht steeds mogelijk is.
Aansluitkabel van de exploitant
Met het oog op het aftakken van de eigen installatie levert de vereniging of organisatie een soepele kabel met versterkte buitenmantel volgens NBN C32-131 H07RN-F (CTFB-N) van een aan het installatievermogen aangepaste geleiderdoorsnede en voorzien van de overeenkomende industriële EN 60309-1 / en 60309-2 stekker, nl. minimum 5 G 6 met stekker 32 A of minimum 5 G 10 met stekker 63 A. Voor eenfasige toepassingen moet H07RN-F (CTFB-N) kabel 3 G 6 of 3 G 10 worden gebruikt met tweepolige stekker met aarding EN 60309-1 / EN 60309-2.
Aarding
Wat de terbeschikkingstelling van de aarding betreft, geldt het volgende principe :
De vereniging of organisatie zal bij iedere aansluiting van zijn verbindingskabel op de gemeentelijke aansluitkast de continuïteit van de aardgeleider controleren. De verbinding van de aardgeleider met het verdeelbord van de eigen installatie van de vereniging of organisatie moet op een correcte wijze worden uitgevoerd.
Automatische differentieelschakelaar
Overeenkomstig artikel 97.02 van het AREI moeten de beschermingsgeleiders, welke ook de voedingswijze is, met uitzondering van zeer lage voedingsspanning, verbonden zijn met een aardelektrode, waarvan de spreidingsweerstand niet groter is dan 500 ohm.
Alle stroombanen van de installaties van de vereniging of organisatie, met uitzondering van deze, gevoed op zeer lage veiligheidsspanning, moeten ten minste beschermd zijn door een automatische differentieelschakelaar waarvan de aanspreekstroom niet groter is dan 100 mA of door een beschermingsinrichting tegen elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking met een gelijkwaardige veiligheid. De test van de automatische differentieelschakelaars zoals voorzien in artikel 85.12 van het AREI dient door de vereniging of organisatie te worden uitgevoerd onmiddellijk na de verbinding van de stekker in de gemeentelijke aansluitkast.
De test moet uitwijzen dat de voeding werkelijk onderbroken wordt. Ieder verslag van een erkend keuringsorganisme moet de aanwezigheid van deze differentieelschakelaar vermelden.
Jaarlijkse keuring
De aarding en de differentieelschakelaar(s) van de installatie van de vereniging of organisatie dienen jaarlijks te worden gekeurd door een erkend keuringsorganisme.
De gemeentelijke afgevaardigde heeft elk moment het recht om het attest inzake jaarlijkse keuring van de vereniging of organisatie in te zien.
Indien de gemeentelijke afgevaardigde oordeelt dat de bepalingen van het AREI worden overtreden en / of dat de veiligheid in het gedrang komt, heeft hij de bevoegdheid om alle verdere toegang onmiddellijk te weigeren. In geval van twijfel kan hij een beroep doen op de knowhow van de distributienetbeheerder.
Elke onrechtmatige toegang of onderverhuring door de vereniging of organisatie zal gerechtelijk worden vervolgd.
Artikel 8: De gemeente stelt naar best vermogen de aangeboden energie ter beschikking via de aansluitkast aan de vereniging of organisatie. Nochtans kan de gemeente niet aansprakelijk worden gesteld voor onderbrekingen en dient zij in dit geval noch een schadevergoeding noch een vermindering van de gebruiksvergoeding aan de vereniging of organisatie toe te staan.
De vereniging of organisatie dient de nodige schikkingen te treffen om iedere oorzaak van beschadiging te vermijden. Hij is aansprakelijk voor alle schade die hij door onoordeelkundig gebruik aan de gemeentelijke aansluitkast veroorzaakt. Hij dient de gemeentelijke afgevaardigde onmiddellijk op de hoogte stellen van elke beschadiging, afwijking of elke niet-conformiteit aan de wettelijke voorschriften die hij redelijkerwijze kan vaststellen.
De vereniging of organisatie dient verzekerd te zijn voor de schade die hij door het gebruik van de gemeentelijke aansluitkast aan deze kast en aan derden kan veroorzaken.
Artikel 9: Ingeval van betwisting tussen de gemeente en de vereniging of organisatie is het de meest gerede partij die het geschil aanhangig maakt bij het vredegerecht of de bevoegde rechtbank van het gerechtelijk arrondissement van de gemeente.
Artikel 10: Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikel 170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018);
Het stedelijk reglement betreffende de retributie voor terbeschikkingstelling van elektriciteit op foren en kermissen van 2 december 2019 vervalt op 31 december 2025.
De distributienetbeheerder mag sinds de liberalisering van de elektriciteitsmarkt zelf geen elektriciteit meer leveren en mag onmogelijk nog zelf eigenaar / beheerder zijn van de aansluitkasten die dienen ten behoeve van allerhande publieke openluchtactiviteiten zoals kermissen, buurtfeesten, e.d.; Vandaar dat de stad dit op zich heeft genomen zodat activiteiten toch over de nodige voorzieningen zouden beschikken. Een minimale vergoeding hiervoor lijkt dan ook meer dan verantwoord.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Retributie voor terbeschikkingstelling van elektriciteit op Katten- en Thuyndagfoor
Artikel 1: Er wordt voor de dienstjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentelijke retributie gevestigd voor het ter beschikking stellen van elektriciteit op de Katten- en Thuyndagfoor.
Artikel 2: De gemeente stelt aan de foorexploitant een vaste gemeentelijke aansluitkast ter beschikking voor elektriciteitsleveringen in laagspanning op een openbare plaats op haar grondgebied, ten behoeve van foorattracties. De foorexploitant mag deze kast niet voor andere doeleinden en ook niet ten behoeve van derden aanwenden.
Het college van burgemeester en schepenen dient vooraf zijn toestemming te geven voor elke toegang tot de gemeentelijke aansluitkast.
Artikel 3: De kandidaat-energiegebruiker richt de aanvraag voor de toegang tot de gemeentelijke aansluitkast schriftelijk aan het college van burgemeester en schepenen, dit minstens 60 kalenderdagen voor het betrokken evenement.
De aanvraag gebeurt door de foorexploitant, op speciaal daartoe bestemde formulieren, verkrijgbaar bij de dienst foren op het Stadhuis.
Het college van burgemeester en schepenen deelt binnen 15 kalenderdagen na ontvangst van de aanvraag zijn beslissing mede aan de foorexploitant.
Artikel 4: De retributie wordt vastgesteld op :
1. Aansluitingskosten
16 A 2 fase 220 V 5,00 euro
20 A 2 fase 220 V 15,00 euro
32 A 2 fase 220 V 40,00 euro
32 A 3 fase 380 V 70,00 euro
63 A 3 fase 380 V 100,00 euro
>63 A 3 fase 380 V zelf te zorgen voor energiebron (elektrogroep)
Per aansluiting op de foorkasten of aftappen in 2de graad per kring afnemer (Hoofdaansluiting)
Opmerking: vallen hier niet onder woonwagens ten behoeve van de foorreizigers / exploitanten / personeel die reeds een rechtstreekse aansluiting hebben van de attractie.
2. Verbruik
een forfaitair vaste vergoeding per foor per attractie
I. per attractie in categorie van verbruik
woonwagens niet inbegrepen
A. Frituren e.d.
Zijnde attracties – eetgelegenheden met bereiding van goederen en het gebruik van professionele frigo’s of dergelijke.
1. Vanaf diepte > 4 m 250,00 euro
2. Tot 4 m diepte 125,00 euro
B. Kleine attracties tot diameter 10 m of tot 12 m diepte
Zijnde attracties die werken met een motor of een vermoedelijke aansluiting van meer dan 32 A driefasig
bv. kindermolens, lunaparken,… 50,00 euro
C. attracties tot diepte van 7 m:
Zijnde kleine attracties waarvan de werking niet gebeurt door een centrale zware motor en de gebruiker de handelingen manueel dient uit te voeren en vermoedelijk een 2 fasige aansluiting zal aanvragen.
bv. ballenspel, visspel, schiettent, boogschieten, … 20,00 euro
D. Andere attracties de welke niet specifiek vermeld zijn in de 3 voorgaande categorieën, worden door het college van burgemeester en schepenen ondergebracht in één van bovenvermelde.
II. woonwagen
Dewelke worden geplaatst op het foorplein
Woonwagen < 6 m (caravans) 15,00 euro
Woonwagen > 6 m 50,00 euro
De retributie dient betaald vóórdat aan de foorexploitant toegang verleend wordt tot de meterkast en binnen de 10 kalenderdagen na ontvangst van de factuur die wordt overgemaakt door de gemeente aan de foorexploitant samen met de toestemming van het college van burgemeester en schepenen. Bij gebrek aan tijdige betaling kan dit tot verval van de toelating tot deelname aan de foor leiden.
Artikel 5: De voormelde tarieven in artikel 4 worden gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemmen overeen met de index van oktober 2025. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat.
Formule: [huidig tarief] x gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat / gezondheidsindexcijfer van oktober 2025. Het zo verkregen getal wordt afgerond tot 1 decimaal na de komma. Enkel wanneer het tweede decimaal uit de voormelde berekening gelijk is aan 5 of hoger wordt er naar boven afgerond.
Artikel 6: De gemeentelijke afgevaardigde zet de installatie in dienst (er is een automaat per stopcontact) op voorwaarde dat de foorexploitant een geldig attest voorlegt inzake de jaarlijkse keuring van zijn binneninstallatie (zie ook verder).
De gemeentelijke afgevaardigde wijst aan de foorexploitant het stopcontact (nummer) / de stopcontacten (nummers) / stroomkring op de gemeentelijke aansluitkast aan waartoe deze toegang bekomt en noteert de gegevens met het oog op controle tijdens het gebruik van de kast. De gemeentelijke aansluitkast moet te allen tijde gemakkelijk toegankelijk blijven voor de gemeentelijke afgevaardigde, zodat het toezicht steeds mogelijk is.
Aansluitkabel van de exploitant
Met het oog op het aftakken van de eigen installatie levert de foorexploitant een soepele kabel met versterkte buitenmantel volgens NBN C32-131 H07RN-F (CTFB-N) van een aan het installatievermogen aangepaste geleiderdoorsnede en voorzien van de overeenkomende industriële EN 60309-1 / en 60309-2 stekker, nl. minimum 5 G 6 met stekker 32 A of minimum 5 G 10 met stekker 63 A. Voor eenfasige toepassingen moet H07RN-F (CTFB-N) kabel 3 G 6 of 3 G 10 worden gebruikt met tweepolige stekker met aarding EN 60309-1 / EN 60309-2.
Aarding
Wat de terbeschikkingstelling van de aarding betreft, geldt het volgende principe:
De foorexploitant zal bij iedere aansluiting van zijn verbindingskabel op de gemeentelijke aansluitkast de continuïteit van de aardgeleider controleren. De verbinding van de aardgeleider met het verdeelbord van de eigen installatie van de foorexploitant moet op een correcte wijze worden uitgevoerd.
Automatische differentieelschakelaar
Overeenkomstig artikel 97.02 van het AREI moeten de beschermingsgeleiders, welke ook de voedingswijze is, met uitzondering van zeer lage voedingsspanning, verbonden zijn met een aardelektrode, waarvan de spreidingsweerstand niet groter is dan 500 ohm.
Alle stroombanen van de installaties van de foorexploitant, met uitzondering van deze, gevoed op zeer lage veiligheidsspanning, moeten ten minste beschermd zijn door een automatische differentieelschakelaar waarvan de aanspreekstroom niet groter is dan 100 mA of door een beschermingsinrichting tegen elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking met een gelijkwaardige veiligheid. De test van de automatische differentieelschakelaars zoals voorzien in artikel 85.12 van het AREI dient door de foorexploitant te worden uitgevoerd onmiddellijk na de verbinding van de stekker in de gemeentelijke aansluitkast.
De test moet uitwijzen dat de voeding werkelijk onderbroken wordt. Ieder verslag van een erkend keuringsorganisme moet de aanwezigheid van deze differentieelschakelaar vermelden.
Jaarlijkse keuring
De aarding en de differentieelschakelaar(s) van de installatie van de foorexploitant dienen jaarlijks te worden gekeurd door een erkend keuringsorganisme.
De gemeentelijke afgevaardigde heeft elk moment het recht om het attest inzake jaarlijkse keuring van de foorexploitant in te zien.
Indien de gemeentelijke afgevaardigde oordeelt dat de bepalingen van het AREI worden overtreden en / of dat de veiligheid in het gedrang komt, heeft hij de bevoegdheid om alle verdere toegang onmiddellijk te weigeren. In geval van twijfel kan hij een beroep doen op de knowhow van de distributienetbeheerder.
Elke onrechtmatige toegang of onderverhuring door de foorexploitant zal gerechtelijk worden vervolgd.
Artikel 7: De gemeente stelt naar best vermogen de aangeboden energie ter beschikking via de aansluitkast aan de foorexploitant. Nochtans kan de gemeente niet aansprakelijk worden gesteld voor onderbrekingen en dient zij in dit geval noch een schadevergoeding noch een vermindering van de gebruiksvergoeding aan de foorexploitant toe te staan.
De foorexploitant dient de nodige schikkingen te treffen om iedere oorzaak van beschadiging te vermijden. Hij is aansprakelijk voor alle schade die hij door onoordeelkundig gebruik aan de gemeentelijke aansluitkast veroorzaakt. Hij dient de gemeentelijke afgevaardigde onmiddellijk op de hoogte stellen van elke beschadiging, afwijking of elke niet-conformiteit aan de wettelijke voorschriften die hij redelijkerwijze kan vaststellen.
De foorexploitant dient verzekerd te zijn voor de schade die hij door het gebruik van de gemeentelijke aansluitkast aan deze kast en aan derden kan veroorzaken.
Artikel 8: Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein van 7 november 2022 vervalt op 31 december 2025.
De gemeente en de burgers worden voortdurend geconfronteerd met de plaatsing van en/of onderhoud aan verschillende nutsvoorzieningen op gemeentelijk grondgebied.
Deze nutsvoorzieningen vergen werkzaamheden langs de gemeentelijke wegen en hebben aldus een impact op het openbaar domein.
Gezien de goedkeuring door de gemeente van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen die tot doel heeft een snelle en vlotte uitvoering van de werken te bevorderen, ten einde de hinder en de duur van de werken tot een minimum te herleiden.
Deze Code werd opgemaakt door een overlegplatform bestaande uit een delegatie van nutsbedrijven en een delegatie van de gemeenten.
Op het vlak van het onderhoud en de herstellingen moeten ook geregeld dringende werken worden uitgevoerd die verband houden met de continuïteit van de dienstverlening en dat er daarnaast een aantal werken zijn zoals aansluitingswerken, herstellingen en andere kleine onderhoudswerken die omzeggens constant een impact hebben op het openbaar domein.
De code werd geactualiseerd naar aanleiding van meer aandacht voor minder hinder, meer oog voor het totaal concept en het gebruik van nieuwe e-instrumenten GIPOD, KLIP...
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein
Artikel 1: Algemeen
Er wordt aan de eigenaar van elke nutsvoorziening een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen.
Permanente nutsvoorzieningen zijn :
alle installaties (zoals kabels, leidingen, buizen,...), inclusief hun aanhorigheden (zoals kabel-, verdeel-, aansluit-, e.a. kasten , palen, masten, toezichts-, verbindings-, e.a. putten.) dienstig voor het transport van elektriciteit, gas, gasachtige producten, stoom, drink-, hemel- en afvalwater, warm water, brandstof;
alle trein- en tramsporen die zich bevinden op de openbare weg worden eveneens aanzien als nutsvoorzieningen.
De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voorafgaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de stad of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de stad.
Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing, of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van haar werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of de werkmaatschappij.
Onderhavig retributiereglement gaat in vanaf 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2028.
Artikel 2: Retributie naar aanleiding van sleufwerken
De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per meter openliggende sleuflengte voor alle sleufwerken. Zij bedraagt per meter sleuflengte voor werken in rijwegen 10,24 euro, voor werken in voetpaden 7,88 euro en voor werken in aardewegen 4,73 euro. Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VREG goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus. Indexatie gebeurt aan het begin van een nieuwe cyclus van 3 jaar. Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.
Artikel 3: Retributie voor dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen, kleine onderhoudswerken en ter compensatie van diverse heffingen en belastingen
Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van 1,00 euro per op het grondgebied van de stad aanwezig aansluitingspunt.
Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als zijn werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van 0,50 euro per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de stad. Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Deze retributies zijn verschuldigd vóór het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij vóór 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de stad.
Artikel 4: Inning
De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen.
Artikel 5: Bekendmaking
Het retributiereglement wordt overeenkomstig artikel 286 van het decreet Lokaal Bestuur afgekondigd en bekendgemaakt. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikel 170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het retributiereglement tot het vaststellen van de voorwaarden en het innen van retributies bij gebruik van de ontmoetingscentra in deelgemeenten en wijken van 5 december 2022 vervalt op 31 december 2025.
Met het oog op de terbeschikkingstelling en het gebruik van de ontmoetingscentra in deelgemeenten en wijken, moeten er gebruiksvoorwaarden en retributies worden vastgesteld.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Retributiereglement tot het vaststellen van de voorwaarden en het innen van retributies bij gebruik van de ontmoetingscentra in deelgemeenten en wijken
Artikel 1: Er wordt voor de dienstjaren 2026 tot en met 2031 een retributie gevestigd op het gebruik van de stedelijke infrastructuur. De infrastructuur waarop dit reglement van toepassing is, is eigendom van de Stad Ieper, Ter Waarde 1, 8900 Ieper, wordt beheerd door Cultuurcentrum Het Perron en kan gebruikt worden door derden.
Artikel 2: Deze algemene bepalingen gelden voor de ontmoetingscentra in deelgemeenten en wijken:
Artikel 3: Volgende activiteiten zijn uitgesloten van gebruik van OC’s:
Gebruikers worden onderverdeeld in verschillende categorieën
Categorie A : Stadsbestuur Ieper, OCMW Ieper en hun (verzelfstandigde) entiteiten, Ieperse stedelijke adviesraden, organisatoren van activiteiten met provinciale of nationale uitstraling die de toelating van het Stadsbestuur Ieper krijgen en dorpsraden
Categorie B : Ieperse erkende verenigingen, Ieperse openbare diensten, Ieperse onderwijsinstellingen en Ieperse politieke partijen
Categorie C : Ieperse gezinnen
Categorie D : Anderen en Ieperse niet-erkende verenigingen
Erkende verenigingen zijn lid van een Ieperse stedelijke adviesraad of rechtstreeks erkend door het College van Burgemeester en Schepenen of Vast Bureau.
Activiteiten worden onderverdeeld in verschillende categorieën
Categorie 1 : Podiumactiviteit, educatieve activiteit, tentoonstellingen met een artistiek of educatief karakter
Categorie 2 : Maaltijden
Categorie 3 : Fuiven
Categorie 4 : Andere activiteiten
Categorie 5 : Niet-Confessionele activiteiten zoals begrafenisplechtigheden of huwelijksplechtigheden van Ieperlingen
Niet- limitatieve lijst van soorten activiteiten per categorie:
Podiumactiviteiten: theater- en dansvoorstellingen, muziekconcerten, muziektheater, literaire avonden, amusementsvoorstellingen, circusvoorstellingen film, …. .
Educatieve activiteiten: alle activiteiten die als doel hebben kennis of vaardigheden aan te leren zoals cursussen, voordrachten, academische zittingen, … .
Artikel 4: De aanvraagperiode voor activiteiten in organisatie van gebruikers categorie A en B loopt vanaf 1 september voor het komende werkjaar. De aanvraagperiode voor activiteiten in organisatie van gebruikers categorie C en D loopt vanaf 1 oktober voor het komende werkjaar.
Artikel 5: Huurprijzen
Onderstaande tabel toont de huurprijzen die bepaald worden door de categorie van de gebruiker en de categorie van de activiteit:
| VERGADERLOKAAL < 50 m² |
CATEGORIE ACTIVITEITEN |
|
|||
| CATEGORIE GEBRUIKERS |
Act cat 1 |
Act cat 2 |
Act cat 3 |
Act cat 4 |
Act cat 5 |
| A |
€ 0,00 |
€ 0,00 |
|
€ 0,00 |
|
| B |
€ 5,00 |
€ 5,00 |
|
€ 5,00 |
|
| C |
€ 15,00 |
€ 30,00 |
|
€ 50,00 |
|
| D |
€ 20,00 |
€ 60,00 |
|
€ 60,00 |
|
| VERGADERLOKAAL < 150 m² |
CATEGORIE ACTIVITEITEN |
|
|||
| CATEGORIE GEBRUIKERS |
Act cat 1 |
Act cat 2 |
Act cat 3 |
Act cat 4 |
Act cat 5 |
| A |
€ 0,00 |
€ 0,00 |
|
€ 0,00 |
|
| B |
€ 6,00 |
€ 6,00 |
|
€ 6,00 |
|
| C |
€ 55,00 |
€ 75,00 |
|
€ 550,00 |
|
| D |
€ 60,00 |
€ 600,00 |
|
€ 600,00 |
|
| ZAAL > 150 m² |
CATEGORIE ACTIVITEITEN |
|
|||
| CATEGORIE GEBRUIKERS |
Act cat 1 |
Act cat 2 |
Act cat 3 |
Act cat 4 |
Act cat 5 |
| A |
€ 0,00 |
€ 0,00 |
€ 0,00 |
€ 0,00 |
|
| B |
€ 15,00 |
€ 35,00 |
€ 125,00 |
€ 15,00 |
|
| C |
€ 140,00 |
€ 125,00 |
|
€ 825,00 |
€ 315,00 |
| D |
€ 150,00 |
€ 924,00 |
|
€ 924,00 |
|
| LESKEUKEN |
CATEGORIE ACTIVITEITEN |
|
|||
| CATEGORIE GEBRUIKERS |
Act cat 1 |
Act cat 2 |
Act cat 3 |
Act cat 4 |
Act cat 5 |
| A |
€ 0,00 |
€ 0,00 |
|
€ 0,00 |
|
| B |
€ 15,00 |
€ 15,00 |
|
€ 15,00 |
|
| C |
€ 15,00 |
€ 25,00 |
|
€ 25,00 |
|
| D |
€ 15,00 |
€ 30,00 |
|
€ 30,00 |
|
Artikel 6: De betaling gebeurt bij de zaalverantwoordelijke van het O.C..
Artikel 7: Reducties
Met uitzondering van maaltijden wordt er 20 % vermindering toegekend op de gebruiksvergoeding bij meer dan 5 gebruiksbeurten voor eenzelfde activiteit binnen eenzelfde kalenderjaar.
Het gebruik van vergaderlokalen < 50 m² door erkende Ieperse verenigingen is gratis.
De organisatie van de jaarlijkse kermis of het dorpsfeest in de deelgemeente kan gratis gebruik maken van het O.C. van de deelgemeente gedurende maximum 1 week binnen de periode van het dorpsfeest of de kermis.
Het gebruik van O.C.’s voor turnlessen door scholen wordt geregeld door aparte overeenkomsten met de Stad Ieper.
Het college van burgemeester en schepenen kan afwijken van het tarief voor een activiteit ten voordele van een goed doel, indien de actie kadert in een algemeen aanvaard nationaal initiatief en/of evenwaardig gedragen door minstens drie lokale verenigingen, openbare diensten of bedrijven.
Artikel 8: De Stad Ieper heeft voor deze stadsinfrastructuur een verzekering tegen brand met afstand van verhaal en een verzekering voor haar burgerlijke aansprakelijkheid. De gebruiker zal zelf instaan voor eventuele andere verzekeringen, rekening houdende met zijn aansprakelijkheden en risico’s.
Artikel 9: Voor alle schade, verlies of ontvreemding ten nadele van het stadsbestuur wordt de gebruiker die op het ogenblik van de schade, verlies of ontvreemding de betreffende lokalen gebruikt(e) verantwoordelijk gesteld.
Artikel 10: Alle boekingen van de zalen en lokalen gebeuren bij de respectievelijke zaalverantwoordelijke(n). Indien er geschillen rijzen i.v.m. de uitbating van de zalen of gebouwen behorende tot de infrastructuur van het Cultuurcentrum Het Perron is het bestuur van het Cultuurcentrum Het Perron aangewezen om deze te onderzoeken waarna een gemotiveerd advies wordt doorgestuurd naar het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 11: In geval van overmacht (natuurrampen, brand, staking, enz.) of wegens wettige redenen (verkiezingen, opeising door hogere overheden) vervalt de huurovereenkomst zonder enige aanspraak op schadevergoeding.
Artikel 12: Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit reglement. Ook wordt aan dit college de bevoegdheid gegeven om in uitzonderlijke omstandigheden het gebruik van zalen en lokalen toe te staan aan voorwaarden die afwijken van deze vastgesteld door dit reglement. Deze beslissingen moeten altijd gemotiveerd worden.
Artikel 13: Dit reglement is van toepassing op aanvragen na 31 december 2025.
Artikel 14: Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikel 170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het retributiereglement tot het vaststellen van de voorwaarden en het innen van retributies bij gebruik van diverse stedelijke infrastructuur van 5 december 2022 vervalt op 31 december 2025.
Met het oog op de terbeschikkingstelling en het gebruik van diverse stedelijke infrastructuur, moeten er gebruiksvoorwaarden en retributies worden vastgesteld.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Retributiereglement tot het vaststellen van de voorwaarden en het innen van retributies bij gebruik van diverse stedelijke infrastructuur
HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen
Artikel 1: Er wordt voor dienstjaren 2026 tot en met 2031 een retributie gevestigd op het gebruik van de stedelijke infrastructuur. De infrastructuur waarop dit reglement van toepassing is, is eigendom van stad Ieper, Grote Markt 34, 8900 Ieper en kan gebruikt worden door derden.
Het betreft: Raadzaal in het Stadhuis, Kruitmagazijn en Poortwachtershuis, De Kazematten, Concertzaal en leslokalen dé Academie, Zaal Alfa en Omega Bibliotheek/Archief, Panoramazaal, Auditorium en lokalen in het Administratief Centrum Auris en het Vleeshuis.
Artikel 2: Het gebruik van bovenvermelde stadsinfrastructuur is in principe mogelijk voor elke persoon, vereniging of firma, voor elke activiteit met een publiek karakter. Onder ‘activiteit met een publiek karakter’ wordt begrepen: een activiteit die ruimer gaat dan de louter private familiekring, opengesteld voor een breed publiek, voor alle leden van een vereniging,… Onder vereniging wordt verstaan: een vzw, feitelijke vereniging, openbare dienst, school, politieke partij, erkende religies en de georganiseerde vrijzinnigheid. Onder firma wordt verstaan: een vennootschap zoals vastgelegd in het Wetboek Vennootschappen. In geen enkele van de vermelde infrastructuur zijn fuiven mogelijk. Voor elke infrastructuur zijn er specifieke mogelijkheden en beperkingen die in dit reglement bepaald worden.
Artikel 3 : De gebruiker dient zich te allen tijde te houden aan de voorschriften inzake openbare veiligheid, openbare orde, brandveiligheid, rookverbod, enz. die van toepassing zijn in openbare gebouwen. De gebruiker zal bovendien alle vigerende wetten, decretale en reglementaire voorschriften respecteren en (doen) naleven.
Artikel 4: De aanvraag voor het gebruik van stadsinfrastructuur wordt ten vroegste één jaar en ten laatste één maand voor de activiteit gericht aan de beheerder die vermeld wordt bij de infrastructuur in kwestie (behalve voor Zaal Alfa en Omega, waar de aanvraag ten vroegste 60 dagen vóór de activiteit kan gebeuren). De beheerder behandelt de aanvraag binnen een redelijke termijn en bezorgt in elk geval een antwoord aan de aanvrager.
De tijd nodig voor eventuele opbouw en afbouw moet inbegrepen zijn in de aanvraag. De aanvrager moet steeds de organisator zijn; indien dit niet het geval is, worden de betrokken aanvrager en organisator gedurende twee jaar uitgesloten van gebruik van de stadsinfrastructuur.
In geval van verschillende aanvragen voor eenzelfde datum, krijgt de aanvraag die het eerst ingediend werd voorrang. Indien de aanvraag valt binnen de voorwaarden van dit reglement en indien de infrastructuur in kwestie ter beschikking is op het gevraagde tijdstip, geeft de beheerder een positief antwoord aan de aanvrager. Indien de aanvraag een lange periode van gebruik betreft of in geval van twijfel, legt de beheerder de aanvraag voor aan het college van burgemeester en schepenen.
In geval van overmacht (natuurrampen, brand, staking, enz.) of wegens wettige redenen (verkiezingen, opeising door hogere overheden) vervalt de huurovereenkomst zonder enige aanspraak op schadevergoeding.
Artikel 5: Voor het afhalen en terugbrengen van de sleutel of afspraken m.b.t. het openen en sluiten van de infrastructuur moet de gebruiker duidelijke afspraken maken met de beheerder.
De gebruiker moet zelf instaan voor het klaarzetten van de zaal. Er wordt geen technische ondersteuning voorzien door de beheerder. De gebruiker wordt geacht de infrastructuur te gebruiken als een goede huisvader. Van de gebruiker wordt verwacht dat hij toezicht houdt op het rationeel gebruik van energie tijdens het gebruik. De gebruiker moet de infrastructuur na gebruik in de oorspronkelijke staat achterlaten (eventuele opmerkingen over de staat van de infrastructuur moeten voor ingebruikname gemeld worden). Afval moet door de gebruiker meegenomen worden. Indien de infrastructuur niet in behoorlijke staat achtergelaten wordt, zullen de kosten voor de schoonmaak door stad Ieper gefactureerd worden aan de gebruiker (met een minimum van 100 euro).
Stad Ieper heeft voor deze stadsinfrastructuur een verzekering tegen brand en een verzekering voor haar burgerlijke aansprakelijkheid. De gebruiker zal zelf instaan voor eventuele andere verzekeringen, rekening houdende met zijn aansprakelijkheden en risico’s.
Artikel 6: Het bedrag van de retributie wordt steeds vermeld per activiteit per dag; alle kosten zijn inclusief. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen:
| Categorie A |
Stadsbestuur Ieper en OCMW Ieper en hun (verzelfstandigde) entiteiten; Ieperse stedelijke adviesraden; organisatoren van activiteiten met provinciale of nationale uitstraling die de toelating van het Stadsbestuur Ieper krijgen |
| Categorie B |
Ieperse erkende verenigingen en Ieperse openbare diensten, Ieperse onderwijsinstellingen, Ieperse politieke partijen |
| Categorie C |
Ieperse niet-erkende verenigingen, niet-Ieperse verenigingen en niet-Ieperse openbare diensten, natuurlijke personen |
| Categorie D |
bedrijven |
Erkende verenigingen zijn lid van een Ieperse stedelijke adviesraad of rechtstreeks erkend door het College van Burgemeester en Schepenen of Vast Bureau.
HOOFDSTUK 2 Stadhuis
Artikel 7: Beheerder: Dienst Toerisme, Grote Markt 34, 8900 Ieper, tel. 057 239 220, mail toerisme@ieper.be
Artikel 8: In het Stadhuis kan de Raadzaal in beperkte mate door derden gehuurd worden. Omwille van de specificiteit van de Raadzaal moeten aanvragen voor deze zaal steeds aan het college van burgemeester en schepenen worden voorgelegd.
Als de activiteit plaats heeft buiten de normale openingsuren van het Yper Museum, is de inrichter verantwoordelijk voor een permanent toezicht bij de buitendeur zolang deze niet is afgesloten.
De tarieven voor het gebruik van de Raadzaal zijn:
| Categorie A |
gratis |
| Categorie B |
10 euro per activiteit per dag |
| Categorie C |
45 euro per activiteit per dag |
| Categorie D |
90 euro per activiteit per dag |
HOOFDSTUK 3 Kruitmagazijn en Poortwachtershuis
Artikel 9: Beheerder: Dienst Toerisme, Grote Markt 34, 8900 Ieper, tel. 057 239 220, mail toerisme@ieper.be. Voor de sleutel wordt een waarborg van 10 euro gevraagd.
Artikel 10: Het Kruitmagazijn en het Poortwachtershuis worden overdag hoofdzakelijk gebruikt in het kader van toeristische wandelingen met stadsgids en voor educatieve activiteiten van de dienst toerisme en musea. Ze kunnen ook gebruikt worden voor dagactiviteiten die het voorgaande niet hinderen en voor avondactiviteiten. De aanvrager dient rekening te houden met een beperkt comfort wat betreft verwarming en sanitair in het Kruitmagazijn en het ontbreken van verwarming en sanitair in het Poortwachtershuis.
De tarieven voor het gebruik van deze ruimtes zijn:
| Categorie A |
gratis |
| Categorie B |
10 euro per activiteit per dag |
| Categorie C |
45 euro per activiteit per dag |
| Categorie D |
niet mogelijk |
HOOFDSTUK 4 De Kazematten
Artikel 11: De beheerder is de dienst Toerisme Grote Markt 34, 8900 Ieper, tel. 057 239 220, mail toerisme@ieper.be
Artikel 12: In de Kazematten bevinden zich een polyvalente vergaderzaal met een capaciteit tot 100 personen en enkele polyvalente ruimtes voor vergaderingen, tentoonstellingen, educatieve activiteiten (lezing, voordracht, cursus, academische zitting, workshop, vernissage), socio-culturele ontspanningsactiviteiten. Podiumactiviteiten zijn in principe niet mogelijk, tenzij zeer beperkt in de marge van een andere activiteit (bijv. opluisteren van een educatieve activiteit).
De catering gebeurt steeds door de concessiehouder. Indien er extra catering nodig is, gebeurt dit steeds in overleg met en na goedkeuring door de concessiehouder. De deelruimte met de cafetaria is niet beschikbaar voor afzonderlijk gebruik behalve na overleg met en akkoord van de concessiehouder.
De tarieven voor het gebruik van deze ruimtes per deelruimte zijn:
| Categorie A |
gratis |
| Categorie B |
15 euro per activiteit per dag |
| Categorie C |
65 euro per activiteit per dag |
| Categorie D |
130 euro per activiteit per dag |
HOOFDSTUK 5 Concertzaal en leslokalen dé Academie
Artikel 13: Beheerder: dé Academie, Weverijstraat 33-35, 8900 Ieper, tel. 057 239 472, academie@ieper.be
Artikel 14: De Concertzaal en leslokalen in dé Academie worden in eerste instantie gebruikt voor de werking van dé Academie. In de (beperkte) resterende tijd kan de zaal en lokalen ook door derden gebruikt worden tijdens de openingsuren van dé Academie (maandag tot en met zaterdag, niet tijdens de zomersluiting).
In de Concertzaal kunnen enkel podiumactiviteiten en educatieve activiteiten georganiseerd worden. Onder podiumactiviteiten worden verstaan: muziekconcerten, theater- en dansvoorstellingen, audiovisuele activiteiten, repetities. Onder educatieve activiteiten worden verstaan: cursussen, voordrachten, academische zittingen,… en alle activiteiten die als doel hebben kennis of vaardigheid aan te leren. Het gebruik van de vleugelpiano is inbegrepen, maar bij intensief gebruik dient door de gebruiker een stembeurt betaald te worden. Activiteiten van leerkrachten van dé Academie Ieper worden beschouwd als eigen activiteiten van de beheerder. Repetities van Ieperse podiumkunstenverenigingen zijn gratis. De tarieven voor het gebruik van de Concertzaal zijn:
| Categorie A |
gratis |
| Categorie B |
15 euro per activiteit per dag |
| Categorie C |
65 euro per activiteit per dag |
| Categorie D |
niet mogelijk |
De tarieven voor gebruik van een woordklas met podium en techniek zijn:
| Categorie A |
gratis |
| Categorie B |
10 euro per activiteit per dag |
| Categorie C |
45 euro per activiteit per dag |
| Categorie D |
niet mogelijk |
De tarieven voor gebruik van een atelier beeld (lokaal) of leslokaal podiumkunsten zijn:
| Categorie A |
gratis |
| Categorie B |
5 euro per activiteit per dag |
| Categorie C |
6 euro per (les)uur |
| Categorie D |
niet mogelijk |
Het gebruik van de leraarskamer/keuken is gratis bij huur van een ander lokaal.
Artikel 15: De vestigingsplaatsen van dé Academie kunnen, indien deze niet in gebruik zijn door dé Academie, gebruikt worden door derden.
De tarieven voor het gebruik van de vestigingsplaatsen inclusief schoonmaak zijn:
| Categorie A |
gratis |
| Categorie B |
60 euro per lokaal per week |
| Categorie C |
90 euro per lokaal per week |
| Categorie D |
niet mogelijk |
De tarieven voor het gebruik van de vestigingsplaatsen exclusief schoonmaak zijn:
| Categorie A |
gratis |
| Categorie B |
15 euro per lokaal per week |
| Categorie C |
25 euro per lokaal per week |
| Categorie D |
niet mogelijk |
HOOFDSTUK 6 Zaal Alfa en Omega Bibliotheek/Archief
Artikel 16: Beheerder: Bibliotheek/Archief, Weverijstraat 7-9, 8900 Ieper, tel. 057 239 420, bibliotheek@ieper.be, archief@ieper.be
Artikel 17: Zaal Alfa en Omega wordt in eerste instantie gebruikt voor de werking van bibliotheek en archief (vergaderingen, bibliotheekbezoeken, tentoonstellingen, auteurslezingen, wetenschappelijke congressen,…). In de (beperkte) resterende tijd kan deze zaal ook door derden gebruikt worden tijdens de openingsuren van deze diensten. In Zaal Alfa en Omega kunnen enkel vergader- en educatieve activiteiten georganiseerd worden.
De tarieven voor het gebruik van deze ruimte zijn:
| Categorie A |
gratis |
| Categorie B |
gratis |
| Categorie C |
20 euro per activiteit per dag |
| Categorie D |
niet mogelijk |
HOOFDSTUK 7 Administratief Centrum Auris
Artikel 18 Beheerder: Dienst Communicatie, Ter Waarde 1, 8900 Ieper, 057 451 600, communicatie@ieper.be
Artikel 19: De gelijkvloerse ontvangstruimte biedt plaats voor 500 personen staand. Deze ruimte is geschikt voor ontvangsten en recepties.
De tarieven voor het gebruik van deze ruimte zijn:
| Categorie A |
gratis |
| Categorie B |
100 euro per activiteit per dag |
| Categorie C |
175 euro per activiteit per dag |
| Categorie D |
350 euro per activiteit per dag |
Artikel 20: De Raadzaal. De inrichting bestaat uit vast meubilair en kan niet gewijzigd worden. De tarieven voor het gebruik van deze ruimte zijn:
| Categorie A |
gratis |
| Categorie B |
40 euro per activiteit per dag |
| Categorie C |
140 euro per activiteit per dag |
| Categorie D |
280 euro per activiteit per dag |
Artikel 21: Het Auditorium beschikt over 230 zitplaatsen. In het Auditorium kunnen enkel activiteiten voor een zittend publiek georganiseerd worden. Het Auditorium is voorzien van een beamer en geluidsinstallatie. Eigen meegebrachte apparaten mogen het netwerk niet overbelasten of schade veroorzaken aan de zaal of de technische uitrusting. In het Auditorium zijn drank noch etenswaren toegelaten.
De tarieven voor het gebruik van deze ruimte zijn:
| Categorie A |
gratis |
| Categorie B |
50 euro per activiteit per dag |
| Categorie C |
220 euro per activiteit per dag |
| Categorie D |
440 euro per activiteit per dag |
Artikel 22: De vergaderzalen V1, V2 en V3 beschikken over plaats voor groepen tussen 10 en 24 personen. In deze zalen zijn etenswaren niet toegelaten, de drank mag niet zelf meegebracht worden maar wordt (betalend) afgenomen van de stad. De tarieven voor het gebruik van deze ruimte zijn:
| Categorie A |
gratis |
| Categorie B |
10 euro per activiteit per dag |
| Categorie C |
25 euro per activiteit per dag |
| Categorie D |
50 euro per activiteit per dag |
HOOFDSTUK 8 Het Vleeshuis
Artikel 23: Beheerder: Dienst Toerisme, Grote Markt 34, 8900 Ieper, tel. 057 239 220, mail toerisme@ieper.be
Artikel 24: In het Vleeshuis zijn er drie verschillende ruimtes: de Benedenzaal, de Grote Bovenzaal en de Kleine Bovenzaal. Activiteiten moeten in overeenstemming zijn met de doelstellingen van het gebouw. Het college van burgemeester en schepenen kan op elk moment beslissen om bepaalde activiteiten niet toe te laten.
Artikel 25: Het historische Vleeshuis ligt aan de hoek van de Grote Markt, de Neermarkt en de Boterstraat. Het Vleeshuis bestaat uit 3 zalen.
De grootste zaal is de Benedenzaal. De oppervlakte van deze zaal bedraagt 280 m². De maximale capaciteit van de Benedenzaal is 250 personen (zowel zittend als staand). Er bevindt zich een vast toogelement met enkele frigo’s. Een keukenuitrusting is er niet. Men kan vrij zijn cateraar kiezen. Het is toegelaten zowel warme als koude maaltijden te geven.
De Grote Bovenzaal (eerste verdieping) heeft een maximale capaciteit van 99 personen op voorwaarde dat de Kleine Bovenzaal niet gebruikt wordt. Keukenuitrusting of andere zaken mogen niet op het parket worden geplaatst.
De Kleine Bovenzaal (eerste verdieping) kan enkel gebruikt worden voor een zittende activiteit. Aan de tafels kunnen een 30-tal personen plaatsnemen. Ook hier mogen geen extra installaties op de grond worden geplaatst.
De tarieven voor het gebruik van deze ruimtes zijn:
Benedenzaal
| Categorie A |
gratis |
| Categorie B |
100 euro per activiteit per dag |
| Categorie C |
220 euro per activiteit per dag |
| Categorie D |
440 euro per activiteit per dag |
Grote Bovenzaal
| Categorie A |
gratis |
| Categorie B |
80 euro per activiteit per dag |
| Categorie C |
175 euro per activiteit per dag |
| Categorie D |
350 euro per activiteit per dag |
Kleine Bovenzaal
| Categorie A |
gratis |
| Categorie B |
80 euro per activiteit per dag |
| Categorie C |
175 euro per activiteit per dag |
| Categorie D |
350 euro per per dag |
Artikel 26: De gebruikte zalen dienen schoongemaakt te worden door de gebruiker. Indien gewenst kan de gebruiker bij de reservatie tot gebruik van het Vleeshuis kiezen om de schoonmaak te laten uitvoeren door een poetsfirma. Het tarief voor de schoonmaak wordt vastgesteld op:
o Volledig Vleeshuis: € 260,00
o Benedenverdieping: € 150,00
o Bovenverdieping: € 110,00
Wanneer de gebruiker kiest om zelf schoon te maken en de beheerder, de dienst Toerisme, stelt vast dat de gebruiker de schoonmaak niet naar behoren heeft uitgevoerd zal het tarief voor schoonmaak door de poetsfirma alsnog worden aangerekend.
Artikel 27:
De voormelde tarieven opgenomen in artikel 26 worden gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemmen overeen met de index van oktober 2025. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat.
Formule: [huidig tarief] x gezondheidsindexcijfer van de maand november die aan de aanpassing voorafgaat / gezondheidsindexcijfer van oktober 2025. Het zo verkregen getal wordt afgerond tot 1 decimaal na de komma. Enkel wanneer het tweede decimaal uit de voormelde berekening gelijk is aan 5 of hoger wordt er naar boven afgerond.
Artikel 28: Voor gebruik van de sleutel van het gebouw wordt bij afhaling van de sleutel bij de Dienst Toerisme een waarborg van 50,00 euro aangerekend. Na het terugbrengen van de sleutel bij de Dienst Toerisme wordt aan de gebruiker de waarborg teruggegeven.
HOOFDSTUK 9 Betaalmodaliteiten
Artikel 29 : De huur dient vooraf betaald binnen de tien kalenderdagen na ontvangst van de factuur. Bij gebrek aan tijdige betaling kan dit tot verval van de toelating tot gebruik van de aangevraagde ruimte leiden.
HOOFDSTUK 10 Slotbepalingen
Artikel 30 : Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit reglement. Ook wordt aan dit college de bevoegdheid gegeven om in speciale omstandigheden het gebruik van zalen en lokalen toe te staan aan voorwaarden die afwijken van deze vastgesteld door dit reglement. De beslissingen moeten altijd gemotiveerd worden.
Artikel 31 : Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikel 170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het retributiereglement tot het vaststellen van de voorwaarden en het innen van retributies bij gebruik van stedelijke infrastructuur de Stadsschouwburg en Het Perron van 5 december 2022 vervalt op 31 december 2025.
Met het oog op de terbeschikkingstelling en het gebruik bij gebruik van stedelijke infrastructuur de Stadsschouwburg en Het Perron, beheerd door het Cultuurcentrum Het Perron-ACCI vzw, moeten er gebruiksvoorwaarden en retributies worden vastgesteld.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Retributiereglement tot het vaststellen van de voorwaarden en het innen van retributies bij gebruik van stedelijke infrastructuur de Stadsschouwburg en Het Perron, beheerd door het Cultuurcentrum Het Perron
Artikel 1: Er wordt voor de dienstjaren 2026 tot en met 2031 een retributie gevestigd op het gebruik van de stedelijke infrastructuur. De infrastructuur waarop dit reglement van toepassing is, is eigendom van de Stad Ieper, Ter Waarde 1, 8900 Ieper, wordt beheerd door Cultuurcentrum Het Perron (ACCI, vzw) en kan gebruikt worden door derden. Het betreft Het Perron en de Stadsschouwburg.
Artikel 2: Deze algemene bepalingen gelden voor volgende infrastructuur:
1. Het Perron
2. Stadsschouwburg
Artikel 3: Voor elke zaal zijn er specifieke mogelijkheden en beperkingen naar gebruik en aanvraagperiode, die bepaald worden door het beheersorgaan van Cultuurcentrum Het Perron. Deze kunnen bijgestuurd worden om de goede werking van Cultuurcentrum Het Perron en haar doelstellingen (cultuurspreiding, cultuurparticipatie, en gemeenschapsvorming) maximaal te garanderen. Gebruikers worden daarvan tijdig verwittigd.
Artikel 4: Onverminderd de bepalingen in het voorgaande artikel gelden volgende beperkingen:
4.1: Dansen als uitloop van een andere hoofdactiviteit kan enkel in de polyvalente zaal van Het Perron en met beperkt geluidsniveau. De tijd waarin gedanst wordt kan niet langer dan twee uur duren.
4.2: De polyvalente zaal kan enkel gehuurd worden voor activiteiten die het gebruik van de theaterzaal niet hinderen.
4.3: De tentoonstellingsruimte is niet te huur
4.4: De repetitielokalen worden prioritair voorbehouden voor het opzetten van projecten of evenementen in samenwerkingsverbanden waarbij het Cultuurcentrum Het Perron betrokken is.
4.5: Het sluitingsuur voor Het Perron is 01.00 uur 's nachts. Ten laatste één uur later moet de zaal gekuist en verlaten zijn. Het sluitingsuur voor vergaderingen is 23 uur.
4.6: Voor andere organisatoren dan Cultuurcentrum Het Perron en het Stadsbestuur worden lokalen van Cultuurcentrum Het Perron op zaterdagmorgen en op zondag enkel ter beschikking gesteld voor podiumactiviteiten (met het bijhorend cafetariagebruik) en voor activiteiten met een nationale/provinciale uitstraling.
4.7: Periodes voor op- en afbouw en/of blokkeringen kunnen enkel voor de theaterzaal van Het Perron en de Stadsschouwburg en worden slechts onder voorbehoud toegestaan. De voorlopige toelating kan door Cultuurcentrum Het Perron gewijzigd worden indien deze een podiumactiviteit van een andere organisator zou belemmeren.
4.8: Cultuurcentrum Het Perron kan zalen blokkeren indien dit noodzakelijk is voor een goede werking of indien de noodzakelijke personele ondersteuning niet kan verzekerd worden. Een zaal kan pas verhuurd worden indien er voldoende noodzakelijke personele ondersteuning verzekerd kan worden door het Cultuurcentrum Het Perron.
Artikel 5: Van elke gebruiker wordt verwacht dat hij/zij de infrastructuur als een goede huisvader gebruikt.
Artikel 6: De gebruiker moet zich houden aan de voorschriften inzake openbare veiligheid, openbare orde, brandveiligheid en alle andere regelgeving die van toepassing zijn in openbare gebouwen. De gebruiker zal bovendien alle vigerende wetten, decretale en reglementaire voorschriften respecteren en naleven.
Artikel 7: De gebruiker moet zelf instaan voor het lossen en laden van materiaal en het klaarzetten van de zaal.
Artikel 8: Bij gebruik van de Stadsschouwburg, de theaterzaal en de polyvalente zaal van Het Perron moet de gebruiker zelf instaan voor onthaal en toezicht in de inkomhal, artiestenfoyer en kleedkamer en dit gedurende de volledige periode van de activiteit in de bovenvermelde zalen.
Artikel 9: De Stad Ieper heeft voor deze stadsinfrastructuur een verzekering tegen brand met afstand van verhaal en een verzekering voor haar burgerlijke aansprakelijkheid. De gebruiker zal zelf instaan voor eventuele andere verzekeringen, rekening houdende met zijn aansprakelijkheden en risico’s.
Artikel 10: Het gebruik van bovenvermelde infrastructuur is mogelijk voor elke persoon, vereniging, openbare dienst of bedrijf voor elke activiteit met een publiek karakter.
Gebruikers worden onderverdeeld in verschillende categorieën
Categorie A: Stadsbestuur Ieper, OCMW Ieper en hun (verzelfstandigde) entiteiten, Ieperse stedelijke adviesraden en organisatoren van activiteiten met provinciale of nationale uitstraling die de toelating van het Stadsbestuur Ieper krijgen.
Categorie B: Ieperse erkende verenigingen, Ieperse openbare diensten, Ieperse onderwijsinstellingen en Ieperse politieke partijen
Categorie C: Ieperse niet-erkende verenigingen, niet-Ieperse verenigingen en niet-Ieperse openbare diensten
Categorie D: Natuurlijke personen en bedrijven
Erkende verenigingen zijn lid van een Ieperse stedelijke adviesraad of rechtstreeks erkend door het College van Burgemeester en Schepenen of Vast Bureau.
Activiteiten worden onderverdeeld in verschillende categorieën
Onder ‘activiteit met een publiek karakter’ wordt begrepen: een activiteit, opengesteld voor een breed publiek of voor alle leden van een vereniging, openbare dienst of bedrijf.
Categorie 1: podiumactiviteit, educatieve activiteit en vergadering
Categorie 2: repetities, op- en afbouw (niet voor vergaderlokalen)
Categorie 3: blokkering van de zaal in functie van techniek of organisatorische elementen
Categorie 4: ontmoetingsactiviteiten
Categorie 5: begrafenis (enkel aan te vragen door gezinnen of begrafenisondernemers)
Niet-limitatieve lijst van soorten activiteiten per categorie:
Podiumactiviteiten: theater- en dansvoorstellingen, muziekconcerten, muziektheater, literaire avonden, amusementsvoorstellingen, circusvoorstellingen film, …. .
Educatieve activiteiten: alle activiteiten die als doel hebben kennis of vaardigheden aan te leren zoals cursussen, voordrachten, academische zittingen, … .
Ontmoetingsactiviteiten: recepties, feesten, maaltijden, … .
Blokkering: Bij activiteiten gespreid over meerdere dagen kan Het Perron een zaal blokkeren omdat een zaal tussen de activiteiten niet gebruikt kan worden voor andere activiteiten. Blokkeren kan indien dit noodzakelijk is voor een goede werking of indien dit technisch noodzakelijk is. Het blokkeren van zalen kan enkel door Het Perron worden vastgelegd en kunnen niet door de huurder worden aangevraagd.
Artikel 11: De aanvraagperiodes variëren naargelang de zaal, de aanvrager en de activiteit. Hierbij wordt voorrang gegeven aan de eigen activiteiten van het Cultuurcentrum Het Perron en het Stadsbestuur Ieper.
De aanvraagperiodes worden onderverdeeld in:
1. onbeperkt (er is geen beperking op de aanvraagperiode)
2. 1 maart (= vanaf 1 maart onmiddellijk voorafgaand aan het theaterseizoen waarin de aangevraagde activiteit gepland is)
3. 1 juni (= vanaf 1 juni onmiddellijk voorafgaand aan het theaterseizoen waarin de aangevraagde activiteit gepland is)
4. niet (= niet toegestaan)
Een theaterseizoen loopt van 1 september tot en met 31 augustus.
|
|
Act Cat 1 |
Act Cat 2 |
Act Cat 4 |
Act Cat 5 |
| Gebruiker Cat A |
onbeperkt |
onbeperkt |
onbeperkt |
niet |
| Gebruiker Cat B |
1/mrt |
1/mrt |
1/jun |
niet |
| Gebruiker Cat C |
1/jun |
1/jun |
1/jun |
niet |
| Gebruiker Cat D |
1/jun |
1/jun |
1/jun |
onbeperkt |
Voor activiteiten die in relatie staan met activiteiten categorie 1 als hoofdactiviteit geldt dezelfde aanvraagperiode als voor de hoofdactiviteit.
Artikel 12: De aanvrager moet steeds de organisator zijn en de aangevraagde activiteit moet overeenkomen met de effectief georganiseerde activiteit.
Artikel 13: De aanvraag voor het gebruik van bovenvermelde infrastructuur wordt gericht aan Cultuurcentrum Het Perron, die elke aanvraag behandelt binnen een redelijke termijn en in elk geval een antwoord bezorgt aan de aanvrager.
Artikel 14: Een aanvraag is maar geldig indien ze gesteld wordt binnen de vooraf bepaalde aanvraagperiodes, binnen de voorwaarden van dit reglement en voldoet aan de specifieke mogelijkheden en beperkingen van de aangevraagde zaal.
Artikel 15: De geldige aanvraag die eerst werd ingediend krijgt voorrang op eventuele latere geldige aanvragen.
Artikel 16: De huurder kan een optie aanvragen voor één of meerdere verschillende data voor zover dit niet de algemene werking verstoort. Indien de gebruiker de gevraagde optie na 3 weken niet heeft bevestigd, dan wordt deze optie eenzijdig geannuleerd door Cultuurcentrum Het Perron.
Artikel 17: Een aanvraag is enkel goedgekeurd wanneer de huurder de ontvangen overeenkomst binnen 1 week getekend terug bezorgt aan Cultuurcentrum Het Perron.
Artikel 18: De huurder moet uiterlijk 21 dagen voor de activiteit op eigen initiatief het volledige draaiboek en een lijst van de nodige materialen bezorgen aan Cultuurcentrum Het Perron om de organisatie van de activiteit tot een goed einde te brengen. Bij gebrek hieraan draagt Cultuurcentrum Het Perron geen enkele verantwoordelijkheid voor mogelijke nefaste gevolgen.
Artikel 19: Indien een activiteit door de aanvrager op eigen initiatief wordt afgelast moet deze het Cultuurcentrum Het Perron onmiddellijk en minstens twee weken op voorhand telefonisch en schriftelijk of per mail op de hoogte stellen, anders wordt de voorziene huurprijs toch aangerekend. Bij overmacht (staking, ziekte van artiest/spreker, …) wordt niets aangerekend.
Bij afgelasting van een activiteit op eigen initiatief in een vergaderzaal of repetitieruimte moet de aanvrager Cultureel Centrum Het Perron telefonisch en schriftelijk of per mail minstens 1 dag voorafgaand aan de activiteit.
Artikel 20: In geval van overmacht (natuurrampen, brand, staking, enz.) of wegens wettige redenen (verkiezingen, opeising door hogere overheden) vervalt de huurovereenkomst zonder enige aanspraak op schadevergoeding.
Artikel 21: Huurprijzen
In de huurprijs van de stadsschouwburg, de theaterzaal en polyvalente zaal van Het Perron is de theatertechnische ondersteuning door maximaal 2 theatertechniekers inbegrepen.
Naast de huurprijs worden er servicekosten en een vergoeding voor bijkomend personeel aangerekend per uur vanaf het aangevraagde aanvangsuur tot het uur waarop de zaal afgebouwd en opgekuist is.
| THEATERZAAL |
|||||
| BASISHUURPRIJS € 150 |
CATEGORIE ACTIVITEITEN |
||||
| CATEGORIE GEBRUIKERS |
Act Cat 1 |
Act Cat 2 |
Act Cat 3 |
Act Cat 4 |
Act Cat 5 |
| A |
€ 0,00 |
€ 0,00 |
€ 0,00 |
|
|
| B |
€ 150,00 |
€ 75,00 |
€ 37,50 |
|
|
| C |
€ 750,00 |
€ 375,00 |
€ 187,50 |
|
|
| D |
€ 1.500,00 |
€ 750,00 |
€ 375,00 |
|
|
| POLYVALENTE ZAAL VRIJDAG EN WEEKEND |
|||||
| BASISHUURPRIJS € 62,5 |
CATEGORIE ACTIVITEITEN |
||||
| CATEGORIE GEBRUIKERS |
Act Cat 1 |
Act Cat 2 |
Act Cat 3 |
Act Cat 4 |
Act Cat 5 |
| A |
€ 0,00 |
€ 0,00 |
€ 0,00 |
€ 0,00 |
|
| B |
€ 62,50 |
€ 31,25 |
€ 15,63 |
€ 93,75 |
|
| C |
€ 250,00 |
€ 125,00 |
€ 62,50 |
€ 375,00 |
|
| D |
€ 625,00 |
€ 315,00 |
€ 155,00 |
€ 940,00 |
€ 315,00 |
| POLYVALENTE ZAAL OP MAANDAG, DINSDAG, WOENSDAG EN DONDERDAG |
|||||
| BASISHUURPRIJS € 62,5 |
CATEGORIE ACTIVITEITEN |
||||
| CATEGORIE GEBRUIKERS |
Act Cat 1 |
Act Cat 2 |
Act Cat 3 |
Act Cat 4 |
Act Cat 5 |
| A |
€ 0,00 |
€ 0,00 |
€ 0,00 |
€ 0,00 |
|
| B |
€ 15,63 |
€ 7,81 |
€ 3,91 |
€ 23,44 |
|
| C |
€ 250,00 |
€ 125,00 |
€ 62,50 |
€ 375,00 |
|
| D |
€ 625,00 |
€ 315,00 |
€ 155,00 |
€ 940,00 |
€ 315,00 |
| REPETITIELOKAAL |
|||||
| BASISHUURPRIJS € 15 |
CATEGORIE ACTIVITEITEN |
||||
| CATEGORIE GEBRUIKERS |
Act Cat 1 |
Act Cat 2 |
Act Cat 3 |
Act Cat 4 |
Act Cat 5 |
| A |
€ 0,00 |
€ 0,00 |
€ 0,00 |
|
|
| B |
€ 15,00 |
€ 7,50 |
€ 3,75 |
|
|
| C |
€ 75,00 |
€ 37,00 |
€ 19,00 |
|
|
| D |
€ 150,00 |
€ 75,00 |
€ 38,00 |
|
|
| VERGADERZAAL |
|||||
| BASISHUURPRIJS € 5 |
CATEGORIE ACTIVITEITEN |
||||
| CATEGORIE GEBRUIKERS |
Act Cat 1 |
Act Cat 2 |
Act Cat 3 |
Act Cat 4 |
Act Cat 5 |
| A |
€ 0,00 |
|
|
€ 0,00 |
|
| B |
€ 5,00 |
|
|
€ 7,50 |
|
| C |
€ 25,00 |
|
|
€ 38,00 |
|
| D |
€ 50,00 |
|
|
€ 75,00 |
|
| SCHOUWBURG |
|||||
| BASISHUURPRIJS € 40 |
CATEGORIE ACTIVITEITEN |
||||
| CATEGORIE GEBRUIKERS |
Act Cat 1 |
Act Cat 2 |
Act Cat 3 |
Act Cat 4 |
Act Cat 5 |
| A |
€ 0,00 |
€ 0,00 |
€ 0,00 |
|
|
| B |
€ 40,00 |
€ 20,00 |
€ 10,00 |
|
|
| C |
€ 200,00 |
€ 100,00 |
€ 50,00 |
|
|
| D |
€ 600,00 |
€ 300,00 |
€ 150,00 |
|
|
| THEATERZAAL UURTARIEF |
||
| CATEGORIE GEBRUIKERS |
SERVICEKOSTEN |
TECHNIEKER |
| A |
€ 0,00 |
€ 0,00 |
| B |
€ 15,00 |
€ 15,00 |
| C |
€ 20,00 |
€ 25,00 |
| D |
€ 20,00 |
€ 38,00 |
| POLYVALENTE ZAAL EN STADSSCHOUWBURG UURTARIEF |
||
| CATEGORIE GEBRUIKERS |
SERVICEKOSTEN |
TECHNIEKER |
| A |
€ 0,00 |
€ 0,00 |
| B |
€ 5,00 |
€ 15,00 |
| C |
€ 8,00 |
€ 25,00 |
| D |
€ 8,00 |
€ 38,00 |
Artikel 22: De betaling gebeurt ten laatste 30 dagen na ontvangst van de factuur.
Artikel 23: Reducties
Activiteiten voor een goed doel:
Het college van burgemeester en schepenen kan afwijken van het tarief voor een activiteit ten voordele van een goed doel, indien de actie kadert in een algemeen aanvaard nationaal initiatief en/of evenwaardig gedragen door minstens drie lokale verenigingen, openbare diensten of bedrijven. Servicekosten en bijkomend personeel worden steeds aangerekend.
Eigen creaties van podiumactiviteiten van Ieperse verenigingen:
Gebruikers onder categorie B krijgen 50% reductie op de huurprijs van de Stadsschouwburg voor het opzetten van eigen creaties en op de huurprijs van de noodzakelijke repetities en blokkeringen.
Vergaderzalen voor Ieperse erkende verenigingen:
Het gebruik van vergaderzalen door Ieperse erkende verenigingen is gratis.
Artikel 24: Drankafname
Er geldt een verplichte afname van de dranken aangeboden door ACCI vzw. De geldende tarieven en voorwaarden worden bij aanvraag van de infrastructuur meegegeven.
Artikel 25: De infrastructuur wordt geacht op orde te staan voor gebruik. Eventuele opmerkingen moeten voor de ingebruikname gemeld worden. De gebruiker moet de infrastructuur na gebruik in de oorspronkelijke staat achterlaten. De keuken, het artiestenfoyer en alle inhoud worden door de gebruiker onmiddellijk na gebruik grondig gereinigd.
De andere zalen worden kuisklaar gemaakt. De tafels en stoelen moeten afgekuist en gestapeld worden volgens de richtlijnen van het Cultuurcentrum Het Perron. De vloer moet kuisklaar zijn voor stofzuiger of kuismachine en dus vrij van scherven, papier en ander afval. De dranken en leeggoed moeten opgeborgen zijn volgens de bepalingen van Cultuurcentrum Het Perron.
Afval kan in geen geval in het gebouw achtergelaten worden, en moet door de gebruiker meegenomen worden op de dag van de activiteit.
Vergaderlokalen worden steeds in hun basisopstelling terug geplaatst.
Artikel 26: Alle vergoedingen verbonden met het gebruik van de infrastructuur worden gefactureerd aan de aanvragende persoon of organisatie.
Artikel 27: Voor alle schade, verlies of ontvreemding ten nadele van het stadsbestuur wordt de gebruiker die op het ogenblik van de schade, verlies of ontvreemding de betreffende lokalen gebruikt(e) aansprakelijk gesteld.
Artikel 28: Sancties
Bij overtredingen van het reglement wordt een boete aangerekend van 100 euro. Indien de infrastructuur niet in behoorlijke staat achtergelaten wordt, worden alle kosten voor de schoonmaak verhaald op de gebruiker met een minimum van 100 euro. Bij overtreding van het sluitingsuur wordt een extra activiteit/dag aangerekend.
In geval van wanbetaling wordt een volgend gebruik door dezelfde aanvrager/gebruiker voor een periode van twee jaar geweigerd.
Indien de aanvrager en de aangevraagde activiteit niet overeenstemt met de feitelijke organisator en de effectief georganiseerde activiteit, worden de betrokken aanvrager en organisator gedurende twee jaar uitgesloten van gebruik van de stadsinfrastructuur.
Artikel 29: Indien er geschillen rijzen i.v.m. de uitbating van een zaal, is het bestuur van het Cultuurcentrum Het Perron aangewezen om deze te onderzoeken waarna een gemotiveerd antwoord wordt gegeven aan de betrokken partijen.
Artikel 30: Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit reglement. Ook wordt aan het college de bevoegdheid gegeven om in uitzonderlijke omstandigheden het gebruik van zalen en lokalen toe te staan aan voorwaarden die afwijken van deze vastgesteld door dit reglement. Deze beslissingen moeten altijd gemotiveerd worden.
Artikel 31: Dit reglement is van toepassing op aanvragen na 31 december 2025.
Artikel 32: Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikel 170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Steeds meer worden laadkabels voor elektrische voertuigen vastgesteld op de voetpaden. Conform de wegcode is dit verboden. Er is een mogelijkheid om dit via de lokale politieverordening openbare orde toe te laten onder bepaalde voorwaarden. Vandaar dat hiertoe de lokale politieverordening wordt aangepast.
In het kader van de algemene toegankelijkheid en verkeersveiligheid dient de laadkabel bijkomend te worden beveiligd. Er werden hieromtrent diverse mogelijkheden onderzocht. Om een wildgroei aan beveiligingen te vermijden wordt voorgesteld dat enkel een laadmat - die vanuit de stad wordt ter beschikking gesteld - toegelaten wordt. Dit helpt ook naar uniformiteit toe. Daarbij dient de aanvrager te voldoen aan de voorwaarden zoals omschreven in het toegevoegde artikel aan de lokale politieverordening.
De laadmatten worden ter beschikking gesteld via het loket van de dienst openbaar domein.
Het stedelijk reglement betreffende de retributie op verkoop van laadmatten elektrische auto's van 7 november 2022 vervalt op 31 december 2025.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Retributiereglement betreffende verkoop van laadmatten elektrische auto's
Artikel 1: Er wordt voor de dienstjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentelijk reglement goedgekeurd dat de verkoop van laadmatten voor elektrische en hybride auto's regelt.
Artikel 2: Uniforme laadmatten kunnen aangekocht worden aan de balie van de dienst openbaar domein tijdens de openingsuren van het loket.
Artikel 3: De aankoopprijs van de laadmat betreft 80 EUR per stuk (120 x 40 cm) of 120 EUR per stuk (160 x 40 cm).
Artikel 4: De voormelde tarieven opgenomen in artikel 3 worden gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemmen overeen met de index van oktober 2025. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat.
Formule: [huidig tarief] x gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat / gezondheidsindexcijfer van oktober 2025. Het zo verkregen getal wordt afgerond naar boven, naar de eerstvolgende halve euro.
Artikel 5: De retributie dient aan de stadskas betaald te worden aan de balie van de dienst openbaar domein bij ontvangst van de laadmat.
Artikel 6: Het reglement zal door de burgemeester worden bekend gemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekend gemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikel 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Ministerieel besluit van 28 oktober 2019 tot wijziging van het ministerieel besluit van 15 maart 2013 tot vaststelling van het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten voor Belgen, de elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar, de elektronische kaarten en elektronische verblijfsdocumenten, afgeleverd aan vreemde onderdanen, en de biometrische kaarten en biometrische verblijfstitels, afgeleverd aan vreemde onderdanen van derde landen.
De wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht hevelt de bevoegdheid van de minister van Justitie om te beslissen over verzoeken tot voornaamsverandering via Ministerieel Besluit over naar de ambtenaren van de burgerlijke stand met inwerkingtreding op 1 augustus 2018.
Overeenkomstig artikel 170, § 4, tweede lid, van de Grondwet voert de wetgever restricties door op de gemeentelijke fiscale autonomie in twee gevallen:
1. De retributie verschuldigd door transgenders mag niet meer dan 10 procent van het door de gemeente vastgestelde gewone tarief overschrijden. (art. 3, § 2, vierde lid, van de wet).
2. Personen van vreemde nationaliteit die een verzoek tot verkrijging van de Belgische nationaliteit hebben ingediend en geen voorna(a)m(en) hebben bij het verzoek tot voornaamstoevoeging, zijn vrijgesteld van enige retributie om dat te verhelpen.
Besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 meer bepaald artikel 3.3.
Voor tal van administratieve aangelegenheden komt de burger bij de stad terecht. Daarbij gaat het om een diverse dienstverlening waarbij er naargelang de soort aanvraag, documenten, administratieve stukken of afschriften afgeleverd worden. Het is opportuun hiervoor een minimale vergoeding te vragen. Er wordt voorgesteld om vanaf dienstjaar 2026 te kiezen voor een retributie als kostendekkende vergoeding voor deze dienstverlening.
Het stedelijk reglement betreffende de belasting op de afgifte van administratieve stukken van 5 december 2022 en gewijzigd op 30 juni 2025 vervalt op 31 december 2025.
Het stedelijk reglement betreffende de retributie op voornaamswijziging ingediend bij de ambtenaar van de burgerlijke stand vervalt eveneens op 31 december 2025.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Retributie op afgifte administratieve stukken
Artikel 1 : Er wordt voor de dienstjaren 2026 tot en met 2031 een retributie gevestigd op de afgifte van administratieve stukken.
Artikel 2 : De retributie is verschuldigd door de persoon aan wie het stuk door het gemeentebestuur op aanvraag of ambtshalve wordt uitgereikt. De retributie wordt geheven bovenop de kostprijs die door de hogere overheid aan de gemeente aangerekend wordt.
Artikel 3 : De retributie wordt vastgesteld als volgt:
a) Op de afgifte van een elektronisch identiteitsdocument aan personen vanaf 12 jaar :
- normale procedure : 5,00 euro
- spoedprocedure met levering in de gemeente: 7,00 euro
- spoedprocedure met levering in de kantoren van de FOD: 8,00 euro
b) Op de afgifte van een elektronisch identiteitsdocument aan personen van minder dan 12 jaar :
- normale procedure: 1,50 euro
- spoedprocedure met levering in gemeente: 7,00 euro
- spoedprocedure met levering in de kantoren van de FOD: 8,00 euro
c) Op de afgifte van verblijfsdocumenten aan vreemdelingen:
- voor het attest van immatriculatie: 7,00 euro
d) aanvraag duplicaat pin- en pukcode elektronische identiteitsdocumenten 7,00 euro
e) aanvraag van een digitale sleutel voor niet-inwoners 7,00 euro
f) retributie op voornaamswijziging 110,00 euro
- de retributie voor transgenders, die verklaren op eer dat hun geslacht in hun geboorteakte niet overeenstemt met de innerlijk beleefde genderidentiteit, en deze verklaring bij hun verzoek voegen, op 10% vast te stellen.
- zijn vrijgesteld van retributie: personen van vreemde nationaliteit die een verzoek tot verkrijgen van de Belgische nationaliteit hebben ingediend en geen voorna(a)m(en) hebben bij het verzoek tot voornaamswijziging
g) Op de afgifte van paspoorten (reispassen) :
- voor de afgifte van een nieuw paspoort: 20,00 euro
- voor minderjarigen 3,00 euro
h) Op de afgifte van een rijbewijs
- normale procedure 7,00 euro
i) Op de afgifte van een trouwboekje : 25,00 euro
j) Op het voltrekken van de huwelijksplechtigheid (excl. trouwboekje) 50,00 euro (van toepassing op aanvragen vanaf 01/01/2026)
k) In voorkomend geval dienen de particulieren en privé-inrichtingen die om een administratief stuk verzoeken, alle verzendingskosten ervan te betalen, ook als de afgifte kosteloos is.
l) Op de afgifte van een bestek voor overheidsopdrachten die niet gegund worden ingevolge een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking:
- voor het bestek, indien de werken volgens de raming minimum 25.000 euro (excl. btw) bedragen 30,00 euro
De tarieven op afgifte van plankopieën en de verzendingskosten zijn ook van toepassing.
m) Er wordt een vergoeding gevraagd voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek, op verzoek, dat verloopt volgens de procedure vermeld in artikel 3.3 van de Vlaamse Codex Wonen.
In volgende gevallen:
Het basisbedrag wordt vastgesteld op:
Er is geen vergoeding verschuldigd voor woningonderzoeken uitgevoerd in woningen verhuurd door de woonmaatschappij Ons Onderdak, dit zowel voor de ingehuurde woningen als de woningen in eigendom.
n) Op de afgifte van allerhande kopieën :
- Kopieën voor private personen en andere instellingen of diensten van openbaar nut:
kopie A4-formaat: 0,15 euro
kopie A3-formaat: 0,30 euro
- Plankopieën:
voor private personen en andere instellingen of diensten, vreemd aan de eigenlijke stadsdiensten:
3,00 euro per strekkende meter zonder opzoekingswerk.
3,75 euro per strekkende meter met opzoekingswerk.
Artikel 4: De voormelde tarieven opgenomen in artikel 3 worden gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemmen overeen met de index van oktober 2025. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat.
Formule: [huidig tarief] x gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die aan de aanpassing voorafgaat / gezondheidsindexcijfer van oktober 2025. Het zo verkregen getal wordt afgerond tot 1 decimaal na de komma. Enkel wanneer het tweede decimaal uit de voormelde berekening gelijk is aan 5 of hoger wordt er naar boven afgerond.
Artikel 5: Zijn vrijgesteld van de retributie:
a) de stukken die krachtens een wet, een decreet, een koninklijk besluit of een andere overheidsverordening kosteloos door het gemeentebestuur dienen te worden afgegeven;
b) de machtigingen met betrekking tot godsdienstige of politieke demonstraties;
c) de stukken die als dusdanig reeds het voorwerp zijn van de heffing van een belasting of retributie ten behoeve van de gemeente krachtens een wet, decreet of verordening;
d) geldigheidsverklaring van aanvraagformulieren voor vermindering op biljetten van de N.M.B.S. en de openbare maatschappijen voor geregeld vervoer;
e) alle stukken die vereist zijn voor eenieder die verklaart dat voormelde stukken dienen te worden voorgelegd om een tewerkstelling te bekomen, te kunnen solliciteren of aan examens of proeven deel te nemen met het oog op een eventuele aanwerving;
f) de stukken afgegeven aan de gerechtelijke overheden, de openbare besturen en de daarmee gelijkgestelde instellingen alsook de instellingen van openbaar nut.
Artikel 6: Bij de aanvraag zal een bedrag gelijk aan de retributie, vermeerderd met de eventuele verzendingskosten in consignatie worden gegeven bij de financieel directeur of bij zijn afgevaardigde, indien het stuk niet onmiddellijk bij de aanvraag kan afgegeven worden.
Artikel 7: De retributie en de eventuele verzendingskosten moeten bij de afgifte van het stuk contant worden betaald, tegen afgifte van een betalingsbewijs.
Artikel 8: Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikelen 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet;
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.;
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Het wetboek van de minnelijke en gedwongen invorderingen van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, en latere wijzigingen (Invorderingswetboek).
Belastingplichtigen betalen hun schuld niet altijd binnen de vervaltermijn. De financieel directeur moet de achterstallige belastingschulden invorderen vanuit zijn zorg en verantwoordelijkheid voor het debiteurenbeheer.
De financieel directeur stuurt daartoe eerst een gewone herinneringsbrief naar de belastingplichtige. Dit kan ten vroegste 10 dagen na het verstrijken van de betaaltermijn van 2 maanden. Deze eerste aanmaning tot betaling is kosteloos voor de belastingplichtige evenals het aanslagbiljet.
Wanneer de belastingplichtige echter in gebreke blijft om de belasting (tijdig) te betalen, is de aanrekening van bijkomende invorderingskosten op de schuldenaar aanvaardbaar. Dit kunnen de loutere verzendingskost als een kost voor de administratieve opvolging van de betaling omvatten. Daarvoor kan een forfaitair tarief vastgesteld worden op voorwaarde dat dat tarief redelijk blijft. Deze kost is een bijbehoren van de verschuldigde belasting en wordt als dusdanig samen met de belasting ingevorderd, het gaat niet om een afzonderlijke retributie.
De Stad Ieper wil in deze de uitgebreide stappen die zij onderneemt en de kosten die zij maakt verhalen op de belastingplichtige die in gebreke blijft.
Bij dit alles dient te worden benadrukt dat als een burger die van goede wil is betalingsmoeilijkheden ondervindt, deze steeds de kans zal krijgen om een betalingsregeling af te spreken. De financieel directeur is steeds bereid om een afbetalingsplan toe te staan wanneer de debiteur blijk geeft van goede trouw en een redelijke termijn wordt voorop gesteld.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Retributiereglement debiteurenbeheer voor inningskosten fiscale vorderingen
Afdeling I – Algemene bepalingen
Artikel 1: Voor de dienstjaren 2026 tot en met 2031 wordt een retributie geheven voor de kosten verbonden aan de invordering van fiscale vorderingen.
Artikel 2: De fiscale vorderingen in dit reglement omvatten alle belastingen gevestigd met ingang van 1 januari 2026. Indien de debiteur de vordering niet betaalt binnen de wettelijke bepaalde vervaltermijn, worden de hieronder bepaalde retributies aangerekend ingeval de in die artikelen vermelde acties worden ondernomen met het oog op de invordering van de schuld.
Afdeling II – Kosten voor een tweede en derde aanmaning en aanmaning na niet-naleving van een afbetalingsplan
Artikel 3: Indien de debiteur niet betaalt binnen de termijn voorzien in de gratis eerste aanmaning, wordt telkens een kost van € 10,00 aangerekend voor de verzending van elke aangetekende aanmaning.
Afdeling III – Kosten voor de grensoverschrijdende invordering van fiscale vorderingen
Artikel 4: Voor de grensoverschrijdende invordering van onbetaalde fiscale vorderingen waarvoor de stad beroep doet op een derde, komt het bedrag van de retributie overeen met de incasso- en administratiekosten die de derde hiervoor aan de stad doorrekent, vermeerderd met € 50,00. De retributie is verschuldigd van zodra het dossier aan de derde wordt overgemaakt.
Afdeling IV – Kosten voor verdere gedwongen uitvoering
Artikel 5: opmaak fiscaal dwangschrift
Wanneer de debiteur niet overgaat tot betaling van de volledige schuld, kosten en intresten inbegrepen, kan de financieel directeur overgaan tot opmaak van een dwangschrift met het oog op betekening door een gerechtsdeurwaarder.
Voor het aanmaken van dit dwangschrift wordt een kost van € 30,00 aangerekend.
Artikel 6: gedwongen uitvoering
Indien na betekening van een fiscaal dwangschrift de debiteur nog steeds in gebreke blijft, kan de financieel directeur volgende stappen nemen in gedwongen uitvoering en invordering. Hiervoor wordt telkens de overeenstemmende kost opgegeven.
Deze kost wordt aangerekend bovenop de eventuele gerechtskosten en gerechtsdeurwaarderskosten en reële kosten die op grond van de wettelijke regelingen worden
doorgerekend aan de debiteur.
1° fiscaal derdenbeslag, het beslag wordt aangetekend verzonden aan een derde, schuldenaar van de debiteur en tevens aangezegd aan de debiteur zelf: € 50,00
2° het nemen van een hypothecaire inschrijving indien de debiteur een onroerend goed bezit, hieraan gaan uitgebreide opzoekingen vooraf: de effectief betaalde kost aan het kantoor rechtszekerheid (nieuwe benaming hypotheekkantoor) wordt doorgerekend, vermeerderd met €50,00 administratieve kosten per hypothecaire inschrijving.
3° uitvoerend beslag op onroerend goed:
4° procedure uit onverdeeldheid treden al dan niet in combinatie met uitvoerend onroerend beslag: ingeval er diverse mede-eigenaars samen met de debiteur zijn moet een procedure gevoerd worden om uit de onverdeeldheid te treden: € 2.000,00 van zodra de stad de dagvaarding daartoe aan de mede-eigenaars betekent, voor zover als gevolg daarvan de effectieve verdeling wordt opgelegd in een vonnis dat kracht van gewijsde heeft.
5° procedure tot aanstelling van een curator over een onbeheerde nalatenschap wanneer er geen gekende erfgenamen zijn, maar wel een nalatenschap van waaruit een vordering kan voldaan worden: € 1.500,00 van zodra het namens de stad opgemaakte verzoekschrift tot aanstelling van een curator werd neergelegd, voor zover dat verzoekschrift uitmondt in de effectieve aanstelling van een curator.
6° procedure van indeplaatsstelling (per onroerend goed): 1.000,00 EUR. Deze retributie is verschuldigd van zodra het namens de stad opgemaakte verzoekschrift om in de plaats te worden gesteld werd ingediend, voor zover de stad effectief in de plaats wordt gesteld van de beslagleggende schuldeiser die in gebreke bleef.
Artikel 7: samenvattende tabel
| Per aangetekende aanmaning |
€ 10 |
| Grensoverschrijdende invordering |
€ 50 |
| Opmaak fiscaal dwangschrift |
€ 30 |
| Fiscaal derdenbeslag |
€ 50 |
| Nemen hypothecaire inschrijving |
€ 50 |
| Uitvoerend beslag op onroerend goed: betekening-bevel |
€ 1.750 |
| Uitvoerend beslag op onroerend goed: notaris |
€ 1.250 |
| Uit onverdeeldheid treden in combinatie met uitvoerend onroerend beslag |
€ 2.000 |
| Aanstelling curator onbeheerde nalatenschap |
€ 1.500 |
| Indeplaatsstelling uitvoerend onroerend beslag |
€ 1.000 |
Artikel 8: Het reglement zal door de burgemeester worden bekend gemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekend gemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikelen 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet;
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.;
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het wetboek van de minnelijke en gedwongen invorderingen van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, en latere wijzigingen (Invorderingswetboek).
Dit reglement bepaalt de retributies die de meerkost voor de administratie vergoeden voor de invordering van schulden wanneer de debiteur duidelijk onwillig is. Het betreft vermijdbare kosten die de wanbetaler door eigen nalatigheid of inertie heeft veroorzaakt. Het is evident dat de debiteur zelf de gevolgen draagt van zijn eigen handelen of het gebrek daaraan.
De stad Ieper wil in deze de uitgebreide stappen die zij onderneemt en de kosten die zij maakt verhalen op de debiteur die in gebreke blijft.
Afhankelijk van de toegepaste procedure worden meer complexe, tijdrovende en arbeidsintensieve handelingen van de administratie verwacht. Er wordt voorzien in tarieven die in verhouding staan tot de complexiteit van de te voeren procedures.
Bij dit alles dient te worden benadrukt dat als een burger die van goede wil is betalingsmoeilijkheden ondervindt, deze steeds de kans zal krijgen om een betalingsregeling af te spreken. De financieel directeur is steeds bereid om een afbetalingsplan toe te staan wanneer de debiteur blijk geeft van goede trouw en een redelijke termijn wordt voorop gesteld.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Retributiereglement debiteurenbeheer voor inningskosten van niet-fiscale vorderingen
Afdeling I – Algemene bepalingen
Artikel 1: Voor de dienstjaren 2026 tot en met 2031 wordt een retributie geheven voor de kosten verbonden aan de invordering van niet-fiscale vorderingen.
Artikel 2: De niet-fiscale vorderingen in dit reglement omvatten alle vorderingen ontstaan met ingang van 1 januari 2026. Het gaat om vorderingen uit hoofde van opgelegde retributies, tarieven, GAS-boetes, schadevergoedingen, vorderingen uit hoofde van een gerechtelijke uitvoerbare titel en terugvorderingen van ten onrechte betaalde bedragen.
Indien de debiteur de onbetwiste vordering niet betaalt binnen de wettelijke bepaalde vervaltermijn, worden de hieronder bepaalde retributies aangerekend ingeval de in die artikelen vermelde acties worden ondernomen met het oog op de invordering van de schuld.
Afdeling II – Kosten voor een tweede en derde aanmaning en aanmaning na niet-naleving van een afbetalingsplan
Artikel 3: Indien de debiteur niet betaalt binnen de termijn voorzien in de gratis eerste aanmaning, wordt telkens een kost van € 10,00 aangerekend voor de verzending van elke aangetekende aanmaning.
Afdeling III – Kosten voor de grensoverschrijdende invordering van niet-fiscale vorderingen
Artikel 4: Voor de grensoverschrijdende invordering van onbetaalde niet-fiscale vorderingen waarvoor de stad beroep doet op een derde, komt het bedrag van de retributie overeen met de incasso- en administratiekosten die de derde hiervoor aan de stad doorrekent, vermeerderd met € 50,00. De retributie is verschuldigd van zodra het dossier aan de derde wordt overgemaakt.
Afdeling IV – Kosten voor verdere gedwongen uitvoering
Artikel 5: opmaak dwangbevel
Wanneer de debiteur niet overgaat tot betaling van de volledige schuld, kosten en intresten inbegrepen, kan de financieel directeur overgaan tot opmaak van een dwangbevel met het oog op betekening door een gerechtsdeurwaarder. Voor het aanmaken van dit dwangbevel dan wel het overmaken van een dossier aan de gerechtsdeurwaarder, wordt een kost van € 30,00 aangerekend.
Artikel 6: gedwongen uitvoering
Indien na betekening van een dwangbevel de debiteur nog steeds in gebreke blijft, kan de financieel directeur volgende stappen nemen in gedwongen uitvoering en invordering. Hiervoor wordt telkens de overeenstemmende kost opgegeven. Deze kost wordt aangerekend bovenop de eventuele gerechtskosten en gerechtsdeurwaarderskosten en reële kosten die op grond van de wettelijke regelingen worden doorgerekend aan de debiteur.
1° derdenbeslag, het beslag wordt aangetekend aangekondigd nadat opzoekingen werden verricht om een derde-schuldenaar van de debiteur te vinden en vervolgens overgemaakt aan de gerechtsdeurwaarder: € 50,00
2° het nemen van een hypothecaire inschrijving indien de debiteur een onroerend goed bezit, hieraan gaan uitgebreide opzoekingen vooraf: de effectief betaalde kost aan het kantoor rechtszekerheid (nieuwe benaming hypotheekkantoor) wordt doorgerekend, vermeerderd met € 50,00 administratieve kosten per hypotheekinschrijving.
3° uitvoerend beslag op onroerend goed:
4° procedure uit onverdeeldheid treden al dan niet in combinatie met uitvoerend onroerend beslag: ingeval er diverse mede-eigenaars samen met de debiteur zijn moet een procedure gevoerd worden om uit de onverdeeldheid te treden: € 2.000,00 van zodra de stad de dagvaarding daartoe aan de mede-eigenaars betekent, voor zover als gevolg daarvan de effectieve verdeling wordt opgelegd in een vonnis dat kracht van gewijsde heeft.
5° procedure tot aanstelling van een curator over een onbeheerde nalatenschap wanneer er geen gekende erfgenamen zijn, maar wel een nalatenschap van waaruit een vordering kan voldaan worden: € 1.500,00 van zodra het namens de stad opgemaakte verzoekschrift tot aanstelling van een curator werd neergelegd, voor zover dat verzoekschrift uitmondt in de effectieve aanstelling van een curator.
6° procedure van indeplaatsstelling (per onroerend goed): 1.000,00 EUR. Deze retributie is verschuldigd van zodra het namens de stad opgemaakte verzoekschrift om in de plaats te worden gesteld werd ingediend, voor zover de stad effectief in de plaats wordt gesteld van de beslag leggende schuldeiser die in gebreke bleef.
Artikel 7: samenvattende tabel
| Per aangetekende aanmaning |
€ 10 |
| Grensoverschrijdende invordering |
€ 50 |
| Opmaak dwangbevel na uitvoerbaarverklaring |
€ 30 |
| Derdenbeslag |
€ 50 |
| Nemen hypothecaire inschrijving |
€ 50 |
| Uitvoerend beslag op onroerend goed: betekening-bevel |
€ 1.750 |
| Uitvoerend beslag op onroerend goed: notaris |
€ 1.250 |
| Uit onverdeeldheid treden in combinatie met uitvoerend onroerend beslag |
€ 2.000 |
| Aanstelling curator onbeheerde nalatenschap |
€ 1.500 |
| Indeplaatsstelling uitvoerend onroerend beslag |
€ 1.000 |
Artikel 8: Het reglement zal door de burgemeester worden bekend gemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekend gemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Om de studie van een muziekinstrument aan de Academie laagdrempelig te maken, worden muziekinstrumenten te huur aangeboden aan leerlingen uit de eerste en tweede graad.
Via retributiereglement worden de voorwaarden, tarieven, duur, ... betreffende deze huurovereenkomsten bepaald.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Retributiereglement betreffende de verhuring van muziekinstrumenten door dé Academie
Artikel 1. Doelstelling en voorwerp
Om leerlingen vlot en zonder drempel een muziekopleiding te laten volgen, voorziet de academie in de verhuur van kwalitatieve muziekinstrumenten.
De academie stelt jaarlijks het aantal en de soort instrumenten vast die te huur worden aangeboden. De lijst wordt als bijlage aan het retributiereglement toegevoegd.
Toebehoren zoals mondstukken, rietjes, … dienen door de huurder zelf te worden aangekocht.
Artikel 2. Criteria
§1. Alle regelmatige leerlingen kunnen een instrument huren tot het einde van de tweede graad. Enkel voor lage houtinstrumenten en zware kopers kan hierop door de directie van de academie een uitzondering worden toegestaan en kunnen ook leerlingen uit de derde of vierde graad dergelijk instrument huren.
§2. Indien er onvoldoende instrumenten beschikbaar zijn, worden deze verhuurd volgens de datum van inschrijving en de aanvraag. Indien het gewenste instrument niet (meer) beschikbaar is, kan de aanvrager geen enkele vergoeding eisen van de verhuurder.
§3. Leerlingen die zich inschrijven voor een tweede instrument, kunnen dit instrument enkel huren indien alle huuraanvragen voor een eerste instrument werden behandeld en er voldoende instrumenten voorhanden zijn.
Artikel 3. Duur van de huur
Alle muziekinstrumenten worden verhuurd voor de duur van één schooljaar. Deze wordt behoudens schriftelijke opzeg uiterlijk vóór het begin van het schooljaar stilzwijgend verlengd, telkens voor de duur van één schooljaar.
Indien de verhuur niet wordt verlengd, moet het instrument uiterlijk op 30 juni worden ingeleverd in dé Academie.
Leerlingen die in de loop van het schooljaar de studies stopzetten, dienen het gehuurde instrument binnen de twee weken na hun uitschrijving in te leveren.
Artikel 4. Retributie
De huurder verbindt er zich toe jaarlijks een retributie te betalen vanaf de in ontvangst name van het instrument en is nooit terugvorderbaar.
Ook indien de huurovereenkomst pas wordt afgesloten in de loop van het schooljaar moet het volledige retributiegeld betaald worden.
Wanneer een instrument wordt omgeruild tijdens het schooljaar, met een instrument met dezelfde huurprijs, dient er geen nieuw retributiegeld betaald te worden.
De retributie is jaarlijks te betalen bij (her)inschrijving of ondertekening van de huurovereenkomst en bedraagt:
- 53,72 euro exclusief btw (dit stemt overeen met 65,00 euro inclusief btw)
- 103,31 euro exclusief btw (dit stemt overeen met 125,00 euro inclusief btw) voor de huur van de volgende instrumenten zwaar koper, basklarinet, chromatische accordeon, bassaxofoon en fagot
Artikel 5. Waarborg
De huurder dient eenmalig bij ondertekening van de huurovereenkomst een waarborg te betalen van 75,00 euro, dit door storting op het in de huurovereenkomst vermelde rekeningnummer.
De waarborg wordt teruggestort na de inlevering van het instrument en alle toebehoren, en na controle en goedkeuring van de staat van het instrument.
Artikel 6. Onderhoud
§1. Elke leerling staat in voor het rudimentair onderhoud van zijn/haar instrument, zoals het smeren van ventielen, invetten stembuizen of kurkjes, ….
Het rudimentair onderhoud wordt aangeleerd door de instrumentleerkracht. De leerling kan de instrumentleerkracht steeds naar de wijze van onderhoud vragen.
Ingeval nalatigheid wordt vastgesteld in verband met het onderhoud, zal de huurder hiervoor aansprakelijk gesteld worden.
§2. Reguliere onderhouds- en herstellingswerken te wijten aan gewoon gebruik of normale slijtage, zijn ten laste van de verhuurder. De huurder biedt het instrument hiertoe aan op de wijze en het tijdstip zoals door de academie worden gevraagd.
Artikel 7. Verlies, diefstal of schade
§1. De huurder is aansprakelijk voor verlies of diefstal van het instrument. Hij maakt hiervan onmiddellijk melding aan de academie. Ingeval van diefstal of verlies wordt aan de huurder de actuele waarde van het instrument aangerekend.
§2. De huurder is aansprakelijk voor om het even welke schade aan het instrument. Hij maakt hiervan onmiddellijk melding aan de academie. Iedere herstelling dient te gebeuren door een professionele hersteller die wordt aangeduid door de academie. De huurder ontvangt dienaangaande een factuur. Bij gebrek aan betaling wordt de gestorte waarborgsom hiervoor gebruikt.
Artikel 8. Onderverhuring en huuroverdracht
Onderverhuring en huuroverdracht zijn niet toegestaan.
Artikel 9. Inwerkingtreding
Dit reglement is van toepassing op aanvragen vanaf het schooljaar 2026-2027.
Artikel 10. Bekendmaking
Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikel 170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het huidige tarief- en gebruikersreglement van de bibliotheek werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 4 mei 2020, n.a.v. de ingebruikname van het eengemaakt bibliotheeksysteem op Vlaams niveau. Vijf jaar later is dit reglement aan een actualisering toe en worden er een aantal wijzigingen voorgesteld.
De bibliotheek biedt een laagdrempelige dienstverlening voor iedereen, met bijzondere aandacht voor kinderen/jongeren, kansengroepen en intermediairs voor deze groepen (bv. leerkrachten, welzijns- of sociale organisaties…). Dit wordt versterkt door een goedkoper of gratis lidmaatschap voor belangrijke doelgroepen en (wat meer) betalend voor wie het kan betalen.
We stellen voor het lidgeld op te trekken van 5 euro naar 8 euro per jaar en tegelijk de UiTPAS te gebruiken voor gebruik van het kansentarief voor personen in armoede. Momenteel wordt de UiTPAS nog niet gebruikt in de bib voor het kansentarief. Het gratis lidmaatschap willen we optrekken tot 24 jaar in plaats van tot 18 jaar. Deze groep (studenten of werkenden) die financieel op eigen benen leert te staan, verliezen we nu (te) gemakkelijk.
Tegenover de verhoging van het lidgeld willen we het maximum aantal materialen wat verhogen (van 6 naar 8 stuks per materiaalsoort) en het digitaal aanbod uitbreiden. In het voorstel voorzien we het telaatgeld te wijzigen van 0,50 euro per week naar 0,10 euro per dag. De reservatiekost van 0,50 euro wordt in het voorstel 1 euro en de kost voor interbibliothecair leenverkeer 2,50 euro in plaats van 1,20 euro.
Het ontwerp werd besproken in de vergaderingen van de Bibliotheekcommissie van 30 april 2025 en 13 oktober 2025 en kreeg daar een positief advies.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente en op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Stadsbibliotheek Ieper - tarief- en gebruikersreglement
Artikel 1
De bibliotheek is een open en toegankelijk huis – een basisvoorziening waar elke burger terecht kan met vragen over kennis, cultuur, informatie en ontspanning. De bibliotheek staat in voor cultuurspreiding en cultuurparticipatie, voor educatie en ontmoeting voor heel de bevolking en met bijzondere aandacht voor onderwijs, jeugd en moeilijk bereikbare groepen. De bibliotheek werkt laagdrempelig, actueel en ongebonden met de collectie, de dienstverlening en een activiteitenaanbod.
Iedereen kan in de bibliotheek terecht voor het raadplegen van het aanbod. Wie wil lenen, moet lid zijn.
Artikel 2
Het lidgeld van de bibliotheek bedraagt 8 euro. Met UiTPAS Westhoek aan kansentarief wordt het bij de UiTPAS geldende kortingstarief toegepast. Het lidmaatschap gaat in op de dag van betaling en is één jaar geldig. Wie jonger is dan 24 jaar betaalt geen lidgeld. Personeelsleden van de stad Ieper en zijn verzelfstandigde entiteiten betalen ook geen lidgeld.
De elektronische identiteitskaart wordt gebruikt als lidkaart. Wie niet over een elektronische identiteitskaart beschikt, krijgt een lidkaart op voorlegging van een identiteitsbewijs (of voor kinderen onder 12 jaar met toestemming van een van de ouders).
De lidkaart is persoonlijk. Bij verlies of beschadiging wordt een nieuwe lidkaart afgeleverd tegen betaling van 2,50 euro.
Wie jonger is dan 12 jaar kan enkel gebruik maken van het aanbod voor de jeugd.
Voor leesjury, leesgroepen, bibliotheekvrijwilligers, klassen, instellingen en andere categorieën van leners kan het college van burgemeester en schepenen afwijkende regels beslissen.
Wijzigingen van persoonlijke gegevens (adres, e-mailadres…) moeten door de leners onmiddellijk worden meegedeeld.
Artikel 3
Het lenen van alle materialen is gratis. De uitleentermijn bedraagt 28 dagen.
Elke lener mag maximaal acht stuks van elk van deze materialen lenen: boek, tijdschrift, dvd, cd, spelmateriaal. Elke lener kan maximaal drie games lenen.
De uitleentermijn kan tweemaal verlengd worden met 28 dagen indien het ontleende werk niet door een andere lener gereserveerd is. De uitleentermijn voor spelmateriaal kan niet verlengd worden.
Voor digitale collecties die op Vlaams niveau beheerd worden, zijn specifieke regels van toepassing.
Artikel 4
Drie dagen voor de vervaldatum krijgt de lener een inleverherinnering (per e-mail).
Wanneer de lener de materialen te laat terugbrengt of te laat verlengt, wordt een herinneringsprocedure opgestart. De lener betaalt 0,10 euro telaatgeld per dag per materiaal.
Voor herinneringen per e-mail worden geen kosten aangerekend.
Voor herinneringen per brief wordt de portkost aangerekend.
De procedure verloopt als volgt:
De lener is zelf verantwoordelijk voor het opvolgen van de inlevertermijn. Het al dan niet ontvangen van een herinnering heeft geen invloed op het aanrekenen van telaatgeld.
Een lener verliest het recht om te lenen (en materialen te verlengen) zodra en zolang hij een totale schuld aan de bibliotheek heeft van 12,50 euro of meer.
Artikel 5
De lener is verantwoordelijk voor de op zijn naam geleende werken. Bij het lenen van een beschadigd werk moet hij het personeel verwittigen binnen de drie dagen na ontlening, zoniet kan hij aansprakelijk gesteld worden. Schade mag niet door de lener zelf hersteld worden. Bij verlies of beschadiging wordt de kostprijs en/of herstelkost en/of verwerkingskost van het materiaal aangerekend.
Bij verlies of beschadiging van een onderdeel wordt vervanging aangerekend of wordt het materiaal helemaal aangerekend. Een herstel- of reinigingskost wordt geval per geval beoordeeld door de bibliotheek.
Artikel 6
Materialen kunnen gereserveerd worden. Per lenerspas kunnen maximum vijf materialen tegelijkertijd gereserveerd worden. Per reservatie betaalt de lener 1 euro. De gereserveerde werken worden tien werkdagen ter beschikking gehouden. Materialen (met uitzondering van spelmateriaal) die niet tot de collectie behoren, kunnen uit een andere bibliotheek worden aangevraagd (interbibliothecair leenverkeer) volgens de afspraken die tussen de bibliotheken gelden. Per aanvraag betaalt de lener 2,50 euro. Een aanvraag is altijd onder voorbehoud van de beschikbaarheid in andere bibliotheken.
De kostprijs voor reservaties wordt aangerekend van zodra het materiaal klaarstaat voor de lener (ook als de lener daarna de aanvraag annuleert).
Artikel 7
Dieren (met uitzondering van geleidehonden) zijn niet toegelaten in de bibliotheek. Zelf meegebrachte etenswaren zijn niet toegelaten in de bibliotheek.
Artikel 8
De audiovisuele materialen mogen niet in het openbaar vertoond of ten gehore gebracht worden noch worden gekopieerd. Zij worden enkel ter beschikking gesteld voor gebruik in besloten kring. De bibliotheek kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele misbruiken.
De bibliotheek kan evenmin aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade aan apparatuur veroorzaakt door het afspelen van ontleende materialen. De bibliotheek kan niet aansprakelijk gesteld worden voor ongevallen bij gebruik van materialen.
Artikel 9
Het gebruik van de publiekscomputers in de leeszaal is gratis voor leden.
Er wordt een maximaal tijdskrediet per persoon ingesteld.
Reserveren van een tijdsblok op een publiekscomputer is mogelijk.
De publiekscomputers kunnen door het personeel gereserveerd worden voor educatieve doeleinden.
Het is niet toegestaan om de pc's te gebruiken voor illegale doeleinden. Het raadplegen of publiceren van pornografische, gewelddadige, racistische of bedreigende beelden en/of teksten zal worden vervolgd.
Artikel 10
Fotokopieën of printafdrukken kosten 0,15 euro/stuk voor A4 en 0,30 euro/stuk voor A3.
Artikel 11
De bezoeker kan gebruik maken van lockers tijdens het bezoek aan de bibliotheek. Het is niet toegelaten om buiten de openingsuren gebruik te maken van de lockers. Omwille van veiligheid en hygiëne kunnen de lockers na sluitingstijd leeggehaald worden. De bibliotheek is niet verantwoordelijk voor schade aan of verlies van voorwerpen bij gebruik van de lockers. Bij verlies van een sleutel wordt 7 euro aangerekend.
Artikel 12
Door zich in te schrijven in de bibliotheek verklaart de gebruiker zich akkoord met dit reglement en de verwerking van persoonsgegevens zoals vermeld in de privacyverklaring
https://ieper.bibliotheek.be/privacyverklaring-bibliotheeksysteem.
Artikel 13
Personen die dit reglement niet naleven of de goede gang van zaken verstoren, kunnen worden uitgesloten van toegang tot en gebruik van de bibliotheek.
Artikel 14
De bepalingen van onderhavig reglement worden van kracht met ingang van 1 januari 2026. Het reglement van 4 mei 2020 betreffende het tarief- en gebruikersreglement bibliotheek wordt per 1 januari 2026 opgeheven.
Artikel 15
Het reglement zal door de burgemeester worden bekend gemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekend gemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikel 170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het stadsarchief heeft momenteel een tariefreglement en een leeszaalreglement, goedgekeurd door de gemeenteraad op 2 december 2019.
Conform het tarief- en gebruikersreglement van de bibliotheek, worden beide reglementen voor het archief ook samengevoegd tot één geheel. Dit is klantvriendelijker, alle noodzakelijke informatie staat in één document.
De reglementen worden geactualiseerd; enkele tarieven worden beperkt aangepast; de hoofdlijnen blijven behouden. Het ontwerp werd besproken in de vergaderingen van de Archiefcommissie van 18 maart 2025 en 26 september 2025 en kreeg daar positief advies.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente, en op voorstel van het college van burgemeester en schepenen, leggen we onderstaand reglement aan de gemeenteraad voor.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Stadsarchief Ieper – tarief- en gebruikersreglement
Artikel 1
De gemeenteraadsbeslissingen betreffende het tariefreglement en het leeszaalreglement van het Stedelijk Archief van 2 december 2019 worden opgeheven op 31 december 2025 en met ingang van 1 januari 2026 vervangen door het nieuwe reglement dat hierna volgt:
Artikel 2
Het Stadsarchief Ieper verwerft en bewaart kennis over de geschiedenis van Ieper en de Westhoek en draagt die uit. Het Stadsarchief Ieper vormt samen met andere actoren het geheugen van stad en streek. Het beheert en ontsluit het archief van de stad Ieper en zijn rechtsvoorgangers en vervult een voortrekkersrol voor culturele archiefwerking in Ieper en de Westhoek. Speerpunten daarin zijn verwerving, digitalisering, ontsluiting en expertisedeling. Het Stadsarchief Ieper werkt daarvoor in verbinding en verbindend met en voor partnerorganisaties, diverse doelgroepen (van onderzoekers tot vrijwilligers) en het brede publiek.
Artikel 3
De leeszaal van het Stadsarchief is toegankelijk voor iedereen. De toegang is gratis. Er is een bezoekersregistratie voor elke gebruiker of bezoeker. De archiefdepots zijn niet toegankelijk voor het publiek.
Artikel 4
Enkel het strikt noodzakelijke materiaal mag meegenomen worden in de leeszaal. De bezoeker kan gebruik maken van lockers tijdens het bezoek aan het Stadsarchief. Het is niet toegelaten om buiten de openingsuren gebruik te maken van de lockers. Omwille van veiligheid en hygiëne kunnen de lockers na sluitingstijd leeggehaald worden. Het Stadsarchief is niet verantwoordelijk voor schade aan of verlies van voorwerpen bij gebruik van de lockers. Bij verlies van een sleutel wordt 7 euro aangerekend.
Artikel 5
Dieren (met uitzondering van geleidehonden) zijn niet toegelaten in het Stadsarchief. Zelf meegebrachte drank en etenswaren zijn niet toegelaten in het Stadsarchief.
Artikel 6
Alle stukken van de stedelijke overheid en van overheden die ze bij het Stadsarchief in bewaring gaven, zijn openbaar wanneer ze ouder zijn dan 20 jaar.
Als uitzondering hierop wordt de niet-openbaarheid verlengd tot een termijn van:
a) 120 jaar voor stukken die de persoonlijke levenssfeer raken (inclusief bevolkingsregisters). Indien de betrokken persoon is overleden, gelden deze rechten tot 20 jaar na het overlijden van de persoon in kwestie;
b) 50 jaar voor stukken met vertrouwelijkheid van informatie van derden, stukken aangaande internationale betrekkingen, stukken met commerciële informatie en stukken met geheimhoudingsplicht.
Voor stukken jonger dan de hiervoor gestelde termijnen kan het college van burgemeester en schepenen uitzonderingen toestaan, mits de raadpleger een belang doet blijken in de zin van de Wet betreffende de openbaarheid van bestuur of verklaart de Privacywet van 30 juli 2018 te respecteren.
Akten van de burgerlijke stand zijn vrij raadpleegbaar conform de wetten van 18 juni 2018 en 21 december 2018: geboorteakten na 100 jaar, huwelijksakten na 75 jaar, overlijdensakten na 75 jaar.
Voor particuliere archiefstukken gelden dezelfde wettelijke termijnen voor raadpleegbaarheid, behoudens wettelijk toegelaten afwijkingen opgenomen in een bewaargevings- of schenkingsakte.
De bezoekers verbinden zich ertoe de wetgeving tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de wetgeving betreffende het auteursrecht en de naburige rechten en overige toepasselijke wet- en regelgeving met betrekking tot openbaarheid en raadpleegbaarheid na te leven.
Artikel 7
Bezoekers kunnen archiefstukken op voorhand of in de leeszaal aanvragen voor raadpleging. De archiefstukken worden in de leeszaal geraadpleegd. De archiefmedewerkers kunnen het aantal in lezing gegeven stukken beperken.
De archiefstukken moeten met zorg behandeld worden. Het is niet toegestaan de ordening van archiefstukken te wijzigen of er aantekeningen op aan te brengen. De archiefmedewerkers mogen de lezers de nodige richtlijnen geven. De archiefmedewerkers kunnen niet-raadpleegbaarheid inroepen omwille van bijvoorbeeld de slechte materiële toestand van de stukken of wanneer de persoonlijke levenssfeer van derden in het gedrang kan komen.
Artikel 8
De archiefbibliotheek is geen uitleenbibliotheek. De bezoekers hebben vrije toegang tot de handbibliotheek in de leeszaal. Alle andere publicaties kunnen aangevraagd worden voor raadpleging in de leeszaal.
Artikel 9
Het archiefpersoneel oriënteert de bezoekers. De bezoekers dienen hun onderzoek zelf uit te voeren.
Artikel 10
De archiefstukken mogen in de leeszaal gefotografeerd of gefilmd worden.
Fotokopieën of printafdrukken kosten 0,15 euro/stuk voor A4 en 0,30 euro/stuk voor A3.
Fotokopiëren is uit het oogpunt van bewaring slechts beperkt mogelijk. Ingebonden archiefstukken ouder dan 100 jaar (inclusief oude drukken), kaarten en plannen ouder dan 100 jaar en gezegelde stukken worden niet gefotokopieerd. Voor elke reproductievorm die onmiddellijke of latere schade kan veroorzaken, zijn de archiefmedewerkers bevoegd de reproductie te verbieden.
Artikel 11
Digitaal aanleveren van stukken uit de archiefbibliotheek kost 1 euro per scan.
Voor digitaal aanleveren van collectiestukken zijn volgende tarieven van toepassing:
Fotomateriaal: 5 euro per object
Dossiers: 10 euro per archiefnummer/dossier/bundel
Grootformaat (groter dan A3): 10 euro per object
De aanvrager krijgt eenmalig gebruiksrecht van het object. De aanvrager bezorgt één exemplaar van een eventuele publicatie aan Stadsarchief Ieper. De aanvrager gebruikt een correcte bronvermelding: “Stadsarchief Ieper, naam collectie, objectnummer”. De aanvrager respecteert de wettelijke bepalingen in verband met de intellectuele eigendom van de beelden. Het verkrijgen van eventuele toestemming van de fotograaf of personen die beelden aan de Stad Ieper hebben aangeleverd is de verantwoordelijkheid van de aanvrager.
Artikel 12
Voor genealogische opzoekingen zijn volgende tarieven van toepassing:
5 euro per akte/attest indien naam en voornaam van de persoon zijn gekend, alsook de plaats en jaar (ca.) van geboorte, huwelijk, overlijden.
10 euro per akte/attest indien één van de bovenstaande gegevens ontbreekt (naam, voornaam, plaats, jaar).
Opmaken van gezinssamenstellingen op basis van de bevolkingsregisters: 25 euro per akte/attest.
Artikel 13
Alle betalingen dienen vooraf bij aanvraag of verzoek te gebeuren. Indien een factuur wordt gewenst, wordt 10 euro administratiekosten aangerekend.
Artikel 14
Aan particulieren worden geen stukken in bruikleen gegeven. Organisaties en verenigingen kunnen onder bepaalde voorwaarden stukken uitlenen voor tentoonstellingen en andere publieksgerichte activiteiten. De uitgeleende stukken zullen worden verzekerd van nagel tot nagel en worden tentoongesteld in goede materiële omstandigheden.
Artikel 15
Door gebruik te maken van het Stadsarchief verklaart de gebruiker zich akkoord met dit reglement en de verwerking van persoonsgegevens zoals vermeld in de privacyverklaring https://www.ieper.be/privacybeleid.
Artikel 16
Personen die dit reglement niet naleven of de goede gang van zaken verstoren, kunnen worden uitgesloten van toegang tot en gebruik van het Stadsarchief.
Artikel 17
Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid en de algemeen rijksarchivaris worden op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Artikel 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet;
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018);
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit;
Het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en zoals tot op heden gewijzigd;
Het besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria;
Het besluit van de gemeenteraad van 4 oktober 2021 tot vaststelling van het tariefreglement Stedelijke begraafplaatsen;
Het besluit van de gemeenteraad van 9 november 2015 betreffende het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen en gewijzigd bij besluit van de gemeenteraad van 6 juli 2020;
Bij besluit van 6 juli 2020 heeft de gemeenteraad enkele wijzigingen goedgekeurd aan het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen van 9 november 2015. Meer bepaald werd voorzien dat men concessies in volle grond kan aankopen.
In artikel 52 van het huishoudelijke werd opgenomen dat: "In een geconcedeerd graf in volle grond kunnen maximum 2 kisten begraven worden die nominatief moeten toegewezen worden bij de aanvraag van de concessie. Bij het begraven van de tweede begunstigde zijn de kosten ten laste van de concessiehouder of zijn nabestaanden. Er kunnen maximum 4 boventallige asurnen bijgezet worden aan de prijs voorzien in het tariefreglement".
Om vollegrond begravingen te kunnen realiseren is een deskundige uitvoering van zowel de teraardebestelling als van de afwerking noodzakelijk. Voor alle vollegrondgraven met concessie wordt een arduinen steen voorzien door de stad. De ruimte en de omgeving rond de steen wordt aangelegd in gazon.
De stedelijke groendienst heeft hiervoor verschillende mogelijkheden onderzocht. Het tarief voor vollegrond begravingen en bijzettingen dient opgenomen te worden in het tariefreglement. De concessies in volle grond worden verleend voor dertig jaar. In die zin dient artikel 2 van het reglement aangevuld te worden met de hiervoor toepasselijke tarieven.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Tariefreglement Stedelijke begraafplaatsen
Artikel 1: Het reglement goedgekeurd bij gemeenteraadsbeslissing van 4 oktober 2021 houdende de vaststelling van de tarieven van de graf- en columbariumconcessies wordt met ingang van 1 januari 2026 opgeheven en vervangen door volgend reglement:
Tariefreglement stedelijke begraafplaatsen
Artikel 1: Het tarief is verschuldigd door de persoon die de begraving, de uitstrooiing, de opgraving of de concessie aanvraagt.
Artikel 2: Tarief van de graf- en columbariumconcessies (inclusief bij herbruik graven):
- leveren en plaatsen van éénpersoonskelder: 895,00 euro
- leveren en plaatsen van tweepersoonskelder: 985,00 euro
- leveren en plaatsen van driepersoonskelder: 1.205,00 euro
- leveren en plaatsen urnenkelder: 375,00 euro
- voorzien en aanbrengen afsluitplaat columbariumnis: 295 euro
- Voorziening voor één kist in volle grond: 1.000,00 euro
- Voorziening voor twee kisten in volle grond 1.600,00 euro
- bijzetting van een asurne in volle grond : 400,00 euro / bijzetting (max. 4 asurnes in 1 graf)
Artikel 3: Concessies van 30 en 50 jaar kunnen hernieuwd worden voor een periode van 30 jaar. Het tarief voor het hernieuwen van een concessie in volle grond, grafkelder, urnenkelder of columbariumnis bedraagt 500,00 euro.
Eeuwigdurende concessies: kosteloze en onbeperkte verlenging telkens met 50 jaar
Artikel 4: Mogelijkheid tot hernieuwing van de bestaande concessie bij bijzetting
Het tarief voor het verlengen van een concessie na bijzetting wordt vastgesteld volgens de formule (a:b) x c waarbij:
a staat voor het aantal jaren van de nieuwe concessietermijn die de lopende concessietermijn overschrijdt.
b staat voor het totaal aantal jaren van de nieuwe concessie
c staat voor het tarief zoals deze bepaald werd in artikel 3 van dit besluit
Artikel 5: Ontgravingen
- Ontgraven van een lijkkist: 850,00 euro
- Ontgraven van een kinderkistje: 300,00 euro
Eventuele bijkomende kosten van de ontgraving die niet vooraf te bepalen zijn, vallen ten laste van de aanvrager.
Ontgraven van meerdere asurnes op éénzelfde locatie wordt 1x aangerekend.
- verricht in uitvoering van gerechtelijke beslissing
- deze ambtshalve verricht door de gemeente
- voor het vaderland gestorven militairen of burgers
Artikel 6: Algemeen
De tarieven worden verdubbeld voor personen die op het ogenblik van de aanvraag of van het overlijden niet in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van de stad Ieper ingeschreven waren.
De verhoging is niet van toepassing op de concessies verleend voor personen die niettegenstaande ze niet in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van de stad Ieper ingeschreven waren op het ogenblik van hun overlijden:
a) de personen die op basis van artikel 14 van het decreet begraven worden of personen die te Ieper overleden zijn en waarvoor niemand de begrafenis regelt;
b) de personen die recht hebben om in een eerder nominatief toegekende grafconcessie bijgezet te worden;
c) de personen die in Ieper hun verblijfplaats hebben en van die inschrijving zijn vrijgesteld bij wet of bij internationale overeenkomst;
d) de gewezen inwoners van Ieper, die vanuit Ieper opgenomen werden in een psychiatrisch ziekenhuis, een woonzorgcentra, een rust- en verzorgingstehuis;
e) de personen die minstens 20 jaar in Ieper gewoond hebben en aansluitend voor verzorging hun intrek genomen hebben bij familie of kennissen in een andere gemeente.
Artikel 7: Betaling
De bedragen zijn verschuldigd door de aanvrager. Het verschuldigd bedrag dient te worden betaald binnen de 30 dagen na het toezenden van de schuldvordering.
Bij gebrek aan betaling in der minne worden de verschuldigde bedragen ingevorderd overeenkomstig artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.
Concreet: bij gebrek aan betaling wordt de vergunde concessie beschouwd als niet-vergund en wordt de grafrust van 10 jaar gerespecteerd en zijn verdere bijzettingen/begravingen niet mogelijk.
Artikel 8: De bepalingen van onderhavig reglement worden van kracht met ingang van 1 januari 2026. Het reglement van 4 oktober 2021 betreffende het tariefreglement stedelijke begraafplaatsen wordt per 1 januari 2026 opgeheven.
Artikel 9: Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 56 en 57, betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen wordt aangepast om beter aan te sluiten bij de actuele regelgeving, praktijkervaringen en maatschappelijke verwachtingen. De wetgeving rond begraafplaatsen en lijkbezorging is de afgelopen jaren geëvolueerd, zowel op Vlaams niveau als in de lokale toepassing. Ook de noden van burgers, begrafenisondernemers en gemeentelijke diensten zijn mee veranderd.
Daarbij wordt rekening gehouden met gewijzigde wetgeving, praktische ervaringen van de voorbije jaren en het streven naar een uniforme en respectvolle toepassing van de regels. Deze herziening biedt de gelegenheid om het reglement te actualiseren, te verduidelijken en te zorgen voor een transparant, juridisch correct en menselijk beheer van de begraafplaatsen binnen onze gemeente.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen en ordemaatregelen
Artikel 1
Het decreet: decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging van 16 januari 2004
Uitvoeringsbesluit: besluit van 14 mei 2004
Graf: laatste rustplaats voor een lijk of asresten
Grafconcessie: de door de gemeentelijke overheid eenzijdig verstrekte toestemming om de onder de voorwaarden van de verordening gebruiksrechten te doen gelden betreffende begraving op één van de stedelijke begraafplaatsen
Concessiehouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de gemeentelijke overheid een grafconcessie toekent of de nabestaanden van de concessiehouder.
Grafteken: de grafsteen of het –monument en de integrale bekleding dat op een perceel (geconcedeerd of niet-geconcedeerd) geplaatst wordt
Rechthebbende: de persoon conform het decreet aangeduid werd om in een concessie te worden begraven.
Artikel 2
De begravingen hebben plaats op één van de stedelijke begraafplaatsen, namelijk:
de begraafplaats aan de Zonnebeekseweg Ieper
de begraafplaats van de deelgemeente Boezinge
de begraafplaats van de deelgemeente Brielen
de begraafplaats van de deelgemeente Dikkebus
de begraafplaats van de deelgemeente Elverdinge
de begraafplaats van de deelgemeente Hollebeke
de begraafplaats van de deelgemeente St.-Jan
de begraafplaats van de deelgemeente Vlamertinge
de begraafplaats van de deelgemeente Voormezele
de begraafplaats van de deelgemeente Zillebeke
de begraafplaats van de deelgemeente Zuidschote
Artikel 3
Mogen in één van voorgenoemde begraafplaatsen begraven worden, bijgezet worden in een urnenveld of columbarium of uitgestrooid worden:
a) de personen die te Ieper ingeschreven zijn in het bevolkings-, vreemdelingen-, of wachtregister en overleden zijn binnen of buiten het grondgebied van de stad Ieper;
b) de personen die op basis van artikel 14 van het decreet begraven worden of personen die te Ieper overleden zijn en waarvoor niemand de begrafenis regelt;
c) de personen die recht hebben om in een eerdere nominatief toegekende grafconcessie bijgezet te worden;
d) personen die in Ieper hun verblijfplaats hebben en van die inschrijving zijn vrijgesteld bij wet of bij internationale overeenkomst;
e) de gewezen inwoners van Ieper, die vanuit Ieper opgenomen zijn in een psychiatrisch ziekenhuis, een woonzorgcentra, een rust- en verzorgingstehuis.
f) de personen die in hun laatste wil verklaard hebben om in Ieper begraven, bijgezet of uitgestrooid te worden niettegenstaande ze niet behoren tot een van bovenvermelde categorieën.
Voor de categorieën van personen hierboven vermeld onder punt f) wordt het tarief voor niet-inwoners toegepast.
Begrafenis van behoeftigen wordt geregeld via intern reglement
Artikel 4
Ieder stoffelijk overschot wordt onmiddellijk na aankomst op de begraafplaats begraven of bijgezet. Indien dit niet kan, hetzij door overmacht, hetzij door weers- of familiale omstandigheden, moet de betrokken begrafenisondernemer het stoffelijk overschot terug meenemen. De burgemeester bepaalt de duur van de in bewaarneming. De kosten hieraan verbonden vallen ten laste van de nabestaanden.
Artikel 5
Alle begravingen, bijzettingen en het aanbrengen van gegraveerde naamplaatjes aan de gedenkzuilen op de strooiweiden gebeuren in doorlopende volgorde, de ene na de andere, uitgezonderd die van rechthebbenden in een eerder toegestane concessie.
De graven worden slechts hernomen na de tijdsruimte zoals opgenomen werd in het decreet.
Artikel 6
Onder voorbehoud van hetgeen bepaald is voor de concessies, heeft elke begraving plaats in een afzonderlijk graf.
Artikel 7
De bedienaars en ondernemers kunnen de uitvaartplechtigheid regelen volgens de levensbeschouwing van de overledene. De begraafplaatsmedewerker mag de ceremonie onderbreken of doen inkorten indien deze een volgende teraardebestelling zou belemmeren.
Hoofdstuk 2. Lijkbezorging
Artikel 8
De stoffelijke overschotten moeten in een doodskist of ander lijkomhulsel geplaatst worden conform het besluit van de Vlaamse regering dd. 21 oktober 2005. De begraafplaatsmedewerker zal weigeren te begraven voor elk lijk dat gekist werd in overtreding met voorgaande bepaling. De burgemeester of zijn gemachtigde mag de kisting bijwonen.
Artikel 9
Behalve in de gevallen voorzien bij artikel 12 van dit reglement, wordt de toelating tot begraven slechts afgeleverd ten vroegste 24 uur na het overlijden.
Wanneer de openbare gezondheid vergt dat de begraving vroeger plaats heeft, zal de burgemeester, na het advies van de ambtenaar van de burgerlijke stand te hebben ingewonnen, datum en uur van de begraving bepalen.
Artikel 10
De toelating tot lijkverbranding wordt slechts afgeleverd mits voorlegging van de stukken voorgeschreven door het decreet van 16 januari 2004 en het uitvoeringsbesluit van 14 mei 2004.
Artikel 11
Uitgezonderd op zondag, wettelijke feestdagen en op 11 juli, 2 november en 26 december kan er alle dagen begraven worden:
vanaf 15 oktober tot en met 31 maart: tussen 8.30 u en 16 u.
vanaf 1 april tot en met 14 oktober: tussen 8.30 u en 17 u.
Brugdagen en sluitingsdagen worden bepaald door het CBS.
Volle grond begravingen gaan enkel door tijdens de weekdagen.
Artikel 12
De uitstrooiing van een urne, begraving, bijzetting van de stoffelijke overschotten en urnen moet uiterlijk de achtste dag (zaterdag en zondag inbegrepen) na de dag van het overlijden (of vrijgave van het stoffelijk overschot) uitgevoerd zijn. Mits ernstige redenen kan de burgemeester of zijn gemachtigde hierop afwijkingen toestaan.
Artikel 13
De rouwenden zijn gerechtigd bij het hele verloop van de begrafenis aanwezig te zijn.
Hoofdstuk 3. Concessies
1. Algemene bepalingen
Artikel 14
Het college van burgemeester en schepenen verleent de concessies op de begraafplaatsen.
De concessies worden verleend voor dertig jaar:
- voor grafkelders,
- in een columbarium,
- in urnenvelden,
Bestaande eeuwigdurende concessies zijn sinds de wet van 20 juli 1971 omgezet in concessies die om de vijftig jaar en zonder vergoeding hernieuwd kunnen worden.
Artikel 15
De concessies worden enkel toegestaan op de plaatsen die daarvoor aangewezen zijn op de begraafplaatsen, volgens de door het stadsbestuur goedgekeurde plannen.
In geen geval mag er een concessie verleend worden op een plaats die bestemd is voor de niet- geconcedeerde gronden.
Artikel 16
De concessies zijn onafstaanbaar en onvervreemdbaar. Door het verlenen van een concessie vervreemdt het stadsbestuur de grond of de columbariumnis niet. Zij verleent slechts een genot en gebruiksrecht met een speciale, tijdelijke en nominatieve bestemming.
Artikel 17
De concessies worden slechts toegestaan voor onmiddellijk gebruik. Ter gelegenheid van de aanvraag mogen enkel aansluitend maximum 1 graf links of rechts, zowel urnenvelden, grafkelders of columbarium gereserveerd worden, mits de familiebanden aangetoond worden en de betaling daartoe tezelfdertijd gebeurt en dit volgens het inbreidingsplan (opgemaakt door de Groendienst en goedgekeurd door de CBS, kan worden opgevraagd bij de Groendienst).
Artikel 18
De concessie gaat in vanaf de datum van de bijzetting van de eerste persoon die er begraven wordt.
Eenzelfde concessie kan dienen voor de aanvrager, zijn echtgenoot, zijn bloed- en aanverwanten evenals voor allen daartoe aangewezen door de concessiehouder en die daartoe bij de gemeentelijke overheid hun wil te kennen hebben gegeven. Wanneer iemand overlijdt terwijl hij op dat ogenblik een feitelijk gezin vormde, kan de overlevende een concessie aanvragen.
Artikel 19
De oppervlakte van de concessies is vastgesteld op:
- grafkelders: 2,20 m op 90 cm.
- urnengrafveld: 1 m op 1 m.
- geconcedeerde volle grond: 2,20 m op 0,90 m.
- oostelijk georienteerde graven: 2,20 m op 0,90 m.
Artikel 20
De prijzen van de concessies worden door de gemeenteraad vastgesteld in een tariefreglement.
De concessies worden aangevraagd op een daartoe bestemd formulier en moeten binnen de maand betaald worden. De betaling gebeurt door overschrijving aan de stadskas.
Bij niet-betaling vervalt de concessie uiterlijk drie maanden na de ingebruikname ervan. De toegestane concessie wordt vervallen verklaard en omgezet in een niet-geconcedeerde begraving. Vanaf dit moment gelden de bepalingen voor niet-geconcedeerde graven.
Artikel 21
Bij het verwerven van een concessie verbindt de aanvrager zich ertoe:
-uiterlijk tegen het einde van de twaalfde maand, te rekenen vanaf de aanvraag van de concessie, een grafteken te plaatsen;
-het grafteken gedurende de volledige duur van de concessie te laten staan en in goede staat te onderhouden;
-zich te schikken naar alle reglementen en ordemaatregelen die momenteel van kracht zijn en aan deze die in de toekomst kunnen uitgevaardigd worden.
Indien het gedenkteken niet binnen de voorgeschreven termijn (12 maanden) is opgericht kan elke verdere begraving verboden worden.
Indien het gedenkteken niet volgens de reglementaire bepalingen is opgericht, kan elke verdere begraving verboden worden en kan het gedenkteken verwijderd worden. De kosten van bovenvermelde maatregelen zullen verhaald worden op de concessiehouder of zijn nabestaanden.
Artikel 22
De verplaatsing van een grondconcessie kan toegestaan worden mits voldoende motivatie. De vraag kan onderzocht worden maar niet noodzakelijk goedgekeurd worden.
De kosten van de verplaatsing van en grondconcessie worden gedragen door de concessiehouder of zijn nabestaanden.
Artikel 23
Wanneer een concessie ongebruikt is gebleven of het wordt ingevolge de overbrenging van stoffelijke overblijfselen, kan de concessie tenietgedaan worden bij wederzijds akkoord tussen het college van burgemeester en schepenen en de concessiehouder of zijn nabestaanden.
Op schriftelijk verzoek van de concessiehouder of zijn nabestaanden, of bij ontstentenis hiervan, iedere belanghebbende, kan het college van burgemeester en schepenen een concessie voortijdig beëindigen.
Artikel 24
In geval van terugneming van een geconcedeerd perceel of van een geconcedeerde nis wegens openbaar belang of dienstnoodzakelijkheid hebben de concessiehouders recht op het verkrijgen van een perceel van dezelfde oppervlakte of van een nis van dezelfde grootte, op dezelfde of op een andere begraafplaats.
De kosten van overbrenging van de stoffelijke overschotten en van de graftekens of eventueel van een vervangende grafkelder zijn ten laste van het stadbestuur.
Artikel 25
Tegen de door het tariefreglement vastgestelde voorwaarden en naarmate de mogelijkheid zich voordoet mag de plaats voor een gewone lijkkist aangewend worden voor de bijzetting van asurnen of kleine kisten, mits inachtneming van de bepalingen betreffende plaatsbestemming voorzien in artikel 33.
Kunnen als kleine kist beschouwd worden:
- de lijkkisten van kinderen van minder dan zeven jaar;
- de lijkkisten die de restanten van een opgegraven lijk bevatten.
Onder dezelfde voorwaarden en naarmate de mogelijkheid, mag de overblijvende ruimte naast elke kist worden aangewend voor het bijplaatsen van één of meer dergelijke kleine kisten of/en boventallige asurnen.
Artikel 26
Bij beëindiging op verzoek, kan de betaalde concessieprijs noch geheel, noch gedeeltelijk teruggevorderd worden.
De aanvraag tot de beëindiging of intrekking van een verlenging van de concessie gebeurt respectievelijk door de concessiehouder, een overledene begunstigde of een belanghebbende.
De concessies kunnen slechts voortijdig beëindigd worden indien de aanvrager zich ertoe verbindt indien nodig het grafteken op zijn kosten te laten verwijderen.
Vooraleer het college van burgemeester en schepenen tot beëindiging overgaat, zal de vraag tot beëindiging worden aangeplakt gedurende 6 maanden aan de ingang van de begraafplaats en aan de betrokken concessie, en zal, indien mogelijk, de concessiehouder schriftelijk in kennis worden gesteld. Bezwaren tegen een voortijdige beëindiging moeten schriftelijk worden ingediend bij het college van burgermeester en schepenen.
Artikel 27
Indien erom verzocht wordt voor het verstrijken van de vastgestelde termijn, neemt een nieuwe termijn een aanvang.
Er dient een onderscheid te worden tussen:
a) hernieuwingen zonder bijzetting
Na het overlijden van de concessiehouder kan elke natuurlijke persoon of rechtspersoon de een aanvraag tot hernieuwing of verlenging doen.
b) hernieuwingen met bijzetting
De concessie kan op uitdrukkelijke vraag voor een nieuwe periode worden hernieuwd naar aanleiding van elke nieuwe bijzetting in de concessie.
In beide gevallen wordt het vereiste verschuldigde bedrag berekend rekening houdend met het nog te lopen aantal jaren in de concessie.
Artikel 28
Minstens één jaar voor het verstrijken van de concessie van dertig of vijftig jaar, maakt de burgemeester of zijn gemachtigde een akte op waarbij eraan herinnerd wordt dat een aanvraag om hernieuwing bij hem moet toekomen.
Een afschrift van deze akte wordt een jaar lang zowel bij het graf als bij de ingang van de begraafplaats uitgehangen.
Artikel 29
Als er geen aanvraag voor een hernieuwing is gedaan, vervalt de concessie.
De graftekens mogen door de concessiehouder of de nabestaanden worden weggenomen binnen zes maand volgend op deze einddatum. De begraafplaatsmedewerker dient daarvan verwittigd te worden. Indien de graftekens niet binnen die termijn worden weggenomen worden de graftekens ambtshalve weggenomen en worden eigendom van de stad.
Artikel 30
Als er geen hernieuwing wordt aangevraagd tussen de datum van de laatste bijzetting in de concessie en het verstrijken van de periode waarvoor deze werd verleend, blijft het graf bestaan gedurende een termijn van tien jaar die begint te lopen op de datum van het overlijden, indien dit overlijden zich minder dan tien jaar voor het verstrijken van de concessie heeft voorgedaan.
2. Concessies voor dertig jaar.
Artikel 31
De concessies voor dertig jaar van kisten zijn mogelijk in één-, twee- of driepersoonskelders
Artikel 32
In deze kelders mogen slechts maximum:
-1 kist begraven worden in een eenpersoonskelder.
-2 kisten begraven worden in een tweepersoonskelder
-3 kisten begraven worden in een driepersoonskelder.
Tegen de door het tariefreglement vastgestelde voorwaarden, bestaat de mogelijkheid om vier boventallige urnen met maximumafmetingen van een hoogte van 27 cm en een doorsnede van 20 cm, per niet-afgesloten laag bij een kist te plaatsen op voorwaarde dat er voldoende ruimte beschikbaar is.
Het is mogelijk om tot 8 urnen te plaatsen in een niet-afgesloten laag van een kelder op voorwaarde dat er op die plaats nog geen teraardebestelling gebeurd is in een kist en dat de eventuele gerechtigde of zijn nabestaanden afstand doen van zijn plaats om er bijgezet te werden. Tevens is een schriftelijk akkoord van de concessiehouder of van zijn nabestaanden vereist.
B. Urnenvelden
In een geconcedeerde urnenkelder mogen er tegen de in het tariefreglement vastgestelde voorwaarden tot 4 urnen met een maximumhoogte van 27 cm en een diameter van 20 cm geplaatst worden.
C. Columbarium
In een columbariumnis kunnen er 3 urnen geplaatst worden met een maximumhoogte van 27 cm en een diameter van 20 cm.
D. In volle grond
In een geconcedeerd graf in volle grond kunnen maximum 2 kisten begraven worden die nominatief moeten toegewezen worden bij de aanvraag van de concessie. Er kunnen maximum 4 boventallige asurnen bijgezet worden aan de prijs voorzien in het tariefreglement.
3. Concessies voor vijftig jaar
Artikel 33
De begravingen in de eeuwig vergunde graven worden kosteloos verlengd voor een periode van 50 jaar.
Artikel 34
De concessie kan enkel verlengd worden indien het graf goed onderhouden is. Vervallen graven dienen eerst hersteld te worden vooraleer verlenging wordt toegestaan.
Hoofdstuk 4. Graftekens en grafkelders
1. Schikkingen eigen aan niet-geconcedeerde graven
Artikel 35
De graftekens geplaatst op gewone graven dienen zonder metselwerk, brokbeton of losse elementen uitgevoerd te worden. Dat geldt eveneens voor de funderingen waar enkel losse blokken mogen gebruikt worden. Indien graftekens geplaatst worden dienen ze te voldoen aan de volgende criteria:
- lengte: 2,20 m en een maximum breedte van het hoofdgedeelte van 0,50 m;
- breedte: 0,90 m;
- hoogte: max. 1,50 m (boven het peil van de weg);
- kindergraf: 1,20 m op 0,80 m.
Artikel 36
Het omzetten van een niet-geconcedeerd graf naar een geconcedeerd graf is niet mogelijk. Een ontgraving met herbestemming is wel mogelijk.
Artikel 37
Elk grafteken dat dreigt in puin te vallen, moet door de betrokken families worden hersteld of weggeruimd.
Indien na een schriftelijke waarschuwing, de belanghebbenden de werken niet hebben uitgevoerd, zal er op bevel van de burgemeester overgegaan worden tot het afbreken en het wegruimen van de materialen. De materialen van afgebroken graftekens blijven gedurende zes maanden ter beschikking van de belanghebbende families. Na verloop van dit tijdsbestek worden ze eigendom van de stad.
Artikel 38
Een niet-geconcedeerd graf wordt minstens tien jaar bewaard. Dat geldt voor gewone graven, urnenvelden en bijzettingen in het columbarium.
Dergelijk graf mag enkel verwijderd worden nadat gedurende een jaar een afschrift van de beslissing tot verwijdering zowel bij het graf als aan de ingang van de begraafplaats, werd uitgehangen.
De graftekens mogen door de familieleden of de nabestaanden worden weggenomen binnen zes maand volgend op deze einddatum. De leidend ambtenaar van de groendienst (via mail naar groendienst@ieper.be of telefonisch 057/239 530) dient daarvan verwittigd te worden. Zo niet worden de graftekens ambtshalve weggeruimd en worden ze eigendom van de stad.
2. Schikkingen eigen aan niet-geconcedeerde urnenvelden
Artikel 39
De afmetingen van een niet-geconcedeerd urnenveld bedragen 0,50 m op 1 m. De gedenksteen mag niet groter zijn dan 45 cm op 45 cm.
Het is verboden om kuilen te maken in het urnenveld om er tijdelijke of permanente bloemen, planten of andere ornamenten te plaatsen.
3. Afsluitplaat columbariumnissen
Artikel 40
Afhankelijk van de plaats van het columbarium wordt de columbariumnis voorzien van een corresponderende afdekplaat.
4. Schikkingen eigen aan geconcedeerde graven met grafkelder
Artikel 41
De graftekens moeten voldoen aan de volgende criteria:
- lengte: 2,20 m en een maximum breedte van het hoofdgedeelte van 0,50 m;
- breedte: 0,90 m;
- minimumdikte van de grafdeksteen is vastgesteld op 8 cm.
- hoogte: max. 1,50 m (boven het peil van de weg)
- de afstand tussen de graftekens aan de aanpalende concessies kan aan de zijkanten tussen de 10 à 20 cm bedragen.
- de tussenruimte dient aangevuld te worden met gestabiliseerd zand zodanig dat de aarde bedekt is; elke concessiehouder vult één zijkant aan, nl. naast de vroeger toegekende concessie of aan de rand van het perk.
Artikel 42
De graftekens mogen de afmetingen van de grondconcessie niet overschrijden. De graftekens moeten rechtstreeks op de grafkelders geplaatst worden.
De graftekens dienen te zijn vervaardigd uit duurzame, kwaliteitsvolle en weersbestendige materialen.
Artikel 43
Wanneer de op te richten graftekens afwijken van de bij de voorgaande artikelen vastgestelde normen, moet de concessiehouder het desbetreffend ontwerp, in drie exemplaren, indienen bij dienst burgerlijke stand.
Het in te dienen ontwerp omvat:
-het grondplan, de doorsnee en de afmetingen van het op te richten bouwwerk;
-de lijst van de aan te wenden materialen;
-de tekst van het aan te brengen grafschrift.
Het college van burgemeester en schepenen zal zijn goedkeuring verlenen of weigeren, naargelang het op te richten bouwwerk al dan niet aan alle vereisten van stevigheid of stabiliteit beantwoordt, of de aanleg van de andere graven zou schaden.
Artikel 44
De concessiehouders, van wie de concessie alleen staat of op een hoek gelegen is, zijn gehouden de zichtbare zijmuren af te werken met dezelfde materialen als het grafmonument tot aan het niveau van het pad.
5 Grafkelders
Artikel 45
Het stadsbestuur heeft het recht grafkelders te plaatsen in eigen beheer en concedeert ze tegen betaling van de kostprijs die vastgesteld is in het tariefreglement.
Artikel 46
Het openen en sluiten van nieuwe grafkelders gebeurt door de aannemer in opdracht van het stadbestuur en enkel in functie van een begraving of bijzetting.
Het openen en sluiten van bestaande grafkelders, in geval van een bijzetting, gebeurt op kosten en door toedoen van de familie.
Artikel 47
De grafkelders moeten opnieuw hermetisch afgesloten worden op de dag van de teraardebestelling of van het voltooien van de werken. Zo nodig zal het stadbestuur ambtshalve die werken voor rekening en op risico van de aanvrager uitvoeren.
Artikel 48
De grafkelders moeten aan alle eisen van stevigheid, stabiliteit en waterdichtheid beantwoorden. Ze zijn vervaardigd in baksteen of beton.
De nieuwe grafkelders dienen te voldoen aan artikel 34 van het besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004.
Indien de toestand van de grond zulks vereist, moeten de grafkelders rusten op een fundering van gestabiliseerd zand teneinde verzakkingen te vermijden.
Artikel 49
De grafkelders in geconcedeerde grond moeten aan alle eisen van stevigheid en stabiliteit beantwoorden en vervaardigd zijn in beton. De breedte van de gebruikte kelders mag niet meer dan 0,90 m bedragen.
Voor iedere plaats in de grafkelders moet een volle vloer aangebracht worden uit betonplaten, zodat de onderliggende plaats volledig afgedekt is.
De openingen van de grafkelders moeten minstens 0,75 m breed en 0,65 m hoog te zijn en moeten in de voorkant worden aangebracht.
De gedenktekens moeten op de kelder geplaatst worden, ten laatste één jaar na het verwerven van de concessie.
Op de ruimte vóór de grafkelder mogen er geen permanente, niet verwijderbare bloembakken, ornamenten of boordstenen geplaatst worden. Het is verboden om er kuilen te maken om er tijdelijk of permanent bloemen of planten te plaatsen.
Artikel 50
De grafkelders mogen slechts om gewettigde redenen geopend worden. De burgemeester verleent hiervoor de toelating.
Artikel 51
Het onderste vak van de grafkelder moet eerst bezet zijn voordat de hoger gelegen vakken mogen gebruikt worden. Telkens het vak in de grafkelder bezet is met een kist, moet men dit met een betonnen plaat afdekken.
Artikel 52
De grafkelders mogen de oppervlakte van de verleende concessie niet overschrijden.
6. Geconcedeerde volle grondbegraving (enkel beschikbaar op begraafplaats Ieper op de daarvoor voorziene perken)
Artikel 53
In een geconcedeerd graf in volle grond kunnen maximum 2 kisten begraven worden die nominatief moeten toegewezen worden bij de aanvraag van de concessie. De eerste opening is inbegrepen door de aannemer die door stad Ieper werd aangesteld. Bij het begraven van de tweede begunstigde zijn de kosten ten laste van de concessiehouder of de nabestaanden. Er kunnen maximum 4 boventallige asurnen bijgezet worden aan de prijs voorzien in het tariefreglement.
Artikel 54
De stad voorziet blauwstenen naamplaten. Naam, voornaam, geboorte- en overlijdensdatum dienen door de concessiehouder of zijn nabestaanden binnen het jaar na de aanvang van de concessie aangebracht te worden met inspringend reliëf. Het aanbrengen van opgelegde letters is verboden.
Artikel 55
Bij het eventueel wegnemen voor graveren van de naamplaat dient deze zonder schade op dezelfde locatie met 140 cm ‘hart op hart’ tussenruimte teruggeplaatst te worden.
Op het geconcedeerd graf voor de grafsteen gelegen zal door de stad een kruidachtige graszone voorzien worden binnen het jaar volgend op de begraving. Er mogen enkel tot een maand na de begraving bloemen of ornamenten geplaatst worden buiten de zone van de grafsteen. Daarna worden alle bloemen en ornamenten weggenomen en worden eigendom van de stad. Na deze periode, te allen tijde kunnen enkel op de daarvoor voorziene grafsteen ornamenten of bloemen geplaatst worden en niet op de graszone. De kruidenrijke graszone zal beheerd worden zoals de andere graszones op de begraafplaats, dit wil zeggen zonder gebruik van pesticiden, die op het openbaar domein verboden zijn sinds 01/01/2015.
Artikel 56
De kostprijs van de blauwstenen naamplaat zal doorgerekend worden aan de concessiehouder.
Artikel 57 (oostelijk georiënteerde graven)
Oostelijk georiënteerde graven zijn enkel beschikbaar op de begraafplaats Ieper en zijn steeds maximaal voor 1 persoon. Er kan een concessie genomen worden voor 30 jaar.
De uitvoering zal sober en waardig zijn.
De kostprijs is gelijkaardig aan deze van Perk 2, vergunde volle grond graven.
7. Columbaria
Artikel 58
De columbariumnissen worden geplaatst naar de behoeften en de inzichten van het stadsbestuur.
Het openen en het afsluiten van de nis gebeurt door de begraafplaatsmedewerker of in samenspraak met de begrafenisondernemer in opdracht van de familie.
De bijzetting van de urne gebeurt in aanwezigheid van de begraafplaatsmedewerker.
Artikel 59
De strook aarde voor de columbaria wordt onderhouden door het stadsbestuur. In die strook mogen geen tekens, symbolen, levende planten, afsluitingen en versieringen worden aangebracht.
Artikel 60
Bij het aflopen van de begravingstermijn of het verstrijken van de concessie wordt de as van de overledene uitgestrooid op de strooiweide, tenzij er vóór die datum een concessie of een hernieuwing van de concessie werd aangevraagd en toegestaan, overeenkomstig de voorwaarden van dit reglement.
8. Urnenvelden
Artikel 61
Op de begraafplaats worden perken voorbehouden voor het begraven van urnen.
Het stadsbestuur plaatst urnenkelders ter bescherming van de urnen.
In deze urnenkelders kunnen maximaal vier gewone urnen van maximum 27 cm hoogte en een doorsnede van 20 cm geplaatst worden.
Artikel 62
De afmetingen waaraan de grafsteen moet voldoen op een urnenkelder zijn 50 cm op 50 cm en 8 cm dik. Op de grafsteen en in de ruimte rond de deksteen mag geen enkele vaste constructie geplaatst worden.
De oppervlakte rond de urnenkelder wordt afgewerkt door de stedelijke groendienst.
Deze oppervlakte dient dan ook in de door de stad aangelegde leisteenschilfers behouden te worden en onderhouden worden door de concessiehouder, de nabestaanden, de betrokkene.
Het is verboden om er kuilen te maken voor het plaatsen van tijdelijke of permanente bloemen, planten of andere ornamenten. Deze maatregel is eveneens van toepassing op de reeds bestaande urnenvelden.
9. Kinderbegraafplaats
Artikel 63
Op de kinderbegraafplaats worden perken voorbehouden voor het begraven van kinderen tot zeven jaar in niet-geconcedeerde grond.
Op die begraafplaats is het plaatsen van kelders niet toegelaten.
De gedenktekens, zerken en graftekens te plaatsen op die graven dienen te voldoen aan volgende criteria:
-maximale lengte van 1,20 m op 80 cm breed.
-hoogte 1 m met een maximum breedte van het hoofdgedeelte van 20 cm;
Artikel 64
Op de begraafplaatsen werden perken voorzien voor het begraven van foetussen en kinderen tot 7 jaar. Het plaatsen van gedenksymbolen wordt toegestaan.
In kader van vroeggeboorten wordt er geen onderscheid gemaakt tussen foetussen en kinderen.
10. Gedenkzuilen op de strooiweiden – herdenkingsplaatjes
Artikel 65
Op de strooiweiden op de begraafplaatsen zijn gedenkzuilen opgericht.
De mogelijkheid bestaat voor de familieleden van de overledene om een herdenkingsplaatje op die gedenkzuilen te laten aanbrengen.
De aanvraag hiertoe gebeurt via een aanvraagformulier (te verkrijgen bij de dienst Burgerlijke stand die instaat voor de bestelling ervan). De herdenkingsplaatjes worden aangeplakt door de begraafplaatsmedewerker.
Het betreft een eenvormig gedenkplaatje met vermelding van naam, geboorte- en overlijdensjaar. De gedenkplaatjes blijven minimaal tien jaar hangen vanaf de aanplakking. Achteraf is er geen verhaal mogelijk.
In de strook rond de gedenkzuilen mogen geen tekens, symbolen, bloemen en versieringen worden aangebracht.
Het vaststellen van de vorm, materiaal en afmetingen van de afdekplaats en de gegraveerde naamplaatjes aan de strooiweiden wordt opgedragen aan het college van burgemeester en schepenen.
Hoofdstuk 5. Bouwwerken en aanplantingen
Artikel 66
Vooraleer de werken betreffende het plaatsen van graftekens of de bouw van grafkelders aan te vangen, moeten de concessiehouders of de aannemers hiervan kennisgeven aan de begraafplaatsmedewerker. Die zal de juiste ligging van het graf of de concessie aanduiden en de rooilijnen en afmetingen opgeven.
Artikel 67
Alle bouwwerken, herstellingen en wijzigingen van graftekens of -kelders gebeuren onder de verantwoordelijkheid van de concessiehouders of de rechthebbenden. Zij nemen alle voorzorgsmaatregelen om ongevallen en schade aan de nabijgelegen graftekens of grafkelders te voorkomen. Zij blijven altijd verantwoordelijk voor elk ongeval dat te wijten zou zijn aan hun nalatigheid of onvoorzichtigheid.
Artikel 68
De aannemers of privépersonen die werken uitvoeren, blijven altijd verantwoordelijk voor de schade berokkend aan de nabijgelegen grafkelders en gedenktekens, of voor ongevallen waarvan bezoekers of personeel van de begraafplaatsen het slachtoffer worden.
De betrokkene herstelt of vergoedt onmiddellijk op zijn kosten de schade, volgens akkoord met de gedupeerde familie of de getroffene.
Artikel 69
Voor ze op de begraafplaatsen worden toegestaan, moeten de voor het grafteken bestemde materialen volledig afgewerkt en gekapt zijn en gereed om onmiddellijk geplaatst te worden.
Geen enkel hulpmateriaal of restmateriaal mag binnen de omheining van de begraafplaats worden achtergelaten.
De materialen worden aangevoerd en geplaatst naar gelang van de behoeften.
Na een zonder gevolg gebleven ingebrekestelling wordt er op bevel van de burgemeester van ambtswege overgegaan tot het wegnemen van de materialen op kosten van de overtreder.
Artikel 70
Het is verboden, zonder voorafgaande toelating van de burgemeester, de graftekens in de omgeving van de uit te voeren werken weg te nemen, of te verplaatsen, onder welk voorwendsel ook.
De kosten die eventueel voortvloeien uit de afbraak en de terugplaatsing van de naburige graftekens, zijn voor rekening van de aanvragers.
De naburige graftekens mogen niet afgebroken worden en niet worden teruggeplaatst zonder de schriftelijke toestemming van de betrokken families. Die toestemming moet door de opdrachtgevers voorgelegd worden.
Artikel 71
Het is voor het publiek verboden de plaatsen te betreden waar graafwerken uitgevoerd worden. Daartoe zullen de aannemers of de privépersonen, die het werk uitvoeren, de werken op zichtbare wijze afsluiten.
Het is verboden op zaterdagnamiddag, zondag en op wettelijke feestdagen enige bouwactiviteit op de begraafplaatsen te verrichten of bouwmateriaal op de begraafplaats te brengen, behalve mits toelating door de begraafplaatsmedewerker verleend om reden van noodzakelijkheid.
De laatste 3 werkdagen van oktober en tot en met 5 november zijn deze werken eveneens niet toegelaten.
Bij de aanvoer op de begraafplaats moeten de grafmonumenten dermate afgewerkt zijn dat zij onmiddellijk kunnen worden geplaatst. Materialen noch toestellen mogen op de begraafplaatsen achtergelaten worden.
Materialen en toestellen, in strijd met de bepalingen van dit artikel, worden na ingebrekestelling door de burgemeester of zijn gemachtigde op kosten van de overtreder verwijderd.
De laatste 3 werkdagen van 31 oktober tot en met 5 november van elk jaar is het verboden:
- graftekens of erbij horende voorwerpen te plaatsen of weg te nemen. Dit verbod betreft niet het neerleggen van eenvoudige draagbare herinneringtekens, kransen bloemen,
- opschriften op graftekens te beitelen of de bestaande opschriften dieper te maken, enig bouw-, beitel- of schilderwerk uit te voeren;
- aanplantingen van meer dan 80 cm hoogte te planten;
2. Aanplantingen en bloempotten
Artikel 72
De aanplantingen moeten aangelegd worden binnen de oppervlakte toegewezen aan elk graf, op zulke wijze dat ze zich niet uitbreiden boven de aanpalende graven. De aanplantingen mogen het toezicht en de doorgang niet belemmeren.
De planten mogen niet hoger worden dan 80 cm.
Artikel 73
Het is toegelaten seizoenplanten aan te brengen binnen de geconcedeerde oppervlakte toegewezen aan het graf, urnenveld of in de bloemenhouder bij het columbarium. Staan deze buiten de oppervlakte, kunnen deze door de begraafplaatsmedewerkers weggenomen worden. Bij het columbarium dienen deze aangebracht te worden in de daarvoor voorziene bloemenhouder en worden dus niet toegelaten op de grond/graspaden.
De bloemen/ornamenten moeten steeds door de concessiehouder/nabestaanden onderhouden worden, zo niet zullen ze door de begraafplaatsmedewerker verwijderd worden.
Artikel 74
Kransen of bloemstukken buiten de toegelaten oppervlakte die ter gelegenheid van een begrafenis gelegd worden, zullen na één maand verwijderd worden. De bloemstukken conform Art. 73 kunnen enigszins behouden worden.
Artikel 75
De bloempotten en bloemstukken met natuurlijke bloemen die ter gelegenheid van Allerheiligen geplaatst worden, worden vanaf 1 december daaropvolgend weggenomen en worden eigendom van het stadsbestuur.
Hoofdstuk 6. Opgravingen
Artikel 76
Behalve op bevel van de gerechtelijke overheid, mag tot geen opgraving overgegaan worden zonder toelating van de burgemeester. De redenen moeten ernstig zijn.
Elke aanvraag tot opgraving moet schriftelijk gedaan worden door het naaste familielid of de partner van de overledene.
Artikel 77
De opgravingen hebben plaats op de datum en het uur dat wordt afgesproken met de begraafplaatsmedewerker. In onderling overleg en op aanvraag kan de familie aanwezig zijn. Van 15 oktober tot en met 5 november worden geen opgravingen verricht.
Artikel 78
De opgraving van een lijk met het oog op de lijkverbranding wordt slechts toegestaan, indien de formaliteiten overeenkomstig de voorschriften van het decreet van 16 januari 2004 en uitvoeringsbesluit van 14 mei 2004, vervuld zijn.
Artikel 79
De begraafplaatsmedewerker zal voor rekening van de aanvrager van de opgraving, de vernieuwing van de kist voorschrijven indien hij dat nodig acht.
Alle gedenkstenen, ornamenten en boordstenen die de familie wenst te behouden dienen vooraf weggenomen worden door de familie.
Indien het grafmonument gerecupereerd wordt, moet het door de familie ten laatste 3 dagen voor de ontgraving zijn weggenomen zodat de ontgraving ongehinderd kan gebeuren.
De kosten die eventueel voortvloeien uit de afbraak en de terugplaatsing van het zerk van betrokkene aan de naburige graftekens, vallen ten laste van de families die de opgraving aangevraagd hebben.
Artikel 80
De opgraving, met uitsluiting van:
--opgravingen door de rechterlijke overheid bevolen;
--opgravingen veroorzaakt door de bestemmingsverandering van de begraafplaats;
zijn onderworpen aan de betaling van een bedrag vastgesteld in het tariefreglement. Het stadsbestuur behoudt het recht de opgravingen uit te besteden aan een gespecialiseerde firma, waarvan de factuur rechtstreeks dient vereffend te worden door de familie aan het stadsbestuur volgens het tariefreglement.
De verplaatsing van een kist in een grafkelder geldt als opgraving. De verplaatsing van een urne geldt eveneens als opgraving.
Hoofdstuk 7. Graven van lokaal historisch belang
Artikel 81
Op advies van de werkgroep funerair erfgoed Ieper, maakt het college van burgemeester en schepenen een lijst op van graven met lokaal historisch belang die als kleine onroerende erfgoedelementen kunnen worden beschouwd.
De graven op deze lijst dienen vijftig jaar te worden bewaard en onderhouden door de gemeentelijke overheid. De termijn is verlengbaar.
De lijsten van graven met lokaal historisch belang, bevatten de graven met een historische, artistieke, volkskundige of socio-culturele waarde die niet beschermd zijn als monument overeenkomstig het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten. De lijst dient de gegevens te bevatten zoals voorgeschreven door het decreet.
Hoofdstuk 8. Hergebruik van graven op de stedelijke begraafplaats
Artikel 82
Op advies van de stedelijke commissie funerair erfgoed stelt stad Ieper een lijst op van de graven die voor hergebruik in aanmerking komen. De selectie gebeurt telkens bij elke afsluiting van de procedure van aanplakking en vóór de planning van ontruiming. Criteria: - esthetische, kunstzinnige waarde - funeraire symboliek - het graf is merkwaardig en waardevol - het hergebruik van het graf hindert de toekomstige ruimtelijke ordening van de begraafplaats niet.
Artikel 83
Er worden graven aangeboden met en zonder grafkelder. Bij elk graf hoort een gedetailleerde fiche met foto, capaciteit en alle specificaties van het graf en de daaraan gekoppelde voorwaarden voor hergebruik. De grafkelders die aangeboden worden voor hergebruik, zijn in goede staat. Als het graf geen grafkelder heeft, dan kan de nieuwe concessiehouder op zijn kosten een nieuwe grafkelder plaatsen of opteren voor een urnenkelder, afhankelijk van de mogelijkheden, vastgelegd in de fiche van het graf.
Artikel 84
De voor hergebruik geselecteerde graven worden kenbaar gemaakt ter plekke aan de graven zelf, op de website van stad Ieper en op regelmatige basis ruim in de belangstelling gebracht via de gebruikelijke communicatiekanalen.
Artikel 85
Geïnteresseerden ondertekenen een engagementsverklaring waarin de algemene en specifieke voorwaarden voor het hergebruik duidelijk omschreven zijn per betrokken graf, zoals vastgelegd in de fiche van het graf.
Artikel 86
Het grafteken blijft eigendom van het stadsbestuur en wordt onderhouden, in stand gehouden en, indien nodig, hersteld door de nieuwe concessiehouder volgens de criteria van de commissie funerair erfgoed.
Artikel 87
Het toevoegen van de persoonlijke gegevens moet gebeuren op een esthetisch verantwoorde en passende wijze en mag geen permanente schade berokkenen aan het oorspronkelijke grafteken. Het voorstel van ontwerp moet voor goedkeuring voorgelegd worden aan de commissie funerair erfgoed.
Artikel 88
De periode tussen de ondertekening van de engagementsverklaring en het toekennen van de concessie bedraagt maximum 1 jaar. Als voldaan wordt aan alle voorwaarden, opgelegd in de engagementsverklaring, wordt het graf in concessie gegeven voor 30 jaar. De concessie gaat in op de datum van de ondertekening van de aanvraag van de concessie. Indien er niets ondernomen werd, vervalt na 1 jaar de engagementsverklaring en wordt het graf opnieuw ter beschikking gesteld aan andere geïnteresseerden.
Artikel 89
Er zal op regelmatige basis controle zijn op het onderhoud en in standhouden van het grafteken. Indien vastgesteld wordt dat het graf niet onderhouden wordt zoals vastgelegd in de engagementsverklaring, kan de procedure van verwaarlozing opgestart worden, zoals bepaald conform artikel 21 van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging.
Hoofdstuk 9. Slotbepalingen
Artikel 90
Alle niet in dit reglement voorziene gevallen behandeld worden door het college van burgemeester en schepenen, in zoverre zij niet door een wet, besluit of decreet aan een andere overheid worden toegewezen.
Artikel 91
Dit huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen vervangt de vorige reglementeringen en beslissingen.
Artikel 92
Deze administratieve verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 93
Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het stedelijk reglement betreffende de erkenning en toekenning van werkingstoelage aan jeugdhuizen van 3 december 2001 is nodig geactualiseerd.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Als extra controle op de correcte besteding van de middelen en ter versterking van het maatschappelijk engagement hebben we een inhoudelijke verantwoording toegevoegd. Wanneer jeugdhuizen inzetten op 3 inhoudelijke thema's kunnen ze €1000 euro subsidie verkrijgen. De inhoudelijke thema's zijn (1) Milieubewustzijn, duurzame ontwikkeling, recyclage en upcycling, (2) De Noord-Zuidproblematiek en eerlijke handel, (3) Aandacht voor maatschappelijk kwetsbare jongeren, (4) Aandacht voor kunst en creativiteit, (5) Aandacht voor doordacht ondernemerschap, (6) Bijdragen tot een sterk jeugdbeleid van de stad, (7) Initiatieven rond veilig fuiven of drugs- en alcoholbeleid.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Toelagereglement betreffende de erkenning en toekenning van werkingstoelagen aan jeugdhuizen
Artikel 1.
Binnen de perken van de kredieten voorzien in de gemeentebegroting kent het stadsbestuur werkingstoelagen toe aan de Ieperse jeugdwerkinitiatieven die ‘jeugdhuis’ zijn.
Artikel 2. Definiëring jeugdhuis
De jeugdhuizen zetten activiteiten op die zich duidelijk richten naar de leeftijdscategorie van 14 tot 25 jarigen.
Jeugdhuizen zijn jeugdwerkinitiatieven die een werking uitbouwen binnen een permanente ruimte waar jongeren elkaar kunnen ontmoeten, vrijetijdsactiviteiten kunnen uitbouwen en waar aandacht besteed wordt aan de permanente vorming, zowel van de gebruikers als van de medewerkers en de verantwoordelijken.
Elk jeugdhuis bepaalt zijn eigen methodiek, waarin openheid, onthaal, vrijblijvende deelname en motivatie tot medeverantwoordelijkheid van de jongeren tot de belangrijkste kenmerken behoren. In doelstelling en werking neemt het jeugdhuis een open en kritische houding. Dit zal tot uiting komen in het aanbod van ontspannings- en vormingsactiviteiten, eveneens als in de consumptiementaliteit.
Ontmoeting, recreatie en vorming zijn de drie pijlers waarop ieder jeugdhuis steunt. Daarenboven kan het initiatief zich inzetten om een bredere waaier van functies te ontwikkelen in de sociaal-culturele en maatschappelijke context van de gemeenschap.
Artikel 3. Erkenning
Om in aanmerking te komen voor de werkingstoelage moet het jeugdhuis erkend zijn als Ieperse vereniging en de thematische erkenning ‘jeugdhuis’ krijgen. Om de thematische erkenning te verkrijgen moeten jeugdhuizen voldoen aan de volgende voorwaarden:
§1 De vereniging heeft minstens 5 vrijwilligers die in Ieper wonen en jonger zijn dan 26 jaar.
§2 Minimum 1 vrijwilliger is +18.
§3 Jongeren (-26) maken deel uit van de algemene vergadering en het bestuur.
§4 Het jeugdhuis heeft een lokaal in Ieper bestaande uit minimum een publieksruimte, een sanitaire ruimte en een extra lokaal (secretariaat/ info/ vergaderzaal). De ruimte waarin de werking zich ontplooit dient tijdens de werkingsuren exclusief ter beschikking te staan van het jeugdhuis.
§5 Het jeugdhuis heeft minimum 2 openingsmomenten per week (minimum 10 in totaal), waarvan 1 in het weekend (vrijdag, zaterdag of zondag). De openingsuren moeten duidelijk worden aangekondigd. Het jeugdhuis moet open staan voor alle jongeren in de meest gunstige of gebruikelijke vrijetijdsmomenten van de doelgroep.
§6 Het jeugdhuis organiseert minimum 12 activiteiten per jaar. Dit kunnen ontspannings- en vormingsactiviteiten zijn.
§7 In uitzondering van artikel 2 van het algemeen erkenningsreglement komen enkel vzw’s in aanmerking voor de thematische erkenning ‘jeugdhuis’. Feitelijke verenigingen kunnen geen thematische erkenning ‘jeugdhuis’ krijgen.
Gevraagde documenten in functie van erkenning:
- Lijst van vrijwilligers met geboortedatum
- Lijst van leden van de algemene vergadering met geboortedatum
- Lijst van leden van het bestuur met geboortedatum
- Foto van bekendmaking openingsuren in het jeugdhuis. Dit kan mogelijks via het huishoudelijk reglement. Het huishoudelijk reglement moet op een zichtbare plaats in de ontmoetingsruimte ophangen
- Lijst van de activiteiten die hebben plaatsgevonden. En een foto/ affiche/ printscreen van een online communicatie van minimum 10 activiteiten die hebben plaatsgevonden in het afgelopen jaar.
- Het huishoudelijke reglement
Artikel 4. De specifieke voorwaarde
Het jeugdhuis wordt geacht om aan onderstaande specifieke voorwaarden te voldoen. De administratie van Stad Ieper kan te allen tijde bewijsstukken hiervan opvragen:
Structuur
De algemene vergadering en het bestuur van het jeugdhuis bepalen zelfstandig het beleid en programmatie en beheren de financiën.
Jongeren (-26) maken deel uit van de algemene vergadering en van het bestuur.
Administratie
Het jeugdhuis moet beschikken over :
- statuten
- een huishoudelijk reglement
Het jeugdhuis moet over de volgende verzekeringen beschikken :
- een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid t.a.v. derden
- een verzekering lichamelijke ongevallen voor de medewerkers – leden van het jeugdhuis
- een brandverzekering voor het gebouw waarin het jeugdhuis zich bevindt
- een objectieve verzekering t.a.v. derden
Functies die binnen de jeugdhuiswerking gerealiseerd kunnen worden
1) Ontmoeting
Het jeugdhuis biedt de jongeren de gelegenheid om elkaar op verschillende manieren te ontmoeten waarbij de gebruikers vrij hun deelname en tijdsbesteding bepalen.
2) Recreatie / animatie / ontspanning
Het recreatief aanbod dient een verscheidenheid aan initiatieven te bevatten. De begeleiding van deze initiatieven stimuleert jongeren om mee te werken aan de realisatie ervan. De activiteiten worden evenwichtig gespreid over het werkjaar.
3) Vorming
Het jeugdhuis organiseert activiteiten met een duidelijk vormend karakter waarbij thema’s en inhoud relevant zijn voor de doelgroep. De doelbewuste planning zal blijken uit de vergaderingen van de jongerenraad, samengesteld uit jongeren of uit gebruikers. Daarnaast wordt tevens interne vorming opgezet voor de medewerkers en verantwoordelijken van het jeugdhuis.
4) Kadervorming
De verantwoordelijken of medewerkers van het jeugdhuis volgen vorming die door de afdeling jeugdwerk is erkend. Dit dient met bewijsstukken gestaafd.
5) Informatie
Het jeugdhuis voorziet een aparte hoek met informatie die vrij toegankelijk is voor de gebruikers. De werking van het jeugdhuis wordt bekend gemaakt (schriftelijk, website,…).
6) Maatschappelijke betrokkenheid
Het jeugdhuis participeert aan initiatieven, activiteiten die buiten de eigenlijke werking vallen (buurtgebonden activiteiten, de jeugdraad,…).
7) Maatschappelijke projecten
Jaarlijks werkt een jeugdhuis rond één bepaald thema. Dit thema wordt door de jongeren gekozen.
Artikel 5. De aanvraag
De bestaande erkende jeugdhuizen dienen voor 1 oktober hun aanvraag tot betoelaging in bij de stedelijke jeugddienst . Nieuwe initiatieven die een jeugdhuis opstarten kunnen hun aanvraag tot erkenning gans het jaar door indienen. De jeugddienst en het college van burgemeester en schepenen kunnen advies inwinnen bij de jeugdraad voor de beoordeling van de erkenningsaanvraag. Nieuwe initiatieven vallen met betrekking tot het kalenderjaar waarin zij het advies aanvragen voor subsidiëring onder het reglement betreffende de toelage voor startende initiatieven.
Artikel 6 De procedure
De jeugdraad formuleert zijn advies uiterlijk tegen 31 oktober of 30 dagen na de erkenningsaanvraag. De jeugdraad brengt de jeugdwerkinitiatieven uiterlijk 30 dagen na de vaststelling van het advies schriftelijk op de hoogte.
Artikel 7 De toelage
Ieder erkend jeugdhuis ontvangt een basistoelage van 4.960 EUR stedelijke middelen. Het aandeel van de decretale middelen, middels de begroting bestemd ter leniging van de werkingsuitgaven voor jeugdhuizen, wordt gelijkmatig verdeeld over de erkende jeugdhuizen.
Thematische subsidie: erkende jeugdhuizen kunnen 1.000 euro extra toelage krijgen wanneer ze inzetten op 3 van de volgende thema’s
(1) Milieubewustzijn, duurzame ontwikkeling, recyclage en upcycling
(2) De Noord-Zuidproblematiek en eerlijke handel
(3) Aandacht voor maatschappelijk kwetsbare jongeren
(4) Aandacht voor kunst en creativiteit
(5) Aandacht voor doordacht ondernemerschap
(6) Bijdragen tot een sterk jeugdbeleid van de stad
(7) Initiatieven rond veilig fuiven of drugs- en alcoholbeleid.
Artikel 8 Wijze van betaling en controle
De uitbetaling van de toelage gebeurt op bevel van het college van burgemeester en schepenen door overschrijving op de bankrekening van het jeugdhuis.
Uiterlijk binnen de 8 weken na het collegebesluit over de werkingsverslagen zullen de bedragen zoals voorzien in artikel 7 overgemaakt worden.
Het jeugdhuis moet aanvaarden, binnen de perken van dit reglement, verantwoording af te leggen ten aanzien van het stadsbestuur over de aanwending van de middelen.
Hiertoe wordt jaarlijks door de jeugdhuizen een werkingsverslag en een financieel verslag opgemaakt dat voor 1 maart aan de stedelijke jeugddienst wordt overgemaakt (samen met de aanvraag voor het lopende jaar). Ook de thematische subsidie wordt via de jeugddienst aangevraagd. De toelage moet gebruikt worden voor het doel waartoe het werd verleend en het jeugdhuis moet het gebruik hiervan rechtvaardigen.
Indien blijkt dat door een jeugdhuis onjuiste gegevens werden verstrekt of indien de voorwaarden van dit reglement niet werden nageleefd, kan het college van burgemeester en schepenen de op grond van dit reglement toegestane subsidies gedeeltelijk of volledig terugvorderen van het betrokken jeugdhuis.
Gevraagde documenten in functie van uitbetaling subsidie:
- Jaarrekening vorig jaar.
- Verantwoording hoe het jeugdhuis heeft ingezet op min 3 van de 7 thema’s.
Artikel 9 Duur van het reglement
Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031. De uitvoering ervan is elk jaar ondergeschikt aan de inschrijving van het daartoe bestemde krediet in de stadsbegroting. Het raadsbesluit van 3 december 2001 waarbij het reglement nopens de erkenning en toekenning van werkingstoelagen aan jeugdhuizen werd vastgesteld, wordt met ingang van 1 januari 2026 opgeheven.
Artikel 10
Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018).
Het stedelijk toelagereglement duurzaam (ver)bouwen van 2 december 2019 vervalt op 31 december 2025.
Veel bouwheren maken vandaag nog gebruik van klassieke bouwmaterialen die minder gezond zijn. De stad wil daar verandering in brengen en zet daarom in op optimale, gezonde en klimaatbestendige woonomstandigheden. Duurzame technieken, circulaire bouwmaterialen en natuurinclusief bouwen zijn immers onmisbaar in een hedendaagse gerenoveerde woning.
Het toelagereglement duurzaam (ver)bouwen van 2 december 2019 bood al steun bij duurzaam (ver)bouwen maar richtte zich vooral op klassieke maatregelen. Met het nieuwe reglement gaat de stad een stap verder. We willen niet alleen energiezuinige woningen stimuleren maar ook pioniers ondersteunen die kiezen voor innovatieve materialen en technieken. Concreet voorziet de stad extra premies voor energie- en materiaalefficiënte renovaties, voor de toepassing van hernieuwbare energiesystemen én voor projecten die inzetten op natuurinclusief bouwen.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Toelagereglement Duurzaam (ver)bouwen
Artikel 1 – Toepassingsgebied en doelgroep
Alle woningen en appartementen op het grondgebied Ieper komen in aanmerking. Zowel eigenaars als huurders (met schriftelijke toestemming van de eigenaar) kunnen een premie aanvragen. Renovatie (gebouwen ouder dan 2 jaar) komt in aanmerking voor alle premies. (Ver)nieuwbouw komt in aanmerking voor alle premies met uitzondering van de premie voor winddicht onderdak met isolatie en de premie voor ventilatiesysteem D + warmterecuperatie.
Artikel 2 – Definities in het kader van dit reglement
• Factuur: Bewijs van de geleverde werken en goederen, uitgereikt aan de premieaanvrager.
• Appartement: Afzonderlijke woongelegenheid binnen een meergezinsgebouw, niet het woonblok op zich.
• Gebouwen: Particuliere woningen (één‑ of meergezinswoningen).
• Schildeel: Onderdeel of vlak van een gebouw dat deel uitmaakt van de gebouwschil, zoals de daken, de vloeren, de gevels en het schrijnwerk (vensters en deuren).
• Winddicht onderdak: Een winddicht onderdak is een laag die tussen de dakbedekking (zoals dakpannen) en de isolatie wordt aangebracht. Het beschermt de isolatie tegen wind, regen, sneeuw en stof, zodat de isolatie optimaal kan werken en de warmte binnen blijft. Een dampscherm wordt niet beschouwd als winddicht onderdak.
• Dak‑ of zoldervloerisolatie: Isolatie aangebracht in het hellend of plat dak of in de zoldervloer.
• λ‑waarde (lambda-waarde): De lambda-waarde geeft de warmtegeleidbaarheid van een materiaal aan. Ze wordt uitgedrukt in W/mK. Hoe hoger de waarde is, hoe beter de warmte geleid wordt en dus hoe minder goed het materiaal isoleert.
• R‑waarde: De R-waarde geeft het warmte-isolerend vermogen van een materiaallaag aan, vaak gebruikt als isolerende waarde van dubbel glas, muren, vloeren, daken. De R-waarde is de warmteweerstand van een materiaallaag en wordt uitgedrukt in m²K/W. Hoe groter R, hoe groter de weerstand die de warmtedoorgang ondervindt en hoe beter het materiaal isoleert. Warmteweerstand (m²K/W) = dikte (m) / λ‑waarde.
• Ventilatiesysteem type D: Volledig mechanisch systeem dat verse buitenlucht binnenblaast en vervuilde binnenlucht afvoert via een warmtewisselaar.
• Warmtepomp: Elektrisch aangedreven verwarmingstoestel dat warmte uit een bron, zoals de buitenlucht of grond, onttrekt en deze warmte afstaat aan een gebouw voor verwarming. Deze onttrekking en overdracht van warmte gebeurt met behulp van een koudemiddel waardoor een warmtepomp ook bij koude temperaturen warmte kan blijven onttrekken.
• Biogebaseerd isolatiemateriaal: Isolatiematerialen afkomstig van teeltbare grondstoffen. De hoofdbestanddelen ervan komen uit land- en/of bosbouw. Ze hebben een goede milieubalans en weinig of geen schadelijke gevolgen voor de menselijke gezondheid. Bio-ecologische isolatiematerialen zijn dampopen en vochtregulerend, maar mogen niet permanent in aanraking komen met vocht. Typische voorbeelden zijn houtvezel, stro, hennep en vlas.
Biogebaseerde plastics worden voor dit reglement niet als biogebaseerd isolatiemateriaal beschouwd, omdat zij doorgaans niet dampopen of vochtregulerend zijn, niet dezelfde ecologische en bouwbiologische kwaliteiten bieden als natuurlijke vezelmaterialen en bovendien achteraf niet biologisch afbreekbaar zijn.
• Groendak: Dak met extensieve beplanting (vetplanten, mos- of kruidendak) op een daksysteem waarbij de volledig aangelegde oppervlakte bestaat uit minimaal een draineerlaag, een substraatlaag en vegetatielaag.
• Natuurinclusieve maatregelen: Natuurinclusieve maatregelen zijn ingrepen bij de bouw of renovatie van een gebouw die extra leefruimte en voorzieningen voor dieren creëren. Voorbeelden zijn nestkasten voor vogels, vleermuizen en insecten. Door deze nestkasten in de gebouwschil in te werken, wordt de biodiversiteit in de bebouwde omgeving blijvend versterkt.
Artikel 3 – Algemene voorwaarden
1. De som van alle publieke steun (lokaal, Vlaams, federaal, Europees) mag nooit 100 % van de factuur overschrijden.
2. De aanvraag moet ingediend worden binnen 12 maanden na factuurdatum via het officiële aanvraagformulier.
3. De aanvrager geeft toelating voor een plaatsbezoek door de gemeentelijke diensten.
4. Onterecht ontvangen premies kunnen worden teruggevorderd.
5. Premietarieven gelden voor facturen daterend vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031. Premieaanvragen met factuurdatum gedateerd in 2025, worden behandeld volgens de voorwaarden van het toelagereglement duurzaam (ver)bouwen van 2 december 2019.
6. De uitbetaling van deze gemeentelijke toelage geschiedt binnen de perken van het daartoe voorziene begrotingskrediet.
Artikel 4 – Winddicht onderdak + isolatie
Voorwaarden
- Het onderdak moet bestaan uit tand-en-groefplaten van biogebaseerde oorsprong, zoals houtvezelplaten. Kunststoffen, inclusief biogebaseerde plastics, of andere niet-biogebaseerde isolatiematerialen komen niet in aanmerking.- Nieuwbouwwoningen komen niet in aanmerking voor deze premie.
- Het geplaatste onderdak moet, samen met de nieuw aangebrachte dak- of zoldervloerisolatie, een minimale warmteweerstand van ≥ 5,0 m²K/W halen.
- De premie kan worden aangevraagd wanneer het dak óf de zoldervloer (met onverwarmde zolder) wordt geïsoleerd.
- Bij dakisolatie wordt een dampscherm aangebracht tussen de isolatie en de binnenafwerking.
- Indien de isolatie bestaat uit biogebaseerde materialen, kan deze premie gecombineerd worden met de premie voor biogebaseerde isolatie (zie artikel 5).
Bedrag
- De premie bedraagt € 8/m² onderdak met een maximum van € 400.
- Aan te leveren bewijsstukken:
Leverings- of plaatsingsfactuur met vermelding van de gecombineerde R-waarde ≥ 5,0 m²K/W.
Oppervlakte en type onderdak.
Oppervlakte en dikte en locatie van de geplaatste isolatie.
Indien dakisolatie: oppervlakte dampscherm.
Artikel 5 – Biogebaseerde isolatie
Voorwaarden
- De premie ondersteunt de plaatsing van thermische isolatie met een biogebaseerde oorsprong (bv. hout-, stro-, hennep- of vlasvezel, …) in alle bouwschilelementen die grenzen aan de buitenomgeving, exclusief ramen en deuren.
- Het geïsoleerde schildeel moet een warmteweerstand van ≥ 5,0 m²K/W bereiken.
- Voor gevels die exact op de rooilijn staan en waarvoor de beschikbare ruimte naar het openbaar domein wettelijk is beperkt tot maximaal 14 cm, kan worden afgeweken van de R-waarde van 5,0 m²K/W, op voorwaarde dat:
De maximum haalbare isolatiedikte wordt toegepast.
De resulterende R-waarde niet lager is dan de Vlaamse minimumnorm op het moment van aanvraag.
- De aanvrager voegt een gemotiveerde berekening en een detaildoorsnede toe.
- De premie kan toegepast worden per ingreep (dak, muren, vloeren).
Bedrag
- De premie bedraagt 10 % met een maximum van € 750 van de totale kostprijs van de installatie met een maximum van:
Dak/zoldervloer: max. € 300.
Buitenmuur: max. € 300.
Vloer: max. € 300.
Aan te leveren bewijsstukken:
Factuur met duidelijke vermelding van het biogebaseerde materiaal.
R‑waardeberekening.
Detaildoorsnede.
Artikel 6 – Ventilatiesysteem type D met warmterecuperatie
Voorwaarden
Alle systemen van balansventilatie met warmterecuperatie type D komen voor de premie in aanmerking.
Elke te verwarmen en vochtige ruimte in de woning wordt geventileerd en is voorzien van mechanische aan- of afvoer. De installatie moet aan de regels van goed vakmanschap beantwoorden en beschikken over een inregelrapport. Wanneer het systeem geplaatst wordt in appartementsgebouwen, kan elk appartement afzonderlijk een premie aanvragen, indien elke woongelegenheid zijn eigen systeem heeft.
Bedrag
De premie bedraagt bij renovatie maximaal € 750,00 met maximum de helft van het gefactureerde bedrag. Nieuwbouwwoningen komen niet in aanmerking voor deze premie.
Aan te leveren bewijsstukken:
Ondertekend inregelrapport is verplicht om ervoor te zorgen dat de vereiste debieten in elke ruimte zijn nagemeten.
Factuur van een aannemer met volgende gegevens:
Minstens een rendement van 75% hebben conform EN 308 (rapport opgesteld door onafhankelijke instantie) en NBN D50-001. Dit rendement moet bepaald zijn bij een debiet van 0,35 volumewisselingen per uur.
Een maximaal ventilatorverbruik hebben van 0,45 Wh/m³.
Voorwaarden
Het betreffende dak kan slechts eenmaal betoelaagd worden. Per aanvraagdossier moet minimum 6 m² groenoppervlakte worden aangebracht. Een controle wordt door de stad uitgevoerd.
De handelingen die uitgevoerd worden voor het realiseren van het groendak moeten overeenkomstig de bestaande wettelijke bepalingen gebeuren. Hierbij dient zo nodig een omgevingsvergunning aangevraagd te worden.
Mislukte aanplantingen of werken dienen hersteld te worden. Gebeurt dit niet, dan zullen de premies teruggevorderd worden. De aanvrager engageert zich om minimum 10 jaar lang het groendak in goede staat te behouden. Bij overdracht van de eigendom blijven deze bepalingen van toepassing. Indien blijkt dat de bepalingen van dit reglement niet werden nageleefd, wordt de premie niet uitbetaald, of, indien dit reeds gebeurd zou zijn, teruggevorderd.
U kan deze premie niet aanvragen indien het aanleggen van een groendak een verplichting is die werd opgenomen in uw omgevingsvergunning.
Bedrag
De premie bedraagt € 25 /m² met een maximum van € 1.000.
Aan te leveren bewijsstukken:
Factuur met vermelding van het aantal aangelegde m².
Een plan van het aangebrachte groendak.
Artikel 8 – Natuurinclusieve maatregelen
Voorwaarden
Per diertype gelden andere voorwaarden, afhankelijk van de installatie en de locatie. De aanvraag wordt steeds beoordeeld door de dienst Landschap, die nagaat of de nestgelegenheid op een geschikte en soortrelevante plaats werd voorzien. Niet-geschikte of niet-relevante locaties kunnen worden afgekeurd. De toelage geldt uitsluitend voor voorzieningen die ten goede komen aan doelsoorten opgenomen in onderstaande lijst. Er gelden specifieke voorwaarden per type dier.
Huiszwaluw
Nestkommen van houtbeton gebruiken.
Plaats bij voorkeur meerdere nestkommen.
Bevestigen op 4–10 m hoogte, onder een dakoversteek of goot.
Ingang bij voorkeur oostgericht, met minstens 4 m vrije aanvliegroute.
Eventueel mestplank plaatsen ca. 1 m onder de nestkom.
Boerenzwaluw
Nestkommen van houtbeton gebruiken.
Plaats bij voorkeur meerdere nestkommen.
Plaats de nestkommen op 2–5 m hoogte in donkere, droge en tochtvrije binnenruimtes zoals stallen of schuren, tegen balken of richels.
Laat 5–7 cm ruimte tussen nestkom en dak.
Bij meerdere nestkommen: houd een onderlinge afstand van minimaal 2 m tussen nestkommen.
Beveilig tegen predatoren zoals katten of marters zodat die niet bij de nestkommen kunnen komen.
Gierzwaluw
Geef bij voorkeur inbouw (neststenen geïntegreerd in de gevel) voorrang op opbouwkasten. Indien opbouw-kast, moet de kast uit houtbeton bestaan.
Plaats bij voorkeur meerdere nestkasten.
Plaats de nestkasten op een hoogte van 6–40 m, met een onderlinge afstand van minstens 20 cm.
Hang de nestkasten onder de dakrand met een vrije aanvliegroute van minstens 5 m.
Oriëntatie: richt de ingang van de nestkast idealiter op noord, oost of noordoost, vermijd slagregen.
Huismus/ringmus
Geef bij voorkeur inbouw (neststenen geïntegreerd in de gevel) voorrang op opbouwkasten. Indien opbouw-kast, moet de kast uit houtbeton bestaan.
Plaats bij voorkeur meerdere nestkasten.
Plaats de nestkasten op 3–10 m hoogte. Nestkasten mogen aaneensluitend staan of op bescheiden afstand, zelfs over enkele tientallen meters.
Plaats de kasten bij voorkeur onder dakgoten of in gevels, uit de buurt van ramen en predatoren zoals katten. Indien mogelijk in de buurt van schuilplaatsen zoals hagen en struiken.
Oriëntatie: ingang naar oost of noordoost, andere oriëntaties zijn mogelijk als een oversteek voldoende bescherming biedt tegen slagregen.
Zwarte roodstaart
Geef bij voorkeur inbouw (neststenen geïntegreerd in de gevel) voorrang op opbouwkasten. Indien opbouw-kast, moet de kast uit houtbeton bestaan.
Voorzie maximum 2 nestkasten.
Plaats de nestkast op een hoogte van minimaal 2 m. Oriënteer de ingang van de halfopen nestkast bij voorkeur oost of noordoost.
De locatie moet beschut zijn.
Vleermuis
Geef bij voorkeur inbouw (neststenen geïntegreerd in de gevel) voorrang op opbouwkasten. Indien opbouw-kast, moet de kast uit houtbeton bestaan. Een algemeen type kast geniet de voorkeur.
Plaats bij voorkeur meerdere nestkasten.
De toegangsopening dient 12–20 mm hoog en 5 cm tot 1 m breed te zijn. Onder de opening dient een ruw ‘landingsplankje’ van ongeveer 20–30 cm te zitten.
De voorziening zelf kan zich vanaf de grond tot het hoogste deel van de woning bevinden. Oriëntatie bij voorkeur tussen zuidoost en zuidwest. Voorzie minstens 5 meter vrije aanvliegroute.
Bijen
Enkel inbouwsystemen zijn toegelaten.
Het systeem is zuid- tot zuidoostgericht, op een zonnige, windluwe en droge plaats met bescherming tegen regeninslag. Zorg voor voldoende bloeiende planten in de omgeving: zonder voedselaanbod heeft een bijenhotel weinig nut.
Het bijenhotel bevindt zich minstens 30 cm boven de grond.
Bedrag
De premie bedraagt 50 % van de aangetoonde materiaalkost, tot maximaal € 100 per adres.
Aan te leveren bewijsstukken:
Een factuur waarop het producttype en de aantallen duidelijk vermeld staan.
Plaatsingsfoto’s waarop de voorzieningen en hun situering zichtbaar zijn.
Artikel 9: Het aanvraagdossier per artikel omvat een volledig ingevuld aanvraagformulier met de gevraagde bewijsstukken aangeleverd aan het stadsbestuur binnen het jaar na factuurdatum.
Artikel 10: De premieaanvrager geeft toelating om voor bovenvermelde premie een controlebezoek door de gemeentelijke diensten te laten plaatsvinden.
Artikel 11: De bepalingen van dit besluit treden in werking met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Artikel 12: Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018).
Het stedelijk reglement betreffende de toelage voor groenbedekkers in functie van erosiebestrijding van 2 december 2019 vervalt op 31 december 2025.
Het Ieperse erosiebestrijdingsplan werd goedgekeurd op 28 september 2006. In dit plan gaf de stad aan erosiebestrijdende maatregelen te stimuleren via betoelaging.
Ieper is partner in het project ‘WaterLandSchap Robuuste Waterlopen Westhoek’ en heeft haar engagement voor een vervolgfase voor dit project hernieuwd op 28 juli 2025. De aanpak van erosie en vooral brongerichte maatregelen moeten de oppervlaktewaterkwaliteit verbeteren en het verlies van vruchtbare landbouwgrond tegengaan.
Groenbedekkers zijn een goede manier om erosie op akkerland te helpen voorkomen en de bodemstructuur te verbeteren.
Behalve als erosiebestrijdende maatregel is een groenbedekker ook een gunstige maatregel voor de natuurkwaliteit. Er zijn reeds meerdere gemeenten die een dergelijke toelage verlenen, waarbij de maatregel positief wordt geëvalueerd.
Door de ondertekening van het charter bijvriendelijke gemeente engageerde de stad zich om aandacht te besteden aan het belang van bijen en het belang van stuifmeelrijke omgeving. Het inzaaien van bijvriendelijke groenbedekkers kan ook een maatregel te zijn om hier uitvoering aan te geven. Daarom is de toelage voor klassieke groenbedekkers aangevuld met een toelage voor bijvriendelijke groenbedekkers. Het inzaaien van bijenvriendelijke gewassen vergt een extra inspanning waardoor een ander toelagetarief dient gehanteerd.
Het voorstel tot hernieuwen van dit reglement werd voorgelegd aan de Ieperse Landbouwraad en werd gunstig geadviseerd op 21 augustus 2025.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Toelage groenbedekkers in functie van erosiebestrijding en bijenvriendelijke landbouw
Artikel 1: Voor de dienstjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse toelage verleend aan de land- en tuinbouwers die cultuurgrond bewerken op het grondgebied Ieper en die beschikken over een productienummer of mestbanknummer.
Artikel 2: Deze toelage tot het inzaaien van groenbedekkers (raaigras, wikke, gele mosterd, klaver, snijrogge, haver (zomerhaver, Japanse haver), bladkool, bladrammenas, lupinen, tagetes, phacelia en niger) is bedoeld om de structuur en de humustoestand van de landbouwgrond te verbeteren en om de erosie te bestrijden.
Eventuele andere soorten kunnen ook in aanmerking komen voor zover aangetoond wordt dat ze dezelfde functie vervullen
Artikel 3: De toelage bedraagt per perceel 12,00 EUR/ha in te zaaien groenbedekker en maximaal 240,00 EUR per landbouwbedrijf.
Artikel 4: De toelage kan verhoogd worden voor het inzaaien van bijenvriendelijke groenbedekkers. Ondermeer volgende soorten komen in aanmerking voor de verhoogde premie: bladrammenas, boekweit, klaver (Alexandrijnse klaver, witte klaver, rode klaver, andere klaver), komkommerkruid, lupines, luzerne, mosterd (gele mosterd, Sarepta mosterd en Ethiopische mosterd), Phacelia, raapzaad, tagetes, veldbonen, zonnebloem, zwaardherik. Eventuele andere soorten kunnen ook in aanmerking komen voor zover aangetoond wordt dat ze dezelfde functie vervullen .
Bij gebruik van deze bijenvriendelijke soorten bedraagt de toelage 24,00 EUR/ha en maximaal 360,00 EUR per landbouwbedrijf.
In geval van combinatie van beide soorten groenbedekker geldt eveneens een maximumbedrag van 360,00 EUR/bedrijf.
Artikel 5: De toekenning van de toelage is afhankelijk van de vervulling van volgende voorwaarden:
Voor de groenbedekker:
- een schriftelijk verzoek dient ingediend via een daartoe bestemd aanvraagformulier en dit uiterlijk op 1 december van het jaar waarin de teelt is ingezaaid,
- het bewijs door het voorleggen van een kopie van de factuur met vermelding van aard en hoeveelheid van de groenbedekker en een fotoplan met de betreffende percelen uit de verzamelaanvraag.
-de groenbedekker dient ingezaaid vóór 1 november en behouden tot 15 februari, tenzij een gemotiveerde afwijking aangevraagd wordt. De groenbedekker dient nadien ingeploegd te worden zonder gebruik van bestrijdingsmiddelen.
Voor de bijenvriendelijke groenbedekkers geldt bijkomend:
- de groenbedekker moet ingezaaid worden voor 20 augustus en dient behouden tot minstens 15 februari
- er dient gebruik gemaakt van een mengsel met minstens 2 soorten van de vermelde gewassen waarbij elke soort minimaal 25% van het mengsel vormt
Artikel 6: Bij het vaststellen van misbruiken, verkeerde aangiften of verklaringen wordt aan de betrokken land- of tuinbouwer de toelage ontzegd voor het jaar van de aangifte en de 5 daarop volgende jaren van de aanvraag.
Artikel 7: De uitbetaling van deze gemeentelijke toelage geschiedt binnen de perken van het begrotingskrediet.
Artikel 8: Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018).
De wet van 26 maart 1971 inzake bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging en wijzigingen bij decreten.
Vlarem II, het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne.
Gemeentelijke bouwverordening van 5 juli 1999 betreffende lozing van huishoudelijk afvalwater, de verplichte aansluiting op de openbare riolering en de afkoppeling van hemelwater afkomstig van particuliere woningen.
Het decreet Integraal Waterbeleid van 18 juli 2003 en latere wijzigingen.
Het zoneringsbesluit van 10 maart 2006 en latere wijzigingen.
Het Algemeen Waterverkoopreglement van 8 april 2011 en latere wijzigingen.
Ministerieel Besluit betreffende de keuring van de binneninstallatie en de privé-waterafvoer van 28 juni 2011 en latere wijzigingen.
De gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater van 5 juli 2013.
Het stedelijk reglement op het aansluiten op het rioleringsnet en de plaatsing van IBA's, het afkoppelen van afvalwater en hemelwater op perceelsniveau en keuring van de privéwaterafvoer van 5 december 2022 vervalt op 31 december 2025.
Het is opportuun een gemeentelijk toelagereglement betreffende het aansluiten op het rioleringsnet en de plaatsing van IBA’s, het afkoppelen van afvalwater en hemelwater op perceelsniveau en keuring van de privéwaterafvoer in te stellen.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Toelagereglement voor het afkoppelen van hemelwater en afvalwater op privaat domein bij aanleg van een gescheiden riolering
Hoofdstuk 1 – Inleidende begrippen
Artikel 1 Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
Aanleg gescheiden rioleringsstelsel : de aanleg van een afzonderlijke leiding voor het afvoeren van hemelwater en een afzonderlijke leiding voor de afvoer van afvalwater door de rioolbeheerder.
Afkoppelingsplicht : Het afkoppelen is het realiseren van een volledige scheiding tussen afvalwater (DWA) en hemelwater (RWA) op perceelsniveau. Afkoppelen van RWA en DWA op privaat terrein is verplicht bij nieuwbouw of bij uitbreiding of verbouwing van bestaande gebouwen en bij de (her)aanleg van riolering door de rioolbeheerder. Bij open en halfopen bebouwing is volledige scheiding verplicht. Bij bestaande gesloten bebouwing is de scheiding van afvalwater en hemelwater afkomstig van de dakvlakken en grondvlakken enkel verplicht indien daarvoor geen leidingen onder of door het gebouw moeten worden aangelegd, tenzij anders bepaald in een op het perceel van toepassing stedenbouwkundige of omgevingsvergunning.
Zoneringsplan : Het zoneringsplan bepaalt welke woningen wel en welke woningen niet kunnen aangesloten worden op het gemeentelijk of aan te leggen rioleringsstelsel.
Gebiedsdekkend uitvoeringsplan: Het gebiedsdekkend uitvoeringsplan bouwt verder op het zoneringsplan en bepaalt welke rioleringsprojecten nog moeten worden uitgevoerd, wie die moet uitvoeren en met welke prioriteit. Ook de installaties voor de individuele behandeling van afvalwater krijgen een prioriteit toegekend.
Weg- of baangracht langs gemeenteweg : De weg- of baangracht is de gracht gelegen in de langsrichting van de openbare wegenis, waarvan het onderhoud een last is van de wegbeheerder. De volledige bedding behoort tot de eigendom van de wegbeheerder. Een gemeenteweg is een weg, in beheer van de gemeentelijke overheid.
IBA : Eigenaars van woningen waarvan de woning gelegen is buiten de zones waar riolering aanwezig is of in de toekomst wordt voorzien (rode zones zoneringsplan of het individueel te optimaliseren buitengebied) en bijgevolg niet kunnen aansluiten op het openbaar rioleringsnet, moeten zelf instaan voor de zuivering van het afvalwater door middel van een installatie voor de individuele behandeling van afvalwater (IBA).
Afkoppelingsadviseur : De afkoppelingsadviseur wordt aangesteld bij ieder afkoppelingsproject (aanleg gescheiden rioleringsstelsel door de rioolbeheerder) en staat, per perceel, in voor de opmaak van een volledige inventaris van de bestaande afwatering, opmaak van een ontworpen toestand, opmaak van meetstaat en raming van de private afkoppelingswerken, het aanduiden van mogelijke knelpunten, inventarisatie van de mogelijke kelderaansluitingen, contactname met de bewoners en/of eigenaars en zorgt voor de nazorg van het afkoppelingsdossier.
Afkoppelingsaannemer : De afkoppelingsaannemer voert de werken uit zoals voorzien en uitgetekend door de afkoppelingsadviseur en is verantwoordelijk voor de uitvoering van de werken volgens de regels van goed vakmanschap. De afkoppelingswerken omvatten minstens de aanleg van een waterdicht stelsel, het respecteren van de aansluitdiepte, het vermijden van tegenhellingen in de leidingen, het waarborgen van de afvoercapaciteit, het uitsluiten van geur- of afvoerproblemen na de afkoppeling ; het nastreven van de toestand in oorspronkelijke staat van het terrein ; het periodiek onderhoud van afvoersystemen mogelijk maken, het gebruik Benor gekeurde materialen ; het respecteren van kleurcodes ; het correct gebruik van aanvullende of verdichtende materialen ; het aanduiden van eventuele noodzakelijke wijzigingen op het afkoppelingsplan ; het rapporteren met foto’s van de aanleg.
Keuring van private riolering : Het uitvoeren van een keuring van private afwatering is verplicht vanaf 1 juli 2011 en is verplicht in volgende gevallen :
bij de eerste ingebruikname ;
bij belangrijke wijzigingen (= alle wijzigingen die de goede werking van het openbaar saneringswerk kunnen bedreigen) ;
na vaststelling van een inbreuk op de gelijkvormigheid, op verzoek van de exploitant ;
bij de aanleg van een gescheiden riolering op het openbaar domein.
Erkend keurder : De keurder of keuringsinstelling dient te beschikken over een ISO 17020-accreditatie met betrekking tot het keuren van private rioleringen of minstens reeds aan een ISO 17020 BELAC audit te zijn onderworpen met betrekking tot keuring van de private rioleringen opgelegd door het Waterverkoopreglement. De lijst van erkende Vlario-keurders wordt ter beschikking gesteld door de rioolbeheerder.
Rioolbeheerder : De instantie/overheid die instaat voor het openbaar rioleringsstelsel van de stad of gemeente. De stad Ieper beheert zijn rioleringsstelsel zelf.
Hoofdstuk 2. Premie voor aanleg gescheiden rioleringsstelsel door private eigenaars van volume van maximum 2000 m³
Artikel 2: Voor de kosten verbonden aan de afkoppeling van de private eigendom bij de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel door de rioolbeheerder kan de eigenaar eenmalig een premie aanvragen, voor zover deze afkoppelingsplicht niet eerder werd opgelegd in een stedenbouwkundige of omgevingsvergunning in uitvoering van de gemeentelijke bouwverordening van 5 juli 1999 betreffende lozing van huishoudelijk afvalwater, de verplichte aansluiting op de openbare riolering en de afkoppeling van hemelwater afkomstig van particuliere woningen. Deze premie bedraagt maximaal de helft van de gefactureerde kostprijs, btw niet inbegrepen met een forfaitair maximum van 1.000,00 EUR, mits de werken zijn uitgevoerd overeenkomstig het afkoppelingsdossier en mits voorlegging van een positief conformiteitsattest van de erkende keurder.
Eigenaars van volumes groter dan 2000 m³ waaronder bedrijfsgebouwen, meergezinswoningen, kantoorgebouwen, scholen, ziekenhuizen, hotels, ….komen niet in aanmerking voor deze premie.
Hoofdstuk 3 : Inwerkingtreding en slotbepalingen
Artikel 3. Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoeringsmodaliteiten van dit besluit.
Artikel 4. Dit reglement is van toepassing, onverminderd de bepalingen van de algemene politieverordening van de stad Ieper.
Artikel 5. De bepalingen van onderhavig reglement treden in werking met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031. De uitbetaling van deze gemeentelijke toelage geschiedt binnen de perken van het daartoe voorziene begrotingskrediet.
Artikel 6. Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het toelagereglement voor de culturele verenigingen via de cultuurraad werd op 2 december 2019 door de gemeenteraad goedgekeurd. Het bevat een luik over basis- en variabele subsidies en een luik over projectsubsidies.
In samenwerking met de cultuurraad zal dit reglement herzien worden in de loop van 2026. Voor het werkjaar 2026 blijft het bestaande reglement van toepassing, mits enkele beperkte aanpassingen waaronder:
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Toelagereglement aan culturele verenigingen
Artikel 1 - Algemene Bepalingen
Met ingang van 1 januari 2026 en binnen de perken van de jaarlijks goedgekeurde begrotingskredieten wordt onder de hierna vermelde voorwaarden een subsidie verleend aan de erkende culturele verenigingen.
Het toekennen van subsidies gebeurt na advies van de Stedelijke Cultuurraad Ieper (SCI). Beslissingen die afwijken van het advies van de SCI zullen gemotiveerd worden.
Artikel 2 - Toepassingsgebied en categorieën
De subsidies kunnen enkel toegekend worden aan verenigingen die lid zijn van (en dus erkend zijn door) de SCI volgens de erkenningsvoorwaarden die bepaald zijn in de Statuten en het Inwendig Reglement van de SCI. Een vereniging kan slechts lid zijn van één erkende adviesraad en dus ook slechts subsidies krijgen via de adviesraad waarbij ze erkend is. Waarnemende leden (dit kunnen leden zijn die reeds lid zijn van een andere erkende adviesraad of die niet voldoen aan de erkenningsvoorwaarden) kunnen geen subsidies ontvangen via de SCI.
Er zijn drie soorten subsidies:
1. basissubsidies
2. variabele subsidies
3. projectsubsidies
Om voor basis- en variabele subsidies in aanmerking te komen, moet de vereniging jaarlijks een aanvraag indienen op 1 februari volgend op het kalenderjaar waarvoor subsidie aangevraagd wordt. De werkwijze om een aanvraag in te dienen is beschreven op de website van Stad Ieper.
Er zijn 5 categorieën verenigingen waarin telkens één of meer werkgroepen van de SCI ingedeeld zijn:
| categorie 1 |
werkgroep instrumentale muziekverenigingen |
| categorie 2 |
werkgroep koren |
| werkgroep toneel en dans |
|
| categorie 3 |
werkgroep beeldexpressie |
| werkgroep cultuurspreiding |
|
| werkgroep geschiedenis |
|
| categorie 4 |
werkgroep beeldende kunst |
| werkgroep opvoeding en gezin |
|
| werkgroep socio-culturele verenigingen |
|
| categorie 5 |
werkgroep culturele vrijetijdsbesteding |
| werkgroep natuur |
Artikel 3 - Basissubsidie
Erkende culturele verenigingen die een geldig aanvraagformulier (code A) indienen krijgen jaarlijks een forfaitair bedrag als basissubsidie.
De basissubsidie per categorie is als volgt bepaald:
| categorie 1 |
2.100 euro voor fanfares en harmonieën niet verbonden aan een dienst of instelling |
| 500 euro voor de overige instrumentale muziekverenigingen |
|
| categorie 2 |
600 euro |
| categorie 3 |
450 euro |
| categorie 4 |
300 euro |
| categorie 5 |
250 euro |
Artikel 4 - Variabele subsidie
Naast de basissubsidie kan een erkende culturele vereniging ook in aanmerking komen voor variabele subsidies door het indienen van een geldig aanvraagformulier. De variabele subsidies zijn afhankelijk van de werking van de vereniging. Na aftrek van de toegekende basissubsidies is het resterende bedrag dat in de stadsbegroting voorzien werd, beschikbaar voor de variabele subsidies. Dit bedrag wordt onder de verenigingen verdeeld volgens een puntensysteem. Het puntensysteem legt nadruk op de activiteiten van de verenigingen die tot de kerntaken behoren én die de vereniging volledig zelf organiseert. Er hoeven geen bewijsstukken ingediend te worden bij het formulier; de bewijsstukken moeten wel voorgelegd kunnen worden indien hierom gevraagd wordt.
| Definities |
Activiteit in eigen organisatie
een activiteit op eigen initiatief; activiteit die met eigen leden volledig zelf wordt voorbereid, uitgewerkt en voorgesteld, met eigen promotie en eigen financiële verantwoordelijkheid. Indien verschillende verenigingen samenwerken, geeft de hoofdorganisator de activiteit op als eigen activiteit tenzij elke vereniging gelijkwaardig het initiatief neemt, gelijkwaardig het initiatief organiseert en promoot en gelijkwaardig de financiële verantwoordelijkheid draagt (in dat geval geeft elke vereniging de activiteit op als eigen activiteit).
Vormende activiteiten
voordrachten met spreker, debatavonden met moderator, podiumactiviteiten, filmavonden, tentoonstellingen, presentatiedagen, daguitstappen met gids, quiz, cursussen/lessenreeksen. Bij een lessenreeks (i.e. waarvoor in éénmaal ingeschreven moet worden) mag elke activiteit in de reeks apart geteld worden aan de helft van de punten.
Overige verenigingsactiviteiten
nevenactiviteiten zoals een jaarlijkse maaltijd, nieuwjaarsreceptie, fietstocht. Hieronder vallen geen repetities, vergaderingen, wekelijkse activiteiten…: deze zijn vervat in de basissubsidie. Het moet gaan om een activiteit waarbij de vereniging als dusdanig vermeld is (en effectief ook de organisator is).
Tijdschrift
volledig eigen tijdschrift van de vereniging dat verschijnt voor onbepaalde tijd met minstens twee edities per jaar. Een tijdschrift moet minstens 80 % redactionele artikelen bevatten. Een tijdschrift kan zowel op papier als elektronisch verschijnen. Een ledenblad of nieuwsbrief komt niet in aanmerking hiervoor.
Algemeen (voor alle werkgroepen)
|
|
|
| bijwonen van de werkgroepvergaderingen (max. twee per jaar) |
2 punten |
| bijwonen van de algemene vergadering |
2 punten |
| eigen website* |
4 punten |
| organisatie van een werkgroepactiviteit |
5 punten |
* Voor een website moeten volgende onderdelen zeker terug te vinden zijn: algemene info over de vereniging; een actuele, regelmatig bijgewerkte agenda van de vereniging; de contactgegevens van de vereniging met minimum één e-mailadres. De site moet een eigen website zijn (geen onderdeel van een website van een koepelvereniging). Slechts één digitaal platform komt in aanmerking (dus niet én website én Facebook én blog…).
Werkgroep beeldende kunst
|
|
|
| Tentoonstelling in eigen organisatie |
30 punten |
| Deelname met eigen werk aan een tentoonstelling (min. 5 leden) (niet in eigen organisatie) |
5 punten |
| Vormende activiteit in eigen organisatie |
5 punten |
| Overige verenigingsactiviteiten |
1 punt |
Werkgroep beeldexpressie
|
|
|
| Organisatie van een fototentoonstelling |
10 punten |
| Organisatie van een wisseltentoonstelling op één locatie (per locatie) |
10 punten |
| Organisatie van een filmfestival |
10 punten |
| Vormende activiteit in eigen organisatie |
5 punten |
| Deelname met eigen werk aan een tentoonstelling of festival (min. 5 leden) (niet in eigen organisatie) |
2 punten |
| Overige verenigingsactiviteiten |
1 punt |
Werkgroep cultuurspreiding, socio-culturele verenigingen, ouderraden, natuur, culturele vrijetijdsbesteding
|
|
|
| Vormende activiteit in eigen organisatie |
5 punten |
| Overige verenigingsactiviteiten |
1 punt |
| Tijdschrift |
1 punt per 4 bladzijden A4 |
Werkgroep geschiedenis
|
|
|
| Publicatie (genre boek) |
40 punten |
| Vormende activiteit in eigen organisatie |
5 punten |
| Tijdschrift |
1 punt per 4 bladzijden A4 |
| Overige verenigingsactiviteiten |
1 punt |
Werkgroep instrumentale muziekverenigingen
|
|
|
| Organisatie van een eigen concert Heruitvoering van hetzelfde concert |
40 punten 2 punten |
| Stapoptredens Overige optredens, niet in eigen organisatie, waarvoor al dan niet een uitkoopsom/vergoeding ontvangen werd Deelname aan een wedstrijd |
3 punten |
| Overige verenigingsactiviteiten |
1 punt |
Werkgroep koren
|
|
|
| Organisatie van een eigen concert Heruitvoering van hetzelfde concert |
40 punten 2 punten |
| Overige optredens, niet in eigen organisatie, waarvoor al dan niet een uitkoopsom/vergoeding ontvangen werd Deelname aan een wedstrijd |
3 punten |
| Overige verenigingsactiviteiten |
1 punt |
Werkgroep toneel en dans
|
|
|
| Organisatie van een eigen productie/voorstelling (eerste voorstelling) Herneming van dezelfde voorstelling |
40 punten 2 punten |
| Overige optredens, niet in eigen organisatie, waarvoor al dan niet een uitkoopsom/vergoeding ontvangen werd Deelname aan een wedstrijd |
3 punten |
| Organisatie van een toneelvoorstelling uitgevoerd door een ander gezelschap |
4 punten |
| Overige verenigingsactiviteiten |
1 punt |
Artikel 5 – Projectsubsidie
Voorwaarden en criteria
Erkende culturele verenigingen kunnen een aanvraag tot projectsubsidie indienen voor culturele projecten van uitzonderlijke aard. De werkwijze om een aanvraag in te dienen is beschreven op de website van de Stad Ieper.
Binnen het kader van de begroting kan de SCI het stadsbestuur adviseren om een projectsubsidie toe te kennen. Onder ‘erkende culturele verenigingen’ wordt verstaan: verenigingen die lid zijn van de cultuurraad. Onder ‘cultureel project’ wordt verstaan een culturele activiteit of realisatie (geen investeringen in materiaal, lokaal,…).
‘Van uitzonderlijke aard’ betekent dat het project
- niet behoort tot de dagelijkse, reguliere werking van de aanvrager; van uitzonderlijk artistiek of creatief niveau is voor de aanvrager,
- of een uitzonderlijke bijdrage is tot de culturele uitstraling van Ieper.
De aanvrager moet steeds de (hoofd)organisator van het project zijn. De aanvrager kan voor dit project geen andere gemeentelijke subsidies ontvangen. Terugkerende projecten kunnen beoordeeld worden als behorend tot de reguliere werking. Werkgroepactiviteiten vallen niet onder dit reglement maar worden beschouwd als activiteiten van de cultuurraad zelf en vallen onder de werkingskosten van de cultuurraad.
Aanvraag en beoordeling
De aanvrager geeft op het aanvraagformulier een volledige beschrijving van het project, met aandacht voor alle vormelijke en inhoudelijke kenmerken, en een realistische begroting in evenwicht (met alle verwachte inkomsten en uitgaven). Onvolledig ingevulde aanvraagformulieren worden niet behandeld.
De aanvraag dient te gebeuren voor:
De Raad van Bestuur beslist over het toekennen van de projectsubsidie met gewone meerderheid van stemmen als ten minste de helft van de bestuursleden aanwezig is. Als dit niet het geval is, komt de Raad van Bestuur veertien dagen later opnieuw bijeen en beslist met gewone meerderheid van stemmen ongeacht het aantal aanwezige bestuursleden.
Het bedrag van de subsidie wordt bepaald in functie van het soort project, het cultureel belang van het project, de uitstraling van het project, de verhouding van het project tot de (reguliere werking van de) organisator, de realistische raming van alle uitgaven en inkomsten van het project, de beschikbare financiële middelen.
Return
De organisator verbindt er zich toe het logo van de Stad Ieper te gebruiken bij alle communicatie die wordt gevoerd met betrekking tot het project, samen met de vermelding ‘met steun van de Stad Ieper’.
Controle en uitbetaling
Binnen de vier maand na de realisatie van het project moet een evaluatieverslag en de volledige afrekening (overzicht van alle inkomsten en uitgaven met verwijzing naar bijgevoegde bewijsstukken) ingediend worden.
De uitbetaling van de projectsubsidie gebeurt in twee schijven;
1. een eerste schijf van 75% meteen na de goedkeuring;
2. een tweede schijf van 25% na ontvangst en goedkeuring van het evaluatieverslag en de volledige afrekening
Indien de bepalingen van dit reglement niet nageleefd worden, zal de projectsubsidie volledig of gedeeltelijk teruggevorderd worden.
Indien het cultureel project niet kan doorgaan, of sinds de subsidieaanvraag grondig werd gewijzigd, deelt de organisator dit onverwijld mee aan de Stad Ieper, die kan beslissen de subsidie volledig of gedeeltelijk te wijzigen, in te houden of terug te vorderen.
Artikel 6
De bepalingen van dit besluit treden in werking met ingang van 1 januari 2026. Het huidige reglement van 2 december 2019 betreffende toelage aan culturele verenigingen, wordt per 1 januari 2026 opgeheven.
Artikel 7
Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het is een doelstelling van de stad om goede publicaties van gedrukte pers te ondersteunen. Dit gebeurt met het Publicatiefonds literaire creaties over of vanuit Ieper. Met het fonds wil de stad een breed en rijk aanbod van literair werk stimuleren en bij zo veel mogelijk lezers brengen. Het Publicatiefonds gaat uit van de stad Ieper en is een samenwerking van Cultuurraad Ieper, Bibliotheek Ieper, Stadsarchief Ieper, dé Academie Ieper en Musea Ieper. Onder de voorwaarden en volgens de procedure voorzien in het reglement kan een toelage worden toegekend.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed:
Reglement publicatiefonds
Artikel 1: Doelstelling
Stad Ieper ondersteunt met het Publicatiefonds literaire creaties over of vanuit Ieper. Daarmee wil het fonds een breed en rijk aanbod van literair werk stimuleren en bij zo veel mogelijk lezers brengen.
Het Publicatiefonds gaat uit van de stad Ieper en is een samenwerking van Cultuurraad Ieper, Bibliotheek Ieper, Stadsarchief Ieper, dé Academie Ieper en Musea Ieper.
Artikel 2: Voorwaarden
§1 Het Publicatiefonds ondersteunt niet-periodieke publicaties die verband houden met Ieper. Elke niet-periodieke publicatie komt in aanmerking:
| Genre |
Fictie en non-fictie; roman, literatuur, poëzie, thriller, toneeltekst, filmscript, kortverhaal en novelle, wetenschappelijke publicatie.
|
| Vorm |
Publicaties kunnen onder meer zijn: boeken of digitale informatiedragers.
|
| Inhoud |
Cultuurhistorisch (historisch, archeologisch, kunsthistorisch, biografisch, taalkundig, volkskundig, heemkundig, familiekundig, religieus, sociaal-economisch, militair, geografisch,…), kunst, mode, design, toerisme, historische fictie, muziek, sport, maatschappelijk, humor, … |
§2 De publicatie moet een duidelijke band hebben met Ieper of een creatie zijn van een auteur gedomicilieerd in Ieper. De publicatie mag het werk zijn van één auteur of van verschillende auteurs.
§3 De publicatie moet in het Nederlands geschreven zijn.
§4 De publicatie mag geen deel uitmaken van een grotere publicatie (zoals bv. een tijdschriftartikel). Eindwerken en thesissen op zich komen niet in aanmerking. Eigen uitgaven van de stad en de betrokken stadsdiensten komen niet in aanmerking voor steun via dit fonds.
Artikel 3: Indienen van de aanvraag
§1 Elke organisatie met of zonder rechtspersoonlijkheid en elk individu kan een aanvraag indienen.
§2 De aanvraag gebeurt door de uitgever en/of de auteur van de publicatie.
§3 De aanvraag gebeurt op basis van het hiervoor voorziene aanvraagformulier op de website van stad Ieper.
§4 Indien verschillende partners betrokken zijn bij de publicatie, worden de partners vermeld op het formulier met een duiding van de rol van elk van de partners.
§5 De aanvraag gebeurt minstens vier maanden voor de publicatiedatum en uiterlijk op 1 februari, 1 mei of 1 oktober. Aanvragen ingediend uiterlijk op 1 februari gelden voor boeken die ten vroegste op 1 juni worden gepubliceerd, aanvragen uiterlijk op 1 mei voor boeken die ten vroegste op 1 september worden gepubliceerd en aanvragen uiterlijk op 1 oktober voor boeken die ten vroegste op 1 februari worden gepubliceerd.
§6 In de aanvraag worden alle elementen volledig en helder geformuleerd zodat de commissie een goed beeld krijgt van de inhoud van het werk. Onvolledig ingevulde of laattijdig ingediende formulieren worden niet in aanmerking genomen.
§7 Bij de aanvraag wordt een werkversie van de publicatie bezorgd.
Artikel 4: Beoordeling en beslissing
§1 Binnen de budgettaire mogelijkheden van het fonds wordt een toelage toegekend.
§2 Aanvragen worden beoordeeld door een commissie met vertegenwoordigers van cultuurraad Ieper, de betrokken stadsdiensten en indien nodig leden met een specifieke expertise. De beslissing over de aanvragen worden genomen door het college van burgemeester en schepenen op basis van het advies van de beoordelingscommissie. De beslissing is onherroepelijk. Tegen de beslissing kan geen beroep aangetekend worden.
§3 Elke aanvraag wordt afzonderlijk beoordeeld en getoetst aan de volgende criteria:
de kwaliteit van het inhoudelijke concept en de concrete uitwerking;
de inhoudelijke relevantie van de publicatie, de originaliteit en uniciteit;
(indien van toepassing) de kwaliteit van de verwijzing naar de bronnen of documenten waarop de publicatie steunt;
de omvang van de publicatie;
het publieksgerichte concept en het beogen van de communicatie en distributie;
de haalbaarheid;
de kwaliteit van het zakelijke aspect, de financiële onderbouw en realiteitsgehalte van de begroting.
Artikel 5: Uitvoering en opvolging
§1 Ingeval van toekenning moet in het colofon van de publicatie de naam en het logo van het fonds worden opgenomen en de volgende tekst: “Deze publicatie kwam tot stand met steun van het Publicatiefonds van de Stad Ieper”
§2 De publicatie moet binnen een jaar na de toekenning van de bijdrage zijn gerealiseerd. Op schriftelijk en gemotiveerd verzoek kan van deze termijn worden afgeweken.
§3 Na publicatie ontvangt het fonds drie exemplaren van de publicatie.
§4 De uitbetaling van een financiële ondersteuning gebeurt in één keer naar aanleiding van de effectieve realisatie en dus op voorwaarde dat er zekerheid is van de uitvoering van het project. Indien de publicatie niet gerealiseerd wordt, wordt een eventueel toegezegde steun niet uitbetaald.
Artikel 6: De bepalingen van onderhavig reglement worden van kracht met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031. De uitbetaling van deze gemeentelijke toelage geschiedt binnen de perken van het jaarlijks daartoe voorziene begrotingskrediet.
Artikel 7. Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het reglement op het toekennen van een start- en werkingstoelage aan erkende Ieperse kinderopvanginitiatieven, goedgekeurd door de gemeenteraad van 02/12/2019 is aan herziening toe.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Reglement start- en werkingstoelage kinderopvanginitiatieven op Iepers grondgebied
Hoofdstuk 1- Algemene voorwaarden
Artikel 1. Algemene voorwaarden
Elk kinderopvanginitiatief dat voldoet aan de in onderhavig reglement bepaalde voorwaarden en dat behoort tot één van de drie hieronder vermelde categorieën komt in aanmerking voor het verkrijgen van een start- of werkingstoelage van de stad Ieper.
Gezinsopvang: de opvang van baby’s en peuters met een vergunning van het agentschap Opgroeien en die aan deze voorwaarden voldoen.
Groepsopvang: de opvang van baby’s en peuters met een vergunning van het agentschap Opgroeien en die aan deze voorwaarden voldoen of erkend zijn door VAPH als vergunde zorgaanbieder.
Buitenschoolse opvang: elke vorm van opvang aangeboden voor kinderen van het basisonderwijs, voor en na de schooluren en/of woensdagnamiddag en/of tijdens schoolvakantiedagen. De opvang is gemeld aan of erkend door de bevoegde instanties: agentschap Opgroeien of VAPH als vergunde zorgaanbieder. Financiering van buitenschoolse opvang via dit reglement vervalt bij de opstart van het subsidiereglement 'Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA).
Het kinderopvanginitiatief moet gevestigd zijn op het grondgebied van de stad Ieper.
Hoofdstuk 2- Reglement inzake toekenning van een starttoelage
Artikel 2. Bestemming van de starttoelage
De starttoelage mag enkel worden gebruikt om kosten te delgen die de aanvrager heeft gemaakt voor de aankoop van duurzaam materiaal in zover het noodzakelijk is voor de opvang en voor de aankoop van speelgoed. De starttoelage mag niet worden aangewend voor het delgen van kosten die gemaakt zijn voor de aankoop van verbruiksartikelen.
De aanvrager moet de aankopen aantonen aan de hand van facturen.
Artikel 3. Reden aanvraag
Er is één toelage per vestigingsplaats mogelijk. Een starttoelage kan aangevraagd worden bij het lokaal bestuur voor:
- De opstart van een nieuwe locatie
- De verhuis van een bestaande locatie
- De opstart van een volledig nieuw team van kinderbegeleiders op een bestaande locatie.
Artikel 4. Aanvraagprocedure – termijn - beslissing
De aanvrager komt het kinderopvanginitiatief voorstellen in het LOK Ieper (Lokaal Overleg Kinderopvang).
Het LOK geeft niet bindend advies aan het College van Burgemeester en Schepenen over het al dan niet toekennen van de starttoelage.
De aanvraag wordt gericht aan het College van Burgemeester en Schepenen en kan ten vroegste ingediend worden op de officiële startdatum van het opvanginitiatief en ten laatste 12 maanden na deze datum.
De aanvraag gebeurt aan de hand van het aanvraagformulier, te verkrijgen via:
- huisvanhetkind@ieper.be
- www.ieper.be
- Auris - Dienst Welzijn - Kinderopvang - Ter Waarde 1 - 8900 Ieper
De aanvraag moet vergezeld zijn van de gevraagde facturen en een kopie van de vergunning door het agentschap Opgroeien.
De beslissing wordt ten laatste zes maanden na het indienen van de aanvraag schriftelijk meegedeeld. Elke beslissing wordt gemotiveerd.
Het college van burgemeester en schepenen wordt ertoe gemachtigd alle onderzoeken in te stellen die nodig of nuttig zijn in verband met de betoelaging. Tevens is het college gemachtigd nazicht uit te oefenen op de juistheid van de verstrekte gegevens.
Artikel 5. Bedrag en uitbetaling
Het bedrag van de starttoelage kan nooit groter zijn dan de totale som van de door de aanvrager voorgelegde aankoopfacturen.
Het maximale bedrag van de starttoelage wordt verder bepaald aan de hand van de volgende parameters:
- Per opvanginitiatief tot 8 kinderen: max. € 500,00
- Per opvanginitiatief tussen 9 en 18 kinderen: max. € 1.000,00
- Per opvanginitiatief tussen 19 en 30 kinderen: max. € 1.500,00
- Per opvanginitiatief vanaf 30 kinderen: max. € 2.000,00
Ingeval meerdere natuurlijke personen samen een kinderopvanginitiatief opstarten, wordt de starttoelage gelijkmatig verdeeld.
De toelage voorzien in dit reglement wordt enkel toegekend binnen de perken van de op het stedelijk budget oorspronkelijk voorziene kredieten.
Artikel 6. Terugvordering
De starttoelage wordt integraal of gedeeltelijk teruggevorderd indien het kinderopvanginitiatief beslist om het kinderopvanginitiatief stop te zetten tijdens de eerste 3 jaar na de toekenning. Dit is niet van toepassing bij overmacht (bv. brand, ziekte). Wanneer een kinderopvanginitiatief definitief wordt gesloten door agentschap Opgroeien door ernstige bezorgdheden over de veiligheid en kwaliteit van de opvang is er geen sprake van overmacht.
Het terug te vorderen bedrag wordt als volgt bepaald, rekening houdend met het tijdstip van stopzetting:
Jaar na toekenning
% terug te betalen
1ste jaar 100%
2de jaar 80%
3de jaar 60%
Hoofdstuk 3- Reglement inzake toekenning van de werkingstoelage
Artikel 7. Bestemming van de werkingstoelage
De werkingstoelage heeft als doelstelling het delgen van kosten die gemaakt worden om de goede werking van het kinderopvanginitiatief te verzekeren.
Artikel 8. Aanvraagprocedure – termijn - beslissing
De aanvraag wordt gericht aan het College van Burgemeester en Schepenen en wordt uiterlijk voor 15 januari van het volgende jaar ingediend.
De aanvraag gebeurt aan de hand van het aanvraagformulier, te verkrijgen via:
- huisvanhetkind@ieper.be
- www.ieper.be
- Auris - Dienst Welzijn - Kinderopvang - Ter Waarde 1 - 8900 Ieper
De aanvraag moet vergezeld zijn van de lijst met aantal aanwezige kinderen opgesplitst volgens aantal uren aanwezig (<3u, 3 tot 5u of >5uur).
Op basis daarvan wordt het aantal herleide dagen berekend, overeenkomend met de berekening van het agentschap Opgroeien:
| aantal uren aanwezig |
percentage dag |
| <3u |
40% |
| 3u-5u |
60% |
| >5u |
100% |
Het college van burgemeester en schepenen wordt ertoe gemachtigd alle onderzoeken in te stellen die nodig of nuttig zijn in verband met de betoelaging. Tevens is het college gemachtigd nazicht uit te oefenen op de juistheid der verstrekte gegevens.
Artikel 9. Bedrag en uitbetaling
Per herleide dag wordt een werkingstoelage van € 0,50 verleend.
Aan de erkende Ieperse diensten voor opvanggezinnen wordt een jaarlijkse werkingstoelage toegekend van €25,00 per aangesloten en erkend Iepers opvanggezin.
De toelage voorzien in dit reglement wordt enkel toegekend binnen de perken van de op het stedelijk budget oorspronkelijk voorziene kredieten.
De uitbetaling van de werkingstoelage gebeurt jaarlijks, uiterlijk op 31 maart.
Artikel 10. Inwerkingtreding
De bepalingen van dit besluit treden in werking met ingang van 1 januari 2026. Het huidige reglement van 2 december 2019 op het toekennen van een werkingstoelage start- en werkingstoelage aan erkende Ieperse kinderopvanginitiatieven, wordt per 1 januari 2026 opgeheven.
Artikel 11 : Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 740 en 41 , betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Stad Ieper heeft als lokale regisseur een belangrijke inbreng bij de ontwikkeling van het lokale kinderopvangaanbod. Het lokaal bestuur heeft een adviesfunctie over de aanvragen in het kader van de meerjarenprogrammatie voor nieuwe plaatsen met subsidie inkomenstarief. Het lokaal bestuur kan aan een aanvraag:
Een goed opgesteld advies is een meerwaarde bij de beoordeling van de aanvraagdossiers. Dit advies is meebepalend in wie de subsidies toegekend krijgt door het
Agentschap Opgroeien.
Het Lokaal Overleg Kinderopvang (LOK) is samengekomen op donderdag 8 mei 2025 om advies uit te brengen over de te hanteren criteria.
Op vraag van het LOK worden de bijlagen voor artikel 9a en 9b op jaarlijkse basis aangepast op basis van de beschikbare gegevens op ‘provincies.incijfers.be’.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) het volgende reglement goed te keuren:
Reglement tot het vaststellen van de beoordelingscriteria en procedure voor adviesverlening in het kader van de uitbreidingsronde kinderopvang
Hoofdstuk 1: Beoordelingsprocedure
Artikel 1: Bekendmaking
Van zodra de Vlaamse regering een nieuwe uitbreidingsronde lanceert waarvoor Ieper in aanmerking komt, wordt deze oproep vanuit Stad Ieper kenbaar gemaakt:
- aan de bestaande kinderopvanginitiatieven: via mail vanuit het Huis van het Kind
- bij de brede bevolking (potentieel nieuwe organisatoren): via de gemeentelijke communicatiekanalen
Samen met de oproep informeert de stad de organisatoren over de vooropgestelde lokale beoordelingscriteria en de procedure die door het lokaal bestuur wordt gehanteerd.
Artikel 2: Indienen aanvraag
De organisator dient een aanvraag in bij het Agentschap Opgroeien én bij het Huis van het Kind Ieper. De aanvraag aan Huis van het Kind Ieper wordt ingediend via e-mail of per post gericht aan Huis van het kind Ieper. De aanvraag moet ingediend worden uiterlijk op de vermelde datum bij de bekendmaking van de oproep door de stad. Binnen de vijf dagen ontvangt de organisator een ontvangstbevestiging via e-mail of post. Huis van het Kind Ieper agendeert de aanvragen op het eerstvolgende LOK.
Artikel 3: Advies LOK (Lokaal Overleg Kinderopvang)
Tijdens het LOK worden de aanvragen toegelicht en besproken. De organisatoren krijgen de kans om hun aanvraag persoonlijk toe te lichten. Indien er geen vergadering is ingepland van het LOK tijdens de aanvraagprocedure, worden de aanvragen per mail bezorgd aan de leden van het LOK. Vervolgens wordt er in besloten zitting een score toegekend aan de hand van de vastgelegde criteria en een niet bindend advies van beoordeling van de aanvragen geformuleerd ter attentie van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 4: Advies college van burgemeester en schepenen
Met advies van het LOK, formuleert het College van Burgemeester en Schepenen een definitief en gemotiveerd beoordelingsadvies met bijhorende score. Dit advies wordt via het door hen voorziene formulier overgemaakt aan Agentschap Opgroeien. Het college koppelt het advies terug aan de organisator en het LOK. De terugkoppeling aan de organisator gebeurt via e-mail en uiterlijk binnen de acht dagen.
Artikel 5: Hoorrecht
De organisator heeft het recht om gehoord te worden en heeft 30 dagen te tijd om te reageren op het advies van het lokaal bestuur.
Hoofdstuk 2: Beoordelingscriteria
Artikel 6: Algemene bepalingen
Aan ieder criterium wordt een gewicht toegekend. De totale maximumscore bedraagt 20 punten.
Artikel 7: Criterium 1 - Betrokkenheid bij het Lokaal Bestuur (max. 4 punten)
Een hoge betrokkenheid versterkt het lerend netwerk kinderopvang en de realisatie van het lokale beleid.
a. De organisator licht zijn aanvraag toe op het LOK: 1 punt
b. De organisator neemt deel aan de bijeenkomsten van het LOK of engageert zich daartoe via een verklaring op eer: 1 punt
Neemt deel = is minstens aanwezig bij de helft van de bijeenkomsten en verontschuldigt zich bij afwezigheid.
Engageert zich = het ondertekenen van een verklaring op eer toont aan dat de organisator zich engageert om deel te nemen aan de bijeenkomsten.
c. De organisator werkt mee aan het Lokaal Loket Kinderopvang, inclusief digitaal loket of engageert zich daartoe via een verklaring op eer: 2 punten
Meewerken = opvanggegevens registreren en doorgeven aan het lokaal loket; registreren en
actualiseren van vrije plaatsen. Het ondertekenen van een samenwerkingsovereenkomst toont aan dat de organisator bereid is om mee te werken aan de doelstellingen van het LLK.
Artikel 8: Criterium 2 - Toegankelijkheid (max. 7 punten)
De kansen op maatschappelijke integratie van kinderen en hun ouders worden verhoogd door een toegankelijk aanbod kinderopvang. Toegang tot de arbeidsmarkt of vorming, vraagt opvang op maat van de noden van elk gezin.
a. De opvanglocatie voorziet ruime openingsuren. Indien niet op elke opvangdag dezelfde openingsuren worden gehanteerd, wordt een gemiddelde score genomen (puntentelling per opvangdag in een werkweek, gedeeld door 5).
Aanvangsuur:
- tot 7u00: 2 punten
- na 7u00 of later: 1 punt
Sluitingsuur:
- tot 18u00: 1 punt
- na 18u of later: 2 punten
b. De organisator staat open voor kinderen met een specifieke zorgbehoefte of maatschappelijke kwetsbaarheid. Bereidheid tot samenwerking met begeleidingsdiensten in het belang van het gezin is daarbij evident: 1 punt
Staat open of bereidheid = het huishoudelijk reglement geeft verduidelijking over de werking, werkwijze, de rechten en plichten van de organisator en het gezin. Daarnaast wordt dit verduidelijkt aan de hand van specifieke voorbeelden en motivatie.
c. De organisator staat open voor een flexibel en/of deeltijds opvangplan in overleg met de ouders: 2 punten
Staat open = het huishoudelijk reglement geeft verduidelijking over de werking, werkwijze, de rechten en plichten van de organisator en het gezin. Daarnaast wordt dit verduidelijkt aan de hand van specifieke voorbeelden en motivatie.
Artikel 9: Criterium 3: Bereikbaarheid (max. 7 punten)
In een landelijke gemeente is opvang in de buurt en aangepast aan de brede vervoersmogelijkheden sterk van belang, rekening houdend met de maatschappelijke kwetsbaarheid.
a. De opvanglocatie is gelegen in een wijk of deelgemeente met een minieme/lage/gemiddelde/hoge nood aan kinderopvang: 3 punten.
- De opvanglocatie is gelegen in een wijk met 80 of meer plaatsen per 100 kinderen: 0 punten (minieme opvangnood)
- De opvanglocatie is gelegen in een wijk met 50-79 plaatsen per 100 kinderen: 1 punt (lage opvangnood)
- De opvanglocatie is gelegen in een wijk met 30-49 plaatsen per 100 kinderen: 2 punten (gemiddelde opvangnood)
- De opvanglocatie is gelegen in een wijk met minder dan 30 plaatsen per 100 kinderen: 3 punten (hoge opvangnood)
b. De opvanglocatie is gelegen in een aandachtswijk: 2 punten
Aandachtswijk = enkele indicatoren zijn belangrijk in het bepalen van maatschappelijke
kwetsbaarheid. Specifiekere bevolkingsgroepen lopen meer risico dan andere om in een zwakkere sociaaleconomische positie terecht te komen, waardoor kinderopvang bemoeilijkt wordt. De wijken die zich bevinden in hoog of heel hoog risico worden gezien als een aandachtswijk. De Indicatoren zijn:
c. De opvanglocatie is op wandelafstand (≤ 1km) van een basisschool: 1 punt
d. De opvanglocatie is op wandelafstand (≤ 1km) van een bushalte: 1 punt
Artikel 10: Criterium 4 - samenwerking (max. 2 punten)
Opvang met een duurzaam karakter draagt bij aan een meer harmonieuze samenleving.
a. De organisator werkt samen met een bedrijf/voorziening/school of gelijkaardig op organisatorisch, pedagogisch of infrastructureel vlak: 2 punten
Werkt samen = de samenwerking wordt verduidelijkt aan de hand een samenwerkingsovereenkomst en motivatie
Artikel 11: Negatief advies
Het lokaal bestuur kan enkel omwille van de volgende twee redenen een negatief advies geven over een aanvraagdossier:
- Het aanvraagdossier komt niet tegemoet aan de lokale behoeften aan kinderopvang van baby's en peuters, concreet wil dit zeggen dat het lokaal bestuur oordeelt dat er geen nood is aan bijkomende opvangplaatsen met inkomenstarief in de gemeente
- De organisator weigert, ondanks herhaaldelijk verzoek, om samen te werken met het lokaal loket kinderopvang
Hoofdstuk 3: Slotbepalingen
Artikel 12. Inwerkingtreding
De bepalingen van dit besluit treden in werking met ingang van 1 januari 2026. Het huidige reglement van 4 december 2023 inzake het vaststellen van de beoordelingscriteria en procedure voor adviesverlening in het kader van de uitbreidingsronde kinderopvang, wordt per 1 januari 2026 opgeheven.
Artikel 13: Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018) en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19 december 2018).
Een aantal toelagereglementen zijn in onbruik geraakt. Ze werden meerdere jaren geleden ingevoerd maar worden vandaag nog nauwelijks aangevraagd. De doelstellingen van deze reglementen zijn intussen bereikt of achterhaald. Bovendien is de impact ervan te beperkt om de administratieve afhandelingskosten nog langer te verantwoorden.
Het is dan ook aangewezen om deze toelagereglementen op te heffen met ingang van 1 januari 2026.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 17 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Kinoo) tegen 1 neen stem (het raadslid Stubbe):
Artikel 1
Onderstaande toelagereglementen met ingang van 1 januari 2026 op te heffen:
Artikel 2
Dit besluit zal door de burgemeester worden bekend gemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekend gemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
De wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, in bijzonder artikel 40, derde en zesde lid en artikel 71, eerste lid;
Het KB van 7 april 2005 houdende de nadere regels inzake de berekening en de verdeling van de gemeentelijke dotaties in de schoot van een meergemeentenpolitiezone;
Het KB van 5 september 2001 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de politie;
Het Decreet Lokaal Bestuur;
Het unaniem positief advies inzake de verdeelsleutel in politiecollege en politieraad;
Het voorstel begroting 2026 van de politiezone Arro Ieper voor te leggen aan de politieraad van 17 december 2025;
Het unaniem positief advies van het politiecollege en van de begrotingscommissie;
De omzendbrief met betrekking tot begrotingsonderrichtingen politiezones;
De wet van 7 december 1998 voornoemd bepaalt dat de gemeenten het tekort van de politiezone dienen te dragen;
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018).
De begroting 2026 van de politiezone PZ 5462 Arro Ieper wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de politieraad van 17 december 2025.
In 2022 werd de nieuwe verdeelsleutel goedgekeurd die vanaf 2025 en verder jaren wordt gehanteerd. In afwachting daarvan was er reeds een geleidelijke jaarlijkse overgang van 2022-2025 naar de definitieve verdeelsleutel 2025. Deze verdeelsleutel van 2025 loopt dus ook verder voor het huidig meerjarenplan:
| 2022 | 2023 | 2024 | 2025 en verder | |
| verdeelsleutel | ||||
| Ieper | 33,64% | 33,60% | 33,58% | 33,54% |
| Poperinge | 15,68% | 15,63% | 15,58% | 15,54% |
| Wervik | 13,12% | 12,98% | 12,84% | 12,70% |
| Zonnebeke | 7,96% | 8,07% | 8,17% | 8,27% |
| Staden | 7,61% | 7,61% | 7,61% | 7,61% |
| Moorslede | 7,13% | 7,20% | 7,27% | 7,34% |
| Heuvelland | 6,62% | 6,55% | 6,48% | 6,41% |
| Langemark-Poelkapelle | 5,26% | 5,38% | 5,49% | 5,61% |
| Vleteren | 2,36% | 2,35% | 2,35% | 2,34% |
| Mesen | 0,62% | 0,63% | 0,63% | 0,64% |
| 100,00% | 100,00% | 100,00% | 100,00% |
Voor 2026 zijn de exploitatie-dotaties geïndexeerd met 2% t.o.v. 2025 en zijn als volgt per stad/gemeente:
| 2026 | |
| exploitatietoelage | |
| Ieper | 3.845.115 |
| Poperinge | 1.781.547 |
| Wervik | 1.455.962 |
| Zonnebeke | 948.095 |
| Staden | 872.431 |
| Moorslede | 841.477 |
| Heuvelland | 743.859 |
| Langemark-Poelkapelle | 643.145 |
| Vleteren | 268.264 |
| Mesen | 73.371 |
| 11.464.266 |
Voor de investeringen is er 1,5 mio euro voorzien, te financieren met investeringstoelage en zijn als volgt per stad/gemeente:
| 2026 | |
| Investeringstoelage | |
| Ieper | 503.100 |
| Poperinge | 233.100 |
| Wervik | 190.500 |
| Zonnebeke | 124.050 |
| Staden | 114.150 |
| Moorslede | 110.100 |
| Heuvelland | 96.1500 |
| Langemark-Poelkapelle | 84.150 |
| Vleteren | 35.100 |
| Mesen | 9.600 |
| 1.500.000 |
Werkingstoelage in MJP 2026-2031:
| Jaar | Budgetartikel | Budget | Reeds vastgelegd | Oud beschikbaar | Voorgesteld | Nieuw beschikbaar | Datum consultatie |
| 2026 | ACS221/694000/0400-0 |
€3.845.115 | €0 | €3.845.115 | €3.845.115 | €0 | 14/11/2025 |
Investeringstoelage in MJP 2026-2031:
| Jaar | Budgetartikel | Budget | Reeds vastgelegd | Oud beschikbaar | Voorgesteld | Nieuw beschikbaar | Datum consultatie |
| 2026 | ACS221/664511/0400-0 |
€503.100 | €0 | €503.100 | €503.100 | €0 |
14/11/2025 |
Positief visum vanuit financiële dienst. De gevraagde toelagen vallen binnen de opgestelde meerjarenplanaanpassing 2026-2031 van de stad.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 17 ja stemmen en 15 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck, Stubbe en Kinoo):
Artikel 1: De verdeelsleutel van 2025 verder te hanteren voor de periode 2026-2031
Artikel 2: De bijdragen van stad/gemeente zoals ingeschreven in de begroting 2026 van de politiezone Arro Ieper en hierboven vermeld in de tabel goed te keuren.
Artikel 3 : Dit besluit ter goedkeuring over te maken aan de heer gouverneur van de provincie West-Vlaanderen en een afschrift te bezorgen aan de bijzondere rekenplichtige van de politiezone en aan de financieel directeur.
Het Decreet Lokaal Bestuur;
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018);
De omzendbrief van de minister inzake begroting HVZ van 7 oktober 2026.
Op 26 november kregen we een mail van de bijzondere rekenplichtige van de brandweerzone met de vraag de gemeentelijke dotaties Westhoek van 2026 ter kennisgeving voor te brengen op de eerstvolgende gemeenteraad van de stad;
In de zoneraad van 2 oktober 2025 werd de zonale begroting goedgekeurd – zie bijlage 1 - en in de zoneraad van 6 november 2025 werd de verdeelsleutel 2026-2031 goedgekeurd – zie bijlage 2.
De regelgeving stelt dat de hoogte van de gemeentelijke dotaties, dewelke voortvloeit uit de goedkeuring van de zonale begroting, wordt ter kennisgeving geagendeerd op elke gemeenteraad van de gemeenten die deel uitmaken van de zone.
Hieronder vindt u de hoogte van de gemeentelijke dotaties 2026 voor elke gemeente van de brandweerzone.
De bedragen exploitatie- en investeringstoelage van Ieper voor 2026 zijn voorzien in MJP 2026-2031.
De raad wordt verzocht kennis te nemen van deze toelagebedragen voor de brandweerzone.
| Code | Omschrijving budgetboekjaar | Bedrag 2026 |
| BP2026_2031-0/ACS13/0410-0/649401/STAD/CBS/IP-GEEN/U/470 | Werkingstoelage Brandweerzone | € 1.849.767,00 |
| BP2026_2031-0/ACS13/0410-0/664508/STAD/CBS/IP-GEEN/U/470 | Investeringssubsidies Brandweerzone | € 627.635,00 |
De raad neemt kennis van de toelagen voor de brandweerzone voor 2026, namelijk 1.849.766,54 EUR voor exploitatie en 627.634,68 EUR voor investeringen.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
De raad wordt gevraagd akte te nemen van het meerjarenplan 2026-2031 van Vereniging OLV Ziekenhuis.
Het meerjarenplan kan als volgt worden samengevat:
| 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
| Exploitatiesaldo | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 |
| Investeringssaldo | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 |
| Financieringssaldo | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 |
| Budgettair resultaat boekjaar | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 |
| Gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 |
| Gecumuleerd budgettair resultaat | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 |
| Onbeschikbare gelden | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 |
| Beschikbaar budgettair resultaat | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 |
Op basis van deze overwegingen neemt de raad akte van het meerjarenplan 2026-2031 van Vereniging OLV Ziekenhuis.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
De raad wordt gevraagd het meerjarenplan 2026-2031 van AGB Vauban goed te keuren.
Het meerjarenplan van AGB Vauban kan als volgt worden samengevat:
De raad van bestuur van AGB Vauban heeft in zitting van 1 december 2025 het meerjarenplan 2026-2031 vastgesteld.
Op basis van deze overwegingen keurt de gemeenteraad met 17 ja stemmen en 15 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck, Stubbe en Kinoo) het meerjarenplan 2026-2031 van AGB Vauban goed.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
De raad wordt gevraagd het meerjarenplan 2026-2031 van AGB Musea Ieper goed te keuren.
De meerjarenplanaanpassing van AGB Musea Ieper kan als volgt worden samengevat:
De raad van bestuur van AGB Musea Ieper heeft in zitting van 27 november 2025 het meerjarenplan 2026-2031 vastgesteld.
Op basis van deze overwegingen keurt de gemeenteraad met 17 ja stemmen en 15 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, Verkruysse, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck, Stubbe en Kinoo) het meerjarenplan 2026-2031 van AGB Musea Ieper goed.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
De raad wordt gevraagd het meerjarenplan 2026-2031 van de stad vast te stellen en het deel OCMW goed te keuren.
Het meerjarenplan van de stad Ieper en het OCMW kan als volgt worden samengevat:
| 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
| Exploitatiesaldo | 4.979.489 | 3.643.298 | 3.871.358 | 3.131.809 | 4.184.366 | 3.822.325 |
| Investeringssaldo | -10.631.119 | -11.108.478 | -7.609.018 | -10.586.757 | -4.304.566 | -2.771.114 |
| Financieringssaldo | -2.778.295 | 2.077.741 | -227.342 | 5.104.143 | 1.992.798 | -1.589.541 |
| Budgettair resultaat boekjaar | -8.429.926 | -5.387.439 | -3.965.003 | -2.350.806 | 1.872.598 | -538.329 |
| Gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar | 55.309.927 | 46.880.001 | 41.492.562 | 37.527.559 | 35.176.753 | 37.049.351 |
| Gecumuleerd budgettair resultaat | 46.880.001 | 41.492.562 | 37.527.559 | 35.176.753 | 37.049.351 | 36.511.022 |
| Onbeschikbare gelden | 23.888.735 | 21.659.353 | 21.072.756 | 20.596.954 | 21.640.859 | 23.097.799 |
| Beschikbaar budgettair resultaat | 22.991.266 | 19.833.208 | 16.454.803 | 14.579.799 | 15.408.491 | 13.413.222 |
Op basis van deze overwegingen en met 17 ja stemmen en 12 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Verkruysse, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demyere, Louwyck en Stubbe) tegen 3 neen stemmen (de raadsleden Six, Dehollander en Kinoo):
Artikel 1: stelt de raad het meerjarenplan 2026-2031, wat het deel stad betreft vast.
Artikel 2: keurt de raad het meerjarenplan 2026-2031, wat het deel OCMW betreft goed.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 en latere wijzigingen, in bijzonder de artikel 40,41 en 56, inzake de bevoegdheden van de gemeenteraad en het College van Burgemeester en Schepenen.
Decreet houdende de gemeentewegen van 03 mei 2019.
Gecodificeerde decreten Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening) van 15/05/2009.
Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Besluit van de gemeenteraad van 25 februari 2019, vaststelling van de gemeentelijke procedure voor het uitvoeren van uitrustings- en infrastructuurwerken bij verkavelings- en groepswoningbouwprojecten en goedkeuring van het stappenplan voor het bekomen van een omgevingsvergunning voor het verkavelen of bijstellen van een verkaveling of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen voor een bouwproject met openbare wegenis.
Door de bouwheer Woonmaatschappij Ons Onderdak is het studiebureau Buro Stiel aangesteld om het bestek op te maken voor de uitvoering van uitrustings- en infrastructuurwerken nodig om de gronden gelegen langs de Kasteelweg kadastraal gekend Ieper, 12de afdeling, sectie A , 341A2, 341B2, 341C2, 341D2, 341E2, 341F2, 341G2, 341H2, 341K2, 341L2, 341M2, 341N2, 341P2, 341T2, 360B bouwrijp te maken. Het bijzonder bestek met dossiernr. 2024-16, de raming en de plannen voor de wegen- en rioleringswerken met inbegrip van de rooilijn worden ter goedkeuring voorgelegd.
Met het oog op de opmaak van de overeenkomst is het bestek 2-delig. Fase 1 omvat de riolering- en wegeniswerken. Fase 2 omvat de werken nodig voor de aanleg van voetpaden, opritten en groenaanleg. De totaliteit van de werken wordt geraamd op 481.025,5 EUR, btw niet inbegrepen en is integraal ten laste van de private verkavelaar.
Het voorliggend dossier omvat volgende werkzaamheden:
o Voorbereidende opbraakwerken.
o Opbraak bestaande riolering t.b.v. aanleg gescheiden stelsel
o Grondverzet t.b.v. aanleg nieuwe wegenis en riolering.
o Grondverzet t.b.v. aanleg open infiltratiebekkens.
o Leveren en plaatsen van betonbuizen en betonnen inspectieputten t.b.v. RWA-riolering.
o Leveren en plaatsen van gresbuizen en betonnen inspectieputten t.b.v. DWA-riolering.
o Plaatsen en aansluiten van huisaansluitputjes.
o Leveren en plaatsen van fundering uit zandcement t.b.v. riolering.
o Leveren en plaatsen van een omhulling en aanvulling uit zand t.b.v. riolering.
o Leveren en plaatsen van straatkolken.
o Aansluiten van nieuwe riolering op bestaande riolering.
o Leveren en plaatsen van geotextiel en/of geogrid.
o Leveren en plaatsen van een onderfundering type II of betonpuin.(waterdoorlatend)
o Leveren en plaatsen van een fundering uit mager beton en drainerende mager beton voor bestrating.
o Leveren en plaatsen van een fundering uit steenslag en betonverharding.
o Leveren en plaatsen van een fundering uit mager beton voor lijnvormige elementen.
o Leveren en plaatsen van een legbed uit porfier waterdoorlatende bestratingen.
o Leveren en plaatsen van een legbed uit zandcement voor niet-waterdoorlatende bestratingen.
o Leveren en plaatsen van bestrating, waterpasserende bestrating en grasbetontegels.
o Leveren en plaatsen van betonverharding.
o Leveren en plaatsen van fiets-aanleunbeugels
o Leveren en plaatsen van beplanting, incl. onderhoud.
o …
Met het oog op de uitvoering van de infrastructuurwerken, de oplevering ervan en de inlijving in het openbaar domein dient de verkavelaar zich contractueel met de Stad te verbinden. Een overeenkomst dient afgesloten waarin de verplichtingen van de verkavelaar worden opgenomen overeenkomstig het gemeentelijk reglement houdende de realisatie van infrastructuur- en omgevingswerken bij verkavelings- en groepswoningbouwprojecten met openbare wegenis, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 2 september 2024. Afdoende waarborgen dienen gesteld ter verzekering van een kwaliteitsvolle uitvoering.
Resultaten openbaar onderzoek:
In toepassing van art. 47 van het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning neemt de gemeenteraad een beslissing over de voorgestelde wegenwerken en neemt zij daarbij kennis van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek teneinde deze mee te nemen in de bespreking. Volgens de toelichting van het besluit bespreekt de gemeenteraad enkel de bezwaren die handelen over de zaak der wegen
Het openbaar onderzoek liep van 13 oktober 2025 tot en met 11 november 2025. Daarbij werd 1 bezwaarschrift ontvangen.
Het bezwaar heeft geen betrekking op de zaak der wegen.
Alle kosten voor de uitrustings- en infrastructuurwerken van dit project worden gedragen door de projectontwikkelaar.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 29 ja stemmen en 3 onthoudingen (de raadsleden Six, Dehollander en Kinoo):
Artikel 1 : In functie van de bespreking kennis te hebben genomen van de standpunten, opmerkingen en bezwaren m.b.t. de zaak van de wegen die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek.
Artikel 2 : Goedkeuring wordt verleend aan 'de zaak der wegen', met name het wegentracé, de rooilijn en het ontwerpbestek 2024-16 met plannen van omgevingsaanvraag met projectnummer OMV_2025055880 opgesteld door het studiebureau Buro Stiel in opdracht van de bouwheer Woonmaatschappij Ons Onderdak met het oog op de uitvoering van de uitrustings- en infrastructuurwerken om de gronden langs de Kasteelweg, kadastraal gekend Ieper, 12de afdeling, sectie A , 341A2, 341B2, 341C2, 341D2, 341E2, 341F2, 341G2, 341H2, 341K2, 341L2, 341M2, 341N2, 341P2, 341T2, 360B, bouwrijp te maken, overeenkomstig het gemeentelijk reglement van 2 september 2024 en in uitvoering van artikel 31, eerste lid van het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014 en artikel 47 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Artikel 3 : Voor de realisatie van deze werken en de kosteloze grondafstand na definitieve oplevering wordt een overeenkomst tussen de stad Ieper en de bouwheer afgesloten en dienen afdoende waarborgen gesteld voor een gegarandeerde en kwalitatieve uitvoering met kosteloze overdracht naar het openbaar domein.
Artikel 4 : Het College van Burgemeester en Schepenen te gelasten met de uitvoering van deze beslissing.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
De volgende algemene vergadering voor JOC Ieper vzw gaat door op maandag 15/12/2025 om 19u in JOC Ieper vzw. De agenda wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
1) goedkeuring vorig verslag (extranet raadsleden)
2) Begroting JOC Ieper vzw
Exploitatiesaldo: -214 099
Rek 70 Ontvangsten: €162 300
Rek 73 subsidies/ werkingstoelagen: €76 500
Rek 74 Diverse opbrengsten: €0
Rek 75: Financiële interesten: €170
Rek 76: uitzonderlijke opbrengsten: €0
Totale ontvangsten: €238 970,00
Rek 60 aankopen goederen: €58 000
Rek 61 kosten/ diensten: €246 069
Rek 62 personeelskosten : €72 500
Rek 65 financiële kosten: €1 100
Totale uitgaven: €453 069,00
(Voor investeringen krijgt JOC Ieper 100% investeringssubsidie van stad Ieper)
Financieringssaldo: +126 660,67
Terugvordering van toegestane renteloze lening stad: 125000
Terugvordering van toegestane renteloze lening ART Vorte Vis: 1660,67
3) aanpassing huurreglement concertzaal en Fenix:
- betalen op basis van tijdsgebruik in plaats van op soort activiteit
nu activiteiten categorie A en categorie B
Categorie A: Fuiven, staande en zittende concerten, bals, beurzen en modeshows, soupers
Categorie B: Koffienamiddagen, staande recepties, huldigingen, inschrijvingen, vergaderingen, tentoonstellingen en spelactiviteiten
De categorieën omvatten niet elk soort event dat in de Fenix kan plaatsvinden.
Daarom is het voorstel om een prijs per uur toe te laten aan organisaties die minder dan 5u de zaal huren. Huren de gebruikers langer dan 5u dan wordt overgeschakeld op een dagtarief.
- indexering gebruikersgroep 3 en 4
Gebruikersgroep 1: Stadsbestuur Ieper en OCMW Ieper en hun (verzelfstandigde) entiteiten; Ieperse stedelijke adviesraden; organisatoren van activiteiten met provinciale of nationale uitstraling die de toelating van het Stadsbestuur Ieper krijgen.
Gebruikersgroep 2: Ieperse erkende verenigingen en Ieperse openbare diensten, Ieperse onderwijsinstellingen, Ieperse politieke partijen.
Gebruikersgroep 3: Ieperse niet-erkende verenigingen, niet-Ieperse verenigingen en niet-Ieperse openbare diensten, natuurlijke personen.
Gebruikersgroep 4: Bedrijven.
Fenix polyvalente zaal, gebruikersgroep 3: 500/24u --> 600/24u (x 1,2)
Fenix polyvalente zaal, gebruikersgroep 4: 750/24u --> 900/24u (x 1,2)
Fenix polyvalente zaal, gebruikersgroep 3: 25/1u --> 30/1u (x 1,2)
Fenix polyvalente zaal, gebruikersgroep 4: 50/1u --> 60/1u (x 1,2)
Fenix beneden of bovenzaal, gebruikersgroep 3: 80/24u --> 100/24u (x 1,25)
Fenix beneden of bovenzaal, gebruikersgroep 4: 100/24u --> 120/24u (x 1,2)
Fenix beneden of bovenzaal, gebruikersgroep 3: 15/1u --> 20/1u (x 1,33)
Fenix beneden of bovenzaal, gebruikersgroep 4: 20/1u --> 25/1u (x 1,25)
Fenix vergaderzaal, gebruikersgroep 3: 8/1u --> 10/1u (x 1,25)
Fenix vergaderzaal gebruikersgroep 4: 10/1u --> 15/1u (x 1,5)
Concertzaal gebruikersgroep 3: 300/24u à 360/24u (x1,2)
Concertzaal gebruikersgroep 4: 600/24u à 720/ 24u (x1,2)
Concertzaal gebruikersgroep 3: 20/1u à 25/1u (x1,25)
Concertzaal gebruikersgroep 4: 60/1u à 70/1u (x1,17)
4) hernemen prijswijziging speelpleinwerking Sporrewoan.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 26 ja stemmen en 5 onthoudingen (de raadsleden Six, Dehollander, J. Despeghel, Deygers en Kinoo):
Artikel 1: de agenda van de Algemene Vergadering van JOC Ieper vzw goed te keuren:
1) goedkeuring vorig verslag (extranet raadsleden)
2) Begroting JOC Ieper vzw
Exploitatiesaldo: -214 099
Rek 70 Ontvangsten: €162 300
Rek 73 subsidies/ werkingstoelagen: €76 500
Rek 74 Diverse opbrengsten: €0
Rek 75: Financiële interesten: €170
Rek 76: uitzonderlijke opbrengsten: €0
Totale ontvangsten: €238 970,00
Rek 60 aankopen goederen: €58 000
Rek 61 kosten/ diensten: €246 069
Rek 62 personeelskosten : €72 500
Rek 65 financiële kosten: €1 100
Totale uitgaven: €453 069,00
(Voor investeringen krijgt JOC Ieper 100% investeringssubsidie van stad Ieper)
Financieringssaldo: +126 660,67
Terugvordering van toegestane renteloze lening stad: 125000
Terugvordering van toegestane renteloze lening ART Vorte Vis: 1660,67
3) aanpassing huurreglement concertzaal en Fenix:
- betalen op basis van tijdsgebruik in plaats van op soort activiteit
nu activiteiten categorie A en categorie B
Categorie A: Fuiven, staande en zittende concerten, bals, beurzen en modeshows, soupers
Categorie B: Koffienamiddagen, staande recepties, huldigingen, inschrijvingen, vergaderingen, tentoonstellingen en spelactiviteiten
De categorieën omvatten niet elk soort event dat in de Fenix kan plaatsvinden.
Daarom is het voorstel om een prijs per uur toe te laten aan organisaties die minder dan 5u de zaal huren. Huren de gebruikers langer dan 5u dan wordt overgeschakeld op een dagtarief.
- indexering gebruikersgroep 3 en 4
Gebruikersgroep 1: Stadsbestuur Ieper en OCMW Ieper en hun (verzelfstandigde) entiteiten; Ieperse stedelijke adviesraden; organisatoren van activiteiten met provinciale of nationale uitstraling die de toelating van het Stadsbestuur Ieper krijgen.
Gebruikersgroep 2: Ieperse erkende verenigingen en Ieperse openbare diensten, Ieperse onderwijsinstellingen, Ieperse politieke partijen.
Gebruikersgroep 3: Ieperse niet-erkende verenigingen, niet-Ieperse verenigingen en niet-Ieperse openbare diensten, natuurlijke personen.
Gebruikersgroep 4: Bedrijven.
Fenix polyvalente zaal, gebruikersgroep 3: 500/24u --> 600/24u (x 1,2)
Fenix polyvalente zaal, gebruikersgroep 4: 750/24u --> 900/24u (x 1,2)
Fenix polyvalente zaal, gebruikersgroep 3: 25/1u --> 30/1u (x 1,2)
Fenix polyvalente zaal, gebruikersgroep 4: 50/1u --> 60/1u (x 1,2)
Fenix beneden of bovenzaal, gebruikersgroep 3: 80/24u --> 100/24u (x 1,25)
Fenix beneden of bovenzaal, gebruikersgroep 4: 100/24u --> 120/24u (x 1,2)
Fenix beneden of bovenzaal, gebruikersgroep 3: 15/1u --> 20/1u (x 1,33)
Fenix beneden of bovenzaal, gebruikersgroep 4: 20/1u --> 25/1u (x 1,25)
Fenix vergaderzaal, gebruikersgroep 3: 8/1u --> 10/1u (x 1,25)
Fenix vergaderzaal gebruikersgroep 4: 10/1u --> 15/1u (x 1,5)
Concertzaal gebruikersgroep 3: 300/24u à 360/24u (x1,2)
Concertzaal gebruikersgroep 4: 600/24u à 720/ 24u (x1,2)
Concertzaal gebruikersgroep 3: 20/1u à 25/1u (x1,25)
Concertzaal gebruikersgroep 4: 60/1u à 70/1u (x1,17)
4) hernemen prijswijziging speelpleinwerking Sporrewoan.
Artikel 2. de vertegenwoordiger van de stad, burgemeester Katrien Desomer zal deelnemen aan de zitting van deze algemene vergadering en wordt opgedragen haar stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad in verband met de te behandelen agendapunten.
Agenda bestuur 2026 in bijlage
Namens Gemeenteraad,
Stefan Depraetere
Algemeen directeur
Sarah Bouton
Voorzitter