Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 77 en 78, betreffende de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
De notulen van de raad van 1 juni 2026 worden voor goedkeuring ter inzage van de raadsleden gelegd. Er zijn geen opmerkingen geformuleerd, waardoor ze als goedgekeurd kunnen beschouwd worden.
Op basis van deze overwegingen besluit de raad met algemeenheid van stemmen de notulen van 1 juni 2026 goed te keuren.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 77 en 78, betreffende de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de algemeen directeur jaarlijks rapporteert over de organisatiebeheersing aan het college van burgemeester en schepenen, het vast bureau, de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn.
Kader Organisatiebeheersing
Het kader voor organisatiebeheersing werd in 2023 afgerond en goedgekeurd door de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van 5 juni 2023.
Het bestuur blijft werken volgens de ‘Leidraad organisatiebeheersing’ van Audit Vlaanderen. Met dit kader willen we:
Opmaak meerjarenplan 2026-2031
In 2025 werd de focus gelegd op de opmaak van het meerjarenplan 2026-2031. Aan het meerjarenplan werd intensief gewerkt door medewerkers en het schepencollege. Het plan bouwt voort op lopende projecten, de suggestienota van de administratie, het bestuursakkoord van Team Ieper en de memoranda van de adviesraden. Keuzes werden gemaakt binnen de beschikbare financiële middelen: wat kan nu, wat later? Het resultaat is een samenhangend en toekomstgericht beleidsplan.
De strategische meerjarenplanning vormt de kern van het planningsgedeelte van de beleids- en beheerscyclus. Via het meerjarenplan legt het bestuur de grote beleidslijnen voor de komende jaren vast. Het plan wordt jaarlijks minstens eenmaal aangepast.
Het meerjarenplan bestaat uit een inhoudelijk luik (de strategische nota) en een financieel luik (de financiële nota). In de strategische nota worden de prioritaire beleidsdoelstellingen opgenomen die het bestuur wenst te realiseren.
Het meerjarenplan steunt op gezonde financiële uitgangspunten. Daarbij wordt gewaakt over een evenwichtige begroting, met ruimte voor noodzakelijke investeringen en vernieuwing, evenals voor de uitvoering van kerntaken zoals het onderhoud van wegen, groen, sportinfrastructuur en gebouwen, en de dagelijkse dienstverlening.
De documentatie bij het meerjarenplan omvat eveneens een omgevingsanalyse. Voor de externe omgevingsanalyse werd een overzicht opgesteld van het beschikbare cijfermateriaal. De indicatoren uit de burgerbevraging en de Gemeente-Stadsmonitor van 2023 werden in januari 2024 gepubliceerd en geanalyseerd voor Ieper.
Voor de interne analyse werd, voor het luik personeel en organisatie, relevant cijfermateriaal verzameld. In 2024 werd bovendien gestart met een actualisatie van de organogrammen per dienst; dit traject werd in 2025 verdergezet.
Bij de opstart van de legislatuur eind 2024 werden reeds verschillende afspraken vastgelegd. Deze werden onder andere geconcretiseerd in een beslissing "Vaststelling van het begrip 'dagelijks bestuur' in kader van overheidsopdrachten en visum financieel directeur", een beslissing 'Delegatie bevoegdheden dagelijks bestuur overheidsopdrachten aan de algemeen directeur' en een beslissing 'Vaststelling begrip dagelijks personeelsbeheer'. Deze zijn allen in voege in 2025.
Audits en opvolging verbeterpunten
In 2023 vond een inspectie plaats door de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, met een overwegend positief resultaat. De geformuleerde aandachtspunten werden opgenomen in het jaaractieplan van de interne preventiedienst voor 2024 en volgende jaren. Zo werd in 2025 een opleiding “veilige vaardigheden” georganiseerd met als doel medewerkers en leidinggevenden de nodige handvatten aan te reiken om veilig te werken en te reflecteren over verbeterkansen binnen de dienstverlening. Voor (nieuwe) leidinggevenden werden bijkomende ondersteunende tools aangereikt, onder meer om in voorbereiding van risicoanalyses een inventaris op te maken van arbeidsmiddelen en taken.
Tijdens een procesanalyse op 29 juni 2020 identificeerde de POD MI (Programmatorische overheidsdienst voor Maatschappelijke integratie) een aantal risico’s die resulteerden in een actieplan. Op 18 augustus 2025 werd door deze instantie nagegaan in welke mate het OCMW deze actiepunten heeft opgenomen. Deze opvolging leidde tevens tot een herbeoordeling van de risico’s: een groot deel van de acties werd volledig geïmplementeerd, en waar nodig werden bijkomende aanbevelingen geformuleerd.
In oktober 2025 voerde de POD MI een controle uit met betrekking tot onder meer de medische kosten, het recht op maatschappelijke integratie, de tijdelijke COVID-premie, de behandeling van knipperlichten en de bijhorende boekhoudkundige verwerking. Bij de start van de inspectie konden alle gevraagde documenten tijdig en kwalitatief worden aangeleverd. Het verslag was eind 2025 nog niet beschikbaar.
Andere initiatieven rond organisatiebeheersing
In 2025 werden diverse initiatieven genomen of verder uitgerold met betrekking tot organisatiebeheersing, zowel op het vlak van sensibilisering van medewerkers als rond procesoptimalisatie en risicobeheersing.
Enkele voorbeelden:
Met betrekking tot het klachtenreglement, goedgekeurd op 7 maart 2022 werd het proces voor de behandeling van klachten, meldingen en openbaarheid van bestuur en de rapportering hierover geoptimaliseerd.
Het overleg met de diensthoofden werd herwerkt. Met deze aanpassingen willen we de juiste informatie bij de juiste doelgroep brengen en de afstemming en timing van overlegmomenten verbeteren.
Het overleg bestaat voortaan uit drie onderdelen. In een eerste deel ligt de focus op proces- en projectinformatie. In een tweede deel is er ruimte om positieve realisaties, lopende projecten en inspirerende initiatieven te delen. Het derde deel is een intervisiemoment voor leidinggevenden, met nadruk op ervaringsuitwisseling.
In 2025 werd een uitgebreid analysetraject opgestart met betrekking tot de dienstverlening via de website. De website vormt de digitale toegangspoort tot de stad. Dit traject legt de inhoudelijke en functionele basis voor de ontwikkeling en de geplande lancering van een vernieuwde stedelijke website in 2026.
De raad neemt hiervan akte.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 77 en 78, betreffende de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Hierbij worden het klachtenrapport 2024 en het klachtenrapport 2025 voorgelegd. Deze rapporten werden opgesteld conform het geldende klachtenreglement goedgekeurd op 7 maart 2022.
Beide rapporten geven een overzicht van:
De rapporten vertrekken van dossiers die door burgers expliciet worden ingediend als klacht via de daarvoor voorziene kanalen. Elk dossier wordt na ontvangst geregistreerd en inhoudelijk geëvalueerd conform het klachtenreglement.
In de praktijk blijkt dat een groot deel van de ingediende klachten niet als formele klacht kan worden beschouwd, omdat het bijvoorbeeld gaat om een melding, een uiting van ongenoegen, een dossier buiten de bevoegdheid van de stad of een anonieme of onvolledige indiening. Deze dossiers blijven wel opgenomen in het register omwille van transparantie en opvolging.
Daarnaast ontvangt de stad ook rechtstreekse meldingen van burgers die operationeel worden behandeld door de bevoegde diensten, maar geen deel uitmaken van de formele klachtenrapportering.
Overzicht cijfers
In 2024 werden 30 dossiers geregistreerd (KM-2024-000 t.e.m. KM-2024-029). Binnen deze registraties werden 14 klachten ontvankelijk verklaard. Daarnaast werden verschillende dossiers als melding of niet-ontvankelijke klacht geregistreerd, bijvoorbeeld omdat het ging om een melding, een uiting van ongenoegen of een dossier buiten de bevoegdheid van Stad Ieper.
In 2025 werden 39 dossiers geregistreerd (KM-2025-000 t.e.m. KM-2025-038). Binnen deze registraties werden 12 klachten ontvankelijk verklaard. Andere registraties hebben opnieuw eerder betrekking op meldingen, signalen of dossiers; die werden doorgestuurd naar de bevoegde dienst of externe instantie.
Vaststelling
De geregistreerde dossiers hebben voornamelijk betrekking op:
Zoals ook in eerdere rapporteringen blijkt, betreft een aanzienlijk deel van de registraties meldingen of signalen van burgers die niet (altijd) als formele klacht kunnen worden beschouwd volgens het klachtenreglement.
De raad neemt akte van het klachtenrapport 2024 en het klachtenrapport 2025.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 77 en 78 betreffende de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Ieperse verenigingen kunnen een erkenning krijgen door stad Ieper of het OCMW Ieper naargelang hun bevoegdheid. De voorwaarden om erkend te worden zijn thans beschreven in 9 verschillende reglementen.
Gewone erkenning: Erkenningsreglement Ieperse vereniging (GR/2021/264)
Sport: erkennings- en subsidiereglement sportverenigingen en sportorganisatoren Ieper (GR/2020/215)
Cultuur: erkenningsvoorwaarden gespecifieerd in het inwendig reglement van de cultuurraad.
Jeugd: Totaalreglement erkenningen en subsidies jeugdverenigingen (GR/2022/014)
Milieu en natuur: Toelagereglement voor bij de milieuraad aangesloten milieu- en natuurverenigingen (GR/2023/044)
Internationale solidariteit: Reglement erkenning en subsidiëring lokale verenigingen internationale solidariteit (GR/2023/255)
Welzijn: Erkenning- en subsidiereglement lokale welzijnsorganisaties (RMW/2025/060)
Vaderlandslievende verenigingen: Toelagereglement vaderlandslievende verenigingen (GR/2021/030)
Senioren: Toelagereglement seniorenverenigingen (GR/2019/420)
Die versnippering werkt onduidelijkheid in de hand:
Dit kan eenvoudiger, efficiënter en klantvriendelijker door:
Het geïntegreerd erkenningsreglement bundelt en stroomlijnt alle bestaande erkenningsvoorwaarden.
De meeste verenigingen blijven erkend indien ze aan de voorwaarden voldoen. Enkele verenigingen krijgen echter een basiserkenning in plaats van een erkenning als cultuurvereniging gezien de werkgroep culturele vrijetijdsbesteding verdwijnt. Deze verenigingen komen daardoor niet langer in aanmerking voor werkingssubsidie: Kampeerclub De Katjes Ieper-PAsar, PTT Vriendenkring Ieper, vriendenkring Jan Yperman ziekenhuis, De Bierorde van Vauban, Iepfina, Ieperse Computerclub en College Gheselscap. Vier verenigingen worden mogelijks opgenomen in de werkgroep cultuurspreiding, indien de raad van bestuur van de cultuurraad daarmee akkoord gaat: Radioclub Ieper ON7FF, UBA sectie IPR, Koninklijke Postzegelclub Yper en Koninklijke Ieperse Schaakkring.
Het ontwerpreglement werd voorgelegd aan de betrokken diensten, en via hen aan de adviesraden. De adviesraden waren akkoord, behoudens enkele opmerkingen die in het reglement werden verwerkt. Volgende opmerkingen zijn inhoudelijk van aard en worden hier expliciet vermeld:
Op basis van deze overwegingen besluit de raad met 29 ja stemmen en 3 onthoudingen (de raadsleden Six, Dehollander en Kinoo):
Hoofdstuk 1: Algemeen
Artikel 1:
OCMW Ieper wil het sociale weefsel in haar gemeenschap versterken. Daarom erkent ze verenigingen die hier actief aan meewerken. Erkende verenigingen kunnen gebruikmaken van gerichte ondersteuningsvormen.
OCMW Ieper erkent Ieperse verenigingen die aan welbepaalde voorwaarden voldoen. Er zijn twee soorten erkenningen:
Artikel 2: Basisvoorwaarden
Een vereniging kan enkel erkend worden als Ieperse vereniging als ze aan volgende voorwaarden voldoet:
1. De vereniging is een vereniging zonder winstoogmerk (VZW) of een feitelijke vereniging.
2. De vereniging wordt geleid door een bestuur dat minimum uit 3 leden bestaat die op een verschillend adres gedomicilieerd zijn, en waarvan de meerderheid in Ieper woont;
3. De maatschappelijke zetel of het secretariaat (indien feitelijke vereniging) moet in Ieper gevestigd zijn;
4. Volgende verenigingen worden uitgesloten:
5. Het is een open vereniging. Het activiteitenaanbod is toegankelijk voor minstens alle inwoners van Ieper die aan de doelgroep van de vereniging beantwoorden;
6. De vereniging heeft een actieve werking op het grondgebied van Ieper: minstens 3 zelf georganiseerde activiteiten per jaar waarvan 1 publiek toegankelijke activiteit. De vereniging moet daarvan het bewijs kunnen leveren op basis van het vorige kalenderjaar. Een publiek toegankelijke activiteit is een activiteit waarop iedereen welkom is, ook niet-leden. Of een activiteit al dan niet publiek toegankelijk is, blijkt duidelijk uit het gebruik van promotiekanalen die een grote groep van inwoners bereiken.
7. De vereniging heeft zich als aparte vereniging geregistreerd in het Vlaams Verenigingsregister.
8. De vereniging heeft een publiek zichtbare werking via een eigen communicatiekanaal (website, tijdschrift, folder, sociale media, …) waar de nodige informatie beschikbaar is met betrekking tot de werking en de structuur van de vereniging.
9. De vereniging verbindt zich ertoe geen enkele vorm van discriminatie op grond van nationaliteit, huidskleur, afkomst, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, vermogen, geloof of levensbeschouwing, politieke overtuiging, taal, handicap en fysieke eigenschappen te dulden in zijn werking. De vereniging verbindt er zich eveneens toe elk discriminerend gedrag tijdens de werking te voorkomen en indien nodig te bestrijden en te bestraffen.
Hoofdstuk 2: Thematische erkenning
Artikel 3: Cultuurvereniging
§1 Een cultuurvereniging is een groepering van mensen die op een georganiseerde manier cultuur beleven of creëren. Cultuur speelt een belangrijke rol in de programmatie van de vereniging, zijnde: beeldende kunst, beeldexpressie, cultuurspreiding, geschiedenis, instrumentale muziek, koren, natuur, socio-culturele verenigingen, toneel en/of dans.
§2 De vereniging neemt actief deel aan de activiteiten en de werking van de cultuurraad, door minstens eenmaal per jaar aanwezig te zijn op een algemene vergadering en een werkgroepvergadering, en door deel te nemen aan de activiteiten die de SCI organiseert.
§3 Op advies van de cultuurraad wordt de vereniging toegewezen aan één van de werkgroepen van de cultuurraad.
Artikel 4: Vereniging voor internationale solidariteit
§1 De vereniging werkt rond internationale solidariteit. Het buitenlands werkingsgebied van de vereniging valt binnen een land dat voorkomt in één van de vier categorieën van de 'DAC List of ODA Recipients'.
§5 In afwijking van artikel 2 punt 2 (minimum 3 bestuursleden) volstaat het dat het bestuur uit minimum 2 leden bestaat die op een verschillend adres gedomicilieerd zijn, waarvan minstens één in Ieper.
§2 In afwijking van artikel 2 punt 3 (maatschappelijke zetel in Ieper) komen ook in Ieper gevestigde afdelingen van nationale ngo’s in aanmerking voor erkenning.
§3 De vereniging organiseerde het afgelopen jaar voor een ruim publiek in Ieper minstens 1 activiteit die voldoet aan de definitie van een activiteit in ‘het reglement betreffende de subsidiëring van lokale verenigingen werkzaam rond internationale solidariteit’.
§4 De vereniging werkt minimaal 2 keer per jaar mee aan een initiatief van de dienst of de stedelijke raad Internationale Solidariteit.
Artikel 5: jeugdvereniging
§1 De organisatie heeft als hoofddoel activiteiten voor jongeren (-30 jaar). De vereniging organiseert minstens 15 activiteiten per jaar volledig zelf met de eigen leiding en/of leden van de eigen beweging die tot doel hebben een buiten- en naschoolse vorming en ontspanning voor de eigen leden te bezorgen. Deze activiteiten mogen niet commercieel gericht zijn.
§2 De vereniging heeft minimaal 3 vrijwilligers, met een verantwoordelijke vrijwilliger van minstens 18 jaar oud. Minstens de helft van de vrijwilligers bestaat uit jongeren (-30 jaar).
§3 De vereniging heeft minstens 5 gewone leden (leiding niet meegerekend) die in Ieper gedomicilieerd zijn en jonger zijn dan 26 jaar.
§4 De vereniging bezorgt de namen van de hoofdleider en leden, hun geboortedatum, adres, emailadres en telefoonnummer jaarlijks aan het secretariaat van de jeugddienst van Ieper.
Artikel 6: speelpleinwerking
§1 De werking van de vereniging heeft als hoofddoel spelen en is actief tijdens de schoolvakanties (in hoofdzaak zonder overnachting).
§2 De vereniging gebruikt een vast lokaal in Ieper.
§3 Animatoren (jongeren onder de 30 jaar) voeren het speelaanbod uit en worden betrokken bij de werking.
§4 Inschrijvingen moeten openbaar zijn. Er mogen enkel beperkingen zijn op basis van maximaal beschikbare plaatsen of onderscheid gemaakt omwille woonplaats of school waar de deelnemer schoolloopt. De kalender moet bereikbaar zijn voor de hele doelgroep.
§5 Er moeten gedurende het werkjaar minstens 15 unieke deelnemers zijn die in Ieper gedomicilieerd zijn.
§6 In het werkjaar moeten er minimaal 20 halve speelpleindagen zijn. Deelnemers kiezen zelf hoe vaak ze deelnemen.
§7 De vereniging is lid van de Vlaamse dienst speelpleinwerk.
Artikel 7: Jeugdhuizen
§1 De vereniging biedt een ontmoetingsplek waar alle jongeren welkom zijn. In hoofdzaak vinden er activiteiten plaats voor en door jongeren tussen de 14 en 30 jaar.
§2 De vereniging heeft minstens 5 vrijwilligers die in Ieper gedomicilieerd zijn en jonger zijn dan 26 jaar. Minimum 1 vrijwilliger is ouder dan 18 jaar.
§3 De vereniging heeft een lokaal in Ieper bestaande uit minimum een publieksruimte, een sanitaire ruimte en een extra lokaal (secretariaat/ info/ vergaderzaal). De ruimte waarin de werking zich ontplooit staat tijdens de werkingsuren exclusief ter beschikking van het jeugdhuis.
§4 Het jeugdhuis heeft minimum 2 openingsmomenten per week (minimum 10 uren in totaal), waarvan 1 in het weekend (vrijdag, zaterdag of zondag). De openingsuren moeten duidelijk worden aangekondigd. Het jeugdhuis moet open staan voor alle jongeren in de meest gunstige of gebruikelijke vrijetijdsmomenten van de doelgroep.
§5 Het jeugdhuis organiseert minimum 10 activiteiten per jaar. Dit kunnen ontspannings- en vormingsactiviteiten zijn.
§6 De vereniging is een vzw.
Artikel 8: milieuvereniging
De vereniging houdt zich bezig met kennis- en informatiebeheer, educatie, onderzoek of advies met betrekking tot één of meerdere milieu- en/of duurzaamheids- en/of klimaatthema’s.
Artikel 9: natuurvereniging
De vereniging houdt zich bezig met kennis- en informatiebeheer, educatie, natuurbeleving, onderzoek of advies of beheer met betrekking tot één of meerdere natuur-, bos- of groenthema’s.
Artikel 10: opvoeding en gezin
§1 De vereniging is een oudervereniging van een Ieperse school.
§2 De vereniging is een afdeling van Gezinsbond.
Artikel 11: Seniorenvereniging
Een seniorenvereniging is een georganiseerde groep die groepsgerichte activiteiten aanbiedt voor en door personen van 55 jaar en ouder. De activiteiten hebben een sociaal-cultureel, educatief, recreatief of sportief doel en zijn gericht op ontmoeting, actieve participatie en vrije tijd. De organisatie gebeurt op basis van vrijwilligheid en niet-commerciële belangen.
Artikel 12: Sportvereniging
§1 De vereniging heeft als hoofddoel haar leden aan te zetten tot sportbeoefening/beweging en dit op regelmatige basis. Hierbij wordt minstens 1 activiteit op wekelijkse basis voor minstens 26 weken aangeboden of georganiseerd.
§2 De vereniging heeft minimum 10 actieve leden.
§3 De vereniging heeft een verzekering voor burgerrechtelijke aansprakelijkheid afgesloten voor de sportvereniging, haar bestuurders en haar begeleiders/trainers/lesgevers.
§4 De vereniging heeft een verzekeringspolis ‘lichamelijke ongevallen’ afgesloten ter bescherming van haar aangesloten leden. Dit kan ook vervat zijn in het lidgeld voor de erkende Vlaamse sportfederatie.
§5 In afwijking van artikel 2 punt 2 (meerderheid bestuursleden gedomicilieerd in Ieper) volstaat het voor sportverenigingen dat ten minste 1 bestuurslid in Ieper gedomicilieerd is.
§6 Verenigingen of organisaties met specifieke infrastructuur die vanuit een commerciële insteek activiteiten organiseren (fitnesscentra, danscentra, maneges, padelaanbieders, golf, ...) kunnen niet in aanmerking komen voor erkenning.
Artikel 13: Sportorganisator
§1 De vereniging is een vereniging zonder winstoogmerk (VZW).
§2 In afwijking van artikel 2 punt 6 (actieve werking op grondgebied Ieper) volstaat het om minstens 1 x per jaar een sportmanifestatie op het grondgebied van de Stad Ieper te organiseren.
§3 De deelnemers aan de manifestatie of het evenement worden allen verzekerd tegen lichamelijke ongevallen.
Artikel 14: Vaderlandslievende vereniging
§1 De vereniging zet zich in voor de herdenking van de gesneuvelden van de beide wereldoorlogen en werkt mee aan initiatieven voor een verdraagzame en vredevolle samenleving.
§2 In afwijking van artikel 2 punt 2 moeten de bestuursleden niet in Ieper gedomicilieerd zijn.
§3 In afwijking van artikel 2 punt 3 moet de maatschappelijke zetel of het secretariaat niet in Ieper gevestigd zijn.
§4 In afwijking van artikel 2 punt 6 volstaat deelname aan een herdenking als een publieke activiteit. De vereniging hoeft dit niet bijkomend aan te tonen door het gebruik van eigen promotiekanalen.
§5 In afwijking van artikel 2 punt 8 hoeft de vereniging geen bijkomende eigen communicatiekanalen te hebben. Het volstaat dat de vereniging een contactpersoon heeft die geïnteresseerden informatie kan bezorgen met betrekking tot de werking en de structuur van de vereniging. De contactgegevens van deze contactpersoon worden vermeld in het Vlaams Verenigingsregister, samen met een beknopte beschrijving van de vereniging.
Artikel 15: Welzijnsorganisatie
§1 De vereniging richt zich op de ondersteuning van personen (of hun verwanten) met een beperking, een aandoening of psychische of sociale problemen en bijdragen aan hun emancipatie, participatie en versterking.
§2 In afwijking van artikel 2 punt 3 (maatschappelijke zetel of secretariaat in Ieper) volstaat dat uit andere aspecten van haar doel, werking of organisatiestructuur blijkt dat het in de praktijk gaat om een organisatie werkzaam in Ieper.
§3 In afwijking van artikel 2 punt 4 (uitgesloten verenigingen) kunnen verenigingen die werken met meer dan één personeelslid in dienst in aanmerking komen als welzijnsorganisatie.
§4 In afwijking van artikel 2 punt 6 (actieve werking op grondgebied Ieper) geldt voor welzijnsverenigingen dat een groot deel of het geheel van de dienstverlening en activiteiten van de vereniging plaats vindt in Ieper en/of minstens 5 inwoners van Ieper gebruik maken van dit aanbod. De vereniging moet daarvan het bewijs kunnen leveren op basis van het vorige kalenderjaar.
§5 In afwijking van artikel 2 punt 7 (registratie in Vlaams Verenigingsregister) kunnen organisaties waarvoor anonimiteit belangrijk is een uitzondering vragen.
Artikel 16: Buurtcomité
§1 Verenigingen die voor de eigen leefomgeving opkomen en/of straat-, wijk- en dorpsactiviteiten organiseren zoals bvb. een markt, een buurtbarbecue, sport- en spelactiviteiten, kermis,….
§2 Een meerderheid van de leden van het bestuur zijn gedomicilieerd in de straat, de wijk of het dorp. De maatschappelijke zetel of het secretariaat (indien feitelijke vereniging) is gevestigd in de straat, de wijk of het dorp.
§3 De vereniging richt zich op een entiteit van één of meerdere aaneengesloten straten met minstens 75 inwoners.
Hoofdstuk 3: Wijze van aanvragen en gevolgen
Artikel 17: Aanvraagprocedure
§1 De werkwijze om een aanvraag in te dienen is beschreven op de website van stad Ieper.
§2 De aanvraag wordt beoordeeld door de stadsdiensten op ontvankelijkheid, volledigheid en inhoud. Indien nodig kan bijkomende informatie opgevraagd worden. Zo nodig wordt advies gevraagd aan de stedelijke adviesraden. Vervolgens wordt de aanvraag voorgelegd aan het vast bureau dat de vereniging al dan niet erkent.
Artikel 18: Duur van de erkenning
§1 Een erkenning wordt minstens elke zes jaar herzien. De stadsdiensten nodigen de betrokken verenigingen uit om opnieuw een erkenning aan te vragen.
§2 Stad Ieper kan een erkenning herzien wanneer een vereniging een subsidieaanvraag indient.
§3 Wanneer de organisatie haar naam, doel of rechtspersoonlijkheid wijzigt, dient een nieuwe erkenning te worden aangevraagd.
§4 De stadsdiensten kunnen een erkende vereniging vragen via de nodige documenten aan te tonen dat nog steeds voldaan wordt aan de erkenningsvoorwaarden en dat de verklaringen in het aanvraagformulier kloppen met de werkelijkheid. Dit kan gebeuren op vraag van het vast bureau of een betrokken adviesraad. Wanneer uit onderzoek blijkt dat een vereniging niet voldoet, kan de erkenning ingetrokken worden en kunnen de reeds ontvangen voordelen teruggevorderd worden.
Artikel 19: Gevolg van de erkenning
De erkenning geeft de verenigingen toegang tot volgende voordelen:
1. De vereniging wordt vermeld op de stedelijke website.
2. De vereniging kan gebruikmaken van de materialen uit de stedelijke uitleendienst, volgens de voorwaarden van het geldende reglement.
3. De vereniging geniet een voorrangsregeling en verlaagd tarief voor de huur van stedelijke infrastructuur in overeenstemming met het geldende reglement.
4. De vereniging met een thematische erkenning kunnen een aanvraag indienen voor specifieke voordelen zoals subsidies in overeenstemming met de geldende reglementen.
5. De vereniging kan onder bepaalde voorwaarden fiscale attesten kinderopvang uitreiken voor activiteiten voor kinderen tot 14 jaar (of onder de 21 jaar indien het een kind met beperking betreft).
Hoofdstuk 4: Slotbepalingen
Artikel 20: Uitzonderingen op het reglement
Het vast bureau kan, in uitzonderlijke en gemotiveerde gevallen, afwijken van de bepalingen van dit reglement. Een dergelijke afwijking kan slechts worden toegestaan na voorafgaand advies van de bevoegde stadsdiensten en indien van toepassing de betrokken adviesraad. De beslissing tot afwijking wordt gemotiveerd.
Artikel 21: Inwerkingtreding en overgangsmaatregel
§1 Dit reglement treedt na goedkeuring onmiddellijk in werking. Het erkenningsreglement Ieperse vereniging, goedgekeurd door de gemeenteraad op 4/10/2021, wordt opgeheven.
§2 Verenigingen die reeds erkend zijn behouden hun erkenning tot het college een nieuwe beslissing neemt over de erkenning van de betrokken vereniging.
Artikel 22: Bekendmaking
Het reglement wordt door de voorzitter van het vast bureau bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad Ieper, met vermelding van zowel de datum waarop het reglement werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 77 - 78, betreffende de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
De Raad heeft in zitting van 1 december 2025 het reglement betreffende de erkenning en subsidiëring lokale welzijnsorganisaties goedgekeurd. Aan de hand van dit reglement wenst de raad voor maatschappelijk welzijn van de stad Ieper duidelijke regels vast te leggen rond de erkenning en subsidiëring van lokale welzijnsorganisaties. De raad voor maatschappelijk welzijn erkent hiermee de inspanningen van lokale organisaties die werkzaam zijn rond de zorg, het welzijn en de ondersteuning van kwetsbare Ieperlingen.
In de zitting van de gemeenteraad van 29 juni 2026 is een nieuw reglement betreffende erkenning van verenigingen goedgekeurd.
Bij gevolg wordt het reglement van 1 december 2025 aangepast; de artikelen 1 tot en met 4 worden geschrapt. De overige zaken met betrekking tot subsidiëring van erkende welzijnsverenigingen worden behouden in het nieuwe reglement.
Op de budgetartikel ACO090002/0900-0/649830 staat jaarlijks over de periode 2026-2031 €72.121 ingeschreven. De uitgaven in uitvoering van dit reglement worden hierop aangerekend.
Op basis van deze overwegingen besluit de raad met 18 ja stemmen en 3 onthoudingen (de raadsleden Six, Dehollander en Kinoo) tegen 11 neen stemmen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, V. Despeghel, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demeyere en Louwyck) het volgende reglement goed te keuren:
Subsidiereglement lokale welzijnsorganisaties
Artikel 1: Algemene bepalingen
Het Vast Bureau van Ieper kan jaarlijks subsidies verlenen aan erkende welzijnsorganisaties, binnen de perken van de kredieten voorzien op het budget van het OCMW en volgens de voorwaarden die in dit reglement vastgelegd worden.
Artikel 2: Toepassingsgebied en categorieën
Categorie 1: de welzijnsinstellingen, professioneel georganiseerde welzijnsorganisaties op vlak van vrije tijd en zorg, maatwerkorganisaties, sociale economieprojecten en een overkoepelend geheel van verenigingen en organisaties zonder eigen uitgewerkt aanbod met structurele werking van minder dan 3 activiteiten op jaarbasis.
Categorie 2: de lokaal erkende verenigingen met eigen, uitgewerkt aanbod met structurele werking van minimum 3 activiteiten op jaarbasis die (hoofdzakelijk) werken met vrijwilligers, waarbij individuele inwoners van Ieper direct genieten van de dienstverlening of deelnemen aan een activiteit zonder dat lidmaatschap noodzakelijk is en die als methodiek direct bijdragen aan emancipatie, participatie en versterking van de hoger vermelde kwetsbare doelgroepen.
Categorie 3: de organisaties die kunnen aantonen dat zij een intensieve samenwerking hebben met stad Ieper en actief participeren in de uitwerking en ondersteuning van de beleidskeuzes van Stad Ieper.
Categorie 4: De organisaties die op vraag van Stad Ieper een dienstverlenende opdracht opnemen.
De welzijnsorganisatie kan een werkingssubsidie ontvangen indien zij op geen andere wijze door de Stad financieel ondersteund wordt of een subsidie ontvangt.
Artikel 3: Subsidiebedragen
Organisaties beschreven in categorie 1 worden ondersteund volgens de modaliteiten beschreven in het reglement erkenning verenigingen.
Erkende welzijnsverenigingen van categorie 2, 3 en 4 die een geldig aanvraagformulier indienen kunnen jaarlijks een forfaitair bedrag als subsidie krijgen.
| categorie | Subsidie |
| Categorie 2 | 350 euro |
| Categorie 2 (Samana) | 2000 euro voor alle afdelingen samen, verdeelsleutel onderling te bepalen |
| Categorie 3 | 700 euro |
| Categorie 4 | volgens convenant of samenwerkingsakkoord |
Artikel 4: Procedure
De aanvraag voor een werkingssubsidie wordt ten laatste op 31 mei bezorgd aan dienst Welzijn. De aanvraag gebeurt via het aanvraagdossier.
De dienst Welzijn kan bijkomende informatie opvragen ter vervollediging van het ingediende aanvraagdossier.
De beslissing tot toekenning van werkingssubsidie wordt genomen door het Vast Bureau op basis van een advies van dienst Welzijn.
Hoofdstuk 2 - Slotbepalingen
Artikel 5:
Het Vast Bureau kan beslissen om de erkenning in te trekken of de subsidie van het betrokken kalenderjaar stop te zetten en/of terug te vorderen indien de verklaringen in het aanvraagformulier (erkenning/subsidiëring) niet kloppen met de werkelijkheid.
Artikel 6: Uitzonderingen op het reglement
Het Vast Bureau kan beslissen om uitzonderingen op het reglement toe te staan als een vereniging hun werking kan bewijzen, op gemotiveerd advies van dienst Welzijn.
Artikel 7:
De bepalingen van onderhavig reglement worden van kracht 10 dagen na de publicatie. Het reglement van 1 december 2025 betreffende het vaststellen van de erkenning en het subsidiereglement lokale welzijnsorganisaties wordt opgeheven.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 77 en 78, betreffende de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018).
Besluit Vlaamse Regering betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeente, provincies, openbare centra voor maatschappelijk welzijn en latere wijzigingen.
Ministerieel besluit tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten en de toelichting ervan, en van de rekeningstelsels van de gemeenten, provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en latere wijzigingen.
De raad wordt gevraagd kennis te nemen van de jaarrekening 2025 van het stadsbestuur Ieper, deel OCMW, en deze goed te keuren en vast te stellen.
De jaarrekening 2025 kan als volgt worden samengevat :
| I.Exploitatiebudget |
17.296.106 |
| II.Investeringsbudget |
-9.610.928 |
| IV.Financieringssaldo |
-4.927.335 |
| V.Budgettair resultaat van het boekjaar |
2.757.843 |
| VI. Gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar |
67.018.385 |
| VII. Gecumuleerd budgettair resultaat |
69.776.229 |
| VIII. Onbeschikbare gelden |
27.705.745 |
| VIII. Beschikbaar budgettair resultaat |
42.570.483 |
Op basis van deze overwegingen neemt de raad kennis van het deel OCMW Ieper van de jaarrekening 2025 van het stadsbestuur en stelt deze vast met 19 ja stemmen en 13 onthoudingen (de raadsleden Bolle, Six, V. Despeghel, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demeyere, Louwyck en Kinoo).
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 77 - 78, betreffende de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
De pacht in hoofde van de heer Alain Deknudt betreft de hoeve in de Schachteweidestraat in Zillebeke met 2ha 79a 20ca landbouwgrond.
Er is nog een pacht van 18 jaar.
De pachtopbrengst voor de gebouwen is laag en bedroeg het voorbije jaar (periode 01.10.2025-30.09.2026) 14.649,47 EUR in totaal.
De verkoop van de hoevegebouwen is wenselijk.
Het voorwerp van de verkoop kan worden bepaald op het lot met een oppervlakte van 2ha 79a 20ca zoals weergegeven op het metingsplan.
Met in acht name van het schattingsverslag en rekening houdend met de intrinsieke waarde van het onroerend goed is de minimumprijs die het O.C.M.W. wil 350.000,00 EUR. In deze waarde is een vergoeding voor investeringen die door de pachter werden uitgevoerd voor een totaal bedrag van 68.294,00 euro EUR niet inbegrepen.
De Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie dient te worden ontslagen van zijn verplichting ambtshalve inschrijving te nemen bij de overschrijving van de akte.
Er wordt voorgesteld een beperkt openbare verkoop te organiseren waarbij de minimale verkoopprijs van de hoevegebouwen met een oppervlakte van 2ha 79a 21ca wordt bepaald op 350.000,00 euro en waarbij aan de koper, in het geval dit een derde zou zijn, de verplichting wordt opgelegd om een vergoeding van in totaal 68.294,00 euro te betalen aan de pachter voor investeringen die hij zelf heeft gerealiseerd op de hoeve.
Op voorstel van het vast bureau.
Op basis van deze overwegingen besluit de raad voor maatschappelijk welzijn met algemeenheid van stemmen:
Artikel 1: Het volgend onroerend goed te koop aan te bieden: de hoevegebouwen met medegaande grond gelegen Schachteweidestraat in Zillebeke met 2ha 79a 20ca landbouwgrond, alle in pacht van de heer Alain Deknudt.
Artikel 2: De wijze van verkoop te bepalen op de beperkte openbare verkoop waarbij publiciteit wordt gevoerd en schriftelijke biedingen kunnen worden uitgebracht waarbij eenieder die het minimumbedrag biedt, wordt uitgenodigd voor een opbieding tussen partijen.
Artikel 3: De minimale verkoopprijs te bepalen op 350.000,00 EUR.
Artikel 4: De koper bovenop de betaling van de koopsom de verplichting op te leggen een vergoeding te betalen van 68.294,00 EUR aan de pachter voor de door hem en/of zijn rechtsvoorgangers opgerichte gebouwen en uitgevoerde verbeteringswerken, in ruil waarvoor de pachter afstand doet van zijn aanspraken op een dergelijke vergoeding bij het verstrijken van de pacht.
Artikel 5: een notaris aan te stellen en deze te gelasten met de samenstelling van het dossier en de afhandeling van de beperkt openbare verkoop.
Artikel 6: De algemeen directeur en de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn te machtigen alle stukken met betrekking tot de beperkt openbare verkoop te ondertekenen.
Artikel 7: De algemene administratie van de patrimoniumdocumentatie te ontslaan van zijn verplichting ambtshalve inschrijving te nemen bij de overschrijving van de akte.
Collega’s, in de vorige legislatuur werd een dossier uitgewerkt om op de site van het Sint‑Jansgodshuis 10 modulaire woningen te bouwen voor dak- en thuislozen. Er werd zelfs een subsidiedossier ingediend en goedgekeurd. Het huidige bestuur heeft er echter voor gekozen om dit project te schrappen omwille van de te hoge kostprijs per woonunit.
Intussen vernemen we dat het stadsbestuur onderzoekt of er op de site ’t Hofland woningen voor dak- en thuislozen kunnen worden gerealiseerd. We hadden vroeger een concreet project met 10 woningen, vandaag zitten we opnieuw in een onderzoeksfase. Intussen hebben we kostbare tijd verloren, terwijl de nood alleen maar toeneemt.
Die stijgende nood hangt rechtstreeks samen met de druk op de woonmarkt. In Ieper bedraagt de gemiddelde huurprijs vandaag ongeveer 700 euro per maand voor een appartement en 800 euro voor een huis, en die blijft stijgen. Voor veel mensen wordt het steeds moeilijker om huur en dagelijkse kosten te combineren.
Tegelijk zien we dat wie geen toegang heeft tot een sociale woning, aangewezen blijft op die duurdere private huurmarkt. Dak- en thuisloosheid, huurdruk en het tekort aan sociale woningen zijn dus onlosmakelijk met elkaar verbonden.
De cijfers bevestigen dat ook. Bij de meest recente telling in de Westhoek, op 18 oktober 2024, werden 688 mensen in dak- en thuisloosheid geregistreerd, waaronder 193 kinderen. Het gaat daarbij niet alleen om mensen die op straat leven, maar vooral om mensen die verblijven bij familie of vrienden, in instellingen of in opvang, of die zich in een traject richting uithuiszetting bevinden. Op een bevolking van ongeveer 200.000 inwoners komt dit neer op ongeveer 0,34%, of 1 op de 300 inwoners van de Westhoek. Als je dat vertaalt naar Ieper, spreken we potentieel over een groep van ongeveer 120 mensen. Ik ga er dan ook van uit dat de stad deze cijfers voor Ieper exact kan bevestigen of weerleggen.
Ik word regelmatig gecontacteerd door Ieperlingen die dak- of thuisloos zijn of dat dreigen te worden — vaak bijzonder schrijnend.
Hieromtrent heb ik de volgende vragen:
Collega’s, de vraag is vandaag niet meer of we moeten handelen, maar hoe snel we effectief woningen zullen realiseren.
Schepen Ryde
Voor de sociale woningen zien we een stijging van de vraag. In 2025 staan 1.258 Ieperse gezinnen op de wachtlijst, tegenover 1.025 in 2024. Van die gezinnen willen 1.183 in Ieper blijven wonen. Daarnaast hebben in totaal 2.523 gezinnen, ook van buiten Ieper, onze stad als voorkeur opgegeven.
Wat dak- en thuisloosheid betreft: de meest recente telling dateert van 2024 en werd gepubliceerd in 2025. Daaruit blijkt dat er op het moment van de telling 115 dak- en thuislozen in Ieper waren. Het rapport bevat ook een opsplitsing per categorie, die we u gerust kunnen bezorgen.
Over het project zelf: de geplande modulaire woningen op de site Sint-Jansgodshuis werden stopgezet omdat de verhouding tussen subsidie en investeringskost niet verantwoord was. Intussen werd een nieuw subsidiedossier voor 10 modulaire woningen op de site Hofland goedgekeurd door Wonen in Vlaanderen. Dat project zit vandaag in de onderzoeksfase en volgens de subsidievoorwaarden moeten de woningen uiterlijk eind 2027 gerealiseerd zijn.
Tot slot: Bij het intrekken in een noodwoning, verwachten we ook engagement van de betrokkenen: een begeleid woontraject kan alleen slagen als mensen bereid zijn de nodige begeleiding te aanvaarden en afspraken op maat nakomen.
Onze ambitie is niet om steeds meer en meer tijdelijke opvangplaatsen te creëren, maar om dakloosheid vooral preventief te voorkomen en duurzame woonoplossingen uit te bouwen samen met bouwpartners, want vooral dàt is een effectieve bestrijding van deze problematiek. We zijn intussen al geëvolueerd van 8 naar 15 opvangplaatsen en voorzien in de winter bijkomende capaciteit, dit volstaat meestal, in noodsituaties zoeken we met partners naar oplossingen.
Raadslid V. Despeghel
Klopt dat we moeten inzetten dat iedereen aan een eigen woning raakt. Ook vorige legislatuur op ingezet. Goed dat ook Ons Onderdak bijkomende woningen bouwt. De nood blijft hoog en wordt nog nijpender.
Doe dus snel verder.
Namens Raad Maatschappelijk Welzijn,
Stefan Depraetere
Algemeen directeur
Sarah Bouton
Voorzitter