Terug
Gepubliceerd op 05/03/2024

Notulen  Gemeenteraad

ma 05/02/2024 - 19:30 Raadzaal
Aanwezig: Ann-Sophie Himpe, Voorzitter
Philip Bolle, Ives Goudeseune, Valentijn Despeghel, Diego Desmadryl, Dimitry Soenen, Eva Ryde, Schepenen
Thijs Descamps, Sarah Bouton, Gaetan Dumoulin, Edouard Wallays, Danny Metsu, Evelyn Bouchaert, Andy Verkruysse, Jan Delie, Katrien Desomer, Jo Baert, Peter De Groote, Stephaan De Roo, Jan Laurens, Stefaan Williams, Hans Feys, Miguel Gheysens, Peter Dehaerne, Sam Vancayseele, Diederik Vandenbilcke, Nancy Six, Saskia Dehollander, Raadsleden
Sven Geldof, Algemeen directeur wnd.
Verontschuldigd: Emmily Talpe, Burgemeester
Patrick Benoot, Schepen
Miet Durnez, Raadslid
Stefan Depraetere, Algemeen directeur
  • Goedkeuring notulen vorige zitting

    • Goedkeuring notulen van 4 december 2023.

      Juridische grond en bevoegdheden

      Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

      De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

      Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

      Feiten, context en argumentatie

      De notulen van de vergadering van 4 december 2023 werden conform de bepalingen van het gemeentedecreet opgemaakt en tijdig ter beschikking gesteld van de raadsleden.  Er zijn geen opmerkingen geformuleerd waardoor ze als goedgekeurd kunnen beschouwd worden.

      Beschikkend gedeelte

      Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad de notulen met 19 ja stemmen en 8 onthoudingen (de raadsleden Laurens, Desomer, Williams, De Groote, Baert, Gheysens, Feys en Dehaerne) tegen 1 neen stem (raadslid De Roo) de notulen van 4 december 2023 als goedgekeurd te beschouwen.

  • Openbaar

    • Bestuurlijke organisatie

      • Aansluiten bij de Aankoopcentrale Zorg en Overheid om toe te treden tot de raamovereenkomst post services

        Voorgeschiedenis

        CBS/2018/791 -  Overheidsopdracht van diensten - Postverwerking - Intekening op raamovereenkomst Stad Brugge.

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, in bijzonder artikel 43 inzake raamovereenkomsten en artikel 47 inzake aankoopcentrales.

        Feiten, context en argumentatie

        Het postverwerkingscontract van de organisatie moet vernieuwd worden. De stad opteert om, net zoals de voorgaande contracten, de postverwerking te gunnen middels een raamovereenkomst omdat het om een groot en complex dossier gaat en er hier een grote werklast bij komt kijken. Daarenboven biedt een raamovereenkomst vaak gunstigere tarieven door de schaalgrootte waarmee er gegund kan worden.  Een aanbestedende overheid die een beroep doet op een aankoopcentrale is daarenboven vrijgesteld van de verplichting om zelf een plaatsingsprocedure te organiseren.

        De Aankoopcentrale voor Zorg en Overheid (vzw Samenaankoop AZO) biedt een raamovereenkomst voor postverwerking aan die werd gegund aan Postalia Belgium (Easypost), de huidige postverwerker, en die loopt van 2024 tot en met 2027. Om hiervan, en van hun andere raamcontracten, gebruik te kunnen maken, moet de organisatie lid worden bij vzw Samenaankoop AZO. Leden betalen jaarlijks lidgeld aan de vzw. Het lidgeld voor 2024 bedraagt 349 excl. btw. Na aansluiting krijgt de stad inzage in alle overheidsopdrachten uitgeschreven en gegund door AZO.

        Financiële gevolgen
        Jaar Budgetartikel Budget Reeds vastgelegd Oud beschikbaar Voorgesteld Nieuw beschikbaar Datum consultatie

        2024

        ACS195/0110/614101  €110.000  €0  €110.000  €422,29  €109.577,71 23/01/2024
        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met algemeenheid van stemmen toe te treden tot de Aankoopcentrale voor Zorg en Overheid (vzw samenaankoop AZO) om gebruik te kunnen maken van hun raamovereenkomsten.

    • Patrimonium

      • Intentieverklaring overdracht en ruil openbaar domein Kerselaar, Ieper - goedkeuring

        Juridische grond en bevoegdheden

        Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikelen 40 en 41

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        Besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 houdende de procedure voor de planning, de vaststelling en goedkeuring van de uitvoeringprogramma’s in het kader van de planmatige realisatie van sociale woonprojecten houdende de financiering van verrichtingen in het kader van sociale woonprojecten gewijzigd op 30 januari 2009 en op 30 oktober 2009

        Feiten, context en argumentatie

        In het kader van de subsidieaanvraag voor de aanleg van de wegenis bij het project Kerselaar te Ieper, vragen Ons Onderdak en de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen een intentieverklaring van de stad om de gronden waarop gesubsidieerde infrastructuur wordt aangebracht, kosteloos in het openbaar domein in te lijven en te zorgen voor de instandhouding van de uitgevoerde werken na de definitieve oplevering.

        Advies openbaar domein:

        Er kan positief advies worden gegeven.
        Het project kan in het Totale Rioleringsplan worden ingeschakeld.
        Er kan principieel akkoord worden gegaan met de overname en onderhoud van de gronden in het openbaar domein op basis van dit ontwerp.

        Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met algemeenheid van stemmen om zich principieel akkoord te verklaren om de gronden van vermeld project Kerselaar te Ieper, waarop gesubsidieerde infrastructuur wordt aangebracht door Ons Onderdak en de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, kosteloos in het openbaar domein in te lijven en voor zover nodig te ruilen en te zorgen voor de instandhouding van de uitgevoerde werken na de definitieve oplevering. Hiertoe dient later nog een authentieke akte opgesteld en aan de gemeenteraad voorgelegd te worden.

      • Beëindigen erfpachtovereenkomst tussen stad en AGB Vauban

        Voorgeschiedenis

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, in bijzonder de artikelen 2, 6°a) en 7°b) en 47§2 inzake de aankoopcentrales.

        Het Koninklijk Besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.

        Feiten, context en argumentatie

        De stad is eigenaar van de grond waarop het voetbalcomplex zone Kasteelwijk, tussen de Zuiderring en de Picañollaan, door AGB Vauban werd gerealiseerd. De stad gaf op 25/08/2008 de gronden, voor een periode van 27 jaar, in erfpacht aan AGB Vauban. AGB Vauban richtte het voetbalcomplex (inclusief terreinen 1 (hoofdterrein), 2 en 3) op. Op 23/05/2009 werd tussen AGB Vauban en vzw KVK Westhoek voor een periode van 15 jaar een opstalovereenkomst afgesloten voor het gebouw (tribune, kleedkamers, sanitair, kantine, bergruimtes en aanhorigheden). In 2014 werd beslist om de opstalovereenkomst te verlengen tot 2029, dit in de context van de realisatie van het kunstgrasveld op terrein 2 door de vzw KVK Westhoek met de Premier League-voetbal.

        Naar aanleiding van de beoogde realisatie van een kunstgrasveld op terrein 1 werd de noodzaak om de erfpacht tussen de stad en AGB Vauban over heel de site van het voetbalcomplex in stand te houden, opnieuw geëvalueerd. Er werd nagegaan of het juridisch, fiscaal en/of operationeel nog opportuun is om de betrokken werking, met momenteel de mogelijke aanleg van een kunstgrasveld, onder AGB Vauban aan te houden. De analyse heeft aangetoond dat de instandhouding en verdere ontplooiing van deze voetbalinfrastructuur beter, naar analogie met de overige voetbalinfrastructuren van de stad, buiten AGB Vauban wordt georganiseerd. De quasi exclusiviteit die de voetbalclubs op de respectievelijke infrastructuren genieten, in casu de vzw KVK Westhoek op de site Kasteelwijk, is hierin de belangrijkste factor.

        Er werd dan ook aan AGB Vauban voorgesteld het zakelijk recht met de stad vervroegd te beëindigen en in haar rechten en plichten te treden dat ze heeft in relatie met vzw KVK Westhoek, dit vanaf 24/05/2024. AGB Vauban heeft in haar Raad van bestuur van 22/01/2024 hiermee ingestemd.

        In functie van de opstart van het dossier voor de aanleg van een kunstgrasveld en in afwachting van de stopzetting van de erfpacht tussen de stad en AGB Vauban, bekwam de stad van AGB Vauban een bouwrecht op terrein 1. Dit op basis van de beslissing van de Raad van bestuur van 22/01/2024.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met algemeenheid van stemmen :

        Artikel 1: de erfpachtovereenkomst met AGB Vauban dd. 25/08/2008 in onderling akkoord te beëindigen met ingang vanaf 24/05/2024 en zo in de rechten en plichten te treden van AGB Vauban die ze heeft in relatie met KVK Westhoek vzw naar aanleiding van de opstalovereenkomst dd. 23/05/2009 en navolgende beslissing;  

        Artikel 2: het college van burgemeester en schepenen te gelasten met de uitvoering van dit besluit.

      • Akte vestiging erfdienstbaarheid Grote Branderstraat en Casselstraat - goedkeuring

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        Feiten, context en argumentatie

        Begin vorig jaar werd vastgesteld dat er zonder toestemming van de stad boringen en zodoende inbuizingen waren geweest onder het wegdek van de Casselstraat (thv. nummer 52) en de Grote Branderstraat. Deze boringen waren dienstig voor het landbouwbedrijf (intensieve groententeelt) van de consoorten Deigers daar gelegen. In totaal zijn er vijf boringen uitgevoerd. Stedenbouwkundig werd intussen alles hiervoor in orde gebracht. Wel dient dit nog juridisch correct afgehandeld te worden door middel van een akte van vestiging ondergrondse erfdienstbaarheid. Deze akte werd opgemaakt door het notariaat Himpe en Himpe.

        De erfdienstbaarheid ondergrondse inname wordt gevestigd voor vijf leidingen (aangeduid op bij de akte aan te hechten plan) gelegen onder de Grote Branderstraat en Casselstraat. De erfdienstbaarheid wordt gevestigd ten voordele van het heersend erf, Ieper, twaalfde afdeling, sectie F, nummers 170K P0000 en 500C P0000 en sectie G, nummers 222B P0000 en 244A P0000.

        De vestiging van de erfdienstbaarheid gebeurt om niet.

        Alle kosten verbonden aan de akte zijn ten laste van tegenpartij.

        De Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie is uitdrukkelijk ontslagen van de verplichting enige inschrijving uit hoofde dezer te nemen.

        Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 27 ja stemmen en 1 niet gestemd (voorzitter Himpe) :

        Artikel 1: om een erfdienstbaarheid van ondergrondse inname te vestigen voor vijf leidingen (aangeduid op bij de akte aan te hechten plan) gelegen onder de Grote Branderstraat en Casselstraat ten voordele van het heersend erf, Ieper, twaalfde afdeling I. sectie F, nummers 170K P0000 en 500C P0000 en sectie G, nummers 222B P0000 en 244A P0000.

        Artikel 2: om de ontwerpakte zoals voorgelegd goed te keuren.

        Artikel 3: de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie te ontslaan van enige inschrijving dezer.

        Artikel 4: de voorzitter van de gemeenteraad of haar vervanger en de algemeen directeur aan te stellen de akte te tekenen.

        Artikel 5: het college van burgemeester en schepenen te belasten met het uitvoeren van deze beslissing.

    • Openbaar domein en gebouwen

      • Toetreding tot de aankoopcentrale Gestroomd.be inzake de groepsaankoop “duurzame voertuigen” van IGEMO - aankoop elektrische werktuigdrager – Goedkeuring

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018).

        De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, in bijzonder de artikelen 2, 6°a) en 7°b) en 47§2 inzake de aankoopcentrales.

        Feiten, context en argumentatie

        De elektrificatie van het wagenpark zit in een stroomversnelling. ‘Gestroomd.be’,het aankoopplatform voor duurzame voertuigen is een initiatief van 11 Vlaamse Streekintercommunales en heeft 2 doelen: Enerzijds worden lokale besturen ontzorgd, door hen op een eenvoudige en overzichtelijke manier toegang te geven tot de markt van duurzame voertuigen. Anderzijds kunnen deze aankopen gebeuren met aanzienlijke kortingen. Hierdoor kunnen lokale besturen vlot een invulling geven aan het begrip duurzaam transport en de voorbeeldfunctie invullen, die ze hebben in de strijd tegen de klimaatopwarming.

        IGEMO, als vereniging van lokale besturen in het arrondissement Mechelen, namens Gestroomd.be ontwikkelt en verleent diensten voor een veelheid aan beleidsdomeinen en thema’s: klimaat, milieu, ruimtelijke ordening, stedenbouw, mobiliteit, erfgoed, wonen, ondernemen, werken, welzijn.
        IGEMO heeft een groepsaankoop voor “duurzame voertuigen” gevoerd. Deze opdracht heeft als voorwerp “Sluiten van een raamovereenkomst tot aankoop duurzame voertuigen - GUBES2100005”, voor een periode van 48 maanden.
        IGEMO treedt voor diverse lokale besturen op als aankoopcentrale in de zin van artikel 2, 6°a) en 7°b) van de wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten. Een aanbestedende overheid die een beroep doet op een aankoopcentrale is vrijgesteld van de verplichting om zelf een plaatsingsprocedure te organiseren, conform artikel 47 § 2 van deze wet.
        Op 28 januari 2022 heeft de raad van bestuur van IGEMO de opdracht met betrekking tot de groepsaankoop gegund aan diverse partijen in functie van de percelen. Het volledige gunningsverslag is ter inzage op de website www.gestroomd.be onder juridische info.
        De opdracht werd gesloten op 19 april 2022. De lokale besturen zijn opgenomen als entiteit die kunnen afnemen van de raamovereenkomst.

        Door de stedelijke groendienst wordt voorgesteld over te gaan tot de bestelling van een elektrische werktuigdrager binnen deze raamovereenkomst.
        Omwille van het uitvallen van de werktuigdrager Nimos met kapotte motor bouwjaar 2009 ( ploeg vestingen) en te hoge herstelkosten wordt er voorgesteld deze te vervangen door een elektrische variant. Er wordt geopteerd om hetzelfde type als de huidige elektrische werktuigdrager van NetIeper aan te kopen, maar met zwaardere accu en met de aanpassingen die uit voortschrijdend inzicht naar voren komen.  Gezien het voertuig van de ploeg NetIeper in dienst sedert 2021 op heden reeds 35.000 km en 5600 werkuren heeft, wordt voorgesteld het voertuig van de ploeg NetIeper door te schuiven naar de ploeg van de vestingen omdat deze ploeg veel minder kilometers aflegt.

        De kostprijs van het voorgesteld voertuig, Alké ATX340ED met kippende verhoogde laadbak, een 20 kWh accu met snellader, waardoor bijladen in de middagpauze uit de boze is, met elektrische airconditioning, ergonomisch opstapje laadruimte en een tussenschot laadruimte en inklapbare metalen draadhekken in functie van gescheiden afvalophaling wordt geraamd op 71.097,29 EUR min de éénmalige korting van 8.531,67 EUR = 62.565,62 EUR + 21% btw = 75.704,40 EUR. Aan Gestroomd.be is een commissie verschuldigd van ± 1.150,00 EUR, exclusief btw.  Deze commissie wordt jaarlijks op 1 januari verhoogd met 2% en met 2% per keer dat in de voorafgaande 12 maanden de spilindex overschreden werd.

        Financiële gevolgen
        Jaar Budgetartikel Budget Reeds vastgelegd Oud beschikbaar Voorgesteld Nieuw beschikbaar Datum consultatie

        2023

        ACS46/0680-0/243000    €  73.791,77 75.704,40
        ± 1.500,00
        (commissie)
          18/01/2024

        De uitgave wordt gefinancierd met de budgetten ingeschreven op ACS46/0680-0/243000. De middelen zijn voorzien in 2023 en zullen naar 2024 overgedragen worden.
        Het tekort van ongeveer 3.500,00 EUR zal gefinancierd worden door een verschuiving van middelen vanuit ACS111/0680-0/225600.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met algemeenheid van stemmen :

        Artikel 1 : Met de stad Ieper toe te treden tot de aankoopcentrale van IGEMO voor de groepsaankoop “duurzame voertuigen”.
        Artikel 2 : over te gaan tot de bestelling van een elektrische werktuigdrager, type Alké ATX340ED binnen de raamovereenkomst ‘Sluiten van een raamovereenkomst tot aankoop duurzame voertuigen - GUBES2100005’ van IGEMO namens Gestroomd.be voor een totale prijs van 71.097,29 EUR min de éénmalige korting van 8.531,67 EUR = 62.565,62 EUR + 21% btw = 75.704,40 EUR, commissie van 1.150,00 EUR, btw en indexering niet inbegrepen.
        Artikel 3 : De kosten van deze aankoop te financieren met de beschikbare kredieten ingeschreven op budgetcode ACS46/0680-0/243000, mits verschuiving van het tekort van middelen vanuit ACS111/0680-0/225600.
        Artikel 4 : Het college van burgemeester en schepenen te gelasten met de uitvoering van dit besluit.

      • Vernieuwen van diverse betonvakken op grondgebied Ieper - Goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze - 2024/TD_03/STAD

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

        De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

        De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van 140.000,00 EUR niet).

        Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

        Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 90, 1°.

        Feiten, context en argumentatie

        Met het oog op het vervangen van diverse gebroken of zich in slechte staat bevindende stukken wegenis van diverse betonwegen werd door de technische dienst het bestek met nr. 2024/TD_03/STAD opgesteld.  Het betreft volgende locaties : Kruiskalsijdestraat, Poezelstraat, Kleine Poezelstraat, Sasstraat, Molenstraat, Pilkemseweg, Potyzestraat, Rodenbachstraat en Steenstraat.  In de meetstaat zijn tevens de bijhorende werken aan fietspad, asfaltstrook of kasseibestrating opgenomen en is een post voorzien voor eventuele werken op afroep. 

        De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 104.515,00 EUR excl. btw of 126.463,15 EUR incl. 21% btw (21.948,15 EUR btw medecontractant).

        Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

        Financiële gevolgen

         

        Jaar

        Budgetartikel

        Budget

        Reeds vastgelegd

        Oud beschikbaar

        Voorgesteld

        Nieuw beschikbaar

        Datum consultatie

        2024

        ACS47/0200-0/224007

        363.750,00

         

        363.750,00

        126.463,15

        237.286,85

        15/01/2024

         

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met algemeenheid van stemmen :

        Artikel 1: Het bestek met nr. 2024/TD_03/STAD en de raming voor de opdracht “Vernieuwen van diverse betonvakken op grondgebied Ieper”, opgesteld door de Afdeling Openbaar Domein Technische Dienst worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt 104.515,00 EUR excl. btw of 126.463,15 EUR incl. 21% btw (21.948,15 EUR btw medecontractant).

        Artikel 2: Deze opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

        Artikel 3: De uitgave voor deze opdracht is voorzien op budgetcode ACS47/0200-0/224007.

        Artikel 4: Het College van Burgemeester en Schepenen te gelasten met de uitvoering van deze beslissing.

      • Aanleggen van voetbalveld KVK 1 in kunstgras - toetreding tot de raamovereenkomst van Sport Vlaanderen - goedkeuring

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, in bijzonder de artikelen 2, 6°a) en 7°b) en 47§2 inzake de aankoopcentrales.

        Het Koninklijk Besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.

        Feiten, context en argumentatie

        Op het natuurgrasveld T5 tussen de piste en het kunstgrasveld T4 zou het nieuwe zwembad gebouwd worden. Gezien dit gevolgen heeft op de trainingsuren van de voetbalclubs werd door KVK de vraag gesteld om het hoofdplein in kunstgras aan te leggen. Hierdoor zou het aantal trainingsuren op het terrein verhoogd kunnen worden waardoor de knelpunten voor de club weggewerkt zijn. Het huidig eerste plein wordt slechts voor de wedstrijden van de eerste ploegen ingezet. 

        Sport Vlaanderen biedt geïnteresseerde sportaanbieders (lokale besturen, clubs, private sector, verenigingen, …) de mogelijkheid om in een groepsaankoop voor sportinfrastructuur, en dan voornamelijk buitensportinfrastructuur, te stappen nl. Sportspurt Vlaanderen. Een groepsaankoop is een uitgelezen manier om kwalitatieve sportinfrastructuur aan te kopen aan een lage(re) prijs. Hierbij worden lokale besturen ontzorgd van de administratieve formaliteiten verbonden aan een overheidsopdracht. 
        Er wordt dan ook voorgesteld om een niet-watergedragen kunstgrasveld voor T1 van KVK Westhoek via deze procedure op te starten.  

        Het voorwerp van deze opdracht en de raamovereenkomst is de aanleg van een standaard kunstgrasveld (inclusief aanhorigheden). Het veld heeft een multifunctionele bestemming. Dit betekent dat het kunstgrasveld kan gebruikt worden voor voetbal (hoofdactiviteit) maar ook als trainingsveld voor bijvoorbeeld rugby, korfbal, frisbee, …. Een veld heeft een standaardafmeting van 106 op 66 meter, inclusief een 3 meter vrije zone. Daarnaast is er rondom het terrein een klinkerpad van 1 m breed. Het aangeboden voetbalveld heeft dus een afmeting van 100 op 60 m. Er wordt uitgegaan van maximum 2.000 speeluren per kalenderjaar. 

        Uit het algemeen bouwprogramma van het kunstgrasveld kunnen we gedetailleerd ingaan op de verschillende onderdelen in een mini-competitie. In de koststructuur zijn planning, vervoer, grondwerken, afvoer van overtollige grond of toevoer van extra grond en steenslag, afwatering, plaatsing, opkuis van de werkplek bij oplevering, eventuele verblijfskosten en andere (onvoorziene) kosten inbegrepen. Keuringen zijn standaard voorzien in de opdracht.

        Deze opdracht werd in de markt gezet ingevolge een mededingingsprocedure met onderhandeling. Sport Vlaanderen heeft deze raamovereenkomst gegund aan drie aannemers : Scheerlinck Nv, Sportinfrabouw Nv, Stadsbader Nv.  Concreet betekent dit dat om af te nemen van de raamovereenkomst er eerst nog tussen deze 3 aannemers een mini-competitie dient te worden georganiseerd voor het project. 

        Via een mini-competitie worden de door Sport Vlaanderen geselecteerde aannemers opnieuw in concurrentie gebracht met elkaar. Concreet betekent dit dat deze aannemers (en alleen deze) een bestek van de mini-competitie ontvangen, waarin de technische specificaties van het te realiseren kunstgrasveld worden meegedeeld op basis waarvan de aannemers een finale offerte op maat maken voor ons concrete project, rekening houdend met de afspraken die zijn gemaakt binnen de raamovereenkomst die met Sport Vlaanderen werd afgesloten.  De aannemer die volgens de spelregels uit het bestek de meest voordelige offerte heeft opgemaakt zal de werken mogen uitvoeren.

        Het huidige 1e terrein van KVK Westhoek meet 106 op 62 m, daarnaast heeft het een neutrale zone aan de zijkant van 3.5 m en aan de achterkant van 5 m. Daarbuiten ligt nog een pad. De beschikbare oppervlakte is dus 119.88 m lang en 72.91m breed. 

        Het bondsreglement spreekt van volgende genormeerde afmeting voor de afdelingen waarin KVK Westhoek zich bevindt. Een veld moet 100-105 m lang en 64-68 m breed zijn. Hierop is een tolerantie van 1 m mogelijk. Na overleg met de normeringsafdeling van de koninklijke voetbalbond wordt voorgesteld om een veld van 105 op 64 m aan te leggen. Hierbij een neutrale zone van 3m15 te voorzien aan alle kanten. Dit maakt dat een pad van 1m30 rondom het terrein kan aangelegd worden. 

        Volgende bijkomende voorwaarden zouden dan ook meegegeven worden aan de aanbieders om enerzijds te voldoen aan de genormeerde afmetingen en de verhoudingen binnen het terrein, anderzijds om de kwaliteit van het trapveld te verzekeren. 

        1. Trapveld dient te voldoen aan de FIFA quality norm. Dit dient via een FIFA geaccrediteerd test instituut bevestigd te worden voor de voorlopige oplevering. 
        2. Oppervlakte zoals hierboven beschreven.
        3. Zones erbuiten met gravé aangelegd
        4. Vezeldikte kunstgras minstens 400um
        5. Poolhoogte kunstgras minstens 50 mm
        6. Bulkdensiteit kurk: 0.12 - 0.18 g/cm³
        7. Infill met kurk, deze laag dient minstens 15mm te zijn.
        8. Toegang tot het terrein dient in oorspronkelijke toestand hersteld te worden. 

        Financiële gevolgen
        Jaar Budgetartikel Budget Reeds vastgelegd Oud beschikbaar Voorgesteld Nieuw beschikbaar Datum consultatie

        2023

        2024

        AC011/0742-0/222107

         € 100.000

        € 550.000

         € 0,00 650.000 € 

        650.000 € 

        0 €   

         

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met algemeenheid van stemmen :

        Artikel 1: Het voetbalveld KVK 1 aan te leggen in kunstgras.

        Artikel 2: Voor deze aanleg toe te treden tot de raamovereenkomst van Sport Vlaanderen en hiertoe een minicompetitie te organiseren tussen de drie weerhouden kandidaten op basis van een te verfijnen meetstaat, concreet afgestemd op de betrokken locatie.

        Artikel 3: De kosten van deze aanleg, geraamd op een bedrag van 650.000,00 EUR, te financieren met de budgetten ingeschreven op artikel 2024/AC011/0742-0/222107.

        Artikel 4: Het college van burgemeester en schepenen te gelasten met de uitvoering van dit besluit.

    • Omgeving

      • Gemeentelijk stedenbouwkundige verordening publiciteit aangebracht op vaste constructies - herziening - definitieve vaststelling

        Voorgeschiedenis

        Principieel akkoord herziening gemeentelijk stedenbouwkundige verordening publiciteit.

        College 19 juni 2023

        Goedkeuring ontwerp gemeentelijk stedenbouwkundige verordening met planMERscreening

        College 26 juni 2023

        Adviesvraag ikv de planMERscreening in toepassing van artikel 4.2.5. DABM aan Departement Omgeving, provinciale dienst Ruimtelijke Planning, Departement Omgeving - Omgevingsplanning en Onroerend Erfgoed West-Vlaanderen.

        College 26 juni 2023

        Vraag tot ontheffing planMERplicht in toepassing van artikel 4.2.6. DABM

        Verstuurd op 25 september 2023, de beslissing tot ontheffing werd op 7 december 2023 verstuurd.

        Adviesvraag over het ontwerp van verordening- aan de deputatie, het Departement en de GECORO

        De adviesvraag werd op 23 augustus 2023 verstuurd.

        Openbaar onderzoek 

        11 september 2023 tot en met 11 oktober 2023 

        Gemeentelijk stedenbouwkundige verordening - definitieve versie

        College 13 november 2023

        Definitieve vaststelling van de gemeentelijk stedenbouwkundige verordening

        Gemeenteraad 5 februari 2024

        Overmaken voor schorsing aan Departement en deputatie

        Onmiddellijk na de gemeenteraad van 5 februari 2024 (binnen de 10 dagen)

        Publicatie BS

        Na schorsingsperiode.

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 een 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. De stedenbouwkundige verordeningen bevatten voorschriften die verband houden met de ruimtelijke ordening en moeten in overeenstemming zijn met de bestaande regelgeving voor materie in kwestie.

        Het Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. De stedenbouwkundige verordening wordt beschouwd als een 'plan of programma'. Voor elke stedenbouwkundige verordening moet de plan-m.e.r.-plicht concreet nagegaan worden. 

        Feiten, context en argumentatie

        Motivering

        De gewestelijke stedenbouwkundige verordening publiciteit is op 12 mei 2023 definitief vast gesteld. De verordening legt een aantal spelregels vast die de plaatsing van zowel zaakgebonden als niet-zaakgebonden reclame in goede banen moet leiden. Deze regelgeving bepaalt dat binnen de 24 maanden een eventuele bestaande gemeentelijke stedenbouwkundige publiciteitsverordening in overeenstemming moet worden gebracht met de gewestelijke bepalingen.

        De huidige bouwverordening werd op 21 juni 1999 goedgekeurd. Deze verordening is na 24 jaar aan een actualisatie toe.
         
        Het voorstel van herziening van de bouwverordening naar de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening publiciteit aangebracht op vaste constructies voorziet volgende aanpassingen:

        - de terminologie wordt aangepast naar de gewestelijk stedenbouwkundige verordening
        - de 5 zones worden herleid naar 3 zones, waarbij de meest strenge zone III de zone intra-muros wordt. Dit impliceert dat de strengste voorschriften qua zone uitgebreid worden tot de stad intra-muros.
        - overbodige verordenende voorschriften worden geschrapt.
        - de oprichtingsvoorwaarden krijgen een update naar meer eigentijdse uitvoeringen.
         
        De tekst van de verordening wordt opgenomen als bijlage. 

        Ontwerp van gemeentelijk stedenbouwkundige verordening kernwinkelgebied

        Het college heeft in zitting van 26 juni 2023 het ontwerp van gemeentelijk stedenbouwkundige verordening kernwinkelgebied goedgekeurd. 

        Openbaar onderzoek

        Conform art. 2.3.2. §2. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, dient het college een openbaar onderzoek te organiseren over het ontwerp van gemeentelijk stedenbouwkundige verordening.

        Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 11 september 2023 tot en met 11 oktober 2023 en werd aangekondigd in het Belgisch Staatsblad op 28 augustus 2023, werd gepubliceerd op de website van de stad Ieper op 22 augustus 2023 en werd opgenomen in de editie Iedereen Ieper die eind oktober werd bedeeld.

        Tijdens de duur van het openbaar onderzoek werden geen recreaties of bezwaren ontvangen.

        Adviezen

        Conform art. 2.3.2. §2. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, dient het college advies te vragen aan het departement Omgeving, de deputatie en de Gecoro. De adviesvraag werd op 23 augustus 2023 verstuurd.

        Volgende adviezen werden ontvangen:

        • De Gecoro verleende op 11 mei 2023 een voorwaardelijk gunstig advies:
        " De Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening PUBLICITEIT- aanpassing wordt gunstig geadviseerd met volgende opmerkingen:

        De mogelijkheden geboden in de verordening voor niet-zaakgebonden publiciteit door middel van aanplakbrieven op aanplakborden te schrappen. Het is niet wenselijk verder in te zetten op deze publiciteitsmogelijkheden.
        Het perron uit de zone intra-muros te schrappen.
        Mogelijkheden voor zichtbaarheid bedrijven korte keten na te gaan.
        Het opnemen van publiciteitsinrchtingen op het openbaar domein (type JCDecaux) in de politieverordening. 

        • Het Departement Omgeving verleende op 25 september 2023 een gunstig advies:

        "Er worden geen strijdigheden met de hogere beleidskaders vastgesteld. Er wordt een gunstig advies uitgebracht."

        • De deputatie verleende een ongunstig advies:
        "Er wordt vastgesteld dat artikel 2 van de stedenbouwkundige verordening in strijd is met artikel 4.2.5 VCRO.
        Artikel 2 voorziet in een vergunningsplicht voor “elke publiciteit die gevoerd wordt op of in de omgeving van openbare wegen en openbare plaatsen en de verlichting van  deze installaties”.

        Artikel 3 geeft een opsomming die niet “onder toepassing van dit reglement” vallen. 

        Dit is in strijd met artikel 4.2.5 VCRO dat bepaalt dat een stedenbouwkundige verordening enkel een vergunningsplicht kan invoeren voor meldingsplichtige handelingen. Voor vrijgestelde handelingen kan een meldingsplicht worden ingevoerd. 

        Overeenkomstig artikel 4.2.6 VCRO blijven de gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen die werden vastgesteld vóór 1 september 2009 en die op grond van
        mogelijkheden voorzien in de vroegere regelgeving, een vergunningsplicht hebben ingevoerd voor van vergunning vrijgestelde stedenbouwkundige handelingen, geldig
        tot ze worden opgeheven. Na 1 september 2009, kunnen de wijzigingen aan deze stedenbouwkundige verordeningen worden aangebracht binnen de marges van artikel
        4.2.5 VCRO.

        In casu wordt een volledig nieuwe stedenbouwkundige verordening vastgesteld die een vergunningsplicht invoert, waardoor bepaalde vrijgestelde handelingen uit het
        vrijstellingsbesluit (BVR 16/07/2010) opnieuw vergunningsplichtig worden gemaakt.

        Artikel 3 sluit een aantal handelingen buiten het toepassingsgebied van de verordening, doch die zijn niet afgestemd met de vrijgestelde handelingen uit het
        vrijstellingsbesluit. 

        Als niet-limitatief voorbeeld kan worden aangehaald dat de bevestiging aan een vergund gebouw van niet-lichtgevende zaakgebonden publiciteit met een totale
        oppervlakte van maximaal 4 m² dat volgens het vrijstellingsbesluit is vrijgesteld van vergunningsplicht, door de verordening opnieuw vergunningsplichtig wordt gemaakt. 

        Aangezien overeenkomstig artikel 2.3.2 §2/1 VCRO een schorsing niet gedeeltelijk kan zijn, wordt de verordening ongunstig geadviseerd. 

        Besluit :
        het ontwerp van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake publiciteit aangebracht op vaste constructies, goedgekeurd door het college op 3 juli 2023, wordt ongunstig geadviseerd."

        De mogelijkheden geboden in de verordening voor niet-zaakgebonden publiciteit door middel van aanplakbrieven op aanplakborden te schrappen. Het is niet wenselijk verder in te zetten op deze publIciteitsmogelijkheden.
        Het perron uit de zone intra-muros te schrappen.
        Mogelijkheden voor zichtbaarheid bedrijven korte keten na te gaan.
        Het opnemen van publiciteitsinrchtingen op het openbaar domein (type JCDecaux) in de politieverordening.  

        PlanMERplicht

        Op 7 december 2023 werd door team MER de ontheffing van de planMERplicht goedgekeurd. 

        Evaluatie van de resultaten van het openbaar onderzoek en de adviezen

        Gezien er geen reacties werden ontvangen tijdens het openbaar onderzoek, dient enkel rekening te worden gehouden met de ontvangen adviezen. 

        Het advies van departement Omgeving is gunstig, het ontwerp van verordening behoeft geen aanpassingen.

        Het advies van de Gecoro formuleert een aantal opmerkingen die gevolgd kunnen worden:

        • De mogelijkheden geboden in de verordening voor niet-zaakgebonden publiciteit door middel van aanplakbrieven op aanplakborden worden geschrapt. Het is niet wenselijk verder in te zetten op deze publiciteitsmogelijkheden. Enkel de huidige bestaande vergunde kunnen nog verder worden aangehouden.
        • Het Perron wordt geschrapt uit de zone Intra-muros, dit op basis van de grotere schaal van dit gebouwvolume.
        • De mogelijkheden tot bewegwijzering vanop afstand op het openbaar domein worden via de wegcode via de aanwijzingsborden of F-borden toegelaten. De landbouwbedrijven die instaan voor korte keten kunnen gebruik maken van de bewegwijzeringsborden op afstand (zogenaamde F-borden). Signalisatie op afstand naar een hoevewinkel via bewegwijzeringsborden, kunnen toegelaten worden voor zover in overeenstemming met de wegcode. Aanvragen kunnen gericht worden naar de Afdeling Openbaar Domein van de stad Ieper. 
        • Het toelaten van publiciteitsinrichtingen op het openbaar domein (type JCDecaux) wordt opgenomen in de eerstvolgende aanpassing van de politieverordening. Een gemeentelijk stedenbouwkundige verordening heeft immers niet tot doel het openbaar domein te gaan ordenen. Bovendien regelt het Besluit tot bepaling van de handelingen waarvoor geen omgevingsvergunningsplicht noodzakelijk is, dat deze vrijgesteld zijn van vergunningsplicht indien de reclame op nutsvoorzieningen (geplaatst door de overheid) maximaal de helft van de oppervlakte of tijd inneemt. 
        Het advies van de deputatie is ongunstig omwille van strijdigheid met artikel 4.2.5 VCRO. Aanleiding voor het ongunstig advies is het invoeren van een omgevingsvergunningsplicht strijdig met de bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
         
        Sectie 3 Lokale voorschriften
        Artikel 4.2.5. (08/01/2016- ...)
        Provinciale en gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen kunnen :
        1° ...;
        2° voor meldingsplichtige handelingen een vergunningsplicht invoeren;
        3° voor vrijgestelde handelingen een meldingsplicht invoeren. 
         
        Dit artikel bepaalt dat er geen extra omgevingsvergunningsplicht kan worden ingevoerd bij opmaak van een nieuwe verordening. Hier is echter geen sprake van een nieuwe gemeentelijk stedenbouwkundige verordening, wel van de herziening van de bestaande veordening.

        Voorliggende gemeentelijk stedenbouwkundige verordening behelst een gedeeltelijke herziening van de bestaandebouwverordening op reclame,uithangborden, opschriften en andere publiciteitsmiddelen aangebracht op vaste constructies.   In het besluit tot voorlopig vaststelling van 3 juli 2023 werd de aanleiding van de herziening geduid. Dit behelst de verplichte aanpassing aan de gewestelijk stedenbouwkundige verordening publiciteit die definitief werd vastgesteld op 12 mei 2023, deze dwingt de lokale verordeningen te conformeren met de inhoud van deze gewestelijke verordening. Gelijktijdig werden verouderde stedenbouwkundige voorschriften aangepast en overbodige stedenbouwkundige voorschriften geschrapt.

        De omgevingsvergunningsplicht die reeds ingeschreven werd, blijft onverminderd van kracht. In die zin is geen sprake van een nieuwe gemeentelijk stedenbouwkundige verordening, maar van een bestaande verordening die conform de bepalingen van art. 2.3.2. §2/1 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening beperkt wordt herzien.

        In die zin worden de bepalingen van art. 2, 3 en 4 maximaal behouden en werden de aanpassingen gesteund op het conformeren met de nieuwe gewestelijk stedenbouwkundige verordening en het schrappen van de nadere bepalingen die achterhaald zijn. 

        De tekst van de herziening van de verordening werd in een extra document doorgevoerd als tekstuele aanpassing van de tekst van de bestaande bouwverordening. Dit om te duiden dat sprake is van een herziening van de huidige verordening met behoud van de bestaande omgevingsvergunningsplicht.   

        Gemeentelijk stedenbouwkundige verordening kernwinkelgebied - definitief ontwerp

        Het ontwerp van verordening werd aangepast conform de evaluatie van de ontvangen adviezen en wordt voorgelegd aan de raad ter goedkeuring.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de raad  met 26 ja stemmen en 2 onthoudingen (de raadsleden Six en Dehollander) de gemeentelijk stedenbouwkundige verordening publiciteit aangebracht op vaste constructies, opgemaakt overeenkomstig art. 2.3.1. t.e.m. 2.3.3. van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening definitief vast te stellen:

        GEMEENTELIJK STEDENBOUWKUNDIGE VERORDENING PUBLICITEIT AANGEBRACHT OP VASTE CONSTRUCTIES

        HOOFDSTUK 1 : DEFINITIES 

        ARTIKEL 1.

        Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

        1. publiciteit: elke publiciteitsboodschap die aangebracht is op een publiciteitsinrichting.
        2. publiciteitsboodschap: visuele communicatie met als doel een zaak, product of activiteit te identificeren, bekend te maken of te promoten, ongeacht of die communicatie statisch, dynamisch, digitaal of analoog is.  
        3. publiciteitsinrichting: elk visueel middel en elke constructie, met inbegrip van alle onderdelen ervan en ongeacht het verplaatsbare of tijdelijke karakter ervan, met als doel om publiciteitsboodschappen op een vaste plaats kenbaar te maken aan het publiek.
        4. zaak: een bedrijf, handelszaak, horeca, vereniging, organisatie,  overheidsinstelling, vrij beroep of dienst.
        5. zaakgebonden publiciteitsboodschap: een publiciteitsboodschap die betrekking heeft op een actieve zaak op die locatie, zoals de naam, het logo, de vermelding van de activiteit of de vermelding van een van de belangrijkste producten of diensten die ter plaatse aangeboden worden.
        6. zaakgebonden publiciteitsinrichting: een publiciteitsinrichting met louter zaakgebonden publiciteitsboodschappen.
        7. bedrijfsverzamelgebouw: een gebouw of groep van gebouwen die architectonisch één geheel vormen, maar uit afzonderlijke units bestaan die voor verschillende bedrijven bestemd zijn.
        8. vrij beroep: elke onderneming wier activiteit er hoofdzakelijk in bestaat om, op onafhankelijke wijze en onder eigen verantwoordelijkheid, intellectuele prestaties te verrichten waarvoor een voorafgaande opleiding en een permanente vorming is vereist en die onderworpen is aan een plichtenleer waarvan de naleving door of krachtens een door de wet aangeduide tuchtrechtelijke instelling kan worden afgedwongen. Het intellectueel karakter van de geleverde diensten is het essentieel criterium.
        9. oppervlakte van een publiciteitsinrichting: de oppervlakte van een publiciteitsinrichting, met inbegrip van de eventuele omkadering of de oppervlakte van een omschrijvende rechthoek rond een publiciteitsboodschap, waarbij bij meerzijdige publiciteitsinrichtingen de oppervlakten van de zijden die vanuit een punt kunnen worden gezien, worden samengeteld. De verschillende zijden van wisselende publiciteitsboodschappen worden maar een keer geteld.
        10. voorgevel: een gevel rechtstreeks palend aan de openbare weg met of zonder toegang naar de openbare weg (indien het perceel paalt aan de openbare weg).
        11. alleenstaande publiciteitsinrichting: elke publiciteitsinrichting die vrijstaand opgericht wordt, los van enig vast gebouw of constructie.
        12. niet zelfbewegend voertuig: elk voertuig dat in de staat waarin het zich bevindt niet­ bereden en/of niet bestuurd kan worden.
        13. kunstwerken: publiek bouwwerk zoals sluizen, bruggen, duikers, overwelvingen.
         

        HOOFDSTUK 2 : ALGEMENE BEPALINGEN

        ARTIKEL 2.

        Alle publiciteit die gevoerd wordt op of in de omgeving van openbare wegen en openbare plaatsen en de verlichting van deze installaties, is aan een voorafgaandelijke vergunning van het College van Burgemeester en Schepenen onderworpen.

        ARTIKEL 3.

        Alle publiciteit die valt onder de bepalingen van de gewestelijke reglementering inzake het  aanplakken en reclame maken, wordt omgevingsvergunningsplichtig gesteld minstens onder de voorwaarden gesteld in deze reglementering.

        ARTIKEL 4.

        Dit reglement is uitsluitend van toepassing op alle vanaf de openbare wegen waarneembare publiciteitsboodschappen. Met openbare wegen worden gelijkgesteld: de bevaarbare waterlopen, de paden met openbare erfdienstbaarheden, de spoorwegen (het stationsgebouw en perrons uitgesloten) en de autosnelwegen (A19).

        Vallen niet onder toepassing van dit reglement :

        1. de aanplakbrieven aangebracht ter uitvoering van een wets- of reglementsbepaling of door openbare of ministeriële ambtenaren op de vastgestelde plaatsen;
        2. de op een onroerend goed aangebrachte aankondiging van de verkoop of verhuring van dit goed;
        3. het aanbrengen van publiciteitsboodschappen in het raamvlak en achter het raam van een gelijkvloerse handelspui, mits de publiciteitsboodschap beperkt wordt tot 1/6 van de vensteroppervlakte;
        4. opschriften van de gereglementeerde vrije beroepen (dokters, apothekers, architecten,...) en opschriften die uitsluitend een godsdienstige of wijsgerige overtuiging uitdrukken, m.b.t. dewelke door de respectieve beroepsverenigingen aanbevelingen of deontologische codes zijn uitgevaardigd;
        5. verkiezingspubliciteit, gevoerd tijdens een verkiezingsperiode;
        6. tijdelijke publiciteitsboodschappen gemaakt naar aanleiding van tijdelijke en occasionele manifestaties van culturele, caritatieve, godsdienstige, sportieve en recreatieve aard;
        7. tijdelijke publiciteitsboodschappen gemaakt voor circusvoorstellingen, spreekbeurten, bals, braderies, toeristische manifestaties en gelijkaardige manifestaties.

        ARTIKEL 5.

        De voorschriften m.b.t. publiciteit van de aanlegplannen en ruimtelijke uitvoeringsplannen die bindende kracht hebben verkregen en t.a.v. dewelke onderhavige verordening afwijkt, blijven hun bindende en verordenende kracht behouden.

        ARTIKEL 6.

        Er kan geen vergunning worden verleend voor :

        1. publiciteitsboodschappen die om esthetische redenen onverantwoord zijn in relatie tot het gebouw of de omgeving, bijzondere aandacht zal gegeven worden aan publiciteitsboodschappen in de omgeving van en op beschermde monumenten;
        2. publiciteitsboodschappen voorzien van knipperlichten;
        3. aan- en uitgaande verlichte publiciteitsboodschappen (intern of extern);
        4. verlichte publiciteitsboodschappen die de weggebruikers verblinden of in dwaling kunnen brengen, die verkeerstekens voorstellen of nabootsen zodat ze met deze tekens kunnen worden verward of die de doelmatigheid ervan verminderen;
        5. verlichte publiciteitsboodschappen met een rode of groene kleur of kleurweerkaatsing binnen een afstand van 75 m van verkeerslichten.
        6. het aanbrengen van publiciteitsboodschappen op gebouwen die uitsluitend voor bewoning dienen;
        7. het aanbrengen van publiciteitsboodschappen achter het vensterraam of -ramen op de verdieping van gebouwen en andere bouwwerken, zelfs wanneer op het gelijkvloers een handel of een ambt wordt uitgeoefend (behalve wanneer er op deze verdieping een handel, nijverheid of dienst gevestigd is, archiefruimten worden uitgesloten);
        8. het aanbrengen van publiciteitsboodschappen op achtergelaten niet zelfbewegende voertuigen;
        9. het aanbrengen van publiciteitsboodschappen op leegstaande panden en op onbewoonbaar of ongezond verklaarde woningen;
        10. het aanbrengen van publiciteitsboodschappen op kunstwerken of tegen kunstwerken (o.a. bruggen).

        ARTIKEL 7.

        De publiciteit moet steeds in overeenstemming zijn met de goede ruimtelijke ordening. Er wordt gestreefd naar een esthetisch, kwalitatief en sober ontwerp dat verenigbaar is met de onmiddellijke omgeving.

        Het plaatsen of aanbrengen van de publiciteitsinrichting is in overeenstemming met de stedenbouwkundige voorschriften of met geldende afwijkingsmogelijkheden ervan.

        De bepalingen van deze verordening zijn van toepassing, met behoud van de toepassing van andere regelgeving, in het bijzonder de regelgeving over inname van het openbaar domein en de regelgeving over onroerend erfgoed.

        ARTIKEL 8.

        Publiciteitsboodschappen hebben geen negatieve impact op de verkeersveiligheid en zijn niet hinderlijk voor:

        1°de zichtbaarheid van reglementaire verkeerssignalisatie of de reglementair aangebrachte straatnaamborden;
        2°de doeltreffendheid van reglementaire verkeerssignalisatie of de reglementair aangebrachte straatnaamborden door onder andere gelijkenissen te vertonen met die verkeerssignalisatie of straatnaamborden.  

        De publiciteitsinrichting mag de vrije doorgang over de openbare weg nooit hinderen, noch het veilig uitrijden van een goed in het gedrang brengen.

        ARTIKEL 9.

        De publiciteitsinrichtingen en alle in deze verordening genoemde voorwerpen, waarvoor vergunning werd verleend, moeten zorgvuldig onderhouden worden om de veiligheid en de netheid te verzekeren en om het fraai uitzicht van de omgeving te beschermen.

        De constructie-onderdelen en de gedeelten van muren, gevels of zijgevels, die niet voor publiciteitsboodschappen bestemd zijn, moeten eveneens zorgvuldig onderhouden worden.

        Geen enkele publiciteitsinrichting mag geplaatst worden alvorens elk spoor van vroegere plaatsingen volledig verwijderd is.

        ARTIKEL 10.

        De publiciteit mag geen hinder veroorzaken aan de bewoners van de omliggende woningen.

        ARTIKEL 11.

        Voor de toepassing van dit reglement wordt een onderscheid gemaakt tussen verschillende zones volgens de geldende bestemmingen.

        A. Zone woon- en buitengebied

        • woongebied in ruime zin: woongebied, woongebied met culturele, historische en of esthetische waarde, woongebied met landelijk karakter,...
        • agrarische gebied in ruime zin: agrarisch gebied, landschappelijk waardevol agrarisch gebied,…
        • groengebieden (natuur- en parkgebieden en bufferzones)
        • recreatiegebieden
        • gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen en niet gelegen in de zone intra-muros.

        B. Zone intra-muros

        • de stadskern intra-muros zoals weergegeven op de kaart in bijlage waarbij de straten en straatdelen ook benoemd worden.

        C. Zone bedrijvigheid

        • industrie- en dienstverleningsgebied
        • kleinhandelszones Rijselsepoort en Haiglaan bestemd in functie van detailhandel
        • ambachtelijke zone.


        HOOFDSTUK 3 : OMGEVINGSVERGUNNINGEN - AANVRAGEN / PROCEDURE

        ARTIKEL 12.

        Bij de aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning moet volgende dossiersamenstelling worden aangehouden, de omgevingsvergunningsaanvraag dient opgeladen op het omgevingsloket:

        1. een motivatienota met vermelding van naam, voornaam en adres van de eigenaar, ondertekend door de aanvrager en mede-ondertekend voor akkoord door de eigenaar van het pand.
        2. 3 recente foto's, genomen uit drie hoeken, zijnde dwars, links en rechts.
        3. een inplantingsplan
        4. tekening op schaal van de publiciteitsboodschap met aanduiding van de gebruikte materialen, kleuren en afmetingen.
        5. tekening op schaal (idem) van de gevel waarop de publiciteitsboodschap aangebracht wordt met aanduiding van de afmetingen van de gevel, de plaats waar de publiciteitsboodschap aangebracht wordt, de reeds bestaande publiciteitsinrichtingen en de bestaande breedte van het voetpad (indien dit aanwezig is).

        ARTIKEL 13.

        Het bekomen van een omgevingsvergunning bij toepassing van deze verordening ontslaat de houder van de vergunning niet van de verplichting de eventueel vereiste andere vergunningen aan te vragen bij de bevoegde overheid.

         

        HOOFDSTUK 4 : OPRICHTINGSVOORWAARDEN ZAAKGEBONDEN PUBLICITEIT

        §1 - ZAAKGEBONDEN PUBLICITEIT MET BEWEGENDE BEELDEN

        A. Van toepassing in de zone woon- en buitengebied en zone bedrijvigheid

        ARTIKEL 14.

        Publiciteitsinrichtingen met bewegende publiciteitsboodschappen of publiciteitsinrichtingen waarbij van de ene publiciteitsboodschap naar de andere publiciteitsboodschap wordt overgegaan zijn niet toegelaten als de publiciteitsboodschappen aan één van de volgende voorwaarden voldoen: 

        1° ze zijn herkenbaar vanaf autosnelwegen;
        2° ze zijn herkenbaar op minder dan vijftig meter voor een kruispunt met een andere weg of een oversteekplaats voor zwakke weggebruikers;
        3° ze zijn herkenbaar voor en in een gevaarlijke bocht van een weg, vanaf de verkeerssignalisatie die daarvoor is aangebracht.  

        Publiciteitsinrichtingen met bewegende publiciteitsboodschappen of publiciteitsinrichtingen waarbij van de ene publiciteitsboodschap naar de andere publiciteitsboodschap wordt overgegaan, zijn alleen toegelaten als de publiciteitsinrichtingen voldoen aan al de volgende voorwaarden:

        1° de weergavetijd van een publiciteitsboodschap bedraagt minimaal zes seconden;
        2° er wordt niet overgegaan van de ene publiciteitsboodschap naar de andere publiciteitsboodschap door speciale effecten te gebruiken, zoals vervagen, slepen, in- of uitzoomen;
        3° bij bewegende publiciteitsboodschappen beweegt maximaal een derde van het beeld.

        De voorwaarden, vermeld in het eerste lid, gelden niet als de publiciteitsboodschappen alleen herkenbaar zijn vanaf de volgende openbare wegen:

        1° de openbare wegen waar geen of maar beperkt gemotoriseerd verkeer is toegelaten, zoals in winkel-wandelstraten of verkeersluwe straten;
        2° de openbare wegen waar gemotoriseerd verkeer tijdelijk is verboden, zoals bij evenementen, gedurende de periode waarvoor dat tijdelijke verbod geldt

        B. Van toepassing in de zone intra-muros

        ARTIKEL 15.

        Publiciteitsinrichtingen met bewegende publiciteitsboodschappen of publiciteitsinrichtingen waarbij van de ene publiciteitsboodschap naar de andere publiciteitsboodschap wordt overgegaan zijn niet toegelaten.

        §2 - VERLICHTE ZAAKGEBONDEN PUBLICITEIT

        A. Van toepassing in de zone woon- en buitengebied en zone bedrijvigheid

        ARTIKEL 16.

        Zaakgebonden publiciteit kan verlicht worden door een inwendige of uitwendige lichtbron, deze dient te voldoen aan volgende bepalingen:

        1. lichtreclames, voorzien van knipperlichten zijn niet toegelaten;
        2. aan- en uitgaande lichtreclames zijn niet toegelaten;
        3. lichtreclames die de weggebruikers verblinden of in dwaling kunnen brengen, die verkeerstekens voorstellen of nabootsen zodat ze met deze tekens kunnen worden verward of die de doelmatigheid ervan verminderen, zijn verboden;
        4. lichtreclames met een rode of groene kleur of kleurweerkaatsing zijn verboden binnen een afstand van 75 m van verkeerslichten.
        5. de weggebruiker wordt niet verblind;
        6. de helderheid van vrij programmeerbare inwendig verlichte publiciteitsinrichtingen is instelbaar en past zich automatisch aan het omgevingslicht aan.

        B. Van toepassing in de zone intra-muros

        ARTIKEL 17.

        Zaakgebonden publiciteit kan verlicht worden door een inwendige of uitwendige lichtbron. Dit geldt niet voor publiciteit haaks op het gevelvlak waartegen zij steunt, deze kan enkel verlicht worden door een uitwendige lichtbron. De verlichting dient te voldoen aan volgende bepalingen:

        1. lichtreclames, voorzien van knipperlichten zijn niet toegelaten;
        2. aan- en uitgaande lichtreclames zijn niet toegelaten;
        3. lichtreclames die de weggebruikers verblinden of in dwaling kunnen brengen, die verkeerstekens voorstellen of nabootsen zodat ze met deze tekens kunnen worden verward of die de doelmatigheid ervan verminderen, zijn verboden;
        4. lichtreclames met een rode of groene kleur of kleurweerkaatsing zijn verboden binnen een afstand van 75 m van verkeerslichten.
        5. de weggebruiker wordt niet verblind;
        6. de helderheid van vrij programmeerbare inwendig verlichte publiciteitsinrichtingen is instelbaar en past zich automatisch aan het omgevingslicht aan.
        7. de afmetingen van de lichtbron wordt tot een minimum beperkt en de opstelling is esthetisch verantwoord.

         

        §3 - ALLEENSTAANDE ZAAKGEBONDEN PUBLICITEIT OP PRIVE-EIGENDOM

        Waar toegelaten dienen de voorschriften met betrekking tot zaakgebonden publiciteit met bewegende beelden en verlichte zaakgebonden publiciteit zoals bepaald in artikel 13 tot en met 16 nageleefd te worden.

        A. Van toepassing in de zone woon- en buitengebied en zone intra-muros

        ARTIKEL 18.

        Vergunning kan worden verleend voor het plaatsen van een alleenstaande publiciteitsinrichting in de voortuinstrook, mits het landschap of het straatbeeld niet geschaad wordt en mits te voldoen aan volgende voorwaarden:

        1. er worden enkel zaakgebonden publiciteitsboodschappen weergegeven;
        2. één bord per inrichting;
        3. de oppervlakte van het bord moet beperkt blijven tot max. 1,00 m²;
        4. de constructie moet geplaatst worden op minstens 1,00 m achter de rooilijn en niet in de bouwvrije zijstroken;
        5. op de hoek van 2 straten mag de constructie niet geplaatst worden binnen een hoekafschuining van 5 m gemeten op de rooilijn van de 2 straten. De constructie mag het uitzicht van het verkeer niet hinderen.
        6. de maximale hoogte dient beperkt tot max. 3 m boven maaiveld.

        B. Van toepassing in de zone bedrijvigheid

        ARTIKEL 19.

        Vergunning kan worden verleend voor het plaatsen van een alleenstaande publiciteitsinrichting in de voortuinstrook, mits het landschap of het straatbeeld niet geschaad wordt en mits te voldoen aan volgende voorwaarden:

        1. er worden enkel zaakgebonden publiciteitsboodschappen weergegeven;
        2. één bord per inrichting;
        3. de oppervlakte van het bord moet beperkt blijven tot max. 3,00 m², maar mag het zicht op de in- en uitrit van de wagens niet verhinderen;
        4. de constructie moet geplaatst worden op minstens 1,00 m achter de rooilijn en niet in de bouwvrije zijstroken;
        5. op de hoek van 2 straten mag de constructie niet geplaatst worden binnen een hoekafschuining van 5 m gemeten op de rooilijn van de 2 straten. De constructie mag het uitzicht van het verkeer niet hinderen.
        6. de maximale hoogte dient beperkt tot max. 5 m boven maaiveld.

        ARTIKEL 20.

        Voor een bedrijfsverzamelgebouw kan een vergunning worden verleend voor het plaatsen van een alleenstaande publiciteitsinrichting in de voortuinstrook, mits het landschap of het straatbeeld niet

        geschaad wordt en mits te voldoen aan volgende voorwaarden :

        1. er worden enkel zaakgebonden publiciteitsboodschappen weergegeven;
        2. één bord per bedrijfsverzamelgebouw;
        3. de oppervlakte van het bord moet beperkt blijven tot max. 10,00 m² met een maximum van 3,00 m² per bedrijf en mag het zicht op de in- en uitrit van de wagens niet verhinderen;
        4. de constructie moet geplaatst worden op minstens 1,00 m achter de rooilijn en niet in de bouwvrije zijstroken;
        5. op de hoek van 2 straten mag de constructie niet geplaatst worden binnen een hoekafschuining van 5 m gemeten op de rooilijn van de 2 straten. De constructie mag het uitzicht van het verkeer niet hinderen.
        6. de maximale hoogte dient beperkt tot max. 5 m boven maaiveld.

        §4 - ZAAKGEBONDEN PUBLICITEIT HAAKS OP HET GEVELVLAK

        Waar toegelaten dienen de voorschriften met betrekking tot zaakgebonden publiciteit met bewegende beelden en verlichte zaakgebonden publiciteit zoals bepaald in artikel 13 tot en met 16 nageleefd te worden.

        A. Van toepassing in zone woon- en buitengebied

        ARTIKEL 21.

        Vergunning kan worden verleend voor het aanbrengen van publiciteitsinrichtingen haaks op het gevelvlak waartegen zij steunt, op gebouwen en andere bouwwerken, die voor handels- of nijverheidsdoeleinden worden aangewend.

        De publiciteitsinrichting dient te voldoen aan de volgende voorwaarden :

        1. er worden enkel zaakgebonden publiciteitsboodschappen weergegeven;
        2. de publiciteitsinrichting mag geen enkele in de voorgevel gemaakte lichtopening geheel of gedeeltelijk bedekken;
        3. de publiciteitsinrichting moet kunnen gevat worden in een kader met als maximale oppervlakte 1,00 m2;
        4. de publiciteitsinrichting moet ten minste 0,50 m van de buitenlijn van het voetpad of de straatgreppel blijven;
        5. de maximum uitsprong moet beperkt blijven tot 0,75 m exclusief bevestigingsconstructie van max. 25 cm buiten gevel;
        6. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens moet ten minste 0,50 m bedragen;
        7. de publiciteitsinrichting moet tenminste 2,50 m boven het voetpad of het straatniveau geplaatst worden en mag in geen geval boven de ramen op de eerste verdieping uitsteken of hoger zijn dan 5,00 m indien hier geen ramen zijn, ook kan de haakse publiciteit niet boven de kroonlijst uitsteken.
        8. er wordt slechts één haakse publiciteitsboodschap toegelaten per gevel. Indien de gevel breder is dan 7,00 m wordt een bijkomende publiciteitsboodschap toegelaten per veelvoud van 7,00 m;

        B. Van toepassing in de zone intra-muros

        ARTIKEL 22.

        Een haakse publiciteitsinrichting bestaande uit een vol paneel met een inwendige lichtbron, of bestaande uit een lichtornament wordt niet toegestaan in deze zone.

        De publiciteitsinrichting dient te voldoen aan de volgende voorwaarden :

        1. er worden enkel zaakgebonden publiciteitsboodschappen weergegeven;
        2. de publiciteitsinrichting mag geen enkele in de voorgevel gemaakte lichtopening geheel of gedeeltelijk bedekken;
        3. de publiciteitsinrichting moet kunnen gevat worden in een kader met als maximale oppervlakte 0,50 m² en mag niet hoger opgericht worden dan 5,00 m boven de stoep;
        4. de publiciteitsinrichting moet ten minste 0,50 m van de buitenlijn van het voetpad of de straatgreppel blijven;
        5. de maximum uitsprong moet beperkt blijven tot 0,75 m exclusief bevestigingsconstructie van max. 25 cm buiten gevel;
        6. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens moet ten minste 0,50 m bedragen;
        7. de publiciteitsinrichting moet tenminste 2,50 m boven het voetpad of het straatniveau geplaatst worden en mag in geen geval boven de ramen op de eerste verdieping uitsteken of hoger zijn dan 5,00 m indien hier geen ramen zijn, ook kan de haakse publiciteit niet boven de kroonlijst uitsteken;
        8. er wordt slechts één haakse publiciteitsinrichting toegelaten per gevel. Indien de gevel breder is dan 7,00 m wordt een bijkomende publiciteitsinrichting toegelaten per veelvoud van 7,00 m;
        9. de publiciteitsinrichting mag enkel verlicht worden bij middel van een esthetisch verantwoord opgestelde uitwendige lichtbron, welke zodanig dient opgesteld te worden dat zij geen hinder verwekt voor de gebruikers van de wegenis;
        10. daar het gebouw gelegen is in een historisch waardevol gedeelte van de stad dient er bijzondere aandacht gegeven te worden aan de uitvoering van de publiciteitsinrichting in relatie tot het gebouw en de omgeving (bv. uitvoering in hout, smeedwerk, enz.)

        C. Van toepassing in de zone bedrijvigheid

        ARTIKEL 23.

        Vergunning kan worden verleend voor het aanbrengen van een publiciteitsinrichting haaks op het gevelvlak waartegen zij steunt, op gebouwen en andere bouwwerken, die voor handels- of nijverheidsdoeleinden worden aangewend, voor zover zij uitsluitend betrekking heeft op een activiteit uitgeoefend in deze gebouwen, de benaming van de inrichting of de producten welke hier verkocht worden.

        De publiciteitsinrichting dient te voldoen aan de volgende voorwaarden :

        1. de publiciteitsinrichting mag geen enkele in de voorgevel gemaakte lichtopening geheel of gedeeltelijk bedekken;
        2. de publiciteitsinrichting moet kunnen gevat worden in een kader met als maximale oppervlakte 3,00 m2;
        3. de publiciteitsinrichting moet ten minste 0,50 m van de buitenlijn van het voetpad of de straatgreppel blijven;
        4. de maximum uitsprong moet beperkt blijven tot 0,75 m exclusief bevestiging constructie van max. 25 cm buiten gevel;
        5. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens moet ten minste 0,50 m bedragen;
        6. de publiciteitsinrichting moet tenminste 2,50 m boven het voetpad of het straatniveau geplaatst worden en mag in geen geval boven de ramen op de eerste verdieping uitsteken of hoger zijn dan 5,00 m indien hier geen ramen zijn, ook kan de haakse publiciteit niet boven de kroonlijst uitsteken;
        7. er wordt slechts één haakse publiciteitsinrichting toegelaten per gevel. Indien de gevel breder is dan 7,00 m wordt een bijkomende publiciteitsinrichting toegelaten per veelvoud van 7,00 m; 

        §5 – ZAAKGEBONDEN PUBLICITEIT IN HET VLAK VAN DE GEVEL

        Waar toegelaten dienen de voorschriften met betrekking tot zaakgebonden publiciteit met bewegende beelden en verlichte zaakgebonden publiciteit zoals bepaald in artikel 13 tot en met 16 nageleefd te worden.

        A. Van toepassing in de zone woon- en buitengebied

        ARTIKEL 24.

        Vergunning kan worden verleend voor het aanbrengen van publiciteitsinrichtingen in het vlak van de gevel waartegen zij steunt, op gebouwen en andere bouwwerken die voor handels- of nijverheidsdoelen worden aangewend.

        De publiciteitsinrichting dient te voldoen aan de volgende voorwaarden :

        1. er worden enkel zaakgebonden publiciteitsboodschappen weergegeven;
        2. enkel op de voorgevel van de gebouwen;
        3. de publiciteitsinrichting mag geen enkele in de voorgevel gemaakte lichtopening, noch balkonopening geheel of gedeeltelijk bedekken;
        4. de publiciteitsinrichting mag geen constructieve onderdelen bedekken welke belangrijk zijn voor de vormgeving van het gebouw;
        5. de publiciteitsinrichting moet geplaatst worden op minstens 0,50 m van de buitenzijde van de gevel;
        6. plaats van de oppervlakte : 
          • de publiciteitsinrichting mag niet boven het peil van de vensterdorpels op de 1ste verdieping uitsteken en mag niet hoger dan 5,00 m aangebracht worden indien hier geen ramen zijn, ook kan de publiciteit niet boven de kroonlijst uitsteken. De publiciteitsinrichting moet gevat zijn in een kader met als maximum afmetingen 0,60 m hoogte en de breedte van de gevel verminderd met 2 x 0,50 m;
          • ofwel
          • indien geen publiciteitsinrichtingen haaks op de gevel aangebracht wordt, mag een publiciteitsinrichting in het vlak van de gevel tussen de ramen op de 1ste verdieping geplaatst worden. De publiciteitsinrichting dient minstens 0,25 m van vensteropening verwijderd en moet gevat zijn in een kader met als maximum afmetingen: breedte 1,00 m en hoogte begrepen tussen 2,50 m en 5,00 m vanaf het voetpad. De oppervlakte dient beperkt te worden tot 2 m2;

        g. de max. uitsprong op het gevelvlak is beperkt tot 0,15 m;

        B. Van toepassing in de zone intra-muros

        ARTIKEL 25.

        De publiciteitsinrichting dient te voldoen aan de volgende voorwaarden :

        1. er worden enkel zaakgebonden publiciteitsboodschappen weergegeven;
        2. enkel op de voorgevel van de gebouwen;
        3. de publiciteitsinrichting mag geen enkele in de voorgevel gemaakte lichtopening, noch balkonopening geheel of gedeeltelijk bedekken;
        4. de publiciteitsinrichting mag geen constructieve onderdelen bedekken welke belangrijk zijn voor de vormgeving van het gebouw;
        5. de publiciteitsinrichting moet geplaatst worden op minstens 0,50 m van de buitenzijde van de gevel;
        6. plaats van de oppervlakte :
          • de publiciteitsinrichting mag niet boven het peil van de vensterdorpels op de 1ste verdieping uitsteken en mag niet hoger dan 5,00 m aangebracht worden indien hier geen ramen zijn, ook kan de publiciteit niet boven de kroonlijst uitsteken. De publiciteitsinrichting moet gevat zijn in een kader met als maximum afmetingen 0,40 m hoogte en de breedte van de gevel verminderd met 2 x 0,50 m;
          • ofwel
          • indien geen publiciteitsinrichtingen haaks op de gevel aangebracht wordt, mag een publiciteitsinrichting in het vlak van de gevel tussen de ramen op de 1ste verdieping geplaatst worden. De publiciteitsinrichting dient minstens 0,25 m van vensteropening verwijderd en moet gevat zijn in een kader met als maximum afmetingen : breedte 1,00 m en hoogte begrepen tussen 2,50 m en 5,00 m vanaf het voetpad. De oppervlakte dient beperkt te worden tot 0,5 m2;

        g. de max. uitsprong op het gevelvlak is beperkt tot 0,15 m;

        C. Van toepassing in de zone bedrijvigheid

        ARTIKEL 26.

        De publiciteitsinrichting dient te voldoen aan de volgende voorwaarden :

        1. er worden enkel zaakgebonden publiciteitsboodschappen weergegeven;
        2. maximum oppervlakte 10 m², als som van de oppervlaktes van alle publiciteitsinrichtingen in het gevelvlak;
        3. de max. uitsprong op het gevelvlak is beperkt tot 0,15 m;
        4. de publiciteitsinrichting steekt niet uit boven de kroonlijst. 

        §6 - ZAAKGEBONDEN PUBLICITEIT OP ZONNESCHERMEN EN LUIFELS

        ARTIKEL 27.

        Onverminderd de bepalingen van de politieverordening betreffende het privatief gebruik van de openbare weg kan een vergunning worden verleend om luifels - al dan niet opvouwbaar - met publiciteitsboodschappen te voorzien op de voorgevels van gebouwen of bouwwerken met een handels- en nijverheidsfunctie, doch beperkt tot de gelijkvloerse verdieping van deze gebouwen.

        Publiciteitsboodschappen op het schuine vlak zijn niet toegelaten (enkel op vertikale gedeelten).

         

        §7 - ZAAKGEBONDEN PUBLICITEIT OP VLAGGEN

        ARTIKEL 28.

        De vlaggen op vlaggenmasten moeten worden uitgevoerd in textiel of gelijkwaardige stoffen.

        A. Van toepassing in de zone woon- en buitengebied en zone intra-muros

        ARTIKEL 29.

        Vergunning kan verleend worden om vlaggen aan vlaggenmasten aan te brengen mits :

        1. oppervlakte per vlag beperkt blijft tot 1,5 m2;
        2. geen publiciteitsboodschappen voor derden erop wordt aangebracht;
        3. de vlaggenmasten op percelen dienen opgericht te worden op een afstand van minstens 1 m achter de rooilijn.

        B. Van toepassing in de zone bedrijvigheid

        ARTIKEL 30.

        Vergunning kan verleend worden om vlaggen aan vlaggenmasten aan te brengen mits :

        1. oppervlakte per vlag, wimpel of spandoek beperkt blijft tot 10 m²;
        2. geen publiciteitsboodschappen voor derden erop wordt aangebracht;
        3. de vlaggenmasten op percelen dienen opgericht te worden op een afstand van minstens 1 m achter de rooilijn. 

        §8 – ZAAKGEBONDEN PUBLICITEIT OP AFSLUITINGEN EN STEIGERS

        ARTIKEL 31.

        Zaakgebonden publiciteitsinrichtingen kunnen worden geïntegreerd in de afsluitingen en steigers van bouwplaatsen als al de volgende voorwaarden vervuld zijn:

        1° de publiciteitsboodschap is niet herkenbaar vanaf een autosnelweg;
        2° de plaatsingsvoorschriften voor zaakgebonden publiciteit worden gerespecteerd;
        3° de plaatsing van de publiciteitsinrichting wordt beperkt tot een van de volgende perioden:

        a) voor de duur van de uitvoering van vergunde stedenbouwkundige handelingen met een maximum van drie jaar;
        b) zes maanden in geval van meldingsplichtige stedenbouwkundige handelingen waarvan akte is genomen;
        c) één maand in geval van handelingen die vrijgesteld zijn van de stedenbouwkundige vergunningsplicht.

         

        HOOFDSTUK 5 : OPRICHTINGSVOORWAARDEN NIET-ZAAKGEBONDEN PUBLICITEIT

        §1 - NIET-ZAAKGEBONDEN PUBLICITEIT OP AFSLUITINGEN EN STEIGERS

        ARTIKEL 32.

        Niet-zaakgebonden publiciteitsinrichtingen kunnen worden geïntegreerd in de afsluitingen en steigers van bouwplaatsen als al de volgende voorwaarden vervuld zijn:

        1° de publiciteitsboodschap is niet herkenbaar vanaf een autosnelweg;
        2° de publiciteitsboodschap is enkel toegelaten voor het bedrijf dat ter plaatse in aanneming werken uitvoert;
        3° de plaatsing van de publiciteitsinrichting wordt beperkt tot een van de volgende perioden:

        a) voor de duur van de uitvoering van vergunde stedenbouwkundige handelingen met een maximum van drie jaar;
        b) zes maanden in geval van meldingsplichtige stedenbouwkundige handelingen waarvan akte is genomen;
        c) één maand in geval van handelingen die vrijgesteld zijn van de stedenbouwkundige vergunningsplicht.

        4° de niet-zaakgebonden publiciteitsinrichting vermeldt de naam en de contactgegevens van de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die de publiciteitsinrichting heeft aangebracht of laten aanbrengen. 

        Wijzigingsbepalingen

        ARTIKEL 33.

        Met de herziening van de Bouwverordening op reclames, uithangborden, opschriften en andere publiciteitsmiddelen, aangebracht op vaste constructies worden volgende artikelen herzien:

        Wijzigingsbepalingen
        Bouwverordening op reclames, uithangborden, opschriften en andere publiciteitsmiddelen, aangebracht op vaste constructies. Nieuwe gemeentelijk stedenbouwkundige verordening publiciteit aangebracht op vaste constructies Duiding herziening Artikel uit de verordening met markering van de aanpassingen
        Artikel 1 Artikel 1 Aanpassing van de terminologie conform de gewestelijk stedenbouwkundig verordening en actualisatie van de bestaande definities.   
        Artikel 2 Artikel 2  Behoud van de vergunningsplicht conform art. 4.2.5 VCRO. Alle publiciteit die gevoerd wordt op, of in de omgeving van openbare wegen en openbare plaatsen en de verlichting van deze installaties, is aan een voorafgaandelijke vergunning van  het College van Burgemeester en Schepenen onderworpen. 
        Artikel 3 Artikel 3 Te behouden met aanpassing van de terminologie bouwvergunningsplichtig naar omgevingsvergunningsplichtig. Alle publiciteit die valt onder de bepalingen van de gewestelijke reglementering inzake het  aanplakken en reclame maken, worden bouwomgevingsvergunningsplichtig gesteld minstens onder de voorwaarden gesteld in deze reglementering. 
        Artikel 4 Artikel 4  Te behouden met aanpassing van de terminologie en met schrapping van achterhaalde voorschriften waarbij het toepassingsgebied verruimd wordt ten opzichte van de vorige versie.  Dit reglement is uitsluitend van toepassing op alle vanaf de openbare wegen waarneembare reclames, uithangborden en andere publiciteitsmiddelen publiciteitsboodschappen. Met openbare wegen worden gelijkgesteld; de bevaarbare waterlopen, de paden met openbare erfdienstbaarheden, de spoorwegen (het stationsgebouw en perrons uitgesloten) en de autosnelwegen (A19). 
        Vallen niet onder toepassing van dit reglement : 
        a. de aanplakbrieven aangebracht ter uitvoering van een wets- of reglementsbepaling of door openbare of ministeriële ambtenaren op de vastgestelde plaatsen; 
        b. de op een onroerend goed aangebrachte aankondiging van de verkoop of verhuring van dit goed; 
        c. het aanbrengen van een uithangbord in het raamvlak en achter het raam van een gelijkvloerse handelspui, mits het uithangbord beperkt wordt tot 1/6 van de vensteroppervlakte met een maximum van 0,25 m². 
        d. opschriften van de gereglementeerde vrije beroepen (dokters, apothekers, architecten, .) en opschriften die uitsluitend een godsdienstige of wijsgerige overtuiging uitdrukken, m.b.t. dewelke door de respectieve beroepsverenigingen aanbevelingen of  deontologische codes zijn uitgevaardigd; 
        e. verkiezingspubliciteit, gevoerd tijdens een verkiezingsperiode; 
        f. reclame tijdelijke publiciteitsboodschappen gemaakt naar aanleiding van tijdelijke en occasionele manifestaties van culturele, caritatieve, godsdienstige, sportieve en recreatieve aard; voorzover deze niet meer dan 15 dagen voor de manifestatie en niet meer dan 8 dagen na de manifestatie zichtbaar blijft, zoals bepaald onder titel 3 afdeling 3.8. van het algemene politiereglement van Ieper;
        g. tijdelijke reclame tijdelijke publiciteitsboodschappen gemaakt voor circusvoorstellingen, spreekbeurten, bals, braderies, toeristische manifestaties en gelijkaardige manifestaties, voorzover deze niet meer dan 15 dagen voor de manifestatie en niet meer dan 8 dagen na de manifestatie zichtbaar blijft.
        Artikel 5-7 Artikel 5-11 Algemene voorschriften die worden overgenomen met aanpassing conform de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en actualisatie voorschriften.  
        Artikel 8-11 Artikel 12  De vergunningsprocedure wordt nader geduid als omgevingsvergunningsprocedure.   
        Artikel 12-50 Artikel 14-32 Aanpassing van de oprichtingsvoorwaarden conform de gewestelijk stedenbouwkundige verordening en actualisatie van de bestaande voorwaarde.   

        Slotbepalingen

        Artikel 34. De definitief vastgestelde gemeentelijk stedenbouwkundige verordening publiciteit aangebracht op vaste constructies wordt samen met het besluit van de gemeenteraad en het volledige advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening binnen de 10 dagen na de definitieve vaststelling per beveiligde zending bezorgd aan de deputatie van de provincie West-Vlaanderen en aan het departement.

        Artikel 35. Overeenkomstig artikel 286 van het decreet lokaal bestuur maakt de burgemeester bekend dat de gemeenteraad deze gemeentelijk stedenbouwkundige verordening heeft vastgesteld in zitting van 4 december 2023;

        Artikel 36. Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van deze beslissing;

        Artikel 37. Deze gemeentelijk stedenbouwkundige verordening treedt in werking op de tiende dag na de bekendmaking van de definitieve vaststelling in het Belgisch Staatsblad.  

         

      • Toetredingsovereenkomst Vastgoedinformatieplatform en vernieuwing retributiereglement vastgoedinformatie

        Juridische grond en bevoegdheden

        Gelet artikel 173, van de Grondwet;

        Gelet op artikel 40, §3, van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

        Gelet op artikel 21, eerste lid, van het Decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform;

        Gelet op de artikelen 5.2.1, 5.2.5, 5.2.6 en 5.2.7 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009;

        Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;

        Overwegende dat aanvragers informatie over onroerende goederen van verschillende overheidsinstanties, waaronder gemeenten, centraal en gebundeld wensen te ontvangen;

        Overwegende dat de gemeente het belangrijk vindt dat potentiële kopers met kennis van zaken een beslissing kunnen nemen over een onroerend goed;

        Overwegende dat gemeenten op zoek zijn naar mogelijkheden om informatie over onroerende goederen efficiënter en veiliger te delen;

        Overwegende dat het Vastgoedinformatieplatform een elektronisch informatiesysteem is om vastgoedinformatie te ontsluiten, samen te voegen en ter beschikking te stellen, en uit te wisselen tussen aanleverende entiteiten en aanvragers;

        Overwegende dat het Vastgoedinformatieplatform beheerd wordt door het Vlaams Datanutsbedrijf (ook “Athumi” genoemd) zoals geregeld in het Decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform;

        Overwegende dat de gemeente via het Vastgoedinformatieplatform de door aanvragers aangevraagde vastgoedinformatie kan verzamelen in een product en dit product met vastgoedinformatie kan ontsluiten;

        Overwegende dat het verzamelen en ontsluiten, via het Vastgoedinformatieplatform, van vastgoedinformatie en het samenvoegen van deze vastgoedinformatie in een product, op verzoek van aanvragers voor de gemeente een administratieve last en bijhorende kost met zich meebrengt;

        Overwegende dat de stad Ieper de kost voor het ontsluiten, samenvoegen en ter beschikking stellen van vastgoedinformatie via producten op de aanvrager ervan wenst te verhalen;

        Feiten, context en argumentatie

        Bij verkoop van onroerende goederen dient verplicht vastgoedinformatie (stedenbouwkundige informatie, milieu-informatie, etc.) opgevraagd te worden bij de gemeente. 

        Sinds oktober 2022 werkt stad Ieper hiervoor met het Vlaams Vastgoedinformatieplatform. Op 22 december 2023 werd het decreet over het Vastgoedinformatieplatform goedgekeurd. Dit verplicht alle gemeenten om vanaf 1 januari 2024 vastgoedinformatie te verstrekken via het Vastgoedinformatieplatform en bepaalt alle hiermee gepaard gaande modaliteiten.

        Voor het verstrekken van vastgoedinformatie wordt een retributie van 80 EUR geheven per kadastraal perceel. Tot 1 januari 2024 werd de retributie geïnd door de stad Ieper. Het innen van de retributie zal vanaf 1 januari 2024 door Vlaanderen gebeuren. De gemeentelijke retributie zal maandelijks doorgestort worden naar de stad Ieper. In die zin dienen de toetredingsovereenkomst en het retributiereglement aangepast te worden. Het tarief van de gemeentelijke retributie wordt niet aangepast.

        Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de raad met 16 ja stemmen en 4 onthoudingen (de raadsleden Six, Dehollander, Vancayseele en Vandenbilcke) tegen 8 neen stemmen (de raadsleden De Roo, Laurens, Desomer, Williams, Baert, Gheysens, Feys en Dehaerne) :

        Artikel 1 - Definities

        Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

        1° vastgoedinformatie: gebouw-, grond- of omgevingsgebonden gegevens inzake een onroerend goed, inclusief informatie met betrekking tot het juridische, administratieve of fysieke statuut van dit onroerend goed;

        2° lokale gegevensbron: vastgoedinformatie die een gemeente of de rechtspersonen die ervan afhangen, beheert;

        3° centrale gegevensbron: vastgoedinformatie die een Vlaamse instantie of een externe overheid beheert;

        4° Vastgoedinformatieplatform of VIP: elektronisch informatiesysteem om vastgoedinformatie te ontsluiten, samen te voegen en ter beschikking te stellen;

        5° product: een welbepaalde combinatie van vastgoedinformatie over één perceel, of een onderdeel ervan, die vooraf door het Vlaams Datanutsbedrijf is vastgelegd, die op aanvraag wordt ontsloten door de aanleverende entiteiten, vermeld in het VIP-decreet in artikel 10, eerste tot en met derde lid, die wordt samengevoegd via het VIP, en die ter beschikking wordt gesteld aan de aanvrager via het VIP;

        6° externe overheid: overheidsinstanties, vermeld in artikel I.3, 8° van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

        7° Vlaamse instantie: een Vlaamse instantie als vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 2 december 2022 houdende machtiging tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Datanutsbedrijf in de vorm van een naamloze vennootschap;

        8° aanvrager: een professionele aanvrager (zoals vermeld in artikel 2, 18° van het VIP-decreet) of een burger (zoals vermeld in artikel 2, 7° van het VIP-decreet) of zijn vertegenwoordiger die een aanvraag indient via het VIP;

        9° algemene verordening gegevensbescherming: Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;

        10° persoonsgegevens: de gegevens, vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming;

        11° verwerking: een verwerking als vermeld in artikel 4, 2), van de algemene verordening gegevensbescherming;

        12° verwerkingsverantwoordelijke: een verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming;

        13° betrokkene: een betrokkene als vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming;

        14° VIP-decreet: decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform;

        15° gemeentelijke bronretributie: de retributie die de aanvrager verschuldigd is aan een lokaal bestuur voor het ontsluiten, samenvoegen en ter beschikking stellen van vastgoedinformatie in een product;   

        Artikel 2 - Algemeen

        De aanvrager dient elektronisch een aanvraag in bij Athumi om een product via het Vastgoedinformatieplatform te ontvangen. Athumi ontvangt op elektronische wijze de vastgoedinformatie van de aanleverende entiteiten (de lokale gegevensbronnen en de centrale gegevensbronnen). De relevante vastgoedinformatie per perceel, of een onderdeel daarvan, wordt automatisch opgeladen in een product in het VIP of wordt door de aanleverende entiteiten aan het VIP bezorgd. Athumi en de gemeente stellen het product via het VIP ter beschikking aan de aanvrager.

        In de mate dat persoonsgegevens zouden worden verwerkt in het kader van een product, verwerkt de gemeente die persoonsgegevens met als doeleinde om het product ter beschikking te kunnen stellen aan de aanvragers in het kader van hun beroepsactiviteiten of in het kader van één van de doelstellingen opgesomd in artikel 6 van het VIP-decreet.

        Voor alle aanvragen die via het VIP verlopen, wordt ten voordele van stad Ieper een gemeentelijke bronretributie geheven op aanvragen tot het verkrijgen van een product met vastgoedinformatie uit een lokale gegevensbron. 

        Artikel 3 – Aanvrager van vastgoedinformatie

        Alle aanvragen van producten, zoals vermeld in artikel 7 van het VIP-decreet, worden geacht via het VIP te verlopen. Het verplicht gebruik van het Vastgoedinformatieplatform wordt voor producten met vastgoedinformatie uit een lokale gegevensbron geregeld in het VIP-decreet.

        Een oplijsting van alle organisaties die als aanvrager toegang krijgen tot het Vastgoedinformatieplatform voor aanvragen van producten wordt door Athumi ter beschikking gesteld op de website van Athumi[1].

        De gemeentelijke bronretributie is, overeenkomstig artikel 21 van het VIP-decreet, verschuldigd door de aanvrager. Van zodra het VIP-decreet in werking treedt is eveneens de platformretributie in de zin van artikel 2, 15°, en 19, eerste lid, 1°, van het VIP-decreet verschuldigd door de aanvrager.

        Dezelfde instanties die overeenkomstig artikel 23, §3, van het VIP-decreet zijn vrijgesteld van de platformretributie in de zin van artikel 2, 15°, en 19, eerste lid, 1°, van het VIP-decreet worden vrijgesteld van de betaling van gemeentelijke bronretributie. Het gaat in concreto over deze organisaties:

        • externe overheden; een overheidsinstantie als vermeld in artikel I.3, 8°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
        • Vlaamse instanties, als vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 2 december 2022.
        • lokale overheden, als vermeld in artikel I.3, 5°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
        • gerechtelijke overheden;
        • hulpverleningszones als vermeld in het koninklijk besluit van 2 februari 2009 tot vaststelling van de territoriale afbakening van de hulpverleningszones;
        • politiezones als vermeld in artikel 9 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus. 

        Artikel 4 - Bedrag

        Het bedrag van de gemeentelijke bronretributie wordt vastgelegd als volgt:

        Voorwerp aanvraag

        Retributiebedrag per kadastraal perceel

        Product Vastgoedinlichtingen, zoals vermeld in hoofdstuk 8 van het VIP-decreet

        80 EUR

        Daarbovenop komt het bedrag van de platformretributie of platformvergoeding zoals vastgelegd in het VIP-decreet. 

        Artikel 5 - Inning 

        Athumi int de gemeentelijke bronretributie conform artikel 21 van het VIP-decreet via het VIP in naam en voor rekening van de lokale overheden. De bronretributie wordt periodiek (maandelijks) integraal doorgestort aan de gemeente voor alle aangevraagde producten. 

        Artikel 6 - Verwerking van persoonsgegevens 

        §1. In de mate dat persoonsgegevens zouden worden verwerkt in het kader van de ontsluiting, samenvoeging en ter beschikkingstelling van vastgoedinformatie in een product, treden de stad Ieper en Athumi voor de doeleinden omschreven in artikel 2 op als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken.

        Athumi treedt op als verwerker voor de stad Ieper wat betreft de verwerkingsactiviteiten die plaatsvinden in het kader van de heffing en de inning van de gemeentelijke bronretributie via het Vastgoedinformatieplatform.

        De afspraken rond en de modaliteiten van de verwerkingen die de stad Ieper en Athumi uitvoeren als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken respectievelijk als verwerkingsverantwoordelijke en verwerker zijn geregeld in de Toetredingsovereenkomst.

        Artikel 7 – Ondertekening

        De vastgoedinformatie in het product die de stad Ieper via het Vastgoedinformatieplatform ter beschikking stelt, wordt niet ondertekend aangezien het product een louter informatief document betreft dat geen beleidsmatige stellingname inhoudt en niet kwalificeert als stuk of briefwisseling in de zin van artikel 279 van het Decreet lokaal bestuur. 

        Artikel 8 - Vervanging voorgaande reglementering

        Dit reglement vervangt vanaf bekendmaking van dit reglement het reglement van 5 september 2022 met betrekking tot ‘Aansluiting Vastgoedinformatieplatform en vernieuwing retributiereglement vastgoedinformatie’. 

        Artikel 9 - Bekendmaking

        Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.


        [1] https://www.vlaanderen.be/digitaal-vlaanderen/athumi-het-vlaams-datanutsbedrijf/vastgoedinformatieplatform/gebruikersomgeving-vastgoedinformatieplatform

      • Gemeentelijk stedenbouwkundige verordening inzake lasten bij omgevingsvergunningen - definitief ontwerp - definitieve vaststelling

        Voorgeschiedenis

        Op 24 juni 2019 verleende het college haar principiële goedkeuring aan de opstart van de uitwerking van een voorstel van reglement rond stedenbouwkundige ontwikkelingskosten voor verdere bespreking. 

        In zitting van 21 oktober 2019 werd het voorstel voor de stedenbouwkundige ontwikkelingskost besproken. In zitting van 14 november 2019 werd het herwerkte reglement door het college goedgekeurd.

        Bij bespreking van de herstelmaatregelen oktober 2022 werd een simulatie van de ontvangsten over de recente jaren aangereikt. Deze simulatie gaf de doorslag om het reglement te actualiseren en voor te leggen aan het college. 

        Met de MJPA6 werd rekening gehouden met een jaarlijkse inkomst van 75.000 euro waardoor de stedenbouwkundige ontwikkelingskost dient toegepast voor elke bijkomende woonentiteit.

        Het college heeft in zitting van 14 november 2022 het reglement houdende de stedenbouwkundige ontwikkelingskost goedgekeurd. Een collegebeslissing volstaat gezien het college als vergunningverlenende overheid ook bevoegd is voor de lasten die opgenomen worden bij een omgevingsvergunning.

        Het decreet betreffende het realisatiegerichte instrumentarium, het instrumentendecreet, bepaalt dat voor de toepassing van financiële lasten vanaf 1 januari 2024, een stedenbouwkundige verordening vereist is. In die zin wordt het reglement herwerkt naar een gemeentelijk stedenbouwkundige verordening. 

        Het college heeft op 21 augustus 2023 het ontwerp van gemeentelijk stedenbouwkundige verordening inzake lasten bij omgevingsvergunningen goedgekeurd alsook de opstart van de formele procedure. 

        Bij deze gemeentelijk stedenbouwkundige verordening is geen planMERscreeningsplicht vereist gezien de verordening op zich geen nadere ordening bepaald aan de hand van inrichtingsvoorschriften. 

        Formele procedure:

        Goedkeuring ontwerp gemeentelijk stedenbouwkundige verordening

        College 21 augustus 2023

        Adviesvraag ikv de planMERscreening in toepassing van artikel 4.2.5. DABM aan Departement Omgeving, provinciale dienst Ruimtelijke Planning, Departement Omgeving - Omgevingsplanning en Onroerend Erfgoed West-Vlaanderen.

        College 21 augustus 2023

        Adviesvraag over het ontwerp van verordening- aan de deputatie, het Departement en de GECORO

        De adviesvraag werd op 23 augustus 2023 verstuurd.

        Openbaar onderzoek

        6 november 2023 tem 6 december 2023

        Gemeentelijk stedenbouwkundige verordening - definitieve versie

        College 18 december 2023

        Definitieve vaststelling van de gemeentelijk stedenbouwkundige verordening

        Gemeenteraad 5 februari 2024

        Overmaken voor schorsing aan Departement en deputatie

        Onmiddellijk na definitieve vaststelling

        Publicatie BS

        Na schorsingsperiode.

         

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 2, 40, 56 en 57, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad en het college van burgemeester en schepenen.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018).

        Decreet op de omgevingsvergunning, art. 75 tem 77.

        De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), artikel 2.3.1 en 2.3.2, dat de rechtsgrond voor deze verordening biedt.

        Het instrumentendecreet: het decreet betreffende het realisatiegerichte instrumentarium, goedgekeurd door het Vlaams Parlement op 24 mei 2023. Voor de inwerkingtreding van de geoptimaliseerde lastenregeling heeft het decreet zelf een datum van inwerkingtreding bepaald (1 januari 2024): 

        Art. 62. In artikel 2.3.1 van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, wordt tussen het derde en het vierde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: “Stedenbouwkundige verordeningen kunnen aan de aanvrager van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of voor het verkavelen van gronden technische en financiële lasten opleggen. Alle lasten die in artikel 75, §3, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning vermeld worden, kunnen door middel van een gemeentelijke, provinciale of gewestelijke stedenbouwkundige verordening op algemene wijze opgelegd worden.”.

        Feiten, context en argumentatie

        Aanleiding en context

        Overwegende dat artikel 75, paragraaf 3, 4°, zoals gewijzigd door het Instrumentendecreet van 26 mei 2023 bepaalt dat financiële lasten slechts kunnen worden opgelegd als dit geregeld wordt in een stedenbouwkundige verordening; dat deze regeling op 1 januari 2024 in werking treedt; dat het daarom aangewezen is dat de gemeente zo spoedig mogelijk over een definitief goedgekeurde stedenbouwkundige verordening beschikt;

        Overwegende dat er reeds een reglement stedenbouwkundige ontwikkelingskost door het college in zitting van 14 november 2022 goedgekeurd werd en dat het de bedoeling is dit reglement ongewijzigd op te nemen in de gemeentelijk stedenbouwkundige verordening;

        Overwegende dat artikel 2.3.2 van de VCRO de goedkeuringsprocedure voor gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen vastlegt; dat de relevante delen hiervan luiden:

        § 2. (…)

        Het college van burgemeester en schepenen is belast met het opmaken van gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen en neemt de nodige maatregelen tot opmaak.

        Het college van burgemeester en schepenen legt het ontwerp van stedenbouwkundige verordening voor advies voor aan het departement, de deputatie en aan de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening. Het departement en de deputatie geven advies over de onverenigbaarheid, de strijdigheid of de niet-naleving, vermeld in paragraaf 2/1, derde lid, 1° tot en met 5°. De adviezen worden binnen dertig dagen na de ontvangst van het dossier naar het college van burgemeester en schepenen gestuurd. Als er geen advies is verleend binnen die termijn, mag aan de adviesvereisten worden voorbijgegaan.

        Het college van burgemeester en schepenen onderwerpt het ontwerp van gemeentelijke stedenbouwkundige verordening aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek duurt dertig dagen en wordt minstens aangekondigd door een bericht in het Belgisch Staatsblad. De Vlaamse Regering stelt nadere regels voor het openbaar onderzoek vast.

        De gemeentelijke stedenbouwkundige verordening wordt samen met het besluit van de gemeenteraad en het volledige advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening binnen tien dagen na de definitieve vaststelling met een beveiligde zending bezorgd aan de deputatie en het departement.” 

        Overwegende dat sommige gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen onderworpen moeten worden aan een plan-m.e.r.-screening; dat stedenbouwkundige verordeningen in bepaalde gevallen geen kader vormen voor de vergunningverlening; dat voorliggende verordening inzake lasten geen randvoorwaarden voor de toekenning van vergunningen omvat; dat deze verordening weliswaar zal toegepast worden bij de afgifte van omgevingsvergunningen, maar geen beoordelings- of toetsingskader vormt bij de vraag of een vergunning al dan niet kan verleend worden; dat er immers een duidelijk juridisch onderscheid in de wetgeving wordt gemaakt tussen enerzijds voorwaarden, die wel dienen om een aanvraag vergunbaar te maken, en anderzijds lasten, die dat oogmerk niet hebben; dat de vraag of een ontwerp voor vergunning in aanmerking komt en bijvoorbeeld voldoende openbaar domein of andere infrastructuur voorziet in de vergunningverlening (en de milieueffectbeoordeling, project-MER, ontheffing of project-m.e.r.-screening, van de vergunningsaanvraag) wordt bekeken en niet in deze verordening wordt vastgelegd; dat de getallen inzake de last in natura een louter mathematische doelstelling van kostenafweging tussen natura en financiële last hebben; dat een plan-merscreening aldus niet vereist is omdat deze verordening zich louter beperkt tot het onderwerp “lasten”; 

        Overwegende deze verordening inzake lasten geen kader vormt om te bepalen of een vergunning verleend kan worden, wat de finaliteit is van voorwaarden, maar ertoe strekt om de financiering mogelijk te maken van de bijkomende taken die de overheid door de uitvoering van een vergunning op zich moet nemen; dat deze verordening as such geen significante effecten heeft op beschermde soorten en habitattypes in habitat- en vogelrichtlijngebieden; dat een passende beoordeling aldus niet vereist is omdat deze verordening zich louter beperkt tot het onderwerp “lasten”;

        Overwegende dat de redenen waarom bepaalde opties gekozen worden, uiteengezet worden in de rechterkolom van de verordening zelf;

        Overwegende dat een stedenbouwkundige verordening in werking treedt 10 dagen na de publicatie, bij uittreksel, van de definitieve goedkeuring ervan in het Belgisch Staatsblad;

        Ontwerp van gemeentelijk stedenbouwkundige verordening inzake lasten bij omgevingsvergunningen

        Het college heeft in zitting van 21 augustus 2023 het ontwerp van gemeentelijk stedenbouwkundige verordening goedgekeurd.

        Openbaar onderzoek

        Conform art. 2.3.2. §2. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, diende het college een openbaar onderzoek te organiseren over het ontwerp van gemeentelijk stedenbouwkundige verordening.

        Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 6 november 2023 tem 6 december 2023 en werd aangekondigd in het Belgisch Staatsblad op 31 oktober 2023, werd gepubliceerd op de website van de stad Ieper op 30 oktober 2023 en werd opgenomen in de editie Iedereen Ieper die eind oktober, begin november 2023 werd bedeeld.

        Tijdens de duur van het openbaar onderzoek werd op 4 december 2023 één recreatie of bezwaar ontvangen van Elia. Hierbij wordt geduid op de aanwezigheid van infrastructuur van Elia op het grondgebied van de stad Ieper met de nodige veiligheidsvoorschriften ten aanzien van deze installaties:"

        "Naar aanleiding van de melding van het openbaar onderzoek m.b.t. bovenvermeld ruimtelijk uitvoeringsplan “Lasten bij omgevingsvergunningen”, raadpleegden wij dit dossier.
        Elia vraagt dat in het projectdossier rekening wordt gehouden met de aanwezigheid van hogervermelde hoogspanningslijnen, hoogspannings -en signalisatiekabels en hoogspanningsstations welke zich in het gebied situeren.
        Wij vragen dan ook om de hoogspanningsinstallaties te willen opnemen in de verdere ontwikkelingsplannen (RUP, BPA,…), zodat enerzijds deze installaties in de mate van het mogelijke in stand gehouden kunnen worden en er anderzijds rekening gehouden wordt met de geldende veiligheidsvoorschriften in latere stedenbouwkundige voorschriften. Hieronder vindt u alvast onze standaardtekst die hiervoor gebruikt kan worden:
        Hoogspanningsleiding: de aanduiding is bestemd voor bestaande en nieuwe hoogspannings-leidingen en aanhorigheden.

        Alle werken, handelingen en wijzigingen voor de aanleg, de exploitatie en de wijzigingen van een hoogspanningsleiding en haar aanhorigheden zijn toegelaten. De aanvragen voor vergunningen voor hoogspanningsleidingen en hun aanhorigheden worden beoordeeld rekening houdend met de in grondkleur aangegeven bestemming. Deze bestemming is van toepassing in zoverre de aanleg, de exploitatie en de wijzigingen van de bestaande hoogspanningsleiding niet in het gedrang wordt gebracht.
        Voor bovengrondse hoogspanningsleidingen gelden veiligheidsafstanden tot constructies en voor werken zoals o.m. bepaald in Boek 3 van het KB van 8 september 2019 betreffende de installaties voor transmissie en distributie van elektrische energie, Deel 2, Hoofdstuk 2.11, onderafdeling 2.11.1, Deel 7, Hoofdstuk 7.1, onderafdeling 7.1.3.6 en Deel 9, Hoofdstuk 9.3, onderafdeling 9.3.1. - 9.3.2.1. - 9.3.2.2. - 9.3.2.3. - 9.3.3.1. - 9.3.3.2. - 9.3.4.1. - 9.3.4.2. - 9.3.4.3. - 9.3.4.4. - 9.3.5.1. - 9.3.5.2. - 9.3.5.3. - 9.3.5.4. - 9.3.5.5. - 9.3.5.6 en 9.3.6.1 (Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties). Gelieve het advies van Elia in te winnen bij bouw- en/of milieuvergunningsaanvragen en bij bouw-, graaf- en constructie-activiteiten in de nabijheid.

        De geleiders van een bovengrondse hoogspanningslijn kunnen zowel horizontaal als verticaal bewegen. Voor vaste constructies en bij de uitvoering van werken in de nabijheid van bovengrondse hoogspanningslijnen gelden veiligheidsafstanden zoals onder meer bepaald in Boek 3 van het KB van 8 september 2019 betreffende de installaties voor transmissie en distributie van elektrische energie, Deel 2, Hoofdstuk 2.11, onderafdeling 2.11.1, Deel 7, Hoofdstuk 7.1, onderafdeling 7.1.3.6 en Deel 9, Hoofdstuk 9.3, onderafdeling 9.3.1. - 9.3.2.1. - 9.3.2.2. - 9.3.2.3. - 9.3.3.1. - 9.3.3.2. - 9.3.4.1. - 9.3.4.2. - 9.3.4.3. - 9.3.4.4. - 9.3.5.1. - 9.3.5.2. - 9.3.5.3. - 9.3.5.4. - 9.3.5.5. - 9.3.5.6 en 9.3.6.1 (Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties). De hoogtebeperking die hieruit volgt wordt door meedere factoren bepaald (o.a. het type van de verbinding en de kabel, de afstand tussen 2 pylonen, omgevingsvariabelen wind en temperatuur, de belasting op de hoogspanningslijn), zodat wij geen globaal cijfer kunnen opgeven. Per project voeren wij waar noodzakelijk gratis een hoogtemeting uit, teneinde een gedetailleerd advies te kunnen formuleren.
        Als algemene regel wordt minstens in een strook van 25 meter langs beide zijden vanuit de as van de hoogspanningslijn rekening gehouden met mogelijke beperkingen.

        Bij de vaste constructies horen ook de constructies bovenop daken zoals liften, airco, zonnepanelen en schoorstenen. Ook voor verlichtingspalen, reclameborden, tijdelijke constructies zoals tenten en wegneembare serres zijn de veiligheidsafstanden voor constructies van toepassing.
        Bij werken vragen wij bijzondere aandacht voor de opstelling van een bouwkraan, uitvoering van kraanwerken, hoogtewerkers, betonpompen, stellingen, ladders, vrachtwagens met kipbak, heftrucks, …).
        Dezelfde veiligheidsafstanden zijn van toepassing voor groenaanplanting onder en naast de hoogspanningslijnen.

        Naast de in acht te nemen veiligheidsafstanden t.o.v. de geleiders van een luchtlijn, is het eveneens belangrijk om rekening te houden met de aanwezige pylonen. Er zijn ook hier veiligheidsafstanden van toepassing naargelang de activiteit die errond uitgevoerd zal worden. Graafwerken, grondwaterbemaling, wijzigingen aan het niveau van het maaiveld, … kunnen de stabiliteit van de pylonen in gevaar brengen en de funderingen en aardingslussen beschadigen. De pylonen dienen bovendien steeds toegankelijk te zijn voor onze medewerkers, voor controle en onderhoudswerkzaamheden, zodat bij eventuele problemen de elektriciteitsbevoorrading verder gegarandeerd kan worden.

        Ingesloten geven wij ook nog de veiligheidsvoorschriften mee met betrekking tot werken in de omgeving van ondergrondse hoogspannings- en glasvezelkabels.
        Er mag bovendien niet uit het oog worden verloren dat boven en vlakbij de ondergrondse leidingen, allen gelegen in het openbaar domein, geen diepwortelende begroeiing mag komen omdat deze de leidingen kan beschadigen. Bij technische problemen moet de grond worden uitgegraven wat verstoring van de directe omgeving met zich brengt.
        Verder heeft Elia ook een twee 150kV hoogspanningsstations “Ieper Noord” en “Ieper” in het betrokken gebied en zouden wij van deze gelegenheid gebruik willen maken om de zone van het onderstation “Ieper” op het grondgebied te Ieper in te brengen als "Gebied voor gemeenschaps- en openbare nutsvoorzieningen" met als stedenbouwkundige voorschriften: Het gebied is bestemd als gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen, meer bepaald voor constructies en installaties voor transport van elektriciteit. Alle werken, handelingen en wijzigingen die nodig of nuttig zijn voor het aanbieden van deze specifieke gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen zijn toegelaten.
        Mogen wij u vragen onze bemerkingen in het ontwerp mee op te nemen. Inmiddels blijven wij steeds bereid om in samenspraak mee oplossingen te zoeken voor een optimale inrichting van het plangebied."

        Gezien voorliggende gemeentelijk stedenbouwkundige verordening geen bestemmingsvoorschriften, noch inrichtingsvoorschriften beschrijft, heeft deze verordening geen impact op installaties van Elia. De verordening beperkt zich immers tot het opleggen van financiële lasten. 

        Adviezen

        Conform art. 2.3.2. §2. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, dient het college advies te vragen aan het departement Omgeving, de deputatie en de Gecoro. De adviesvraag werd op 23 augustus 2023 verstuurd.

        Volgende adviezen werden ontvangen:

        • De Gecoro verleende op 12 september 2023 een unaniem gunstig advies. Er werden geen inhoudelijke bemerkingen geformuleerd over het ontwerp van gemeentelijk stedenbouwkundige verordening inzake lasten bij de omgevingsvergunning. 
        • Departement Omgeving heeft geen advies verleend, ook niet na het versturen van een herinnering bij het verstrijken van de adviestermijn van 30 dagen.
        • De deputatie van de Provincie West-Vlaanderen verleende op 21 september 2023 een gunstig advies. 

        "Conform artikel 2.3.2.§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) brengt de deputatie advies uit over het ontwerp van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake lasten bij omgevingsvergunningen te Ieper.
        Het advies kan alleen handelen over de volgende onderwerpen : 
        1. als de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening uitvoering geeft aan een optie uit het gemeentelijk beleidsplan ruimte waarbij de Vlaamse Regering of de deputatie voorbehoud heeft gemaakt;
        2. als de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening uitvoering geeft aan een beleidskader van het gemeentelijk beleidsplan ruimte dat de Vlaamse Regering of de provincieraad niet meer geldig heeft verklaard;
        3. als de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening kennelijk onverenigbaar is met een beleidskader of, in voorkomend geval, een ontwerp van beleidskader van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of het provinciaal beleidsplan ruimte;
        4. als de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening strijdig is met een gewestelijke of provinciale stedenbouwkundige verordening of, in voorkomend
        geval, een ontwerp van gewestelijke of provinciale stedenbouwkundige verordening;
        5. als de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening strijdig is met artikel 2.3.1 of 4.2.5;
        6. als de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening strijdig is met direct werkende normen binnen andere beleidsvelden dan de ruimtelijke ordening;
        7. wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
        Er zijn geen strijdigheden met gewestelijke en provinciale stedenbouwkundige verordeningen, noch strijdigheden met arikel 2.3.1 of 4.2.5 VCRO of met andere direct werkende normen binnen andere beleidsvelden dan de ruimtelijke ordening.
        Ook is er geen strijdigheid met een subtstantiële vormvereiste.

        Besluit :
        het ontwerp van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake lasten bij omgevingsvergunningen wordt gunstig geadviseerd."

        Evaluatie van de adviezen

        De ontvangen adviezen zijn gunstig, bijgevolg zijn er geen aanpassingen vereist aan het ontwerp van verordening.

        Gemeentelijk stedenbouwkundige verordening inzake lasten bij omgevingsvergunningen - definitief ontwerp

        Het ontwerp van verordening kan worden aangenomen als definitief ontwerp dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de gemeenteraad voor definitieve vaststelling.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de raad met 26 ja stemmen en 2 onthoudingen (de raadsleden Six en Dehollander) de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening lasten bij omgevingsvergunningsaanvragen opgemaakt overeenkomstig art. 2.3.1. t.e.m. 2.3.3. van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening definitief vast te stellen :

        VERORDENENDE BEPALINGEN

        TOELICHTING

        HOOFDSTUK 1. INLEIDENDE BEPALINGEN

         

        Artikel 1. §1. In deze verordening wordt verstaan onder:

        1° bevoegde overheid: de overheid bedoeld in artikel 15 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning;  

        2° decreet betreffende de omgevingsvergunning: het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;

        3° handelingen: werkzaamheden, wijzigingen of activiteiten met ruimtelijke implicaties, conform artikel 1.1.2, 7° VCRO;

        5° VCRO: de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

        6° woongelegenheid: een woning of een deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of een alleenstaande, ongeacht of het gaat om een eengezinswoning, een etagewoning, een flatgebouw, een studio of een al dan niet gemeubileerde kamer. 

        §1. Dit zijn een paar definities.

        Woongelegenheid wordt gebruikt zoals bedoeld in de VCRO (art. 4.2.1, 7°).

        §2. Deze verordening heeft tot doel om op uniforme wijze minimale stedenbouwkundige lasten te verbinden aan aanvragen. Geval per geval kunnen, in toepassing van artikel 75 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, grotere stedenbouwkundige lasten dan voorzien in deze verordening worden opgelegd, zowel financieel als in natura. 

        §2. Het doel van de verordening wordt in dit artikel weergegeven. Hierbij wordt de nadruk gelegd op uniformiteit en voorspelbaarheid voor de ontwikkelaar. Ook betreft het slechts minimale normen.

        §3. Bij de goedkeuring van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of voor het verkavelen van gronden zal de gemeente een financiële stedenbouwkundige last opleggen als een last in natura onmogelijk, onwenselijk of onvoldoende is.

        Stedenbouwkundige lasten in natura en financiële stedenbouwkundige lasten kunnen gecombineerd worden.

        §3. Sommige projecten zijn zo klein of hebben zo’n specifieke ligging dat een last in natura onmogelijk of onwenselijk is. Openbare groenzones bijvoorbeeld hebben een bepaalde grootte nodig om zinvol te zijn. Het heeft ook geen zin om een speelplein te eisen als er 200 meter verder al een speelplein is. Ook kan een last in natura soms een onvoldoende inspanning van de ontwikkelaar inhouden. Twee openbare zitbanken in een verkaveling van 50 kavels is in redelijkheid bijvoorbeeld duidelijk onvoldoende.

        Een combinatie van financiële lasten en lasten in natura is mogelijk. 

        §4. De volgende stedenbouwkundige lasten worden bij de toepassing van artikel 3 en volgende van deze verordening buiten beschouwing gelaten:

        1° lasten die de aanleg of renovatie van infrastructuur, noodzakelijk voor de realisatie van een project, zoals openbare wegen en nutsvoorzieningen, inhouden;

        2° lasten die de kosteloze overdracht van de infrastructuur, vermeld in punt 1°, of de gronden waarop die worden of zullen worden aangelegd, inhouden.

        §4. Sommige projecten kunnen slechts gerealiseerd worden (en zijn slechts vergunbaar) als er wegenis wordt aangelegd of als een hoogspanningscabine, waterinfiltratiebekken of waterzuiveringsinstallatie wordt voorzien. De aanleg of renovatie van dergelijke noodzakelijke infrastructuur wordt niet gevat door de verordening. Het opleggen van die infrastructuur is uiteraard wel ook een stedenbouwkundige last, maar de verordening behandelt ze niet, behalve in artikel 2.

        Voorbeelden van niet noodzakelijke infrastructuur die wel wordt gevat, zijn:

        - Fiets- en voetgangersverbindingen

        - Groenzones

        - Speelpleinen

        - … 

        HOOFDSTUK 2. DOOR HET DECREET BETREFFENDE DE OMGEVINGSVERGUNNING VERPLICHTE LASTEN

         

        Artikel 2.

        §1. Overeenkomstig artikel 75, §1, tweede lid, van het decreet betreffende de omgevingsvergunning neemt de bevoegde overheid volgende lasten op bij een omgevingsvergunning:

        1° de lasten die de gemeenteraad heeft opgelegd bij de beslissing over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg, vermeld in artikel 31 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning;

        2° de lasten met het oog op de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod als voldaan is aan de uitsluitende voorwaarde, vermeld in artikel 5.100 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

        3° de lasten die de gemeenteraad met toepassing van artikel 5.6.11, §4, van de VCRO heeft opgelegd bij de volledige of gedeeltelijke vrijgave van een woonreservegebied;

        4° de lasten bij toepassing van de volgende afwijkingsregels van stedenbouwkundige voorschriften van titel 4, hoofdstuk 4, van de VCRO:

        a)    de afwerkingsregel conform artikel 4.4.3 van de VCRO;

        b)    de basisrechten voor zonevreemde constructies conform artikel 4.4.10 tot 4.4.20 van de VCRO;

        c)     de zonevreemde functiewijzigingen conform artikel 4.4.23 van de VCRO.

         

         

         

        Door te spreken over “bevoegde overheid”, is

        ook de deputatie en de Vlaamse regering gebonden door de verordening.

        De algemene bepaling over de mogelijkheid tot het opnemen van lasten in vergunningen wordt opgenomen in het eerste lid van paragraaf 1 van het nieuwe artikel 75 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning. In het tweede lid wordt opgenomen welke lasten de vergunningverlenende overheid verplicht moet opnemen:

        -       de lasten opgelegd door de gemeenteraad in het kader van gemeentewegen (1°);

        -       de lasten voor het verwezenlijken van een bescheiden woonaanbod (2°);

        -       de eventuele lasten opgelegd door de gemeenteraad bij een vrijgave van een woonreservegebied (3°);

        -       de lasten gekoppeld aan de toepassing van afwijkingsregels (4°)

        Punt 3° is gelinkt aan het decreet Woonreservegebieden. Volgens dit decreet zijn er geen rechtstreekse vergunningen in woonreservegebied meer mogelijk en kan daarin alleen gebouwd of verkaveld worden nadat de gemeenteraad het gebied in kwestie heeft “vrijgegeven” (vrijgavebesluit). Zo’n vrijgavebesluit kan lasten opleggen om de omgevingskwaliteit van een woonreservegebied en de omgeving ervan te verhogen. Als dat het geval is, dan moeten die lasten (verplicht) worden overgenomen in de vergunningen die naderhand in het vrijgegeven gebied worden afgeleverd. 

        HOOFDSTUK 3. TOEPASSINGSGEBIED

         

        Artikel 3. De volgende vergunningsplichtige handelingen worden geacht steeds bijkomende taken mee te brengen voor de gemeente, zodat bij de afgifte van de omgevingsvergunning steeds een stedenbouwkundige last wordt opgelegd: 

        1° Stedenbouwkundige ontwikkelingskost. 

        De stedenbouwkundige ontwikkelingskost wordt per bijkomende woonentiteit of woonkavel bepaald. Hiermee wordt (worden) bedoeld de extra woonentiteit(en) naast de eventueel bestaande woonentiteit(en) op het perceel of de extra woonkavel die gecreëerd wordt naast de bestaande woonkavel. Het bebouwen van een lot of kavel met één woonentiteit valt niet onder het toepassingsgebied. 

        2° Lasten die inherent verbonden zijn met het project: stedenbouwkundige last groen en ruimte voor beweging.

        Groennorm

        • De groennorm is toe te passen op projecten vanaf 10 woonentiteiten of 10 woonkavels (om het even welke woontypologie).
        • De groennorm staat voor een realisatie van een kwalitatief collectief samenhangend groen van 50 m² / woonentiteit op het eigen terrein. Binnen het collectief samenhangend groen wordt de oppervlakte voor open waterbuffering niet meegerekend. Ook wordt restgroen niet meegerekend, het groen dient een minimale breedte van 3 m te hebben. Bij elke omgevingsvergunningsaanvraag dient een afzonderlijk plan met duidelijke opgave van het kwalitatief collectief samenhangend groen aangereikt te worden.
        • Indien voormelde realisatie van de groennorm door de perceelsconfiguratie niet haalbaar is bij meergezinsprojecten wordt een (gedeeltelijke) financiële stedenbouwkundige last gedefinieerd.

        Ruimte voor beweging

        • De investering in ruimte voor beweging is toe te passen op projecten vanaf 10 woonentiteiten of 10 woonkavels (om het even welke woontypologie).
        • Los van de groennorm wordt de gevraagde investering in ruimte voor beweging gedefinieerd aan 1.000 EUR/woonentiteit. Deze investeringswaarde moet af te lezen zijn in het bestek van de ontworpen private of openbare infrastructuuraanleg. De invulling ruimte voor beweging wordt vooraf besproken met de stedelijke jeugddienst en sportdienst. De sportdienst definieert een invulling bij ontwerpfase; de jeugddienst ziet de invulling te definiëren in samenwerking met de toekomstige bewoners. In die zin zal een budget voorzien moeten worden dat later te realiseren is.
        • Onder investering in ruimte voor beweging kunnen onder andere begrepen worden: speeltoestellen, zitmeubilair, trapveld, etc.

        Voor de groennorm alsook de ruimte voor beweging staat steeds een uitvoering in natura voorop.

        Bij verkavelingen of groepswoningbouw is de effectieve groenaanleg volgens groennorm alsook de investering in ruimte voor beweging een vast gegeven. 

        Bij meergezinsvolumes moet de groenaanleg volgens groennorm met investering in ruimte voor beweging steeds het vertrekpunt zijn. Slechts indien de last in natura onmogelijk, onwenselijk of onvoldoende is, is een financiële stedenbouwkundige last voor de groennorm en ruimte voor beweging aan de orde. 

        Aanvragen mogen niet op kunstmatige wijze worden opgesplitst of gefaseerd om onder de drempels van dit artikel te blijven.

        Hetgeen vervat is in het aangevraagde en de mogelijkheden tot ontwikkeling op aanpalende terreinen die qua eigendomsstructuur een band hebben met de aanvraag, worden bij elkaar opgeteld in functie van de berekening vermeld in het eerste lid.

        De lasten worden opgedeeld in een stedenbouwkundige ontwikkelingskost en in lasten die inherent verbonden zijn met het woonproject. 

        Stedenbouwkundige ontwikkelingskost 

        Deze stedenbouwkundige ontwikkelingskost als ‘maatschappelijke last’ staat los van de lasten die inherent verbonden zijn aan het project. 

        De stedenbouwkundige ontwikkelingskost wordt als financiële last beschreven gezien de stad de taak opneemt met deze middelen in te zetten op het ruimtelijk beleid binnen de stad Ieper.

         

        De stedenbouwkundige ontwikkelingskost geldt voor elke bijkomende woonentiteit of woonkavel die wordt vergund.

         

        Lasten die inherent verbonden zijn met het project: groennorm en ruimte voor beweging

         

        Met ‘lasten die inherent verbonden zijn met het project’ wordt bedoeld: het project dient zelf te voorzien in zijn eigen maatschappelijke noden die op schaal van het eigen project afgedwongen worden via normen uit de verordening of via (interne) adviezen waaronder: aanleg nieuwe wegenis ter ontsluiting van het project, rioleringsaanleg, fietsstalruimte, bergruimte,… , maar ook het aanbieden van groene ruimte waarbinnen geïnvesteerd wordt in ruimte voor beweging: speelzones, zitruimte, petanqueveld,… .

         

        Gezien het belang van een consequente benadering, wordt de vereiste oppervlakte groen alsook de vereiste investering in ruimte voor beweging nader bepaald. Deze groennorm en ruimte voor beweging worden als last in natura bepaald.

        Slechts indien deze bij een meergezinswoning niet in nature gerealiseerd kunnen worden door de beperkte perceelsoppervlakte of specifieke perceelsconfiguratie, kan hiervoor een financiële stedenbouwkundige last worden vergoed. Voorbeelden: een meergezinswoning op een ondiep perceel langs een invalsweg, een herstemming van een kerk tot meergezinswoning.

         

        De lasten die inherent verbonden zijn met het project voor het groenaanbod en ruimte voor beweging worden voor grotere woonprojecten beschreven, dit zijn woonprojecten vanaf 10 woonentiteiten of woonkavels. 

         

        HOOFDSTUK 4. VRIJSTELLINGEN

         

        Artikel 4. De volgende vergunningsaanvragen of delen ervan zijn vrijgesteld van de financiële stedenbouwkundige last: 

        1° (het deel van) vergunningsaanvragen voor de realisatie van een sociaal woonaanbod in de zin van de Vlaamse codex Wonen

        2° vergunningsaanvragen voor stedenbouwkundige handelingen ter uitvoering van een project/verkavelingsproject waarvoor reeds een stedenbouwkundige last is opgelegd bij de aflevering van de vergunning voor het project/de verkavelingsvergunning, voor zover de stedenbouwkundige last hetzelfde voorwerp zou hebben als de stedenbouwkundige last die werd opgelegd bij de aflevering van de voorgaande vergunning; 

        Het is aangewezen om bepaalde projecten, die een meerwaarde realiseren voor de samenleving vrij te stellen van de financiële last. Deze vrijstellingen worden in dit artikel opgenomen. 

        Project waarin een sociaal woonaanbod wordt gerealiseerd: een project dat door een private ontwikkelaar wordt gerealiseerd en later verhuurd zal worden via de woonmaatschappij valt niet onder deze vrijstelling.

        HOOFDSTUK 5. FINANCIËLE STEDENBOUWKUNDIGE LAST: HOOGTE

         

        Artikel 5.

        De financiële stedenbouwkundige last wordt berekend in functie van de omvang van het project volgens onderstaande norm en bedraagt minimaal:

        Ook in beroep kan de deputatie of Vlaamse regering een last opleggen. Dit artikel berekent de hoogte van de financiële stedenbouwkundige last met toepassing van het evenredigheidsbeginsel. 

        1° Stedenbouwkundige ontwikkelingskost: 

        • 1.000,00 EUR per bijkomende woonentiteit (woning / appartement / studio) of per bijkomende bouwkavel bij woonverkavelingen. 

        2° Lasten die inherent verbonden zijn met het project: stedenbouwkundige last groen en ruimte voor beweging:

         Bij de afgifte van een omgevingsvergunning zal de bevoegde overheid een financiële stedenbouwkundige last opleggen als de stedenbouwkundige last groen en ruimte voor beweging in natura onmogelijk, onwenselijk of onvoldoende is zoals bepaald onder 3. Toepassingsgebied.

         Groennorm 

        • Vertrekpunt: 1.000 euro / woonentiteit als stedenbouwkundige last groen.
        • In mindering te brengen voor meergezinsprojecten:
          • een private tuin van meer dan 50 m² / woonentiteit (inclusief terras)
          • een collectieve kwalitatieve groene ruimte aan 50 m² / woonentiteit.

        Ruimte voor beweging

        • Vertrekpunt: 1.000 euro / woonentiteit als stedenbouwkundige last investering in ruimte voor beweging.
        • In mindering te brengen voor meergezinsprojecten:
          • De investering in ruimte voor beweging met een investeringswaarde van 1.000 euro / woonentiteit.

        Voor de financiële last wordt het bedrag berekend op het aantal bijkomende woongelegenheden ten opzichte van wat er in de bestaande toestand vergund is.

         

        Voor de lasten die inherent verbonden zijn met het project wordt de financiële last enkel bepaald indien deze niet in natura kunnen worden ontwikkeld zoals bepaald onder hoofdstuk 3. Toepassingsgebied.

        HOOFDSTUK 6. FINANCIELE STEDENBOUWKUNDIGE LAST: BESTEMMING

         

        Artikel 6. Overeenkomstig artikel 75, §4, tweede lid, van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, worden de inkomsten van de financiële lasten, verworven op basis van deze verordening, door de gemeente aangewend voor het ruimtelijk beleid van de gemeente.

         

         

         

         

        Art. 75 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning (na wijziging Instrumentendecreet) bepaalt hieromtrent het volgende: 

        “De inkomsten van de financiële lasten, vermeld in paragraaf 3, 4°, worden door de bevoegde overheid aangewend voor het ruimtelijk beleid. De bevoegde overheid bewerkstelligt bij de opmaak van haar begrotingen dat ten minste een equivalent van de in het vorige begrotingsjaar doorgestorte inkomsten bestemd wordt binnen het ruimtelijke beleid, zoals in het bijzonder het voldoen van planschadevergoedingen en de aanwending van het instrument planologische ruil. Onder planologische ruil wordt verstaan: de omwisseling van gebiedsbestemmingen vanuit een samenhangende visie op de duurzame ruimtelijke ordening van het volledige plangebied.” 

        Er worden in dit artikel al twee voorbeelden gegeven van invulling van dit ‘ruimtelijk beleid’: het voldoen aan planschadevergoedingen en de inzet van ‘planologische ruil’. 

        Het begrip “ruimtelijk beleid” in de regelgeving is nieuw en laat bewust ruimte voor interpretatie. 

        Voorbeelden van aanwending voor het ‘ruimtelijk beleid’:

        - De realisatie van beleidsmatige doelstellingen in de buurt inzake het verhogen van de woon- en leefkwaliteit van het project of zijn omgeving

        - De realisatie van beleidsmatige doelstellingen inzake duurzame mobiliteitsoplossingen; investeren in deelmobiliteit; uitvoeren van mobiliteitsondersteunende maatregelen voor een verbeterde ontsluiting van een bepaald gebied en voor de inrichting van verkeersveilige infrastructuur ten behoeve van de zwakke weggebruiker

        - Tegemoetkomen aan de stijgende nood aan publiek groen. Een nood die logischerwijze voortvloeit uit de hogere dichtheid;

        - Uitvoeren van klimaatadaptieve ingrepen (vb. ontharding, wadi’s …);

        - Realiseren, financieren, renoveren, beheren en subsidiëren van ondersteunende infrastructuur voor gemeenschapsvoorzieningen, onderwijs en buurtgerichte zorg (vb. school, sportinfrastructuur, kinderopvang, …);

        - Realiseren en beheren van klein – en grootschalige ingrepen in de inrichting van het openbaar domein (vb. aanleg plein, plaatsen straatmeubilair, speeltoestellen, …), bijkomende publieke groen/blauwe voorzieningen, als antwoord op verhoogd ruimtegebruik, ondersteunende infrastructuur;

        - Realiseren van ingrepen ter bevordering van een goede waterhuishouding (vb. buffering water, openleggen beek, …) 

        HOOFDSTUK 7. FINANCIELE STEDENBOUWKUNDIGE LAST: BETALING EN INVORDERING

         

        Artikel 7.

        § 1. De financiële stedenbouwkundige last wordt betaald binnen een termijn van 30 dagen te rekenen van de afgifte van de vergunning, waarvan geen afstand is gedaan. 

        § 2. Indien de beslissing van de bevoegde overheid tot afgifte van de vergunning met een administratief of jurisdictioneel beroep wordt aangevochten, begint de betalingstermijn maar te lopen vanaf de afgifte van de gevraagde vergunning in beroep of vanaf de verwerping van het beroep door de Raad voor Vergunningsbetwistingen of door de Raad van State. 

        § 3. De vergunningsbeslissing vermeldt uitdrukkelijk het totaalbedrag van de financiële stedenbouwkundige last, de aanrekening als bijlage bij de vergunningsbeslissing vermeldt eveneens het totaalbedrag van de financiële stedenbouwkundig last, de inhoud van de vorige paragrafen over de betalingstermijn en de betalingsmodaliteiten (naam rekeninghouder, rekeningnummer, te hanteren (gestructureerde mededeling). Als de vergunning wordt verleend door de deputatie of de Vlaamse Regering, deelt de gemeente deze gegevens mee aan deze overheid. 

        Dit artikel regelt de modaliteiten van de betaling van de last.

         

        Artikel 8.

        Als de vergunninghouder de financiële stedenbouwkundige last niet tijdig betaalt overeenkomstig artikel 8, en start met de uitvoering van de omgevingsvergunning, gaat de gemeente over tot invordering daarvan aan de hand van de uitvaardiging van een dwangbevel met toepassing van artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur. 

        Dit artikel bevat de stok achter de deur als niet tot betaling zou worden overgegaan.

        HOOFDSTUK 8. STEDENBOUWKUNDIGE LAST IN NATURA

         

        Artikel 9.

        De kosten van de stedenbouwkundige last in natura voor de aanvrager worden geraamd door de bevoegde overheid. 

        Uitvoering van de stedenbouwkundige last in nature is enkel mogelijk bij de lasten die inherent verbonden zijn met het project: stedenbouwkundige last groen en ruimte voor beweging.

        Groennorm

        • De groennorm is toe te passen op projecten vanaf 10 woonentiteiten of 10 woonkavels (om het even welke woontypologie).
        • De groennorm staat voor een realisatie van een kwalitatief collectief samenhangend groen van 50 m² / WE op het eigen terrein. Binnen het collectief samenhangend groen wordt de oppervlakte voor open waterbuffering niet meegerekend. Ook wordt restgroen niet meegerekend, het groen dient een minimale breedte van 3 m te hebben. Bij elke omgevingsvergunningsaanvraag dient een afzonderlijk plan met duidelijke opgave van het kwalitatief collectief samenhangend groen aangereikt te worden.
        • Indien voormelde realisatie van de groennorm door de perceelsconfiguratie niet haalbaar is bij meergezinsprojecten wordt een (gedeeltelijke) financiële stedenbouwkundige last gedefinieerd.

        Ruimte voor beweging

        • De investering in ruimte voor beweging is toe te passen op projecten vanaf 10 woonentiteiten of 10 woonkavels (om het even welke woontypologie).
        • Los van de groennorm wordt de gevraagde investering in ruimte voor beweging gedefinieerd aan 1.000 EUR/woonentiteit. Deze investeringswaarde moet af te lezen zijn in het bestek van de ontworpen private of openbare infrastructuuraanleg. De invulling ruimte voor beweging wordt vooraf besproken met de stedelijke jeugddienst en sportdienst. De sportdienst definieert een invulling bij ontwerpfase; de jeugddienst ziet de invulling te definiëren in samenwerking met de toekomstige bewoners. In die zin zal een budget voorzien moeten worden dat later te realiseren is.
        • Onder investering in ruimte voor beweging kunnen onder andere begrepen worden: speeltoestellen, zitmeubilair, trapveld, etc.

        De verordening moet er voor zorgen dat er een tegemoetkoming is ten aanzien van de bijkomende, generieke taakstelling die de gemeente heeft door de uitvoering van het project. Projecten kunnen daarnaast ook specifieke bijkomende taakstellingen met zich meebrengen die inherent zijn aan het project zoals bijvoorbeeld de noodzakelijke aanleg en kosteloze overdracht van wegenis en ondergrondse infrastructuur, openbaar groen, recreatieve inrichting, …. Deze worden niet beschouwd als stedenbouwkundige last in natura. 

        Ieder bouwproject moet op zich voldoende ruimtelijke kwaliteit bieden zodat het project voldoet aan de goede ruimtelijke ordening zoals opgenomen in art. 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. De noodzakelijke ingrepen hiervoor worden niet als een last in natura beschouwd maar zijn een voorwaarde om het project te kunnen vergunnen.

        HOOFDSTUK 9. FINANCIELE WAARBORG BIJ LAST IN NATURA

         

        Artikel 10.

        § 1. Overeenkomstig artikel 77 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning wordt de verplichte financiële waarborg bij lasten in natura geregeld. 

        De waarborg moet gesteld worden binnen een termijn van 30 dagen te rekenen van de afgifte van de vergunning, waarvan geen afstand is gedaan. 

        § 2. Indien de beslissing van de bevoegde overheid tot afgifte van de vergunning met een administratief of jurisdictioneel beroep wordt aangevochten, begint de betalingstermijn maar te lopen vanaf de afgifte van de gevraagde vergunning in beroep of vanaf de verwerping van het beroep door de Raad voor Vergunningsbetwistingen of door de Raad van State. 

        § 3. De vergunningsbeslissing vermeldt uitdrukkelijk het totaalbedrag van de waarborg, de aanrekening als bijlage bij de vergunningsbeslissing vermeldt eveneens het totaalbedrag van de waarborg, de inhoud van de vorige paragrafen over de betalingstermijn en de betalingsmodaliteiten. Als de vergunning wordt verleend door de deputatie of de Vlaamse Regering, deelt de gemeente deze gegevens mee aan deze overheid. 

        § 4. De hoogte van de waarborg wordt als volgt bepaald:

        Groennorm

        • 1.000 euro / woonentiteit als stedenbouwkundige last groen die in natura wordt voorzien.

        Ruimte voor beweging

        • 1.000 euro / woonentiteit als stedenbouwkundige last investering in ruimte voor beweging die in natura wordt voorzien.

         

        Artikel 77 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning (toegevoegd door Instrumentendecreet) vermeldt omtrent de verplichte waarborg bij lasten in natura het volgende: 

        “Art. 77. §1. Voor de lasten in natura, vermeld in artikel 75, §3, 1° tot en met 3°, verleent de houder van de vergunning die daarop betrekking heeft, een financiële waarborg vóór er met de werken gestart wordt. 

        De waarborg dekt de volledige geraamde kostprijs van de lasten, vermeld in het eerste lid, behalve als kan worden vastgesteld dat de financiële toestand van de begunstigde van de vergunning dat niet toelaat. De bevoegde overheid kan die dekking verminderen tot een niveau dat aanvaardbaar is voor de financiële toestand van de begunstigde van de vergunning, maar de waarborg mag niet kleiner zijn dan de helft van de geraamde kosten van de lasten. 

        De waarborg kan worden geleverd met een borgstelling via een overschrijving op de Deposito- en Consignatiekas of door een financiële instelling borg te laten staan voor het bedrag van het project. 

        De waarborg kan worden vrijgemaakt naarmate de als lasten opgelegde handelingen en werken worden uitgevoerd, in verhouding tot de investeringen die in het kader van de lasten al zijn verricht, tegen maximaal 60% van de totale waarde, waarbij het saldo pas wordt vrijgemaakt als de bevoegde overheid of haar gemachtigde die handelingen en werken voorlopig opgeleverd heeft. 

        §2. Als de uitvoering van diverse lasten financieel wordt gewaarborgd, hanteert de bevoegde overheid één waarborg voor de totaliteit van de lasten in kwestie, waarbij aangegeven wordt welk waarborggedeelte betrekking heeft op elke last afzonderlijk. 

        §3. Bij een overdracht van een vergunning blijft de overdragende partij ertoe gehouden borg te staan voor de goede uitvoering van de lasten totdat de nieuwe houder van de vergunning de bevoegde overheid een financiële waarborg heeft geleverd die gelijk is aan de waarborg, vermeld in paragraaf 1. 

        §4. De waarborg is in de volgende gevallen opeisbaar of van rechtswege door de bevoegde overheid verworven ten belope van de waarde van de lasten die nog niet uitgevoerd zijn:

        1° bij niet-naleving van de uitvoeringstermijnen voor de lasten, vermeld in de definitief uitvoerbare vergunning, waartegen geen beroep meer mogelijk is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen;

        2° als de vergunning waarvoor lasten werden opgelegd, vervalt na gedeeltelijk te zijn uitgevoerd. 

        §5. De waarborg kan zonder uitvoering van de lasten alleen worden vrijgemaakt als de vergunning waarvoor de lasten werden opgelegd, vervallen is en het project niet of zelfs niet gedeeltelijk werd uitgevoerd.” 

        HOOFDSTUK 10. SLOTBEPALINGEN

         

        Artikel 11. Het niet uitvoeren van de last kan leiden tot het verval van de vergunning overeenkomstig de artikelen 99 en 102 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.

         

        Via de wijziging van het decreet betreffende de omgevingsvergunning door het Instrumentendecreet wordt de niet-uitvoering van de lasten gekoppeld aan het verval en de termijnen van verval van de vergunning in dit decreet:

        a) binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen;

        b) binnen tien jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning om te verkavelen zonder wegenaanleg;

        c) binnen vijftien jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning om te verkavelen met wegenaanleg. 

        Artikel 12. Deze verordening is van toepassing op vergunningsaanvragen die worden ingediend vanaf de inwerkingtreding ervan.   

         

        Slotbepalingen

        Artikel 13. De definitief vastgestelde gemeentelijk stedenbouwkundige verordening lasten bij omgevingsvergunningen, wordt samen met het besluit van de gemeenteraad en het volledige advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening binnen de 10 dagen na de definitieve vaststelling per beveiligde zending bezorgd aan de deputatie van de provincie West-Vlaanderen en aan het departement.

        Artikel 14. Overeenkomstig artikel 286 van het decreet lokaal bestuur maakt de burgemeester bekend dat de gemeenteraad deze gemeentelijk stedenbouwkundige verordening heeft vastgesteld in zitting van 5 februari 2024;

        Artikel 15. Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van deze beslissing;

        Artikel 16. Deze gemeentelijk stedenbouwkundige verordening treedt in werking op de tiende dag na de bekendmaking van de definitieve vaststelling in het Belgisch Staatsblad.  

      • Uitrustings- en infrastructuurwerken bij verkavelingsproject of groepswoningbouwproject - OMV_2023020931 - sloop bebouwing, bouwen 5 meergezinswoningen met aanleg van parking - zaak der wegen en goedkeuring technisch dossier

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 en latere wijzigingen, in bijzonder de artikel 40,41 en 56, inzake de bevoegdheden van de gemeenteraad en het College van Burgemeester en Schepenen.

        Decreet houdende de gemeentewegen van 03 mei 2019.

        Gecodificeerde decreten Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening) van 15/05/2009.

        Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

        Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. 

        Besluit van de gemeenteraad van 25 februari 2019, vaststelling van de gemeentelijke procedure voor het uitvoeren van uitrustings- en infrastructuurwerken bij verkavelings- en groepswoningbouwprojecten en goedkeuring van het stappenplan voor het bekomen van een omgevingsvergunning voor het verkavelen of bijstellen van een verkaveling of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen voor een bouwproject met openbare wegenis.

        Feiten, context en argumentatie

        Door de bouwheer ALIDES REAL ESTATE INVESTMENT AND MANAGEMENT, met als adres Foreestelaan 86 bus 201, 9000 Gent gaf opdracht aan het studiebureau BURO STIEL, Meensesteenweg 411, 8800 Roeselare om het bestek op te maken voor de uitvoering van uitrustings- en infrastructuurwerken nodig om de gronden gelegen langs de Haiglaan kadastraal gekend Ieper, 3 de afdeling, sectie E, nrs 0257S9 02, 0312M2, 0257Y9 02, 0312W7 02, 0312S2, 0310P12, 0257E10, 0257X9 2, 0257F10 02, 0312Y2, 0310N12, 0312B3, 0310B12, 0310A12 bouwrijp te maken.  Het bijzonder bestek met dossiernr. 2023/010, de raming en de plannen voor de wegen- en rioleringswerken met inbegrip van de rooilijn worden ter goedkeuring voorgelegd.
        Met het oog op de opmaak van de overeenkomst is het bestek 2-delig. Fase 1 omvat de riolering- en wegeniswerken. Fase 2 omvat de werken nodig voor de aanleg van voetpaden, opritten en groenaanleg. De totaliteit van de werken wordt geraamd op 407.650,35 EUR, btw niet inbegrepen en is integraal ten laste van de private verkavelaar.

        Het ontwerp voorziet in de realisatie van de aanleg van de infrastructuur voor de realisatie van 5 meergezinswoningen, 1 lot voor nutscabine en nieuw toekomstig openbaar domein in de vorm van een ontsluitingsweg en fietsdoorsteek. Samen met de ontwikkeling van deze meergezinswoningen dienen dus de nodige infrastructuurwerken uitgevoerd.

        Het voorliggend dossier omvat volgende werkzaamheden : 

        • Aanleg nieuwe gescheiden riolering
          • RWA-riolering, incl. huisaansluitingen (zie ook architectuurplannen).
          • DWA-riolering, incl. huisaansluitingen (zie ook architectuurplannen).
          • Aanleg infiltratiebekken (zie ook architectuurplannen).
        • Aanleg van nieuwe wegenis en groenzones
          • Aanleg toegangsweg in waterpasserende betonstraatstenen.
          • Aanleg fiets- en voetpad in waterpasserende betonstraatstenen
          • Aanleg uitwijkstroken in grasbetondallen
          • Aanleg van groenzone (zie groenplan BurO Groen)
        • Aanleg en uitbreiding bestaande nutsleidingen

        Het ontwerp en aanleg van nieuwe gescheiden riolering gebeurt conform het SB250 versie 4.1 en voldoet aan de eisen gesteld door de rioolbeheerder Ieper wat betreft infiltratie, buffer en vertraagde afvoer (zie verder). Daarnaast wordt iedere meergezinswoning voorzien van een eigen gescheiden rioolaansluiting op de nieuwe riolering. 

        Het ontwerp en aanleg van de nieuwe wegenis gebeurt conform het SB250 versie 4.1 en in overleg met Ieper. Hierbij wordt voldoende aandacht geschonken aan de toegankelijkheid voor hulpdiensten (draaistralen 11m en 15m en een minimale breedte van 4m).
        De aanleg en uitbreiding van nutsleidingen langs de nieuwe wegenis gebeurt binnen een ‘gereserveerde’ zone van minstens 1,50m waarbinnen de leidingen probleemloos aangelegd kunnen worden. De aanleg gebeurt conform de richtlijnen van de verschillende nutsmaatschappijen.

        Met het oog op de uitvoering van de infrastructuurwerken, de oplevering ervan en de inlijving in het openbaar domein dient de ontwikkelaar zich contractueel met de Stad te verbinden. Een overeenkomst dient afgesloten waarin de verplichtingen van de verkavelaar worden opgenomen overeenkomstig de procedure voor het uitvoeren van uitrustings- en infrastructuurwerken bij verkavelings- en groepswoningbouwprojecten en het stappenplan voor het bekomen van een omgevingsvergunning voor het verkavelen of bijstellen van een verkaveling of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen voor een bouwproject met openbare wegenis, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 25 februari 2019.  Afdoende waarborgen dienen gesteld ter verzekering van een kwaliteitsvolle uitvoering.

        Resultaten openbaar onderzoek

        In toepassing van art. 47 van het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning neemt de gemeenteraad een beslissing over de voorgestelde wegenwerken en neemt zij daarbij kennis van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek teneinde deze mee te nemen in de bespreking. Volgens de toelichting van het besluit bespreekt de gemeenteraad enkel de bezwaren die handelen over de zaak der wegen.

        Het openbaar onderzoek liep van 6 november 2023 tot en met 5 december 2023. Daarbij werden in totaal 127 bezwaarschriften ontvangen. Een deel van de bezwaren handelt over de zaak der wegen. De deelbezwaren die betrekking hebben op de zaak der wegen worden als volgt samengevat met voorstel van evaluatie:

        Bezwaar Voorstel tot evaluatie
        Impact op mobiliteit door de werken alsook door het woonproject zelf: de Haiglaan is nu reeds verzadigd tijdens ochtend- en avondsplits en op zaterdagvoormiddag. De file strekt van het rondpunt Maloulaan tot aan het rondpunt Oude Veurnestraat. De geplande scholencampus SMSI heeft ook een grote impact. De impact is onvoldoende onderzocht. Er werd een mobiliteitsstudie opgemaakt om de impact op mobiliteit in kaart te brengen. Hieruit blijkt dat er geen onaanvaardbare impact te verwachten valt. De impact van de toekomstige scholencampus werd ook mee in rekening gebracht. 
        De mobiliteitsstudie vermeldt dat er tijdens de spits 62 bijkomende vervoersbewegingen zullen bijkomen langs de Haiglaan waarvan 9 inkomende en 53 uitgaande. Dit is niet realistisch voor 124 appartementen, 600 bewegingen per dag zijn te verwachten. De meeste gezinnen beschikken over 2 personenwagens. Ook wordt geen rekening gehouden met de mogelijke nevenbestemming (20%). De bijkomende fiets- en autoverplaatsingen zijn nefast voor de verkeersellende.  De mobiliteitsstudie werd opgemaakt, rekening houdend met de kengetallen. Er werd gewerkt met enerzijds het Vlaams richtlijnenboek MOW en anderzijds met de Nederlandse kencijfers CROW. Dit zijn objectieve cijfergegevens. In geval de bezwaarindiener deze feiten betwist, dient de bezwaarindiener dit ook concreet aannemelijk te maken. 
        Het kruisen van verkeer op de Haiglaan leidt tot een conflictsituatie ter hoogte met de stelplaats van de Lijn. Rechts in en rechts uit is een betere optie.  De ontsluiting links en rechts uitrijdend (via een kruisende beweging over de Haiglaan) wordt voorzien van een aangepaste wegmarkering. Het voorzien van een verplichte rechts in, rechts uit zou staan voor een bijkomende belasting van de huidige ronde punten aan de kruispunten van de Haiglaan met de Capronstraat en met de Oude Veurnestraat. Het rond punt aan de Oude Veurnestraat bevindt zich bovendien op ruime afstand van de site. Bijgevolg is een verplichte rechts in en rechts uit niet wenselijk. De capaciteitstoets in- en uitrijdend verkeer in de mobiliteitstoets (p 30) geeft aan dat links in, links uit, en rechts uit geen probleem oplevert. 
        Rechts uit en draaien op het rondpunt wordt in de mobiliteitsstudie voorgesteld, dit is achterhaald gezien het verkeer dan terug moet keren. Dit leidt tot een omweg met meer uitstoot.

        De ontsluiting links en rechts uitrijdend (via een kruisende beweging over de Haiglaan) wordt voorzien van een aangepaste wegmarkering. Het voorzien van een verplichte rechts in, rechts uit zou staan voor een bijkomende belasting van de huidige ronde punten aan de kruispunten van de Haiglaan met de Capronstraat en met de Oude Veurnestraat. Het rond punt aan de Oude Veurnestraat bevindt zich bovendien op ruime afstand van de site. Bijgevolg is een verplichte rechts in en rechts uit niet wenselijk. De capaciteitstoets in- en uitrijdend verkeer in de mobiliteitstoets (p 30) geeft aan dat links in, links uit, en rechts uit geen probleem oplevert. 

        De ontsluiting van 124 appartementen via één toegangsweg is niet verantwoord.  Er mag conform het RUP slechts voorzien worden in 1 ontsluitingsweg (indicatieve aanduiding). De mobiliteitsstudie toont de haalbaarheid van één ontsluiting aan.
        De Plumerlaan werd omgevormd tot éénrichtingsverkeer (enkel uitrijden op de Haiglaan) om een vlottere doorstroming op de Haiglaan te realiseren. Nu wordt een extra kruispunt voorzien op de Haiglaan op ca 100 m afstand van de kruising met de Plumerlaan. De bijkomende belasting van de Haiglaan zal leiden tot meer sluipverkeer in de nu reeds drukke Plumerlaan die ook een fietsring is wat leidt tot verkeersonveligheid.  De impact op de mobiliteit werd onderzocht en als aanvaardbaar beoordeeld. De vraag rijst hoe er door het voorgenomen project sluipverkeer kan ontstaan ter hoogte van de Plumerlaan. Daarenboven is de site doodlopend. 
        De toegangsweg is onvoldoende voor de brandweer. Het project werd voorbesproken met de brandweer. Inmiddels werd ook een gunstig advies van de brandweer bekomen. 
        Volgens de huidige plannen wordt een inrit voorzien met een breedte van 6m die aan beide zijden wordt begrensd door muren van de aanpalende woningen. Onmiddellijk na de muur is het voetpad gelegen. Dit zorgt ervoor dat bestuurders het voetpad pas kunnen inspecteren door met hun wagen in het verlengde van het voetpad te rijden. Doorheen de volledige dag maken heel wat zwakke weggebruikers gebruik van het voetpad (schoolgaande jeugd, klanten van de naburige winkels, buurtbewoners, …). De inplanting van de inrit (die bovendien frequent gebruikt zal worden) verlaagt de veiligheid aanzienlijk. De aanvrager vermeldt dat het voetpad zal worden verlaagd en zal voorzien worden van een zebrapad. Daarnaast is de achterliggende site bestemd als woonerf. Hierdoor zal de snelheid niet meer dan 20 km/u bedragen. De aanvrager zal ook in de nodige signalisatie voorzien.  
        Ook de visibiliteit van het fietspad vanuit de inrit is beperkt, wat ook hier leidt tot een mindere verkeersveiligheid. Er zal voorzien worden in voldoende signalisatie teneinde het uitrijdend verkeer attent te maken op de aanwezigheid van het fietspad. Het fietspad krijgt een rode markering. Dit wordt opgenomen in de bijzondere voorwaarden.  
        Vrees dat de toegankelijkheid van de bestaande toegangsweg (niet binnen het project) zal leiden tot overlast (hangjongeren, rendez-vous plaats, drugs gebruiken en dealen,… ). Door de sociale controle van de woongelegenheden is de kans op dit soort gebruiken minimaal. De herontwikkeling leidt tot een betere situatie ten opzichte van de huidige leegstaande, dicht begroeide, private site. Bovendien valt de bestaande toegangsweg buiten de projectsite.
        Er wordt gevreesd voor congestie binnen de projectontwikkeling.  Er werd een mobiliteitsstudie opgemaakt om de impact op mobiliteit in kaart te brengen. Hieruit blijkt dat er geen onaanvaardbare impact te verwachten valt. 
        Extra sluipverkeer (fietsers, brommers, auto's) in aanpalende straten zoals, Velodroomstraat, Schipstraat, Sportstraat, Steendam, Werfstraat, Minneplein. Er kan geen sluipverkeer veroorzaakt worden, nu de site doodlopend is voor gemotoriseerd verkeer. 
        De aanleg van de nieuw ontworpen wegenis in betonklinkers betekent dat deze niet kan worden overgedragen aan de stad. De aanleg met de waterdoorlatende klinkers werd voorzien op expliciete vraag van de stad. 

        Er wordt geen RWA voorzien voor de wegenis. 

        De nieuw ontworpen gemeenteweg wordt niet voorzien van RWA riolering. De wegenis zal bij regen blank staan gezien het ontbreken van regenwaterafvoer. 

        De nota vermeldt dat er geen overdracht gebeurt. 

        Alle over te dragen verharding is waterdoorlaatbaar door materiaal of door geometrie. De aanvraag dient te voldoende aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater zoals deze op het ogenblik van de indiening van de vergunningsaanvraag gold. Hierdoor is de noodzaak van een RWA niet nodig. 

        De wegenis zal worden overgedragen. Dit blijkt voldoende uit het aanvraagdossier. 

        Impact op riolering (oude riolering in de Haiglaan). De nieuwe aantakkingen zijn volgens de voorwaarden van de nutsmaatschappijen en rioolbeheerder te realiseren. 
        De bovengrondse parkeerplaatsen zouden geschrapt moeten worden om minder autoverkeer te genereren. De parkeernorm uit het ruimtelijk uitvoeringsplan beschrijft 1 parkeerplaatsen/woonentiteit, hier wordt (naast het ondergronds aanbod van 125 parkeerplaatsen) een aanbod van 64 bovengrondse parkeerplaatsen voorzien (deels op ontworpen openbaar domein, deels op privaat domein) wat overbodig is.  De parkeernorm betreft een minimumaantal. Daarenboven dient een onderscheid te worden gemaakt tussen ondergrondse parkeerplaatsen (voor privaat gebruik) en bovengrondse parkeerplaatsen, deels privaat, deels publiek toegankelijk. Er wordt opgemerkt dat de wijze van inrichten van de bovengrondse parkeerplaatsen vooraf besproken werd. 
        De positie van de fietsverbinding die uitkomt op de Velodroomstraat komt tegen de oostelijke perceelsgens. Er wordt voorgesteld om het pad van 2,5 m breed centraal te voorzien.  Het pad werd zo ingericht in overleg met de Stedelijke Groendienst, zo wordt een compacte groene randaanleg voorzien die beter beheerbaar is dan twee smalle stroken groen. Er valt niet in te zien hoe dit hinderlijk kan zijn voor een betrokken partij. 
        De wegenis dient te voldoen aan het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Indicatieve ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer op het grafisch plan van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan dienen gevolgd en kunnen niet vergund worden op een andere locatie. Deze overschrijden de maximaal toelaatbare verharding binnen art. 7.     Wat de verharding betreft: de ontsluiting wordt aangelegd overeenkomstig artikel 16 en dus los van artikel 7.                                             
        In het RUP wordt in een indicatieve ontsluiting voorzien, hetgeen onmiddellijk ook aangeeft dat deze elders kan worden voorzien. Er wordt gewezen op het gegeven dat de bestaande ontsluiting niet in eigendom is én dat deze vanuit verkeersveiligheid niet aangewezen is.  
        Het advies van de dienst mobiliteit is gunstig, doch wordt niet gemotiveerd.  Het advies van de dienst Mobiliteit bevestigt de mobiliteitsstudie. Dit advies steunt zich op de uitgebreide voorbespreking van het dossier alsook werden bijkomende kengetallen opgevraagd die werden bezorgd ter staving van de mobiliteitsstudie. 
        Indien veel zwaar verkeer gebruik maakt van de weg is een breedte van 6,10 m tot 6,5 m aangewezen.  De site wordt als woonerf ingericht, waardoor het niet de bedoeling is dat er zwaar verkeer op de site komt. 

        De deelbezwaren die betrekking hebben op de zaak der wegen worden ontvankelijk en deels gegrond, deels ongegrond verklaard. 

        Het fietspad op de Haiglaan wordt voorzien van een rode markering.

        Financiële gevolgen

        Alle kosten voor de uitrustings- en infrastructuurwerken van dit project worden gedragen door de projectontwikkelaar.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 15 ja stemmen tegen 13 neen stemmen (de raadsleden De Roo, Laurens, Desomer, Williams, De Groote, Baert, Gheysens, Feys, Dehaerne, Six, Dehollander, Vancayseele en Vandenbilcke) :

        Artikel 1 : In functie van de bespreking kennis te hebben genomen van de standpunten, opmerkingen en bezwaren m.b.t. de zaak van de wegen die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek.

        Artikel 2 : Goedkeuring wordt verleend aan 'de zaak der wegen', met name het wegentracé, de rooilijn en het ontwerpbestek 2023/010 met plannen van omgevingsaanvraag met projectnummer OMV_2023020931 opgesteld door het studiebureau BURO STIEL, Meensesteenweg 411, 8800 Roeselare in opdracht van de bouwheer ALIDES REAL ESTATE INVESTMENT AND MANAGEMENT, met als adres Foreestelaan 86 bus 201, 9000 Gent met het oog op de uitvoering van de uitrustings- en infrastructuurwerken om de gronden langs de Haiglaan kadastraal gekend Ieper, 3 de afdeling, sectie E, nrs 0257S9 02, 0312M2, 0257Y9 02, 0312W7 02, 0312S2, 0310P12, 0257E10, 0257X9 2, 0257F10 02, 0312Y2, 0310N12, 0312B3, 0310B12, 0310A12, bouwrijp te maken, overeenkomstig het gemeentelijk reglement van 25 februari 2019 en in uitvoering van artikel 31, eerste lid van het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014 en artikel 47 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

        Artikel 3 : Voor de realisatie van deze werken wordt een overeenkomst tussen de stad Ieper en de bouwheer afgesloten en dienen afdoende waarborgen gesteld voor een gegarandeerde en kwalitatieve uitvoering.

        Artikel 4 : Het College van Burgemeester en Schepenen te gelasten met de uitvoering van deze beslissing.

    • Digitalisering

      • Toetreding raamcontract "netwerkdiensten" Digitaal Vlaanderen

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 56 en 57, betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, in bijzonder artikel 43 inzake raamovereenkomsten.

        Feiten, context en argumentatie

        In de komende jaren staat de stad Ieper heel wat vernieuwing en uitbreiding van bekabelde en draadloze netwerken in stadsgebouwen te wachten.

        • vernieuwing huidige wifi (voorzien in MJP 2024)
        • vernieuwing core en distributie switchen (voorzien in MJP 2024)
        • vernieuwing access switchen
        • nieuwe wifi projecten in diverse gebouwen (Mergelynckmuseum, Fenix, OC's)
        • uitbouw en optimalisatie van wifi in diverse gebouwen (Lakenhallen, cultuurcentrum, bibliotheek, site openbaar domein, erfgoeddepot, Auris) 

        De dienst IT is al langer op zoek naar een mogelijkheid om alle aspecten van dergelijke projecten in handen van een betrouwbare leverancier te leggen: design, site surveys, aanleg van netwerkbekabeling, switchen, wifi toegangspunten enz.

        In bestaande raamcontracten kunnen we nog niet afnemen (bijv. Creat) of zijn niet alle nodige aspecten voorzien (bijv. Brugge). Daarom werd overwogen om zelf een dergelijk raamcontract in de markt te zetten, al dan niet voor alle gemeenten in de Westhoek. 

        Inmiddels kwamen we te weten dat het agentschap Digitaal Vlaanderen vorig jaar het ICT-raamcontract "netwerkdiensten" gunde.  Hierin worden tal van netwerkaspecten afgedekt zoals interconnectiviteit (WAN) van de agentschappen, connectiviteit naar cloud-diensten, monitoring, security. Maar dus ook plaatsing en uitbating van LAN en WLAN netwerken. Digitaal Vlaanderen gunde dit raamcontract aan Proximus. Het contract loopt tot 31 januari 2029. Lokale besturen kunnen ervan afnemen. Het raamcontract is niet exclusief en er is geen enkele verplichting voor afname. 

        Uit verkennende gesprekken met Digitaal Vlaanderen en Proximus blijkt dat dit raamcontract een antwoord biedt op onze noden. Vlaanderen stelt enkel de voorwaarde dat het niet enkel bij hardware aankopen blijft (box moving), maar dat er ook diensten afgenomen worden. Vlaanderen bevestigde ons dat met afname van implementatiediensten en onderhoudscontracten aan deze voorwaarde voldaan wordt. 

        De dienst IT stelt voor om in te tekenen op het raamcontract netwerkdiensten van Digitaal Vlaanderen.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met algemeenheid van stemmen :

        Artikel 1: toe te treden tot het raamcontract "netwerkdiensten" van Digitaal Vlaanderen.

        Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen te belasten met de uitvoering en opvolging van deze beslissing.

    • Jeugd

      • Agendapunten Algemene Vergadering JOC Ieper vzw 09/02/2024

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        Feiten, context en argumentatie

        De volgende Algemene Vergadering van JOC Ieper vzw staat gepland op 9 februari 2024 om 19u00 (Fochlaan 3, 8900 Ieper).

        De punten op de agenda zijn de volgende:  

        - ontslag en benoeming leden

        - Goedkeuring vorig verslag

        - Begroting JOC Ieper vzw 2024

        - Aanpassing formules speelpleinwerking Sporrewoan (op basis van inschrijvingssoftware) 

        Voor deze punten moet de gemeenteraad haar standpunt bepalen en de vertegenwoordiger van de stad in de algemene vergadering opdragen zijn stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad in verband met de te behandelen agendapunten. 

        Overeenkomstig artikel 11 van de statuten van de vzw is de burgemeester Emmily Talpe voorzitter van de algemene vergadering.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 17 ja stemmen en 11 onthoudingen (de raadsleden De Roo, Laurens, Desomer, Williams, De Groote, Baert, Gheysens, Feys, Dehaerne, Six en Dehollander) :

        Artikel 1: Akkoord te gaan met de agenda van de vergadering en de voorstellen ter zake.

        Artikel 2: de vertegenwoordiger van de stad die zal deelnemen aan de zitting van deze algemene vergadering op te dragen zijn stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad in verband met de te behandelen agendapunten.

      • Heraanleggen van sport- en speelterrein Wielewaal te Hollebeke - Goedkeuring lastvoorwaarden en wijze van gunnen - 2023/JD_01-B/STAD

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad. 

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

        De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

        De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van 143.000,00 EUR niet).

        Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

        Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 90, 1°.

        Feiten, context en argumentatie

        Om kindvriendelijk te zijn moet er voldoende buitenruimte voorzien worden om te spelen en te sporten in de stad en de deelgemeenten. Wijksportterreintjes maken sporten laagdrempelig, zeker naar onze jeugd toe.  Het terrein aan de Wielewaalstraat is aan vernieuwing toe. Momenteel zijn de speelelementen beperkt, het sportveld verouderd en er is wateroverlast. De nieuwe invulling van de site moet deze tekorten wegwerken. Dit is een project van de werkgroep recreatie, een interne samenwerking tussen de sportdienst, jeugddienst, groendienst en openbaar domein.

         

        De oorspronkelijke opdracht “Ontwerpen en heraanleggen van sport-en speelterrein Wielewaal te Hollebeke”, zoals aangenomen door de gemeenteraad in zitting van 2 februari 2023 werd stopgezet omdat de enige offerte uiteindelijk niet kon beantwoorden aan de eisen en de wensen van de opdracht.

         

        Er wordt voorgesteld de opdracht opnieuw op te starten op basis van een voorontwerp, opgesteld door landschapsarchitect Philippe Haven.  Hiertoe wordt het ontwerp Heraanleggen van sport- en speelterrein Wielewaal te Hollebeke voorgesteld.  De raming van deze opdracht bedraagt 47.912,85  EUR excl. btw of 57.974,55 EUR incl. 21% btw.  Het project omvat naast de heraanleg van het multifunctioneel sportterreintje de aanpak van de speelzone met klim- en klauterelementen, picknicktafel en zitbank.

         

        Naast de prijs (75%) wordt ook een plan van aanpak gevraagd als gunningscriterium (25%) omdat de locatie moeilijk toegankelijk is en asfalteringswerken en aanbrengen van zware boomstammen deel uitmaken van de opdracht.  

        Financiële gevolgen

        Jaar

        Budgetartikel

        Budget

        Reeds vastgelegd

        Oud beschikbaar

        Voorgesteld

        Nieuw beschikbaar

        Datum consultatie

        2023

        AC056/0711-0/222107

         139.664,73

           

         

         Over te dragen

         

        2024

        AC056/0711-0/222107

         48.400,00      58.000,00    15/01/2024

        De werken kunnen voor maximaal 65% via Platteland Plus cofinanciering krijgen en de cofinanciering komt van Vlaanderen en de provincies.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met algemeenheid van stemmen :

        Artikel 1: Goedkeuring te verlenen aan het ontwerp en de lastvoorwaarden voor de opdracht “Heraanleggen van sport- en speelterrein Wielewaal te Hollebekeop een geraamd bedrag van 47.912,85  EUR excl. btw of 57.974,55 EUR incl. 21% btw.

        Artikel 2 : Deze opdracht wordt gegund ingevolge een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking volgens artikel 42, § 1, 1° a) van de wet overheidsopdrachten.

        Artikel 3: De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het investeringsbudget van het over te dragen budget 2023 en op het budget 2024, op budgetcode 0711-0/222107/BESTUUR/CBS/0/IP-80 (actie AC056), mede te financieren met subsidies van de Vlaamse Landmaatschappij in het kader van Platteland Plus.

        Artikel 4: Het college van burgemeester en schepenen te gelasten met de uitvoering van dit besluit.

  • Interpellaties

    • Partnership Ieper - European Disability Card. (Interpellatie door raadslid Six)

      Feiten, context en argumentatie

      De European Disability Card (EDC) is een Europese kaart waarmee men kan aantonen dat men erkend is voor een handicap, ook als die onzichtbaar is. Deze kaart is strikt persoonlijk.

      Met die kaart kan men genieten van voordelen bij cultuur-, sport- of vrijetijdsactiviteiten.

      Die kaart is bruikbaar in België, Cyprus, Estland, Finland, Italië, Malta, Slovenië en Roemenië. 

      Op de website kan je een overzicht vinden van organisaties, instellingen, bedrijven en andere partners die een voordeel aanbieden.

      Het viel mij op dat er in Ieper, het kloppend hart van de Westhoek, slechts 2 voordelen te rapen valt namelijk in het IFFM en het Yper Museum die beiden een korting aanbieden op de toegangsprijs voor de houder van de kaart en de begeleider.

      In vergelijking met naburige steden en gemeenten is het aanbod van voordelen toch wel heel schaars. 

      Als Ieper zich wil promoten als een toeristische stad met een warm hart voor de mensen met een handicap, dan durf ik voor te stellen om erkende partner te worden van de EDC.

      Als erkende partner engageer je je om de toegang tot cultuur, sport en vrijetijdsbesteding makkelijker te maken voor personen met een handicap:

      1/ enerzijds door de omgeving (toegang) en de activiteiten toegankelijk te maken,

      2/ anderzijds door voordelen aan te bieden zoals kortingen, gratis toegang, Braille-en audiogidsen, voorrangspassen, voorbehouden plaatsen, enz.

      Niet onbelangrijk detail: het kost helemaal niets om erkende partner te worden. 

      Is Ieper bereid om erkende partner te worden?

    • Eerste asielzoekers voormalige legerkazerne. (Interpellatie van raadslid Six)

      Feiten, context en argumentatie

      Op 29 januari zijn een veertigtal asielzoekers aangekomen in de voormalige legerkazerne. Volgens de directeur van het Rode Kruis gaat het om 2 gezinnen, een groep alleenstaande vrouwen en een kleinere groep alleenstaanden mannen die doorgestuurd werden vanuit Brussel. 

      Van schepen Ryde had ik graag wat concretere info gekregen zijnde:

      1/ hoeveel alleenstaande vrouwen zijn het en uit welke leeftijdscategorie?

      2/ hoeveel alleenstaande mannen zijn het en uit welke leeftijdscategorie?

      3/ hoeveel kinderen zijn er momenteel en wat is hun leeftijd? 

      4/ wat is het land van herkomst van al deze asielzoekers? 

      Het betreft hier een open asielcentrum dus kunnen de bewoners zelf bepalen waar ze gaan of staan.

      Wat bedoelt de directeur met zijn uitspraak dat het centrum “in principe” sluit van middernacht tot 6 uur ’s morgens? Interpreteer ik dat goed dat men dus niet verplicht is om dan aanwezig te zijn in het asielcentrum? 

      Men voorziet tevens een permanentie van 7 dagen op 7 en 24 uur op 24. Wat is het centraal telefoonnummer en of meldingspunt waarop de permanentie bereikbaar is? 

      We weten dat de kazerne opgevormd zal worden voor een tijdelijke opvang voor 375 asielzoekers en Ieper “rekent erop” dat de opvang niet langer dan 2 jaar zal duren. Hoe dekt Ieper zich in tegen een eventuele verlenging?

      Mijn grootste bezorgdheid is het ontbreken van een sluitende garantie dat de buurtbewoners “maar” voor 2 jaar met een asielcentrum in hun achtertuin zitten want met zeggende woorden en rekenen op….zijn ze niets!

      Nog beter was het om helemaal geen asielcentrum te vestigen in Ieper. Vluchtelingen moeten opgevangen worden in hun eigen regio. Door asielzoekers uit Noord-Afrika, Afrika en zelfs Azië in Europa op te vangen creëren we een aanzuigeffect voor nog meer asielzoekers. We vangen nu in ons land al verhoudingsgewijs het meeste vluchtelingen van Europa op. We mogen niet het OCMW van de hele wereld worden. We moeten ons beperken tot de opvang van Europese vluchtelingen en dus durf ik pleiten voor een asiel stop ipv voor nog meer asielzoekers in Ieper.

  • Vragen en antwoorden

    • Laat de sirene loeien in Elverdinge. (Vraag van raadslid De Roo)

      Feiten, context en argumentatie

      Mijn dorp – onze deelgemeenten krijgen van het huidig bestuur lang niet meer waarop ze recht op hebben. Het aanvoelen van wat reilt en zeilt in ons dorp(en) is een engagement die we als lokaal bestuur meer dan ooit moeten waarmaken. Veel dorpsbewoners voelen zich in de steek gelaten en krijgen niet de aandacht die ze verdienen. We geven toe, niet alle regelgevingen zijn de oorzaak vh lokaal bestuur die de leefbaarheid vd dorpen moeilijker maakt  , maar het wordt toch tijd dat er vanuit ons bestuur een halt wordt toegeroepen naar alles wat de leefbaarheid in onze dorpen belemmerd en  overkomt

      Zo ook zijn we vandaag geconfronteerd met het bestuur die het Gemeentehuis in Elverdinge wenst te verkopen. Eén van onze laatste nostalgische identiteitsgebouwen , die  de kern vh dorp siert,moet vd hand. Alsof dat de financiën vd Stad zal beter maken  , laat staan alsof het behouden een financiële kater is voor de Stad  .

      Collega’s er wordt zoveel gesproken van inspraak , luisteren naar de mensen  terplaatse , wel hier zie in dit dossier niets van terug ..Integendeel !!

      We hebben in ons dorp een bijzonder bloeiende lagere school , die bij wijze van spreken uit zijn voegen barst , waar menig dorpsbewoners de kwaliteit vd school bejubelen , en toch ziet het bestuur niet in wat voor nuttige functie dit gebouw kan  hebben als meerwaarde voor de school . Met een  gebouw die pal naast de school staat is het toch sowieso duidelijk dat dit niet wordt ontvreemd teneinde de school alle kansen te bieden naar verdere exploitatie ..? Wie weet wat de toekomst brengt…Dit is het enige wat nog rest om de school naar meer hedendaagse accommodatie de kans te bieden  in de nabije toekomst.

      Ook voor andere gebruikers als daar zijn de De Lovie , De wijkagent , stapelruimte voor verenigingen , vergaderruimte enz.. Een gedeeld gebruik enz enz ..kan het gebouw tot polyvalentie dienen . Er zijn inderdaad kosten aan maar een subsidiedossier indienen ter renovatie van dit monumentaal gebouw kan al een eerste aanzet zijn … Het hart vh dorp vervreemden is eveneens een  messteek in het hart ons dorp.

      Wij vragen ons dan ook af

      1. Hebben Jullie alles onderzocht tot wat het gebouw kan dienen voor ons dorp voorafgaand aan de beslissing ?
      2. Willen Jullie afzien vd beslissing dit te verkopen teneinde meer kansen te bieden naar inspraak , onderzoek , en meerwaarde voor ons dorp te bieden ..? Kunnen we hiervan eens werk maken ..?
      3. Wat met onze sirene ..? Deze staat op het dak vh gebouw . Het geluid is zo kenmerkend en brengt zo’n bijzondere meerwaarde bij  de herdenkingsplechtigheden dat dit niet kan of mag verdwijnen .. We hebben een nieuwe werkgroep die deze plechtigheden organiseert , dit zou voor Hen een kaakslag zijn mocht de sirene verdwijnen en getuigen van geen waardering voor Hun werk en inzet . Een nostalgie van onschatbare waarde  Wat is Jullie antwoord ?
      4. Ook het gemeente embleem met de namen  van onze gesneuvelden  zit in de muur gemetseld .; Wat denken Jullie daarmee te doen ? Of krijgen deze gesneuvelden geen waardering meer ?
    • Busregeling De Lijn. (Vraag van raadslid Desomer)

      Feiten, context en argumentatie

      We zijn enkele weken na de invoering van de nieuwe regeling van de Lijn. We horen positieve signalen maar toch ook enkele hardnekkige knelpunten.

      Graag vernemen we wat de meerderheid reeds heeft ondernomen om aan de bezorgdheden van de inwoners die gebruik maken van het openbaar vervoer tegemoet te komen.

    • Stadslijst. (Vraag van raadslid Six)

      Feiten, context en argumentatie

      Weken terug liep er op de tv zender VTM, het programma ‘de verraders’. Voor zij die de uitzending niet mochten kennen, wil ik even de toedracht ervan verduidelijken. 20 BV’s, opgesplitst in een team ‘bondgenoten’ en een team ‘verraders’, dienen mekaar dmv allerlei listen, bedrog, leugens enz., één voor één naar huis te spelen. 

      Toen ik de uitzending bekeek , kreeg ik een déjà-vu gevoel naar aanleiding van de gebeurtenissen die zich enkele maanden geleden op het Ieperse politieke toneel afspeelden. En dan heb ik het meerbepaald over de vorming van een nieuwe Ieperse ‘stadscoalitie’…

      Helaas hebben we het hier echter niet over enige vorm van fictie. Zelfverklaarde ‘vredesapostelen’ staken, na 5 jaar samenwerking, zonder scrupules, een dolk in de rug van één van hun coalitiepartners… 

      Als een complete verassing kan dit echter niet beschouwd worden, want termen als, trouwheid, eer, loyaliteit,  geloofwaardigheid, enz.  zijn, heden ten dage, in het gedachtegoed van vele politici, ver te zoeken…

      En dan zijn jullie verwonderd dat de man in de straat het heeft over : “politiekers, het is hen enkel maar om de postjes en het geld te doen…”

      Nog maar een goed decennium geleden hadden we hier het debacle van een lokaal stemmenkanon dat met zekerheid de functie van burgervader op zich zou nemen… tot dat puntje bij paaltje kwam en

      deze would-be volksheld zijn kat stuurde en zijn bedrogen Ieperse kiezers met een kater achterliet… 

      We zijn ondertussen een dikke 10 jaar verder en nogmaals komen we in een verhaal terecht van achterkamer-politiek en allerlei plak en knipwerk om, één jaar voor de verkiezingen, zichzelf toch al maar van een zitje of politiek mandaat te kunnen verzekeren… Dit komt de politieke

      geloofwaardigheid alles behalve ten goede. 

      Mevr. de burgemeester, kan u mij en vooral de Ieperse kiezer verduidelijken wat de intenties van de nieuwe stadspartij zijn. 

      Daarom enkele concrete vragen:

      1/ Betreffende de toekomstige burgemeestersjerp:  

      - zijn er afspraken gemaakt, dat u, onvoorwaardelijk, uw ambt zal verlengen, zelfs met eventuele tegenvallende persoonlijke voorkeursstemmen ?

      -  wat indien één van de nieuwe stadslijstpartners beter blijkt te scoren ? 

      2/ Betreffende de komende legislatuur:

      - Kan u hier vanavond, met de hand op het hart, garanderen dat alle partners de komende 6 jaar wel met een gerust gemoed kunnen aanvatten, het ‘verraders-scenario’ van september ’23 in gedachte en in de wetenschap deze onfrisse historie de stadslijst nog lang zal blijven achtervolgen…. 

      Ik denk dat de Ieperse kiezer het respect en klare taal verdient alvorens naar de stembus te gaan.

      We leven nu éénmaal wel in de Kattenstad, maar een kat in een zak kopen vindt niemand leuk !

    • Jan Ypermanpark. (Vraag van raadslid Baert)

      Feiten, context en argumentatie

      De bewoners van Sint-Jan maken zich zorgen. De Groenestraat en de Briekestraat zijn eigenlijk een verlengde parking van het ziekenhuis geworden met alle nadelen voor de buurtbewoners. Voeg daarbij het toegenomen busverkeer naar  Jan Yperman wat ook zeer sterke spitsmomentproblematiek aan het kruispunt Brugseweg en Groenestraat verklaart.

      De Sint-Jannaar is bezorgd dat het park Jan Yperman waarvan de parkeerdruk in dezelfde zone zal moeten worden opgevangen hier een verdere negatieve invloed zal op hebben. We herinneren eraan dat aan het kruispunt Groenestraat-Brugseweg bij meting vervuiling al één van de slechtste punten van Ieper was.

      Mijn eerste vraag is: ziet het stadbestuur dit inderdaad als een probleem? Kan het idee van een parking overwogen worden? Is er een mogelijkheid evt in overleg met Jan Yperman om de parkeer- en verkeersdruk in de Brieke-Groenestraat te beheersen?

      Hierbij ook nog een vraag gesteld vanuit loopclubs en een groot deel individuele recreatieve lopers om te overwegen een deel van het wandelpad Finse piste te maken. Wordt dit in het definitieve ontwerp opgenomen?

    • Fietsstraat op het drukste punt van onze industriezone. (Vraag van raadslid Gheysens)

      Feiten, context en argumentatie

      Najaar ‘23, na enkele weken van  klachten en enkele facturen van platte banden gericht aan ons bestuur, werd de Pilkemseweg tussen de Noorderring en de Zwaanhofweg aangepakt. Putten langs de ene kant werden opgevuld, en er zouden wegmarkeringen komen om de rij-as wat te verleggen, om zodoende de slechte kant (langs de garages) niet meer te berijden. Die zou immers onherstelbaar beschadigd zijn. Wel op te merken, en dit begrijpen we ook, dat alles voorlopig is. Er zijn algemene nuts- en rioleringswerken gepland in de komende jaren, waarbij de eerste fase reeds is opgestart. Een mooi project ter verbetering van de beeldkwaliteit en groenvoorzieningen dmv een bomenrij en grasdallen, alsook om het waterbeheer te optimaliseren, en om meer fietsveiligheid met een vrijliggend fietspad te bekomen.

      En net nu daar knelt het schoentje. We willen allen fietsverkeer promoten, en mensen  en bedrijven motiveren om met de fiets te gaan werken, maar dan moet je dit ook faciliteren!

      Op deze locatie, is de betonnen strook, als ongeschreven wet, al decennia gebruikt als fietspad, en zo ook gerespecteerd door de vele auto- en vrachtwagenbestuurders. Maar nu met de verschuiving van de rijstroken valt het fietspad weg. De volle lijn werd te midden van deze strook geschilderd.

      Zondag 10 december werden de voorlopige wegmarkeringen aangebracht, en de maandagmorgen hadden we al een tiental boze telefoontjes van bezorgde ouders die hun kinderen via deze weg naar school sturen met de fiets.

      Na wat telefoonverkeer, werd er dringend gezocht naar een oplossing. De enige makkelijke optie die uit bus viel, was van er een fietsstraat van te maken! Met meer dan 60 bewegingen per minuut in de spits, de fietsers tussen auto’s, bestelwagens en vrachtwagens duwen, is ongezien. Jaarlijks doen transport-organisaties moeite om de dodehoek bij vrachtwagens aan jongeren in scholen uit te leggen, en jullie duwen die kinderen hier zo er tussenin! Geen wonder dat Ieper anderhalf keer het vlaams gemiddelde van ongevallen met zwaar gewonden op de teller heeft.

      Jullie wensen meer fietsveiligheid door een vrijliggend fietspad, maar jagen eerst alle fietsers weg!

      Onze oproep: herschilder de lijnen, en zorg voor een volwaardig fietspad! Zowel jeugd, als mensen naar het werk, zullen jullie bedanken!

      Om de situatie wat te schetsen enkele foto’s:

      https://photos.google.com/photo/AF1QipO2BdezVdT-xdEXR7I_XQfjiIFlrsj9yncTIn_i

      https://photos.google.com/photo/AF1QipPoXy5Y3rpYYPabq0Kl5xrGK7U42tAMhyU4V7nC

      https://photos.google.com/photo/AF1QipOAdwYyWtnfq-p5gPlih_AnyzMO7SGG8HSj9ZAq

       

       

  • Mededelingen

    • Mededelingen.

      Feiten, context en argumentatie

      Uitspraak gouverneur ivm klacht raadslid Six

  • Besloten

    • Aanwijzen tot vaststeller van inbreuken die aanleiding kunnen geven tot de oplegging van een gemeentelijke administratieve sanctie meer specifiek GAS4 (stilstaan en parkeren)

      Voorgeschiedenis

      De GAS-wet van 24 juni 2013 annex het Koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de minimumvoorwaarden inzake selectie, aanwerving, opleiding en bevoegdheid van de ambtenaren en personeelsleden die bevoegd zijn tot vaststelling van inbreuken die uitsluitend het voorwerp kunnen uitmaken van administratieve sancties, legt op dat het personeelslid van de stad moet voldoen aan de voorwaarden inzake opleiding, inclusief slagen in het examen voor een opleiding van 8 uur specifiek voor 'inbreuken op het stilstaan en parkeren'.

      Hiervan wordt een examen afgenomen. De kandidaat is geslaagd indien hij voor elk vak minimum 50% van de punten heeft gehaald en minimum 60% van de punten heeft gehaald voor het totaal van alle vakken.

      De kandidate Annelies Burggraeve slaagde voor het examen (84%).

      Juridische grond en bevoegdheden

      Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

      De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

      Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

      Nieuwe gemeentewet, artikel 119, 119 bis en 135;

      Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties;

      Koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de minimumvoorwaarden inzake selectie, aanwerving, opleiding en bevoegdheid van de ambtenaren en personeelsleden die bevoegd zijn tot vaststelling van inbreuken die aanleiding kunnen geven tot de oplegging van een gemeentelijke administratieve sanctie.

      Feiten, context en argumentatie

      In uitvoering van het bestuursakkoord zet het bestuur in op de verdere ontwikkeling van GAS.

      In het kader hiervan volgden nog een extra personeelsleden van het stadsbestuur, met name Annelies Burggraeve (Openbaar Domein) met succes de opleiding tot gemeentelijke ambtenaar bevoegd tot vaststelling van inbreuken die aanleiding kunnen geven tot de oplegging van een gemeentelijke administratieve sanctie, specifiek inzake inbreuken op het stilstaan en parkeren (GAS4).

      Deze personen moeten aangesteld worden door de gemeenteraad in besloten zitting.

      Beschikkend gedeelte

      Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 24 ja stemmen tegen 2 neen stemmen en 2 niet gestemd om Annelies Burggraeve (Openbaar domein) aan te stellen als gemeentelijke ambtenaar bevoegd tot vaststelling van inbreuken die aanleiding kunnen geven tot de oplegging van een gemeentelijke administratieve sanctie specifiek inzake inbreuken op het stilstaan en parkeren (GAS4).

Namens Gemeenteraad,

Sven Geldof
Algemeen directeur wnd.

Ann-Sophie Himpe
Voorzitter