Terug
Gepubliceerd op 02/06/2026

Besluit  Gemeenteraad

ma 01/06/2026 - 19:30

Subsidiereglement betreffende de financiële ondersteuning van organisatoren van kinderopvang voor infrastructuur

Aanwezig: Sarah Bouton, Voorzitter
Katrien Desomer, Burgemeester
Emmily Talpe, Stephaan De Roo, Miguel Gheysens, Peter De Groote, Diego Desmadryl, Danny Metsu, Eva Ryde, Schepenen
Stefaan Williams, Ann-Sophie Himpe, Edouard Wallays, Jo Baert, Dimitry Soenen, Lies Sampers, Stijn Kimpe, Brecht Vangheluwe, Valentijn Despeghel, Philip Bolle, Nathalie Vandamme, Wim Vandamme, Jeroen Bossaert, Joke Despeghel, Elvera Bibuljica, Marianne Deygers, Gregory Demeyere, Kim Louwyck, Ives Goudeseune, Thomas Kinoo, Saskia Dehollander, Nancy Six, Lieven Stubbe, Raadsleden
Stefan Depraetere, Algemeen directeur
Verontschuldigd: Andy Verkruysse, Raadslid
Juridische grond en bevoegdheden

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

Het decreet van 20/04/2012 houdende de organisatie van kinderopvang en latere wijzigingen.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 31/05/2024 over de bestemmingsregels en de mogelijkheid tot het opnieuw in aanmerking komen voor subsidies die het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden verstrekt.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 24/10/2025 tot toekenning van een subsidie aan gemeenten voor de financiële ondersteuning van organisatoren van kinderopvang voor infrastructuur.

 

Feiten, context en argumentatie

Het VIPA verstrekt 60 miljoen euro subsidie aan de Vlaamse gemeenten en de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) voor de realisatie van extra kinderopvangplaatsen door organisatoren van kinderopvang. De gemeenten benutten de subsidies voor ondersteuning van organisatoren die infrastructuur realiseren voor nieuwe kinderopvangplaatsen die in aanmerking komen voor een basissubsidie of een subsidie voor inkomenstarief. De nieuwe plaatsen vereisen een subsidiebelofte voor nieuwe plaatsen van het agentschap Opgroeien.

Het subsidiereglement werd ter advies voorgelegd aan het Lokaal Overleg Kinderopvang (LOK) op woensdag 6 mei 2026. Er werden geen bijkomende opmerkingen geformuleerd. 

Financiële gevolgen

Stad Ieper heeft een subsidie van 240.000 EUR ontvangen van VIPA. 

Beschikkend gedeelte

Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met algemeenheid van stemmen het volgende reglement goed te keuren: 

Subsidiereglement betreffende de financiële ondersteuning van organisatoren van kinderopvang voor infrastructuur om nieuwe kinderopvangplaatsen te creëren

Hoofdstuk 1: Algemeen 

Artikel 1: Definities

1.1 VIPA: het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, opgericht bij artikel 3 van het decreet van 2 juni 2006 tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden;

1.2 Opgroeien Regie: Het agentschap, opgericht bij decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie;

1.3 Kinderopvanglocatie: een vestigingsplaats waar kinderopvang georganiseerd wordt;

1.4 Groepsopvang: kinderopvang met een vergunning voor 9 of meer kindplaatsen

1.5 Subsidiebelofte: Opgroeien kent subsidiebeloftes toe aan een organisator om te kunnen nieuwe plaatsen te realiseren op een bepaald moment. Als de plaatsen worden vergund vraagt de organisator de omzetting van de subsidiebelofte naar een subsidietoekenning aan;

1.6 Vergunde plaats: plaats waarvoor de organisator een vergunning heeft;

1.7 Subsidieerbare plaats: plaats waarvoor de organisator een beslissing tot toekenning van de subsidies heeft;

1.8 Gesubsidieerde plaats: plaats waarvoor Opgroeien de subsidie effectief betaalt;

1.9 Basissubsidie – vrije prijs (T1): is de subsidie voor kinderopvang waar gezinnen een vrije prijs betalen. Organisatoren moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen;

1.10 Subsidie inkomenstarief (T2): is de subsidie voor kinderopvang waar de gezinnen een prijs betalen op basis van het inkomen en kinderen van bepaalde gezinnen voorrang krijgen. Organisatoren moeten aan de voorwaarden van de basissubsidie voldoen en bijkomende voorwaarden; 

1.11 Organisator kinderopvang: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die kinderopvang organiseert; 

1.12 Nieuwe kinderopvangplaatsen: Capaciteitsuitbreiding die nog niet vergund is door het agentschap Opgroeien op het moment van de subsidiebelofte van het agentschap Opgroeien. Omschakeling van gezinsopvang naar groepsopvang wordt niet als capaciteitsuitbreiding beschouwd. 

Artikel 2: Doelstelling 

2.1 Dit reglement heeft als doelstelling financiële ondersteuning te bieden aan organisatoren van kinderopvang voor infrastructuur om nieuwe kinderopvangplaatsen te creëren. 

2.2 Het kadert in het besluit van de Vlaamse regering van 24.10.2025 tot toekenning van een subsidie aan gemeenten voor de financiële ondersteuning van organisatoren van kinderopvang voor infrastructuur. 

2.3 Hiermee investeert de Vlaamse Regering in kwalitatieve, flexibele en betaalbare kinderopvang, waarbij het creëren van extra plaatsen een absolute prioriteit is. De Vlaamse Regering zorgt daarbij voor een goede regionale spreiding op basis van de nood aan kinderopvang.

Hoofdstuk 2: Doelgroep en toepassingsgebied 

Artikel 3: Doelgroep 

3.1 De financiële ondersteuning is alleen mogelijk aan organistoren van kinderopvang die voldoen aan alle vereisten zoals vermeld in artikel 4, 1° van het Besluit van 24.10.2025 van de Vlaamse Regering: het betreft kinderopvanglocaties die voldoen aan de volgende cumulatieve voorwaarden:

a. in aanmerking komen voor een vergunning voor groepsopvang conform de regels, vermeld in of ter uitvoering van het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters;

b. in aanmerking komen voor een basissubsidie of voor een subsidie voor inkomenstarief als vermeld in artikel 7 of 8 van het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters; 

c. beschikken over een subsidiebelofte om nieuwe plaatsen met een basissubsidie of met een subsidie voor inkomenstarief te realiseren of een subsidiebeslissing voor nieuwe plaatsen met een basissubsidie of met een subsidie voor inkomenstarief in het kader van de toepassing van het Subsidiebesluit van 22 november 2013 voor de plaatsen waarvoor de financiële ondersteuning wordt gevraagd;

d. aanvaarden dat Zorginspectie, vermeld in artikel 4, §2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg, controle kan uitoefenen op de aanwending van de financiële ondersteuning door de organisator van kinderopvang en dat Zorginspectie daarbij toegang krijgt tot alle relevante documenten en ter plaatse of vanop afstand controle kan uitoefenen op financiële stukken.

3.2 Organisatoren van gezinsopvang worden uitgesloten van de financiële ondersteuning bedoeld in dit reglement.

Artikel 4: Toepassingsgebied en voorwaarden

4.1 De subsidie kan enkel aangevraagd worden voor een kinderopvanglocatie gelegen op het grondgebied van Ieper. 

4.2 Om een maximale spreiding van middelen te waarborgen wordt gekozen om geen financiële ondersteuning toe te kennen indien de organisator van de kinderopvang klassieke VIPA-steun geniet. 

4.3 Indien organisatoren een aanvraag indienen voor de financiële ondersteuning in het kader van dit reglement, hebben zij geen recht meer op een starttoelage zoals bedoeld in het gemeentelijk reglement van 01/12/2025 betreffende start- en werkingstoelage kinderopvanginitiatieven op Iepers grondgebied.

4.4 Ingeval van toekenning van de subsidie dient de organisator de via dit reglement gesubsidieerde infrastructuur gedurende de volgende periodes als kinderopvanglocatie te bestemmen en aldus te behouden, te beheren en te onderhouden overeenkomstig de bepalingen inzake bestemmingsduur zoals vastgesteld in het VIPA bestemmingsbesluit van 31/05/2024:

- Voor onroerende goederen: gedurende 25 jaar 

- Voor roerende goederen: gedurende 10 jaar

Indien deze periodes niet gerespecteerd worden, wordt de subsidie geheel of gedeeltelijk teruggevorderd conform artikel 11 van dit reglement.

Hoofdstuk 3: Subsidiebedrag 

Artikel 5. Subsidiebedrag

5.1  De financiële ondersteuning per opvanglocatie kan maximaal 60% van de reële bouwkosten bedragen met een maximum van 4.444,44 euro per bijkomende kinderopvangplaats mits de organisator van deze kinderopvanglocatie geen klassieke VIPA-steun geniet.

5.2 Onder reële bouwkosten wordt begrepen: 

a. in geval van werken: de finale kosten exclusief BTW die gerelateerd zijn aan: 

  • 1) ruwbouw;
  • 2) technische uitrusting;
  • 3) afwerking;
  • 4) uitrusting en meubilering;
  • 5) studie- en algemene kosten;
  • 6) omgevingswerken. 

b. in geval van aankoop: de finale kosten exclusief BTW die gerelateerd zijn aan: 

  • 1) de aankoopprijs;
  • 2) de notariskosten;
  • 3) de registratiebelasting of registratierechten.

Hoofdstuk 4: Procedure betreffende aanvraag, toekenning en uitbetaling

Artikel 6: Indienen aanvraag

6.1 De organisator dient een aanvraag in via de website van stad Ieper. 

6.2 Het lokaal bestuur kan bijkomende gegevens opvragen, indien het aanvraagformulier niet volledig is.

6.3 Bij volledigheid van het dossier wordt een ontvangstbevestiging verstuurd per mail.  

6.4  Aanvragen worden chronologisch behandeld vanaf de ontvangstbevestiging. 

Artikel 7: Kennisgeving LOK (Lokaal Overleg Kinderopvang)

De aanvraag wordt ter kennisgeving op het LOK gebracht op een algemene vergadering of via e-mail ter kennis gebracht van de leden indien er geen vergadering is ingepland tijdens de aanvraagprocedure.

Artikel 8: Beslissing college van burgemeester en schepenen

8.1 Het college van burgemeester en schepenen neemt een definitieve en gemotiveerde beslissing in het kader van het toekennen van de infrastructuursubsidie. 

8.2 De terugkoppeling aan de organisator gebeurt uiterlijk binnen de 90 dagen na ontvangstbevestiging.

Artikel 9. Uitbetaling

9.1 De subsidie wordt uitbetaald in 2 schijven:

  • een voorschot van maximaal 50% na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen tot toekenning en voorlegging van het bewijs van effectieve start van de werken en/of aankoop.
  • het saldo na toekenning van de vergunning door agentschap Opgroeien, inclusief een eindafrekening. De eindafrekening bevat alle facturen met betrekking tot de gesubsidieerde werken, betalingsbewijzen en een verslag of bewijs van ingebruikname van de infrastructuur.

9.2  De uitbetaling gebeurt op het door de organisator opgegeven bankrekeningnummer. Een bankattest die de rekeninghouder aantoont, is vereist.

9.3 Het voorschot kan geheel worden teruggevorderd indien wordt vastgesteld dat de voorwaarden van dit reglement niet worden nageleefd of indien het project niet wordt gerealiseerd.

9.4 Kosten die niet gestaafd worden via facturen komen niet in aanmerking voor subsidiëring binnen het kader van dit reglement.

9.5 De subsidie voorzien in dit reglement wordt enkel toegekend binnen de perken van de op het stedelijk budget oorspronkelijk voorziene kredieten. 

Hoofdstuk 5: Toezicht en controle 

Artikel 10: Controle

10.1 Het lokaal bestuur heeft het recht om ter plaatse de aanwending van de verleende subsidie(s) en het naleven van de bepalingen van dit reglement en het BVR te doen controleren.

10.2 De organisator moet alle documenten ter beschikking stellen en toegang verlenen aan Zorginspectie en eventuele gemeentelijke controle.

Hoofdstuk 6: Sancties

Artikel 11: Terugvordering 

11.1 De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend en het gebruik ervan dient gerechtvaardigd. Zo niet dient de subsidie geheel of gedeeltelijk terugbetaald te worden op basis van de bepalingen in artikel 11.2. 

De subsidie wordt teruggevorderd als de organisator:

  • De voorwaarden van huidig reglement niet naleeft of niet nageleefd heeft;
  • De subsidies aanwendt/aanwendde voor een ander doel dan waarvoor zij toegekend waren; 
  • In staat van faillissement verkeert of failliet wordt verklaard, dan wel blijk geeft van een nakend faillissement; 
  • Zijn activiteiten stopzet of ophoudt te bestaan; 
  • De wetgeving niet naleeft, dan wel een inbreuk pleegt tegen de openbare orde of die een negatieve weerslag heeft op de uitvoering;
  • Valse verklaringen heeft afgelegd met het oog op het genieten van de subsidie; 
  • De in de aanvraag omschreven investeringen niet realiseert en de motiveringen van de organisator niet worden aanvaard; 
  • De controle door het bestuur verhindert;
  • Indien de bestemmingsduur niet gerespecteerd wordt;
  • Geen vergunning toegekend krijgt van het agentschap Opgroeien.

De subsidie wordt teruggevorderd als het lokaal bestuur:

  • Overcompensatie vaststelt (de-minimisregeling /DAEB-regelgeving).

11.2 Het subsidiebedrag wordt teruggevorderd volgens de geldende afschrijvingsregels, met volgende opsplitsing:

  • Onroerende goederen: bestemmingsduur - 25 jaar - terugvordering gebeurt pro rata op basis van de resterende afschrijvingsperiode.
  • Roerende goederen: bestemmingsduur -10 jaar - terugvordering gebeurt pro rata op basis van de resterende afschrijvingsperiode.

Hoofdstuk 7: Slotbepalingen

Artikel 12: Staatssteun

De subsidie wordt toegekend in overeenstemming met de Europese staatssteunregels (artikelen 107 en 108 VWEU).

Dit valt onder de-minimisregeling. De organisator bezorgt bij de aanvraag (cf. artikel 6) een verklaring op eer met de totale ontvangen/toegekende steun gedurende de afgelopen 3 jaar. De de-minimissteun wordt geregistreerd in het Europese eAidRegister (eAIR). 

Indien de-minimisregelgeving niet van toepassing is, dan is het DAEB-besluit van toepassing (Regelgeving Diensten Algemeen Economisch Belang).   De  financiering van de dienstverlening gebeurt in dit geval met toepassing van Besluit 2012/21/EU van de EU Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen.” Stad Ieper belast de subsidieverkrijger met de hierboven omschreven dienst van algemeen economisch belang op haar grondgebied van toekenning van de subsidie over een looptijd van 25 jaar.

Artikel 13: Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking na goedkeuring door de gemeenteraad en op de vijfde dag na die van de bekendmaking op de webtoepassing van de stad.

Artikel 14: Bekendmaking

Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.