Terug
Gepubliceerd op 02/07/2026

Notulen  Gemeenteraad

ma 01/06/2026 - 19:30 Raadzaal
Aanwezig: Sarah Bouton, Voorzitter
Katrien Desomer, Burgemeester
Emmily Talpe, Stephaan De Roo, Miguel Gheysens, Peter De Groote, Diego Desmadryl, Danny Metsu, Eva Ryde, Schepenen
Stefaan Williams, Ann-Sophie Himpe, Edouard Wallays, Jo Baert, Dimitry Soenen, Lies Sampers, Stijn Kimpe, Brecht Vangheluwe, Valentijn Despeghel, Philip Bolle, Nathalie Vandamme, Wim Vandamme, Jeroen Bossaert, Joke Despeghel, Elvera Bibuljica, Marianne Deygers, Gregory Demeyere, Kim Louwyck, Ives Goudeseune, Thomas Kinoo, Saskia Dehollander, Nancy Six, Lieven Stubbe, Raadsleden
Stefan Depraetere, Algemeen directeur
Verontschuldigd: Andy Verkruysse, Raadslid
  • Goedkeuring notulen vorige zitting

    • Goedkeuring notulen van 4 mei 2026

      Juridische grond en bevoegdheden

      Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

      De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

      Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

      Feiten, context en argumentatie

      De notulen van de vergadering van 4 mei 2026 werden conform de bepalingen van het gemeentedecreet opgemaakt en tijdig ter beschikking gesteld van de raadsleden.  Er zijn geen opmerkingen geformuleerd waardoor ze als goedgekeurd kunnen beschouwd worden.

      Beschikkend gedeelte

      Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met algemeenheid van stemmen de notulen van de zitting van 4 mei 2026 als goedgekeurd te beschouwen.

  • Openbaar

    • Bestuurlijke organisatie

      • Woonmaatschappij BV Thuiswest. Goedkeuring agenda en vaststellen mandaat Gewone en Buitengewone Algemene Vergadering van 9 juni 2026

        Juridische grond en bevoegdheden

        Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en in het bijzonder de artikels 40 en 41 inzake de bevoegdheden van de Gemeenteraad.

        Bestuursdecreet van 7 december 2018.

        Feiten, context en argumentatie

        De stad Ieper is aandeelhouder van de woonmaatschappij Thuiswest.

        Op 9 juni 2026 om 18.00 uur vindt de gewone en buitengewone algemene vergadering plaats. Deze vergadering gaat door in in de kantoren van Woonmaatschappij Thuiswest, Groenestraat 224 te Roeselare. 

        De agenda van de gewone algemene vergadering vermeldt:

        1. Geldigheid bijeenroepen vergadering
        2. Goedkeuren jaarverslag 2025
        3. Goedkeuren jaarrekening 2025
        4. Verslag van de commissaris
        5. Kwijting aan de bestuurders
        6. Kwijting aan de commissaris
        7. Aanstelling bedrijfsrevisor
        8. Melding vergoedingen aan commissaris buiten mandaat
        9. Zitpenningen bestuursleden
        10. Varia

        De agenda van de buitengewone algemene vergadering vermeldt:

        1.  Rechtzetting materiële vergissing

                        1.1 Rechtzetting materiële vergissing akte 9 juni 2023 verleden voor notaris Liene Van Den Bosch te Ingelmunster, waarbij artikel 6 van de statuten van de BV Thuiswest, opgenomen op blz 67 in de betreffende akte, gelezen moet worden als volgt:

                        “De vennootschap heeft 2.677.837 aandelen. […]”

                        1.2 Rechtzetting materiële vergissing akte 20 december 2024 verleden voor notaris Peter Verstraete te Roeselare, waarbij de overleden aandeelhouder André Debruyne een aandelenpakket van 500 aandelen had (in plaats van 1.000 aandelen zoals in de akte vermeld). Er werden dus in totaal 7.808 aandelen vernietigd (en geen 8.308 zoals in de akte vermeld). Waardoor de statutenwijziging van artikel 6 dient te worden gelezen als volgt:

                        “De vennootschap heeft 2.670.029 aandelen. […]”

        2. Eerste partiële splitsing door overneming

        2.1 Kennisname en bespreking van het partieel splitsingsvoorstel opgesteld door de bestuursorganen van de aan de partiële splitsing deelnemende vennootschappen overeenkomstig de artikelen 12:8, 1° en 12:59 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen welk stuk, samen met de stukken vermeld onder agendapunt 2.2 kosteloos verkrijgbaar waren voor de aandeelhouders overeenkomstig artikel 12:64 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

        2.2 Bevestiging dat de aandeelhouders uiterlijk één maand voor heden, overeenkomstig artikel 12:64 §2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen op de zetel van de vennootschap kennis konden nemen van volgende stukken:

        - het voorstel van partiële splitsing opgesteld door het bestuursorgaan van de partieel te splitsen vennootschap en de overnemende vennootschap, overeenkomstig de artikelen 12:8 en 12:59 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen de dato  15 en 17 april 2026;

        - het omstandig schriftelijk verslag van elk der bestuursorganen van de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen, opgesteld overeenkomstig artikel 12:61 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen

        - het schriftelijk verslag opgesteld door elk der commissarissen van de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen opgesteld overeenkomstig artikel 12:62 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;

        - de jaarrekeningen over de laatste drie (3) boekjaren van elke bij de partiële splitsing betrokken vennootschap;

        - de verslagen van de bestuursorganen en de commissaris van de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen;

        2.3 Het voorstel tot kennisname overeenkomstig artikel 12:63 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van de mededeling van het bestuursorgaan van de vennootschap, alsook van de andere bestuursorganen van de andere bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen, van de belangrijke wijzigingen die zich in de activa en de passiva van het vermogen hebben voorgedaan tussen de datum van opstelling van het partieel splitsingsvoorstel en de datum van de laatste algemene vergadering die tot de partiële splitsing besluit.

        2.4 Voorstel tot partiële splitsing door overneming in toepassing van de artikelen 12:8 en 12:67 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, door inbreng in de huidige vennootschap van de actief- en passiefbestanddelen die in de partieel te splitsen vennootschap werden afgesplitst, zonder dat dit de ontbinding van de partieel te splitsen vennootschap met zich meebrengt en dit alles overeenkomstig de bepalingen en voorwaarden van het splitsingsvoorstel.

        a.             Goedkeuring van de partiële splitsing door overneming

        b.            Beschrijving van het overgedragen vermogen

        c.             Onroerend goed – zakelijk recht

        d.            Voorwaarden van de partiële splitsing

                        d.1 Boekhoudkundige datum

                        d.2 Bijzondere rechten

                        d.3 Bevoorrechte aandelen

                        d.4 Kosten

        e.            Vermogensvermindering – uitgifte nieuwe aandelen – ruilverhouding

                        e.1 Vermogensvermindering

                        e.2 Uitgifte nieuwe aandelen

                        e.3 Ruilverhouding

        3. Vaststelling verwezenlijking eerste partiële splitsing en uitgifte aandelen

        Vaststelling van de verwezenlijking van de partiële splitsing en de daarmee gepaard gaande uitgifte van nieuwe aandelen.

        4. Tweede partiële splitsing door overneming

        4.1 Kennisname en bespreking van het partieel splitsingsvoorstel opgesteld door de bestuursorganen van de aan de partiële splitsing deelnemende vennootschappen overeenkomstig de artikelen 12:8, 1° en 12:59 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen welk stuk, samen met de stukken vermeld onder agendapunt 4.2 kosteloos verkrijgbaar waren voor de aandeelhouders overeenkomstig artikel 12:64 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

        4.2 Bevestiging dat de aandeelhouders uiterlijk één maand voor heden, overeenkomstig artikel 12:64 §2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen op de zetel van de vennootschap kennis konden nemen van volgende stukken:

        - het voorstel van partiële splitsing opgesteld door het bestuursorgaan van de partieel te splitsen vennootschap en de overnemende vennootschap, overeenkomstig de artikelen 12:8 en 12:59 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen de dato  14 en 17 april 2026;

        - het omstandig schriftelijk verslag van elk der bestuursorganen van de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen, opgesteld overeenkomstig artikel 12:61 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen

        - het schriftelijk verslag opgesteld door elk der commissarissen van de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen opgesteld overeenkomstig artikel 12:62 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;

        - de jaarrekeningen over de laatste drie (3) boekjaren van elke bij de partiële splitsing betrokken vennootschap;

        - de verslagen van de bestuursorganen en de commissaris van de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen;

        4.3 Het voorstel tot kennisname overeenkomstig artikel 12:63 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van de mededeling van het bestuursorgaan van de vennootschap, alsook van de andere bestuursorganen van de andere bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen, van de belangrijke wijzigingen die zich in de activa en de passiva van het vermogen hebben voorgedaan tussen de datum van opstelling van het partieel splitsingsvoorstel en de datum van de laatste algemene vergadering die tot de partiële splitsing besluit.

        4.4 Voorstel tot partiële splitsing door overneming in toepassing van de artikelen 12:8 en 12:67 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, door inbreng in de huidige vennootschap van de actief- en passiefbestanddelen die in de partieel te splitsen vennootschap werden afgesplitst, zonder dat dit de ontbinding van de partieel te splitsen vennootschap met zich meebrengt en dit alles overeenkomstig de bepalingen en voorwaarden van het splitsingsvoorstel.

        a.             Goedkeuring van de partiële splitsing door overneming

        b.            Beschrijving van het overgedragen vermogen

        c.             Onroerend goed – zakelijk recht

        d.            Voorwaarden van de partiële splitsing

                        d.1 Boekhoudkundige datum

                        d.2 Bijzondere rechten

                        d.3 Bevoorrechte aandelen

                        d.4 Kosten

        e.            Vermogensvermindering – uitgifte nieuwe aandelen – ruilverhouding

                        e.1 Vermogensvermindering

                        e.2 Uitgifte nieuwe aandelen

                        e.3 Ruilverhouding

        5. Vaststelling verwezenlijking tweede partiële splitsing en uitgifte aandelen

        Vaststelling van de verwezenlijking van de partiële splitsing en de daarmee gepaard gaande uitgifte van nieuwe aandelen.

        6. Derde partiële splitsing door overneming

        6.1 Kennisname en bespreking van het partieel splitsingsvoorstel opgesteld door de bestuursorganen van de aan de partiële splitsing deelnemende vennootschappen overeenkomstig de artikelen 12:8, 1° en 12:59 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen welk stuk, samen met de stukken vermeld onder agendapunt 6.2 kosteloos verkrijgbaar waren voor de aandeelhouders overeenkomstig artikel 12:64 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

        6.2 Bevestiging dat de aandeelhouders uiterlijk één maand voor heden, overeenkomstig artikel 12:64 §2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen op de zetel van de vennootschap kennis konden nemen van volgende stukken:

        - het voorstel van partiële splitsing opgesteld door het bestuursorgaan van de partieel te splitsen vennootschap en de overnemende vennootschap, overeenkomstig de artikelen 12:8 en 12:59 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen de dato  16 en 17 april 2026;

        - het omstandig schriftelijk verslag van elk der bestuursorganen van de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen, opgesteld overeenkomstig artikel 12:61 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen

        - het schriftelijk verslag opgesteld door elk der commissarissen van de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen opgesteld overeenkomstig artikel 12:62 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;

        - de jaarrekeningen over de laatste drie (3) boekjaren van elke bij de partiële splitsing betrokken vennootschap;

        - de verslagen van de bestuursorganen en de commissaris van de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen;

        6.3 Het voorstel tot kennisname overeenkomstig artikel 12:63 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van de mededeling van het bestuursorgaan van de vennootschap, alsook van de andere bestuursorganen van de andere bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen, van de belangrijke wijzigingen die zich in de activa en de passiva van het vermogen hebben voorgedaan tussen de datum van opstelling van het partieel splitsingsvoorstel en de datum van de laatste algemene vergadering die tot de partiële splitsing besluit.

        6.4 Voorstel tot partiële splitsing door overneming in toepassing van de artikelen 12:8 en 12:67 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, door inbreng in de huidige vennootschap van de actief- en passiefbestanddelen die in de partieel te splitsen vennootschap werden afgesplitst, zonder dat dit de ontbinding van de partieel te splitsen vennootschap met zich meebrengt en dit alles overeenkomstig de bepalingen en voorwaarden van het splitsingsvoorstel.

        a.             Goedkeuring van de partiële splitsing door overneming

        b.            Beschrijving van het overgedragen vermogen

        c.             Onroerend goed – zakelijk recht

        d.            Voorwaarden van de partiële splitsing

                        d.1 Boekhoudkundige datum

                        d.2 Bijzondere rechten

                        d.3 Bevoorrechte aandelen

                        d.4 Kosten

        e.            Vermogensvermindering – uitgifte nieuwe aandelen – ruilverhouding

                        e.1 Vermogensvermindering

                        e.2 Uitgifte nieuwe aandelen

                        e.3 Ruilverhouding

        7. Vaststelling verwezenlijking derde partiële splitsing en uitgifte aandelen

        Vaststelling van de verwezenlijking van de partiële splitsing en de daarmee gepaard gaande uitgifte van nieuwe aandelen.

        8. Vierde partiële splitsing door overneming

        8.1 Kennisname en bespreking van het partieel splitsingsvoorstel opgesteld door de bestuursorganen van de aan de partiële splitsing deelnemende vennootschappen overeenkomstig de artikelen 12:8, 1° en 12:59 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen welk stuk, samen met de stukken vermeld onder agendapunt 8.2 kosteloos verkrijgbaar waren voor de aandeelhouders overeenkomstig artikel 12:64 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

        8.2 Bevestiging dat de aandeelhouders uiterlijk één maand voor heden, overeenkomstig artikel 12:64 §2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen op de zetel van de vennootschap kennis konden nemen van volgende stukken:

        - het voorstel van partiële splitsing opgesteld door het bestuursorgaan van de partieel te splitsen vennootschap en de overnemende vennootschap, overeenkomstig de artikelen 12:8 en 12:59 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen de dato  14 en 17 april 2026;

        - het omstandig schriftelijk verslag van elk der bestuursorganen van de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen, opgesteld overeenkomstig artikel 12:61 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen

        - het schriftelijk verslag opgesteld door elk der commissarissen van de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen opgesteld overeenkomstig artikel 12:62 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;

        - de jaarrekeningen over de laatste drie (3) boekjaren van elke bij de partiële splitsing betrokken vennootschap;

        - de verslagen van de bestuursorganen en de commissaris van de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen;

        8.3 Het voorstel tot kennisname overeenkomstig artikel 12:63 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van de mededeling van het bestuursorgaan van de vennootschap, alsook van de andere bestuursorganen van de andere bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen, van de belangrijke wijzigingen die zich in de activa en de passiva van het vermogen hebben voorgedaan tussen de datum van opstelling van het partieel splitsingsvoorstel en de datum van de laatste algemene vergadering die tot de partiële splitsing besluit.

        8.4 Voorstel tot partiële splitsing door overneming in toepassing van de artikelen 12:8 en 12:67 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, door inbreng in de huidige vennootschap van de actief- en passiefbestanddelen die in de partieel te splitsen vennootschap werden afgesplitst, zonder dat dit de ontbinding van de partieel te splitsen vennootschap met zich meebrengt en dit alles overeenkomstig de bepalingen en voorwaarden van het splitsingsvoorstel.

        a.             Goedkeuring van de partiële splitsing door overneming

        b.            Beschrijving van het overgedragen vermogen

        c.             Onroerend goed – zakelijk recht

        d.            Voorwaarden van de partiële splitsing

                        d.1 Boekhoudkundige datum

                        d.2 Bijzondere rechten

                        d.3 Bevoorrechte aandelen

                        d.4 Kosten

                        d.5 Ruilverhouding

        9. Statutenwijziging

        Vaststelling van de verwezenlijking van de partiële splitsing.

        10. Machtiging

        Machtiging bestuursorgaan tot uitvoering van de genomen besluiten

        Machtiging notaris tot coördinatie van de statuten

        Voorgesteld wordt de agenda en alle afzonderlijke punten van de agenda goed te keuren.

        In zitting van 3 februari 2025 werd Thijs Descamps aangeduid als vertegenwoordiger voor de stad Ieper op de algemene vergaderingen van Thuiswest. Thijs Descamps moet zich verontschuldigen voor deze vergadering. Voorgesteld wordt Sarah Bouton aan te duiden om de gemeente te vertegenwoordigen.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de raad met 29 ja stemmen en 3 onthoudingen (de raadsleden Six, Dehollander en Kinoo):

        Artikel 1: De agenda en de voorstellen van de gewone algemene vergadering van 9 juni 2026 goed te keuren:

        1. Geldigheid bijeenroepen vergadering
        2. Goedkeuren jaarverslag 2025
        3. Goedkeuren jaarrekening 2025
        4. Verslag van de commissaris
        5. Kwijting aan de bestuurders
        6. Kwijting aan de commissaris
        7. Aanstelling bedrijfsrevisor
        8. Melding vergoedingen aan commissaris buiten mandaat
        9. Zitpenningen bestuursleden
        10. Varia

        Artikel 2: De agenda en de voorstellen van de buitengewone algemene vergadering van 9 juni 2026 goed te keuren:

        1.  Rechtzetting materiële vergissing

                        1.1 Rechtzetting materiële vergissing akte 9 juni 2023 verleden voor notaris Liene Van Den Bosch te Ingelmunster, waarbij artikel 6 van de statuten van de BV Thuiswest, opgenomen op blz 67 in de betreffende akte, gelezen moet worden als volgt:

                        “De vennootschap heeft 2.677.837 aandelen. […]”

                        1.2 Rechtzetting materiële vergissing akte 20 december 2024 verleden voor notaris Peter Verstraete te Roeselare, waarbij de overleden aandeelhouder André Debruyne een aandelenpakket van 500 aandelen had (in plaats van 1.000 aandelen zoals in de akte vermeld). Er werden dus in totaal 7.808 aandelen vernietigd (en geen 8.308 zoals in de akte vermeld). Waardoor de statutenwijziging van artikel 6 dient te worden gelezen als volgt:

                        “De vennootschap heeft 2.670.029 aandelen. […]”

        2. Eerste partiële splitsing door overneming

        2.1 Kennisname en bespreking van het partieel splitsingsvoorstel opgesteld door de bestuursorganen van de aan de partiële splitsing deelnemende vennootschappen overeenkomstig de artikelen 12:8, 1° en 12:59 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen welk stuk, samen met de stukken vermeld onder agendapunt 2.2 kosteloos verkrijgbaar waren voor de aandeelhouders overeenkomstig artikel 12:64 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

        2.2 Bevestiging dat de aandeelhouders uiterlijk één maand voor heden, overeenkomstig artikel 12:64 §2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen op de zetel van de vennootschap kennis konden nemen van volgende stukken:

        - het voorstel van partiële splitsing opgesteld door het bestuursorgaan van de partieel te splitsen vennootschap en de overnemende vennootschap, overeenkomstig de artikelen 12:8 en 12:59 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen de dato  15 en 17 april 2026;

        - het omstandig schriftelijk verslag van elk der bestuursorganen van de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen, opgesteld overeenkomstig artikel 12:61 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen

        - het schriftelijk verslag opgesteld door elk der commissarissen van de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen opgesteld overeenkomstig artikel 12:62 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;

        - de jaarrekeningen over de laatste drie (3) boekjaren van elke bij de partiële splitsing betrokken vennootschap;

        - de verslagen van de bestuursorganen en de commissaris van de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen;

        2.3 Het voorstel tot kennisname overeenkomstig artikel 12:63 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van de mededeling van het bestuursorgaan van de vennootschap, alsook van de andere bestuursorganen van de andere bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen, van de belangrijke wijzigingen die zich in de activa en de passiva van het vermogen hebben voorgedaan tussen de datum van opstelling van het partieel splitsingsvoorstel en de datum van de laatste algemene vergadering die tot de partiële splitsing besluit.

        2.4 Voorstel tot partiële splitsing door overneming in toepassing van de artikelen 12:8 en 12:67 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, door inbreng in de huidige vennootschap van de actief- en passiefbestanddelen die in de partieel te splitsen vennootschap werden afgesplitst, zonder dat dit de ontbinding van de partieel te splitsen vennootschap met zich meebrengt en dit alles overeenkomstig de bepalingen en voorwaarden van het splitsingsvoorstel.

        a.             Goedkeuring van de partiële splitsing door overneming

        b.            Beschrijving van het overgedragen vermogen

        c.             Onroerend goed – zakelijk recht

        d.            Voorwaarden van de partiële splitsing

                        d.1 Boekhoudkundige datum

                        d.2 Bijzondere rechten

                        d.3 Bevoorrechte aandelen

                        d.4 Kosten

        e.            Vermogensvermindering – uitgifte nieuwe aandelen – ruilverhouding

                        e.1 Vermogensvermindering

                        e.2 Uitgifte nieuwe aandelen

                        e.3 Ruilverhouding

        3. Vaststelling verwezenlijking eerste partiële splitsing en uitgifte aandelen

        Vaststelling van de verwezenlijking van de partiële splitsing en de daarmee gepaard gaande uitgifte van nieuwe aandelen.

        4. Tweede partiële splitsing door overneming

        4.1 Kennisname en bespreking van het partieel splitsingsvoorstel opgesteld door de bestuursorganen van de aan de partiële splitsing deelnemende vennootschappen overeenkomstig de artikelen 12:8, 1° en 12:59 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen welk stuk, samen met de stukken vermeld onder agendapunt 4.2 kosteloos verkrijgbaar waren voor de aandeelhouders overeenkomstig artikel 12:64 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

        4.2 Bevestiging dat de aandeelhouders uiterlijk één maand voor heden, overeenkomstig artikel 12:64 §2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen op de zetel van de vennootschap kennis konden nemen van volgende stukken:

        - het voorstel van partiële splitsing opgesteld door het bestuursorgaan van de partieel te splitsen vennootschap en de overnemende vennootschap, overeenkomstig de artikelen 12:8 en 12:59 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen de dato  14 en 17 april 2026;

        - het omstandig schriftelijk verslag van elk der bestuursorganen van de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen, opgesteld overeenkomstig artikel 12:61 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen

        - het schriftelijk verslag opgesteld door elk der commissarissen van de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen opgesteld overeenkomstig artikel 12:62 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;

        - de jaarrekeningen over de laatste drie (3) boekjaren van elke bij de partiële splitsing betrokken vennootschap;

        - de verslagen van de bestuursorganen en de commissaris van de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen;

        4.3 Het voorstel tot kennisname overeenkomstig artikel 12:63 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van de mededeling van het bestuursorgaan van de vennootschap, alsook van de andere bestuursorganen van de andere bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen, van de belangrijke wijzigingen die zich in de activa en de passiva van het vermogen hebben voorgedaan tussen de datum van opstelling van het partieel splitsingsvoorstel en de datum van de laatste algemene vergadering die tot de partiële splitsing besluit.

        4.4 Voorstel tot partiële splitsing door overneming in toepassing van de artikelen 12:8 en 12:67 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, door inbreng in de huidige vennootschap van de actief- en passiefbestanddelen die in de partieel te splitsen vennootschap werden afgesplitst, zonder dat dit de ontbinding van de partieel te splitsen vennootschap met zich meebrengt en dit alles overeenkomstig de bepalingen en voorwaarden van het splitsingsvoorstel.

        a.             Goedkeuring van de partiële splitsing door overneming

        b.            Beschrijving van het overgedragen vermogen

        c.             Onroerend goed – zakelijk recht

        d.            Voorwaarden van de partiële splitsing

                        d.1 Boekhoudkundige datum

                        d.2 Bijzondere rechten

                        d.3 Bevoorrechte aandelen

                        d.4 Kosten

        e.            Vermogensvermindering – uitgifte nieuwe aandelen – ruilverhouding

                        e.1 Vermogensvermindering

                        e.2 Uitgifte nieuwe aandelen

                        e.3 Ruilverhouding

        5. Vaststelling verwezenlijking tweede partiële splitsing en uitgifte aandelen

        Vaststelling van de verwezenlijking van de partiële splitsing en de daarmee gepaard gaande uitgifte van nieuwe aandelen.

        6. Derde partiële splitsing door overneming

        6.1 Kennisname en bespreking van het partieel splitsingsvoorstel opgesteld door de bestuursorganen van de aan de partiële splitsing deelnemende vennootschappen overeenkomstig de artikelen 12:8, 1° en 12:59 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen welk stuk, samen met de stukken vermeld onder agendapunt 6.2 kosteloos verkrijgbaar waren voor de aandeelhouders overeenkomstig artikel 12:64 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

        6.2 Bevestiging dat de aandeelhouders uiterlijk één maand voor heden, overeenkomstig artikel 12:64 §2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen op de zetel van de vennootschap kennis konden nemen van volgende stukken:

        - het voorstel van partiële splitsing opgesteld door het bestuursorgaan van de partieel te splitsen vennootschap en de overnemende vennootschap, overeenkomstig de artikelen 12:8 en 12:59 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen de dato  16 en 17 april 2026;

        - het omstandig schriftelijk verslag van elk der bestuursorganen van de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen, opgesteld overeenkomstig artikel 12:61 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen

        - het schriftelijk verslag opgesteld door elk der commissarissen van de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen opgesteld overeenkomstig artikel 12:62 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;

        - de jaarrekeningen over de laatste drie (3) boekjaren van elke bij de partiële splitsing betrokken vennootschap;

        - de verslagen van de bestuursorganen en de commissaris van de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen;

        6.3 Het voorstel tot kennisname overeenkomstig artikel 12:63 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van de mededeling van het bestuursorgaan van de vennootschap, alsook van de andere bestuursorganen van de andere bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen, van de belangrijke wijzigingen die zich in de activa en de passiva van het vermogen hebben voorgedaan tussen de datum van opstelling van het partieel splitsingsvoorstel en de datum van de laatste algemene vergadering die tot de partiële splitsing besluit.

        6.4 Voorstel tot partiële splitsing door overneming in toepassing van de artikelen 12:8 en 12:67 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, door inbreng in de huidige vennootschap van de actief- en passiefbestanddelen die in de partieel te splitsen vennootschap werden afgesplitst, zonder dat dit de ontbinding van de partieel te splitsen vennootschap met zich meebrengt en dit alles overeenkomstig de bepalingen en voorwaarden van het splitsingsvoorstel.

        a.             Goedkeuring van de partiële splitsing door overneming

        b.            Beschrijving van het overgedragen vermogen

        c.             Onroerend goed – zakelijk recht

        d.            Voorwaarden van de partiële splitsing

                        d.1 Boekhoudkundige datum

                        d.2 Bijzondere rechten

                        d.3 Bevoorrechte aandelen

                        d.4 Kosten

        e.            Vermogensvermindering – uitgifte nieuwe aandelen – ruilverhouding

                        e.1 Vermogensvermindering

                        e.2 Uitgifte nieuwe aandelen

                        e.3 Ruilverhouding

        7. Vaststelling verwezenlijking derde partiële splitsing en uitgifte aandelen

        Vaststelling van de verwezenlijking van de partiële splitsing en de daarmee gepaard gaande uitgifte van nieuwe aandelen.

        8. Vierde partiële splitsing door overneming

        8.1 Kennisname en bespreking van het partieel splitsingsvoorstel opgesteld door de bestuursorganen van de aan de partiële splitsing deelnemende vennootschappen overeenkomstig de artikelen 12:8, 1° en 12:59 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen welk stuk, samen met de stukken vermeld onder agendapunt 8.2 kosteloos verkrijgbaar waren voor de aandeelhouders overeenkomstig artikel 12:64 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

        8.2 Bevestiging dat de aandeelhouders uiterlijk één maand voor heden, overeenkomstig artikel 12:64 §2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen op de zetel van de vennootschap kennis konden nemen van volgende stukken:

        - het voorstel van partiële splitsing opgesteld door het bestuursorgaan van de partieel te splitsen vennootschap en de overnemende vennootschap, overeenkomstig de artikelen 12:8 en 12:59 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen de dato  14 en 17 april 2026;

        - het omstandig schriftelijk verslag van elk der bestuursorganen van de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen, opgesteld overeenkomstig artikel 12:61 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen

        - het schriftelijk verslag opgesteld door elk der commissarissen van de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen opgesteld overeenkomstig artikel 12:62 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;

        - de jaarrekeningen over de laatste drie (3) boekjaren van elke bij de partiële splitsing betrokken vennootschap;

        - de verslagen van de bestuursorganen en de commissaris van de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen;

        8.3 Het voorstel tot kennisname overeenkomstig artikel 12:63 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van de mededeling van het bestuursorgaan van de vennootschap, alsook van de andere bestuursorganen van de andere bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen, van de belangrijke wijzigingen die zich in de activa en de passiva van het vermogen hebben voorgedaan tussen de datum van opstelling van het partieel splitsingsvoorstel en de datum van de laatste algemene vergadering die tot de partiële splitsing besluit.

        8.4 Voorstel tot partiële splitsing door overneming in toepassing van de artikelen 12:8 en 12:67 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, door inbreng in de huidige vennootschap van de actief- en passiefbestanddelen die in de partieel te splitsen vennootschap werden afgesplitst, zonder dat dit de ontbinding van de partieel te splitsen vennootschap met zich meebrengt en dit alles overeenkomstig de bepalingen en voorwaarden van het splitsingsvoorstel.

        a.             Goedkeuring van de partiële splitsing door overneming

        b.            Beschrijving van het overgedragen vermogen

        c.             Onroerend goed – zakelijk recht

        d.            Voorwaarden van de partiële splitsing

                        d.1 Boekhoudkundige datum

                        d.2 Bijzondere rechten

                        d.3 Bevoorrechte aandelen

                        d.4 Kosten

                        d.5 Ruilverhouding

        9. Statutenwijziging

        Vaststelling van de verwezenlijking van de partiële splitsing.

        10. Machtiging

        Machtiging bestuursorgaan tot uitvoering van de genomen besluiten

        Machtiging notaris tot coördinatie van de statuten

        Artikel 3: Thijs Descamps wordt verontschuldigd voor de algemene vergadering. In zijn plaats wordt Sarah Bouton aangeduid om de gemeente te vertegenwoordigen en het stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad in verband met de te behandelen agendapunten.

        Artikel 4: Een afschrift van deze beslissing over te maken aan woonmaatschappij Thuiswest.

      • OVSG: Goedkeuring van agendapunten en vaststelling van het mandaat voor de Algemene Vergadering van 10 juni 2026

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad en in het bijzonder artikel 432 houdende de intergemeentelijke samenwerking, waardoor de benoemingsprocedure met de vaststelling van het mandaat van vertegenwoordiger herhaald moet worden voor elke algemene vergadering;

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        Feiten, context en argumentatie

        Met mail van 13 mei 2026 wordt de stad uitgenodigd tot de Algemene Vergadering van OVSG op 10 juni 2026 van 10.30 u. tot 12.30 u. De Algemene Vergadering vindt digitaal plaats.

        De agenda van deze algemene vergadering vermeldt:

        1. Goedkeuring van het verslag van de vorige vergadering
            Bespreking en formele bekrachtiging van het verslag.

        2. Goedkeuring van de jaarrekening 2025 en begroting 2026
            Toelichting bij de jaarrekening en kennisname van het verslag van de commissaris
            (bedrijfsrevisor), gevolgd door goedkeuring. De begroting van 2026 wordt goedgekeurd.
            Kwijting aan de bestuurders voor de uitoefening van hun mandaat.
            Kwijting aan de commissaris (bedrijfsrevisor) voor de uitoefening van zijn opdracht.

        3. Samenstelling van het bestuur
            Overzicht van de huidige samenstelling, wijzigingen en (her)benoemingen.

        4. Toelichting bij de werking en het aanbod van OVSG
            Presentatie van de belangrijkste activiteiten en initiatieven, met bijzondere aandacht voor
            het vormingsaanbod en het jaarverslag.

        5. Varia

        In de zitting van 3 februari 2025 besliste de raad om schepen Eva Ryde af te vaardigen om de stad Ieper effectief te vertegenwoordigen in de algemene vergadering van OVSG.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 29 ja stemmen en 3 onthoudingen (de raadsleden Six, Dehollander en Kinoo):

        Artikel 1: de agenda en de voorstellen van de Algemene Vergadering van 10 juni 2026 goed te keuren:
        1. Goedkeuring van het verslag van de vorige vergadering
            Bespreking en formele bekrachtiging van het verslag.

        2. Goedkeuring van de jaarrekening 2025 en begroting 2026
            Toelichting bij de jaarrekening en kennisname van het verslag van de commissaris
            (bedrijfsrevisor), gevolgd door goedkeuring. De begroting van 2026 wordt goedgekeurd.
            Kwijting aan de bestuurders voor de uitoefening van hun mandaat.
            Kwijting aan de commissaris (bedrijfsrevisor) voor de uitoefening van zijn opdracht.

        3. Samenstelling van het bestuur
            Overzicht van de huidige samenstelling, wijzigingen en (her)benoemingen.

        4. Toelichting bij de werking en het aanbod van OVSG
            Presentatie van de belangrijkste activiteiten en initiatieven, met bijzondere aandacht voor
            het vormingsaanbod en het jaarverslag.

        5. Varia

        Artikel 2: de vertegenwoordiger van de stad, schepen Eva Ryde zal deelnemen aan de zitting van deze algemene vergadering en wordt opgedragen haar stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad in verband met de te behandelen agendapunten.

        Artikel 3: afschrift van deze beslissing te sturen aan OVSG.

         


         

      • EthiasCo: Goedkeuring van agendapunten en vaststelling van het mandaat voor de Gewone Algemene Vergadering van 11 juni 2026

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        Feiten, context en argumentatie

        Met mail van 20 april 2026 nodigt EthiasCo uit op de digitale Gewone Algemene Vergadering op 11 juni 2026 om 10 uur.

        De
        Stad Ieper bezit 11 aandelen, wat overeenkomt met 11 stemmen.

        De agenda van deze vergadering vermeldt:

        1. Verslag van de Raad van bestuur over het boekjaar 2025
        2. Goedkeuring van de jaarrekening op december 2025 en bestemming van het resultaat
        3. Kwijting aan de bestuurders
        4. Kwijting aan de commissaris
        5. Statutaire benoemingen - Client Board

        Vanaf 26 mei 2026 ontvangen de vertegenwoordigers alle praktische instructies om te stemmen: ofwel vooraf, tussen 26 mei en 10 juni, ofwel live, tijdens de Algemene Vergadering op 11 juni om 10 uur.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 29 ja stemmen en 3 onthoudingen (de raadsleden Six, Dehollander en Kinoo):

        Artikel 1: De agenda en de voorstellen van de Gewone Algemene Vergadering van EthiasCo goed te keuren:

        1. Verslag van de Raad van bestuur over het boekjaar 2025
        2. Goedkeuring van de jaarrekening op december 2025 en bestemming van het resultaat
        3. Kwijting aan de bestuurders
        4. Kwijting aan de commissaris
        5. Statutaire benoemingen - Client Board

        Artikel 2: De vertegenwoordiger van de Stad Ieper, schepen Emmily Talpe op te dragen haar stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad in verband met de te behandelen agendapunten.

        Artikel 3: Een afschrift van deze beslissing te sturen aan de EthiasCo.

      • Agenda algemene vergadering ACCI vzw 11 juni 2026 – standpuntbepaling

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        Feiten, context en argumentatie

        Volgende punten worden op de agenda van de algemene vergadering van de vzw ACCI op 11/06/2026 om 18:15 uur geplaatst:
        1) Balans en resultaatrekening op 31/12/2025 ter goedkeuring
        2) Kwijting van de bestuurders

        Voor deze punten moet de gemeenteraad haar standpunt bepalen en de vertegenwoordiger van de stad in de algemene vergadering opdragen zijn stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad in verband met de te behandelen agendapunten.
        De gemeenteraad heeft in zitting van 16 december 2024 de burgemeester Katrien Desomer aangeduid als vertegenwoordiger in de algemene vergadering.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 18 ja stemmen en 14 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, Six, V. Despeghel, Dehollander, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demeyere, Louwyck en Kinoo):

        Artikel 1: goedkeuring te verlenen aan de voorgelegde balans en resultaatrekening op 31/12/2025.

        Artikel 2: kwijting te verlenen aan de bestuurders van de vzw ACCI op basis van de voorgelegde balans en resultaatrekening op 31/12/2025.

        Artikel 3: De vertegenwoordiger van de stad binnen de algemene vergadering op te dragen zijn stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad in verband met de te behandelen agendapunten.

      • De Watergroep: Algemene vergadering 12 juni 2026

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018).

        Feiten, context en argumentatie

        De Algemene Vergadering van de Watergroep gaat door op vrijdag 12 juni 2026 om 10.30 uur in De Montil, Moortelstraat 8, 1790 Affligem. 

        Agenda:

        • 10 uur - Ontvangst en inschrijving van de vennoten
        • 10.30 uur - Statutaire algemene vergadering
          • Jaarverslag van de raad van bestuur over de geconsolideerde en statutaire jaarrekening 2025
          • Verslag van de commissaris over de geconsolideerde en statutaire jaarrekening 2025
          • Goedkeuring van de geconsolideerde en statutaire jaarrekening 2025
          • Kwijting aan de bestuurders
          • Kwijting aan de commissaris
          • Verlening van het mandaat van de commissaris voor de boekjaren 2026, 2027 en 2028

        Na het officiële gedeelte vertelt Maarten Everaert, raadgever Omgeving op het kabinet van de Vlaamse minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns, u graag meer over het strategisch plan drinkwatervoorziening. 

        De gemeenteraad heeft in zitting van 16 december 2024 de schepen Gheysens aangeduid als vertegenwoordiger in de algemene vergadering.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 29 ja stemmen en 3 onthoudingen (de raadsleden Six, Dehollander en Kinoo):

        Artikel 1: Goedkeuring te verlenen aan alle punten op de agenda van de Algemene Vergadering van De Watergroep van 12 juni 2026 en de daarbij behorende documentatie nodig voor het onderzoek van de agendapunten:

        • 10 uur - Ontvangst en inschrijving van de vennoten
        • 10.30 uur - Statutaire algemene vergadering
          • Jaarverslag van de raad van bestuur over de geconsolideerde en statutaire jaarrekening 2025
          • Verslag van de commissaris over de geconsolideerde en statutaire jaarrekening 2025
          • Goedkeuring van de geconsolideerde en statutaire jaarrekening 2025
          • Kwijting aan de bestuurders
          • Kwijting aan de commissaris
          • Verlening van het mandaat van de commissaris voor de boekjaren 2026, 2027 en 2028

        Artikel 2 : De aangeduide vertegenwoordiger op te dragen om namens het bestuur alle akten en bescheiden met betrekking tot de Algemene Vergadering van De Watergroep vastgesteld op 12 juni 2026, te onderschrijven en zijn stemgedrag af te stemmen op het in de beslissing van de gemeenteraad van heden bepaalde standpunt met betrekking tot de agendapunten van voormelde Algemene Vergadering.

        Artikel 3 : Een afschrift van dit besluit zal verzonden worden aan De Watergroep.

      • IVVO. Goedkeuring agendapunten en vaststelling van het mandaat voor de Algemene Vergadering van 16 juni 2026

        Juridische grond en bevoegdheden

        Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en in het bijzonder de artikels 40 en 41 inzake de bevoegdheden van de Gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Bestuursdecreet van 7 december 2018.

        Statuten IVVO - artikel 31 § 2 inzake aanwezigheid om geldige beslissing te nemen.

        Feiten, context en argumentatie

        Met mail van 30 april 2026 wordt de stad Ieper uitgenodigd op de Algemene Vergadering van de aandeelhouders van 16 juni 2026 om 18.00 uur in de raadzaal van het administratief centrum De Seylsteen, Sint-Denisplaats 16 te Veurne.

        De agenda van deze Algemene Vergadering vermeldt:

        1. Verslag van de Raad van Bestuur over het dienstjaar 2025 - akteneming
        2. Lezing van de jaarrekening per 31/12/2025
        3. Verslag van de commissaris - akteneming
        4. Goedkeuring van de jaarrekening 2025
        5. Verlenen van kwijting aan de bestuurders
        6. Verlenen van kwijting aan de commissaris en aan haar vertegenwoordigers
        7. Aanstelling bedrijfsrevisor voor boekjaren 2026-2027-2028
        8. Toetreding tot de dienstverlenende vereniging Cipal (C-smart)

        In gemeenteraadszitting van 16 december 2024 werd schepen Diego Desmadryl aangeduid als vertegenwoordiger en raadslid Lies Sampers als plaatsvervangend vertegenwoordiger van de stad Ieper in de (Buitengewone) Algemene Vergadering van IVVO.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de raad met 29 ja stemmen en 3 onthoudingen (de raadsleden Six, Dehollander en Kinoo):

        Artikel 1: zijn goedkeuring te hechten aan de agenda en de voorstellen van beslissing van de Algemene Vergadering van de aandeelhouders van 16 juni 2026 van IVVO:

        1. Verslag van de Raad van Bestuur over het dienstjaar 2025 - akteneming
        2. Lezing van de jaarrekening per 31/12/2025
        3. Verslag van de commissaris - akteneming
        4. Goedkeuring van de jaarrekening 2025
        5. Verlenen van kwijting aan de bestuurders
        6. Verlenen van kwijting aan de commissaris en aan haar vertegenwoordigers
        7. Aanstelling bedrijfsrevisor voor boekjaren 2026-2027-2028 8. Toetreding tot de dienstverlenende vereniging Cipal (C-smart)

        Artikel 2: De vertegenwoordiger van de stad, schepen Diego Desmadryl zal deelnemen aan de Algemene Vergadering van de aandeelhouders van IVVO op 16 juni 2026 op te dragen zijn stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad in verband met de te behandelen agendapunten.

        Artikel 3: afschrift van deze beslissing te sturen aan de IVVO.

      • Creat Services dv - Goedkeuring agenda en vaststellen mandaat Algemene Vergadering van 16 juni 2026

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018).

        De statuten van Creat Services dv.

        Feiten, context en argumentatie

        De stad Ieper is deelnemer van de Creat Services dv (Voormalig TMVS).

        In zitting van de gemeenteraad van 3 februari 2025 werd schepen Emmily Talpe aangeduid als vertegenwoordiger van de stad Ieper op de algemene vergaderingen van Creat Services dv (Voormalig TMVS).

        Met aangetekend schrijven van 3 april 2026 wordt de stad uitgenodigd op de Algemene Vergadering van Creat Services dv op 16 juni 2026 om 14.30 uur. Deze vergadering gaat door in Flanders Expo, Maaltekouter 1, 9051 Gent.  Deze vergadering vindt fysiek plaats met digitale inbelmogelijkheid via Zoom.

        De agenda van deze vergadering vermeldt:
        1. Wijziging van vermogen
        2. Actualisering van bijlagen 1 en 2 aan de statuten ingevolge wijziging van vermogen
        3. Verslag van de Raad van Bestuur over het boekjaar 2025
        4. Verslag van de commissaris
        5. a. Goedkeuring van de jaarrekening over het boekjaar 2025 afgesloten per 31 december 2025
            b. Goedkeuring van de voorgestelde resultaatsverdeling over het boekjaar 2025
        6. Kwijting aan de bestuurders en de commissaris
        7. Actualisering presentievergoeding 
        8. Statutaire benoemingen
        Varia

        Voorgesteld wordt de agenda en alle afzonderlijke punten van de agenda goed te keuren en de daarbij behorende documentatie nodig voor het onderzoek van de agendapunten.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 29 ja stemmen en 3 onthoudingen (de raadsleden Six, Dehollander en Kinoo):

        Artikel 1: Goedkeuring te verlenen aan alle punten op de agenda van de Algemene Vergadering van Creat Services dv van 16 juni 2026 en de daarbij behorende documentatie nodig voor het onderzoek van de agendapunten:

        1. Wijziging van vermogen
        2. Actualisering van bijlagen 1 en 2 aan de statuten ingevolge wijziging van vermogen
        3. Verslag van de Raad van Bestuur over het boekjaar 2025
        4. Verslag van de commissaris
        5. a. Goedkeuring van de jaarrekening over het boekjaar 2025 afgesloten per 31 december 2025
            b. Goedkeuring van de voorgestelde resultaatsverdeling over het boekjaar 2025
        6. Kwijting aan de bestuurders en de commissaris
        7. Actualisering presentievergoeding 
        8. Statutaire benoemingen
        Varia

        Artikel 2 : De aangeduide vertegenwoordiger, schepen Emmily Talpe op te dragen om namens het bestuur alle akten en bescheiden met betrekking tot de Algemene Vergadering van Creat Services dv vastgesteld op 16 juni 2026, te onderschrijven en haar stemgedrag af te stemmen op het in de beslissing van de gemeenteraad van heden bepaalde standpunt met betrekking tot de agendapunten van voormelde Algemene Vergadering.

        Artikel 3 : Een afschrift van dit besluit zal verzonden worden:

        • hetzij bij voorkeur per elektronische post naar het e-mailadres avcreatservices@creat.be
        • hetzij per post t.a.v. Creat Services dv, p/a Intercommunaal Beheer, Stropstraat 1 te 9000 Gent.
      • JOC Ieper vzw: Goedkeuring agenda algemene vergadering van 20 juni 2026

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        Feiten, context en argumentatie

        De algemene vergadering van JOC Ieper vzw vindt plaats op 20 juni 2026 om 8u30 in de Fochlaan 3, 8900 Ieper.

        Dit zijn de agendapunten:
        • Goedkeuring van het verslag van de vorige algemene vergadering
        • Benoeming en ontslag van leden van de algemene vergadering
        • Benoeming en ontslag van bestuurders
        • Goedkeuring van de jaarrekening
        • Kwijting aan de bestuurders
        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 29 ja stemmen en 3 onthoudingen (de raadsleden):

        Artikel 1: De agenda voor de algemene vergadering van JOC Ieper vzw op 20 juni 2026 goed te keuren: 

        • Goedkeuring van het verslag van de vorige algemene vergadering
        • Benoeming en ontslag van leden van de algemene vergadering
        • Benoeming en ontslag van bestuurders
        • Goedkeuring van de jaarrekening
        • Kwijting aan de bestuurders

        Artikel 2. de vertegenwoordiger van de stad, burgemeester Katrien Desomer zal deelnemen aan de zitting van deze algemene vergadering en wordt opgedragen haar stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad in verband met de te behandelen agendapunten.

      • DVV Westhoek. Goedkeuring van agendapunten en vaststelling van het mandaat voor de Algemene Vergadering van 23 juni 2026

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad en in het bijzonder artikel 432 houdende de intergemeentelijke samenwerking, waardoor de benoemingsprocedure met de vaststelling van het mandaat van vertegenwoordiger herhaald moet worden voor elke algemene vergadering;

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        De statuten van de DVV Westhoek.

        Feiten, context en argumentatie

        Met mail van 14 april 2026 wordt de stad uitgenodigd tot de Algemene Vergadering van de DVV Westhoek op 23 juni 2026 om 18.00 uur in het Streekhuis Westhoek, Diksmuide.

        De agenda van deze algemene vergadering vermeldt:
        1. Goedkeuring verslag algemene vergaderingen 17 december 2025
            a. Verslag buitengewone AV
            b. Verslag bijzondere AV
        2. Akteneming voordracht leden van de raad van bestuur Ieper – Gemeenteraad 2 februari 2026
        3. Benoeming lid raad van bestuur Ontwerpbesluit
        4. Vaststelling van de jaarrekening 2025 aan de hand van het verslag van de raad van bestuur en het verslag van de revisor (art. 18 statuten)
            a. Ontwerp jaarrekening 2025
            b. Ontwerp werkingsverslag 2025
            c. Verslag van de commissaris d. Directieverklaring
        5. Het verlenen van kwijting aan de bestuurders en revisor (art. 18 statuten)
        6. Goedkeuring toetredingsaanvraag van DVV Westhoek als vennoot van WVI Ontwerpbesluit
        7. Varia

        In de zitting van 16 december 2024 besliste de raad om schepen Miguel Gheysens af te vaardigen om de stad Ieper effectief te vertegenwoordigen in de algemene vergadering van de dienstverlenende vereniging Westhoek.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 29 ja stemmen en 3 onthoudingen (de raadsleden Six, Dehollander en Kinoo):

        Artikel 1: de agenda en de voorstellen van de Algemene Vergadering van 23 juni 2026 goed te keuren:
        1. Goedkeuring verslag algemene vergaderingen 17 december 2025
            a. Verslag buitengewone AV
            b. Verslag bijzondere AV
        2. Akteneming voordracht leden van de raad van bestuur Ieper – Gemeenteraad 2 februari 2026
        3. Benoeming lid raad van bestuur Ontwerpbesluit
        4. Vaststelling van de jaarrekening 2025 aan de hand van het verslag van de raad van bestuur en het verslag van de revisor (art. 18 statuten)
            a. Ontwerp jaarrekening 2025
            b. Ontwerp werkingsverslag 2025
            c. Verslag van de commissaris d. Directieverklaring
        5. Het verlenen van kwijting aan de bestuurders en revisor (art. 18 statuten)
        6. Goedkeuring toetredingsaanvraag van DVV Westhoek als vennoot van WVI Ontwerpbesluit
        7. Varia

        Artikel 2: de vertegenwoordiger van de stad, schepen Miguel Gheysens zal deelnemen aan de zitting van deze algemene vergadering en wordt opgedragen zijn stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad in verband met de te behandelen agendapunten.

        Artikel 3: afschrift van deze beslissing te sturen aan DVV Westhoek.

         


         

    • Veiligheid

      • Tijdelijke politieverordening met betrekking tot het gebruik van drones ter gelegenheid van de Ardeca Ypres Rally 2026

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        De nieuwe gemeentewet, inzonderheid op de artikelen 119, 133, 134 § 1 en 135 § 2;

        De wet van 13 mei 1999 tot invoering van de gemeentelijke administratieve sancties;

        De wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart en het koninklijk besluit van 15 maart 1954 tot regeling van de luchtvaart;

        Het koninklijk besluit van 10 april 2016 met betrekking tot het gebruik van op afstand bestuurde luchtvaartuigen in het Belgisch luchtruim; (KB Drones)

        Feiten, context en argumentatie

        Van 24 juni 2026 tot en met 27 juni 2026 wordt de Ardeca Ypres Rally 2026 georganiseerd. De vraag is gekomen van de organisatoren om een verbod in te stellen op het gebruik van drones op de locaties van hun organisatie en op de plaatsen van het wedstrijdverloop.

        Het gebruik van drones kan de deelnemers in verwarring brengen en zo de oorzaak zijn van ongevallen.

        Naar aanleiding van deze manifestatie wordt een grote volkstoeloop verwacht. Gezien dergelijke toestellen massaal in de handel te koop zijn en er geen waarborgen zijn van de behendigheid van de bedienaars, kan dit een reëel gevaar betekenen. Dit kan een weerslag hebben op de openbare orde.

        In die zin is de vraag terecht om het gebruik van drones te reglementeren.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 28 ja stemmen en 4 onthoudingen (de raadsleden Six, Dehollander, Stubbe en Kinoo):

        Artikel 1 : Van 24 juni 2026 tot en met 27 juni 2026 van 7 tot 24 uur is het opstijgen en landen van op afstand bestuurde luchtvaartuigen (zoals bedoeld in art 1.4° van het K.B. dd 10/04/2016) in de zone van en op 2 km van het afgebakende parcours van de rally en van de rally-evenementenzone in Ieper net als het in bezit zijn van een op afstand bestuurd luchtvaartuig (zoals bedoeld in art. 1.4° van het K.B. dd 10/04/2016) op 1 km van het afgebakende parcours van de rally en van de rally-evenementenzone in het centrum van Ieper verboden zonder voorafgaande schriftelijke machtiging van de Burgemeester.

        Artikel 2 : Inbreuken op deze verordening worden bestraft met een gemeentelijke administratieve sanctie tussen de 50 en 350 EUR, overeenkomstig het reglement op de gemeentelijke administratieve sancties en de toepasselijke wettelijke bepalingen.

        Artikel 3 : Alle goederen die het voorwerp zijn van of gebruikt zijn bij de in deze verordening verboden handelingen of gedragingen, kunnen door de vaststeller bestuurlijk in beslag genomen worden. De goederen worden vanaf de maandag 29 juni 2026 om 9 uur terug ter beschikking gesteld van de eigenaar op het hoofdcommissariaat van de lokale politie.

      • Tijdelijke politieverordening met betrekking tot ambulante handel, verbod op verkoop en gebruik van dranken in blik en onderhoudswerkzaamheden aan voertuigen ter gelegenheid van de Ardeca Ypres Rally 2026

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        De nieuwe gemeentewet bekrachtigd bij wet van 26 mei 1989, inzonderheid op artikel 135 §2, ingevoegd bij wet van 27 mei 1989, en op artikel 119, hernummerd bij de wet van 27 mei 1989 en gewijzigd bij het K.B. van 30 mei 1989.

        De wet betreffende de politie over het wegverkeer gecoördineerd bij het K.B. van 16 maart 1968, inzonderheid op artikel 12 gewijzigd bij het K.B. van 30 december 1982,

        Het K.B. van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, inzonderheid op titel III gewijzigd bij de K.B.’s van 23 juni 1978, 25 november 1980, 8 april 1983, 1 juni 1984, 25 maart 1987, 17 september 1988, 20 juli 1990, 1 februari 1991,

        Het K.B. van 28 november 1997  en van 28 maart 2003 houdende de reglementering van de organisatie van sportwedstrijden of sportcompetities voor auto’s die geheel of gedeeltelijk op de openbare weg plaatsvinden en de omzendbrief OOP 25 dd 1 april 2006;

        De wet van 25 juni 1993 met betrekking op de uitoefening van de ambulante activiteiten;

        De algemene zonale en lokale politieverordening

        Feiten, context en argumentatie

        Op 23 maart 2026 werd een aanvraag voor het organiseren van de Ardeca Ypres Rally 2026 ingediend door Superstage VZW, Korte Torhoutstraat 35, 8900 Ieper. 

        Bij dergelijke manifestaties kan door de te talrijke aanwezigheid van ambulante handelaars, de veiligheid van het voetgangersverkeer in het gedrang komen.

        Om veiligheidsredenen dient, vooral binnen de zones van de snelheidsparcours, het aantal verkooppunten van eetwaren en dranken beperkt te worden en in overeenstemming te zijn met de plaatsen ingetekend in het veiligheidsboek dat goedgekeurd werd door de “Veiligheidscommissie”.

        De verkoop en het gebruik van dranken in blik op en in de omgeving van de snelheidsparcours moet gemeden worden om de gevolgen van het restafval van de aluminium blikken voor de landbouw en de veeteelt maximaal te beperken.  In die context is een plaatselijk verbod wenselijk.

        Naar aanleiding van deze manifestatie moeten servicewagens ook de mogelijkheid hebben om aan rallyvoertuigen herstellingen of onderhoudswerken uit te voeren op of langs de openbare weg.

        Er wordt daarbij ook gewezen op de aanbevelingen van de “veiligheidscommissie” betreffende het gevaar van barbecues in servicezones.

        Er wordt een grote volkstoeloop verwacht.

        Om alles veilig en vlot te laten verlopen is het wenselijk een en ander te reglementeren.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 28 ja stemmen en 4 onthoudingen (de raadsleden Six, Dehollander, Stubbe en Kinoo):

        Artikel 1: Op 24 juni 2026 tot en met 27 juni 2026 tussen 7 en 24 uur is het uitoefenen van ambulante activiteiten verboden, binnen onderstaande (denkbeeldig afgebakende) zones, met inbegrip van de vernoemde straten die de zones afbakenen, uitgezonderd voor diegenen die in het bezit zijn van een schriftelijke vergunning van de Burgemeester en voor de permanente eet- en drankgelegenheden :

        zone afgebakend van de Steenstraat tot de Kapellestraat en Steenstraat met Elverdinge-dorp tot de Diksmuidseweg.              

        Artikel 2: Op 24 juni 2026 tot en met 27 juni 2026 tussen 7 en 24 uur is het uitoefenen van ambulante handel verboden, binnen onderstaande (denkbeeldige afgebakende) zones, met inbegrip van de vernoemde straten die de zones afbakenen, uitgezonderd voor diegenen die in het bezit zijn van een schriftelijke vergunning van de Burgemeester en voor de permanente eet- en drankgelegenheden.

        a) zone afgebakend door de Meenseweg vanaf Zuiderring tot gemeentegrens met Zonnebeke, de Zuiderring, de Rijselseweg vanaf Zuiderring tot gemeentegrens met Heuvelland.

        b) zone afgebakend door de Krommenelststraat, de Dikkebuseweg vanaf Krommenelststraat tot gemeentegrens met Heuvelland, de Noorderring vanaf Krommenelststraat tot gemeentegrens met Poperinge.                             

        Artikel 3: Alle drank-, VIP- en eettenten gelegen binnen de in artikel 1 en artikel 2 vermelde gebieden moeten opgenomen worden in het “veiligheidsboek”. Deze inrichtingen moeten op een veilige plaats worden opgesteld en minstens 100 meter van het parcours verwijderd te zijn.

        Dit is eveneens van toepassing op de private terreinen die voor het publiek openbaar worden gemaakt en zo een openbaar karakter verkrijgen.

        Dit verbod is niet van toepassing op vaste handelaars die hun gewone handelsactiviteiten uitoefenen binnen hun normale handels- of verkoop ruimten. Evenwel dienen deze handelaars toch in het bezit te zijn van een voorafgaandelijke schriftelijke machtiging of kunnen beperkingen aan de uitbating worden opgelegd in het kader van de veiligheid van de toeschouwers.

        Artikel 4: Het is verboden op de plaatsen vergund onder artikel 1 en artikel 2, dranken in blik te verkopen, te verbruiken of uit te delen. Dit verbod is niet van toepassing binnen de bebouwde kom.

        Artikel 5: Conform artikel 3.1.5. van de algemene zonale verordening, met betrekking tot het smeren van – en werken aan voertuigen op de openbare weg, wordt op 26 en 27 juni 2026 toelating gegeven aan de deelnemers aan – en de servicewagens van de rally, onder volgende voorwaarden:

        a) het verlenen van service is gedurende het ganse rallygebeuren uitsluitend toegestaan op de punten hiervoor aangeduid door de organisatie. Buiten deze punten zijn alleen noodreparaties toegestaan.

        b) Service-auto’s moeten voorzien zijn van:                    

        - een stuk servicefolie (ondoordringbaar) van minimaal 4x3 m;

        - een opvangbak voor vloeistoffen van circa 50 cm x 50 cm met  aftapvoorziening;

        - een voorziening voor het opvangen van brandstof, indien bij het tanken brandstof kan worden gemorst;

        - een container voor afvalvloeistoffen van ten minste 10 liter inhoud en een

        afvalzak.

        c) - Op alle servicepunten moet de auto, gedurende de ganse duur der werkzaamheden, op servicefolie staan.

        - In alle gevallen waarin de kans bestaat in het morsen van vloeistof, moet de opvangbak of een andere voorziening worden gebruikt

        - Servicepunten moeten steeds schoon worden achtergelaten.  Afvalstoffen, auto-onderdelen, materialen en andere voorwerpen, moeten in het servicevoertuig worden meegenomen.

        - Indien toch nog verontreiniging van de ondergrond heeft plaatsgevonden, is de

         serviceploeg verplicht dit, binnen de kortste tijd, aan de milieu-official of rechtstreeks aan de wedstrijdleiding mede te delen, onder opgave van alle relevante gegevens. Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing bij noodreparaties buiten de voorziene servicepunten.

        - Het schoonspuiten van auto’s is uitsluitend toegestaan op plaatsen die daarvoor door het organisatiecomité zijn aangewezen.

        Artikel 6: Op de in het veiligheidsboek voorziene serviceplaatsen moet ieder team op zijn stand uitgerust zijn met de nodige brandbestrijdingsmiddelen.

        Het gebruik van barbecue toestellen op de servicestanden is verboden.

        Artikel 7: Op 24 juni 2026 tot en met 27 juni 2026 is het aan eenieder verboden om op enige manier het normale verloop van de wettelijk vergunde manifestatie van de organisatie  Ardeca Ypres Rally 2026 te hinderen, hetzij door op het parcours te lopen, hetzij door voorwerpen op het parcours te leggen of eender welke hindernis, behalve deze voorzien in het “veiligheidsboek, aan te brengen die het normale verloop van de wedstrijd zouden kunnen hinderen.

        Artikel 8: Deze verordening wordt van kracht de dag waarop ze bekend wordt gemaakt. Zij zal van kracht blijven zolang deze aangelegenheid duurt.

        Artikel 9: Inbreuken op deze verordening worden bestraft met een gemeentelijke administratieve sanctie tussen de 50 en 350 euro, overeenkomstig het reglement op de gemeentelijke administratieve sancties en de toepasselijke wettelijke bepalingen.

      • Tijdelijke politieverordening met betrekking tot het gebruik van quads en vierwielige motorfietsen ter gelegenheid van de Ardeca Ypres Rally 2026

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        Het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald, gewijzigd bij de M.B. van 8 december 1997, 32 juni 1978, 14 december 1979, 25 november 1980, 11 april 1983, 01 juni 1984, 17 september 1988, 20 juli 1990, 1 februari 1991, 11 maart 1991, en volgende;

        Het ministerieel rondschrijven van 14 november 1977 betreffende de aanvullende reglementen en de plaatsing van de verkeerstekens;

        Het K.B. van 28 november 1997 houdende reglementering van de organisatie van sportwedstrijden of sportcompetities voor auto’s die geheel of gedeeltelijk op de openbare weg plaats vinden, gewijzigd bij het K.B. van 28 maart 2003;

        De omzendbrief OOP 25 van 1 april 2006;

        De wet van 13 mei 1999 tot invoering van de gemeentelijke administratieve sancties;

        Feiten, context en argumentatie

        Het is opportuun het gebruik van quads en andere vierwielige motorfietsen ter gelegenheid van de Ardeca Ypres Rally 2026 te vermijden. De schade die kan toegebracht worden aan onverharde wegen evenals aan fauna en flora langs deze wegen maar ook aan private eigendommen (akkers en weilanden) is immers reëel. Daarnaast zijn er trouwens ook de veiligheidsrisico's die hiermee kunnen gepaard gaan.

        Naar aanleiding van deze manifestatie wordt bovendien een grote volkstoeloop verwacht. Dit kan dan ook een weerslag hebben op de openbare orde en wordt bijgevolg beter gereglementeerd. Het gebruik van deze toestellen gedurende de organisatie en vooral dan in de buurt van de parcours wordt daarom  beter tijdelijk verboden.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 28 ja stemmen en 4 onthoudingen (de raadsleden Six, Dehollander, Stubbe en Kinoo):

        Artikel 1: Het is verboden zich met quads en vierwielige motorfietsen te begeven in een straal van 250 meter rond het uitgestippelde parcours van de Ardeca Ypres Rally 2026 op 24 juni tot en met 27 juni 2026 telkens tussen 7 en 24 uur.

        Artikel 2: Inbreuken op deze verordening worden bestraft met een gemeentelijke administratieve sanctie van minimum 50 euro tot maximum 350 euro, overeenkomstig het reglement op de gemeentelijke administratieve sancties en de toepasselijke wettelijke bepalingen.

        Artikel 3: Deze verordening wordt van kracht de dag waarop ze bekend wordt gemaakt. Zij zal van kracht blijven zolang de aangelegenheid duurt.

      • Verlenging Strategisch Veiligheids- en Preventieplan (SVPP) 2026 - goedkeuring

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        Koninklijk Besluit van 17 december 2025 tot wijziging van het Koninklijk besluit van 20 juli 2022 betreffende de verlenging 2023-2024 van de strategische veiligheids- en preventieplannen 2020-2022.

        Ministerieel besluit van 30 april 2026 tot bepaling van de indienings-, opvolgings- en evaluatievoorwaarden en tot bepaling van de toekennings-, aanwendings- en controlevoorwaarden van de financiële toelage van de strategische veiligheids- en preventieplannen 2026.

        Feiten, context en argumentatie

        De Ministerraad besliste op 5 december 2025 om de Strategische Veiligheids- en Preventieplannen (SVPP) onder de huidige voorwaarden een laatste keer te verlengen met één jaar, namelijk tot en met 31 december 2026 (KB van 17 december 2025).

        De praktische modaliteiten van deze verlenging, waaronder de indiening van het subsidiedossier, werden nader bepaald in het Ministerieel Besluit van 30 april 2026.

        Stad Ieper beschikt sinds 2014 over een Strategisch Veiligheids- en Preventieplan. Ook het huidige plan wordt verlengd tot eind 2026. In het kader van dit plan ontvangt de stad jaarlijks een subsidie van de FOD Binnenlandse Zaken ten bedrage van 71.721,81 euro.

        Het huidige SVPP is opgebouwd rond zeven fenomenen, gekozen uit de lijst van het KB, en geselecteerd op basis van een lokale veiligheidsdiagnostiek. Volgende fenomenen zijn opgenomen in het plan: inbraak, diefstal van en uit voertuigen, gauwdiefstal, sociale overlast, druggerelateerde maatschappelijke overlast, cybercriminaliteit en fietsdiefstal. Gelet op de beperkte verlengingsperiode van één jaar wordt voorgesteld om geen wijzigingen aan te brengen aan de huidige inhoud van het plan.

        De preventieambtenaar bezorgt jaarlijks een voortgangsrapport aan de FOD Binnenlandse Zaken. de uitvoering van de verschillende acties binnen het SVPP verloopt positief en leidt telkens tot  een gunstige evaluatie door de FOD.

        Doorheen de voorbije jaren werd bovendien een sterk netwerk en een goede samenwerking uitgebouwd met andere steden, gemeenten, politiezones, de provincie en diverse externe partners.

        Volgens de richtlijnen van het Ministerieel Besluit moet het dossier voor het bekomen van de subsidie, inclusief de goedkeuringsbeslissing van de gemeenteraad, uiterlijk tegen 15 mei worden ingediend bij de administratie. Aangezien het Ministerieel Besluit echter pas op 8 mei 2026 werd gepubliceerd, blijkt deze timing in de praktijk niet haalbaar. De administratie heeft aangegeven hiermee rekening te zullen houden.

        De bijgevoegde conventie zal door de administratie worden aangepast naar de conventie 2026.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met algemeenheid van stemmen het strategisch veiligheids- en preventieplan 2026 goed te keuren. 

    • Vrede en internationale solidariteit

      • Bekrachtiging laureaat Vredesprijs 2026

        Voorgeschiedenis

        De stad reikt dit jaar voor de 9e keer haar internationale Vredesprijs uit. Vorige laureaten waren: War Child (2002), Helen Prejean (2005), Sima Samar (2008), Denis Mukwege (2011), Malala Yousafzai (2014), The White Helmets (2017), Campaign to stop Killer Robots (2020), Princess Okokon (2023)

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018).

        Feiten, context en argumentatie

        In 1998 installeerde het stadsbestuur Ieper het vredesfonds dat de opdracht kreeg om vanaf 2002 de driejaarlijkse vredesprijs van de stad Ieper te organiseren. De vredesprijs van de stad Ieper wil een persoon of organisatie belonen die zich tijdens de voorbije jaren waar ook ter wereld op een bijzondere manier heeft ingezet voor de wereldvrede. Net zoals voorheen werd voor de editie van 2026 een beroep gedaan op een internationaal selectiecomité om namen aan te dragen op basis van een tekst die door wijlen professor Koen Koch in opdracht van het vredesfonds is geschreven. In zijn tekst behandelt de heer Koch voorwaarden waaraan genomineerden voor de vredesprijs van de stad Ieper (gedeeltelijk) dienen te voldoen om in aanmerking te komen voor deze prijs. Concreet behandelt de heer Koch 4 wegen naar vrede:

        1. Vrede is pas mogelijk als afstand gedaan wordt van oorlog als instrument van internationale politiek. Dit veronderstelt

        - een mondiaal bewustwordingsproces

        - bereidheid om agressie collectief om te buigen

        - het ontwikkelen mechanismen voor vreedzame verandering

        - het ontwikkelen van mechanismen voor conflictoplossing.

        2. Vrede is maar mogelijk als de instrumenten voor oorlogsvoering worden vernietigd.

        Dit veronderstelt algemene ontwapening van zowel gesofisticeerde als relatief primitieve wapens.

        3. Vrede is maar mogelijk als de oorzaken van oorlog weggenomen worden

        Dit veronderstelt

        - het verdwijnen van onderdrukking en het verdwijnen van schending van de mensenrechten

        - het wegwerken van economische ongelijkheid

        4. Blijvende vrede is maar mogelijk onder bepaalde voorwaarden.

        Dit veronderstelt

        - verzoening tussen voormalige vijanden

        - internationale samenwerking en steun aan de democratiseringsbewegingen

        - realisering van de rechten van de mens 

        Op basis van deze tekst nomineerde het selectiecomité 2026 eind april 2025 volgende personen en organisaties voor de vredesprijs 2026:

        -          Bisan Owda

        -          Women of the Sun

        -          Karipbek Kuyukov

        -          Urban Camp Lviv

        -          Nisreen Elsaim

        Leerlingen uit Ieperse scholen werkten tijdens de voorbije maanden rond de vredesprijs. Na de genomineerden te hebben bestudeerd, konden de leerlingen hun stem uitbrengen voor de genomineerde van hun keuze. Daarnaast konden ook volwassenen die dit wilden hun stem uitbrengen. Stemmen kon van november 2025 tot 4 mei 2026. Dit gebeurde zowel digitaal via de website van de vredesprijs maar eveneens analoog in de scholen. De stemmen werden door de coördinator van de vredesprijs bijgehouden en geteld. Alle analoge stemmen werden tevens in het digitale systeem ingevoerd.

        Tijdens een bijeenkomst met delegaties leerlingen uit de verschillende secundaire scholen op 8 mei 2026 ’s middags werd de laureaat Urban Camp Lviv bekendgemaakt. Op 19u00 dezelfde dag werd de laureaat ruimer bekendgemaakt naar aanleiding van de start van Act for Peace. De laureaat en de andere genomineerden werden inmiddels geïnformeerd over de uitslag van de stembeurt. Een vertegenwoordiging van Urban Camp wordt uitgenodigd om de Vredesprijs n.a.v. 11 november op te halen in Ieper.

        Financiële gevolgen

        Jaar

        Budgetartikel

        Budget

        Reeds vastgelegd

        Oud beschikbaar

        Voorgesteld

        Nieuw beschikbaar

        Datum consultatie

        2026

        ACS224/0909/649810

         25000

         €0

         €25000

         €25000

         €0

        21/05/2026

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 29 ja stemmen tegen 3 neen stemmen (de raadsleden Six, Dehollander en Kinoo):

        Artikel 1: om de vredesprijs van de stad Ieper 2026 toe te kennen aan Urban Camp Lviv

        Artikel 2: om vertegenwoordigers van Urban Camp Lviv uit te nodigen om de prijs n.a.v. 11 november later dit jaar in Ieper in ontvangst te nemen.

    • Cultuur

      • Projectvereniging CO7. Jaarrekening 2025 en werkingsverslag 2025

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        Feiten, context en argumentatie

        Zoals bepaald in de statuten van het intergemeentelijke samenwerkingsverband CO7 legt de projectvereniging jaarlijks het werkingsverslag, samen met de jaarrekening en het verslag van de accountant, ter aktename voor aan de zeven gemeenteraden.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad akte te nemen van de jaarrekening 2025 en het werkingsverslag 2025 van de projectvereniging CO7.

    • Patrimonium

      • Kosteloze overdracht wegenis en groenzone verkaveling Vannestestraat Boezinge - goedkeuring.

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        Feiten, context en argumentatie

        De WVI heeft een verkaveling gerealiseerd aan de Vannestestraat in Boezinge en wenst de infrastructuur, met name de wegenis en de groenzone, kosteloos over te dragen naar het openbaar domein van de stad Ieper.

        Het betreft de volgende kadastrale percelen:

        - Een perceel grond, - zijnde LOT O.D.2 -, gelegen nabij ‘Vannestestraat’, gekadastreerd volgens recent uittreksel uit de kadastrale legger als grond, sectie A - nummer 775 T 5 P0000 (voorheen delen van 775M4, 775S4 en 775V4) met een totale oppervlakte volgens kadaster van elf are zevenenzestig centiare (11a 67ca) (volgens opmetingsplan een oppervlakte van elf are zevenenzestig centiare twaalf vierkante decimeter (11a 67ca 12dm²)).

        KI: dertien euro (€ 13,00)

        - Een perceel grond, - zijnde LOT O.D.1 -, gelegen nabij ‘Vannestestraat’, gekadastreerd volgens recent uittreksel uit de kadastrale legger als grond, sectie A -  nummer 775 S 5 P0000 (voorheen delen van 775M4, 775S4 en 775V4)  met een totale oppervlakte volgens kadaster van tweeëndertig are zevenendertig centiare (32a 37ca) (volgens opmetingsplan een oppervlakte van tweeëndertig are zevenendertig centiare dertig vierkante decimeter (32a 37ca 30dm²)).

        KI: zevenendertig euro (€ 37,00)

        Het opmetingsplan werd opgemaakt door het kantoor Sabbe en co.

        Dienst Vastgoedtransacties heeft de ontwerpakte opgemaakt.

        Van OVAM werden de bodemattesten verkregen.

        De overdracht gebeurt om redenen van algemeen nut.

        Aan de gemeenteraad wordt gevraagd deze kosteloze overdracht goed te keuren om redenen van openbaar nut en de voorzitter van de gemeenteraad en algemeen directeur te machtigen om de stukken met betrekking tot deze overdracht te ondertekenen en de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie te ontslaan van de verplichting ambtshalve inschrijving te nemen bij overschrijving van de akte.

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met algemeenheid van stemmen:

        Artikel 1. de kosteloze overdracht van de de volgende gronden voor openbaar nut te aanvaarden jegens de WVI:

        - Een perceel grond, - zijnde LOT O.D.2 -, gelegen nabij ‘Vannestestraat’, gekadastreerd volgens recent uittreksel uit de kadastrale legger als grond, sectie A - nummer 775 T 5 P0000 (voorheen delen van 775M4, 775S4 en 775V4) met een totale oppervlakte volgens kadaster van elf are zevenenzestig centiare (11a 67ca) (volgens opmetingsplan een oppervlakte van elf are zevenenzestig centiare twaalf vierkante decimeter (11a 67ca 12dm²))

        KI: dertien euro (€ 13,00)

        - Een perceel grond, - zijnde LOT O.D.1 -, gelegen nabij ‘Vannestestraat’, gekadastreerd volgens recent uittreksel uit de kadastrale legger als grond, sectie A -  nummer 775 S 5 P0000 (voorheen delen van 775M4, 775S4 en 775V4)  met een totale oppervlakte volgens kadaster van tweeëndertig are zevenendertig centiare (32a 37ca) (volgens opmetingsplan een oppervlakte van tweeëndertig are zevenendertig centiare dertig vierkante decimeter (32a 37ca 30dm²)).

        KI: zevenendertig euro (€ 37,00)


        Artikel 2. de ontwerpakte opgemaakt door dienst Vastgoedtransacties, commissaris Alain Maricou goed te keuren.
        Artikel 3. de Algemene Documentatie van de Patrimoniumdocumentatie te ontslaan van zijn verplichting ambtshalve inschrijving te nemen bij de overschrijving van de akte.
        Artikel 4. het college van burgemeester en schepenen te belasten met de uitvoering van deze beslissing.
        Artikel 5. de voorzitter van de gemeenteraad en algemeen directeur te machtigen om de stukken met betrekking tot deze overdracht te ondertekenen.

    • Openbaar domein en gebouwen

      • Optimaliseren landelijke wegen en kruispunten - Goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze - 2026/TD_11/STAD

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

        De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

        De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 41, §1, 2° (het geraamde bedrag excl. btw overschrijdt de drempel van 750.000,00 EUR niet).

        Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

        Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.

        Feiten, context en argumentatie

        In het kader van de opdracht “Optimaliseren landelijke wegen en kruispunten” werd een bestek met nr. 2026/TD_11/STAD opgesteld.

        Deze opdracht is opgedeeld in volgende percelen:

        * Perceel 1 (Kruispunt Noordhofweg-Reningestraat), raming: 31.403,70 EUR excl. btw of 37.998,48 EUR incl. 21% btw;

        * Perceel 2 (Kruispunt Driegoenstraat-Grote Branderstraat en plaatselijk herstel), raming: 94.430,50 EUR excl. btw of 114.260,91 EUR incl. 21% btw;

        * Perceel 3 (Plaatselijk herstel Adriaansensweg), raming: 31.622,00 EUR excl. btw of 38.262,62 EUR incl. 21% btw;

        * Perceel 4 (Plaatselijk herstel Galgestraat), raming: 15.473,10 EUR excl. btw of 18.722,45 EUR incl. 21% btw.

        De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 172.929,30 EUR excl. btw of 209.244,46 EUR incl. 21% btw (36.315,16 EUR btw medecontractant).

        Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.

         

        Financiële gevolgen

         

        Jaar

        Budgetartikel

        Budget

        Reeds vastgelegd

        Oud beschikbaar

        Voorgesteld

        Nieuw beschikbaar

        Datum consultatie

        2026

        0200-0/224007/BESTUUR/CBS/0/IP-GEEN

        750.000,00

        290.671,19

        459.328.81

        209.244,46

        250.084,35

        17 april 2026

         

         

        In bijlage:

        • Bijhorende documenten overheidsopdracht:
        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met algemeenheid van stemmen:

        Artikel 1: Het bestek met nr. 2026/TD_11/STAD en de raming voor de opdracht “Optimaliseren landelijke wegen en kruispunten” worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt 172.929,30 EUR excl. btw of 209.244,46 EUR incl. 21% btw ((36.315,16 EUR btw medecontractant).

        Artikel 2: Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.

        Artikel 3: De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal niveau.

        Artikel 4: De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het investeringsbudget van 2026, op budgetcode 0200-0/224007/BESTUUR/CBS/0/IP-GEEN (actie ACS47).

        Artikel 5: Het College van Burgemeester en Schepenen te gelasten met de uitvoering van deze beslissing.

      • Opdracht - Aanstellen van een ontwerper voor de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel en vernieuwen rijweg langs de Komenseweg te Zillebeke - Goedkeuring verrekening (aanpassing ereloon) - 2024/OD_01/STAD

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
        De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
        De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van 143.000,00 EUR niet).
        Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 38/5 (Niet-wezenlijke wijziging : bestelbedrag met meer dan 10% overschreden).
        Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 90, 1°.

        Feiten, context en argumentatie

        De gemeenteraad besliste in zitting van 25 maart 2024 om voor de opdracht “Aanstellen van een ontwerper voor de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel en vernieuwen rijweg langs de Komenseweg te Zillebeke”, het bestek met nr. 2024/OD_01/STAD en de raming van 72.340,00 EUR excl. btw of 87.531,40 EUR incl. 21% btw, diverse eenheidsprijzen op afroep inbegrepen, goed te keuren.  


        Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 22 april 2024 om de opdracht “Aanstellen van een ontwerper voor de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel en vernieuwen rijweg langs de Komenseweg te Zillebekete gunnen  aan de firma met de enige offerte (op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding), zijnde  Studiebureau Lobelle bvba, Gistelsteenweg 112 te 8490 Varsenare-Jabbeke tegen de voorwaarden vermeld in de offerte van deze inschrijver (82.500,00 EUR  excl. btw ereloon + 4.850,00 EUR excl. btw opmaak omgevingsvergunning + 10.440,00 EUR excl. btw voor eventuele bijkomende prestaties op afroep = in totaal 97.790,00 EUR excl. btw).

         

        Het project Komenseweg is gestart als een KWZI project  (kleinschalige waterzuiveringsinstallatie). Echter bij opmaak van het voorontwerp eiste VMM dat er verschillende scenario’s zouden uitgewerkt worden met inbegrip van een scenario van een klassieke riolering waarbij het vuilwater verpompt wordt naar het dichtstbijzijnde rioleringsstelsel dat verbonden is met een RWZI (rioolwaterzuiveringsinstallatie).

        Bij het uitwerken bleek dat dit scenario op aanraden van de VMM het meest aangewezen om uit te voeren. Bijgevolg wijzigt het project hierdoor grondig tegenover het oorspronkelijke bestek voor de aanstelling van de ontwerper. Het is daardoor niet realistisch te verwachten dat het ereloon dat toen werd vastgelegd in een vast bedrag zou kunnen behouden blijven.

         

        Het studiebureau Lobelle bvba stelt voor om de ereloonberekening van post 1 te herzien in functie van de gewijzigde scope van de opdracht. Bij inschrijving bedroeg het ereloon voor post 1 82.500 EUR excl. btw op een raming van 630.000 EUR excl. btw, wat overeenkomt met 13,09%. Deze inschatting was destijds uitsluitend gebaseerd op de realisatie van de KWZI.

        Aangezien het project inmiddels geëvolueerd is naar een klassiek wegenis- en rioleringsdossier, stelt het studiebureau voor om het ereloon te bepalen volgens Barema I Klasse 1 van de KVIV, met toepassing van een kortingsfactor 0,95% op basis van het uitvoeringsbedrag incl. herziening excl. minwaardes en dus af te stappen van een totale prijs. Op basis van de huidige raming van ca. 2.700.000 € excl. btw (men is nog bezig met toevoegen van volledig wegherstel), bekomt het studiebureau aldus een aanvaardbaar ereloonpercentage van 5,62% of 151.740€ excl btw. 

         

        In deze benadering zijn eveneens de reeds uitgevoerde haalbaarheidsstudie (scenarioanalyse) en de opmaak van de bemalingsstudie opgenomen. De kans is reëel dat bemaling uiteindelijk niet noodzakelijk zal blijken.

         

        Er werd geen rekening gehouden met een eventueel subsidiedossier voor fietsinfrastructuur of met grondverwerving, aangezien deze geen onderdeel uitmaken van de huidige opdracht.

        Financiële gevolgen

         

         

        Jaar Budgetartikel Budget Reeds vastgelegd Oud beschikbaar Voorgesteld Nieuw beschikbaar Datum consultatie

        2026

         

        2026

        2027

        2027

        ACS511/0310-0/230007

         

        ACS511/0200-0/224007

        ACS511/0200-0/224007

        ACS511/0310-0/230007

        €130.014,73

         

        €0,00

        €1.275.650

        €2.040.850

        €122.718,35

        -€105.748,73

        €0,00

        €73.442,00

        €0,00

        €113.045,10

         

        €0,00

        €1.220.568

        €2.040.850

        €91.044,00

         

        €73.442,00

        €0,00

        €0,00

        €22.001,10

         

        -€73.442,00

        €1.220.568

        €€2.040.850

        06/05/2026

         

        06/05/2026

        06/05/2026

        06/05/2026

         


        Rekening houdend met 60% aandeel riool op het totale project en dus 60% recht op aftrek van btw, is de totale ontwerpkost 164.486 euro. Momenteel is nog een openstaande vastlegging op studiebureau Lobelle van 105.748,73 euro excl. btw. Benodigd extra budget in het ritme van de voortgang van het project aldus 58.737,27 euro. Het tekort op 2026/ACS511/0200-0/224007 zal worden gefinancierd met middelen hiertoe vastgelegd op 2027/ACS511/0200-0/224007.

        Het aandeel op ACS511/0310-0 wordt gedragen met het saneringsfonds.      

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met algemeenheid van stemmen:

        Artikel 1: Voor de opdracht “Aanstellen van een ontwerper voor de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel en vernieuwen rijweg langs de Komenseweg te Zillebekewordt goedkeuring gehecht aan een nieuw ereloonpercentage van 5,62% als een percentage op de werkelijk uitgevoerde werken en dus afgestapt van een totaal bedrag.

        Artikel 2: Studiebureau Lobelle bvba, Gistelsteenweg 112 te 8490 Varsenare-Jabbeke wordt hiervan in kennis gesteld.

        Artikel 3: De betaling zal geschieden met budgetten van het saneringsfonds.

      • Aanstellen van een ontwerper voor de herinrichting van de Plumerlaan : wegenis- en rioleringswerken - Goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze - 2026/OD_01/STAD

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

        De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

        De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van 140.000,00 EUR niet).

        Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

        Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 90, 1°.

        Feiten, context en argumentatie

        Het wegenis- en rioleringsstelsel in de Plumerlaan is dringend aan vernieuwing toe.  De voorliggende opdracht omvat de volledige studie : van opmaak voorontwerp tot definitieve oplevering van de werken (aanleg gescheiden rioleringsstelsel + volledige heraanleg van de wegenis met nieuwe voet- en fietspaden).  

        In het kader van de opdracht “Aanstellen van een ontwerper voor de herinrichting van de Plumerlaan : wegenis- en rioleringswerken” werd een bestek met nr. 2026/OD_01/STAD opgesteld.

        De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 92.561,98 EUR excl. btw of 112.000,00 EUR incl. 21% btw.

        Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

        Financiële gevolgen

         

        Jaar

        Budgetartikel

        Budget

        Reeds vastgelegd

        Oud beschikbaar

        Voorgesteld

        Nieuw beschikbaar

        Datum consultatie

        2026

        0200-0/224007/BESTUUR/CBS/0/IP-GEEN

        96.800,00 

        0

         96.800,00

        56.000,00

         

         40.800,00

        4 mei 2026

        2026

        0310-0/227007/BESTUUR/CBS/0/IP-GEEN

        79.750,00 

        0

         79.750,00

        56.000,00

         23.750,00

        4 mei 2026

         

         

         

         

        In bijlage:

        • Bijhorende documenten overheidsopdracht: bestek met nr. 2026/OD_01/STAD.

         

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met algemeenheid van stemmen:

        Artikel 1: Het bestek met nr. 2026/OD_01/STAD en de raming voor de opdracht “Aanstellen van een ontwerper voor de herinrichting van de Plumerlaan : wegenis- en rioleringswerken worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt 92.561,98 EUR excl. btw of 112.000,00 EUR incl. 21% btw.

        Artikel 2: Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

        Artikel 3: De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het investeringsbudget van 2026, op budgetcode 0200-0/224007/BESTUUR/CBS/0/IP-GEEN (actie AC130) en 0310-0/227007/BESTUUR/CBS/0/IP-GEEN (actie AC130).

        Artikel 4: Het College van Burgemeester en Schepenen te gelasten met de uitvoering van deze beslissing.

      • Aanstellen van een ontwerper voor de herinrichting van de Meenseweg (tussen Kruiskalsijdestraat en Steverlyncklaan) : wegenis- en rioleringswerken - Goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze - 2026/OD_03/STAD

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

        De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

        De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 36.

        Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

        Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.

        Feiten, context en argumentatie

        Het wegenis- en rioleringsstelsel in de Meenseweg (tussen Kruiskasoijdestraat en Steverlyncklaan) is dringend aan vernieuwing toe.  De voorliggende opdracht omvat de volledige studie : van opmaak voorontwerp tot definitieve oplevering van de werken (aanleg gescheiden rioleringsstelsel + volledige heraanleg van de wegenis met nieuwe voet- en fietspaden). 

        In het kader van de opdracht “Aanstellen van een ontwerper voor de herinrichting van de Meenseweg (tussen Kruiskalsijdestraat en Steverlyncklaan) : wegenis- en rioleringswerken” werd een bestek met nr. 2026/OD_03/STAD opgesteld.

        De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 225.000,00 EUR excl. btw of 272.250,00 EUR incl. 21% btw.

        Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de openbare procedure.

        Deze raming overschrijdt de limieten van de Europese bekendmaking.

        Financiële gevolgen

         

        Jaar

        Budgetartikel

        Budget

        Reeds vastgelegd

        Oud beschikbaar

        Voorgesteld

        Nieuw beschikbaar

        Datum consultatie

        2026

        2028

        AC133/0200-0/224007

        AC133/0200-0/224007

        103.125,00

        464.063,00

        0

        33.000,00

        103.125,00

        431.063,00

        136.125,00

        0,00 

        -33.000,00

        431.063,00

        6 mei 2026

        2026

        2028

        AC133/0310-0/227007

        AC133/0200-0/227007

        103.125,00

        464.063,00

        0

        9.375,00

        103.125,00

        454.688,00

        112.500,00

        0,00 

        -9.375,00

        454.688,00

        6 mei 2026

         

        Rekening houdend (PM) met 50% aandeel riool op het totale project en dus 50% recht op aftrek van btw, is de totale ontwerpkost 248.625 euro. De tekorten op 2026/AC133 zullen worden gefinancierd met middelen hiertoe vastgelegd op 2028/ACS133.

        De aandelen op AC133/0310-0 worden gedragen met het saneringsfonds.      

         

         

         

        In bijlage:

        • Bijhorende documenten overheidsopdracht: bestek met nr. 2026/OD_03/STAD.
        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 21 ja stemmen en 11 onthoudingen (de raadsleden Goudeseune, Bolle, V. Despeghel, N. Vandamme, W. Vandamme, Bossaert, J. Despeghel, Bibuljica, Deygers, Demeyere en Louwyck):

        Artikel 1: Het bestek met nr. 2026/OD_03/STAD en de raming voor de opdracht “Aanstellen van een ontwerper voor de herinrichting van de Meenseweg (tussen Kruiskalsijdestraat en Steverlyncklaan) : wegenis- en rioleringswerken” worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt 225.000,00 EUR excl. btw of 272.250,00 EUR incl. 21% btw.

        Artikel 2: Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de openbare procedure.

        Artikel 3: De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal en Europees niveau.

        Artikel 4: De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het investeringsbudget van 2026, op budgetcode 0200-0/224007/BESTUUR/CBS/0/IP-GEEN (actie AC133) en 0310-0/227007/BESTUUR/CBS/0/IP-GEEN (actie AC133) en in het budget van de volgende jaren.

        Artikel 5: Het College van Burgemeester en Schepenen te gelasten met de uitvoering van deze beslissing.

    • Ruimtelijke planning

      • Verzoek tot initiatief vrijgave woonreservegebied - Hollebeke-Dorp - Bierboomstraat - WRG_33011_239_00001_00001 - definitieve vaststelling

        Voorgeschiedenis

        Aanvraag tot vrijgave woonuitbreidingsgebied

        De aanvraag tot vrijgave van het woonuitbreidingsgebied werd ontvangen op 3 december 2024.

        Adviesvraag

        Op 13 december 2025 werd via DSI advies gevraagd aan volgende adviesinstanties:

        • Provinciale Technische Dienst Waterlopen
        • Provinciale Dienst Ruimtelijke Planning
        • Wonen Vlaanderen
        • Departement omgeving
        • Vlaams energieagentschap
        • Gecoro.

        Vooroverleg

        Het vooroverleg vond plaats op 21 januari 2025.

        Beslissing college over het initiatief tot vrijgave. 

        De adviezen en het verslag werden overgemaakt aan het college van burgemeester en schepenen. De aanvraag werd afgetoetst aan de voorwaarden van artikel 5.6.11 van de VCRO. Op basis daarvan heeft het college van burgemeester en schepenen in zitting van 27 januari 2025 beslist het initiatief tot vrijgave voor te leggen aan de gemeenteraad.

        Plan-MER-screening

        De plan-MER-screening werd opgesteld en aangeleverd op 17 september 2025.

        De plan-mer-screening is niet geïntegreerd in de procedure van het vrijgavebesluit (in tegenstelling tot een procedure voor het ruimtelijk uitvoeringsplan). Dit impliceert dat er voorafgaand aan de voorlopig vaststelling door de gemeenteraad een planMERscreening dient opgesteld en verstuurd voor adviesvraag waarna de ontheffing van de planMERplicht wordt opgevraagd bij Team MER. Pas daarna kan de aanvraag voorgelegd worden aan de gemeenteraad voor voorlopig vaststelling, de organisatie van het openbaar onderzoek en de voorlegging aan de gemeenteraad voor de definitieve vaststelling. 

        Adviesvraag over de planMERscreening

        Het college heeft op 29 september 2025 de adviesvraag over de plan-MER-screening goedgekeurd. De adviesvraag werd verstuurd aan:

        • Provinciebestuur West-Vlaanderen, Dienst Ruimtelijke Planning
        • Departement Omgeving – Omgevingsplanning - West-Vlaanderen
        • Departement Mobiliteit en openbare werken
        De adviezen waren gunstig. 

        Beslissing tot ontheffing plan-MER-plicht

        Na ontvangst van de adviezen over de plan-MER-screening werd op 3 november 2025 de vraag tot ontheffing van de plan-MER-plicht verstuurd aan MER Vlaanderen. 

        Op 19 december 2025 werd op basis van de planMERscreening en de adviezen door Mer Vlaanderen bevestigd dat er geen planMER dient opgesteld. 

        Voorlopige vaststelling

        Conform artikel 5.6.12. §3 VCRO kan de gemeenteraad het besluit tot vrijgave voorlopig vast stellen, met inbegrip van de beoogde voorwaarden en eventuele lasten als vermeld in artikel 5.6.11, §3 en §4, en de norm, vermeld in artikel 5.97 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021

        De voorlopige vaststelling werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 2 februari 2026.

        Openbaar onderzoek en adviesvraag

        Conform artikel 5.6.12. §3. wordt een openbaar onderzoek georganiseerd gedurende 60 dagen waarbij iedere belanghebbende gedurende die termijn schriftelijk of digitaal opmerkingen of bezwaren kan indienen. De nadere regels voor het openbaar onderzoek, bepaald krachtens artikel 7.4.4/1, §3, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

        Conform artikel 5.6.12. §4 wint het college het voorafgaande advies in van het departement en van de instanties die zijn aangewezen krachtens artikel 7.4.4/1, §4, eerste lid.

        Conform artikel 5.6.12. §5 is het college na het verstrijken van de onderzoeks- en adviesperiode belast met het bundelen en coördineren van alle adviezen, opmerkingen en bezwaren ten behoeve van de gemeenteraad. Het college van burgemeester en schepenen kan de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening met die taak belasten.

        Het college heeft op 9 februari 2026 het openbaar onderzoek geopend. Het openbaar onderzoek liep van 5 maart 2026 tot en met 4 mei 2026.

        Het college heeft in zitting van 11 mei 2026 alle adviezen en opmerkingen gebundeld en gecoördineerd waarbij het besluit tot vrijgave wordt voorgelegd aan de gemeenteraad voor definitieve vaststelling. 

        Definitieve vaststelling

        Conform artikel 5.6.12. §6 beslist de gemeenteraad over de vrijgave binnen de 90 dagen na het einde van het openbaar onderzoek of het einde van de adviesperiode. 

        Schorisings- of vernietigingsperiode

        Conform artikel 5.6.12. §7. wordt het gemeenteraadsbesluit tot vrijgave van een woonreservegebied onmiddellijk met een beveiligde zending aan het departement bezorgd

        Publicatie Belgisch Staatsblad

        Als een gemeenteraadsbesluit tot vrijgave van een woonreservegebied niet tijdig is geschorst of vernietigd, wordt het bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en wordt het opgenomen in het plannenregister, vermeld in artikel 5.1.1. Het vrijgavebesluit treedt 14 dagen na de publicatie in werking. 
        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        Vlaamse codex Ruimtelijke Ordening, in het bijzonder afdeling 4 'Woonreservegebieden'

        Decreet Woonreservegebieden

        Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels voor aanvragen, adviezen en beslissingen over de vrijgave van woonreservegebieden.

        Decreet algemene bepalingen milieubeleid DABM

        Feiten, context en argumentatie

        Verzoek tot vrijgave van het woonuitbreidingsgebied Hollebeke

        Op 3 december 2024 werd door Demo-architecten (in opdracht van Hectaar) een verzoek ingediend tot initiatief voor vrijgave van het woonuitbreidingsgebied gelegen te Hollebeke-Dorp 20-22. De aanvraag betreft een vraag tot vrijgave van een deel woonuitbreidingsgebied, gelegen ter hoogte van de percelen van Hollebeke-dorp 20-22 op de hoek met de Bierboomstraat.

        De plaats van de aanvraag is gelegen in de dorpskern van de deelgemeente Hollebeke. Op de percelen die onderwerp uitmaken van voorliggende vraag staan 2 gekoppelde woningen ingeplant. Op het linker aanpalende perceel is de pastorij gelegen met aanpalend de kerk van Hollebeke. Langs de rechterzijde is de Bierboomstraat gelegen. De directe achterliggende omgeving wordt gekenmerkt door een verkaveling bestaande uit open en halfopen woningen.

        De 2 percelen hebben een gezamenlijke oppervlakte van 1.880 m². De voorste helft van deze percelen aan de zijde van Hollebeke-Dorp is gelegen in woongebied met landelijk karakter volgens het gewestplan en de achterste helft ligt in woonuitbreidingsgebied. Voorliggende voorstel tot vrijgavebesluit heeft enkel betrekking op het deel gelegen in woonuitbreidingsgebied van ca 940 m². Het overige deel van het woonuitbreidingsgebied is bijna volledig ontwikkeld.

        Ten westen van de twee percelen binnen de aanvraag bevindt zich het laatste onontwikkelde perceel van het WUG dat niet meegenomen wordt in het vrijgavebesluit. Dit perceel maakt een deel uit van de omgeving van de kerk, de begraafplaats en jeugdbeweging.

        Men wenst de 2 bestaande woningen en aanhorigheden te slopen en 7 nieuwe woningen te bouwen. Dit zijn 6 halfopen woningen en 1 woning van het gesloten bebouwingstype. De oppervlakte van de loten ligt tussen 240 m² en 285 m². Loten 1 tot en met 3 worden gericht naar Hollebeke-Dorp en de overige percelen worden ontsloten via de Bierboomstraat. Er dient geen nieuwe wegenis voorzien te worden. Elke woning wordt voorzien van een oprit en stalplaats voor de wagen.

        De gemeenteraad kan een woonreservegebied, na het doorlopen van de decretaal voorziene procedure, slechts volledig of gedeeltelijk vrijgeven als dat in overeenstemming is met het geldende gemeentelijk structuurplan. Het gemeenteraadsbesluit bepaalt de voorwaarden voor een ruimtelijke kwalitatieve ontwikkeling van het vrijgegeven gebied. Deze voorwaarden hebben minstens betrekking op de woningtypologie en -dichtheid, op de vermenging van functies, op de groenvoorzieningen en de waterhuishouding. De voorwaarden garanderen een hoog ruimtelijk rendement en een zuinig ruimtegebruik door een minimale groepering van de woningen en door gedeelde voorzieningen.

         

        Vooroverleg 

        De aanvraag werd opgeladen op DSI en ter advies overgemaakt aan het Departement Omgeving, de provincie West-Vlaanderen, de dienst Integraal Waterbeleid, de Gecoro, het Agentschap Wonen in Vlaanderen en het Vlaams Energieagentschap.

        Op 21 januari 2025 werd het vooroverleg georganiseerd. De aanvrager en adviesinstanties werden hierop uitgenodigd. De aanvraag en de ontvangen adviezen werden besproken. Het verslag van het vooroverleg werd overgemaakt aan de aanvrager alsook opgeladen op DSI. De verslag werd in bijlage opgeladen.

        Het college heeft op 27 januari 2025 kennis genomen van het verslag van het vooroverleg. Het college heeft daarbij beslist de vraag tot vrijgave voor te leggen aan de gemeenteraad.

         

        PlanMERscreening

        Voor de aanvraag tot vrijgavebesluit woonuitbreidingsgebied werd een planMERscreening opgesteld die onderworpen wordt aan een adviesvraag conform art. 4.2.5 Decreet algemene bepalingen milieubeleid (DABM).

        Tot organisatie van de adviesvraag wordt een lijst van adviesinstanties voor plan-m.e.r.-screenings volgens het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de milieueffectrapportage over plannen en programma’s van 12 oktober 2007, gehanteerd. Deze lijst is van toepassing voor adviesvragen over plan-m.e.r.-screenings voor vrijgaven van woonreservegebieden. Volgende instanties werden om advies gevraagd: Provinciebestuur West-Vlaanderen, Dienst Ruimtelijke Planning, Departement Omgeving – Omgevingsplanning - West-Vlaanderen en Departement Mobiliteit en openbare werken. Door deze drie instanties werd een gunstig advies verleend. 

        In de planMERscreening werden de potentiële milieueffecten van het plan onderzocht met als conclusie dat er geen aanzienlijke effecten met betrekking tot de discipline bodem, water, biodiversiteit, mens, gezondheid, geluid en lucht, veiligheid, klimaat te verwachten.

        Met betrekking tot de discipline landschap wordt gesteld dat binnen de toekomstige bouwaanvraag op het projectgebied oog moet zijn voor architectuur ontworpen op maat van de dorpse identiteit. Architecturale nederigheid ten aanzien van de naastliggende pastorie is wenselijk, alsook een dorpse architectuur die zich inpast in het dorpsweefsel. Dergelijke wooninbreiding kan zeer positief zijn voor het landschapsuitzicht. Mits hiermee rekening wordt gehouden zijn er geen aanzienlijke effecten op landschapsuitzicht. 

        Met betrekking tot de discipline mobiliteit wordt aangehaald dat het gebruik van de fiets wordt aangemoedigd. In die zin dient voldoende ruime, goed toegankelijke fietsenstalling voor elke woning voorzien te worden. Door de aanwezigheid van openbaar vervoer, voldoende fietsvoorzieningen, voldoende parkeervoorzieningen met mogelijkheid elektrisch te laden wordt aangegeven dat er geen aanzienlijke effecten te verwachten zijn. 

        Voor de discipline mens - ruimtelijk is enerzijds het behoud van doorzichten naar de achterliggende kerkomgeving en de pastoriewoning, anderzijds het heropwaarderen en visueel verruimen (i.e. groene voortuinen) van het dorpsplein van Hollebeke een landschappelijke meerwaarde voor de passanten.

        Deze maatregelen worden overgenomen in de ontwikkelingsvoorwaarden voor een kwalitatieve ontwikkeling.

        Op 19 december 2025 werd op basis van de planMERscreening en de adviezen door Mer Vlaanderen bevestigd dat er geen planMER dient opgesteld. 


        Voorlopige vaststelling 

        Op 2 februari 2026 werd het vrijgavebesluit voorlopig vastgesteld. Daarbij werden een aantal randvoorwaarden geformuleerd. Het betrokken woonuitbreidingsgebied op het gewestplan omvat een samenhangend en ruimtelijk afzonderbaar deelgebied dat in aanmerking komt voor gedeeltelijke vrijgave (ca. 940 m²) conform VCRO. 

        De vrijgave beoogt een kwalitatieve en duurzame woonontwikkeling, in overeenstemming met BRV-doelstellingen, waterveiligheid, klimaatrobuustheid, mobiliteit, ruimtelijke kwaliteit en het lokale woonbeleid.
         
        De ontwikkelingsvoorwaarden voor een kwalitatieve ontwikkeling met betrekking tot de woningtypologie en -dichtheid, de vermenging van functies, de groenvoorzieningen en de waterhuishouding dienen nageleefd te worden.

        Daarbij werd bepaald dat de bouwheer dient in te staan voor de opgelegde lasten.

         

        Openbaar onderzoek

        In toepassing van artikel 5.6.12 §3 2° lid VCRO, werd over de aanvraag een openbaar onderzoek georganiseerd van 5 maart 2026 tot en met 4 mei 2026 om 12h00. Voorafgaand aan de periode van het openbaar onderzoek werd één reactie ontvangen op 25 februari 2026.

        Bezwaar: Er kan niet akkoord gegaan worden met deze ontwikkeling. Respect voor het platteland, natuur, (hoe klein ook). Je maakt van iets groots, iets dévaliderend

        Het bezwaar werd ontvangen buiten de periode van het openbaar onderzoek en is bijgevolg niet ontvankelijk. Daarenboven kan het bezwaar inhoudelijk niet gevolgd worden gezien het bezwaar niet ingaat op de specifieke context van de aanvraag. Inhoudelijk is het bezwaar beperkt omschreven waarbij vast gesteld wordt dat er van uitgegaan wordt dat een deel openruimtegebied wordt ingenomen wat niet het geval is met deze inbreiding binnen de dorpskern.

         

        Adviesvraag

        Conform artikel 5.6.12 §4 VCRO werd de adviesvraag verstuurd op 9 februari 2026. Hierbij werd het voorafgaande advies ingewonnen van de deputatie, het departement en de instanties die aangewezen zijn door de Vlaamse Regering, namelijk: Gecoro, Vlaams Energie-agentschap, Wonen Vlaanderen, Provincie West-Vlaanderen (water).

        Volgende adviezen werden ontvangen:

        • Gecoro 11 maart 2026: voorwaardelijk gunstig advies.

        Conclusie

        De GECORO brengt een voorwaardelijk gunstig advies uit over het besluit van de Gemeenteraad houdende de voorlopige vaststelling van de vrijgaveaanvraag voor woonuitbreiding in Hollebeke, onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat de ontwikkeling wordt gerealiseerd als een integraal en ruimtelijk samenhangend geheel, conform de door de Gemeenteraad opgelegde ontwikkelingsvoorwaarden.

        De GECORO benadrukt dat de beoordeling en uitvoering van het project dient te gebeuren op het niveau van het geheel, met bijzondere aandacht voor de dorpse schaal en typologie van Hollebeke, de relatie met het dorpsplein en de beeldbepalende naastliggende pastorie, alsook de zorgvuldige overgang tussen openbaar en privaat domein.

        De woningen, inclusief de volledige aanleg van voortuinen, perceelsafsluitingen, opritten, verhardingen, parkeeroplossingen en bijgebouwen, dienen in één gecoördineerde fase door de projectontwikkelaar te worden gerealiseerd, teneinde ongewenste versnippering, terreinophogingen en diversiteit in materiaalgebruik te vermijden en te waarborgen dat de ontwikkeling bijdraagt aan een kwalitatieve, duurzame en herkenbare dorpsontwikkeling.

        • Deputatie 26 maart 2026: voorwaardelijk gunstig advies.

        De deputatie keurt bovenstaand voorwaardelijk gunstig advies over de aanvraag tot vrijgave van het woonreservegebied Hollebeke-dorp Bierboomstraat goed.

        Voorwaarden:

          • Conform de bepalingen uit het ontwerp BRWV wordt inbreiding en verdichting niet ad hoc benaderd, maar moet dit deel uitmaken van een gemeentelijke ruimtelijke visie op het dorp of de wijk. Vooral de relatie met het centrumplein dient verder onderzocht te worden;
          • De voorwaarden conform VCRO Art. 5.6.11 §3 dienen gezien te worden als gelijkaardig aan stedenbouwkundige voorschriften en worden best toetsbaar/duidelijk opgenomen in het definitieve vrijgavebesluit.

        Voorts is het wenselijk rekening te houden met de geformuleerde opmerkingen en aandachtspunten.

        • Departement Omgeving 27 april 2026: voorwaardelijk gunstig advies

        Het departement Omgeving verleent een voorwaardelijk gunstig advies. Als voorwaarde wordt opgelegd dat de bepalingen met betrekking tot een vermenging van functies complementair aan het wonen verplicht moet worden opgelegd, conform de vigerende regelgeving.

        • Wonen Vlaanderen 30 april 2026: gunstig advies.

        Het advies van Wonen in Vlaanderen op dit vrijgavebesluit is gunstig. Er hoeft geen sociaal woonaanbod voorzien te worden in dit project aangezien het dorp al over 5% sociale huur beschikt en het BSO zal gerealiseerd worden op locaties met een betere liggen en meer voorzieningen. Gezien de beperkte voorzieningen en bereikbaarheid leent de locatie zich wel voor een privaat woonproject, dat in deze op maat van de dorpskern is. De gemeenteraad legt lasten en verordenende maatregelen op om het woonproject kleinschalig en kwalitatief te houden.

        Door het Vlaams Energie Agentschap en de Provinciale dienst Integraal Waterbeleid werd geen advies verleend.

        De ontwikkelingsvoorwaarden werden aangevuld op basis van de adviezen.

         

        Definitieve vaststelling 

        De gemeenteraad kan op initiatief van het college van burgemeester en schepenen beslissen dat een woonreservegebied volledig of gedeeltelijk vrijgegeven wordt voor wonen, alsook voor activiteiten en voorzieningen die aan het wonen verwant en ermee verweefbaar zijn, op maat van en inpasbaar in het woonreservegebied en de omgeving. Een gedeeltelijke vrijgave heeft betrekking op een samenhangend en ruimtelijk afzonderbaar onderdeel van het woonreservegebied.

        Met voorliggende vraag tot vrijgave wordt een deel van het resterende woonuitbreidingsgebied in de dorpskern Hollebeke voor een oppervlakte van 940 m², aansluitend op de Bierboomstraat, voorgesteld te ontwikkelen. Deze ontwikkeling maakt deel uit van het voorstel tot oprichting van 7 woningen in het woongebied met landelijk karakter en dit deel van het woonuitbreidingsgebied. Het overige deel van het woonuitbreidingsgebied vormt de groene omgeving van de kerk, de begraafplaats en de speelzone waar de jeugd gevestigd is.

        In die zin kan worden verdedigd dat het voorgestelde deel van het woonuitbreidingsgebied als een samenhangend en ruimtelijk afzonderbaar gedeelte kan worden beschouwd. De vrijgave legt bovendien geen hypotheek op de latere invulling of herbestemming van de overige delen van het woonreservegebied

         

        Het al dan niet vrijgeven van een woonreservegebied of een deel ervan wordt beoordeeld aan de hand van:


        De bepalingen van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan:

        De gewenste ruimtelijke structuur voor de dorpskern Hollebeke wordt als volgt bepaald:

        Richtinggevend deel p 102 en 103:

        5.2.2.9 Hollebeke. 

        In het te voeren beleid binnen de kernenhiërarchie wordt Hollebeke gezien als een overige kern in het buitengebied. Dit impliceert dat de aanwezige beperkte reserve woongebieden er gefaseerd aangesneden kunnen worden en een beperkte uitbreiding van het woonweefsel in functie van een autonome ontwikkeling.

        Er zijn nog behoorlijk wat verdichtingsmogelijkheden op de ruim bemeten percelen binnen het landelijk woongebied. Gelet op de hoge vraag naar wooneenheden binnen Hollebeke, wordt een pleidooi gevoerd voor inbreidingsprojecten in het bestaande woongebied.

        De prioritaire aandacht dient ook te gaan naar de versterking van de leefbaarheid. Hollebeke wordt in het “Leefbaarheidsonderzoek in de Plattelandskernen van de Westhoek” immers als een stagnerende kleine kern beschouwd. Daarbij kunnen de volgende zaken als strategische aandachtspunten beschouwd worden om de aantrekkelijkheid van de woonomgeving te bestendigen en te verhogen.

          • De kwaliteit van het openbaar domein, meer bepaald van de weginfrastructuur, moet in de dorpskom verhoogd worden. De grote “steenvlaktes” bepalen sterk het gezicht van het dorp en belemmeren de aantrekkelijkheid ervan. Dit betekent dat enerzijds de herinrichting van de Komenseweg in de dorpskom verder moet worden doorgetrokken in Hollebeke dorp, met speciale aandacht voor het kruispunt en met de Neerwaastensestraat, Wielewaalstraat en Eekhofstraat.
          • De bereikbaarheid van Ieper ten aanzien van de zwakke weggebruiker moet verhoogd worden; dit betekent dat fietspaden richting Ieper zoveel als mogelijk veilig moeten aangelegd worden en best gescheiden van de rijweg.
          • Hollebeke heeft een te kleine schaal om te spreken van een eigen groen netwerk, maar heeft des te meer potentie om ingeschakeld te worden op de macrostructuur via de Palingbeek en het pad langs het verwezen kanaal. De verbinding met de stad voor zachte weggebruikers is m.a.w. al vrij goed. Paden die de doorwaadbaarheid vanuit Hollebeke richting voormelde (blauw)groene structuren verbeteren, strekken uiteraard tot de aanbeveling.

        Bindende bepalingen p 11 en 12:

        3.2. Selectie hoofddorpen en woonkernen 

          • overige kern in het buitengebied: Hollebeke;
        3.3. Onderzoek naar verdichtingsmogelijkheden.

        De buitengebiedkernen in Ieper betreffen allen compacte kernen, omgeven door een nog vrij gave open ruimte. De potenties voor verdichting zijn er kleiner dan in het stedelijk gebied en zullen waarschijnlijk vooral verticaal worden opgevangen onder de vorm van appartementsgebouwen, voor zover deze zich integreren in het gabariet van het dorp. Dit kan echter ook druk zetten op de leefbaarheid van een dorp. Het is aangewezen in een onderzoek naar verdichtingsmogelijkheden binnen de kernen in het buitengebied een prioriteitenbepaling uit te werken van kernen waar primordiaal op verdichting kan worden ingezet. Criteria die hier in acht kunnen worden genomen, naast de reeds hierboven vermelde voor het stedelijk gebied, zijn:
        • Het voorzieningenniveau: de kernen met een hoog voorzieningenniveau zijn meer aangewezen voor verdichting;
        • Werkgelegenheid aanwezig: de kernen met een lokaal bedrijventerrein bieden nabijheid van werkgelegenheid bij de woning;
        • Bereikbaarheid met openbaar vervoer: kernen die bediend worden door  een voldoende frequente buslijn krijgen de voorkeur;
        • Afstand t.o.v. het stedelijk gebied Ieper: gegeven het voorzieningenniveau van de stad, is het van belang verdichting vooral toe te passen in de kernen het dichtst bij de stad; • Identiteit van de kern: past verticale verdichting in de morfologische geest van het dorp?
        • …

        3.4. Vertaling van de netto-woonprogrammatie.

        Voor de diverse kernen zullen RUP’s worden opgesteld, teneinde de beoogde nettowoonprogrammatie opgesteld door de provincie West-Vlaanderen juridisch te verankeren. Op het niveau van deze RUP’s zullen keuzes worden gemaakt inzake verdichting van het bebouwde gebied of welke zoekzones zullen worden aangesneden. Hiertoe is het een uitdrukkelijk streven om bij elk RUP ontwerpend onderzoek te voeren, teneinde alle aspecten van haalbaarheid te onderzoeken alvorens een keuze te maken voor een bepaalde zoekzone.

        3.5 Uitwerken van een geïntegreerd dorpenbeleid.

        Gelet op de veel kleinere taakstellingen voor de kernen in het buitengebied komt de nadruk veel meer te liggen op opwaardering van het bestaande patrimonium, herinrichting van het openbaar domein, kernversterking, etc. In die optiek wordt gepleit voor de uitwerking van een geïntegreerd dorpenbeleid, dat verder gaat dan louter ruimtelijke aspecten. Naast leefbaarheid dient dit beleid ook als doelstelling na te streven om elk dorp volgens zijn eigen karakter en eigenheid te laten ontwikkelen. Elementen die hierin aan bod kunnen komen zijn:
        • Mogelijkheden tot inbreiding (zie ook verdichtingsonderzoek) via de principes van het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (intensiveren, verweven, hergebruik en tijdelijk gebruik);
        • Opwaarderen van de woningkwaliteit;
        • Omgaan met water(hergebruik/infiltratie/buffering/zuivering);
        • Schone dorpslandschappen: kwalitatieve architectuur met aandacht voor de wederopbouwarchitectuur, publieke ruimte en inbedding in het landschap, zorg voor de kenmerkende plekken met een verhaal);
        • Een traag netwerk (bereikbaarheid van kleinstedelijk gebied en hoofddorpen, verbinding tussen dorpen, interne ontsluiting en ontsluiting van omliggend platteland);
        • Verkeersleefbaarheid;
        • Multimodale mobiliteit richting stadscentrum en hoofddorpen;
        • Etc.

        Met voorliggende ontwikkeling wordt een kleinschalige inbreiding binnen de dorpskern voorgesteld. 

        In relatie tot het GRS kan worden vastgesteld dat het ontwerp in grote lijnen aansluit bij de richtinggevende principes. Hollebeke is aangeduid als een overige kern in het buitengebied, waar beperkte uitbreiding en gefaseerde aansnijding van woonuitbreidingsgebieden mogelijk is. Het project situeert zich in de dorpskern en vormt een beperkte uitbreiding op het bestaande woonaanbod, wat conform is met het beleid voor autonome ontwikkeling. De keuze om het woonuitbreidingsgebied aan te snijden is dus verdedigbaar.

         

        Geïntegreerd dorpenbeleid - relatie met het dorpsplein:

        De locatie van de aanvraag situeert zich tussen het dorpsplein met aaneengesloten rijbebouwing en de Bierboomstraat een residentiële woonwijk van open en halfopen woningen. Het dorpsplein is hoofdzakelijk verhard ifv parkeermogelijkheden met slechts een beperkte aanwezigheid van groen. Met uitzondering van de voormalige pastorij met een ruime voortuin, begrenst de bebouwing met inplanting op de rooilijn het plein. Ook de twee bestaande woningen die gesloopt worden, bevinden zich op de rooilijn. Het straatbeeld wordt hier gedomineerd door volumes van 2 bouwlagen met een hellend dakvolume. Vanuit deze typologie zou de bebouwing aan de zijde van Hollebeke-Dorp het plein kunnen omranden door inplanting op de rooilijn. Anderzijds kan bij een diepere inplanting met voortuin het tekort aan groen gecompenseerd worden door te refereren naar de voortuin bij de pastorij. Dit impliceert dat een groene voortuinaanleg in het verlengde van de pleinaanleg bijdraagt aan de vergroening van deze omgeving, cruciaal in de weerbaarheid tegen toekomstige klimaatomstandigheden. Voldoende opgaand groen bij voortuinaanleg draagt hieraan bij. 

        Dit dient vertaald in voorwaarden inzake groenvoorzieningen die essentieel zijn voor het behoud van een groen, open en samenhangend straatbeeld binnen de dorpskern. Voortuinen, perceelsafsluitingen en achtertuinen maken integraal deel uit van de dorpsbeleving en dienen bij te dragen aan een rustige overgang tussen openbaar en privaat domein, in het bijzonder in de relatie met het dorpsplein. De maximale vergroening en beperking van verharding zijn noodzakelijk om zowel de ruimtelijke kwaliteit als de ecologische waarde van de dorpsomgeving te versterken. 

        Een doordachte waterhuishouding is onlosmakelijk verbonden met een kwalitatieve en toekomstgerichte dorpsontwikkeling. De opgelegde maatregelen dragen bij aan waterveiligheid, infiltratie en een duurzaam gebruik van de open ruimte binnen en aansluitend op de dorpskern. Het waterbeheer en klimaatadaptieve ingrepen, zoals infiltratie of buffering dienen op schaal van de ontwikkeling te voldoen aan de bepalingen van de gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater  

        De kleine schaal van deze wooninvulling is op maat van en draagt bij een levendigheid van deze dorpskern. In relatie tot het dorpsplein is het belangrijk dat de typologie en architectuur afgestemd wordt op de omgevingscontext. De doorzichten op het landschap, de straten en het dorpsweefsel, de mix van gebouwen maken samen de kwaliteit van een dorp. Maar het zijn bouw- en verbouwprojecten die het meest direct ingrijpen op het uitzicht van het dorp. 

        Het ontwerp legt geen nadruk op verticale verdichting. In plaats daarvan kiest men voor grondgebonden woningen. Dit is positief voor het behoud van de dorpsidentiteit. Daarenboven is het belangrijk dat de architectuur voldoende aansluiting vindt bij de aanwezige bebouwing rond het plein en een zekere nederigheid uitstraalt die de eigenheid van het dorp respecteert. De naastliggende pastorij dient immers zijn prominente positie aan te houden. 

        De schaal van dit project is beperkt waardoor de focus ligt op een invulling ter versterking van het woonweefsel op deze locatie. Samenvattend kan worden gesteld dat een verdere invulling in functie van wonen met complementaire functies voldoet aan de basisprincipes van beperkte uitbreiding en kernversterking.

         

        De bepalingen van het provinciaal beleidsplan ruimte en het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, of een ontwerp daarvan;

        De provincieraad van West-Vlaanderen heeft in zitting van 23 april 2026 het het Beleidsplan Ruimte West-Vlaanderen definitief vastgesteld. Met het beleidskader ‘Levendige en verbonden dorps- en stadskernen’ wordt een kwalitatieve versterking van alle dorps- en stadskernen beoogd én een versterking van het netwerk van dorps- en stadskernen.

        Versterking van het netwerk/kenmerken van de kern:
        De beleidslijn ‘Versterken van het netwerk van dorps- en stadskernen’ uit het BK ‘Levendige en verbonden dorps- en stadskernen’ wil werken aan een goed functionerend netwerk van dorps- en stadskernen in West-Vlaanderen. Drie parameters: positie in het netwerk, graad van stedelijkheid en eigenheid van de deelruimte, vormen de basis om een ruimtelijke afweging te maken over hoe om te gaan met ruimtevragen binnen een functioneel geheel en in een specifieke kern.
        De kern Hollebeke ligt binnen het functioneel geheel van Ieper-Poperinge en neemt binnen dit functioneel geheel een positie 1 in: de kern is direct afhankelijk van andere kernen, voornamelijk Ieper, voor de dagelijkse activiteiten van werken, studeren en winkelen. De weinige aanwezige voorzieningen in de kern zijn voor de eigen inwoners en trekken weinig inwoners van nabije kernen aan. Daarnaast is de stedelijkheidsgraad van Hollebeke zeer beperkt (1): er is een lage kritische massa, plaatswaarde en knoopwaarde. Een beperkte inbreiding van 7 wooneenheden, gelegen in het centrum van de kern, is te verantwoorden op basis van deze parameters.

        Kwalitatieve versterking:
        In het BK ‘Levendige en verbonden dorps- en stadskernen’ wordt uitgegaan van de optimalisatie van het rendement van de bebouwde en verharde ruimte in de kernen. Om tegemoet te komen aan een eventuele behoefte aan bijkomende woongelegenheden wordt bijgevolg maximaal ingezet op inbreidings- en verdichtingsmogelijkheden binnen de kernen. De beleidslijn ‘Maximale versterking van de kwaliteit van alle West-Vlaamse dorps- en stadskernen’ geeft aan dat inbreiding en verdichting: 

        • in relatie tot de kenmerken van de kern moet staan;
        • gericht moet zijn op een aangepast aanbod voor de doelgroepen waarvoor een woonbehoeften zijn;
        • moet kaderen binnen een ruimere visie voor de wijk;
        • een kwalitatieve versterking moeten realiseren met (onder andere) aandacht voor een klimaatbestendige inrichting, voor de kwaliteit van de woonomgeving, voor de relatie met de omgeving: straat, wijk, dorp… .

        De visie op versterking van het dorp vanuit een geïntegreerd dorpenbeleid werd opgesteld bij opmaak van de RUP's voor de hoofddorpen. Daarbij wordt ingezet op 4 ambities : het versterken van het blauwgroen en traag netwerk als drager voor de landschapsdorpen in de open ruimte rond Ieper, het streven naar complementaire en verbonden dorpen, koesteren van het dorpshart en de beperkte dynamiek concentreren en groeien in kwaliteit. Vanuit deze ruimtelijke visie kan de inbreiding op deze centrale locatie in het dorpshart worden bevestigd. De mix van functie is daarbij belangrijk om de dynamiek van het dorp te concentreren en om het dorp hierin verder te laten groeien. De relatie van deze ontwikkeling op de rand van het dorpsplein dient aangegrepen om de kwaliteiten van de publieke ruimte te versterken. Hiervoor worden ontwikkelingsvoorwaarden geformuleerd rond maximale vergroening zoals hoger beschreven onder 'Geïntegreerd dorpenbeleid - relatie met het dorpsplein'. 

         

        De principes en doelstellingen vermeld in artikel 1.1.4. VCRO;

        Artikel 1.1.4. van de VCRO bepaalt dat de de ruimtelijke ordening gericht is op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.

        Binnen de dorpskernen dient ingezet te worden op dorpskernversterking. Vlaamse dorpen evolueren van autonome dorpen naar woondorpen en staan daardoor voor nieuwe uitdagingen. Niet het aantal inwoners bepaalt hun leefbaarheid, maar de aanwezigheid van voorzieningen en kwaliteiten die het dorp aantrekkelijk maken voor bewoners, bezoekers en recreanten.

        De leefbaarheid van een dorp steunt op vier hoekstenen:

        1. Publieke voorzieningen die zichtbaar, toegankelijk en laagdrempelig zijn.

        2. Een aantrekkelijk en natuurlijk landschap rond het dorp.

        3. Een kwalitatief ingerichte dorpskern met veilige, goed georganiseerde ontsluiting.

        4. Goede en aangepaste woonkwaliteit.

        De hoofdamibtie voor de dorpen is om er een kwalitatieve woonomgeving te verzekeren voor de toekomst.

        De kwaliteit van Hollebeke zit vandaag al in bepaalde zeer typische elementen die haar identiteit bepalen (erfgoedpanden, dorpshart rond de kerk, uitgestrekte zichten op het omliggend landschap, …). Deze identiteit moet worden erkend, zodat toekomstige ingrepen kunnen worden ingezet om deze te versterken. De huidige karakteristieken zijn een eerste stap om de kwaliteit van Hollebeke verder te ontwikkelen. Daarbij moeten ook nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd. Deze nieuwe kwaliteiten houden rekening met de huidige trends (zoals vergrijzing, verhuisbeweging van jonge mensen naar grotere steden, stevige druk op het huidige voorzieningenapparaat, klimaatveranderingen met hevige regenbuien tot gevolg, veranderende mobiliteit, etc). Het is belangrijk om de juiste types wooneenheden te ontwikkelen, aangepast aan de bevolkingsevolutie.

        Hollebeke wordt gekenmerkt door een karaktervolle en aantrekkelijke kern. De metafoor van het dorpshart illustreert deze ambitie die de kern wil laten (herop)leven. Het dorpshart van Hollebeke vormt geen passief erfgoeddecor, maar is een dynamische kern die een aantrekkingskracht uitoefent op bewoners en bezoekers. Het dorpshart is al impliciet aanwezig. We koesteren dit dorpshart en bouwen het verder uit, bijvoorbeeld door de openbare ruimte meer te ontwikkelen als ontmoetingsruimte, maar ook door de typerende dorpse architectuur aan te houden bij nieuwe ontwikkelingen.

        Het ontwerp situeert zich in de dorpskern van Hollebeke en betreft een beperkte aansnijding van woonuitbreidingsgebied centraal binnen het bestaand woongebied. Dit is positief in termen van ruimtelijke draagkracht omdat het geen geïsoleerde uitbreiding in open ruimte betreft. De schaal van het project is afgestemd op de draagkracht van de kern. Bovendien is de impact op mobiliteit door de woonfunctie beperkt aangezien de ontsluiting gebeurt via bestaande straten en er geen nieuwe wegenis wordt aangelegd. Dit draagt bij aan een efficiënte benutting van de bestaande infrastructuur.

        Het ontwerp voorziet in bijkomende woongelegenheden wat inspeelt op de lokale vraag naar woningen. Er is echter geen aandacht voor verweving van functies of versterking van voorzieningen, waardoor de sociale en economische dimensie beperkt blijft. Ook de esthetische en culturele aspecten, zoals respect voor wederopbouwarchitectuur en het dorpskarakter, worden niet expliciet benoemd. Dit wordt meegenomen bij de ontwikkelingsvoorwaarden.
         
        Het plan houdt rekening met de gewestelijke verordening inzake hemelwater door waterinfiltratie op perceelsniveau te voorzien. Dit is een belangrijke stap richting klimaatadaptatie en draagt bij aan het beperken van negatieve milieueffecten. Andere elementen zoals groenvoorziening zijn essentieel om de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit verder te versterken. Hiervoor dient de inrichting van de (voor)tuinzone maximaal groen (opgaand groen) te blijven wat de eigenheid van deze dorpse omgeving respecteert.

         

        De waterhuishouding, in het bijzonder de vrijwaring van het waterbergend vermogen waar dit relevant is.

        Het deel woonuitbreidingsgebied ligt niet binnen een overstromingsgevoelig gebied. Vanuit de watertoets worden wel een aantal randvoorwaarden meegegeven die relevant zijn voor het deel woongebied met landelijk karakter. Hiermee wordt de overstromingsgevoeligheid van het perceel benoemd voor het deel aan Hollebeke-Dorp en dient overstromingsveilig gebouwd worden, dit impliceert een verhoging van het vloerpeil. Op zich is dit haalbaar. Daarnaast wordt aangegeven dat in functie van de doorstroomfunctie van het zuidelijk deel van het perceel een aangepaste bouwwijze dient te worden aangehouden. Het vrijgavebesluit spreekt zich enkel uit over het deel woonuitbreidingsgebied en hoeft deze procedure zich niet uit te spreken over het deel woongebied met landelijk karakter.


        Het bindend sociaal objectief van de gemeente zoals bepaald overeenkomstig hoofdstuk 2 van titel 3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, en de voortgang van de realisatie ervan.

        Ieper heeft zijn Bindend Sociaal Objectief (BSO) met tijdshorizon 31 december 2025 bereikt:

        De concrete cijfers zijn:

        • Nulmeting op 1 januari 2008: 1129 sociale woningen.
        • BSO 2008-2025: 177 netto te realiseren.
        • Aandeel gerealiseerd / ingehuurd / in beheer door de woonmaatschappij op datum van 31 december 2025: 1400 sociale huurwoningen (zonder 15 woningen die buiten het sociaal huurstelsel worden verhuurd).
        • Netto-toename 2008-2025: 1.400 – 1.129 = 271 netto gerealiseerd.

        Uit voorgaande cijfers kan men concluderen dat er een netto-toename van sociale huurwoningen is van 330 woningen (1400 – 1129 = 271 woningen). Op basis van het gerealiseerde aanbod is het BSO aldus bereikt.

        Op 3 april 2026 stelde de Vlaamse Regering de nieuwe objectieven vast voor de periode 2026-2042. Ieper krijgt een nieuw BSO opgelegd voor 136 bijkomende sociale huurwoningen tegen eind 2042.

        Er staan 27 bijkomende woningen op de meerjarenplanning. Verder zijn er nog projecten in voorbereiding (momenteel goed voor 92 bijkomende woningen in het Projectportaal). De ambitie van de woonmaatschappij is om ca. 180 bijkomende sociale huurwoningen te realiseren tegen 2040. Hiermee zal ook het nieuwe BSO overschreden worden.

        Hollebeke heeft al 5% sociale huur, wat voldoet aan de gemeentelijke streefcijfers beschreven in het GRS.

        Naast het BSO, is er wel een grote vraag naar sociale woningen in de stad (op basis van de kandidaat-huurderslijsten). 

        Voorliggende vraag tot vrijgave werd besproken op het lokaal woonoverleg van 15 december 2025 teneinde deze te toetsen aan de gemeentelijke visie op wonen (woonbeleidsplan, visie op sociaal wonen, visie op budgethuren, actieprogramma, …).

        Gezien het bestaande BSO reeds werd ingevuld, dient gesteld dat deze locatie in Hollebeke omwille van de beperkte omvang met een lager uitrustingsniveau minder geschikt is voor extra sociale huisvesting. Naast het initiatief van de woonmaatschappij Ons Onderdak ter hoogte van de Wielewaalstraat is het beter om bijkomend sociaal woonaanbod te voorzien op beter uitgeruste locaties in het kleinstedelijk gebied of dorpen.

        In die zin wordt gesteld dat dit project ingevuld kan worden met een private woonontwikkeling. Dit wordt ook bevestigd in het advies van Wonen Vlaanderen. 

         

        Ontwikkelingsvoorwaarden voor een kwalitatieve ontwikkeling

        De voorwaarden voor een ruimtelijk kwalitatieve ontwikkeling van het vrijgegeven gebied hebben minstens betrekking op de woningtypologie en -dichtheid, op de vermenging van functies en op de groenvoorzieningen en de waterhuishouding. De voorwaarden garanderen een hoog ruimtelijk rendement en een zuinig ruimtegebruik door een minimale groepering van de woningen en door gedeelde voorzieningen.

         

        De firma Hectaar treedt als ontwikkelaar op voor deze eigendom, in die zin kan aangenomen zijn dat er garanties zijn dat er tot evenwichtige ontwikkeling binnen een aanvaardbaar tijdsperspectief zal worden overgegaan.

        In functie van uniformiteit is het wenselijk dat de woningen samen met de tuinaanleg worden gerealiseerd. Dit vereist een integrale realisatie van de woningen, inclusief tuinaanleg, perceelsafsluitingen, opritten, carports en bijgebouwen, in één gecoördineerde fase. Deze aanpak is essentieel om gekende knelpunten zoals ongecoördineerde terreinophogingen, uiteenlopende afsluitingen, variatie in materiaalgebruik en verhardingen te vermijden. Een collectieve uitvoering waarborgt dat de ontwikkeling wordt gerealiseerd als één samenhangend geheel dat visueel en ruimtelijk aansluit bij het bestaande straatbeeld en het dorpse karakter van Hollebeke versterkt. In die zin wordt de uitdrukkelijke voorwaarde gesteld dat de ontwikkeling wordt gerealiseerd als een integraal en ruimtelijk samenhangend geheel, conform de opgelegde ontwikkelingsvoorwaarden.

        De beoordeling en uitvoering van het project dient te gebeuren op het niveau van het geheel, met bijzondere aandacht voor de dorpse schaal en typologie van Hollebeke, de relatie met het dorpsplein en de beeldbepalende naastliggende pastorie, alsook de zorgvuldige overgang tussen openbaar en privaat domein.

         

        Woningtypologie en -dichtheid:

        • De voorgestelde woondichtheid via ééngezinswoningen kan ruimtelijk aanvaard worden. Deze is afgestemd op de schaal en woontypologie binnen de dorpskern. Een verdere densifiëring is niet wenselijk gezien de noodzakelijke afstemming op de specifieke eigenheid van de dorpskern Hollebeke. Echter dient op basis van de inrichtingsvoorschriften nagegaan te worden of het programma van 7 woonentiteiten ruimtelijk haalbaar is. 
        • Bij het ontwerp moet rekening worden gehouden met zowel visueel-vormelijke elementen als cultuurhistorische aspecten. Dit betekent dat bouwdieptes, bouwhoogtes en esthetische voorschriften rond materiaalgebruik zorgvuldig worden toegepast om een goede inpassing in het dorpsweefsel te garanderen. Een architecturale bescheidenheid ten opzichte van de naastgelegen pastorie is wenselijk. Voor een dorpse architectuur is het belangrijk om verticaliteit te benadrukken via gevelopeningen en te zorgen voor een harmonieuze materialisatie. Dit houdt onder meer in dat sterke contrasten in gevelstenen vermeden worden. Daarnaast moeten de gabarieten en dakvolumes verder onderzocht worden in functie van een dorpse uitstraling. Qua architectuur, vormentaal en materiaalgebruik wordt gestreefd naar een harmonieuze aansluiting bij het bestaande straatbeeld. Hierbij kunnen de richtlijnen uit de fiches 'De architectuur van een dorp', opgesteld door Blauwdruk stedenbouw als referentie dienen bij de verfijning van het ontwerp: https://www.west-vlaanderen.be/dorpsarchitectuur.
        • Qua bouwtypologie is het belangrijk om afstemming te vinden bij de straatgevels van Hollebeke-Dorp. De voorgestelde typologie met voortuin leunt eerder aan bij een verkavelingstypologie van halfopen bebouwing. Bij een typologie van woning met voortuin is het belangrijk dat er een lage afscheiding (beplanting of baksteenmuurtje) komt ter hoogte van de rooilijn waarbij de voortuin maximaal groen blijft en voorzien wordt van opgaande beplanting. Een visuele eenheid dient te worden nagestreefd. 
        • Inrichtingsvoorschriften:
          • De bepalingen van de gemeentelijk stedenbouwkundige verordening ter vrijwaring van het woonklimaat en het waardevol bouwkundig erfgoed nageleefd te worden, onder andere de maximale gebouwhoogte, gebouwdiepte, bebouwingspercentage, verhardingsgraad,... .
          • Het bouwvolume dient beperkt tot 2 bouwlagen met een dakvolume, de kroonlijsthoogte wordt bepaald op maximum 6 m, de nokhoogte op maximum 11 m. Dakuitbouwen in het voorste dakvlak dienen beperkt tot max 1/3 van de breedte van het dakvlak.
          • Bij halfopen bebouwing geldt een minimale bouwvrije zijtuinstrook van 3 m. 
          • De bouwdiepte wordt beperkt door de minimale tuindiepte.
          • De achtertuinen dienen steeds een diepte hebben van 10 m voor deze locatie binnen de dorpskern.
          • Het verhardingsaspect van de voortuin en zij- en achtertuin is maximum 1/3.
          • De 2 parkeerplaatsen per woonentiteit dienen voorzien binnen de eigen ontwikkeling. Inpandige garages worden niet meegerekend in de parkeernorm gezien deze meermaals een ander gebruik hebben.
          • Een carport in de voortuinstrook is niet aanvaardbaar. De carport in zij- of achtertuin dient een afstand van minstens 3 m aan te houden uit de voorgevellijn. 
          • Gesloten tuinbergingen of fietsbergingen kunnen niet in de zijtuinstrook worden voorzien, dit kan wel een open fietsport zijn. 
          • De aansluiting met de garage bij de pastoriewoning dient geoptimaliseerd. Dit kan beter via een gesloten volume.
          • De opritverharding dient in functie van maximale ontharding beperkt te worden tot een tweesporenpad.
          • De carport en fietsenberging achter de bushalte staat bij wijze van spreken in de voortuin gezien vanuit de Bierboomstraat. Hier kan de carport in de achtertuin worden geïntegreerd met een inrit via de Bierboomstraat, dit met een diepere inplanting ten opzichte van de rooilijn.
          • De fietsenberging dient op vlot toegankelijke wijze voldoende ruimte te bieden aan evenveel fietsen als het aantal slaapkamers +1. 
          • De perceelsafsluitingen voorbij de voorgevellijn bestaan uit levend groen ondersteund met paal en draad met een maximale hoogte van 2 m. Tussen 2 private tuinen kunnen deze als een kwalitatieve massieve (uniforme) afsluiting worden voorzien. 
          • De perceelsafsluitingen ter hoogte van de voortuin bestaat voor de zijde van Hollebeke-Dorp uit een laag muurtje (max 1 m) of opgaand groen dmv een haag als afsluiting.
        • Alle woningen, tuinen, opritten, carports, bijgebouwen en verhardingen moeten in één fase door de ontwikkelaar worden uitgevoerd. Geen individuele bouwfases door kopers om versnippering te vermijden.
        • In functie van woonkwaliteit dienen de minimale oppervlaktenormen uit de ontwerpleidraad van Wonen in Vlaanderen voor sociale huisvesting als basiskwaliteit nageleefd te worden. Elke ontworpen woonentiteit dient hieraan te voldoen.
         

        Vermenging van functies:

        • Er dient een verweving van functies aangehouden. De schaal van het perceel laat weinig andere functies toe. Er dient rekening te worden gehouden met een aan het wonen complementaire functie als nevenfunctie in de woning. Ook zorgwonen kan hier voorzien worden.
        • Minstens één aan het wonen complementaire functie moet verplicht voorzien worden (bv. nevenfunctie, zorgwonen).
        • De functie moet ondergeschikt blijven aan het wonen en passen binnen de dorpse context.

         

        Groenvoorzieningen:

        • Het is wenselijk om elementen waar nood aan is binnen het dorp mee te nemen richting gewenste ontwikkeling. De relatie met het centrumplein dient onderzocht cfr bepalingen GRS, de relatie met water, ruimte voor ontmoeting,… . De kwaliteit van de omgeving dient met deze ontwikkeling versterkt te worden. Het GRS en artikel 1.1.4 VCRO benadrukken het belang van esthetische en ecologische kwaliteit. Groenvoorziening draagt bij aan infiltratie, biodiversiteit en een aangename woonomgeving. Een maximale vergroening van de woonpercelen dient nagestreefd te worden. Het verhardingsaspect dient te worden beperkt door aanleg van de oprit als tweesporenpad alsook dient de voortuin groen ingericht met opgaand groen en dient deze zoals hoger vermeld fysiek afgescheiden te worden van het openbaar domein. De achtertuin dient eveneens maximaal groen voorzien. De gemeentelijk stedenbouwkundige verordening ter vrijwaring van het woonklimaat en het waardevol bouwkundig erfgoed bepaalt een maximale verhardingsgraad van 1/3, deze norm dient te worden nageleefd.

         

        Waterhuishouding:

        • De voorwaarden van de Gewestelijk stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater dienen strikt nageleefd te worden.
        • Voor het deel in woongebied met landelijk karakter dient verder afgestemd met de waterloopbeheerder teneinde de doorstroomfunctie te behouden alsook overstromingsveilig te bouwen met compensatie van inname waterbergend vermogen. Dit valt op zich buiten het vrijgavebesluit. 

         

        Het vrijgavebesluit en de voorwaarden gelden als ordening in de zin van artikel 5.1.1 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.

         

        Lasten

        De bouwheer dient in te staan voor de noodzakelijke nutsvoorzieningen, zowel de netuitbreidingen indien van toepassing als de nutsaansluitingen en staat op eigen kosten in voor de (her)aanleg van voetpaden, riolering en opritten.

        De gemeentelijk stedenbouwkundige verordening lasten bij omgevingsvergunningen bepaalt een stedenbouwkundige ontwikkelingskost voor bijkomende woonentiteiten. Dit op basis van artikel 75 tot en met 77 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij de omgevingsvergunning wordt deze ontwikkelingskost als last opgenomen. 

         

        Milieubeoordeling

        Het plan-MER-screeningsdossier bevat de nodige informatie over het voorgenomen plan en over de milieueffecten op de relevante milieudisciplines. De adviesinstanties zijn van mening dat de effecten op het milieu correct en voldoende beschreven zijn of hadden geen bezwaren tegen de vaststelling in de screeningnota dat de vrijgave van het woonuitbreidingsgebied geen aanzienlijke milieueffecten kan genereren. In het screeningsdossier wordt duidelijk aangetoond dat de milieueffecten die het plan genereert niet van die aard zijn dat zij als aanzienlijk beschouwd moeten worden.

        Rekening houdend met het bovenvermelde bevestigde het Team Omgevingseffecten dat het vrijgavebesluit geen aanleiding geeft tot aanzienlijke negatieve milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is.

         

        Conclusie

        Het betrokken woonuitbreidingsgebied op het gewestplan omvat een samenhangend en ruimtelijk afzonderbaar deelgebied dat in aanmerking komt voor gedeeltelijke vrijgave (ca. 940 m²) conform VCRO. 
        De vrijgave beoogt een kwalitatieve en duurzame woonontwikkeling, in overeenstemming met BRV-doelstellingen, waterveiligheid, klimaatrobuustheid, mobiliteit, ruimtelijke kwaliteit en het lokale woonbeleid mits voormelde ontwikkelingsvoorwaarden nageleefd worden bij deze ontwikkeling. 
         
        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met algemeenheid van stemmen:

        Artikel 1. de definitieve vaststelling van het vrijgavebesluit goed te keuren;

        Artikel 2. het besluit tot vrijgave wordt in toepassing van artikel 5.6.12. §7. onmiddellijk met een beveiligde zending aan het departement te bezorgen;

        Artikel 3. na het verstrijken van de schorsingsperiode van 45 dagen het besluit in toepassing van artikel 5.6.12. §8 te publiceren in het Belgisch Staatsblad en op te nemen in het plannenregister, waarna het in werking treedt 14 dagen na de bekendmaking. 

         

         

         

         

    • Welzijn

      • Subsidiereglement betreffende de financiële ondersteuning van organisatoren van kinderopvang voor infrastructuur

        Juridische grond en bevoegdheden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)

        Het decreet van 20/04/2012 houdende de organisatie van kinderopvang en latere wijzigingen.

        Het besluit van de Vlaamse Regering van 31/05/2024 over de bestemmingsregels en de mogelijkheid tot het opnieuw in aanmerking komen voor subsidies die het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden verstrekt.

        Het besluit van de Vlaamse Regering van 24/10/2025 tot toekenning van een subsidie aan gemeenten voor de financiële ondersteuning van organisatoren van kinderopvang voor infrastructuur.

         

        Feiten, context en argumentatie

        Het VIPA verstrekt 60 miljoen euro subsidie aan de Vlaamse gemeenten en de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) voor de realisatie van extra kinderopvangplaatsen door organisatoren van kinderopvang. De gemeenten benutten de subsidies voor ondersteuning van organisatoren die infrastructuur realiseren voor nieuwe kinderopvangplaatsen die in aanmerking komen voor een basissubsidie of een subsidie voor inkomenstarief. De nieuwe plaatsen vereisen een subsidiebelofte voor nieuwe plaatsen van het agentschap Opgroeien.

        Het subsidiereglement werd ter advies voorgelegd aan het Lokaal Overleg Kinderopvang (LOK) op woensdag 6 mei 2026. Er werden geen bijkomende opmerkingen geformuleerd. 

        Financiële gevolgen

        Stad Ieper heeft een subsidie van 240.000 EUR ontvangen van VIPA. 

        Beschikkend gedeelte

        Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met algemeenheid van stemmen het volgende reglement goed te keuren: 

        Subsidiereglement betreffende de financiële ondersteuning van organisatoren van kinderopvang voor infrastructuur om nieuwe kinderopvangplaatsen te creëren

        Hoofdstuk 1: Algemeen 

        Artikel 1: Definities

        1.1 VIPA: het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, opgericht bij artikel 3 van het decreet van 2 juni 2006 tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden;

        1.2 Opgroeien Regie: Het agentschap, opgericht bij decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie;

        1.3 Kinderopvanglocatie: een vestigingsplaats waar kinderopvang georganiseerd wordt;

        1.4 Groepsopvang: kinderopvang met een vergunning voor 9 of meer kindplaatsen

        1.5 Subsidiebelofte: Opgroeien kent subsidiebeloftes toe aan een organisator om te kunnen nieuwe plaatsen te realiseren op een bepaald moment. Als de plaatsen worden vergund vraagt de organisator de omzetting van de subsidiebelofte naar een subsidietoekenning aan;

        1.6 Vergunde plaats: plaats waarvoor de organisator een vergunning heeft;

        1.7 Subsidieerbare plaats: plaats waarvoor de organisator een beslissing tot toekenning van de subsidies heeft;

        1.8 Gesubsidieerde plaats: plaats waarvoor Opgroeien de subsidie effectief betaalt;

        1.9 Basissubsidie – vrije prijs (T1): is de subsidie voor kinderopvang waar gezinnen een vrije prijs betalen. Organisatoren moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen;

        1.10 Subsidie inkomenstarief (T2): is de subsidie voor kinderopvang waar de gezinnen een prijs betalen op basis van het inkomen en kinderen van bepaalde gezinnen voorrang krijgen. Organisatoren moeten aan de voorwaarden van de basissubsidie voldoen en bijkomende voorwaarden; 

        1.11 Organisator kinderopvang: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die kinderopvang organiseert; 

        1.12 Nieuwe kinderopvangplaatsen: Capaciteitsuitbreiding die nog niet vergund is door het agentschap Opgroeien op het moment van de subsidiebelofte van het agentschap Opgroeien. Omschakeling van gezinsopvang naar groepsopvang wordt niet als capaciteitsuitbreiding beschouwd. 

        Artikel 2: Doelstelling 

        2.1 Dit reglement heeft als doelstelling financiële ondersteuning te bieden aan organisatoren van kinderopvang voor infrastructuur om nieuwe kinderopvangplaatsen te creëren. 

        2.2 Het kadert in het besluit van de Vlaamse regering van 24.10.2025 tot toekenning van een subsidie aan gemeenten voor de financiële ondersteuning van organisatoren van kinderopvang voor infrastructuur. 

        2.3 Hiermee investeert de Vlaamse Regering in kwalitatieve, flexibele en betaalbare kinderopvang, waarbij het creëren van extra plaatsen een absolute prioriteit is. De Vlaamse Regering zorgt daarbij voor een goede regionale spreiding op basis van de nood aan kinderopvang.

        Hoofdstuk 2: Doelgroep en toepassingsgebied 

        Artikel 3: Doelgroep 

        3.1 De financiële ondersteuning is alleen mogelijk aan organistoren van kinderopvang die voldoen aan alle vereisten zoals vermeld in artikel 4, 1° van het Besluit van 24.10.2025 van de Vlaamse Regering: het betreft kinderopvanglocaties die voldoen aan de volgende cumulatieve voorwaarden:

        a. in aanmerking komen voor een vergunning voor groepsopvang conform de regels, vermeld in of ter uitvoering van het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters;

        b. in aanmerking komen voor een basissubsidie of voor een subsidie voor inkomenstarief als vermeld in artikel 7 of 8 van het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters; 

        c. beschikken over een subsidiebelofte om nieuwe plaatsen met een basissubsidie of met een subsidie voor inkomenstarief te realiseren of een subsidiebeslissing voor nieuwe plaatsen met een basissubsidie of met een subsidie voor inkomenstarief in het kader van de toepassing van het Subsidiebesluit van 22 november 2013 voor de plaatsen waarvoor de financiële ondersteuning wordt gevraagd;

        d. aanvaarden dat Zorginspectie, vermeld in artikel 4, §2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg, controle kan uitoefenen op de aanwending van de financiële ondersteuning door de organisator van kinderopvang en dat Zorginspectie daarbij toegang krijgt tot alle relevante documenten en ter plaatse of vanop afstand controle kan uitoefenen op financiële stukken.

        3.2 Organisatoren van gezinsopvang worden uitgesloten van de financiële ondersteuning bedoeld in dit reglement.

        Artikel 4: Toepassingsgebied en voorwaarden

        4.1 De subsidie kan enkel aangevraagd worden voor een kinderopvanglocatie gelegen op het grondgebied van Ieper. 

        4.2 Om een maximale spreiding van middelen te waarborgen wordt gekozen om geen financiële ondersteuning toe te kennen indien de organisator van de kinderopvang klassieke VIPA-steun geniet. 

        4.3 Indien organisatoren een aanvraag indienen voor de financiële ondersteuning in het kader van dit reglement, hebben zij geen recht meer op een starttoelage zoals bedoeld in het gemeentelijk reglement van 01/12/2025 betreffende start- en werkingstoelage kinderopvanginitiatieven op Iepers grondgebied.

        4.4 Ingeval van toekenning van de subsidie dient de organisator de via dit reglement gesubsidieerde infrastructuur gedurende de volgende periodes als kinderopvanglocatie te bestemmen en aldus te behouden, te beheren en te onderhouden overeenkomstig de bepalingen inzake bestemmingsduur zoals vastgesteld in het VIPA bestemmingsbesluit van 31/05/2024:

        - Voor onroerende goederen: gedurende 25 jaar 

        - Voor roerende goederen: gedurende 10 jaar

        Indien deze periodes niet gerespecteerd worden, wordt de subsidie geheel of gedeeltelijk teruggevorderd conform artikel 11 van dit reglement.

        Hoofdstuk 3: Subsidiebedrag 

        Artikel 5. Subsidiebedrag

        5.1  De financiële ondersteuning per opvanglocatie kan maximaal 60% van de reële bouwkosten bedragen met een maximum van 4.444,44 euro per bijkomende kinderopvangplaats mits de organisator van deze kinderopvanglocatie geen klassieke VIPA-steun geniet.

        5.2 Onder reële bouwkosten wordt begrepen: 

        a. in geval van werken: de finale kosten exclusief BTW die gerelateerd zijn aan: 

        • 1) ruwbouw;
        • 2) technische uitrusting;
        • 3) afwerking;
        • 4) uitrusting en meubilering;
        • 5) studie- en algemene kosten;
        • 6) omgevingswerken. 

        b. in geval van aankoop: de finale kosten exclusief BTW die gerelateerd zijn aan: 

        • 1) de aankoopprijs;
        • 2) de notariskosten;
        • 3) de registratiebelasting of registratierechten.

        Hoofdstuk 4: Procedure betreffende aanvraag, toekenning en uitbetaling

        Artikel 6: Indienen aanvraag

        6.1 De organisator dient een aanvraag in via de website van stad Ieper. 

        6.2 Het lokaal bestuur kan bijkomende gegevens opvragen, indien het aanvraagformulier niet volledig is.

        6.3 Bij volledigheid van het dossier wordt een ontvangstbevestiging verstuurd per mail.  

        6.4  Aanvragen worden chronologisch behandeld vanaf de ontvangstbevestiging. 

        Artikel 7: Kennisgeving LOK (Lokaal Overleg Kinderopvang)

        De aanvraag wordt ter kennisgeving op het LOK gebracht op een algemene vergadering of via e-mail ter kennis gebracht van de leden indien er geen vergadering is ingepland tijdens de aanvraagprocedure.

        Artikel 8: Beslissing college van burgemeester en schepenen

        8.1 Het college van burgemeester en schepenen neemt een definitieve en gemotiveerde beslissing in het kader van het toekennen van de infrastructuursubsidie. 

        8.2 De terugkoppeling aan de organisator gebeurt uiterlijk binnen de 90 dagen na ontvangstbevestiging.

        Artikel 9. Uitbetaling

        9.1 De subsidie wordt uitbetaald in 2 schijven:

        • een voorschot van maximaal 50% na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen tot toekenning en voorlegging van het bewijs van effectieve start van de werken en/of aankoop.
        • het saldo na toekenning van de vergunning door agentschap Opgroeien, inclusief een eindafrekening. De eindafrekening bevat alle facturen met betrekking tot de gesubsidieerde werken, betalingsbewijzen en een verslag of bewijs van ingebruikname van de infrastructuur.

        9.2  De uitbetaling gebeurt op het door de organisator opgegeven bankrekeningnummer. Een bankattest die de rekeninghouder aantoont, is vereist.

        9.3 Het voorschot kan geheel worden teruggevorderd indien wordt vastgesteld dat de voorwaarden van dit reglement niet worden nageleefd of indien het project niet wordt gerealiseerd.

        9.4 Kosten die niet gestaafd worden via facturen komen niet in aanmerking voor subsidiëring binnen het kader van dit reglement.

        9.5 De subsidie voorzien in dit reglement wordt enkel toegekend binnen de perken van de op het stedelijk budget oorspronkelijk voorziene kredieten. 

        Hoofdstuk 5: Toezicht en controle 

        Artikel 10: Controle

        10.1 Het lokaal bestuur heeft het recht om ter plaatse de aanwending van de verleende subsidie(s) en het naleven van de bepalingen van dit reglement en het BVR te doen controleren.

        10.2 De organisator moet alle documenten ter beschikking stellen en toegang verlenen aan Zorginspectie en eventuele gemeentelijke controle.

        Hoofdstuk 6: Sancties

        Artikel 11: Terugvordering 

        11.1 De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend en het gebruik ervan dient gerechtvaardigd. Zo niet dient de subsidie geheel of gedeeltelijk terugbetaald te worden op basis van de bepalingen in artikel 11.2. 

        De subsidie wordt teruggevorderd als de organisator:

        • De voorwaarden van huidig reglement niet naleeft of niet nageleefd heeft;
        • De subsidies aanwendt/aanwendde voor een ander doel dan waarvoor zij toegekend waren; 
        • In staat van faillissement verkeert of failliet wordt verklaard, dan wel blijk geeft van een nakend faillissement; 
        • Zijn activiteiten stopzet of ophoudt te bestaan; 
        • De wetgeving niet naleeft, dan wel een inbreuk pleegt tegen de openbare orde of die een negatieve weerslag heeft op de uitvoering;
        • Valse verklaringen heeft afgelegd met het oog op het genieten van de subsidie; 
        • De in de aanvraag omschreven investeringen niet realiseert en de motiveringen van de organisator niet worden aanvaard; 
        • De controle door het bestuur verhindert;
        • Indien de bestemmingsduur niet gerespecteerd wordt;
        • Geen vergunning toegekend krijgt van het agentschap Opgroeien.

        De subsidie wordt teruggevorderd als het lokaal bestuur:

        • Overcompensatie vaststelt (de-minimisregeling /DAEB-regelgeving).

        11.2 Het subsidiebedrag wordt teruggevorderd volgens de geldende afschrijvingsregels, met volgende opsplitsing:

        • Onroerende goederen: bestemmingsduur - 25 jaar - terugvordering gebeurt pro rata op basis van de resterende afschrijvingsperiode.
        • Roerende goederen: bestemmingsduur -10 jaar - terugvordering gebeurt pro rata op basis van de resterende afschrijvingsperiode.

        Hoofdstuk 7: Slotbepalingen

        Artikel 12: Staatssteun

        De subsidie wordt toegekend in overeenstemming met de Europese staatssteunregels (artikelen 107 en 108 VWEU).

        Dit valt onder de-minimisregeling. De organisator bezorgt bij de aanvraag (cf. artikel 6) een verklaring op eer met de totale ontvangen/toegekende steun gedurende de afgelopen 3 jaar. De de-minimissteun wordt geregistreerd in het Europese eAidRegister (eAIR). 

        Indien de-minimisregelgeving niet van toepassing is, dan is het DAEB-besluit van toepassing (Regelgeving Diensten Algemeen Economisch Belang).   De  financiering van de dienstverlening gebeurt in dit geval met toepassing van Besluit 2012/21/EU van de EU Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen.” Stad Ieper belast de subsidieverkrijger met de hierboven omschreven dienst van algemeen economisch belang op haar grondgebied van toekenning van de subsidie over een looptijd van 25 jaar.

        Artikel 13: Inwerkingtreding

        Dit reglement treedt in werking na goedkeuring door de gemeenteraad en op de vijfde dag na die van de bekendmaking op de webtoepassing van de stad.

        Artikel 14: Bekendmaking

        Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.

  • Interpellaties

    • Leegstandbeleid in Ieper (Interpellatie van raadslid Stubbe)

      Feiten, context en argumentatie

      Volgens een rapport van de Bond Beter Leefmilieu zijn er in Ieper zo’n 460 woningen leegstaande woningen, dus geadresseerde woningen die méér dan 2 jaar leeg staan en waar leegstandtaks op geheven wordt.

      Voor de duidelijkheid: leegstaande verdiepingen boven handelshuizen die geen vaste bewoning kennen, vallen niet onder deze cijfers.

      Terwijl tijdelijke en noodzakelijke leegstand van vastgoed, de zogenaamde frictieleegstand, noodzakelijk is voor verbouwingen en verhuizingen, is structurele of langdurige leegstand een groeiend probleem dat leidt tot verwaarlozing en verloedering van wijken.

      In Ieper komt deze leegstand neer op 2,17%. Dat is opvallend veel hoger dan het Vlaams gemiddelde van 1,26% en ook dan de gemiddelde score van onze regio, de Westhoek 1,33%.

      Vanuit deze vaststelling, 460 officieel leegstaande panden, mag het dan ook niet verbazen dat de provincie dit jaar aan onze stad geen quotum voor nieuwe woningbouw meer toekende, zoals recent op de GRCORO werd medegedeeld en toegelicht.

      Een preventief en doortastend leegstandsbeleid kan ook meer kansen bieden voor betaalbaar en sociaal wonen. Het is bovendien een bruikbare pijler binnen het Burgemeesterconvenant om de beoogde klimaatdoelstellingen te helpen behalen. Activering van leegstand betekent immers: minder nood aan nieuwe woningen, minder inname van open ruimte, minder verharding, minder verbruik van materialen of energie en dus ook minder uitstoot, enzovoort.

      We vragen dan ook dat dit bestuur niet enkel meer doortastend optreedt bij leegstand door een consequent beleid te voeren met beperkte vrijstellingen op de leegstandsbelasting, maar daarnaast ook preventief en aanklampend werkt. We stellen daartoe graag voor om enkele mogelijke acties in overweging te nemen die een daadwerkelijk en doelgericht leegstandsbeleid kunnen ondersteunen.

      1) De woningen op het leegstandsregister kunnen via publicatie online openbaar beschikbaar gesteld worden voor geïnteresseerde kopers of investeerders.

      2) Eigenaars worden via een gerichte en duidelijke infocampagne gestimuleerd om hun eigendom als sociaal verhuurpand via de sociale huisvestingsmaatschappij ter beschikking te stellen, met duidelijke verwijzing naar de garanties en de voordelen hiervan.

      3) De stad kan een pand dat minstens twee jaar leeg staat, gedurende negen jaar in beheer nemen, renovatiewerken uitvoeren en vervolgens sociaal verhuren. Als de termijn van negen jaar niet volstaat om de kosten terug te verdienen, kan deze verlengd worden. De stad zou dit sociaal beheersrecht in de eerste plaats als drukkingsmiddel kunnen invoeren en indien noodzakelijk effectief toepassen.

      4) De stad kan leegstaande panden ook zelf opkopen en ontwikkelen wanneer er zich opportuniteiten voordoen die passen binnen het herwaarderen van de openbare ruimte. Denk aan het verbeteren van de beeldkwaliteit en het openruimtebeleid.

      Op deze manier kan leegstand een handvat worden om meer sociale woningen te creëren, de druk op de huurmarkt te verlichten en zelfs de beeldkwaliteit van onze stad en haar deelgemeenten te verbeteren.

      Een creatieve en vooruitziende aanpak van deze materie lijkt ons dan ook gewenst.

      Alvast bedankt voor uw visie op en uw concrete aanpak van deze toch wel ernstige problematiek.

      Raadslid Bolle
      Wij hebben, collega Stubbe, net als u die studie van de BBL ook gelezen, maar ik zou toch wat nuance in het debat willen brengen.
      De cijfers worden aangeleverd door de gemeenten zelf en de BBL vertrekt vanuit die database. Als we mogen aannemen dat iedereen op dezelfde, geijkte manier registreert, dan vallen de cijfers niet te betwisten. Maar dat is dus niet zo.

      Voor het opsporen van leegstaande woningen baseren de meeste gemeenten zich enkel op meldingen van burgers en op inschrijvingen van het bevolkingsregister. Maar dit passieve beheer zorgt voor een sterke onderschatting van de cijfers. Een stad die zijn leegstand ernstig ter harte neemt, neemt ook extra initiatieven en ik kan u zeggen dat dit in Ieper zeker het geval was in de vorige legislatuur. Over andere bestuursperiodes kan ik moeilijk oordelen, maar ik heb geen reden om hieraan te twijfelen. Wij hebben gelukkig verantwoordelijke ambtenaren op o.a. onze dienst Ruimtelijke Ordening die er een erezaak van maken om vermoedelijke leegstand te signaleren, wat onvermijdelijk hogere aantallen oplevert in Ieper dan bij gemeenten die hier een passief of nonchalant beheer op nahouden. En zo zie je maar dat actieve opsporing kan leiden tot een vertekend statistisch beeld.

      Bewoners houden er soms lepe trucen op na om leegstand niet te moeten melden, met op stip, domiciliefraude. Officieel woont daar iemand, maar in de feiten gemakkelijk te weerleggen door de gegevens van verbruik van gas, water en elektriciteit op te vragen. De bedoeling van de heffing is remediërend en heeft tot doel dat de leegstaande woning opnieuw wordt opgenomen in het effectieve woonpatrimonium. 1.300€ per jaar tot een flinke 6.500€ na 5 jaar resulteert in een totale heffing over 5 jaar van zomaar eventjes 19.500€, want de heffing is cumulatief.

      Een vaak gebruikte uitweg is de leegstaande woning laten inschrijven als ‘tweede verblijf’. In nogal wat gemeenten is dat een favoriete vluchtweg, maar in principe moet je ook hier bewijzen dat je effectief en met regelmaat gebruik maakt van die woning. Veel gemeenten kijken na de herkwalificatie niet meer om naar dat gebruik, wat we in Ieper wél doen. Ook hierdoor kun je een ernstige vertekening van de reële leegstand krijgen.

      Veel van die leegstaande woningen komen inderdaad niet op de markt, ook niet na jarenlange leegstandsheffing. Eigenaars hebben vaak goede redenen om dat niet te doen. De woning wordt bijvoorbeeld gereserveerd voor een kind of kleinkind dat er ooit zijn intrek in zal nemen. De verbouwingswerken nemen extra tijd in beslag door financiële tegenvallers, ziekte of relatiebreuken, of de woning is het onderwerp van een erfenisdispuut. Zoveel mensen, zoveel redenen.

      En of die cijfers voor Ieper dan de oorzaak zijn van het feit dat recent de bruto woonprogrammatie van 752 woning met één pennentrek op nul werd gebracht door Vlaanderen weet ik niet, maar het zou hoogst onrechtvaardig zijn, zo dit de enige parameter zou blijken in dit verhaal. Als je de leegstand nl. loskoppelt van traditionele verhuur en verkoop van panden, dan zie ik in Ieper zeker geen alarmerend overaanbod van woningen en al zeker niet van het krappe segment aan betaalbare huurwoningen.

      Daarnaast wil ik er tenslotte ook op wijzen dat de woningmaatschappij Ons Onderdak in Vlaanderen één van de eersten in Vlaanderen was om werk te maken van de verplichte grootscheepse renovatie van haar patrimonium. Die tijdelijke verhuisbewegingen resulteren eveneens in onvermijdelijke verhoogde leegstand.

      Uw vraag om leegstaande woningen op te nemen in een leegstandregister als platform voor geïnteresseerde kopers lijkt een leuke tool, maar lijkt ons weinig efficiënt. Wie wil verhuren of verkopen doet er zelf alles aan om zijn doel te realiseren; wie zijn redenen heeft om een leegstaande en belaste woning niet op de markt te brengen, zal niet gediend zijn met de focus die op zijn of haar belaste eigendom komt te leggen. De cumulatief hoge heffing moet hier zijn werk kunnen doen.

      Ook het voorstel om eigenaars aan te sporen hun leegstaande eigendom aan te bieden aan een sociale woningmaatschappij om te laten verhuren als sociaal verhuurpand lijkt aantrekkelijk, maar is een illusie. De woonmaatschappij neemt slechts woningen in verhuur voor minstens 9 jaar als ze tiptop in orde zijn en ik kan u garanderen dat dit op vandaag geen sinecure is. Veel van de huidige leegstand is wat dat betreft wettelijk onverhuurbaar, behalve indien er grote en dure renovatiewerken zouden gebeuren.

      Onze conclusie is dat je met cijfers en statistieken veel kunt bewijzen, zelfs dat je in een plas water kunt verdrinken. Maar dat Ieper het qua leegstand zoveel slechter zou doen dan veel andere steden of gemeenten, lijkt ons alvast zeer twijfelachtig.

      Niettemin hebt u gelijk om dit onder de aandacht te brengen.  De stad zou het bedrag aan leegstandsheffing kunnen optrekken, maar dat kent zijn limieten. Het mag ook geen verdienmodel worden.

      Misschien moeten we eens alle eigenaars van leegstaande panden die niet te koop of te huur worden aangeboden eens bevragen waarom precies de woning niet op de markt wordt gebracht. Die antwoorden zouden het bestuur heel zeker waardevolle info kunnen verschaffen over de manier waarop de stad bijvoorbeeld een actieve rol kan spelen in het daadwerkelijk terugdringen van pure leegstand.

      Leegstand in kaart brengen en beteugelen is noodzakelijk; oplossingen aanreiken is minstens even waardevol.

      Schepen Metsu
      Dank voor deze interpellatie en voor de aandacht voor het leegstandsbeleid in onze stad. Het rapport van Bond Beter Leefmilieu vermeldt dat er in Ieper ongeveer 460 officieel leegstaande woningen zijn. In de interpellatie staat letterlijk: “Volgens een rapport van de Bond Beter Leefmilieu zijn er in Ieper zo’n 460 woningen leegstaande woningen, dus geadresseerde woningen die méér dan 2 jaar leeg staan en waar leegstandtaks op geheven wordt.”
      Dat cijfer klopt niet volledig. Het is belangrijk te vertrekken van de correcte cijfers en deze juist te interpreteren. Het leegstandsregister wordt door de stedelijke dienst Wonen bijgehouden. Hier zijn 421 leegstaande woningen gekend. Dit zijn woningen die minstens 1 jaar leeg staan. Echter zijn hier ook de woningen opgenomen die reeds bewoond zijn, maar die nog niet geschrapt zijn van het register gezien dit pas na 6 maand onafgebroken gebruik kan.

      Daarenboven moet ook de duur van leegstand bekeken worden. Gezien Ieper een leegstandsheffing toepast na 1 jaar en niet na 2 jaar, staan de woningen minder lang leeg!

      Ieper inventariseert accurater dan andere besturen
      Wij kiezen bewust voor een actieve en systematische inventarisatie. Daardoor worden leegstaande panden sneller en correcter opgenomen in het register.
      De vergelijking tussen gemeenten geeft dus een vertekend beeld.Ieper toont de werkelijkheid, anderen tonen soms geen volledig beeld.

      Ieper heft sneller leegstandsheffing
      Daarnaast is ons tijdskader strenger:
      • In Ieper volgt de heffing al één jaar na opname in het leegstandsregister.
      • In veel andere gemeenten gebeurt dat pas na twee jaar (1 jaar opname op register en 1 jaar tot 1ste heffing).

      Dat betekent dat wij sneller optreden, sneller activeren en sneller eigenaars responsabiliseren. Dat zorgt opnieuw voor een hoger officieel cijfer, maar vooral voor een effectiever beleid. Zoals reeds vermeld betekent dit dat woningen aanzienlijk minder lang leeg staan.

      Leegstand als beleidshefboom
      In de interpellatie wordt terecht gesteld dat “structurele of langdurige leegstand een groeiend probleem is dat leidt tot verwaarlozing en verloedering van wijken.” Net daarom kiezen wij voor een aanpak die niet alleen registrerend is, maar ook activerend.

      We zetten in op:
      • duidelijke communicatie naar eigenaars,
      • beperkte vrijstellingen,
      • consequente handhaving,
      • en begeleiding richting hergebruik of renovatie.

      Over de voorgestelde pistes
      We nemen nota van de vier voorstellen die worden aangereikt – online publicatie, promotie van sociaal verhuur, toepassing van sociaal beheersrecht en strategische aankoop. Belangrijk is dat de bepalingen van de GDPR (General Data Protection Regulation) of de privacywetgeving niet toelaat dat persoonlijke gegevens worden gepubliceerd. Veder nemen we de voorstellen mee in de verdere uitwerking van ons woonbeleid.

      Woonprogrammatie 2022-2032
      De nieuwe woonprogrammatie is inderdaad negatief, maar dit is zo voor de volledige provincie. De cylcische herziening van de woonprogrammatie West-Vlaanderen werd bepaald door de VUB. De provincie toetste de behoefte af aan het woonaanbod. Hiervoor werden de onbebouwde percelen in woongebied in beeld gebracht. De leegstaande woningen werden niet meegeteld. Wel werd een frictieleegstand van 3% toegepast. In die zin kunnen we bevestigen dat er geen link is tussen de nieuwe woonprogammatie die negatief is en het leegstandscijfer. De oorzaak van de negatief cijfer ligt in de woonbehoefte per cyclus van 5 jaar aanzienlijk afneemt.

      Het klopt dat Ieper een hoger leegstandscijfer heeft dan het Vlaams gemiddelde. Maar dat cijfer is vooral het gevolg van een strenger, accurater en sneller werkend leegstandsbeleid. Het is dus geen teken van zwakte, maar van daadkracht. Door deze consequente aanpak beschikken we over een realistischer beeld van de situatie, leidt de leegstandsheffing na 1 jaar i.p.v. na 2 jaar tot een korte leegstandsduur, kunnen we gerichter optreden en creëren we meer kansen om panden opnieuw in gebruik te nemen. Dat komt zowel de woonmarkt als de leefkwaliteit in onze stad ten goede.

      Raadslid Stubbe
      Dank voor antwoord en tussenkomst.
      Precieze cijfers zijn niet de discussie, maar is hoog cijfer in de studie. Blij dat er accuraat gewerkt wordt maar maar mogelijk graag nog extra stapje zetten en creatief omspringen met mogelijkheden om leegstand naar beneden te krijgen. Voorbeeld ook ism sociaal woonkantoor.

      Schepen Metsu
      Programma dat Ons Onderdak nu aangaat is zeer hoog, ze willen veel renoveren of vernieuwen; daardoor deels ook wat leegstand. Maar we halen al ons cijfer.

  • Vragen en antwoorden

    • Hoge Akker II (Vraag van raadslid Bolle)

      Feiten, context en argumentatie

      Op 15.07.2024 werd door het toenmalig college de verkaveling Hoge Akker II te Vlamertinge goedgekeurd. Na ca. 15 jaren van onderhandelen, onenigheid, procederen voor de rechtbank en de uiteindelijk verzoening tussen de stad, de eigenaar van de gronden en de WVI, kon de vergunning worden afgeklopt. Een nieuw lokaal bedrijventerrein voor 34 percelen kon ontwikkeld worden op zo’n 9 ha netto grondaanbod aan de Noorderring. Daar is met veel mensen hard en lang aan gewerkt en het was met een gevoel van grote tevredenheid, maar vooral opluchting dat ik als bevoegd schepen mijn handtekening plaatste onder de omgevingsvergunning.

      De site valt buiten de archeologische zone ‘Historische stadskern van Ieper’, waardoor mocht verwacht worden dat het archeologisch onderzoek, zoals opgelegd in de archeologienota, mits wat proefsleuven, vlot zou verlopen. We zijn ondertussen bijna 2 jaar verder, maar van de lang verhoopte ontwikkeling is nog steeds geen spoor. Wat blijkt.

      Een eerste voorstel van archeologienota van Monument Vandekerckhove voorzag naar aanleiding van het proefsleuvenonderzoek een afgraving van zomaar eventjes 1 m over 7,9 ha wat leidde tot een exuberant hoge kost voor de verkavelaar. Deze aanvraag werd dan ook niet voorgelegd aan Agentschap Onroerend Erfgoed.

      Een tweede voorstel van archeologienota van ADEDE bouwde verder op het archeologisch proefsleuvenonderzoek van Monument Vandekerckhove, doch voorzag een andere aanpak en was daardoor aanzienlijk lager qua te verwachten kostprijs. Deze werd ingediend bij het agentschap, maar werd door Agentschap Onroerend Erfgoed niet gevolgd. Ook het beroep tegen deze beslissing werd door de Vlaamse commissie Onroerend Erfgoed verworpen.

      Ik verneem ondertussen als zou er in opdracht van de verkavelaar een derde archeologienota opgemaakt worden om voor te leggen aan het Agentschap.

      Wat is hier gaande collega’s? Een grondverzet van 80.000 m³ in een zone buiten de historische stadskern van Ieper is ongezien. De eigenaar heeft 15 jaar moeten vechten om zijn grond zelf te mogen ontwikkelen, maar lijkt nu op een nieuwe muur te botsen.

      Ik vraag mij dan ook af in welke mate het bestuur, met op kop de bevoegde schepen, al is tussengekomen in dit dossier bij het Agentschap Onroerend Erfgoed om te bemiddelen. Mogelijk is dit onze laatste kans om industriegrond te ontwikkelen, want het debacle van het regionaal bedrijventerrein Reigerburg lijkt helemaal geen positief vervolg te krijgen. Ook hier staan hogere krachten in Vlaanderen hard op de rem, wat de toekomstige economische ontwikkeling van de stad kan verstikken.

      Als de situatie op Hoge Akker aanhoudt, dan kan ik mij best inbeelden dat de eigenaar-ontwikkelaar moe getergd de handdoek in de ring gooit en weer hoppe gaat oogsten.

      En let wel collega’s, ik ben een passioneel voorstander van het onderzoeken, in kaart brengen en zo mogelijk bewaren van onze archeologische schatten, maar op Hoge Akker lijkt mij alle redelijkheid verloren te zijn gegaan.

      Vooreerst zou dan ook graag vernemen hoe de stad dit dossier benadert: kijkt u de spreekwoordelijke kat uit de boom of wordt er actief geprobeerd om dit dossier vlot te trekken bij Onroerend Erfgoed en zo ja hoe?

      En ten tweede had ik graag de stand van zaken gekregen in het dossier regionaal bedrijventerrein. Na de vernietiging van Reigersburg in 2018 door de Raad van State, werd ons jarenlang door de provincie een wortel voorgehouden dat het in orde zou komen, maar nu wordt dit dossier gekoppeld aan een nieuw behoefteonderzoek voor, niet de stad, maar de regio Ieper. Van 41 ha netto ontwikkeling zou al zeker geen sprake meer zijn. Meer zelfs, omdat zeer recent de bruto woonprogrammatie voor extra woonentiteiten van 752 eenheden op nul werd gezet voor Ieper, wordt gevreesd dat Ieper helemaal het kind van de rekening zal zijn.

      Is dat behoefteonderzoek ondertussen afgerond en geofficialiseerd, en zo ja, wat zijn de bindende conclusies voor Ieper m.b.t. de verwerving van een extra regionaal bedrijventerrein?

      Graag uw toelichting.

      Schepen Metsu

      De volledige historiek hebt u reeds uit de doeken gedaan, waarvoor dank.

      Het is inderdaad een waarheid als een koe dat velen dachten dat deze archeologische opgravingen slechts een fait divers in dit dossier zouden zijn. Niets blijkt echter minder waar. Tijdens de eerste sleuvenonderzoeken werden verschillende vondsten gedaan, waaronder oude metalen voorwerpen, stukken leder en – wellicht het meest waardevol – restanten van loopgraven. Ook werden resten van houten palen aangetroffen. Dat hoeft echter niet te verwonderen, aangezien op deze site jarenlang een hoppeveld aanwezig was.

      Wat de archeologienota betreft: intussen werd een derde nota (of een tweede nota door ADEDE) opgemaakt in opdracht van de verkavelaar. Deze werd overgemaakt aan het Agentschap Onroerend Erfgoed. Momenteel bevinden we ons opnieuw in de fase waarin we de beoordeling van Vlaanderen moeten afwachten. Zolang die procedure loopt, kan niemand verder. Dat is de realiteit van het Vlaamse archeologieregime, hoe frustrerend dat soms ook is.

      Maar laat mij heel duidelijk zijn: wij laten dit dossier niet los. We staan frequent in contact met de ontwikkelaar en volgen het traject met het Agentschap Onroerend Erfgoed, in samenspraak met CO7, onze intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst, nauwgezet op. Daarbij benadrukken we telkens het belang van dit project voor Ieper. We vragen dat de beoordeling zo efficiënt mogelijk verloopt en dat de maatregelen proportioneel worden afgewogen, zeker gezien het terrein buiten de historische stadskern ligt. De inhoudelijke beslissing ligt echter volledig bij Vlaanderen.

      We begrijpen de bezorgdheid dat de ontwikkelaar op een bepaald moment de moed zou verliezen. Daarom blijven we dit dossier van nabij opvolgen. Op dit ogenblik is de beoordeling van de nieuwe archeologienota echter de cruciale stap. U prijst de eigenaar in uw tussenkomst uitvoerig en stelt vervolgens de vraag wat ik persoonlijk reeds heb ondernomen om dit dossier vooruit te helpen. Ik zou u op mijn beurt kunnen vragen hoeveel keer u tijdens de volledige vorige legislatuur persoonlijk met de ontwikkelaar bent gaan spreken. Ik geef zelf het antwoord: geen enkele keer. Ikzelf heb de voorbije anderhalf jaar reeds drie keer met de betrokken persoon samengezeten. Ik ben ervan overtuigd dat dergelijke contacten wel degelijk een meerwaarde bieden.

      Tegen eind juni wordt de beoordeling van het Agentschap Onroerend Erfgoed verwacht. De ontwikkelaar blijft vastberaden om dit project verder te zetten. Of daarvoor uiteindelijk drie, vier of zelfs zeven hectare bijkomend onderzocht moet worden, hij is bereid die inspanning te leveren. Ook de overeenkomst met de firma Timo Tuin voor de aanleg van nutsleidingen en wegenis blijft behouden. De werken zouden naar verwachting eind 2026 kunnen starten, zodat de terreinen tegen de zomer van 2027 bouwrijp zijn.

      Tot slot heeft de eigenaar nog één uitdrukkelijke vraag: hij zou graag samen met u en mij rond de tafel zitten voor een gesprek. Ik hoop dan ook dat u op deze vraag wenst in te gaan.

      Uw vraag m.b.t. Reigerburg:
      Het klopt dat na de vernietiging in 2018 werd aangegeven dat een herneming mogelijk was. Vlaanderen heeft echter beslist dat er eerst een nieuw regionaal behoefteonderzoek moest gebeuren. Dat onderzoek is intussen afgerond, maar nog niet officieel bekrachtigd. De voorlopige conclusies bevestigen alvast niet de vroegere ambitie van 41 ha netto voor Ieper. Vlaanderen kijkt vandaag veel strenger naar bijkomend ruimtebeslag.

      Wij hebben als stad een formele reactie ingediend en duidelijk gemaakt dat Ieper een regionaal economisch knooppunt is dat bijkomende bedrijventerreinen nodig heeft. We blijven hierover in overleg met zowel de provincie die het PRUP herziening afbakening kleinstedelijk gebied Ieper voor de stad opmaakt. Maar op dit moment zijn er nog geen bindende conclusies voor Ieper. locatieonderzoek voor ruimte voor regionale bedrijvigheid kan binnenkort afgerond worden, hiervoor zijn de resultaten van de ontwerp planMER essentieel.

      De opmaak van de ontwerp planMER heeft tijd gevraagd, deze de modellering en doorrekening van de discipline mobiliteit waar ook gewacht diende te worden op Departement Mobiliteit en Openbare Werken. Op 29 juni 2026 gaat een beleidsgroep door voor het PRUP herziening afbakening kleinstedelijk gebied Ieper en het PRUP Strategische Spie. De locatiekeuze voor ruimte voor regionale bedrijvigheid wordt hier besproken. Er zal op basis van de locatiekeuze een de planfiguur als ‘samenhangend compact regionaal bedrijventerrein’ verdedigd worden.

      We begrijpen de frustratie. Zowel Hoge Akker II als het regionaal bedrijventerrein zijn cruciaal voor de economische toekomst van onze stad. We blijven druk zetten, we blijven bemiddelen en we blijven opkomen voor de economische ruimte die Ieper nodig heeft. Zodra er nieuwe informatie is, brengen we die meteen terug naar deze raad.

      Raadslid Bolle
      Reigersburg: men probeert een stuk af te knippen van het aantal ha. Vraag blijft zelfs of we nog een toekenning zullen krijgen. Behoeftenonderzoek is afgerond. Raar dat de stad nog niet op de hoogte zou zijn gebracht.

      Hoge Akker
      Rare wending dat raadslid Bolle nooit met de landbouwer zou gesproken hebben.
      Heeft wel degelijk meerdere keren contact gehad om iedereen weer on speaking terms te krijgen. Daar is men toen in geslaagd zodat de eigenaar zou kunnen ontwikkelen.
      Dus flagrante leugen dat we nooit zouden hebben samengezeten.
      Zeker bereid in gesprek te gaan.

    • Overleg buurtbewoners (Vraag van raadslid Six)

      Feiten, context en argumentatie

      Op 21 mei kregen de raadsleden een mail namens de bewoners van het Hoornwerk en de Leopold III-laan over de mobiliteitsplannen die een invloed zouden hebben op de leefbaarheid van de buurtbewoners.

      De inhoud van de mail zal ik niet herhalen maar ik heb wel enkele vragen over de respons die aan de mail gegeven werd of gegeven zal worden:
      1/ Is er al contact geweest met de betrokken”woordvoerder” namens de bewoners? Zo ja: wanneer en op welke manier? Zo neen: waarom niet en wanneer dan wel?
      2/ Kan er een overleg plaatsvinden met de buurtbewoners zodat de juiste informatie gegeven kan worden?

      Schepen Desmadryl
      Inderdaad, ook wij hebben deze e-mail ontvangen. Ik heb de betrokkene ondertussen reeds geantwoord. Enkele weken geleden heb ik in Auris een overleg met hen gehad over de nieuwe reisweg van De Lijn, in het kader van het 10-puntenplan.

      Tijdens dat overleg werd afgesproken om eerst de nieuwe reisweg in te voeren. Vervolgens zouden we op regelmatige basis contact houden om de situatie te evalueren. Op basis van die evaluaties zullen we, in overleg met de plenaire commissie, bekijken of aanpassingen nodig zijn op het vlak van frequenties, nevenlijnen en andere aspecten van het aanbod.

      Er heeft dus wel degelijk overleg plaatsgevonden en er werden duidelijke afspraken gemaakt. Voorlopig houden we dan ook vast aan deze afspraken.

      Raadslid Six
      Dank voor verduidelijking.

    • Vrijbosroute (Vraag van raadslid Six)

      Feiten, context en argumentatie

      In afwachting van de doortrekking van de Vrijbosroute komen fietsers die het pad achter de Helakker nemen, tot de vaststelling dat zij ofwel moeten terugkeren ofwel via privédomein naar de Veurnseweg moeten fietsen.

      Wij kregen melding dat dit weleens tot wrevel zorgde vandaar volgende vragen:
      1. Kan er aan het begin van het gedeelte van de Vrijbosroute ter hoogte van de Augustijnenstraat een bord geplaatst kan worden met de melding dat het pad onderbroken is?
      2. Wat is de stand van zaken wat betreft de doortrekking van de Vrijbosroute?

      Schepen Desmadryl
      Aan het begin van de Vrijbosroute had normaal gezien steeds een verbodsbord moeten staan met het onderbord "uitgezonderd fietsers". Dat onderbord werd verwijderd, waardoor momenteel ook voor fietsers een toegangsverbod geldt.

      Indien dit toch nog onvoldoende duidelijk zou zijn, zal ik bij de dienst navragen of een bijkomende of betere signalisatie aangewezen is.

      Samen met de betrokken actoren wordt verder gewerkt aan de doortrekking van de Vrijbosroute. Een belangrijke uitdaging daarbij was het verkeersveilig realiseren van de zeer haakse oversteek van de Veurnseweg. Over de aanpak hiervan bestaat inmiddels consensus tussen de betrokken partijen.

      Momenteel wordt verder gewerkt aan de concrete uitwerking van de plannen, onder impuls van de beheerder van de Vrijbosroute, de provincie West-Vlaanderen.

      Raadslid Six
      Dank.
      Graag tijdig aan de mouw trekken!

    • Zwerfvuilvergoeding (Vraag van raadslid Six)

      Feiten, context en argumentatie

      Het Vlaams Parlement heeft op 25 maart 2026 een zwerfvuilvergoeding goedgekeurd voor lokale besturen, zodat ze (een deel van) de kosten voor het opruimen van afval terugkrijgen. Die vergoeding komt van producenten van producten die vaak in zwerfvuil belanden, zoals verpakkingen en sigaretten. In totaal krijgen steden en gemeenten ongeveer 60 miljoen euro per jaar, maar zij moeten hiervoor bepaalde acties ondernemen.

      Zo moeten de lokale besturen een nieuw vuilnisbakkenplan opmaken of het bestaande actualiseren, zwerfvuil- en sluikstortgevoelige locaties (de zogenaamde hotspots) in kaart brengen en aanpakken, zorgen voor een effectieve handhaving van sluikstorten (bijvoorbeeld via GAS-wetgeving) en zorgen voor een efficiënte en effectieve reiniging van het openbaar domein (bijvoorbeeld via een lokaal onderhoudsplan).

      De Vlaams Belang-fractie heeft hierbij volgende vragen:
      1. Is het Schepencollege op de hoogte van deze beslissing van de Vlaamse regering?
      2. Heeft het Schepencollege al zicht op het bedrag dat onze stad zal ontvangen als zwerfvuilvergoeding? Indien ja, om welk bedrag gaat het? Indien nee, zal men dit opvragen bij de bevoegde overheid?
      3. Betreffende het  vuilnisbakkenplan? Wanneer gebeurde de meest recente actualisatie? Indien nog niet, waarom niet en tegen wanneer zal dit er zijn?
      4.      Werden de zwerfvuil- en sluikstortgevoelige locaties reeds in kaart gebracht? Indien ja, hoe worden deze gemonitord? Indien nee, waarom niet en tegen wanneer zal dit in orde zijn?

      5. Beschikt onze stad over een onderhoudsplan voor het openbaar domein? Indien ja, wanneer gebeurde de meest recente actualisatie? Indien nee, waarom niet, tegen wanneer zal dit in orde zijn en hoe gebeurt het structureel onderhoud van het openbaar domein op dit moment?

      Schepen Gheysens
      Op 24 maart 2026 keurde het Vlaams Parlement het Interregionaal Samenwerkingsakkoord voor Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid voor bepaalde afvalstromen en voor zwerfvuil definitief goed. Producenten van zwerfvuilgevoelige producten moeten vanaf 2026 bijdragen aan de kosten die overheidsinstanties maken voor het opruimen van zwerfvuil en het ledigen van openbare straatvuilnisbakken.

      Er is lang onduidelijkheid geweest omtrent de exacte bedragen en verdeelsleutel, maar vorige week kregen we uitsluitsel. Dit jaar krijgen we nog een voorschot van 50% op het jaarlijkse totale bedrag, voor een maximum van 173.364,93€. Vermits er in het eerste heffingsjaar nog veel onzekerheden zijn over het aantal heffingsplichtigen, het marktaandeel van deze heffingsplichtigen, de mate waarin er tijdig betaald wordt, is het concreet te verdelen bedrag over de gemeenten nog onzeker.

      Dit bedrag zal besteed worden aan de zwerfvuil- en afvalproblematiek. Het is niet uitgesloten dat bijkomende voorwaarden worden opgelegd vanuit Vlaanderen, zoals bijvoorbeeld zwerfvuiltellingen, registratie hoeveelheden afval, en een opmaak van een vuilnisbakkenplan. Het kan ook zijn dat er in de toekomst andere verbintenissen worden afgesloten in plaats van louter financiële vergoeding. Zo kan de producent ook opteren om organisatorisch samen te werken met overheidsinstanties.

      Op 17 oktober 2022 werd het vuilnisbakkenplan goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen. Dit plan bevat de principes die worden gehanteerd voor het plaatsen en ledigen van onze afvalbakken. NetIeper houdt nog steeds bij iedere lediging de vullingsgraad van de straatvuilnisbakken bij. Er is dus voortdurend actualisatie. Op basis van deze gegevens sturen we het vuilnisbakkenplan waar nodig bij. In het MJP is bovendien 71.000 euro voorzien voor de verdere uitrol van het vuilnisbakkenplan. Een bestek is recent opgemaakt voor de verdere gefaseerde uitvoering en het doordacht plaatsen van vuilbakken van het nieuwe type.

      Alle meldingen met betrekking tot sluikstorten en zwerfvuil worden door NetIeper bijgehouden in Mijn Mooie Straat. Op basis van deze gegevens kunnen zowel de GAS-ambtenaren van OVAM als onze eigen GAS ambtenaren gericht toezicht houden op de probleemlocaties. Ook eventuele beschadigingen en herstellingen worden hierin opgenomen. Dit zorgt voor een efficiëntere werking. Deze gegevens worden geïntegreerd in een GIS-toepassing en worden ook jaarlijks overgemaakt aan OVAM in de zogenaamde IZAS-bevraging.

      We willen nog even aanstippen dat netheid van de stad voor ons een dagelijkse zorg is, en dit 7 op 7. Binnen onze groendienst is de ploeg NetIeper actief in zowel de binnenstad als de deelgemeenten. De netheidsploeg bestaat uit 8 medewerkers: 6 medewerkers voor zwerfvuil en sluikstorten, 1 medewerker voor reinigen en een teamleider die instaat voor coördinatie, sensibilisering en GAS vaststellingen over het hele grondgebied.

      Deze ploeg staat concreet in voor het ledigen van straatvuilbakken, het vegen rond glas- en textielcontainers, het verwijderen van onkruid rond straatmeubilair, het vaststellen, opruimen en controleren van sluikstorten, het langsgaan met de Glutton- straatstofzuiger in zwerfvuilgevoelige straten, de inzet van priktangen, zwerfvuilsteekkarren en bakfiets, het onderhoud van de vuilbakken en reinigen van monumenten en straatmeubilair, het opvolgen van foutief of te vroeg buitengeplaatst afval , het bieden van een aanspreekpunt voor de inwoners, het plaatsen van borden met een sensibiliserende boodschap, de inzet bij evenementen, en de vele opruimacties.

      Enkele cijfers illustreren de omvang van dit werk, en geven ook aan dat de werking zorgvuldig geregistreerd wordt ten behoeve van de werkplanning en rapportering:
      Intra muros alleen al gaat het om ongeveer 160 vuilbakken. Medewerkers met steekkar en glutton leggen maar liefst 10 tot 12 kilometer per dag af. Ook zaterdag- en zondagvoormiddag worden vuilbakken in het centrum geledigd.

      De ploeg staat zoals gezegd eveneens in voor het weghalen van sluikstorten. De verdere opvolging en controle gebeurt door de teamleider in functie van eventuele GAS-vaststellingen.

      Voor 2026 werden reeds:
      • 884 geregistreerde meldingen behandeld binnen de categorie sluikstort;
      • 187 meldingen verwerkt van ophalingen door vrijwilligers-Mooimakers;
      • 41 GAS-dossiers opgesteld voor sluikstorten waarbij de gegevens van de overtreder konden worden achterhaald.

      Tenslotte voorzien we ook in een gedetailleerd veegplan voor de stad, zowel intra als extra muros. Deze taak is uitbesteed aan een externe firma, maar eveneens GIS-gerelateerd. Opvolging van deze werken behoort ook tot het takenpakket van NetIeper.

      In deze Week van het Afvalteam denk ik dat het zeer terecht is om vanuit de gemeenteraad eens een pluim op de hoed te steken van deze medewerkers die zich elke dag opnieuw, in weer en wind inzetten!

      We zetten met andere woorden blijvend en steeds efficiënter in om de netheid van onze stad en de deelgemeenten te bewaren. Ons inziens voldoen we al zeer ruim aan de verwachtingen vanuit OVAM. De extra voorziene middelen zullen we bovendien aanwenden om dit nog verder te optimaliseren.

      Raadslid Six
      Dank voor uitvoerige toelichting. Pluim is zeker verdiend, vervuilers een draai om de oren!


    • Wanneer is het aan Vlamertinge? (Vraag van raadslid V. Despeghel)

      Feiten, context en argumentatie

      In 2021 werd de startnota afgewerkt voor de werken aan de Poperingseweg in Vlamertinge. In 2022 volgde de goedkeuring van de projectnota. De Vlamertingenaren kregen twee uitgebreide infoavonden in januari 2025. Dat waren hoopgevende momenten, waarbij werken werden aangekondigd voor de tweede helft van 2026 door de schepen van Openbare Werken. Burgers en zelfstandigen konden vragen stellen en bekommernissen en voorstellen aankaarten.

      Maar sindsdien is het bijzonder stil geworden over de dorpskernvernieuwing. Er is geen communicatie meer naar inwoners en slechts beperkt naar enkele zelfstandigen, waardoor het steeds meer de indruk geeft dat de werken verder opschuiven in de tijd. Wanneer we kijken naar het Geïntegreerd Investeringsprogramma 2025 (GIP), zien we dat er in 2027 middelen voorzien zijn voor de heraanleg van de N308 in Poperinge, maar voor Vlamertinge zijn in dit GIP geen middelen voorzien.

      Rond de zomer komt het nieuwe GIP 2026 uit en dan moeten we hopen dat er middelen voorzien worden voor 2028 of 2029. Als we de huidige planning volgen, lijkt een start van de werken ten vroegste richting 2029 realistisch.

      Die onduidelijkheid frustreert veel dorpelingen. Onze raadsleden uit Vlamertinge en ikzelf krijgen regelmatig de vraag wanneer de werken eindelijk zullen beginnen. Dat is begrijpelijk, want de Poperingseweg tussen de Hospitaalstraat en de Bellestraat is vandaag ronduit gevaarlijk voor fietsers. Het wegdek is slecht en zorgt ervoor dat je alle kanten op wordt geslingerd. Daarnaast veroorzaken passerende voertuigen steeds meer trillingen in de woningen. Ook de voetpaden liggen er op sommige plaatsen slecht en gevaarlijk bij. Dit werd duidelijk tijdens de toer die Team Trottoir vorig jaar deed in het centrum van Vlamertinge.

      Wachten met herstellingen tot de grote werken starten is voor Vooruit geen optie meer. Kleine ingrepen worden vandaag uitgesteld omwille van een project dat steeds verder opschuift. Zo kan het niet verder. Kortom: de Vlamertingenaren blijven achter met vragen en bezorgdheid.

      Hieromtrent hebben wij met Vooruit de volgende vragen:

      • Heeft het stadsbestuur eventueel al zicht op een verdere timing voor de heraanleg van de Poperingseweg in Vlamertinge? Ik hoop dat zowel goed als slecht nieuws helder en transparant zal worden gecommuniceerd.
      • Welke stappen heeft het stadsbestuur al gezet richting de Vlaamse overheid om dit dossier opnieuw naar voren te schuiven, en welke bijkomende initiatieven zullen nog volgen, zodat de heraanleg van de Poperingseweg eindelijk concreet wordt?
      • Welke maatregelen kunnen of zullen op korte termijn worden genomen om de verkeersveiligheid, de staat van het wegdek en de voetpaden op de Poperingseweg te verbeteren, zodat bewoners, fietsers en voetgangers niet langer de dupe blijven van een project dat steeds opschuift?

      Schepen De Roo
      Transparante communicatie blijft steeds ons uitgangspunt. Daarom hebben we een werkgroep opgericht. U hebt inderdaad gelijk dat de doortocht van Vlamertinge momenteel nog niet is opgenomen in het GIP. We hopen dat dit wel het geval zal zijn in de nieuwe versie die in september wordt verwacht.

      Om binnen de vergunningstermijn toch te kunnen starten met de werken, zullen we zo snel mogelijk naar deze raad komen met het deel van het project waar het AWV geen betrokken partij in is. We stellen voor om alle zijstraten die in het dossier zijn opgenomen en waar het AWV niet tussenkomt, met andere woorden het gemeentelijke deel van het project, af te splitsen en afzonderlijk aan te besteden.

      Dit zou bovendien een belangrijk voordeel bieden voor de verkeersafwikkeling tijdens de werken, vooral voor de Momarencystraat, aangezien men dan nog volledig gebruik zou kunnen maken van de N308. Het betreft ongeveer 475 inwonersequivalenten. Concreet gaat het om de Streuvelswijk, Nieuwe Landing, Landingstraat, Vlamertingestraat, Bellestraat, Lissewallestraat en Grote Branderstraat.

      Op die manier zouden deze werken tegen midden 2027 kunnen starten. Uiteraard zullen we ruim vooraf en op een duidelijke manier communiceren met de bewoners. 

      Raadslid V. Despeghel
      Dat klinkt goed en blij met het antwoord. Hopelijk wordt het bewaarheid. Maar hoop dat doortocht zelf ook in het GIP wordt opgenomen.
      Ook kijken voor enkele tijdelijk maatregelen.

  • Mededelingen

    • Mededelingen

Namens Gemeenteraad,

Stefan Depraetere
Algemeen directeur

Sarah Bouton
Voorzitter