Artikel 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet;
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (B.S. 15 februari 2018), en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018);
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit;
Het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en zoals tot op heden gewijzigd;
Het besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria;
Het besluit van de gemeenteraad van 4 oktober 2021 tot vaststelling van het tariefreglement Stedelijke begraafplaatsen;
Het besluit van de gemeenteraad van 9 november 2015 betreffende het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen en gewijzigd bij besluit van de gemeenteraad van 6 juli 2020 en 1 december 2025
De laatste versie van het 'tariefreglement stedelijke begraafplaatsen' werd door de Gemeenteraad goedgekeurd in haar zitting van 1 december 2025.
Het is noodzakelijk een bepaling te verduidelijken met name deze met betrekking tot de kinderbegraafplaats. Er wordt voorgesteld in artikel 2 expliciet toe te voegen dat kinderbegravingen tot zeven jaar op de kinderbegraafplaats retributievrij zijn, aangezien dit in het vorige reglement niet specifiek was opgenomen.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Op basis van deze overwegingen besluit de gemeenteraad met 29 ja stemmen en 3 onthoudingen (de raadsleden Six, Dehollander en Kinoo) om het reglement goedgekeurd bij gemeenteraadsbeslissing van 1 december 2025 houdende de vaststelling van de tarieven van de graf- en columbariumconcessies met ingang van 4 mei 2026 op te heffen en te vervangen door volgend reglement:
Tariefreglement stedelijke begraafplaatsen
Artikel 1: Het tarief is verschuldigd door de persoon die de begraving, de uitstrooiing, de opgraving of de concessie aanvraagt.
Artikel 2: Tarief van de graf- en columbariumconcessies (inclusief bij herbruik graven):
- leveren en plaatsen van éénpersoonskelder: 895,00 euro
- leveren en plaatsen van tweepersoonskelder: 985,00 euro
- leveren en plaatsen van driepersoonskelder: 1.205,00 euro
- leveren en plaatsen urnenkelder: 375,00 euro
- voorzien en aanbrengen afsluitplaat columbariumnis: 295 euro
- Voorziening voor één kist in volle grond: 1.000,00 euro
- Voorziening voor twee kisten in volle grond 1.600,00 euro
- bijzetting van een asurne in volle grond : 400,00 euro / bijzetting (max. 4 asurnes in 1 graf)
Artikel 3: Concessies van 30 en 50 jaar kunnen hernieuwd worden voor een periode van 30 jaar. Het tarief voor het hernieuwen van een concessie in volle grond, grafkelder, urnenkelder of columbariumnis bedraagt 500,00 euro.
Eeuwigdurende concessies: kosteloze en onbeperkte verlenging telkens met 50 jaar.
Artikel 4: Mogelijkheid tot hernieuwing van de bestaande concessie bij bijzetting
Het tarief voor het verlengen van een concessie na bijzetting wordt vastgesteld volgens de formule (a:b) x c waarbij:
a staat voor het aantal jaren van de nieuwe concessietermijn die de lopende concessietermijn overschrijdt.
b staat voor het totaal aantal jaren van de nieuwe concessie
c staat voor het tarief zoals deze bepaald werd in artikel 3 van dit besluit
Artikel 5: Ontgravingen
- Ontgraven van een lijkkist: 850,00 euro
- Ontgraven van een kinderkistje: 300,00 euro
Eventuele bijkomende kosten van de ontgraving die niet vooraf te bepalen zijn, vallen ten laste van de aanvrager.
Ontgraven van meerdere asurnes op éénzelfde locatie wordt 1x aangerekend.
- verricht in uitvoering van gerechtelijke beslissing
- deze ambtshalve verricht door de gemeente
- voor het vaderland gestorven militairen of burgers
Artikel 6: Algemeen
De tarieven worden verdubbeld voor personen die op het ogenblik van de aanvraag of van het overlijden niet in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van de stad Ieper ingeschreven waren.
De verhoging is niet van toepassing op de concessies verleend voor personen die niettegenstaande ze niet in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van de stad Ieper ingeschreven waren op het ogenblik van hun overlijden:
a) de personen die op basis van artikel 14 van het decreet begraven worden of personen die te Ieper overleden zijn en waarvoor niemand de begrafenis regelt;
b) de personen die recht hebben om in een eerder nominatief toegekende grafconcessie bijgezet te worden;
c) de personen die in Ieper hun verblijfplaats hebben en van die inschrijving zijn vrijgesteld bij wet of bij internationale overeenkomst;
d) de gewezen inwoners van Ieper, die vanuit Ieper opgenomen werden in een psychiatrisch ziekenhuis, een woonzorgcentra, een rust- en verzorgingstehuis;
e) de personen die minstens 20 jaar in Ieper gewoond hebben en aansluitend voor verzorging hun intrek genomen hebben bij familie of kennissen in een andere gemeente.
Artikel 7: Betaling
De bedragen zijn verschuldigd door de aanvrager. Het verschuldigd bedrag dient te worden betaald binnen de 30 dagen na het toezenden van de schuldvordering.
Bij gebrek aan betaling in der minne worden de verschuldigde bedragen ingevorderd overeenkomstig artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.
Concreet: bij gebrek aan betaling wordt de vergunde concessie beschouwd als niet-vergund en wordt de grafrust van 10 jaar gerespecteerd en zijn verdere bijzettingen/begravingen niet mogelijk.
Artikel 8: Het reglement zal door de burgemeester worden bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het het op de webtoepassing bekendgemaakt werd. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.